Reality

Bezinningsdienst te velde.

Afbeeldingsresultaat voor casper hobbes fatalism

1. Koffie en cake (Muziek: Clocks – Coldplay)
2. Welkom

Goed dat jullie hier zijn. Ik wens jullie in Gods naam een mooie dienst. Ik steek de kaars aan als symbool van de stille kracht van het licht, van al het goede, het ware, het mooie in ons leven. Voor mij als gelovige bij uitstek daarom ook symbool van de aanwezigheid van Jezus Christus.

3. Binnenkomer

Het leven is een feest. Maar je moet wel zelf de slingers ophangen. Zo’n mooie tegeltjes wijsheid. Die heel veel zegt over hoe je in het leven staat. Het leven is soms hard. Reality. Je hebt er maar mee te dealen. Bijvoorbeeld of je wel of niet aangewezen wordt voor uitzending. En of je wel of niet je ware liefde tegenkomt. De één lijkt alles mee te zitten, de ander alles tegen. Hoe zit dat? Hoe zie jij dat?

4. Muziek Reality – Lost Frequencies

We luisteren naar Reality, waar vooral gezegd wordt: zo is het nu eenmaal, geniet nou maar van wat je vandaag hebt. ‘Today I got a million. Tomorrow, I don’t know.’

Decisions as I go, to anywhere I flow

Sometimes I believe, at times I’m rational

I can fly high, I can go low

Today I got a million. Tomorrow, I don’t know (2x)

Stop claiming what you own, don’t think about the show

We’re all playing the same game, waiting on our loan

We’re unknown and known, special and a clone

Hate will make you cautious, love will make you glow

Make me feel the warmth, make me feel the cold

It’s written in our stories, it’s written on the walls

This is our call, we rise and we fall

Dancing in the moonlight, don’t we have it all?

Decisions …

Make me feel…

5. Kaarsjes (Muziek: Schindler’s List Theme – Williams)

Het is knap om zo bij de dag te leven. Dat houd je niet altijd vol. Hier en nu gaan onze gedachten ook naar gisteren, naar morgen, naar de mensen die ons lief zijn. We steken daarom een kaarsje aan voor onze collega’s op uitzending, met het gebed dat zij goed werk mogen doen en veilig thuis komen. Ik geef jullie ook de gelegenheid aan kaars aan te steken met een wens of gebed voor degenen die jou lief zijn, gisteren, vandaag en morgen.

6. Spiegel — Benjamin Button

Is het leven inderdaad een ‘noodlot’ wat je maar over je heen moet laten komen? Misschien heb je de film ‘The Curious Case of Benjamin Button’ wel eens gezien, gebaseerd op een boek van Scott Fitzgerald, over een man die oud geboren wordt en als baby sterft. Hij leeft achterstevoren, zeg maar. Dat vreemde lot vind hij maar moeilijk te dragen. Helemaal aan het einde schrijft die Benjamin:

‘Voor wat het waard is: het is nooit te laat of, zoals in mijn geval, te vroeg om te zijn wie je wilt zijn. Er is geen deadline, stop wanneer je wilt. Je kunt veranderen of hetzelfde blijven, daar zijn geen regels voor. We kunnen er het beste of het slechtste van maken. Ik hoop dat je er het beste van maakt. En ik hoop dat je dingen zult zien die je verrassen. Ik hoop dat je zult voelen wat je nooit eerder voelde. Ik hoop dat je mensen ontmoet met een andere kijk. Ik hoop dat je een leven leeft waar je trots op bent. Als je vindt van niet, hoop ik dat je de kracht hebt opnieuw te beginnen.’

(F. Scott Fitzgerald – The Curious Case of Benjamin Button)

7. Muziek Liefde, leven, geven – André Hazes

André Hazes was iemand die vorm gaf aan zijn eigen leven. En die ons bewust maakt dat wij ervoor kunnen kiezen te leven in een wereld van liefde, leven en geven. Neem het leven niet alleen zoals het komt, maar maak er iets van:

Liefde, wanneer heb jij gezegd ik hou van jou

Liefde, wanneer heb jij gezegd ik blijf je trouw

Liefde, ik hoor er toch zo weinig over praten

Liefde, het lijkt wel of dat woord niet meer bestaat

 

Leven, het kan zo mooi zijn, waarom is er haat

Leven, in een wereld die naar de knoppe gaat

Leven, dat kan je niet alleen, dat moet je delen

Leven, je weet toch dat dat weer over gaat

 

refr.:

Een vriendelijk woord, een lach, een warme lentedag

Ik ben zo blij dat ik die dagen beleven mag

Geef eens een roos aan haar

Sta voor een ander klaar

Het moet toch kunnen, zo te leven met elkaar

 

Geven, dat doe je als er iemand van je houdt

Geven, dat doe je als je iemand echt vertrouwt

Geven, het hoeft niet duur te zijn, het kan zelfs met woorden

Geven, het hoeft niet veel te zijn als je het maar meent

refr.(2x)

8. Bijbelverhaal Jeremia 29:1-7

Hoe zit onze reality in elkaar? Sommige dingen overkomen je. Goede en slechte. De liefde van je leven. Geschenk uit de hemel. Verlies van geliefden, ziekte, tegenslag. Daarnaast heb je je eigen keuzes, je eigen verantwoordelijkheid. Je briljante ideeën en stommiteiten. Iedereen zoekt de balans tussen dat buiten en je eigen plek. Een mooi stukje uit de Bijbel leert ons iets daarover. Een verhaal dat speelt in het jaar 587 voor Christus, het jaar dat de Babyloniërs het land Israël veroverden en velen deporteerden naar Babel:

‘Koning Nebukadnessar had veel mensen uit Jeruzalem als gevangenen meegenomen naar Babel. … De profeet Jeremia schreef hun een brief… In de brief stond het volgende: ‘Luister, Judeeërs in Babel. Dit zegt de machtige Heer, de God van Israël: ‘Ik heb jullie als gevangenen naar Babel laten brengen. Ik wil dat jullie daar huizen bouwen om in te wonen. En dat jullie daar het land gaan bewerken, zodat jullie van de opbrengst kunnen leven. Ik wil dat jullie trouwen en kinderen krijgen. En zorg ervoor dat ook je kinderen trouwen, zodat ook zij weer kinderen krijgen. Laat jullie groep niet kleiner worden, maar juist groter. Bid tot de Heer voor Babel, de stad waar jullie naartoe gebracht zijn. Doe er je best voor dat het goed gaat met die stad. Want als het goed gaat met Babel, dan gaat het ook goed met jullie!’

9. Mijmering “Maak er het beste van”

Je kunt je zo’n beetje voorstellen hoe die gedeporteerde joden zich in Babel gevoeld moeten hebben: alsof er een orkaan over hen heen is geraasd, die alles wat hun lief is verwoest heeft, en hen volledig ontworteld en ontheemd heeft achter gelaten. Verdriet. Verlies. Ontgoocheld. En dan iemand die tegen je zegt ‘joh, kop op, maak er het beste van’. Komt dat dan binnen? Zo gemakkelijk gaat dat dan niet…

Niemand zegt ook dat het leven gemakkelijk is. Wie zijn opgegroeid in een vrij, welvarend en vredig land. Daardoor kan dat idee soms bij ons opkomen. Maar leven is niet gemakkelijk. Het vraagt moed, toewijding en veerkracht. Die gedeporteerde joden in Babel bleven teveel hangen in een soort slachtofferschap. Ze voelden zich sip, zielig. En dat is nooit zo. Ook daar in Babel zijn er dingen te doen. Mooie dingen: huisje, werk, vrouwtje, gezinnetje. Niet in hun eigen land, niet op de plek die ze zelf gekozen hebben, maar toch. Mooie dingen.

Tussen de regels door hoor je hier dat die hele deportatie een straf van God was. Zo wordt dat in de Bijbel ook verteld. Omdat het volk Israël leefde in decadentie, het met recht en eerlijkheid niet meer zo nauw nam, armen en vreemdelingen onderdrukte. Zo hadden ze dit over zichzelf afgeroepen. Het kan voor ons ook geen kwaad altijd te bedenken dat slechte keuzes ook gevolgen hebben. Veel rottigheid in de wereld, in je eigen leven, roepen we over onszelf af.

‘Maak er het beste van.’ Dan moet je wel over een drempel heen. Één hele grote drempel: ‘bidden voor Babel’, zegt Jeremia. Bidden voor je vijand dus. Dat is niet niks. Waar haal je die kracht vandaan? Ik put die, net als Jeremia, uit het geloof in God. Het geloof dat wij ondanks alles nooit uit Zijn hand vallen. Waar haal jij het uit? Als je van je leven iets wilt maken, zul je over dat soort drempels heen moeten. Over je wrok, je gekwetstheid, je teleurstelling, héén.

Belangrijk hierbij is dat Jeremia erop wijst dat je je dan in ieder geval niet blind moet staren op jezelf. ‘Doe er je best voor dat het goed gaat met die stad, Babel.’ De wereld draait niet om jou, en die vergaat ook niet zomaar. Dus ga niet zitten navelstaren, maar heb oog voor anderen. Durf te leven, te geven, lief te hebben. Als het jou niet mee zit, wil dat niet zeggen dat je een ander niet meer kan helpen. En zit daarin niet veel meer de zin van ons leven, dan in ons eigen succes?

10. Muziek Zingen in de storm – Alex Roeka

Gezegend zij die zingen in de storm

Zij die niet wijken voor gevaar

Zij die als nederige worm

Durven zweven als een adelaar

 

Gezegend zij die blijven hopen

Ook als er geen hoop meer is

Voor wie alleen al verder lopen

Voelt als een verrijzenis

 

Laat niet los

Geef niet op

Blijf erbij

Zolang je leeuwenhart nog klopt

 

Gezegend zij die helpen in de nood

Wars van bewondering en eer

Onzichtbaar in het kleine groot

Zonder te zaniken om meer

 

Gezegend zij die niet vergeten

Die leven met het woord misschien

Die in de rafels van het weten

De poëzie kunnen blijven zien

 

Laat niet los…

11. Gebed

Stilte

Onze Vader

12. Muziek I Won’t Back Down – Johny Cash

De realiteit is hard. Maar wij kunnen ook hard zijn. Hard in onze keuze: I’ll keep this world from draggin’ me down / Gonna stand my ground and I won’t back down.

Well I won’t back down, no I won’t back down

You can stand me up at the gates of hell

But I won’t back down

Gonna stand my ground, won’t be turned around

And I’ll keep this world from draggin’ me down

Gonna stand my ground and I won’t back down

Hey baby, there ain’t no easy way out

Hey I will stand my ground and I won’t back down

Well I know what’s right, I got just one life

In a world that keeps on pushin’ me around

But I stand my ground and I won’t back down

Hey baby…

13. Zegen

Laten Gods vrede en de rust van dit moment je lang bij mogen blijven.

Offers brengen

(Blog verscheen 20-7-17 op PThu.nl/Bijbelblog)

Bijbellezen met militairen

De dwaze meisjes in de gelijkenis van Jezus (Mattheus 25:1-13), die hun olie vergeten zijn, “dat waren zeker domme blondjes”, want een beetje militair vergeet nóóit zijn olie om zijn wapen te onderhouden. Koning Uzzia die zijn leger goed organiseert, en ál zijn soldaten voorziet van de benodigde uitrusting, tot de slingerstenen toe (2 Kronieken 26:14), staat in schril contrast met de huidige staat van de Nederlandse krijgsmacht, waar de munitie regelmatig gewoon op is. Jakob die zich ergens in the middle of nowhere te ruste legt, onder een open hemel (Genesis 28:11), “die lijkt wel wat op ons infanteristen die in het pikkedonker vaak ook geen idee hebben waar we vandaan komen en waar we heengaan”.

Toen ik als krijgsmachtpredikant enkele jaren terug begon, had ik niet gedacht dat Defensie mij met nieuwe ogen zou leren bijbellezen. Maar dat gebeurde wel, zoals blijkt uit de paar voorbeelden die ik zonet gaf. Je denkt aanvankelijk dat een universitaire opleiding en promotieonderzoek in Bijbelwetenschappen het juiste zicht verschaft op de oude teksten van het jodendom en christendom, maar je hoeft maar even in een andere cultuur te stappen en er gaan allerlei nieuwe luikjes open. Die oude teksten blijken hele nieuwe betekenislagen te krijgen en natuurlijke verbindingen aan te gaan met ervaringen van nu. Dit prachtige verschijnsel heet “intercultureel bijbellezen” en daarvoor hoef je dus niet per se naar een ver land, maar soms alleen maar even buiten je eigen bubbel te stappen…

Pitchen en valoriseren

Niet alleen ontdek je dan dat je eigen manier van lezen ook maar zeer beperkt is, daarnaast confronteerde het mij ook met de vraag naar de relevantie van mijn onderzoek. Op dit moment ben ik mijn proefschrift aan het schrijven over “de betekenis en functie van de offerwetten in Leviticus 1-7 in het geheel van het Sinaï-verhaal”. Zie dat maar eens uitgelegd te krijgen in een volledig geseculariseerde context, waar de gemiddelde soldaat vooral bezig is met bierdrinken, sporten en vrouwen (in willekeurige volgorde). Binnen de wetenschappelijke wereld heet dat “valoriseren”: het benoemen van de relevantie van je onderzoek voor de wetenschap of de maatschappij in het algemeen.

Ik leer en geniet van hun manier van spontane bijbeluitleg, maar heeft mijn manier ook nog zeggingskracht voor hen? Gek genoeg ontmoet ik nergens zoveel begrip voor mijn onderzoek naar de “offers” als onder militairen. Daarom raad ik het iedereen aan om zijn of haar onderzoek te gaan pitchen in een hem volledig vreemde omgeving.

Het hoogste offer brengen

Militairen zijn één van de weinige bevolkingsgroepen in Nederland die nog echte offers brengen. Nee, geen dierenoffers, zoals ze in Leviticus 1-7 ter sprake komen, waar koeien, schapen, geiten en gevogelte bij het altaar geslacht werden, en delen daarvan verbrand. Militairen brengen echte mensenoffers. Tijdens de missie in Uruzgan van 2006-2010 sneuvelden 24 Nederlandse militairen. Over hen wordt met ere gesproken en gezegd dat zij “het hoogste offer” hebben gebracht. Dat is geen holle retoriek, maar de manier waarop degenen die erbij waren, spreken over hun “maten en kameraden” die ze verloren hebben.

Als ik zeg dat ik bezig ben met “offers”, dan lichten hun ogen op: dit is taal die zij op één of andere manier verstaan. Voor militairen is het duidelijk dat vrede, vrijheid en verzoening nooit gratis zijn, maar met bloed betaald moet worden. Dat is voor hun geen theologie, maar de harde werkelijkheid die zij voelen bij de jaarlijkse dodenherdenkingen, en bij de monumentjes die her en der op de kazerne verspreid liggen. Dat je daarbij op heilige grond komt. En dat hierbij de grootste zorgvuldigheid, waardige rituelen en de noodzaak om te blijven herinneren op hun plek zijn.

Offeren is breder dan religie

De bevreemding die wij als moderne mensen misschien ervaren bij het doorlezen van Leviticus met zijn eindeloze details, ongelooflijke casuïstiek, en bloederige rituelen, krijgt op die manier een hele actuele klankbodem. Op het eerste gezicht staat het brengen van dieroffers immers ver af van de moderne christelijke spiritualiteit en zingeving. Tenminste, als wij religie vernauwen tot een beperkt domein van individuele ethiek en beleving van de werkelijkheid van God. Zo is feitelijk voor de meeste moderne mensen religie en levensbeschouwing een losstaand onderdeeltje van het leven, naast economie, politiek, werk, vrienden en familie.

Dat is in het oude Midden-Oosten van Leviticus anders. Daar komen we religie tegen die alle domeinen van het leven doortrekt. De tempel in Jeruzalem was volgens deze teksten niet alleen het religieuze centrum, maar ook het sociale centrum waar de grote nationale feesten gevierd werden. Tempels waren de slachthuizen, de ziekenhuizen, de onderwijsinstellingen, de discotheken en soms ook de bordelen van de oudheid. Oftewel, ze stonden midden in het leven en vormden het middelpunt van het leven.

Wat is je heilig?

Met dat alles heeft God te maken volgens de auteurs van Leviticus. Met veehouderij en akkerbouw, met oogsten en eten, met gender en seksualiteit, met recht en economie. Daar waar geleefd wordt, is God aanwezig, en daar past heilig ontzag. Het is aan de enorme creativiteit en inspiratie van de schrijvers van al die “saaie wetten” in de Thora te danken dat het hele leven van Israël doortrokken werd van dat gevoel. En het is die begeestering die ik probeer over te dragen aan de militairen die ik tegenkom. Al zijn zij volgens eigen zeggen “niet gelovig”, dan wijs ik er hen graag op dat hun taal anders verraadt. Dat zij terugvallen op een oud woord als “offer” voor het drama van het verlies van een vriend en collega, laat immers zien dat ze intuïtief aanvoelen dat het leven zich afspeelt onder een open hemel. Voor hen is het vaak een eye-openerom te horen dat het in de Bijbel en in het geloof in God niet gaat om lid worden van de kerk en je op een bepaalde manier leren gedragen, maar om die allerdiepste vragen van ons mens-zijn, om de vraag wat ons heilig is. En dat als je over díe vraag na gaat denken, je heel dichtbij Leviticus komt, en dichtbij God.

Leeservaring: Van den Brink – En de aarde bracht voort

Sinds ik in 2002 zelf biologie ging studeren en geconfronteerd werd met de overweldigende bewijslast voor de evolutietheorie, wachtte ik al op dit boek. Tot nu toe combineerde ik zelf al het geloof in schepping en evolutie met elkaar (zie deze preek uit 2012 over Genesis 1; en over schepping en evolutie uit 2014). Ik merkte dat ik er soms raar op aan werd gekeken. Want vaak worden scheppingsgeloof en evolutietheorie met elkaar in tegenspraak geacht. Dat dat niet zo is, bewijst dit boek. Grondig en creatief combineert Van den Brink in dit boek orthodox-christelijk geloof en evolutie. Is dat mogelijk? Ja, dat is mogelijk. Het is heel knap dat de auteur laat zien de belangrijkste uitdagingen niet liggen in de scheppingsleer, maar in de hermeneutiek, theodicee, theologische antropologie en voorzienigheidsleer. Dit verbreedt de discussie en zet het ook in de juiste proporties.

De auteur doet dat ook op uiterst sympathieke wijze. Het debat over geloof en wetenschap tussen gelovigen en atheïsten – maar ook tussen gelovigen onderling – wil nog wel eens emotioneel gevoerd worden. Om bij voorbaat alle weerstand weg te nemen, gaat Van den Brink daarom uit van een puur hypothetisch standpunt: “Stel dat de evolutietheorie juist is, moeten wij dan bepaalde geloofswaarheden opgeven?” Zo kan iedereen met hem meelezen en -denken zonder zijn eigen positie onmiddellijk op te geven. Heel eerlijk en zorgvuldig is hij ook over zijn eigen huidige positie in 3 lagen die op elkaar verder bouwen:

  1. Deep time (de tijdschaal van miljoenen jaren): empirisch buitengewoon sterk (geologie, astronomie)
  2. Tree of life (gemeenschappelijke afstamming): gevestigde status en aannemelijk (fossielen, genetica)
  3. Survival of the fittest (natuurlijke selectie): serieuze wetenschappelijke discussie
    • NB. ‘fit’ is niet ‘de sterkste’, maar de ‘best aangepaste’, dus kan ook ‘meest sociale’ zijn…

Ik hoop dat in reacties vanuit orthodox-christelijke kring en dan vooral de ‘jongeaardecreationisten’ door zal klinken dat ze dit boek echt hebben gelezen en overwogen. Maar omdat een voor hen bepaalde geliefde manier van Bijbellezen ter discussie staat (‘letterlijk’ of ‘prima facie’) zal het moeilijk worden echt open te staan. Hierin ligt ook een beetje het tekort van dit boek, namelijk dat het geen goed alternatief biedt voor hoe we Genesis 1-3 dan wél moeten lezen. Dat kan Van den Brink niet aangerekend worden: hij is dogmaticus en geen bijbelwetenschapper. Het zou fijn zijn als er een orthodox-christelijke oudtestamenticus de handschoen op zou nemen en Genesis 1-11 uit zou leggen vanuit dit nieuwe evolutionair-creationistische wereldbeeld.

N.a.v. Gijsbert van den Brink, En de aarde bracht voor: Christelijk geloof en evolutie, Utrecht: Boekencentrum, 2017, 364 pag.

Jimmie en Eugene: Een verhaal over de waarde van één mens.

Normandy American Cemetery, te Colleville-sur-Mère, France.

De locatie van dit ereveld aan de Normandische kust is bekend uit de film Saving Private RyanOp 6 juni 1944 kwamen hier op Omaha Beach de U.S. 1st en 29th Infantry Division aan wal. Ze veroverden met veel moeite de kuststrook en het plateau van de huidige begraafplaats. Alleen hier al sneuvelden die dag tussen de twee- en drieduizend militairen.

Nu liggen hier 9387 Amerikaanse militairen in graven en staan nog eens 1557 namen gebeiteld in de muur van de Garden of the Missing. En dan te bedenken dat dit 1 van de 10 grote Amerikaanse erevelden in West-Europa is, terwijl ook nog eens ongeveer 172.000 stoffelijke overschotten overgebracht zijn naar de Verenigde Staten. Als je rondloopt en al die graven ziet, dan gaat het je duizelen. Het is teveel om te verwerken. Je kunt het niet bevatten. Dat heeft een positieve kant: er groeit ontzag, respect en afschuw. Aan de andere kant komt het niet echt binnen, omdat al die doden geen gezicht voor je hebben.

Het verhaal van Jimmie Waters Monteith jr.

Jimmie W Monteith 1944.jpgDaarom vertel ik hier het verhaal Jimmie. Je vindt hem in Plot I; Row 20; Grave 12. Op zijn grafsteen staat een gouden ster, wat inhoudt dat hij de Medal of Honor heeft ontvangen, de hoogste militaire onderscheiding in de U.S. voor uitzonderlijke moed. Hier in Normandie tussen al die duizenden is hij één van maar drie gedecoreerden. Wat heeft hij daarvoor gedaan?

Jimmie Monteith (1917) is afkomstig uit Virginia en studeerde werktuigbouwkunde voor hij dienst nam in oktober 1941. (Dus vóór de U.S. betrokken raakten in WOII, want de aanval op Pearl Harbor was 7 december van dat jaar). Toen hij klaar was met zijn basic training en aansluitend een officiersopleiding, werd hij in april ’43 ingezet in Algerije en vervolgens in juli ’43 bij de landing op Sicilië. Met de nodige gevechtservaring werd zijn eenheid in november ’43 naar Engeland gestuurd om zich voor te bereiden op de invasie van West-Europa. Op 6 juni ’44, als hij 26 jaar oud is, neemt hij deel aan D-Day, oftewel Operation Overlord . Een vertaling van de tekst bij zijn medaille:

Eerste luitenant Monteith landde met de eerste aanvalsgolven aan de kust van Frankrijk onder zwaar vijandelijk vuur. Zonder rekening te houden met zijn persoonlijke veiligheid, rende hij voortdurend op en neer op het strand om mannen te reorganiseren voor verdere aanval. Hij leidde vervolgens de aanval door een smalle geul en over het vlakke terrein naar de relatieve veiligheid van een klif. Hij keerde terug over het veld naar het strand naar twee tanks die geblokkeerd werden en blind waren door hevige vijandartillerie en mitrailleurvuur. Volledig blootgesteld aan het intense vuur leidde eerste luitenant Monteith de tanks te voet door een mijnenveld in goede vuurposities. Onder zijn leiding werden verscheidene vijandelijke standpunten vernietigd. Daarna ging hij weer naar zijn compagnie en onder zijn leiding namen zijn mannen een betere positie op de heuvel. Tijdens de verdediging van zijn nieuw gewonnen positie tegen herhaalde heftige tegenaanvallen, bleef hij zijn eigen persoonlijke veiligheid negeren, door de 200 of 300 meter open terrein onder zware vuur herhaaldelijk over te steken om de verbindingen te versterken. Toen de vijand erin slaagde om de eerste luitenant Monteith en zijn eenheid volledig te omsingelen, werd de eerste luitenant Monteith gedood door vijandelijk vuur. De moed, dapperheid en het onverschrokken leiderschap van Eerste luitenant Monteith is jaloersmakend.

Tot zover het verhaal van Jimmie. Mocht je meer over hem willen weten: hij heeft zelfs een eigen Wikipedia-pagina… Hij is daadwerkelijk als held gestorven. Hij heeft zijn medaille verdiend. Niemand zal hem vergeten.

Maar wie ligt er eigenlijk naast hem? Ook hij heeft zijn leven gegeven! Moet zijn verhaal ook niet verteld worden?

Het verhaal van Eugene Sharp (35389233)

Op graf Plot I, Row 20, Grave 11 staat de naam van Eugene Sharp. Verder staat er dat hij afkomstig is uit Ohio, de rang van soldaat had en deel uitmaakte van de 30th Infantry Division.  Met de overlijdensdatum, 26 juli 1944. Maar wat is het verhaal achter deze summiere gegevens? Met veel moeite vond ik in een krantenarchief op internet een berichtje uit de lokale krant van Massillon, Ohio, The Evening Indepent, gedateerd op 23 augustus 1944 (zie foto):

Wounds Fatal to Orrville Youth

Een telegram ontvangen door mrs. Elizabeth Thomasset Sharp of Orrville, eerder van Wooster, van het ministerie van oorlog, om haar te informeren dat haar echtgenoot, PFC Eugene Sharp gewond raakte in Frankrijk, is gevolgd door een tweede bericht dat PFC Sharp overleed op 26 juli. Het eerste bericht meldde dat hij diezelfde dag gewond raakte, dus hij leefde blijkbaar nog enkele uren, het tweede bericht meldt dat hij overleed aan de wonden die hij opliep tijdens actie.

PFC Sharp ging school aan Orrville High School in 1942, maar verliet die ook weer voor een baan in de industrie. Hij werkte bij Tyson Roller Bearing Corp. [kogellagerfabriek, TdR] at Massillon toen hij dienst nam op 29 juli 1942, 8 dagen na zijn 19e verjaardag [hij overleed dus 5 dagen na zijn 21e, TdR]. Hij ontving basic training in Fort Riley (Kan.) waarna hij overgeplaatst werd naar Camp Cook (Cal.), waar hij oefende met anti-tankmiddelen en geplaatst werd bij een luchtmobiele divisie in Fort Benning, (Ga.), waar hij oefende met glider-infanterie. Hij voltooide zijn opleiding in South Dakota en op Camp Mackail (N.C.), om overzee te gaan in juni naar Engeland. Hij kwam in Frankrijk op 12 juli. Naast zijn weduwe zijn zijn nabestaanden zijn ouders mr. en mrs. John Sharp en zijn twee zussen mrs. Mildred Bergan en mrs. Elizabeth Gesaman van Orrville.

Dramatisch zijn de details van dit bericht. Blijkbaar had deze 21-jarige jongen een jonge vrouw, die nu weduwe is, nadat ze enkele dagen of weken in vreselijke zorg moet hebben gezeten na dat eerste telegram. Daarnaast horen we dat zijn thuisfront in ieder geval bestond uit ouders en 2 zussen. Naar de impact van zijn dood en het verdriet hoeven we niet te raden. Een man, zoon, broer, missen slaat een gat in je leven. Of Eugene stierf als een held of niet, dat maakt dan helemaal niet uit.

Weten we meer over het sneuvelen van Eugene? De eenheid waar hij deel van uitmaakt, 119th Infantry Regiment (30th Infantry Division), komt op 22 februari ’44 in Engeland aan na 2 jaar training. Op 11 juni landden ze hier op Omaha Beach, bijna een week na D-Day. Dat was zeker geen mosterd na de maaltijd. De eerste week werd er nauwelijks voortgang geboekt in de uitbreiding van het gevormde bruggehoofd. Als op 7 juli Eugene de rivier de Vire oversteekt zijn de geallieerden in een maand dus maar 20km opgeschoten… Op 24 juli start daarom Operation Cobra bij St. Lô om definitief uit te breken uit het bruggehoofd. 30th ID vormde daarbij de speerpunt, het 119th IR lag aan het front. Het kaartje laat zien wat de positie van Eugene Sharp ongeveer moet zijn geweest (gele ster).

Het front bij St. Lo op 24-jul, waar Eugene sneuvelde (gele ster).

Eerst zou er intensief gebombardeerd worden op de Duitse stellingen door 3000 geallieerde vliegtuigen, maar door het slechte weer en de laaghangende bewolking werd de actie op het laatste moment afgeblazen.  Bommenwerpers die al in de lucht waren, konden echter niet worden teruggeroepen en daardoor voltrok zich een drama:

On the 24th the attack was to have been preceded by 80 minutes of air and artillery bombardment by 3,000 planes and 50 battalions of artillery. In spite of the overcast, the attack planes and bombers appeared and dropped a large number of bombs, some within our lines. About 30 minutes before H-Hour, the attack was cancelled by First Army. Our casualties were five killed, 28 wounded, and one missing, almost all due to the bombing.

Om de laatste twijfel over het lot van Eugene weg te nemen: op internet trof ik de opmerking aan van Eugene’s zwager Richard V. Tomassetti:

‘HE WAS WOUNDED ON JULY 24, 1944 BY FRIENDLY FIRE FROM OUR P-47 BOMBER AIRCRAFT. PRONOUNCED DEAD JULY 26, 1944 AT A FIELD HOSPITAL.’

Slot

De graven van Jimmie (r.) en Eugene (l.)

Wat een dramatisch verschil met Jimmie. Jimmie stierf op de stranden van Normandië als een held, Eugene stierf als gevolg van een vreselijk ongeluk. En hier liggen ze dan naast elkaar. Je ziet hier de twee gezichten van oorlog. Soms haalt oorlog het beste in je naar boven: moed, toewijding, veerkracht. Soms is het goed om een oorlog te voeren, is het de moeite en de offers waard, omdat je aan de goede kant staat, voor het goede vecht. Aan de andere kant is oorlog ook de hel, vallen er nodeloze en onschuldige slachtoffers, is oorlog vies en smerig. Beide kanten zul je onder ogen moeten zien.

En wiens leven en sterven was nu méér waard, dat van Jimmie of van Eugene? Niet méér of minder dan jouw leven!

Leeservaring: Den Admirant: Hij is niet ver

Het thema van Gods aan- of afwezigheid is een hot issue binnen en buiten de kerk. De auteur bedoelt ook op die vragen in te gaan. Maar door de opzet van het boek, waarin niet gestart wordt vanuit onze vragen, maar massief vanuit de openbaring en theologie, lijken juist die vragen niet echt serieus genomen te worden.
Natuurlijk kun je vanuit de Bijbel stellen dat God zich openbaart en van zich laat horen, theologisch is dat juist, maar het rare is dat dat voor moderne mensen nauwelijks nog geloofwaardig is. Als antwoord op de secularisatie en onze moeite met geloven wijst Den Admirant op de opwekkingsbewegingen van de 18e en 19e eeuw met de conclusie dat de Heilige Geest uiteindelijk degene is die onze geestelijke luiheid moet doorbreken. Ook dat is theologisch correct, maar geeft geen dieper inzicht in waar onze geestelijke luiheid in onze postmoderne tijd nu eigenlijk vandaan komt. Het boek spoort aan om Gods aanwezigheid te zoeken in kerkdienst, gebed en bijbellezen, en dat is te prijzen, maar als niet een spa dieper gekeken wordt naar de oorzaken van het betekenisverlies (zie: Wisse – Zo zou je kunnen geloven) van juist die traditionele heilsmiddelen, helpt dit niet veel verder.
Omdat er commentaar kwam op de eerste druk, heeft de auteur in deze tweede druk een hoofdstuk toegevoegd waarin hij meer ingaat op het gevoel van de afwezigheid van God. Echter, dit is meer een pastoraal hoofdstuk, dan een theologische verdieping. Daarvoor kun je beter terecht bij Plaisier – Overvloed en overgave.
De indeling van het boek in ultrakorte hoofdstukjes en kleine verdiepingen maakt dat je er niet echt lekker in komt en dat geen enkel thema echt de ruimte krijgt die het nodig heeft. De schrijfstijl is verder wel erg afstandelijk en prekerig. De tweede ster krijgt de auteur van mij dan ook alleen cadeau omdat ik wel zijn positieve intentie proef om met deze thema’s bezig te zijn, en zijn verlangen naar meer aanwezigheid van God.

Transpiratie en inspiratie

Pinksterbezinningsmoment voor militairen te velde in Normandië.

  1. Koffie en cake

Muziek: Simon & Garfunkel – The Sound of Silence

  1. Welkom

Goed dat jullie hier zijn. Ik wens jullie in Gods naam een mooie dienst. Ik steek de kaars aan als symbool van de stille kracht van het licht, van al het goede, het ware, het mooie in ons leven. Voor mij als gelovige bij uitstek daarom ook symbool van de aanwezigheid van Jezus Christus.

  1. Binnenkomer

Afbeeldingsresultaat voor army chaplain 1944De foto hierbij is genomen op de stranden van Normandië in juni 1944. Na de transpiratie van de landing en de vorming van het bruggehoofd moest er bevoorraad worden. Niet alleen met eten, munitie en andere zaken, maar ook met spiritueel voedsel, inspiratie. Deze aalmoezenier deelt de eucharistie uit. Want niet alleen je lichaam moet herstellen na inspanning, je geest heeft ook iets nodig: troost vanwege gevallen kameraden, moed om door te vechten, hoop op de overwinning die allerminst zeker is. Zo zijn ook wij hier bij elkaar om inspiratie op te doen. Zodat we weer op kunnen staan of onze mond open kunnen doen.

     4. Muziek Janne Schra – Speak Up

Don’t hide your mouth behind your hand

Say it now, you’re allowed, I’m waiting

Don’t pretend you know it all, I’m waiting

Don’t be scared to fall

  1. Kaarsjes

Muziek: Salvador Sobral – Amar pelos Dois

‘Ik weet dat je niet in je eentje van elkaar kan houden’

  1. Bijbelverhaal Handelingen 2:1-13 (Bijbel in Gewone Taal)

‘Toen het Joodse Pinksterfeest begon, waren alle gelovigen bij elkaar in een huis. Opeens kwam er uit de hemel een vreemd geluid. Het klonk alsof het hard begon te waaien. Het was overal in het huis te horen. Ook zagen de gelovigen iets dat op vuur leek. Dat vuur verdeelde zich in vlammen, en op iedereen kwam een vlam neer. Zo kwam de heilige Geest in alle gelovigen. Daardoor begonnen ze te spreken in vreemde talen.

Op dat moment waren er in Jeruzalem veel Joden uit alle delen van de wereld. Ze waren gekomen om het Pinksterfeest te vieren. Toen het geluid uit de hemel klonk, kwamen ze er allemaal op af. Ze begrepen er niets van. Want iedereen hoorde de gelovigen spreken in zijn eigen taal. Iedereen was erg verbaasd en zei: ‘De mensen die daar praten, komen allemaal uit Galilea. Hoe kan het dan dat we ze allemaal horen spreken in onze eigen taal? Wij komen allemaal ergens anders vandaan….’

De mensen snapten er helemaal niets van, en ze wisten niet wat ze ervan moesten denken. Ze vroegen aan elkaar: ‘Wat betekent dit toch allemaal?’ Maar anderen lachten om de gelovigen en zeigen: ‘Die mensen zijn gewoon dronken!’’

  1. Mijmering Transpiratie en inspiratie

Als infanteristen vertrouwen we op onze fysieke kracht. De groepen hebben dat karakter getoond afgelopen dagen in Strong Fusilier. En we denken hier natuurlijk terug aan de enorme krachtsinspanning van de lui die hier op D-Day zijn geland. Dat was niet misselijk. Toch is fysieke kracht niet alles. Met transpiratie alleen redt je het niet. Je hebt ook inspiratie nodig: mentale kracht. Maar ook die mentale kracht is niet onuitputtelijk. Het zou fijn zijn als je in zou kunnen pluggen op een soort mega-batterij zodat je nooit kracht te kort komt.

Vandaag is het Pinksteren, een feest dat daarover gaat. Pinksteren is één van de grote christelijke feesten, waarvan we gelezen hebben in de Bijbel. Even kort: Nadat Jezus gestorven was aan het kruis (Goede Vrijdag) is Hij opgestaan uit de dood (Pasen), meerdere keren verschenen aan zijn leerlingen, maar uiteindelijk definitief naar God de Vader gegaan (Hemelvaartsdag). Dat betekende dat de club van gelovigen in Jeruzalem een beetje beteuterd achterbleven: wat moesten ze nu? Ze hadden gedacht dat Jezus de wereld zou veranderen in een paradijs, maar nu is Hij weg… Dan op het Pinksterfeest zijn ze dus in Jeruzalem bij elkaar en ontvangen ze de Heilige Geest. Dat betekent dat God zelf ín hen kwam, hen van binnen veranderde, bekrachtigde, herschiep.

Wat hebben jij en ik hier nu aan? Het idee van Pinksteren, van deze uitstorting van de Heilige Geest, is dat deze krachtbron, dit lijntje met God voor iedereen beschikbaar is. In de Bijbel lees je van vóór de tijd van Jezus dat alleen bijzondere mensen een lijntje met God konden hebben. Alleen koningen, profeten, priesters. Hier wordt dat doorbroken. Een soort democratisering van het geloof. Nu hebben niet meer alleen de BC’n of de CC’n verbinding met de grote Romeo, maar iedereen. Voor God is iedereen gelijk. Dat zit ook achter dat talenwonder in dit gedeelte: God spreekt nu ieders persoonlijke taal.

Misschien zeg je: mooi idee, maar ik heb geen behoefte aan een speciaal lijntje met God. Ik zou zeggen: misschien niet in die woorden. Misschien is dat niet de taal die je van huis uit hebt meegekregen. Het woord ‘God’ zegt je misschien niet zoveel. Het is de taal die ik als dominee wel spreek in de kerk. We zitten soms zo vast in onze gewoonten, we hebben soms zo oogkleppen op (zoals die lui die suggereren dat de volgelingen van Jezus dronken zijn…), dat we geen verandermogelijkheden zien. Toch hebben we allemaal wel de ervaring dat er wonderen gebeuren in deze wereld, dat het leven een wonder is, dat we soms boven onszelf uitgetild worden, dat er soms dingen gebeuren die “toevallig” perfect zijn, dat er liefde in je leven komt. Waar het dan vandaan komt? Soms van de woorden van je maten, van thuis, of dit moment van bezinning, maar je vat weer moed, je ziet het weer zitten, je zet die stap waar je zolang tegen aan hikte, je spreekt de woorden die gesproken moeten worden. Hoe jij die inspiratie noemt, maakt mij niet uit. Ik noem het ‘Heilige Geest’.

Pinksteren is het feest waarop gezegd wordt, wat er gezegd moet worden, verstaanbaar voor ieder. Daarin zit ook iets van een wensdroom, van een toekomstvisie: openheid en eerlijkheid, de ruimte en vrijheid van meningsuiting. Zo is de wereld nog niet. Maar laat het jou er niet van weerhouden alvast zó te leven.

  1. Muziek Stef Bos – Lied van Petrus: Vlees en bloed

Ik heb mijn huis en mijn haard verlaten

Wie ik liefhad nog één keer gekust

De veilige haven verlaten

En ik wist ik kom hier nooit meer terug

Want beter een  oorlog

Dan gewapende vrede

Beter opzoek gaan

Dan altijd gewacht

Beter gevallen

Dan nooit gesprongen

En beter de liefde verloren

Dan nooit liefgehad

  1. Gebed (Onze Vader)
  1. Muziek Ramses Shaffy – Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
  1. Zegen

Laten Gods vrede en de rust van dit moment je lang bij mogen blijven.

Ruïne of bouwplaats?

Preek over Haggai 2,1b-10 gehouden op de 2e zondag na Pasen.

Afbeeldingsresultaat voor second temple haggai

Ruin or Work in progress?

Gemeente van Jezus Christus,

1. Generatiekloof

Heb je dat ook wel eens gehad? Dat je kleren kapot waren? Of je schoenen? Een gat op in je broek, een versleten zool. Misschien ook gewoon te klein geworden. Want jullie groeien zo hard! Jou maakt het niet zoveel uit, je vindt met misschien wel prima: nu heb je nieuwe kleren nodig, nieuwe schoenen. Altijd leuk om weer iets nieuws aan te hebben! Die oude was je eerlijk gezegd ook wel een beetje zat. Papa en mama denken daar vast anders over: die vinden het zonde van die schoenen, die hadden best wel wat gekost. Nieuwe schoenen moeten ook betaald worden…

Jullie zien allebei hetzelfde: versleten kleding, een kapotte schoen, maar je kijkt er heel anders tegenaan: verdrietig of … blij.

Zo was het ook in de tijd van Haggai. Toen het volk Israel terugkwam uit de ballingschap in Babel en terugkwamen in Jeruzalem, lag daar alles in puin. Alles stuk. Muren, huizen en de tempel. Dat laatste vond men wel het ergst, maar men kon de moed niet opbrengen aan de herbouw te beginnen. Want waar moet je beginnen? 18 jaar lang laat men het maar zo. Maar dan, in het jaar 520 voor Christus, op 29 augustus (alle profetien in dit boek zijn exact gedateerd!), is daar in één keer Haggai, een profeet.

Iemand met een boodschap van God, die zegt: ‘en nu, nu, is het toch echt de hoogste tijd om aan de slag te gaan met die tempel: dit kan toch zo niet! Je hebt allemaal wel je eigen huis gebouwt, je eigen zaakjes voor elkaar, maar daar rust geen zegen op, zolang je niet aan het huis van God begint te bouwen. Want zeg nou zelf: Als je overal in je leven aandacht aan besteed, behalve aan God, dan blijft het leeg en zinloos…’

Over Haggai zelf weten we niets, maar wel dat zijn boodschap doel trof: men begint te bouwen aan de tempel. Zo staat er in hoofdstuk 1 van Haggai. Maar dan komt hoofdstuk 2. (In de hoofdstukken 1-6 van Ezra kun over deze geschiedenis trouwens meer lezen.) En dat is een heel ander verhaal. Na 7 weken komt de bouw stil te liggen, lijkt het. 29-aug begon de bouw, op 17-okt, 7 weken later, spreekt Haggai opnieuw. Waarom? De jongeren zijn wel blij, maar de oude mensen staan erbij te janken. Vers 4:

Wie is er onder u overgebleven die dit huis gezien heeft in zijn eerste heerlijkheid? En hoe ziet u het nu? Is het niet als niets in uw ogen?

In Ezra 3 kun je nalezen hoe de jongeren staan te juichen als het fundament gelegd is, een nieuw huis voor God! Geweldig! Maar de ouderen vergelijken dit nieuwe gebouw met het oude, met de prachtige tempel van Salomo, die hier eerst stond. Het is niets! roepen ze. Dit wordt niks! Het is dan 67 jaar geleden dat die tempel verwoest is. Deze ouderen moeten dan ook 70+ en 80+ zijn om zich daar nog iets van te herinneren.

Nu zou je kunnen denken: Die oude mensen ook altijd, met hun ‘vroeger was alles beter’, die staan altijd op de rem, daar moet je niet bij stilstaan. Hun herinnering van 70 jaar terug is ook erg gekleurd. Als uzelf oud bent, dan kent u dat misschien wel: Ergens hem je heimwee naar de wereld van je jeugd. Naar je geliefden van toen, het huis waar je opgroeide, het eenvoudige leven, de winkeltjes en gezelligheid in het dorp, het spelen op straat. Maar dan zullen we het niet hebben over het eentonige menu, de slechte gezondheidszorg, het ontbreken van wasmachines, cv-ketels en auto’s. Sommige dingen waren vroeger zeker beter, maar niet alles…

2. Hoe kan dit nu? – Voelen wij ook de spanning?

Voor jongeren is het toch goed naar de ouderen te luisteren, want deze ouderen in Jeruzalem hebben toch wel een punt. Het gaat hier niet zomaar om een generatiekloof. De bouw van deze tempel stelt echt niet zoveel voor. En dat is iets anders dan God had beloofd, dan waar ze als gelovigen op vertrouwden en naar uitkeken.

De profeet Ezechiël had in de tijd van de ballingschap geprofeteerd over de terugkeer van het volk Israël naar hun eigen land en hoe dan een geweldige tijd aan zou breken, een geweldige nieuwe tempel gebouwd zou worden. Veel mooier en groter dan de oude van Salomo! Werkelijk een wereldwonder! Je leest het hele bouwplan in Ezechiel 40-43. En Ezechiël was niet de enige, ook Jeremia en Jesaja konden er wat van. Met andere woorden: De mensen die terugkeerden uit de ballingschap verwachten een nieuwe tijd, iets wat in ieder geval beter, mooier, grootser, heerlijker zou zijn dan voorheen. Echt een diepgaande verandering.

Iets daarvan proef je na Pasen ook bij de discipelen van Jezus. Ze vragen in Handelingen 1 aan Hem: ‘Heere, zult U in deze tijd voor Israël het Koninkrijk weer herstellen?’ Nu Jezus uit de dood is opgestaan, nu vang het nieuwe leven aan. Zo zongen we ook aan het begin van de dienst.  ‘Een leven door zijn dood bereid, een leven in zijn heerlijkheid.’

Ziet u, het was niet enkel een kwestie van wat stenen met die tempel.

Van iets dat stuk was, en dat gerepareerd moet worden. Waarmee de ouderen verdrietig zijn en de jongeren blij. Het gaat veel dieper. Misschien voelen wij die spanning ook wel. Ik wel. Eigenlijk altijd als ik hier kom, vallen mijn ogen op de grafstenen rond de kerk. We vieren de opstandingsdag van Jezus, de zondag, de dag dat het leven het wint van de dood, op een kerkhof. En dat zijn geen 2000 jaar oude graven, van vóór Pasen, maar dat zijn ook graven van kort geleden. ‘Nu jaagt de dood geen angst meer aan’, zongen we. O nee?

En dat bepaalt ons bij de hele diepe vraag: Is het er sinds Pasen nu echt beter op geworden in de wereld? En in mijn eigen leven? Pasen 2000 jaar geleden, maar ook Pasen 2 weken geleden. Wat valt er te merken van die opstandingskracht van Jezus Christus? Wat valt er van te zien? De ouderen in de tijd van Haggaï zien er niets van. Het is ‘als niets in hun ogen’, die nieuwe tempel. De jongeren zijn enthousiast, maar ja, die zijn altijd enthousiast, die hebben nog geen vergelijkingsmateriaal, geen levenswijsheid. Het is niet zo, dat als je maar lekker aan het metselen gaat, dan dat alles vanzelf goed komt.

De ouderen kijken niet alleen terug, ze verlangen naar meer. De dag van deze profetie, de 21e dag van de 7e maand, is de laatste dag van het Loofhuttenfeest, het is het oogstfeest in het najaar, het feest van de overvloed, het feest van de uittocht uit Egypte, van het begin in een nieuw land, vloeiend van melk en honing, maar in dit 2e jaar van Darius, is het een jaar van economische en politieke crisis, weten we uit buitenbijbelse bronnen.

Momenteel moeten we het in de wereld doen met leiders als Poetin, Trump, Erdogan, Xi en dergelijke. Spanningen lopen wereldwijd op rond Syrie, Noord-Korea, Rusland. Het klimaatverdrag van Parijs lijkt alweer vergeten te zijn. (huh, klimaatverdrag van Parijs, wat is dat? Precies). Europese landen, de NAVO, China, verhogen hun defensiebudgetten en verlagen hun ontwikkelingswerk. De grootste humanitaire crisis ooit dreigt momenteel in Afrika en Jemen waar dagelijks duizenden kinderen sterven van de honger. De vluchtelingen verdrinken nog steeds in de Middellandse Zee.

Je wilde dat het een keer anders kon.

3. De HEERE is er weer – Onbevreesd: het gaat om Hem!

Niet zomaar nieuwe schoenen als de oude versleten zijn. Dat is gewoon doorgaan op dezelfde weg met ups en downs. Doormodderen. Ook nieuwe schoenen verslijten immers weer. Hoe blij je kan zijn met je nieuwe auto, die eerste kras of deuk komt veel te snel! Ze verlangen naar meer in de tijd van Haggai. En ik hoop dat u dat verlangen ook deelt. Niet meer van hetzelfde in de wereld, in je leven, maar meer van God.

Vandaar de fantastische bemoediging die Haggai toen en nu mag geven, die die kern helemaal raakt, de kern van onze ziel, vers 5:

‘Nu dan, wees sterk, Zerubbabel, spreekt de HEERE, wees sterk, Jozua, zoon van Jozadak, hogepriester, en wees sterk, heel de bevolking van het land, spreekt de HEERE. Werk door, want Ik ben met u, spreekt de HEERE van de legermachten.’

Zerubbabel is de joodse gouverneur van Judea namens de Perzen op dat moment, de burgemeester van Jeruzalem, zoiets. En Jozua is de hogepriester, de paus van het Jodendom, zoiets. En heel het volk, een ‘rest’ wordt het in vers 3 genoemd, qua aantallen niet echt groot.

Ik ben met u. God is bij jullie, Zerubbabel, Jozua, heel het volk. Spreekt de HEERE. Spreekt de HEERE. Spreekt de HEERE. Driemaal herhaalt Haggai het. Om te benadrukken: dit zijn niet mijn woorden, dit is echt. Dit is Gods woord: God Zelf is met jullie. Ik ben met u.

Wees sterk: dat is niet lichamelijk bedoelt. Ze hadden echt wel de kracht om die stenen van de tempel op te tillen en te metselen tot een mooi gebouw. Uiteindelijk zal deze 2e tempel ook groter worden dan die van Salomo was. Nee, wees sterk: dat gaat over de innerlijke kracht, over moed, geloof, vertrouwen. Om verder te kijken dan die stenen. Om te zien waar het echt op aan komt.

‘Ik ben met u’. Dat betekent: Ik sta aan jullie kant. Ik help jullie. Ik zorg voor jullie. Ik zorg dat jullie krijgen wat jullie nodig hebben. Ik zorg dat er iets van terecht komt. Sterker nog: In de allerdiepste betekenis ís het project van die tempelbouw al geslaagd, want God is er al. En daar gaat het toch om bij een tempel. Een huis van God. Hij komt niet pas als de tempel af is, maar is nu al present.

In vers 6 wordt verwezen naar de Geest van God die er al was toen Israël uit Egypte trok. God was daar in een wolk- en vuurkolom. Hij kwam niet pas toen de tabernakel er stond, of later de tempel in Jeruzalem, maar Hij was er vanaf het begin al bij. Daar moeten we het van hebben. Daarom hoeven de ouderen toch niet verdrietig te zijn. Daarom hoeven we niet bang te zijn.

‘Wees niet bevreesd.’ ‘Ik ben met u.’

Het is niet toevallig, denk ik, dat Mattheus als laatste woorden van Jezus optekent aan het einde van zijn evangelie: ‘Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld.’

In alles is dat ons houvast. Dat kan alleen dankzij Goede Vrijdag en Pasen. In de tijd van Haggai lag de periode van Gods oordeel en toorn en afwezigheid achter hen. De straf was geweest, een nieuwe periode van genade en Gods nabijheid brak aan. Dat is het diepste en mooiste om te weten en te geloven. Dat u en ik ook in zo’n tijd mogen leven. Pasen is het bewijs dat Jezus leeft, maar bovenal dat de straf gedragen is, mijn zonden verzoend, dat God weer bij mij kan zijn, bij jou, bij u. Dat Hij niet bij u komt met straf en oordeel, maar met Zijn liefde, met Zijn hulp.

Al heeft je leven soms wel wat weg van een ruïne, al zijn er nog genoeg ruïnes in de wereld (kijk maar eens op YouTube naar beelden van Aleppo), God voelt zich niet te goed om in die ruïnes te komen wonen. Zo spreekt Paulus over het werk van God in zijn leven, zo lazen we in 2 Korinthe 4-5. God ontleent niet zijn heerlijkheid aan de pracht en praal van ons leven en werk, wij ontlenen de heerlijkheid aan Zijn leven, Zijn werk, Zijn aanwezigheid. De tempel in Jeruzalem is maar steen en hout en goud en zilver, waardeloos, in zichzelf, maar is waardevol omdat God er is. Ons leven is waardeloos in zichzelf, maar ontzettend waardevol omdat God bij je wil zijn. Dán krijgt het leven glans. Glans zoals nooit tevoren.

4. Geen zilver en goud, maar wel vrede

Met God is immers alles mogelijk. Als Hij de Levende bij je is, dan verslijten zelfs je schoenen niet. Dat staat in Deuteronomium 29:5. Aan het einde van 40 jaar in de woestijn, merkt Mozes op dat ‘uw kleren zijn bij u niet versleten, en uw schoenen zijn niet versleten aan uw voeten.’ Alles is dan mogelijk, als de HEERE bij je is. Wordt alles dan een succesverhaal? Wordt die nieuwe tempel een pronkpaleis? De verzen 7-10 lijken daar wel op te duiden.

Net als andere profeten spreekt Haggaï erover dat in de nabije toekomst alle volken ter wereld zullen ‘beven’ en zullen komen naar Jeruzalem met hun schatten, zilver en goud. En ‘de heerlijkheid van dit toekomstige huis zal groter zijn dan die van het eerste’ (vers 10).

Nu was dat iets wat Haggai deels al zag gebeuren: de heidense koning Cyrus had de Joden toestemming gegeven om terug te keren naar Jeruzalem en de tempel te herbouwen. Cyrus had daarbij al de kostbaarheden van de oude tempel, de gouden en zilveren schalen, bekers en offergerei teruggegeven. Koning Darius financierde de bouwmaterialen, het hout van de Libanon, later aangevuld door koning Arthasasta. In de ogen van Haggai en zijn tijdgenoten regelrechte wonderen en bewijs van Gods macht en zegen dat heidense koningen dit deden. Zo concreet werd het gewoon!

Haggai’s woorden hadden dan ook effect: Nu hij de gebeurtenissen van zijn tijd zó duidt, nu ziet het volk het ook. Ze vatten moed en bouwen door. Het hele boekje Haggai beslaat een periode van 4 maanden. Een scharniermoment in het bestaan van het volk Israël, een kantelpunt. De volgende 600 jaar zal deze 2e tempel er staan als centrum van het Jodendom, als centrum van de wereld, als woonplaats van God, als bewijs van Gods verbond en trouw en liefde.

Dat succes zat niet in het vele goud en zilver. Vers 9 luidt ‘Van Mij is het zilver en van Mij is het goud’. Dat kan claimend klinken: ieder moet z’n geld en goed aan Mij afstaan, ter meerdere eer en glorie van Mijn huis. Toch was dát niet de bedoeling. Elders in het OT worden dergelijke dingen gezegd om het geloof in de de wereldheerschappij en soevereiniteit van de HEERE te benadrukken. God is per definitie Heer over alles en iedereen. We hebben daarom sowieso alles te leen, ons huis, ons leven, onze tijd, we ontvangen het van God in beheer. God heeft overal recht op, maar laat dat recht niet altijd gelden. Hij stelt niet per se prijs op tempels of kerken die met goud overtrokken zijn, de hele wereld is immers al van Hem.

Waarin zit dan toch die ‘grotere heerlijkheid’ van de nieuwe tempel die Haggai voor ogen krijgt? ‘In deze plaats zal ik vrede geven.’

Het is niet dat dat huis er niet toe doet. Goud en zilver zijn prachtig en nodig. Het Jodendom kon niet zonder tempel. Wij kunnen niet zonder kerk. Niet zonder het gebouw. Niet zonder de gemeenschap. De dienst aan God moet vaste vorm aannemen. In woorden, in zang, in rituelen. In onze levensstijl. In catechisatie en kring. Er moet diaconie zijn en kerkrentmeesters. We moeten allemaal daaraan onze steentje bijdragen, zoals ook Zerubbabel en Jozua en de rest van het volk heel letterlijk met stenen moesten sjouwen. Dat doet er allemaal toe bij God. Omdat het middelen zijn die God gebruikt.

Omdat God op die manier ons vrede kan geven. De tempel is niet alleen een plek waar we allemaal onze offers voor moeten brengen. Het geloof in God is niet alleen veeleisend, dat is het soms ook. Maar het is vooral een plaats van uitdeling. Van vrede. Voor iedereen. Voor die hooggeplaatsten, Zerubbabel en Jozua, maar ook voor de eenvoudige plattelanders én voor de heidenvolken. Uitdeelplaats van vrede. Dat is pas heerlijkheid.

Ik geef jou vrede, zegt God, vandaag ook tegen u en jou. Nieuwe kleren en nieuwe schoenen, ook heel belangrijk. Die krijg je wel van je ouders. Of van de diaconie. Belangrijk! Maar ik heb ook iets voor jullie: Vrede.

Dat is méér dan de afwezigheid van oorlog en ruzie. Het is een soort compleet pakket. Dat het goed is. Goed tussen God en jou.

En dat daarom het leven goed is, zoals het is. Tevreden. En dat het met de wereld de goede kant op gaat. Als een olievlek breidt het zich uit via de tempel in Jeruzalem, naar Jezus Christus, naar de kerk wereldwijd, overal waar de Geest werkt, waar God is. Dat is heerlijk. Zo in de wereld kunnen staan, zo kunnen leven! Dat is wat God je geeft.

5. Aan de slag met het oog op de toekomst

‘Werk door’, zegt Haggai namens God, vers 5. ‘Aan de slag nu!’

Mooi, vindt u niet? Voor ons als doeners. Na Pasen is niet alles af en klaar. Er valt nog genoeg te doen. Te bouwen aan de tempel, in het Nieuwe Testament beeld voor de gemeente van Christus, voor het samen leven met God. Er valt nog genoeg te zorgen voor elkaar. Te zorgen voor de wereld. Toen Jezus riep aan het kruis ‘Het is volbracht.!’ betekende dat niet dat wij nu bij de pakken neer mogen zitten, maar zoals je moeder roept: ‘Het eten is klaar!’ Dan begint het pas.

De ouderen hebben gelijk met hun verdriet, want ze verlangen naar meer, naar de vervulling van Gods beloften. Haggai leert hen en ons zien vanmorgen dat we daarvoor niet moeten kijken naar stenen of goud en zilver, maar naar de Levende God, Jezus Christus, die ons bijstaat en ons vrede biedt. De jongeren leert Haggai zo zien dat ze niet hoeven te bouwen alsof hun leven ervan afhangt, dat het niet aankomt op hun prestatie, maar dat God gewoonweg Zijn vrede biedt. Dat daarin de heerlijkheid van het leven gelegen is.

Samen mogen wij zo leven. Met het oog op de toekomst. Terwijl we doen wat er gedaan moet worden in Gods naam.

Amen