Liefde voor de Waarheid

Preek over het 9e gebod ‘Gij zult geen vals getuigenis geven.’

Afbeeldingsresultaat voor misleidende reclame

Zomaar een vereerlijkte reclameslogan 🙂

1: Wat is waarheid?

‘Wast 4x schoner dan de concurrent’, ‘de goedkoopste supermarkt van Nederland’, ‘deze auto rijdt superzuinig’. Zomaar wat slogans uit reclames. Elke dag worden we ermee gebombardeerd. En niemand die het nog echt geloofd. Vorig jaar kochten wij zo’n zuinige auto, die volgens de reclame 1:29 zou rijden. In de praktijk haalt-ie net 1:20. Best een groot verschil. Maar denk maar niet dat je dan verhaal kunt halen bij de fabrikant, want ‘iedereen weet toch dat je die reclame met een korreltje zout moet nemen’.

Gek eigenlijk, dat we allemaal weten dat je niet hoort te liegen en de waarheid moet vertellen, maar dat we het toch allemaal doen. Typisch voor onze tijd is immers dat we woorden gebruiken om de werkelijkheid een beetje op te poetsen. Daar zijn die reclamelui heel handig in. Maar politici kunnen er ook wat van, om vervelende besluiten of gebroken beloften zó uit te leggen dat het lijkt alsof ze iets fantastisch aan het doen zijn. En laten we hen er niet op aan kijken. Diep in ons allemaal zit de neiging om met onze woorden ons zelfbeeld wat op te poetsen, ons wat beter voor te doen.

Dat lijkt redelijk onschuldig: Een smoesje op school, waarom je je huiswerk niet gemaakt hebt. Je had zogenaamd ‘hoofdpijn’, terwijl je gewoon woensdag Real-Madrid-Galatasaray hebt gekeken. De schade die je gereden hebt met de auto van de baas, toeschrijven aan iemand anders die tegen je auto heeft aangezeten. Net doen alsof je luistert naar wat je man vertelt, ja, ja, mmm, maar ondertussen met je gedachten ergens anders zitten.

Het 9e gebod luidt dan ook (Exodus 20:16):

‘U zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste.’

Dit gaat oorspronkelijk niet over dat soort leugentjes. Het gaat over de rechtsspraak in het oude Israël. Bij elk geschil dat voor de rechtbank komt, zijn getuigen ontzettend belangrijk. Die staan daarom onder ede dat ze waarheid spreken. Ook toen al ging dat wel eens gruwelijk mis.

Het beste is dat te zien aan het proces van Jezus, zoals we daar vorige week rond Goede Vrijdag nog over hoorden: er kwamen voor het Sanhedrin twee getuigen die Jezus ervan beschuldigden de tempel te willen afbreken. Zoiets valt onder heiligschennis en daar staat de doodstraf op, die ook aan Jezus voltrokken is. Zo letterlijk had Jezus dat niet gezegd. Vals getuigenis dus.

Dit 9e gebod is ervoor om dit soort dingen te voorkomen. En dat is vandaag de dag nog steeds actueel. Corruptie is in de meeste landen een gigantisch probleem. Hier in Nederland leven we in een gunstige uitzondering. Het is wel goed om daar even bij stil te staan. In de meeste landen kun je door een geldbedragje te schuiven de politie de andere kant op laten kijken, de rechter in je voordeel laten beslissen, een baan of een vergunning kopen. Dáár is dit gebod in de eerste plaats tegen gericht. Waarom? Omdat zulk gedoe chaos veroorzaakt in de samenleving: de armen die níet met geld kunnen schuiven zijn altijd de dupe.

We mogen ons gelukkig prijzen dat wij in een rechtsstaat leven. Maar dat wil niet zeggen dat wij niets meer van dit gebod kunnen leren. Zoals ik begon: niet in de rechtspraak, maar wel in ons dagelijks leven lopen we constant tegen ‘onwaarachtige taal’ aan. Tegen leugens. En het effect daarvan is hetzelfde: Als je niet meer op elkaars woorden aan kunt, dan is er niet echt communicatie mogelijk, en daardoor ook geen relatie en geen samenleving.

Het verval van de taal is hét probleem van onze tijd. Er worden zóveel woorden geproduceerd in de media, dat het één lange nietszeggende stroom wordt. Praten is zwetsen tegenwoordig, je eigen mening ten beste geven. Een normaal politiek debat wordt niet meer gevoerd, iedereen praat door elkaar heen zonder te luisteren. Kijk maar eens naar de meeste praatprogramma’s, RTL Boulevard, Pauw en Witteman, De Wereld draait doo. Typisch voor onze tijd is daarbij ook de verruwing: je moet alles maar tegen elkaar kunnen zeggen onder het mom van ‘vrije meningsuiting’. De verhuftering van onze samenleving, zoals ze dat noemen.

2: Ik ben de Waarheid

Is dit nu allemaal werkelijk zo erg? denk je misschien. De catechismus zegt van wel. Het is heftige taal die ze gebruiken: ‘Dat ik tegen niemand een vals getuigenis afleg, niemands woorden verdraai en geen kwaadspreker of lasteraar ben. Dat ik ook niemand lichtvaardig en onverhoord veroordeel of help veroordelen. Maar dat ik alle liegen en bedriegen als echt duivelswerk vermijd, als ik tenminste de zware toorn van God niet op mij laden wil.’

Zo’n beetje alle aspecten van ‘valse taal’ komen in één zin langs: woorden verdraaien, roddelen, veroordelen, liegen en bedriegen. Dat zijn allemaal geen kleine dingetjes waar je niet moeilijk over moet doen, nee, zegt de catechismus: Dit is allemaal nu echt duivelswerk. En daarop rust de ‘zware toorn van God’. Ze hebben dat niet zelf bedacht, maar hebben dat weer in de Bijbel gelezen. In de Bijbel wordt vertelt van een grote strijd tussen goed en kwaad, tussen waarheid en leugen, tussen God en de duivel (Johannes 8).

31 Jezus dan zei tegen de Joden die in Hem geloofden: Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen, 32 en u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken. […] 36 Als dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult u werkelijk vrij zijn. […] 40 Maar nu probeert u Mij te doden, een Mens Die de waarheid tot u gesproken heeft, die Ik van God gehoord heb. […] 43 Waarom begrijpt u niet wat Ik zeg? Omdat u Mijn woord niet kunt horen. 44 U bent uit uw vader de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van het begin af, en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij vanuit wat van hemzelf is, want hij is een leugenaar en de vader van de leugen. 45 Maar Mij, omdat Ik de waarheid spreek, Mij gelooft u niet.

De ernst van het 9e gebod gaat terug op dit gesprek van Jezus met de mensen van zijn tijd – en onze tijd: Met je manier van praten voeg je je in het ene of het andere kamp, het kamp van de duivel of het kamp van Jezus. Zie je, wij zien ‘woorden’ vooral als middel om grappen mee te maken of om informatie uit te wisselen. Of dus, als het even zo uitkomt, jezelf mooier voor te doen dan je bent. Maar Jezus ziet dat heel anders, die zegt: woorden dat zijn de wapens waarmee je God kunt dienen of de duivel. Elke leugen is een overwinning voor satan, en elke waarheid die verlost en bevrijdt mensen.

Dit 9e gebod gaat dus niet om ‘poppenzonden’, alsof wij christenen op alle slakken zout leggen. Dit gaat niet over moralisme tegen kleine leugentjes om bestwil, maar om de diepgaande strijd om de Waarheid van God. Die waarheid is Jezus Christus zelf. Hij is het wáre woord van God. In Hem drukt God Zijn liefde voor ons uit. Dóór Hem spreekt God tot ons van Zijn genade en vergeving. Door de woorden van het evangelie en van de preek wil God doordringen tot ons hart, een relatie met ons aangaan, ons redden en bevrijden. Dát zijn de woorden die ertoe doen.

De duivel daarentegen is eropuit om dat tegen te spreken, te verdraaien, en te verhullen. In de gigantische informatiestroom van onze tijd, verdrinken de woorden van God. Ga maar na: Hoe moeilijk vinden we het niet om hier in de kerk een half uurtje naar de preek te luisteren. Om thuis stil te worden om de Bijbel te lezen en te bidden. Dat komt omdat de waarheid van Christus verstikt wordt door de satan, zodat wij niet meer kunnen luisteren. Ieder die roddelt, veroordeelt, zomaar wat blaat en zwetst, leugentjes om best wil, dat alles past precies in zijn straatje.

En God wil dat wij als christenen daaraan niet mee doen. Wat betekent dit voor hoe wij moeten praten als christenen? Welke woorden wij kiezen? Wat moeten wij dan zeggen?

3: Getuigen van en geloven in de Waarheid

Wel, wij moeten het over Jezus hebben. Jezus is immers de waarheid zelf. Het tegenovergestelde van ‘vals getuigen’ is ‘positief, wáár getuigen’. Het is heel belangrijk dat wij wat betreft de 10 geboden inzien, dat we er niet zijn met moralisme, met het letterlijk en wettisch houden van de geboden. Het is niet zo dat je er bent met het 9e gebod als niemand je ooit op een leugentje, een roddeltje of een vooroordeel kan betrappen. Dat is natuurlijk prachtig, dan ben je eerlijk en betrouwbaar, maar dan ben je nog geen christen mee. Tegenover het ‘vals getuigenis’ staat niet: je mond houden, zodat er geen leugens uitkomen. Maar: de waarheid spreken. En dat is: Over Jezus spreken.

Wij zijn als mensen allemaal onderdeel van één grote rechtszaak, een geding over de waarheid. Wij worden daarin allemaal, ieder persoonlijk, opgeroepen als getuigen. Niemand kan zich daaraan onttrekken. Je mond houden is geen optie. De apostel Johannes heeft dat heel helder begrepen. Hij heeft het proces van Jezus meegemaakt. Dat het daar ten diepste aankwam op de vraag: Wie is Jezus nu voor je. De hogepriesters, de schriftgeleerden, een groot deel van het Joodse volk, Pilatus, ze hebben Jezus allemaal laten vallen. Ze hebben de Waarheid geweld aangedaan.

De taak van Johannes, de andere apostelen, en mijn taak als predikant, om iedereen, vandaag ook jullie op te roepen als getuigen in de grote rechtszaak van de geschiedenis. Je kunt daarin niet neutraal zijn (1 Johannes 5):

10 Wie gelooft in de Zoon van God, heeft het getuigenis in zichzelf; wie God niet gelooft, heeft Hem tot leugenaar gemaakt, omdat hij niet geloofd heeft het getuigenis dat God van Zijn Zoon getuigd heeft. […] 12 Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet.

Klip en klaar. Dit is waar het op aan komt in je leven. Wij vormen een christelijke gemeente, omdat wij de waarheid geloven en belijden. De waarheid dat Jezus de Zoon van God is, die stierf aan het kruis, maar opstond uit de dood en leeft en regeert tot in Eeuwigheid. Dát is het ware getuigenis van de kerk van alle eeuwen en tijden, waarin wij ons als christenen voegen.

De waarheid is daarmee niet een soort feitelijke discussie, maar het is een zaak van levensbelang: ‘wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet.’ Hier blijkt ten diepste dat de waarheid dient om een relatie te smeden. Een diepe en eeuwige relatie tussen jou en Jezus. Geloven wil zeggen, dat je het waagt met vertrouwen op de beloften en geboden van God, die we tegen komen in de Bijbel. Dat de inhoud daarvan je denken, je handelen en dus bovenal ook je spreken gaat bepalen.

Dat is lang niet altijd gemakkelijk, want er zijn bosjes mensen die ons geloof tegen spreken. Er zijn talloze situaties die de waarheid van ons geloof lijken te ontkrachten. De overheersende sfeer in ons land dat ‘geloof’ ook maar een ‘geloof’ is. Dat je niet moet denken de waarheid in pacht te hebben. Ja, dat oprecht gelovige mensen, die leven uit het geloof en spreken over de Heere Jezus, dat die een beetje gek en ouderwets worden gevonden.

In deze wereld zijn wij allemaal, ieder van jullie, één voor één, geroepen om te getuigen van Jezus Christus. Je moet het over Jezus hebben. Als je het nooit over Jezus hebt met de mensen om je heen, dan ben je geen christen. Dat is gewoon heel praktisch. Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over. Ik weet wel, je kunt het niet altíjd over Jezus of het geloof hebben. Natuurlijk is er ruimte voor een grap, voor een gesprekje over het weer, koetjes en kalfjes. Maar als de Naam Jezus nooit met ere en liefde uit je mond komt, dan neem je je roeping om getuige van Christus te zijn niet serieus. Dan ben je praktisch een valse getuige.

Als gemeente strijden we tegen de leugen, tegen het duivelswerk, tegen de verplatting en verhuftering van onze taal, door over Jezus te spreken, over de Waarheid, zoals we die hebben leren kennen uit het Woord van God. We gaan Zijn Woord napraten. Niet schreeuwen dus. Niet de waarheid bij anderen door de strot duwen. Maar met eenvoud, in zelfverloochening en weerloosheid. Dus niet je eigen blazoen oppoetsen met je woorden, maar vergeving vragen als je mis zat. Niet meedoen met roddel, maar je naaste verdedigen met pósitieve woorden. En als je zelf slachtoffer bent van laster, doe er maar gewoon het zwijgen toe, dan je gelijk te willen halen. Om Jezus’ wil. 

4: Vertrouwen op de naaste

Wij christenen, zijn mensen met liefde tot de waarheid. De Waarheid van Christus, met hoofdletters, maar daarom ook van de waarheid in het klein. Dat heeft grote gevolgen voor de omgang met mensen, voor de woorden die je kiest. We leven in een tijd dat mensen met woorden hard worden aangepakt. Een tijd van ‘gezond wantrouwen’. Je moet goed op je qui-vive zijn of je geen oor wordt aangenaaid. En dat lijkt logisch met alle misleidende reclames, de loze verkiezingsbeloften, de gefotoshopte modellen, de zeepbel-economie, de gescripte tv-programma’s en omgekochte scheidsrechters.

Dat wekt een houding van wederzijds wantrouwen tussen de mensen in de hand. Daartegenover zet het evangelie ‘de liefde voor de waarheid’ als bodem onder wederzijds vértrouwen. Kerntekst in dat verband is het loflied op de liefde in 1 Korinthe 13, een fragment:

4 De liefde is geduldig, zij is vriendelijk, […] zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad, 6 zij verblijdt zich niet over de ongerechtigheid, maar verheugt zich over de waarheid, 7 zij bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen.

Deze liefde lijkt knap stom. ‘Zij gelooft alle dingen’. ‘Goedgelovig’ zijn is in onze samenleving meestal geen compliment. Dan wordt je weggezet als ‘naïef’. Maar voor ons christenen is goedgelovigheid de weg van de liefde, de weg van Christus. Niet direct slecht van de ander denken als hij of zij zich ongelukkig tegen je uitdrukt. Geen leedvermaak koesteren als iemand die je niet zo mag tegenslag kent. Niet uit je slof schieten als de auto voor je niet zoveel haast maakt.

Let wel: In de praktijk zul je vaak merken dat het met vertrouwen benaderen van de mensen om je heen, vaak prachtige gevolgen heeft. Vertrouwen doet relaties groeien en bloeien. Als je iemand in vertrouwen neemt, dan geeft dat de ander een stukje waardering en eigenwaarde. We kennen dat in het gezegde: ‘Wie goed doet, goed ontmoet.’ Dat geldt zeker voor je taalgebruik: Als jij vriendelijk praat, tactvol, liefdevol, dan heb je grote kans dat je tot een echt gesprek, tot goed contact komt. En dat het er niet mee eindigt dat je allebei met een rood hooft tegen elkaar loopt te schreeuwen.

Maar het gaat dieper dan dat. Het gaat niet zomaar om naïviteit, alsof je denkt dat alle mensen engeltjes zijn. Als de Bijbel ons iets leert, dan is het wel het tegenovergestelde. Dezelfde Paulus die dit stukje over de liefde schreef, noemt nadrukkelijk in Romeinen 3,4 alle mensen leugenaars. Uit gaan van goed vertrouwen, van liefde, van positiviteit, dat is dus welbewust géén verstandige keuze. Het is een gelovige keuze.

Deze gelovige keuze is niet gebaseerd op psychologische waarheid. Juist het verhaal van Jezus’ leven laat overduidelijk zien dat de hoogste liefde ook het hardst uitgespuugd kan worden. Ja, dat in feite in deze wereld dat risico erg groot is. Je open, met liefde en vertrouwen opstellen in je woorden over en naar anderen, uitgaan van de waarheid, dat is dus riskant. Je riskeert gekwetst te worden, bedrogen te worden. Je hebt dat wellicht zelf best wel eens meegemaakt. Dat mensen je vertrouwen beschamen, kwetsen met hun woorden.

Onze roeping is dan om ons niet kwaad terug te trekken, maar lief te blijven hebben, te blíjven vertrouwen op de Waarheid, op Jezus Christus. Bij Hem bleek dat God uiteindelijk het laatste woord had, door Hem op te wekken uit de dood. Christus kreeg tóch wel gelijk. Wij krijgen tóch wel gelijk door ons geloof in Jezus Christus. Daarom kunnen we het uithouden met pijn en verdriet die we in dit leven opdoen. Daarom kunnen we het uithouden bij mensen die ons teleurstellen, bedriegen, boos maken, kwetsen. Omdat wij achter Jezus Christus aan gaan. In Hem onze Waarheid vinden.

 5: Op de wijze van Christus spreken

De catechismus verwoordt de positieve bedoeling van dit gebod dan ook als: Verder dat ik in rechtszaken en in alle handelingen de waarheid liefheb, oprecht spreek en belijd en ook de eer en goede naam van mijn naaste zoveel ik kan verdedig en bevorder.

Dat geldt toch wel in de eerste plaats binnen onze gemeente, als broeders en zusters in Christus. Wij mogen met elkaar een gemeenschap vormen die deze merkwaardige liefde voor de Waarheid gestalte geeft. Dat is best moeilijk. Maar ik denk dat het een groot getuigenis voor ons dorp zou zijn als wij de Waarheid van ons geloof tot uiting zouden brengen in een groot onderling vertrouwen, in een spreken in liefde onder elkaar.

In de tijd van de eerste gemeenten vonden ze dat ook al moeilijk. Zoiets kun je wel opmaken uit Kol. 3,16 (5e tekst) waar Paulus de gemeente van Kolosse aanspoort:

Laat het woord van Christus in rijke mate in u wonen, in alle wijsheid; onderwijs elkaar en wijs elkaar terecht, met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Zing voor de Heere met dank in uw hart.

 ‘Het woord van Christus’ moet in rijke mate in ons wonen. Dat zijn allereerst de woorden die Jezus zelf gezegd heeft, die we terugvinden in de Bijbel. Als wij daarin geworteld zijn, als Zijn woorden er bij ons zijn ingeprent, in onze gedachten zijn, ja, dan wordt je eigen denken en praten vanzelf anders. Denk je ook niet? Door Zijn Woorden en de heilige Geest leeft Christus zelf immers in ons. De Geest zorgt ervoor dat wij dichtbij Hem blijven.

‘Het woord van Christus’ dat is in de tweede plaats de toon van het evangelie als geheel. Dat wij spreken op Jezus’ manier. Zoals Hij met liefde sprak en vertrouwde en getuigde. Zo doen ook wij dat. In wijsheid, zegt Paulus. We gebruiken onze woorden en taal onderling om elkaar te onderwijzen en elkaar terecht te wijzen. Dat is heel wat anders dan ‘elkaar de waarheid zeggen’, zoals dat in de wereld op harde toon gaat. Maar dat is elkaar bemoedigen, op de goede weg helpen, troosten, leren door de Waarheid met een hoofdletter, door Jezus erbij te halen. Elkaar op Hem te wijzen, op Zijn vergeving, Zijn wil, Zijn weg, Zijn liefde, ondanks onze misstappen, zonden en botsende karakters.

De Bijbel gaat in tegen onze cultuur van assertiviteit, van voor jezelf opkomen…. Je moet opkomen voor de ander. En zo samen tot de lofprijzing van God komen. Want dat is uiteindelijk het enige goede en daarom hoogste taalgebruik. Onze mond, lippen en tong komen pas helemaal tot hun recht in de ‘psalmen, lofzangen en geestelijke liederen’, in de lof aan God.

Het negende gebod leert ons scherp te kijken naar ons taalgebruik. Veel van de moderne taal kan dan bij het afval. Het negende gebod leert ons liefde voor de Waarheid, voor Jezus Christus, om óver Hem te spreken en vanuit Hem, vanuit Zijn liefde. Bewuste kwetsbaarheid en goedgelovigheid, liefde voor de waarheid, maakt ons merkwaardige mensen.

Amen

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s