Dieetadvies van Jezus

Preek over Mattheus 6,16-18 en Jesaja 58,1-9

Gemeente van Jezus Christus,

 

Het voedingscentrum adviseert wat je moet eten. Op hun site kun je je leeftijd invullen en dan zie je precies wat je nodig hebt per dag. Een man van 29, ik dus, mag eten: 2 stuks fruit, 4 opscheplepels groente, 5 opscheplepels aardappelen, 7 sneetjes brood, 1 plak kaas, 2 bekers melk, 100 gram vlees of vis, en klein beetje boter en olie en 2 L drinken. Alles bij elkaar een flinke hoeveelheid. Het is fantastisch dat wij al dat eten ook daadwerkelijk kunnen krijgen in ons land. Dat is een zegen van God. Wij bidden om ons dagelijks brood, en wij krijgen het in overvloed.

Waarom zou je al dat heerlijks laten staan? Ja, mensen die niet willen eten, dat kennen wij wel. Kinderen die hun bord niet willen leegeten. Dat is dan ook vaak een probleem. Als meisjes of jonge vrouwen  weigeren te eten, omdat ze te denken dat ze te dik zijn, dan noemen we dat een stoornis, anorexia. En het gebeurt wel dat dementerende ouderen niet meer eten. Dan stellen verzorgenden en familie alles in het werk om toch wat hapjes en slokjes naar binnen te krijgen. Weigeren te eten vinden we niet normaal.

Jezus wel. Die vindt het heel normaal om af en toe niet te eten. ‘En wanneer u vast…’, zegt Hij. In dit stuk uit de Bergrede geeft Jezus aan Zijn leerlingen onderwijs over de praktische kant van de navolging. Hoe krijgt het geloof gestalte in je leven? Wel, zegt Jezus in vers 1-4, je gaat weggeven van je eigen overvloed aan mensen die het hard nodig hebben, aalmoezen, liefdegaven. Dat staat met stip op 1. Geloven, leven in liefde met Christus, blijkt in de zorg voor je naaste. Vervolgens zegt Jezus in vers 5-15: Geloven, dat is ook bidden. Biddend uitzien naar Mijn Koninkrijk dat komt. Tot zover klinkt dat ons vertrouwd in de oren. Maar vasten?

U moet weten dat het in het Jodendom en christendom wel een hele oude traditie is. Vooral in de Middeleeuwen konden vooral monniken en nonnen in kloosters er wat van. Het idee was: je lichaam tuchtigen, pijnigen, dat was een goed werk, want het lichaam en de lichamelijke begeerten waren zondig, dacht men. Hoe meer je afstand nam van aardse dingen als eten, kleding en slaap, hoe dichter je bij de hemel kwam. In de tijd van de Reformatie heeft vooral Luther, die dat kloosterleven met die ontberingen zelf heeft meegemaakt, zich daar sterk tegen afgezet: Wij hoeven niet allerlei rare toeren uit te halen om op te klimmen naar de hemel. Je hoeft de hemel niet op die manier te verdienen. Jezus is toch niet voor niets afgedaald naar de aarde. Niet voor niets vieren we het Avondmaal. Een maaltijd met brood en wijn, een maaltijd met Jezus Christus zelf.

En toch, toch vind ik het wel indrukkend – u ook? – hoeveel die monniken ervoor over hadden om in contact te komen met God. Al gingen ze er lichamelijk soms letterlijk aan onderdoor, ze deden dat omdat ze graag dichtbij God wilden zijn. Daar steken wij dan vaak maar magertjes bij af, of niet? Wij onderhouden ons geloofsleven vaak hoogstens met een keertje naar de kerk gaan op zondag, bidden bij het eten en als het er niet bij inschiet een korte stille tijd.

Wat mag geloven jou eigenlijk kosten? Hoeveel moeite wil je doen om met God in contact te komen? Zijn we in onze tijd niet te gemakkelijk geworden? Zoeken we Hem nog echt?

Ja, maar, vraagt u zich af, is vasten dan daarvoor de goede manier? Jezus lijkt toch niet echt blij met dat vasten van de mensen in zijn tijd!

‘Toon geen droevig gezicht, zoals de huichelaars. Zij vervormen hun gezicht, zodat zij door de mensen gezien worden als zij vasten. Voorwaar, Ik zeg u dat zij hun loon al hebben.’

Eigenlijk is dat dezelfde kritiek als van Luther: die mensen, die dachten dat ze door hun vasten vooral erg goed bezig waren.

En hier valt ook op dat ze bij vasten een droevig gezicht trekken. Vasten hoort in de Bijbelse tijd bij rouw en verdriet. Het hoorde bij het begrafenisritueel om één of meerdere dagen te vasten. Misschien heeft u dat zelf trouwens ook wel eens meegemaakt, dat je zoiets ellendigs, ziekte/overlijden, meemaakte dat je totaal geen trek had, dat je geen hap door je keel kreeg. Dat is vasten in zijn puurste vorm. Niet alleen bij het overlijden van geliefden deed men dat, maar ook bij berouw over de zonden. Als je je zo ellendig voelt door je misstappen en God om vergeving smeekt, dan heb je ook geen trek. Vasten is dan je berouw en verdriet bewust zichtbaar maken en voelen door niet te eten.

Maar wat dus ergens heel puur is, werd al snel een ‘gebruik’. Jezus heeft er kritiek op, en stelt zich daarmee op hetzelfde standpunt als Jesaja. We lazen uit Jesaja 58 dat Jesaja het vasten van Israël op de hak neemt. In zijn tijd houden de mensen zich netjes aan allerlei rituelen en gebruiken, gaan netjes naar de tempel om te offeren en te bidden, en vasten ook. Maar namens God zegt Jesaja dan dat God zúlk vasten in zogenaamd verdriet, in zak en as, helemaal niet hoeft. Want terwijl die mensen vroom zitten te zijn in de tempel en vasten, beulen ze hun arbeiders af, maken ze ruzie en vergeten ze hongerigen, ontheemden en armen.

Zo hangt er rond dat vasten een sfeertje waar we ons graag verre van willen houden: een negatieve sfeer van verdriet, rouw, en al te snel wordt dat een maniertje, blijkt keer op keer: in Jesaja 58, in Jezus’ tijd, en in de Middeleeuwen. Leerden we vandaag aan het Avondmaal juist niet om echt blij te zijn, ons te verheugen in de verlossing en vergeving in Jezus Christus? Laten we het dan in deze dienst die in het teken staat van nabetrachting en dankzegging alsjeblieft niet over vasten hebben!

Wacht even. Voordat u het vasten definitief afschrijft: de kritiek op het vasten in vers 16 van Mattheus 6 is precies hetzelfde als Jezus kritiek op het bidden en geven van liefdegaven. In feite leren we van de Heere Jezus dat ál onze religieuze gebruiken en gewoonten, alle manieren waarop wij ons geloof vormgeven kunnen verworden tot een show. Voor je eigen goede gevoel en voor ‘wat de mensen vinden’.

De oplossing is dus niet om je geloof géén vorm te geven in je leven of geen gewoonten te hebben, want dan weet je zeker dat je geloof doodbloed. Jezus vraagt van ons dat wij liefdegaven geven, bidden en vasten op de goede manier. Dat wil zeggen: Niet gericht ten bate van onszelf, maar gericht op God en de ander.

Wat betreft vasten, hebben we daarin een prachtig voorbeeld in de Heere Jezus zelf. Blader maar eens mee naar Markus 6. Daar komen de discipelen in vers 30 terug bij Jezus nadat zij op zendingsreis zijn geweest. In vers 31 zegt Jezus dan tegen ze:‘Komt u zelf mee naar een eenzame plaats, alleen, en rust wat uit;’ Want, staat er dan gelijk achter: ‘er waren er velen die kwamen en die gingen, en zij hadden zelfs geen gelegenheid om te eten.’ Ze vertrekken dan per boot op weg naar een rustige plek om bij te komen en te eten. Maar de menigte heeft door waar ze heen gaan en zodra ze uit de boot stappen, staan de mensen daar al weer klaar.

Dan staat er in vers 34: ‘En toen Jezus uit het schip ging, zag Hij een grote menigte en was innerlijk met ontferming bewogen over hen,  want zij waren als schapen die geen herder hebben; en Hij begon hun veel dingen te onderwijzen.’ Met andere woorden: Jezus en zijn discipelen hebben het veels te druk om te eten! Intussen maken ze zich niet druk om hun éigen gebrek aan eten, maar om het gebrek aan eten voor de menigte. Bezorgd zeggen de discipelen tegen Jezus (vers 36): ‘stuur hen weg, opdat zij naar de omliggende gehuchten en dorpen kunnen gaan en broden voor zichzelf kopen, want zij hebben niets te eten.’ Maar Jezus zegt: ‘Geven jullie hen te eten’. En ze moeten de vijf broden en 2 vissen die hun éigen rantsoen vormen uit gaan delen aan de menigte.

Dat is pas vasten! In dit verhaal laten Jezus en zijn discipelen zien wat echt goed vasten is. Het is ook helemaal in lijn met Jesaja 58 vers 7, waar de HEERE zegt: ‘Is dit niet het vasten dat Ik verkies, dat u uw brood deelt met wie honger lijdt, en de ellendige ontheemden een thuis biedt, dat, als u een naakte ziet, u hem kleedt, en dat u zich voor eigen vlees en bloed niet verbergt?’ Dat is precies wat er in Markus 6 gebeurt.

Op een hele bijzondere manier brengt Jezus zo het vasten in de praktijk: Jezelf dingen ontzeggen, om het weg te kunnen geven aan anderen, anderen te helpen. Bijzonder genoeg zegt Jezus: Vasten, dat is niet in zak en as je oefenen in eigen vroomheid, proberen jezelf te pijnigen om contact te krijgen met de hemel, voor je eigen zieleheil of status. Vasten is niet jezelf onderdompelen in verdriet en berouw met als doel er geheiligd uit te komen. Integendeel. Jezus maakt er bewust een tegenstelling van in de Bergrede:  ‘Toon geen droevig gezicht, maar als u vast, zalf dan uw hoofd en was uw gezicht.’ Jezus zegt: ‘Vasten is voor jullie geen uitdrukking van verdriet, maar van vreugde!’

Kijk maar eens mee in Johannes 4. De discipelen zijn eten wezen kopen in het dorp, Jezus heeft zolang gewacht bij de put, een heel gesprek gehad met een Samaritaanse vrouw en andere dorpelingen. Ze zeggen dan tegen Jezus in vers 31: ‘Rabbi, eet toch iets.’ En dan komt het prachtige antwoord van Jezus: ‘Ik heb voedsel te eten waarvan u geen weet hebt.’ En Hij legt dat in vers 34 uit:

‘Mijn voedsel is dat Ik de wil doe van Hem Die Mij gezonden heeft en Zijn werk volbreng.’

Jezus heeft zoveel plezier in het dienen van Zijn Vader, in het er zijn voor de mensen, dat Hij al zijn energie daaruit haalt. Dat is pas vasten. Zo vol passie bezig zijn met de dingen van God, met de verkondiging of met de zorg voor hongerigen, dat je het eten maar overslaat. Dát is de manier waarop wij volgens Jezus ook mogen vasten. Niet uit verdriet, als zelfpijniging, maar vanuit de vreugde God te mogen dienen.

Daarom past dit stukje over vasten zo mooi bij de nabetrachting van het Avondmaal. Wij kunnen leven van dat éne stukje brood en dat kleine slokje wijn. Dat was lang niet genoeg om onze buik te vullen, en toch zijn we er vol van! – als je begrijpt wat ik bedoel! Wij worden nu weer van hier gezonden met de opdracht uit die volheid van de vreugde – om de gemeenschap met God en elkaar in de vergeving van onze zonden – ons soms alles te ontzeggen.

Ik hoor wel eens gemeenteleden klagen dat ze zo weinig tijd in de week over hebben om te besteden aan bijbelstudie, aan de kerk, aan vrijwilligerswerk. Nou, als die dingen je hart hebben, dan kies je gewoon een dag in de week. Dan sla je je maaltijden die dag over en die tijd besteed je aan die dingen voor God. En het geld wat je uitspaart kun je ’s zondags extra in de collectezak van de diaconie doen nog ook. Jezus zegt niet dat wij dat moeten doen, maar Hij veronderstelt gewoonweg, dát wij als zijn volgelingen dat vrijwillig doen vanuit de vreugde deel uit te mogen maken van Zijn Koninkrijk.

Trouwens, er is nog een diepere reden om te vasten dan drukte. Zeker ná het Avondmaal. Brood en wijn zijn niet karig, maar staan symbool voor een feestmaal. Hier aan de tafel proefden we van het eeuwige geluk dichtbij Jezus Christus te mogen zijn. Op een hele bijzondere manier kun tijdens het Avondmaal de nabijheid van God ervaren. Maar het is ook maar een kort moment. Nu gaan we weer verder met ons gewone leven. Maar hopelijk blijft er iets hangen van heimwee en verlangen naar méér van die momenten in je leven dichtbij God. Naar de complete vervulling ervan.

Dat kennen we ook wel. Niet alleen verdriet en ziekte is een reden om je eten te laten staan. Je komt het ook tegen bij mensen met heimwee of grote verliefdheid. Als je ’s avonds voor het eerst een date hebt met het meisje waar je verliefd op bent, dan krijg je bij het avondeten ook niet zo veel naar binnen… Je gedachten zijn in geval van verliefdheid helemaal bij de jongen/het meisje. En in geval van heimwee, zijn je gedachten bij thuis.

Zo is het voor ons christenen toch ook? Wij verlangen naar Huis (met een hoofdletter), naar Christus, onze Geliefde. Bij tijd en wijle kan dat verlangen zo sterk zijn, dat je ook je eten maar even laat staan. In Mattheus 9 zegt Jezus dat zelf. De discipelen van Johannes de Doper vragen daar aan Jezus: ‘Waarom vasten wij en de Farizeeën veel en vasten Uw discipelen niet?’

In 9 vers 15 antwoord Jezus hen:

‘De bruiloftsgasten kunnen toch niet treuren zolang de Bruidegom bij hen is? Maar de dagen zullen komen dat de Bruidegom van hen weggenomen zal zijn, en dan zullen zij vasten.’

Dus op dat moment is Jezus er zelf, dus hoeft er niet gevast te worden: Het contact met Hem is onmiddellijk. Maar ná de hemelvaart, als er sprake is van een scheiding, ja, dan mag er weer gevast worden uit verlangen naar de Bruidegom! In Handelingen lees je ook dat de gemeente volhardt in bidden en vasten. Jezus doet dat zelf ook, lees je in Mattheus 26,29 bij de instelling van het Heilig Avondmaal. Direct na het ronddelen van de beker wijn, zegt Jezus:

‘Ik zeg u dat Ik van nu aan van de vrucht van de wijnstok niet zal drinken tot op de dag wanneer Ik die met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk van Mijn Vader.’

Hier is de link tussen Avondmaal en vasten compleet duidelijk geworden: Het Avondmaal is een voorproefje wat ons doet verlangen, uitzien, naar het moment dat wij met Jezus Christus zelf in eigen Persoon de beker zullen heffen in het Koninkrijk van Zijn Vader.

En nu praktisch. Wanneer overkomt u en jou dat nou dat je je eten laat staan, omdat je op die hoogte zit in je geloofsleven? Zo vol liefde en heimwee naar Christus of zo druk met God dienen uit vreugde, dat je niet toekomt aan of hoeft te eten? [Weinig misschien…] Dan is het verstandig om voor jezelf dat vasten in te plannen. Want uit ervaring weet ik, en dat hoor je van ieder die het doet: het kan ook heel goed andersom werken. Als je bewust zegt: Deze dag vast ik en de vrijgekomen tijd ruim ik in voor stille tijd en goede daden om Jezus’ wil. Dan zorgt dat bewuste vasten en het er echt mee bezig zijn ervoor dat je die vreugde van Christus gaat proeven, dat je gaat verlangen naar Gods toekomst.

Probeer het gewoon eens uit, zou ik zeggen. Bijvoorbeeld op vrijdag. Vrijdag is vanouds de vastendag voor christenen geweest, omdat het de sterfdag van Jezus Christus was. Je voegt je dan dus een traditie die teruggaat op de vroeg-christelijke kerk. Probeer eerst gewoon eens een vrijdag met alleen vruchtensap en water, als dat goed gaat, probeer dan vervolgens eens met alleen water. In het begin zul je je er misschien niet prettig bij voelen, honger gevoel hebben. Dat komt omdat wij gewend zijn onze trek altijd gelijk te bevredigen. Je lichaam moet weer leren dat jíj de baas bent en niet je maag. (Tussen twee haakjes: vasten wordt afgeraden voor kinderen, zieken en zwangere vrouwen).

Een goed idee van Jezus dus: Hem volgen, dat is liefdegaven geven, bidden én vasten. Maar je moet het niet doen, omdat je je ertoe verplicht voelt na deze preek. Vast alleen, als je diep van binnen het verlangen hebt, om dichtbij God te zijn. Als je dat verlangen hebt, dan heb je daarvoor toch ook iets over? Dat mag toch beste moeite kosten? En wie heeft dat verlangen niet? Bij God te zijn, Hem te dienen, dat is toch het mooiste wat er is.

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s