De andere wang toekeren…

Preek over Mattheus 5,38-42 in een serie over de Bergrede, gehouden in Everdingen.

Hans Holbein de Oude (ca. 1465-1524): Christus gekroond met doornen

Gemeente van Jezus Christus,

In interviews, valt mij op, noemen mensen als positieve eigenschappen van zichzelf vaak hun ‘rechtvaardigheidsgevoel’. Veel mensen zetten zich in voor goede doelen, voor de voedselbank, voor medemensen in nood, en doen dat, omdat ze het niet kunnen verdragen als mensen tekort gedaan worden, als de dingen scheef zitten.

Heeft u dat ook? Zo’n rechtvaardigheidsgevoel? Vaak zit dat er al jong in, bij jullie, kinderen misschien ook wel. Als je broertje of zusje een ijsje krijgt, dan mag jij er ook één. Anders is het niet eerlijk toch? Als je wordt overgeslagen, misschien per ongeluk, nou, dan laat je het wel weten! Hopelijk doe je dat ook andersom, als je ziet dat je broertje of zusje per ongeluk wordt overgeslagen… Dat is rechtvaardigheidsgevoel. Als je dat ziet en dan van binnen voelt: Dit is niet eerlijk! Als ik een ijsje mag, mag hij er ook een!

Over het algemeen vinden we dat iets moois als iemand zo is, toch? Maar vandaag horen we dat Jezus er iets anders tegenaan kijkt. Jezus vindt dat rechtvaardigheidsgevoel van ons overbodig. En dat is best schokkend. Als iemand jou slaat, mag je dan terug slaan? Nee, zegt Jezus. Als iemand jou iets afpakt, mag je hem dan tegenhouden? Nee, zegt Jezus. Als iemand jou voor zichzelf gebruikt, mag je daar tegenin gaan? Nee, zegt Jezus. Als iemand op je geld uit is, mag je het dan voor jezelf houden? Nee, zegt Jezus. Allemaal vragen waar wij met ons rechtvaardigheidsgevoel volmondig JA op zouden zeggen.

De bergrede van Jezus gaat hier dan ook wel erg ver, vindt u niet? Tot nog toe was het vrij inzichtelijk. Radicaal, dat wel. Over het goedmaken van ruzies, over niet kijken naar andermans vrouw, over het bij elkaar blijven van man en vrouw. En over volkomen eerlijkheid. Dat waren thema’s die ons opscherpen, maar waar we ons ook goed bij voelen. We snappen dat het zo zou moeten, al lukt het ons niet altijd. Maar Jezus doet er in vers 38-42 nog een grote schep bovenop.

Hij haakt aan bij een vers uit het Oude Testament waar staat:

‘Oog om oog, tand om tand.’

Dat komt verschillende keren terug. Onder andere in Deuteronomium 19. Daar gaat het over een rechtszaak waarbij een valse getuige optreed. Iemand die een ander vals beschuldigt. Als de rechter daar achter komt, moet die valse getuige gestraft worden, zoals hijzelf de ander vals beschuldigde. Boontje komt om zijn loontje, is de Nederlandse uitdrukking.

Nu zouden we het kunnen begrijpen als Jezus ‘oog om oog, tand om tand’ wat zou verzachten. Want dat klinkt ons wel als hele strenge en straffe regel in de oren. Maar dat is het punt niet. In het Oude Oosten en trouwens in ons land ook, was het vroeger normaal om zélf wraak te nemen als iemand jou iets aan had gedaan. En dat liep nogal eens uit de hand. Je zoon was bijvoorbeeld gewond geraakt in een gevecht, en dan ging pa erop uit om de eer van de familie te redden en doodde de vijand, bloedwraak heet dat. Het geweld escaleerde zo vaak.

De regel ‘oog om oog, tand om tand’ is dan een inperking van het geweld: Je mag niet méér schade toebrengen aan een ander, als jou is toegebracht. Om dat te bepalen ontstonden er rechtbanken, waar die conflicten uitgevochten werden met woorden. Dat lijkt misschien te leiden tot fysieke straffen. Maar al in het Oude Testament was dit een regel die niet letterlijk in de praktijk werd gebracht. Sommige dingen kon je ook afkopen met een schadevergoeding. De regel ‘leven om leven, oog om oog, tand om tand’ maakt duidelijk: Hoe groter het vergrijp, de overtreding van de wet, hoe groter de boete die erop staat.

Nou, dat klinkt heel redelijk, en dat is het ook. Dat is nog steeds de basis van onze eigen wetgeving. Hoe harder je rijdt, hoe hóger de boete die je krijgt. Hoe erger je misdaad, hoe langer je gevangenisstraf wordt. Vergelding noemen we dat, en dat past helemaal bij ons rechtvaardigheidsgevoel. Dat vinden we eerlijk. De laatste jaren is er zelfs een roep om strenger te straffen. Kindermisbruikers moeten maar gecastreerd worden of zo. Dat hoor ik wel eens om me heen. Want voor ons gevoel is een gevangenisstraf van een paar jaar helemaal niet echt vergelding, niet echt een straf. Je krijgt een prachtige cel met koelkastje en tv, gratis kost en inwoning. Sluit ze dan maar flink lang op! En zelfs fysieke straffen moeten maar. En ergens snap ik dat ook wel. Zo kijken we er tegenaan. Dat is ons rechtvaardigheidsgevoel.

En nu gaat Jezus zeggen dat Híj het daar niet mee eens is. Jezus heeft blijkbaar een ander rechtvaardigheidsgevoel dan wij… Maar gaat Hij daarmee dan niet tegen het Oude Testament in?

Jezus zegt:

Ik zeg u echter dat u geen weerstand moet bieden aan de boze; maar wie u op de rechterwang slaat, keer hem ook de de andere toe.’

En dat terwijl we toch echt lezen in Deuteronomium ‘dan moet u met hem doen zoals hij met zijn broeder dacht te doen. Zo moet u het kwaad uit uw midden wegdoen.’ Maar Jezus zegt: Weersta het kwaad niet… Dat is toch niet eerlijk? Hoe komt Jezus daarbij?

Het lijkt een vrijbrief te zijn voor allerlei vormen van misbruik en mishandeling. Terwijl dat één van de ergste dingen is. Er wordt geschat dat meer dan 100.000 kinderen in Nederland op één of andere manier mishandeld worden. Dat is voor een groot deel emotionele en fysieke verwaarlozing, maar ook fysieke mishandeling en seksueel misbruik vallen daar onder. Het kan toch niet zo zijn dat Jezus daar een vrijbrief voor geeft…

Laat ik het maar alvast heel duidelijk zeggen: Dit bedoelt Jezus inderdaad niet! Als je als volwassene of als kind te maken hebt met mishandeling of misbruik in welke vorm ook: Bel de kindertelefoon of ga naar de politie, en zoek hulp.

Wat bedoelt Jezus dan wel? We zagen al dat de regel ‘oog om oog’ in het Oude Testament diende om het geweld over en weer in te perken en aan regels te binden. In de tijd van Jezus was het echter het omgekeerde doel gaan dienen. Het was een soort vrijbrief geworden om iemand anders terug te pakken die jou iets aan had gedaan. Het was een vrijbrief voor wraak geworden. Want zoals de meeste mensen rechtvaardigheidsgevoel hebben, zo hebben de meeste mensen ook wraakgevoel. En dat is toch wat anders. Dat voel je denk ik wel aan: Rechtvaardigheidsgevoel of wraakgevoelens. Die regel in het Oude Testament was begonnen vanuit rechtvaardigheidgevoel: Dat het eerlijk zou gaan onderling, zónder teveel geweld. Maar het was geworden tot een recht op wraak. Dat je ook echt terug mocht slaan als je geslagen werd. Oog om oog!

En dáár, zegt Jezus, dáár ben Ik nu op tegen. Dat jijzelf wraak gaat nemen op de mensen om je heen. U zegt misschien: Ik doe dat ook nooit. Maar ik zie het om me heen wel gebeuren, en ik maak mezelf er ook wel schuldig aan. Wij doen dat in onze ‘beschaafde’ tijd niet met onze handen, maar met woorden. Als iemand begint te schelden, scheldt je terug. Als iemand je beledigt, probeer je iemand terug te pakken met woorden. Elke ordinaire ruzie is het gevolg van wraakneming. Je wilt de ander betaald zetten. Soms heel geniepig, achter de rug om. Praatjes, roddelen. Ook diep in ons zit het verlangen om als iemand je (naar jouw mening!) slecht behandeld, dat betaald te zetten.

Dáár gaat het hier om. Het slaan op de wang, dat was geen mishandeling in Jezus tijd, maar belediging. Men sloeg met de rug van de rechterhand op de rechterwang. Niet dat dat zo’n pijn doet, maar dat werd als een grove belediging ervaren. Volgens het ‘rechtvaardigheidsgevoel’ van ons mensen, zou je dan terug mogen beledigen! En dat leek ook te mogen van God, want die gaf de regel ‘oog om oog, tand om tand’. Nee, zegt Jezus. Dat mag niet, dát was niet de bedoeling.

Als je onrecht wordt aangedaan, dan mag je dat niet persoonlijk gaan verhalen, persoonlijk wraak nemen. Want wij geloven dat er één Iemand is die wraak toekomt en dat is God. Wij hoeven en mogen onze eigen rechten niet te verdedigen. Dat doet God.

Misschien niet onmiddellijk, maar wij geloven in een laatste oordeel. Waar alles aan het licht zal komen, alle onrecht. En God zelf zal dat vergelden. Hij zal wraak nemen op een rechtvaardige manier. Alles wat ons overkomt op aarde, hoeven wij dus niet te wreken, maar mogen we aan God overlaten.

Maar dat is lastig!

We komen hier tot de kern van de bergrede, dat wil zeggen: tot de kern van wat het betekent om volgeling te zijn van Jezus Christus. En het meest kenmerkende daarvan is dat je niet vast zit aan wat dan ook hier op aarde.

Stel dat er een dief bij jullie inbreekt. Dan zegt Jezus eigenlijk: ‘Geef die beste man alles maar mee. Help zelfs met inladen in zijn bestelbusje. Het maakt niet uit dat je alles kwijt raakt.’ Wij kunnen ons dat nauwelijks voorstellen. Want wij zitten best wel vast aan onze spullen. Vorig jaar werd het nog eens helder gezegd door premier Rutte dat hij best begreep dat je een honkbalknuppel bij de hand hebt voor dit soort gelegenheden. Ze hebben met hun vingers van je spullen af te blijven.

Daar tegenover staat Jezus en zegt: Doe afstand van je eigendommen. Biedt geen verzet tegen het kwaad wat je aangedaan wordt door mensen. Het eerste voorbeeld dat hij geeft is het slaan in het gezicht. Daarmee pakt iemand je eer af. Dat staat vooraan omdat dat voor mensen in Jezus’ tijd het allerkostbaarste was dat ze bezaten. Je eer. Daar deed je alles voor. Je imago, zouden wij zeggen. Daar mag geen krasje op komen. Helemaal niet belangrijk zegt Jezus. Laat ze maar slaan.

Het tweede voorbeeld dat Jezus geeft is de kleding. Het kwam nogal eens voor dat iemand wegens een schuld voor de rechtbank moest komen en dan afstand moest doen van zijn bezittingen om de schuld te betalen. Maar het gaat wel heel ver om zelfs iemands onderkleding, zijn hemd, te af te nemen. Laat ze maar begaan, zegt Jezus, geef zelfs je mantel erbij. Dan blijf je wel helemaal naakt achter… Maar kleren maken niet de man.

Het derde voorbeeld dat Jezus geeft gaat over dwang. ‘Wie u dwingt één mijl te gaan, ga er twee met hem.’ Het gebeurde nogal eens dat in Israel, dat op dat moment door de Romeinen werd bezet, de Romeinse soldaten Joden dwongen om voor hen te werken. Te helpen bij de bouw van kazernes of bij het transport van troepen en goederen. Een beetje zoals de Duitsers bij ons deden in de Tweede Wereldoorlog met de Arbeidseinsatz. Ze nemen je even je vrijheid en je arbeid af, en betalen je niets uit aan salaris. Maak je er niet kwaad over, zegt Jezus, maar steek je handen uit de mouwen.

En als laatste voorbeeld gaat het over geld. Als mensen het van je vragen, geef het ze mee, zonder zorgen of je het terug krijgt. Dat zal wel niet ook.

Het is werkelijk ongelooflijk wat Jezus hier van ons vraagt: Zonder klagen, zonder wraakgevoelens, afstand doen van je eer, van je bezittingen tot je kleding toe, van je vrijheid en recht op salaris, en van al je geld.

Maar het kan, zegt Jezus. Want u zit toch niet vast aan die dingen? U hoort toch bij mij, bij Jezus Christus? Als je echt volgeling van mij bent, dan zit je ook alleen maar vast aan mij, en de rest kan je gestolen worden. Niet alleen figuurlijk, maar dan ook letterlijk. Dat is de heftige vraag die vandaag op ons afkomt: Is dat zo? Kunt u werkelijk alles missen, omdat je bij Jezus hoort? Dat is een heftige vraag, omdat we vaak zo gewoon zijn van twee walletjes te eten. Ja, we zitten hier in de kerk. Ja, we geloven in Jezus Christus als onze Redder en Zaligmaker. En we zijn blij met de belofte straks voor eeuwig met Hem in de hemel te mogen zijn. Maar nu, hier op aarde, nu zitten we toch ook wel erg vast aan onze spulletjes, aan onze status, aan onze positie, aan ons geld. We zouden het niet zonder protest opgeven…

Een christen vindt zijn eer en zijn rijkdom in Christus. De rest kan hem gestolen worden. Bent u zo’n christen?

Maar waarom vraagt Jezus dit van ons? Dit kan toch niet? Ja, het kan wel. Als er iemand was die deze woorden in de praktijk heeft gebracht, dan is het Jezus zelf. Na zijn arrestatie en verhoor werd Jezus in zijn gezicht geslagen. Je kunt het nalezen in het evangelie. Hij werd bespot en bespuugd. Met een doek voor zijn ogen moest Hij zeggen: ‘Zeg op, wie heeft je geslagen?’ De profetie uit Jesaja 50 vers 6 ging in vervulling:

‘Ik geef Mijn rug aan hen die Mij slaan, Mijn wangen aan hen die Mij de baard uitplukken. Mijn gezicht verberg Ik niet voor smaad en speeksel.’ 

En Jezus werd letterlijk ontdaan van zijn kleding. Van zijn hemd én mantel. De soldaten onder het kruis verdeelden zijn kleding onder zich. En Jezus hing daar naakt aan het kruis. Jezus werd door de Romeinse soldaten gedwongen zijn kruis te dragen en die mijl te gaan naar Golgotha. Jezus gaf alles weg wat Hij had, en Hij deed het zonder klagen. Hij bood geen weerstand. Petrus greep nog naar zijn zwaard, maar Jezus gebood hem te stoppen en zei in Mattheus 26:

‘Doe uw zwaard terug op zijn plaats, want allen die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen. Of denkt u dat Ik Mijn Vader nu niet kan bidden, en Hij zal Mij meer dan twaalf legioenen engelen ter beschikking stellen?’

Waarom liet Jezus dat allemaal gebeuren? Dat Hij onschuldig gekruisigd werd! Met die vraag zitten we bij de kern van het evangelie. De kern van de vraag hoe het kwade overwonnen moet worden. Het kwaad in de wereld. Het kwaad in ons hart. Jezus wil het kwaad niet zomaar de ruimte geven, het kwaad laten bestaan, maar het op een goede manier ontkrachten en overwinnen! Jezus liet ons zien hoe dat moet: Door het kwaad de ruimte te geven, jezelf niet te verweren, door jezelf machteloos en rechteloos op te stellen. Waarom?

Ga maar na: Als iemand jou kwaad wil doen, bijvoorbeeld door je huis leeg te halen, en jij geeft hem alles vrijwillig mee. Heeft hij jou dan kwaad gedaan? Nee, dat is hem niet gelukt. Door vrijwillig het kwaad over je heen te laten komen, heb je het kwaad van zijn angel ontdaan. Hij heeft niet gestolen, maar gekregen. Als iemand jou wil beledigen door je in het gezicht te slaan, wat een grove belediging is, en je keert hem ook je andere wang toe. Heeft zo iemand je dan beledigt? Nee, door vrijwillig de slaag op te vangen, mislukt de opzet van de kwade. Het kwaad en de zonde willen kapot maken en tot nog meer kwaad leiden. Maar door het machteloos en rechteloos over je heen te laten komen, haal je de angel eruit. Loopt het dood, loopt met een sisser af.

Uit ons rechtvaardigheidsgevoel zouden we terug willen slaan met onze handen, terug willen bijten met onze woorden, voor de rechter terug halen wat van ons is, in opstand komen tegen dwang. Maar, zoals Jezus’ zegt: Die het zwaard ter hand neemt, vergaat door het zwaard. Met andere woorden: Dan ga je kwaad met kwaad vergelden en kom je in een vicieuze cirkel waar geen ontsnappen meer aan is. Daar is de boze juist op uit. Dat jij ook kwaad wordt.

Het evangelie van Jezus Christus laat ons dat in het groot zien: Jezus liet ál het kwaad, ál het grootste onrecht over Hem heen komen. Hij kwam in de vicieuze cirkel van deze wereld, die al sinds mensenheugenis juist gevangen is in die cirkel van kwaad en vergelding, van zonde en nog meer zonde. Jezus liet het allemaal over zich heen komen in volkomen liefde en vrijwilligheid. En daarmee heeft Hij eens en voor al ál het kwaad geneutraliseerd, Hij is er als de morele overwinnaar uit gekomen. Jezus lukte het om compleet afstand te doen van Zichzelf, van Zijn eigen rechten. En het oordeel volledig aan Zijn Vader te laten. Op Goede Vrijdag doorbrak Jezus zo de vicieuze cirkel van het kwaad in deze wereld. Wij konden dat niet, Hij wel! En met Pasen liet God de Vader Zijn Zoon opstaan uit het graf, waarmee het kwaad overwonnen was door het goede.

En daarom kunnen wij als volgelingen van Christus dat ook. Omdat wij verbonden zijn aan Jezus, kan het kwaad ons niet meer echt raken, kunnen wij afstand doen van onze rechten, van onze bezittingen, ten diepste van onszelf. Omdat het kwaad overwonnen is, schenken we er geen aandacht aan. Wij staan daarboven. Dat is onze opdracht, maar dat is ook de werkelijkheid. In de vroege kerk werd deze opdracht van Jezus heel serieus genomen, en dat leidde ertoe dat christenen zingend de arena ingingen waar ze door de leeuwen verscheurd werden. Christenen werden vervolgd en achtergesteld. Maar nooit sloegen ze terug. Ze namen niet het zwaard op, maar bleven van de mensen houden. Ze onderging het lijden zelfs met vreugde, omdat het hen deed denken aan het lijden van hun Heere Jezus. Dat maakte zoveel indruk op de Romeinen dat de vervolgingen al snel ophielden en het hele Romeinse Rijk zich bekeerde tot het christendom. Het kwaad werd overwonnen door de complete overgave aan Christus, het complete afzien van eigen rechten en bezit. Het kwaad werd overwonnen door de liefde van Christus.

Een voorbeeld hoe we dat in de praktijk kunnen brengen uit onze eigen tijd is Martin Luther King. Hij streed in de jaren 50 en 60 voor de rechten van de zwarte bevolking in de Verenigde Staten. Maar hij deed dat als christen principieel op een geweldloze manier. Zijn wapen was de liefde. Hij werd regelmatig opgepakt, een aantal keer mishandeld en uiteindelijk zelfs vermoord. Maar hij zei: Darkness cannot drive out darkness: only light can do that. Hate cannot drive out hate: only love can do that. (Vertaald: De duisternis kan de duisternis niet verdrijven, dat kan alleen het licht. Haat kan haat niet verdrijven, dat kan alleen de liefde.)

Daarbij ging het om hele grote dingen in de hele samenleving, maar Jezus’ uitdaging aan ons is dat in ons eigen leven in de praktijk te brengen. Het lijkt alsof Jezus van ons vraagt het kwaad te laten voor wat het is. Het onrecht maar te laten bestaan, het te verdragen. Maar dat zegt Jezus niet. Hij wil dat wij het kwaad van binnenuit uit hollen door de liefde. In diezelfde lijn hoorden we ook Paulus spreken in Romeinen 12:

‘Vergeld niemand kwaad met kwaad. Wees bedacht op wat goed is voor alle mensen.’ en ‘Word niet overwonnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede.’

Door de woorden van Jezus in de praktijk te brengen, hopen we het kwade te overwinnen en zo de band met mensen om ons heen te herstellen en goed te houden. Een paar voorbeelden hoe dat bij ons zou kunnen:

Zoals ik al zei, moeten we dan goed op ons woordgebruik letten. Wij slaan nogal wat van ons af met woorden. Rechtstreeks of via de omweg van roddel. Vergeld geen kwade woorden met kwade woorden, dat maakt de relatie met elkaar alleen maar kapotter dan hij al is. Breng het op om te blijven luisteren naar de gram van een ander die over je wordt uitgestort. Sta niet gelijk met je eigen woordje klaar, maar laat het uitwoeden over je eigen hoofd.  Dat is misschien niet rechtvaardig, dat druist misschien in tegen je gevoel. Maar het is de weg van de liefde en van de genade.

Er is niemand die denk ik onze kleding van ons afpakt. Maar wij staan tegenwoordig wel heel erg op onze strepen en rechten. Er ontstaan gigantische burenruzies over verkeerd geplaatste schuttingen. Als je een tv-programma als de Rijdende Rechter kijkt, moet je er vaak een beetje om lachen. Maar het is een symptoom van hoe veel mensen wel met elkaar omgaan. Geef de ander de ruimte. Ook als die naar jouw smaak teveel ruimte inneemt. Ga niet negatief over iemand denken die altijd haantje de voorste wil zijn. Wordt niet kwaad op iemand die ten koste van jouw promotie maakt op de zaak. Claim niet alle aandacht van de mensen om je heen, maar neem genoegen met weinig tot niets.  Je hebt Christus toch? Wat wil je dan nog meer?

Als iemand iets van je vraagt, waar je eigenlijk geen zin in hebt. Loop dan niet te mopperen en te klagen. Ook niet over de overheid die belastinggeld van ons vraagt. Ik zeg het niet graag, maar Nederlanders staan bekend als zeikerds. Dat is een beetje plat gezegd, maar dat maakt het goed duidelijk.

En als christenen hebben we daar niet aan mee te doen. Wij zijn volkomen tevreden met de liefde van Christus. Zelfs al zit er van alles mis, dan is klagen geen oplossing, wel zélf je beste beentje voor zetten. Al kost het je je geld en bezit. Geef zo veel mogelijk weg aan al die goede doelen die iets van je vragen. Geld en bezit is niet van jou, je zit er niet aan vast. Alles wat we hebben en kunnen moeten we machteloos en rechteloos afstand van doen. Om zo de liefde van Christus te laten zegevieren.

Als christenen moeten we dus niet prat gaan op ons rechtvaardigheidsgevoel, maar op ons genadegevoel. Niet nemen wat je toekomt, maar geven aan een ander, méér dan waar hij recht op heeft. Dat overwint het kwaad. Zo heeft Jezus Christus het kwaad overwonnen. En in die vreugde, verbonden met Hem, doen wij hetzelfde.

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s