Vijanden liefhebben

Een actuele preek over de Bergrede, Mattheus 5,43-48, gehouden in Everdingen.

Gemeente van Jezus Christus,

Deze week las ik over Corrie ten Boom en haar leven. Een aangrijpend verhaal. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verborg haar vader onderduikers in huis. Ook Corrie zelf zat in het verzet. Op een dag deed de Gestapo een inval bij hen thuis en vond de onderduikers. De vader van Corrie werd opgepakt en overleed door mishandeling in de gevangenis. Corrie en haar zus Betsie werden overgebracht naar een concentratiekamp, waar Betsie overleed. Maar Corrie kwam vrij.

Na de oorlog trok Corrie rond in Nederland en Duitsland als evangelist om te vertellen over de vergeving van Jezus Christus. Toen ze op een keer een lezing had gegeven, kwam er na afloop een man naar haar toe. Het bleek één van de kampbewakers te zijn, één van de ergste. Wat gaat er dan door je heen. Dan staat je vijand voor je. Medeschuldig aan de dood van je vader en je zus. En ook jijzelf hebt geleden. Wat doe je dan?

De Joden van Jezus’ tijd zeiden: Zo iemand moet je haten. Want hij heeft zoveel Gods wet overtreden, dat hem alleen nog maar straf toekomt. Ze haalden dat onder andere uit Leviticus 19, de verzen die we samen gelezen hebben. Het staat daar wel niet zo letterlijk, maar daar wordt de liefde voor de naaste geboden, en de haat voor de broeder wordt verboden en ook de wraak op volksgenoten. Maar zeiden de Joden, buiten die kring, buiten de kring van familie, buren en kennissen, buiten de kring van ons volk, daar geldt de liefde dus niet. De vijanden mag je dus haten. Ja, die moet je zelfs haten als ze ons volk bedreigen. Zoals de Egyptenaren en de andere verdrukkers van het volk. Die werden gehaat.

Maar Jezus zegt iets anders:

‘U hebt gehoord dat er gezegd is: U moet uw naaste liefhebben en uw vijand moet u haten. Maar Ik zeg u: Heb uw vijanden lief; zegen hen die u vervloeken; doe goed aan hen die u haten; en bid voor hen die u beledigen en u vervolgen;’

Dat is compleet het tegenovergestelde. En het lijkt onmogelijk. Jezus vraagt nu echt te veel. In vers 17 zei Jezus: ‘Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen.’ en daar voegde hij aan toe in vers 20: ‘Want Ik zeg u: Als uw gerechtigheid niet overvloediger is dan die van de schriftgeleerden en de Farizeeën, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan.’ En daarna volgde een serie van zes uitspraken van Jezus over de interpretatie van de wet van God.

Jezus radicaliseerde het gebod ‘U zult niet doden’, tot een verbod op scheldwoorden. En overspel plegen, zei Jezus, dat is ook al met begeerte kijken naar een vrouw. Als derde liet Jezus zien dat echtscheiding ook trouwbreuk is, overspel. Als vierde vroeg Hij van ons volkomen eerlijkheid, je ja moet ja zijn en je nee nee. Daarna droeg Jezus ons op ook de linkerwang toe te keren aan iemand die je slaat en beledigt.

En nu, nu als climax, als klap op de vuurpijl vraagt Jezus van ons onze vijanden lief te hebben. Het lijkt wel alsof Jezus wil dat wij volmaakt zijn. Volmaakt in onze relaties, volmaakt in onze trouw binnen het huwelijk, volmaakt in onze eerlijkheid, volmaakt in onze liefde… Inderdaad, met die conclusie besluit ook ons tekstgedeelte: ‘Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.’

Wie is er hier in de kerk zo volmaakt? [Niemand] Wie hier in de kerk denkt dat hij of zij dat nog gaat worden in zijn leven? [Niemand] Waarom vraagt Jezus dit alles dan van ons? Vandaag in het bijzonder de liefde tot de vijand? Dat is dan toch niet realistisch? Daar worden we dan toch alleen maar moedeloos van? Perfect zijn? Volmaakt? Dat is onhaalbaar.

En het is de vraag of we dat ook wel willen. Voelen wij niet veel méér voor hoe Jezus zegt dat tollenaars met elkaar omgaan. Want zegt Jezus, die hebben lief die hun liefhebben, wederzijdse liefde. En je groet de mensen, die jou ook groeten, je broeders, je naasten. Zo zijn wij het ook gewend.

Voor ons gevoel  is het logisch om degenen met wie je ruzie hebt, die je gekwetst hebben of die je naar het leven staan niet te groeten en ook niet lief te hebben. Want dat hebben ze toch ook niet verdiend!

Dat zit diep in ons hart: Een soort rechtvaardigheidsgevoel: Mensen die goed zijn, die verdienen je liefde. Die verdienen je groet. Die verdienen een vriendelijke benadering. En mensen die slecht zijn, die zich aan God noch gebod storen. Die je in het verleden pijn hebben gedaan. Met woorden of daden. Die verdienen straf als ze de wet overtreden hebben. Straf van de Nederlandse rechter. Maar zeker ook straf van God in de hemel. Zo denken wij, zo gedragen wij ons. En wij vinden dat we daarmee in ons recht staan.

Maar Jezus zegt: Weet je dat je je dan schuldig maakt aan discriminatie? Nou, als er iets tegenwoordig een zonde is, dan is dat discriminatie. Het is geregeld in het nieuws als iemand met een andere huidskleur een baan geweigerd werd vanwege zijn ras. En er zijn al heel wat rechtszaken gevoerd over de rechten van vrouwen, van homo’s en van moslims. In Nederland vinden we het belangrijk dat iedereen gelijk is en gelijk behandeld wordt. Ja, officieel vinden we dat. Maar zitten er niet bij velen in ons hart toch discriminerende gedachten. Dat we onszelf toch net iets meer rechten toekennen als een ander. Dat we toch een beetje neerkijken op mensen van andere rassen. Van andere godsdiensten of op homo’s en lesbiennes.

Jezus stelt dat aan de kaak in ons tekstgedeelte. Hij signaleerde dat de Joden het gebod om je naaste lief te hebben, opgevat hadden als een gebod om alleen de mensen in je eigen kringetje lief te hebben. En daar trokken ze dan de grens. Een muurtje. Ze zeiden eigenlijk: Deze mensen heb ik lief. Maar die niet. En dat zegt Jezus, dat is discriminatie. Want of die andere mensen nu je vijanden zijn of niet. Of je ze nu mag of niet. Of je ze nu vreemd vindt en bedreigend. Misschien zijn ze dat ook wel. Misschien zijn ze ook wel slecht. Maar ze zijn wel mensen.

Neem nu de Vader, zegt Jezus. De hemelse Vader laat de zon opgaan over slechte en goede mensen. Hij laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Met andere woorden: God de Vader discrimineert niet. Hij behandeld iedereen gelijk, of mensen het verdienen of niet. Dat is ongelooflijk. Ongelooflijk aanstootgevend. Wij zouden zeggen: God, laat het regenen op het land van de rechtvaardige, en laat het op het land van de onrechtvaardige lekker droog zijn voor straf! Nee, zegt de Vader, ik behandel iedereen gelijk. Om het maar heel dichtbij te brengen.

Voelt u? Wat Jezus hier zegt, dat is niet zomaar voor zoete koek te slikken. Maar Jezus probeert zijn discipelen en ook ons vandaag ervan te overtuigen dat Zijn woorden waar en goed zijn.

Jezus stelt ons voor de keuze tussen twee opties. Aan de ene kant, zegt Jezus, heb je de Vader, die alle mensen gelijk behandeld met Zijn liefde en goedheid. Aan de andere kant heb je de tollenaars, die de liefde inperken tot hun eigen kringetje. Daartussen zit niets. De keuze is tussen een onbegrensde liefde bij de Vader of een liefde met grenzen bij de tollenaars.

Dat laatste zegt Jezus, dat is nu heel gewoon onder de mensen. Zelfs zó gewoon dat zelfs tollenaars dat nog kennen. Jezus had niets tegen de tollenaars als persoon, maar in Jezus’ dagen werden de tollenaars gehaat. Die haalden belastingen op voor de Romeinen, de bezetters, en sloegen daar ook zelf een flink slaatje uit. Ze heulden met de vijand voor eigen gewin. Maar zelfs mensen die zich zo gedragen zegt Jezus, weten nog best wat liefde is. Zij hebben ook een vrouw en kinderen van wie ze houden, familie en vrienden om zich heen. Liefde op zich is niets bijzonders.

Nee, Jezus vraagt niet van ons dat we iedereen even aardig vinden. Dat is geen liefde. God vindt ook niet iedereen even aardig. Uit de Bijbel weten we dat God vertoornd is op slechte mensen. En dat Hij blij is met mensen die Hem vrezen en dienen. God vraagt niet om onze emotie, maar om onze actie. Hoe wij onze vrienden en vijanden behandelen. Liefhebben wordt door Jezus ingevuld als zegenen (dat is goede woorden over iemand spreken), goeddoen, en bidden. Het gaat dus niet om je gevoel, maar om je gedrag. En dan mag het geen verschil maken of er een vriend of een vijand tegenover je staat.

‘ Nou, zegt u, dat is toch niet haalbaar! Ik snap nu wel wat Jezus bedoelt. Wij mogen inderdaad niet zomaar zeggen: Jou behandel ik goed, maar jou niet. Dan trekken wij grenzen in de liefde, die heel gevaarlijk kunnen zijn. Daar komt alleen nog maar meer ruzie, boosheid en wraak bij. Maar, nee, dat is voor mij niet haalbaar. Als ik denk aan die collega, die mij elke keer een hak zet. En ik ben de pineut. Als ik denk aan jongens en meisje in mijn klas, die mij pesten of mij voor schut zetten. Dat familielid dat me gekwetst heeft tot in het diepst van mijn hart. Nee, ‘Heb je vijand lief’, het klinkt dan mooi en het zal wel christelijk zijn, maar ik kán het niet.’

Gemeente, wat nu komt is heel belangrijk. Nu komen we tot de kern. We zijn nu samen een eind gevorderd in de bergrede. En we belanden op een soort dood punt: Práchtig die woorden van Jezus, maar wat moeten we er mee? Wat kunnen we ermee? We lezen ze al snel als geboden, regels, die we moeten houden. Maar dan gaat het denk ik mis. Dan raken we ontmoedigd. Laten we er op een andere manier naar kijken.

De laatste jaren is een populair boek geweest: Dromen, Durven, Doen van Ben Tiggelaar. Hij zegt: Als je jezelf ten positieve wil veranderen of bepaalde doelen wil bereiken, dan moet je niet beginnen bij het doen. Want dan lukt het niet, raak je teleurgesteld en geef je het op. Je moet beginnen bij dromen. En daarmee bedoelt hij: Je moet eerst bij jezelf nagaan: Wat wil ik nou echt zelf heel graag, diep van binnen. Wat is mijn droom? Nog los van de haalbaarheid en de praktijk.

Wel, zo wordt het in de Bijbel in feite ook gedaan. Je zou de Bergrede kunnen lezen als de droom van Jezus. Wat zou het geweldig zijn als het zó zou gaan onder ons als Hij voor ogen heeft. En wat Jezus graag wil, is dat Zíjn droom, ook ónze droom wordt. En de kern daarvan is vers 48: ‘Weest u dan volmaakt, zoals Uw Vader, die in de hemelen is, volmaakt is.’ Dat is de kern. En de vraag is of u dat ook wilt. Verlangt u om op God de Vader te lijken? De hele Bijbel is vol van de goedheid en liefde van God. Zelfs zó goed dat het voor ons soms iets te veel van het goede is. Gods liefde is onbegrensd, zegt Jezus. Zijn liefde strekt zich zelfs uit naar Zijn vijanden, naar slechte en onrechtvaardige mensen.

Dan is de vraag die ik jou en u zou willen stellen vandaag: Hebt u het verlangen in uw hart, om zo als kind op de Vader te lijken. Zo zegt Jezus het: ‘zodat u kinderen zult zijn van uw Vader, die in de hemelen is.’ Wil je graag zo een kind van God zijn? Als het goed is lijkt een kind immers op zijn ouders. Dat wil je soms ook graag als kind, toch? Je kijkt immers tegen je vader en moeder op. Nou, wordt u bij deze woorden van Jezus uit de Bergrede een beetje warm in uw hart, en denkt u: Ja, Jezus heeft gelijk, zó zou het moeten, zó is het mooi, zó is het goed. Zó is onze Vader in de hemel, en zó wil ik ook zijn als Zijn kind. Weet u, ik denk dat dat Jezus eerste doel is met de Bergrede. En Hij verwacht van u en jou vandaag een reactie.

Wat is het verlangen van jouw hart? Wil je Jezus hierin volgen? Wil je zijn leerling zijn? Los van of het je lukt. Wil je als kind op de Vader lijken?

Het kan zijn dat je zegt: Nee, ik heb dat verlangen niet. Ik vind die woorden van Jezus gewoon een beetje overdreven. Je vijanden liefhebben, dat gaat mij te ver. Dat is erg. Ben je dan wel een kind van de Vader? Dat mag je jezelf dan afvragen…

 Het is des te erger omdat wij nu juist afhankelijk zijn van die vijandsliefde van de Vader. We lazen samen een gedeelte uit Romeinen 5, waarin dat heel duidelijk naar voren komt. Stel dat God zélf net zo gedacht had als wij van nature denken, dan was het met ons en met de hele wereld slecht afgelopen. Als God inderdaad volgens ons ‘eerlijk’ was geweest, dan had Hij de hele wereld moeten vervloeken en alle mensen voor eeuwig verloren laten gaan. Want, zegt de Bijbel, wij van allemaal vijanden van God. Vijand in die zin, dat wij op zich niet tégen God zijn, maar wel vóór onszelf. Vóór onze eigen regels en niet voor die van God. Wij gaan voor wat wij zelf willen en niet voor wat God wil. Daarom noemt de Bijbel ons zondaars. Wij leven nu juist inderdaad niet volmaakt, niet net zoals de Vader. Wij zijn helemaal geen kinderen van hem, als het van ons afhangt.

Ja, zegt Paulus, voor een rechtvaardige, een goed iemand, daar wil iemand wel voor sterven, daar wil je je wel voor opofferen, maar voor een vijand? Een zondaar? Toch is dat precies wat Jezus heeft gedaan. Want, zegt hij, als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, hoeveel te meer zullen wij behouden worden door Zijn leven. ‘God bevestigd Zijn liefde voor ons daarin dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren.

Wanneer je niets ziet in de vijandsliefde die Jezus van ons vraagt, zie je uiteindelijk ook niets in de liefde van Christus voor ons, toen Hij voor ons stierf aan het kruis, toen wij nog vijanden en zondaren waren.

Dat is precies de kern van het evangelie: Christus is voor goddeloze mensen gestorven. Leerlingen van Jezus, kinderen van de Vader, zijn die mensen, die dat ook voor zichzelf erkennen. Ja, ik was ook zo’n vijand van God. En die roert zich ook nog wel eens in mij. Maar gelukkig weet ik dat Gods liefde zich nu ook tot mij uitstrekt in Jezus Christus, mijn Heere en Zaligmaker. Ík ben niet volmaakt, ík kan die vijandsliefde niet opbrengen. Maar Híj kon het wel. Híj hield van mij tot in de dood, en nu tot in eeuwigheid. Nu ben ik verzoend met God. Paulus roept het uit: Wij roemen ook in God (en dus niet in onszelf) door onze Heere Jezus Christus, door Wie wij nu de verzoening ontvangen hebben.

Wij kunnen de bergrede van Jezus dus alleen maar begrijpen als wij als zijn leerlingen rond het kruis staan. Daar zien wij dat wijzelf vijanden waren, die nu door Zijn liefde overwonnen en gewonnen zijn. En die liefde van Christus opent dan ook onze ogen. Wij gaan dan in onze eigen vijanden onze naaste herkennen, onze broeder en zuster. Die onze liefde niet waard zijn, dat niet, wij zijn Christus liefde ook niet waard, maar krijgen die toch, en zo geven ook wij.

Corrie ten Boom stond even aan de grond genageld toen ze de kampbeul uit het concentratiekamp herkende. Ze had gepraat over vergeving, maar kon ze deze man vergeven? Nee, dat kon ze niet. Maar ze bad in zichzelf: God, wilt u deze man door mij heen liefhebben. En ze reikte hem de hand. Kijk, zoiets mag redelijkerwijze niet van ons verwacht worden, we mogen dat niet aan elkaar opleggen als regel. Dan gaat het helemaal mis. Dan wordt je innerlijk verscheurd. Maar bij Jezus gaat het niet om redelijkheid, het gaat om ons hart. Het gaat om Zijn onbegrensde liefde. Dat gaat ons veels te ver. Maar Hem niet. Laat daarom Christus je gedrag bepalen. Niet de mensen om je heen, waarbij je de één vriendelijke benaderd en de andere mens negeert. Roep Christus aan. Houd Hem voor ogen. Sta stil bij het kruis. Besef dat je zelf een vijand van God was in je hart. En kijk dan om je heen.

 Dat is iets anders dan de wereld door een roze bril bekijken. We hoeven niet iedereen aardig te vinden, en we hoeven ook niet goed te vinden wat ieder doet. In de tekst wordt onderscheid gemaakt tussen slechte en goede mensen, tussen rechtvaardige en onrechtvaardige mensen, tussen christenen en hebzuchtige tollenaars. Dat wordt niet allemaal met de mantel der liefde bedekt. Dat mag niet eens. Christelijke liefde is niet een sausje wat over ons leven gegoten wordt, waardoor alles hetzelfde gaat smaken. Liefde is geen emotie, maar actie. Jezus roept ons op ieder goed te doen, zonder onderscheid en grenzen. Jezus roept ons op om te bidden, voor iedereen, zonder onderscheid en grenzen.

Dat is de volmaaktheid die Jezus van ons vraagt. Het is een ideaal, een droom. We kúnnen dat niet eens halen. Want Jezus stelt ons de Vader zelf als voorbeeld voor ogen. Zo goed en liefdevol als Hij is dat halen we niet en kúnnen we ook niet halen. Jezus gebiedt ons geen perfectie, dat zou moedeloos maken. Hij daagt ons uit, hij prikkelt ons, hij opent onze ogen voor méér dan het gewone. Hij zegt: ‘Wat doet u méér dan anderen?’ Het gewone, dat is het sociale. Het buitengewone, dat is het christelijke. En daar sta je niet alleen voor, maar daarin staan we achter Christus. Daarin gaan we achter Hem aan. Daarin worden we door Zijn Geest gedragen. Het is Zijn liefde die we door mogen geven. Het zijn Zijn ogen waarmee we kijken naar de mensen om ons heen.

En dan mag het niet blijven bij idealen en dromen. Dat begrijpt u. Je kent vast wel dat mensen zeggen als je boos wordt: Even tot tien tellen! Want als je direct reageert, nou, dan kan je wel beginnen te schelden of slaan. Dan kun je beter even weglopen of even je mond houden. Even tot tien tellen. Dat helpt ook echt. Maar dat nog niet per se christelijk. Christelijk is het tot negen te tellen.

Een kerkvader, Chrysostomus, die zag namelijk in dit gedeelte van de bergrede négen trappen.

1) Geen kwaad doen. Als christen mag je nooit iemand kwaad doen.

2) Je mag ook geen kwaad terug doen, dus je niet wreken, ook niet in woorden.

3) Daarbij moet je ook kalm blijven. Dus ook niet in gedachten of tegen anderen slechte woorden over iemand spreken. U merkt het wordt al moeilijker.

4) Ook als je oneerlijk behandeld dit volhouden.

5) Dat is nog moeilijker: De andere wang toekeren. Verdraag de kwaadheid van mensen om je heen. Verdraag hun woorden.

6) En dan niet haten, zoals de joden dachten dat dan wel mocht…

7) Maar heb zo iemand lief, dat begint in je hart. En dat uit zich dan in:

8) Hem goed doen. En als hoogtepunt:

9) Bid voor hem of haar.

Heel concreet in de praktijk de brengen. Niet tot tien tellen, maar als christen tot negen: 1. geen kwaad doen; 2. niet wreken; 3. kalm blijven; 4. ook bij onrechtmatig lijden; 5. overgave aan de boosdoener; 6. hem niet haten; 7. hem liefhebben; 8. hem goed doen; 9. voor hem bidden.

Volgens Chrysostomus is dat bidden voor je vijand wel het allermoeilijkste. Want dan ga je in het gebed als het ware naast hem of haar staan en God vragen om genadig te zijn. Om die persoon te leiden tot berouw en bekering. Dieper en verder dan dat kun je niet gaan. Dan breng je die grenzeloze liefde van de Vader in praktijk.

Is dat een gebod dat wij dat moeten doen? Nee, het is Jezus’ verlangen dat wij zo zullen zijn. Dat wij als kinderen op de hemelse Vader zullen lijken. En is dat ook uw verlangen? Als verzoende vijand door het kruis van Christus? Als kind van de Vader?

Amen

(citaten uit de Bijbel afkomstig uit de HSV).

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s