Beeldenstorm (2e gebod)

Preek over het 2e gebod a.d.h.v. bijbelteksten en Zondag 35 (Heidelbergse Catechismus).

Tintoretto – The Worship of the Golden Calf (1563)

Gemeente van Jezus Christus,

Het merkwaardige van het christelijk geloof is dat we er helemaal niets van zien. Je staat toch met een mond vol tanden als mensen je zeggen: Sorry hoor, maar ís die God van jullie dan? En daarop valt niet zoveel terug te zeggen. Je kunt niet antwoorden: Kijk maar hier of daar. Dáár heb je duidelijk bewijs. Híer zie je dat God er echt is. En dat maakt het voor onszelf ook vaak moeilijk in God te geloven. Zeker in moeilijke situaties steekt twijfel vaak de kop op: Is God wel bij me? Helpt Hij wel? Je zou dan graag iets meer houvast hebben. Waarom laat God niet iets meer van zich zien en merken?

Precies dát verlangen leefde ook onder het volk Israël toen ze uit Egypte door de woestijn trokken. Mozes vertelde hun dat God tegen hem gesproken had. En ja, er gebeurden bijzondere dingen. Maar van die God zélf hadden ze nog geen glimp opgevangen. En toen ging Mozes ook nog van hen weg, degene die nog een soort verbindingslijntje met God vormde. Hoe zouden ze nu weten dat de HEERE met hen was? In Exodus 32 lezen we wat er gebeurde:

1 Toen het volk zag dat het lang duurde voor Mozes van de berg afdaalde, kwam het volk bijeen bij Aäron, en zij zeiden tegen hem: Sta op,  maak voor ons goden die vóór ons uit gaan, want die Mozes, de man die ons uit het land Egypte geleid heeft – wij weten niet wat er met hem gebeurd is. 2 En Aäron zei tegen hen: Ruk de gouden ringen die uw vrouwen, uw zonen en uw dochters in hun oren hebben, af, en breng ze bij mij. 3 Toen rukte heel het volk de gouden ringen die ze in hun oren hadden, af en zij brachten ze bij Aäron. 4 Hij nam ze van hen aan, hij bewerkte ze met een graveerstift en maakte er een gegoten kalf van. Toen zeiden zij: Dit zijn uw goden, Israël, die u uit het land Egypte geleid hebben. 5 Toen Aäron dat zag, bouwde hij er een altaar voor, en Aäron kondigde aan: Morgen is er een feest voor de HEERE! 6 Zij stonden de volgende dag vroeg op, brachten brandoffers en brachten ook dankoffers. Het volk ging daarna zitten om te eten en te drinken; vervolgens stonden zij op om uitbundig feest te vieren.

Let goed op die woorden van Aäron: ‘Morgen is er een feest voor de HEERE’. In het bewustzijn van het volk deden ze niets verkeerd. Ze gingen niet opeens over op een andere religie, een andere god. Want dat gouden stierkalf symboliseerde de aanwezigheid en de kracht van de HEERE God, naar hun idee. Ze dienden de HEERE ermee, dachten ze, ‘het is een feest voor de HEERE’. Zo was Hij hun nabij. Later doet Jerobeam hetzelfde als hij gouden stierkalveren laat oprichten in Dan en Bethel. En op veel meer plaatsen in het Oude Testament lezen we over cultusplaatsen die ingericht worden met een gegoten beeld, een bewerkte steen of houten paal, die de HEERE voor moet stellen.

Zo werden de goden van de heidenen gediend, en zo dacht Israël dat God ook wel gediend kon worden. Het is zo begrijpelijk: iets zichtbaars willen hebben, iets tastbaars. Maar hoe wij ook denken daar God mee te dienen, Hij is er helemaal niet van gediend. Daarom is er dan uitermate strenge tweede gebod:

‘U zult voor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is. U zult zich daarvoor niet neerbuigen, en die niet dienen, want Ik, de HEERE, uw God, ben een na-ijverig God, Die de misdaad van de vaderen vergeldt aan de kinderen, aan het derde en vierde geslacht van hen die Mij haten, maar Die barmhartigheid doet aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden in acht nemen.’

Het eerste gebod ging over de vraag: Wélke God dien je? Het Bijbels gezien enig juiste antwoord moet zijn: de HEERE, Jahweh, de God van Israël. Dan stelt het tweede gebod de vraag: Hóe moet je die God dienen? Daar gaat het nu over. En dat is ook vandaag de dag een belangrijke vraag. Je kunt God niet zomaar dienen, zoals je denkt dat het goed is, op je eigen manier. Veel mensen denken dat vandaag de dag wel. Je hoort ze rustig zeggen: Ja, ik geloof wel in God, maar op mijn eigen manier. Als je zo denkt, dan ga je mee in de grote zondeval van het volk Israël. De afloop van het verhaal van het gouden kalf is dat de stenen tafelen die Mozes op de berg ontvangen heeft als bevestiging van het verbond verbroken worden en dat drieduizend Israëlieten sterven als straf.

Waarom, vraag je je af? Waarom mogen we niet zelf bepalen hoe we God dienen? Dat vinden we toch juist fijn: We zingen liederen die we zelf gemaakt hebben op een wijs die ons aanspreekt. We bidden als we daar zin in hebben. We lezen de stukken uit de Bijbel die we mooi vinden. We gaan naar de kerk als het ons uitkomt. Het geloof moet toch uit onszelf komen? Geloven kun je toch niet doen met opgelegde vormen?

Dat lijkt ons een logische redenatie, maar in de Bijbel en de kerkgeschiedenis zien we dat zodra je op die manier gaat denken het dan faliekant mis gaat. In de tijd van de Bijbel ging dat vooral door het maken van beelden. Voor mensen toen maakte het tastbaar en concreet waarin ze nu eigenlijk geloofden. Het maakt het dienen van God ook heel praktisch: je bouwde aan huis, een tempel, voor dat beeld, daar bracht je offers en dat was de plek waar je kon bidden. Met andere woorden: het geeft aan geloven en religie een hoop duidelijkheid. Dat spreekt ons aan. Ik hoor het van veel mensen: Laat het niet zo vaag zijn in de kerk. Laten we het concreet en praktisch maken.

Waar dat toe leidt lezen we in 1 Samuel 4. Het volk Israël is in oorlog met de Filistijnen en het gaat niet: ze verliezen een veldslag.

3 Toen het volk in het kamp teruggekomen was, zeiden de oudsten van Israël: Waarom heeft de HEERE ons vandaag vóór de Filistijnen verslagen? Laten wij vanuit Silo de ark van het verbond van de HEERE bij ons nemen, en laat die in ons midden komen, opdat die ons zal verlossen uit de hand van onze vijanden. 4 Toen zond het volk boden naar Silo, en men bracht vandaar de verbondsark van de HEERE van de legermachten,  Die tussen de cherubs troont; en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, waren daar met de ark van het verbond van God. … [Toen] 7 werden de Filistijnen bevreesd, want zij zeiden: God is in het leger gekomen. En zij zeiden: Wee ons, want iets dergelijks is er sinds jaar en dag niet gebeurd. 8 Wee ons, wie zal ons redden uit de hand van deze machtige goden? Dit zijn dezelfde goden die de Egyptenaren met alle plagen getroffen hebben, bij de woestijn. 9 Filistijnen, vat moed en wees mannen, anders zult u de Hebreeën moeten dienen  zoals zij u gediend hebben. Wees mannen, en strijd! 10 Toen streden de Filistijnen, en Israël werd verslagen, en zij vluchtten, ieder naar zijn tent. De nederlaag was zeer groot, er viel van Israël dertigduizend man voetvolk. 11 En  de ark van God werd meegenomen, en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, stierven.

Hier zie je gebeuren wat de gevolgen van die menselijke gedachten zijn: Als wij de HEERE betrekken bij onze strijd – gesymboliseerd in de ark van het verbond – dán is God met ons en dan wínnen we de oorlog. Hier zie je hoe gemakkelijk het idee binnen is geslopen dat wij door onze godsdienstige vormen grip krijgen op God, Hem dingen kunnen laten doen die wij willen. Over Hem kunnen beschikken. Of er blind op vertrouwen dat God wel bij ons zal zijn op de weg die wij gekozen hebben. Dat is echter ten diepste heidendom: Het Bijbels Godsgeloof is er niet voor ons eigen gevoel, om ons gerust te stellen, voor onze troost en bemoediging, om het leven aan te kunnen. Alle menselijke religie drááit daar om. En zo hoor je ook vandaag de dag mensen spreken over geloof in God. Maar het merkwaardige aan ons geloof in de God van Israël: wij beschikken niet over Hem, maar Hij over ons. God is er  – in de eerste plaats – niet voor ons, maar wij voor Hem.

Tenminste, als het goed is… Als het goed is, is dat de structuur van het geloof in ons leven. Maar telkens weer betrap ik mezelf erop, en misschien is het bij u niet anders, dat je gebeden zo snel egoïstisch worden. Ik bedoel dat je vooral bidt voor jezelf, de dingen die je nodig hebt of je geliefden om je heen. Terwijl het omgekeerde: het aanbidden van God, het luisteren naar Zijn geboden, jezelf aan de kant zetten in dienst van Gods Koninkrijk keer op keer tekort komt. In wezen maken we ons dan schuldig aan precies hetzelfde als de Israëlieten die een gouden kalf maken of de ark van het verbond inzetten in de strijd met de Filistijnen: We denken dat het leven vooral draait om ons, om ons religieuze gevoel, om ons levensgeluk, en dat God vooral daaraan mee moet helpen.

Ondertussen staat de belangrijke vraag op het spel: Hoe moet het dan wel? Je kunt zeggen wat je wilt, maar de beeldendienst ten tijde van het Oude Testament, kwam voort uit een soort oprecht verlangen naar de nabijheid van God, ja, naar de ontmoeting met God. Dat het volk Israël graag een beeld van de HEERE wilde, in de vorm van het gouden stierkalf was de foute manier, maar het idee was goed. En dat Israël hun God wilde betrekken bij de oorlog was een goed idee. En zo verlangen wij allemaal dat God dicht bij ons is. Dat wij ons veilig weten bij Hem. Ook wij hebben daarvoor onze vormen. De kerkdienst, de stille tijd, een tegeltje aan de muur, het zijn allemaal manieren om ons dichtbij God te voelen.

Maar God kent ons nog beter, dan wij onszelf kennen. Al die gebruiken, gewoonten en ideeën om toegang tot God te krijgen, hebben de neiging om na verloop van tijd een doel op zichzelf te worden. Dat zie je bijvoorbeeld alleen al aan de omgang met discussies rond de liturgie. We denken al snel dat een bepaalde vorm of een bepaalde traditie die toegang tot God garandeert. Aan de ene kant is er dan een partij die dat helemaal verwacht van de psalmen oude berijming, maar aan de andere kant is minstens een even felle groep die het verwacht van nieuwe liederen uit opwekking. Beide groepen verwachten van hun vorm dat het beter of meer kan dienen als manier om tot God te naderen, om Hem te ontmoeten. Maar dáár zit het niet in. Gelukkig niet. Dat is het bevrijdende van het 2e gebod.

Precies deze vraag ‘Hoe krijg je toegang tot God’ is aan de orde in Johannes 4, in het gesprek tussen Jezus en de Samaritaanse vrouw. Zij vraagt:

20 Onze vaderen hebben op deze berg aangebeden, en bij u zegt men dat in Jeruzalem de plaats is waar men moet aanbidden. 21 Jezus zei tegen haar: Vrouw, geloof Mij, de tijd komt dat u niet op deze berg, en ook niet in Jeruzalem de Vader zult aanbidden. 22 U aanbidt wat u niet weet; wij aanbidden wat wij weten, want de zaligheid is uit de Joden. 23 Maar de tijd komt en is nu, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid, want de Vader zoekt wie Hem zo aanbidden. 24 God is Geest en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.

Hier is precies de vraag: Waar moet je zijn en wat moet je doen om God te ontmoeten, om bij Hem te komen, om toegang tot Hem te krijgen? Tussen de Joden en Samaritanen was het twistpunt: Je moet daarvoor in Jeruzalem zijn of op de berg Gerizim. Op de heilige plek. En daar moet je de juist heilige woorden spreken en de juiste rituelen uitvoeren. En dán, dán heb je toegang tot God. Maar Jezus rekent daar helemaal mee af, zoals in het 2e gebod met die andere methode om toegang tot God te hebben, het maken van beelden, afgerekend wordt.

Heel simpel zegt Jezus: ‘Maar de tijd komt en is nu, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid, want de Vader zoekt wie Hem zo aanbidden.’ Het is véél eenvoudiger dan wij mensen vaak denken. Je kunt je gewoon direct tot God richten, Hij hoort alles, en belooft Jezus, mensen die zich zo oprecht tot God richten, die zoekt de Vader op.

Alle rituelen en magie rond de beeldendienst en religie worden daarmee radicaal buiten de deur gezet. Mét de bijbehorende angst/onzekerheid. Want het heidendom kent de martelende gedachte dat als je níet op de goede plek bent, als je níet de juiste mooie liederen zingt of heilige woorden gebuikt in je gebed, dat de hemel dan gesloten blijft en dat je er alleen voor staat. Israël is niet alleen bevrijd uit Egypte, maar in de Tien Geboden óók bevrijd van die angst. Voortaan hoeven ze nooit meer in te zitten over de nabijheid en de toegang tot God. Daar hoeven ze zélf niet nog heel veel voor te doen. Daar heeft God alles al aan gedaan om dat mogelijk te maken. Dat is de kern van wat Jezus geeft als antwoord aan die Samaritaanse vrouw: Omdat Ík er ben heb ook jij toegang tot God en mag je weten dat Ík met je ben.

Dankzij Jezus Christus mogen wij christenen oernuchter in de wereld staan: Er zijn geen heilige plekken, dieren, woorden of mensen nodig om ons toegang tot God te verschaffen. We hoeven niet te geloven in de werking van meditatie, wierook, rituelen, etc. Wij geloven in een hele directe relatie met God, een eenvoudige manier om Hem te ontmoeten en dat is door het woord. Het Woord van boven, God die spreekt in Zijn Woord en de verkondiging daarvan. En wij praten terug in het gebed. Die weg wordt ons getoond door het evangelie van Jezus Christus. Die bevrijding en belofte ligt er in het 2e gebod.

Het beeldverbod voorkomt dat wij tussen God en ons nog allerlei tussenstappen inbouwen, die onverhoopt blokkades gaan vormen. Dat is niet alleen jammer voor ons, maar dat maakt God ook jaloers. Dat onze aandacht dan op gaat aan andere dingen, in plaats van aan Hem. Er mag niets tussen God en ons in komen. Ja, alleen Jezus Christus. In het Nieuwe Testament wordt over Hem gesproken als het ‘beeld van de onzichtbare God’:

14 In Hem hebben wij de verlossing, door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de zonden. 15 Hij is het Beeld van de onzichtbare God, de Eerstgeborene van heel de schepping. 16 Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn: tronen, heerschappijen, overheden of machten; alle dingen zijn door Hem en voor Hem geschapen. 17 En Hij is vóór alle dingen, en alle dingen bestaan tezamen door Hem.

Wij mensen hebben graag zichtbare beelden, houvast in rituelen en woorden. Dat wordt ons dus ontnomen. Daarover zou je kunnen treuren: dan vervluchtigd, vervaagt, vergeestelijkt het allemaal wel erg. Maar dat is niet de Bijbelse lijn: het beeldverbod is geen vergeestelijking, alsof er in onze werkelijkheid dan helemaal nergens enig houvast voor het geloof te vinden is, geen echte, werkelijke toegangspoort tot God. Het is geen vergeestelijking, maar een verpersoonlijking! Wil je toegang vinden tot God, dan moet je bij Jezus Christus zijn. In Hem zien en ontmoeten wij God zelf. Het gaat om de persoonlijke relatie tot Hem.

Wanneer wij moeite hebben met Gods afwezigheid in ons leven. Als je het gevoel hebt dat God zover weg is. En je je afvraagt of Hij je wel hoort. Dan moet je niet vluchten in allerlei religieuze vormen. Maar je richten op Jezus Christus, je voor de geest halen wie Hij is en hoe Hij is. Door het evangelie te lezen. Zijn woorden je eigen te maken. En zo ontdek je dat God wel degelijk een God van nabij is. Ook voor jou. En dat Hij je echt hoort. Want daar getuigt de Schrift van. Zo vertellen de evangelisten het ons.

Al onze spiritualiteit moet dan ook Jezus Christus als kern hebben. Helpen om ons op Hem te richten. Zo niet, dan moeten we een flinke beeldenstorm houden. Al onze gedachten over God, die niet op één of andere manier te maken hebben met het verhaal van Jezus, staan alleen maar in de weg.

Dat maakt gelijk duidelijk dat je geen vrije keuze hebt hóe God te dienen. Voor onze eigen bescherming, bevrijding en voor ons eigen welzijn, moeten we gaan op de wegen die God ons wijst in Jezus Christus. Als wij God willen ontmoeten, Hem nabij willen weten in ons leven, zullen we Hem bovenal serieus moeten nemen. Vandaar dat de catechismus zo radicaal afscheid neemt van de heiligenbeelden in de Rooms-katholieke kerk: er mogen helemaal geen beelden gemaakt worden, zelfs niet met de positieve gedachte dat mensen er wat van kunnen leren, ‘de boeken der leken’.

Dit is geen verbod op beeldende kunst, maar op het geloof dat wij mensen hulpmiddelen nodig hebben om de toegang tot God te vinden. Waarom zou je zo’n omweg nemen, antwoordt de catechismus? ‘God wil zijn christenen niet door stomme beelden, maar door de levende verkondiging van zijn Woord wil laten onderwijzen.’ De enige manier om God werkelijk te ontmoeten, is door naar Hem te luisteren. De verkondiging van het levende Woord ter harte te nemen.

Misschien ook wel om die reden vinden wij heidendom aantrekkelijk: Je gaat af en toe een keertje naar een tempel om je religieuze plicht te vervullen. En dan ben je er ook weer even van af. Dan neem je weer wat afstand van God, zodat je je eigen ding kan doen. Maar in Jezus Christus is God altijd met ons, is er een directe relatie, daar zit geen afstand tussen, en dat breng het hele leven onder beslag van Zijn wil. Zoals Paulus dat verwoordt in Romeinen 12:

1 Ik roep u er dan toe op, broeders, door de ontfermingen van God, om uw lichamen aan God te wijden als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk: dat is uw redelijke godsdienst. 2  En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word innerlijk veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.

Wij dienen God niet door beelden, die we ook een beetje buiten ons leven kunnen houden, een zekere afstand toe kunnen houden, of juist het gevoel hebben te kunnen beheersen of gebruiken. Nee, God wil door ons helemaal en totaal gediend worden. Met alle vezels van ons lichaam, met elke greintje verstand, met volledige toewijding. Erkennen dat wij niet over Hem beschikken, maar Hij over ons. Dat niet wij bepalen hoe wij Hem dienen, maar dat doen zoals Hij wil. En het evangelie, de goede boodschap, daarin is: Zie, daarin de bevrijding, de genade, dat dat een zegen is, dat het geloof gericht op Jezus Christus vrij is van angst en onzekerheid. Dat wij nooit meer van Hem af kunnen, maar door Jezus Christus in Hem een God hebben die ons voor altijd nabij is.

Amen

(geciteerde bijbelteksten uit de Herziene Statenvertaling)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s