Komt Hij op tijd? (Advent met psalm 102)

Preek over Psalm 102, gehouden in een doopdienst in Everdingen.

Gemeente van Jezus Christus,

Als iemand de baas is in ons leven, dan is het wel de klok. Dat begint ’s morgens vroeg, zelfs op zondag met ‘opstaan, het is tijd, we moeten zo naar de kerk!’ En dat gaat door tot je ’s avonds te horen krijgt: ‘Kijk eens op klok! Het is bedtijd.’ Voor de ouderen onder ons die niet meer in het drukke gezinsleven of werkzame leven staan is dat gelukkig wel minder, maar over het algemeen staat de agenda van ons leven aardig volgepland, tot op het uur en soms de minuut nauwkeurig. Iemand die zich niet aan de tijd houdt, die kan op onze afkeuring rekenen. Te laat komScreenClipen op afspraken, terwijl iedereen al zit te wachten. Te laat komen op school, dat kan je op nablijven komen te staan of strafwerk. Wij houden niet van wachten. Als iemand de baas is in ons leven, dan is het wel de klok. Dat is helder, duidelijk, en het geeft zekerheid.

Daarom zou het ook handig zijn als met God ook zulke duidelijke afspraken te maken waren, op tijd. Waar en wanneer Hij iets van zich zou laten horen. Want dat is voor ons mensen het allerlastigste: in het verleden heeft God wel van zich laten horen, dat horen we uit de Bijbel, daarin lezen we dat God af en toe hardhandig in heeft gegrepen in de wereld, in de geschiedenis van het volk Israël. Maar daar zit een grote onregelmatigheid en onvoorspelbaarheid in. God heeft een verbond gesloten met het volk Israël dat Hij voor hen zou zorgen, maar ze zijn vergeten om heldere afspraken te maken over wannéér dat zou moeten zijn. Komt God op tijd? Dat is de vraag. Komt God op tijd? Kun je van God verwachten dat Hij er zal zijn als dat nodig is? Op het juiste moment. Dat Hij zal ingrijpen als de nood het hoogst is, als de tijd het vraagt.

Psalm 102 lijkt dat wel te zeggen, in vers 14 lezen we: ‘U zult opstaan, U zult zich ontfermen over Sion, want de tijd om haar genadig te zijn, want de vastgestelde tijd is gekomen.’ De dichter van de psalm gaat ervan uit dat God zal opstaan, zegt hij. Dat is beeldtaal die voortkomt uit het idee dat God in de hemel op Zijn troon zit, maar dan zal opstaan, dus in actie zal komen. En wat doet God dan, wel, ‘zich ontfermen over Sion’. Sion, dat is een andere naam voor de stad Jeruzalem. ‘Want de tijd om haar genadig te zijn is gekomen’. Genadig zijn, dat houdt hier in: te hulp schieten. In het Oude Oosten was ‘genade’ iets wat zich afspeelde tussen de koning en zijn onderdanen. De onderdanen beloofden een koning te dienen en gehoorzaam te zijn, als een koning op het moment als dat nodig was, zijn onderdanen zou beschermen en te hulp zou schieten met zijn leger of rechtspraak. Zo’n afspraak tussen koning en onderdanen noem je een verbond.

Nu, zo’n verbond is er ook tussen God en Sion, of breder: tussen God en het volk Israël. En waarom zegt de dichter dat de tijd voor God om genadig te zijn, om in actie te komen, gekomen is? Dat lees je in vers 15: ‘Want uw dienaren zijn haar stenen goedgezind en hebben medelijden met haar gruis’. Van Sion, de stad Jeruzalem, is alleen nog sprake als ‘stenen’ en ‘gruis’. Dat betekent niet veel goeds. Deze psalm komt blijkbaar uit de tijd dat Jeruzalem in puin ligt. Zo kun je dat wel zeggen. In puin.

En dan komt bij mij en misschien bij u ook wel de vraag op: Is God dan al niet veel te laat? Als die stad in puin ligt, dan is er toch iets goed misgegaan? God is in ieder geval niet op tijd gekomen om dát te voorkomen. Dat verbond met God dat bestaat wel uit harde afspraken, maar er is niets afgesproken over de tijd. Dat is lastig. Vorige week hoorden we ook in de preek over de vraag ‘Wanneer zult U tot mij komen?’ Wanneer komt God nu eens? Dat vroegen de mensen zich in het Oude Testament af, maar in het Nieuwe Testament net zo goed, waar Jezus ons zegt dat niemand weet wanneer de wederkomst zal zijn, dan alleen Zijn Vader in de hemel.

Dus: komt God op tijd? Nee, God komt niet op tijd. Want de klok mag dan de baas zijn over ons, maar de klok is niet de baas over God. God is de baas over de tijd. En dat betekent dus voor u en mij een grote onzekerheid. Je weet nooit wanneer je iets van God kunt verwachten. Dat geldt heel simpel ook voor de kerkdienst vanmorgen. We mogen geloven dat God vandaag hier is met Zijn Geest, maar of u daar vandaag wat van merkt in uw hart. Of de preek u vandaag aanspreekt. Ja, daar hebben we geen afspraak met God over gemaakt. Wij hebben niet in Gods agenda kunnen schrijven: Op 11 december om 10 over 10 toont U zich op bijzondere manier aan de gemeente in Everdingen.

Zo werkt het ook niet als je stille tijd houdt. Als je voor jezelf een moment neemt om te bidden en uit de Bijbel te lezen. Dan wil het niet zeggen, dat God als het ware op afroep dan óók laat merken aanwezig te zijn. Nee, God komt niet op ónze tijd. God laat ons meestal wachten. En langer dan ons lief is. God komt op tijd? Nee, God komt helemaal niet ‘op tijd’.

Dat zie je dus ook wel in deze psalm. Sion ligt in puin. God heeft niet, toen het er op aan kwam, die stad gered, en ingegrepen op het moment dat het nodig was! En dat horen we ook uit de mond van de dichter zelf. Niet alleen de stad Sion ligt in puin, de dichter zelf ook, in vers 4 zegt hij: ‘Mijn dagen zijn als rook vervlogen, mijn beenderen zijn uitgebrand als een haard.’ Dat zijn woorden die passen bij ziekte en een naderend levenseinde. Over zichzelf heeft de dichter in deze psalm alleen maar te klagen. Hij gaat sterven.

Een deadline. In onze maatschappij kom je nogal wat deadlines tegen. Misschien u ook wel op uw werk en op school kunnen ze er ook wat van. Dan en dan moet het project af zijn, dan moet je je werkstuk inleveren. Een uiterste datum, dat is een deadline. Daarna kan het niet meer, dan is het te laat. Dat is letterlijk ook ‘deadline’, ‘doodslijn’. De dood is een uiterste grens. Dan is het definitief te laat.

De vraag is nu: Oke, met God zijn geen afspraken te maken over het tijdstip van Zijn ingrijpen en handelen. Dat weten we, en dat snappen we. Maar God zal zich toch wel zeker aan deadlines houden? God zal toch zeker wel ingrijpen voor het definitief te laat is? Dat hopen wij wel tenminste. Als je ziek bent, dan bidt je om genezing. Als je iets moeilijks moet doen, dan vraag je om Gods hulp. Als je problemen hebt, dan vraag je God om een oplossing. Je mag toch wel verwachten dat God dat dan ook doet als jij dat écht nodig hebt!? Dat God je op cruciale momenten niet in de steek laat?

Het rare van deze psalm is, dat daarin iets anders gezegd wordt. De dichter geeft zich eigenlijk over. ‘Mijn dagen zijn voorbij’, zegt hij. Daar berust ik in. Ik verwacht juist níet dat God vandaag of morgen nog in zal grijpen. Hij bidt ook niet meer voor zichzelf. Mijn dagen zijn geteld. Nee, wat hem het meeste bezig houdt, dat is de toekomst. Hoe het nu verder moet met volgende generaties, met de stad Sion. Hij heeft het er wel over dat God op tijd zal komen, op de vastgestelde tijd zelfs, maar niet om hemzelf genadig te zijn, maar om zich over Sion te ontfermen.

Daar valt voor ons veel van te leren. Want maar al te vaak verwachten wij toch een beetje dat God op één of andere wonderlijke manier een wending brengt in onze persoonlijke problemen die wij Hem voorleggen. Wij verwachten half en half toch de verhoring van onze gebeden om Zijn persoonlijke, bovennatuurlijke ingrijpen. Wij verwachten min of meer dat God wonderen zal doen als u in het leven stukloopt. Maar als we eerlijk zijn: God houdt zich niet aan die deadlines. De meeste zieke mensen bidden om genezing, maar sterven toch.

Zo wordt in de Bijbel gesproken over Gods voorzienigheid: Dat is een algemene voorzienigheid. God geeft ons deze wereld om op te leven. God heeft deze wereld ingenieus bedacht met natuurwetten en ons als mensen talenten gegeven om daarmee om te gaan, om geneesmiddelen te bedenken. Maar nergens blijkt in de Bijbel dat God daarnaast ook nog een bijzondere voorzienigheid hanteert om mensen die in de problemen zitten te helpen. Al in de Bijbelse tijd gebeuren er zélden wonderen, net zoals dat nu ook zeldzaam is. Natuurlijk, God kán wonderen doen, maar over het algemeen doet Hij dat niet.

God komt dus niet ‘op tijd’ of wanneer het wat ons betreft een ‘deadline’ is. Dat ervoer de dichter van deze psalm, en dat ervaren wij ook. Laten wij die verwachting niet te veel koesteren, want daarvan zullen we eerder teleurgesteld raken. God werkt niet op de manier van bovennatuurlijk ingrijpen.

Dat betekent niet dat wij helemaal geen verwachtingen van God mogen koesteren. Want dat gebeurt in deze psalm wél. Maar dat is, vers 13: ‘U blijft voor eeuwig, de gedachtenis aan U van generatie op generatie’. En vers 19 ‘Dit wordt beschreven voor de volgende generatie’. En vers 29 ‘De kinderen van Uw dienaren zullen veilig wonen, hun nageslacht zal voor Uw aangezicht bevestigd worden.’ De dichter beseft dat hij deel uitmaakt van een groter geheel. Dat, al maakt hijzelf het ingrijpen van God, dat God genadig zal zijn, niet persoonlijk mee, hij weet dat de generaties ná hem dat wel zullen meemaken.

En nu wij hier vanmorgen dopen, beseffen we dat ook extra. Dat is weer een nieuw generatie. Jullie als ouders zijn er, en grootouders. Maar overgrootouders kunnen hier niet meer aanwezig zijn. Zo worden mensen geboren, ze leven en ze sterven. Maar we weten ook deel uit te maken van een groter verband. De Heilige Doop zoals we die vanmorgen hier bedienen, laat ons immers horen bij het verbond. Het verbond tussen God en Israël. Net als die psalmdichter, maken wij deel uit van het grote geschiedenis verhaal dat wij lezen in de Bijbel. Wíj zijn eigenlijk die volgende generaties, waarvoor deze psalm is geschreven. Zodat wij eraan herinnert worden: De wereld draait niet om ons, om onze dagelijkse beslommeringen, maar om God.

Want deze psalm leert ons, om te kijken naar wat God wél doet in deze wereld. Op welke tijd God wél komt. En wat God dan komt doen. In de woorden van de psalm, vers 21 ‘om het gekerm van de gevangenen te horen, om los te maken wie ten dode zijn opgeschreven’. Het is dus niet zo dat God onze wereld en ons maar aan ons lot overlaat. Dat kan Hij niet maken. Want Hij heeft wel een verbond met de mensheid gesloten dat God zelf zorg zou dragen voor de wereld, voor het goed en de redding daarvan. En dan gaat het juist om de mensen die zichzelf niet kunnen redden.

In Oeganda is een medische kliniek waar 95% van de mensen niet levend uitkomt. De arts die de kliniek leidt doet zijn uiterste best en hij weet ook hóe hij die zieken moet helpen. Het is een kankerkliniek. In Nederland zijn de meeste vormen van kanker tegenwoordig te behandelen, waardoor het sterftecijfer enorm is teruggelopen. Maar daar in Oeganda zit die arts met zijn handen in het haar omdat hij die medicijnen voor zijn patiënten niet aan kan schaffen. Ze zijn te duur. De mensen hebben er het geld niet voor en 95% van de zieken overleeft het dus niet. Wij kunnen in Nederland dan blij zijn met medicijnen en ziekenhuizen. Wij kunnen blij zijn met dat éne wonder dat soms gebeurd. Maar dat is voor God niet genoeg. Heel de Bijbel is vól van de verwachting dat God zal komen om álles recht te zetten. Juist het feit dat de allerarmsten in de wereld zo ontzaggelijk moeten lijden… Zoals de patiënten in Oeganda.

En het gaat nog dieper als we van deze dichter horen, dat het er ook om gaat dat de Naam van HEERE weer geprezen en geloofd zal worden in Sion. Het herstel van deze wereld komt er niet alleen met het oog op ons mensen, maar ook met het oog op God. De doop wil ook zeggen dat God zeggenschap krijgt over het leven, zoals het bedoeld is. Dat wij als mensen Zijn dienaren zouden zijn en leven voor Hem. Het is Gods doel dat eenmaal de hele aarde, al de heidenvolken, alle mensen Hem toegewijd zullen zijn. Díe verwachting mogen wij dus koesteren, net als de dichter van deze psalm, dat God dát doorzet in de wereld waarin wij leven. Dat God ook u en jou, oud en jong, op het oog heeft, ziet en hoort. God heeft een reddingsplan, een heilsplan voor deze wereld.

En het mooie is: Wij hoeven niet zoals deze psalm daarvoor in de toekomst te kijken. Nee, wij mogen terug kijken. De dichter van deze psalm moest het nog zeggen: Het zal zijn ná mijn tijd, voor volgende generaties. Nu ligt Jeruzalem in puin, maar ‘de kinderen van Uw dienaren zullen veilig wonen’. Maar wij weten wanneer die tijd was, waarin God zich over Sion ontfermde. Wij weten wanneer die vastgestelde tijd kwam toen God omzag naar Zijn volk en in Zijn volk naar de hele wereld.

Eindelijk is het zover! Dat is de boodschap van dat lied dat Zacharias zong bij de geboorte van Johannes de doper. En met zijn geboorte, was ook duidelijk dat de Messias geboren zou worden. Zacharias zingt dan: ‘Geprezen zij de Heere, want Hij heeft naar Zijn volk omgezien en er verlossing voor tot stand gebracht, zoals Hij gesproken had bij monde van Zijn heilige profeten, die er door de eeuwen heen geweest zijn!’

Komt God op tijd? Jazeker, in Zijn Zoon Jezus Christus is Hij gekomen naar deze wereld. Dat weten en geloven wij. Daarom wordt er vandaag gedoopt. Omdat jullie geloven in de redding die Jezus Christus ons bracht. De redding van de wereld in het groot, maar ook voor jullie en jullie kinderen. Dat reddingsplan van God Zelf heeft Hij uitgevoerd toen Jezus geboren werd, en in het verdere leven van Jezus. Hoe Jezus ook zelf omzag en met innerlijke ontferming bewogen was over alle ellende die Hij in zijn tijd alleen al aantrof in Israël. De redding die Jezus bracht  was heel concreet genezing van mensen, vergeving van zonden, opstanding uit de dood zelfs. Zodat mensen bevrijdt en zonder angst God weer konden loven en leven vol liefde tot Hem.

Wij leven nog steeds van wat er toen gebeurd is. De belofte die dat optreden van Jezus in zich draagt voor onze toekomst en de toekomst van de wereld. Voor alle generaties die nog gaan komen. Wij horen ook vandaag over Gods genade. Dat God ís opgestaan en zich ontfermt, ook vandaag nog over alle mensen die Hem nodig hebben. Dat betekent geen onmiddelijke oplossing van je problemen, maar wel de belofte dat alle problemen, ook die van jou opgelost gaan worden. Die belofte is niet onzeker, maar zeker omdat wij weten van Jezus Christus, van Zijn sterven en opstanding uit de dood.

Het geweldige is dat wij hier in de kerk weten en horen over die redding die God ons biedt. Stel je voor dat je daar niets over weet. Dan zou je toch bij de pakken neer gaan zitten van de ellende in deze wereld. Of je moet je ervoor afsluiten en lekker je eigen weg gaan in de welvaart die ons land kent. Maar als je met open ogen in deze wereld staat, dan kan dat alleen maar als je weet dat God ons niet verlaten heeft. Ik zeg expres: ons. Omdat de wereld groter is dan je eigen ego en groter dan Everdingen alleen. Het geldt voor ieder hij alleen met dat geloof goed af is en staande kan blijven in alles wat nog staat te gebeuren in zijn leven.

God kwam op zijn tijd in Jezus Christus naar de wereld. Dat betekent dat wat er ook in je leven gebeurt, je ten diepste een gelukkig mens bent. Dat je kunt leven in de vreugde om Gods trouw. Dat God zich aan Zijn afspraken heeft gehouden. Dat Hij trouw is gebleven aan het verbond met Abraham, zijn knecht. Dat Hij trouw is gebleven aan deze wereld. Dat Hij trouw blijft, ook aan u en jou als je door de doop in dat verbond bent ingelijfd. Dat Gods belofte vervuld wordt dat wij ‘verlost van onze vijanden, Hem dienen zouden zonder vrees, in heiligheid en gerechtigheid voor Hem alle dagen van ons leven.’, zoals Zacharias zo mooi zingt.

De dichter van psalm 102 beseft deel uit te maken van een estafetteploeg. Misschien heb je het wel eens gedaan op school. Er is een parcour uitgezet en je moet zo snel mogelijk een rondje rennen, en als je rond bent geef je een estafettestokje door aan een ploeggenoot, die pas mag vertrekken als jij het stokje aan hem overdraagt. Die ploeg die als eerste alle ploegleden een rondje heeft laten lopen, die wint. Over zo’n estafette gaat het in de Bijbel en in de kerk eigenlijk ook. Dat is dat verbond van God dat alle generaties overstijgt. U, jij, je bent een schakeltje in de grote ketting van Gods heilsplan. U, jij, je bent één van de lopers in de estafetteploeg van het geloof in God. Wij delen nog steeds het geloof in dezelfde God als die voorkomt in psalm 102 en die wij herkennen in Jezus Christus, omdat alle generaties voor ons hebben volgehouden in het geloof en het overgedragen hebben op de volgende generatie. Soms kan dat heel concreet worden als je bij het overlijden van oma, haar stukgelezen bijbeltje erft met notities en onderstrepingen erin.

Je zou meteen ook kunnen zeggen dat dat onze belangrijkste en grootste taak is. Het dóórgeven van het geloof in Jezus Christus. Want wij kunnen er niet van uit gaan dat wij de laatste generatie mensen op deze aarde zullen zijn. Daarom is het zo mooi dat jullie vandaag beloven jullie kinderen ook op te zullen voeden in het christelijk geloof. En hem zo de benodigde bagage meegeven vanuit de Bijbel om zélf dat geloof in de drie-enige God ook verder te dragen op zijn eigen levensweg. Als estafetteloper voor God.

En dat is breder gezien ook de belangrijkste taak van ons als gemeente. Aan de ene kant om het evangelie zo veel mogelijk te verspreiden in Everdingen, over de wereld, maar dus aan de andere kant ook om het evangelie te bewaren voor onze kinderen, kleinkinderen, en toekomstige achterkleinkinderen. Dat ook zíj zullen mogen horen over Jezus Christus die Zijn eigen leven gaf aan het kruis om ons te redden. Dat wij onderweg zijn naar de complete vervulling daarvan. Die doorgaande lijn is véél belangrijker voor de dichter van Psalm 102, dan zijn eigen gezondheid.

Geholpen door de heilige Geest is dat ook de bedoeling voor uw en mijn leven. Dat ons leven zo gericht is de dienst en lof aan God. Dat is de climax van psalm 102: ‘zodat men van de Naam van de HEERE zal vertellen te Sion en Zijn lof in Jeruzalem, wanneer de volken tezamen bijeen zullen komen, en de koninkrijken, om de HEERE te dienen.’ Dát doen wij als de kerk: vertellen over de HEERE, Hem loven en Hem dienen. Dáárom komen wij ook in de kerk. Het gaat er niet alleen om in Hem te geloven, maar het gaat er om Hem te loven. Dat gaat een stap verder. Dat is die estafette: het gaat er niet alleen om dat estafettestokje in handen gedrukt te krijgen door je ouders, maar ook om er vervolgens iets mee te dóen. Zélf hard te lopen, de longen uit je lijf, bij wijze van spreken.

Ook u en jij mag deel uit maken van die grote estafetteloop door heel de geschiedenis heen. Dóórvertellen en doorgeven in woord en daad wat ons door God verkondigd en getoond is. Het is niet de vraag of God op tijd zal komen. Hij is gekomen in Jezus Christus. En toen Hij kwam was dat overtuigend, reddend, en afdoende. God zij geloofd, die Zijn verbond houdt van kind tot kind.

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s