Dagelijks brood. Daar zit wat in.

Preek over Mattheus 6,9-15 gehouden in Everdingen bij de viering van het Heilig Avondmaal.

Gemeente van Jezus Christus,

Brood. Dat eten de meeste Nederlanders. Vaak bij het ontbijt. Niets zo gewoon als brood. Deze kochten wij bij de Albert Heijn, gewoon, om op te eten. Is dit brood anders dan het brood dat klaar ligt op de Avondmaalstafel, en dat we zo gaan gebruiken om Avondmaal te vieren? […] Inderdaad, dit is bruin brood en aan het Avondmaal gebruiken we altijd witbrood. Maar dat is dan ook het enige verschil.

Alhoewel, we gebruiken het zeker op een hele andere manier. Dit brood eet je thuis met boter en hagelslag erop. Omdat je moet eten om te leven. Dagelijks 2, 3, 4 of nog meer sneetjes. Maar het Avondmaalsbrood, daarvan krijg je een klein stukje, eens in de 4 vier maanden. En dan is het ook nog alleen maar voor belijdende leden. Een groter verschil tussen deze sobere tafel hier in de kerk, en de ontbijttafel thuis is bijna niet voor te stellen.

Jezus leert ons bidden om brood.

‘Geef ons heden ons dagelijks brood’.

Aan welk brood moet je dan denken? Aan dit brood voor ontbijt en lunch of dat brood op de Avondmaalstafel? Dat is een belangrijke vraag. Jezus legt in dit stuk van de Bergrede namelijk uit aan zijn leerlingen wat geloven is. Dat doet hij in drie hele praktische stukjes over 1. het geven van aalmoezen, weggeven van geld; 2. over bidden, wat we vanmorgen lezen; en 3. over vasten, daar gaat het vanavond over. De achterliggende vraag is daarbij: Is geloven nou dat wij zo vroom mogelijk leven, met ons hoofd in de wolken bij wijze van spreken, helemaal gericht op de hemel, en zo min mogelijk met het aardse, het wereldse, bezig zijn? Gééstelijk leven, dat het dáárom gaat? Ja, dat denken wij soms, en daardoor is geloven in God voor ons ook wel vaag en ver van ons bed.

Ik dacht altijd als kind bij het bidden van het Onze Vader: Die eerste regels snap ik niet zo goed, moeilijk vond ik die: ‘Uw Naam worde geheiligd, Uw Koninkrijk kome, Uw wil geschiede’. Maar bij dat regeltje ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’, dán begreep ik waarover het ging. Dat heb jij vast ook! Naam, Koninkrijk, wil, dat zijn allemaal begrippen waar je je niets bij voor kunt stellen. Maar brood! Dat kun je zien, vasthouden, proeven.

Het wil nogal wat zeggen dat Jezus ons dáárom laat bidden. Als Jezus ons laat bidden om brood, dan betekent dat dat we aan onze Vader gewoon alles mogen vragen wat we nodig hebben om te kunnen leven. De hele praktische grote en kleine dingen, eten, drinken, een dak boven ons hoofd, kleding aan ons lijf.

Denk bijvoorbeeld aan Jezus die op een keer zag dat de menigte die naar Hem luisterde honger had. Toen zei Jezus niet: ‘Vergeet die honger maar even, ik ben nu aan het preken, dat is veel belangrijker.’ Nee, hij liet hen zitten in het groene gras en door een wonder voedde hij hen met 5 broden en 2 vissen, tot ze allemaal genoeg hadden gegeten. Geloven in God gaat dus over gewoon brood. Over je gewone leven en dat je daarvoor God nodig hebt.

Niet voor niets eten we aan de Avondmaalstafel ook gewoon brood van de bakker. Wij hebben geen bijzondere ouweltjes zoals de Rooms-katholieken. Want dan verdwijnt die verbinding met het hele gewone, dan verdwijnt de verbinding tussen ontbijttafel en Avondmaalstafel. Juist hier in de kerk leren we geloven dat wij leven van brood dat Jezus ons geeft.

God houdt zich bezig met dat hele gewone van jouw en mijn leven. Zó naar je dagelijks brood thuis te kijken, als geschenk van God, dat leer je door hier te proeven van het Avondmaalsbrood.

Ja, het enige verschil is dat je dit brood zelf moet gaan kopen in de supermarkt of bij de bakker. Terwijl dat brood op miraculeuze wijze al klaar lag toen u hier vanmorgen binnenkwam. Dat doen we expres zo, omdat het dan een beetje lijkt op het manna in de woestijn, je weet wel, dat het volk Israël dagelijks te eten kreeg. Het lag ’s morgens vroeg elke dag, behalve op de sabbat, rond hun tenten voor het oprapen. Brood uit de hemel. Wonderbrood. Maar wel gewoon om op te eten, en nog lekker ook!

Wat we hier vanmorgen meemaken rond het Avondmaal is een nieuw manna zou je kunnen zeggen. Brood uit de hemel. Brood om van te leven. Dat klinkt dus ook echt door in het gebed ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’. Dat ‘dagelijks’ herinnert aan dat dagelijkse manna wat de Israëlieten kregen in de woestijn. Het gebed nodigt ons uit om ook ons dagelijks voedsel te zien als een wonder van God. Ál ons brood komt uit de hemel, bij God vandaan.

En dat heeft alles te maken met dat Koninkrijk waar je in het Onze Vader ook om bidt. In Jezus’ tijd geloofden de mensen dat de Messias een nieuwe koning zou worden in Jeruzalem en het koninkrijk van David weer op zou richten en dan zou regeren over heel de aarde. Ze geloofden dat God dan opnieuw manna zou laten regenen, dat er geen zieken meer zouden zijn. Dat de aarde weer een paradijs zou worden. Prachtig, hé?

Met dit gebed, het ‘Onze Vader’, sluit Jezus daar helemaal bij aan. Eigenlijk zegt Hij: Nu Ik gekomen ben, is dat Koninkrijk heel dichtbij gekomen. Waar Ik ben, daar is dat Koninkrijk al, als je goed kijkt. Als jullie thuis rond de tafel zitten, en mijn gebed bidden, dan is daar een stukje paradijs.

Dat is het Avondmaal gemeente, een stukje hemel op aarde. We eten hier het brood dat Jezus zelf ons geeft. Hemels brood. De hemel komt op aarde, in het hele gewone van brood en wijn. De kring van mensen die in vrede rond die tafel zitten. We zitten daar in de wetenschap dat we eeuwig leven hebben door Jezus Christus, dat onze zonden verzoend zijn, dat Onze Vader voor ons zorgt, ook in het lichamelijke, dat de heilige Geest ons altijd vreugde schenkt.

Aan het Avondmaal worden we door Jezus uitgenodigd om het bijzondere van het gewone te zien. Dat brood niet zomaar brood is, maar een teken van het Koninkrijk en van Gods Vaderlijke zorg. Tegelijk voegt Jezus ook ernstige woorden en een waarschuwing toe: Je kunt niet samen eten als het onderling tussen de mensen aan tafel niet goed zit, als er een gespannen en vervelende sfeer hangt.

Aan tafel moet het goed zijn. Daarom vragen wij in het Onze Vader om vergeving aan God. Het moet goed zitten tussen de gastheer van deze tafel en ons. En Jezus benadrukt in vers 14-15 dat vergeving ook in de omgang met onze naasten een plek moet hebben. Ik ga nu niet uitweiden over hoe moeilijk dat in de praktijk kan zijn. Dat er situaties kunnen zijn dat je nog niet tot vergeven in staat bent. Dat hoeft ook niet. Want er is één ding dat deze maaltijd hier vanmorgen in de kerk echt ánders maakt dan een maaltijd thuis. En dat is dat déze maaltijd die ons door Jezus Christus wordt aangeboden vergeving schenkt.

Het is gewoon brood en gewone wijn, maar het is Jezus die ons daarmee wil herinneren aan Zijn offer voor onze zonden. Hij schenkt ons vergeving als wij eten van brood en drinken van de wijn, dat is wat wij geloven. Het eten aan deze tafel máákt het goed tussen God en jou, maar ook tussen elkaar.

Al die dingen die dan nog niet goed gaan, je eigen dagelijkse zonde, de onmin met broeders en zusters. Dat zit je dan wel dwars. Daarom krijg je aan de Avondmaalstafel maar een klein stukje brood, een klein slokje wijn. Het is bedoelt om onze trek op te wekken naar de Laatste Maaltijd, de Eeuwige maaltijd als het Koninkrijk van Christus zich definitief baan breekt in deze wereld. En je leert om dááraan te denken elke keer dat je in het Onze Vader bidt om brood voor de komende grote dag en als je hier straks aan het Avondmaal deelneemt!

Amen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s