Op schoolreis met Jezus

Preek in de Bergrede-serie over Mattheus 6,25-34

Afbeeldingsresultaat voor bus schoolreis

Gemeente van Jezus Christus,

De kinderen van de basisschool gaan elk jaar op schoolreis, toch? Waar zijn jullie geweest? Vonden jullie het eng om op schoolreis te gaan? Je hebt vast van je papa en mama iets lekkers meegekregen voor in de bus, en er gingen ouders mee om op jullie te passen. Jullie hoefden je daarom geen zorgen te maken en konden jullie heerlijk de hele dag spelen.

Jezus zegt vanmorgen tegen jullie en ons allemaal: Jullie hoeven je niet alleen op schoolreis, maar in je hele leven zo geen zorgen te maken! Dat herhaalt Hij drie keer in het gedeelte dat we samen lazen uit de Bergrede: vers 25: ‘Wees niet bezorgd over uw leven’, vers 31 ‘Wees daarom niet bezorgd’, en opnieuw in vers 34: ‘Wees dan niet bezorgd over de dag van morgen’.

Dat kan Jezus wel zeggen, maar klopt dat wel? Een dagje op schoolreis, ja, dat is leuk en genieten. En zeker als kinderen mag je weten dat er volwassenen zijn om voor je te zorgen. Maar het leven als geheel, dat is toch geen schoolreisje! Als je volwassen bent geworden, ja, dan moet je werken om de kost te verdienen. Zeker in deze tijd van economische crisis, nu de werkeloosheid toeneemt, lonen gematigd worden, pensioenen onzeker zijn, de zorg voor ouderen steeds meer op de schouders van familie terecht komt. Nu maken wij ons zeker wel zorgen!

En dan leven wij nog in één van de rijkste landen van de wereld. Wij hebben gelukkig elke dag nog wel te eten. Moet je je voorstellen hoe deze woorden van Jezus ‘Weest niet bezorgd over uw leven, over wat u eten en wat u drinken zult’ klinken in de oren van mensen die elke dag met een lage maag aan het werk moeten en met een lege maag weer naar bed gaan. Wat moeten zij met deze woorden? Zijn die dan niet keihard?

Zo kunnen ze trouwens bij ons ook wel overkomen. Ook wij leven immers niet meer in het paradijs. Hoewel we het vaak niet met elkaar delen, hebben we zo allemaal wel onze eigen zorgen. Over onze gezondheid, of de gezondheid van de mensen die ons lief zijn. ‘Ieder huisje heeft zijn kruisje’, zegt men wel, en zo is het ook. Je kunt je zorgen maken over de keuzes die je kinderen maken in hun leven. Je kunt je zorgen maken over je toekomst: of je wel een opleiding vindt die bij je past, een partner vindt voor het leven.

Het leven ís toch geen schoolreisje? Hoe kan Jezus dan zeggen: ‘Weest niet bezorgd’? Eten, drinken, kleding, werk, je huis, je hebt het allemaal wel nodig. Ziet Jezus dat dan niet? Dat zou je bijna denken. In het voorgaande stukje heeft Hij gezegd dat u in uw leven moeten kiezen tussen God en de mammon: Gaan voor geld óf gaan voor God.

Dat lijkt erop alsof Jezus wil dat u als zijn volgeling u verre houdt van geld verdienen en in uw levensonderhoud voorzien; … en u alleen maar bezig houdt met God en geloof, met bijbellezen en gebed, met kerkdiensten en Avondmaal vieren. Zo klinkt het in vers 33: ‘Zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid’.

Daar zit misschien wel iets in. Zijn wij als christenen niet teveel meegezogen in de hang naar luxe en comfort van onze tijd? In het verlangen naar mooie kleding en een goede gezondheid? Als God vandaag één ding van ons vraagt, dan is het wel dat ieder van u en jullie eens serieus over deze vraag nadenkt…

Maar Jezus kennende wil Hij ons waarschijnlijk wel méér leren dan alleen regeltjes over hoe wij met geld om moeten gaan, wat we wel en niet aan mogen schaffen, hoe vaak je op vakantie mag en wat het maximale bedrag dat je als christen uit mag geven voor een auto of tv. Meestal is Jezus’ boodschap wel wat dieper dan dat. Niet dat we op die andere punten niets van Hem kunnen leren. Dat zeker ook! Zo praktisch is zijn onderwijs ook wel weer. Maar voor we daarop terug komen, moeten we vooral vérder kijken dan dat moralistische. …

‘Wees niet bezorgd over uw leven, over wat u eten en wat u drinken zult; ook niet over uw lichaam, namelijk waarmee u zich kleden zult. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding?’

Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding? Dát is de vraag die Jezus ten diepste wil stellen. Denk maar aan dat schoolreisje: Je hebt vast lekkere dingen, snoep, pakjes drinken gehad. Maar dáárvoor ga je niet op schoolreisje toch? (Al moet ik zeggen dat ik als kind me ook daarop altijd wel een beetje verheugde. Het was vaak de hele busreis snoepjes eten, tot je er misselijk van werd :-).) Maar het schoolreisje gáát om het reisdoel: de speeltuin! Eten en drinken heb je wel nodig om de hele dag te rennen en te spelen, maar daar gáát het niet om. Het maakt de dag hoogstens nóg leuker.

Zo zegt Jezus ook: Het hele leven gáát bij jou toch niet om eten, drinken en kleding? … Nou ja, laten we die vraag maar eens allemaal recht in de ogen zien. Waar drááit uw leven eigenlijk om? Als ik zo om me heen kijk in de wereld, dan zie ik toch wel heel veel mensen, die leven voor zo veel mogelijk genieten. Het hebben van de nieuwste telefoon. De mooiste kleding. Er goed uit willen zien. Een mooi huis hebben. We maken ons daar met z’n allen wel aardig druk om.

En Jezus zegt dan keihard: Dat is nu echt zinloos. Daar heb je niks aan. Kijk maar naar de vogels: die maken zich over al die dingen niet druk, maar leven ook gewoon verder. En de bloemen zijn práchtig zonder dat ze er iets voor hoeven doen. Sterker nog: Héél hard je best doen voor een goed, rijk en gezond leven, helpt je nog niet om één el aan je lengte (Jezus bedoelt: je levenslengte, levensduur) toe te voegen… Zoals de musjes op een gegeven moment dood van het dak vallen, en de bloem verwelkt en het gras in de bakoven verbrand, zo moet jij ook een keer sterven. Heb je je leven dan nuttig besteed?

In onze oren kan dit stuk heel idyllisch, paradijselijk klinken: God de Vader zorgt voor de vogeltjes en voor de bloemetjes. En zo zorgt Hij ook voor ons! Prachtig, liefelijk. Maar in de Bijbel zijn vogels, gras en bloemen juist voorbeelden van vergankelijkheid. Zo zongen we uit psalm 103: ‘Gelijk het gras is ons kortstondig leven. Gelijk een bloem, die op het veld verheven, wel sierlijk pronkt, maar kracht’loos is en teer;’ Jezus punt is dus niet dat je voorraadkastjes automatisch gevuld worden door God. En dat als je maar gelooft het je voor de wind zal gaan in het leven. Nee. Vogels moeten immers ook gewoon op zoek naar hun eten, overleven in de natuur is hard werken.

Jezus wijst u er alleen maar op dat God de Vader deze wereld zo prachtig geschapen heeft, dat er sprake is van overvloed. Dat de wetmatigheden in de natuur, de seizoenen, regen en zon, door Hem gemaakt zijn en aan u gegeven worden. Aan Noach heeft God na de zondvloed al belooft dat we als mensen daarop kunnen vertrouwen en binnen dat kader mogen werken en leven. Maïs en graan mag gezaaid worden in het vertrouwen dat het opkomt en vrucht zal dragen.

Maar daar draait het leven toch niet om? Dát is Jezus punt. Jezus wil je stil zetten: Maar waarvoor ben jij op aarde? Ik zei al: Bij een schoolreisje gaat het niet om al het lekkers wat je meekrijgt in je rugzakje van huis. Of wat je onderweg krijgt. Nee, het gaat om het dóel van de reis. Je gaat niet zomaar met z’n allen een rondje rijden in de bus, je gaat ergens naar onderweg. En als dat een leuk doel is, dan verheug je je er nog op ook!

Heel eenvoudig gezegd: Dat is precies wat Jezus ons vandaag ook voorhoudt. Ons leven gaat niet om eten of drinken, om kleding of uiterlijk. Dat hoort er allemaal bij. Dat hoort bij het aardse bestaan. Maar het gaat om het reisdoel, en dat vinden we in vers 33. Jezus heeft dan twee keer al gezegd: Weest niet bezorgd om je leven. Dat zou je ook kunnen vertalen als: Maak je nou niet druk om al die dingen. Maar! zegt Hij dan. Maar! Zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid.

Dat is het reisdoel van een christen: Het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid. Daar mag je je wel druk om maken.

Misschien denkt u bij het Koninkrijk van God, het ‘einddoel van onze levensreis’ wel direct aan de hemel. Dat klopt voor de helft. We mogen het inderdaad best wel eens vaker tegen elkaar zeggen: Wij zijn mensen onderweg, pelgrims, vreemdelingen in de wereld. Onderweg naar het Vaderhuis. Jezus leert zijn leerlingen in dit hoofdstuk zelf bidden: ‘Uw Koninkrijk kome’. En als wij dat bidden, bidden we dat zeker ook met het verlangen naar de wederkomst van Jezus Christus, naar het doorbreken van Zijn eeuwige Koninkrijk in deze wereld. Naar de vernieuwing en verheerlijking van ons bestaan. Naar het einde van alle zorgen die ons kunnen benauwen.

Die kant gaat het op, en die kant moeten we dan ook op. Jezus haalt ons uit het alledaagse kringetje van de dagelijkse zorgen en bezigheden, dat beperkte leven van ons, en maakt ons open voor Zijn grote toekomst. Hij breekt onze horizon als het ware open en laat ons zien wat daarachter ligt. Het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid. Dat zal vele malen beter zijn dan het Koninkrijk der Nederlanden en onze rechtsstaat. Ik denk dat we heel blij mogen zijn met ons land. Maar we mogen nooit vergeten dat ónze ware Koning (met een hoofdletter) in de hemel troont en dat Zijn Koninkrijk zal komen.

Toch zei ik: dat einddoel is maar de helft van wat Jezus bedoelt. Telkens als Jezus spreekt, blijkt namelijk dat Hijzelf dat Koninkrijk niet alleen ziet als iets van de verre toekomst, maar al van nu, van het heden. Daar waar Hijzelf is, daar breekt dat Koninkrijk al aan. Dat blijkt in de wonderen die Hij doet, de blinden die zien, de lammen die lopen, de melaatsen die rein worden, de zonden die worden vergeven. Mensen ontvangen de heilige Geest en worden van binnenuit vernieuwt. Ze gaan Jezus dienen en voor Hem knielen. Daar waar de Koning is, en waar Zijn onderdanen Hem dienen, Hem volgen en gehoorzamen, dáár is Zijn Koninkrijk al!

En dát wil Jezus dan ook vooral tegen ons zeggen: ‘Laat dít het doel van je leven zijn, maak je hier druk over: dat je Mij volgt, dat je leeft zoals Ik van je vraag, maar bovenal dat je Mij erkent als je Koning.’ Daar staat of valt alles mee. Dat ergens bij u het besef daagt: ik leef in een gebroken wereld, waar ik niet anders kan dan mij zorgen maken. Over mijn zonden. Het kwaad dat overal insluipt. Maar Jezus, mijn Koning, is gekomen om die zorgen voor eens en altijd van mij weg te nemen. Hij heeft mijn zonden op zich genomen. Het kwaad in de wortel vernietigd. Hij is in mijn plaats gestorven. Heeft het oordeel en de straf gedragen, die eigenlijk op mij had moeten neerkomen.

En dáárom is Hij mijn Koning. En dáárom hoef ik mij geen zorgen meer te maken. Omdat ik niet alleen hoeven te leven van eten en drinken, maar van Zijn genade. Dát voor ogen houden, elke dag, en daaruit leven. Nu en voor eeuwig, dát is het zoeken van het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid.

Dan kom je ook op een hele andere denkwijze over de voorzienigheid. Onze moeite met deze tekst van Jezus die lijkt te zeggen ‘dat de hemelse Vader er wel voor zal zorgen dat het je in je leven in níets zal ontbreken’, is onterecht. Dat loopt ook stuk op de werkelijkheid. Wat Jezus wil, is dat we daar nu eens overheen kijken. Ja, zelfs over de dóód heen kijken. Want is dat uiteindelijk niet de diepste menselijke angst? Is dat niet onze grootste vijand? Onze levensdrang is sterk, we willen het liefst allemaal jong blijven, velen sluiten levensverzekeringen af. We verwachten het uiterste – en soms het onmogelijke – van artsen om ons gezond en vitaal te houden.

Voor mensen voor wie dít leven het enige en het alles is, ja, zou je dan niet constant bezig zijn om dat veilig te stellen, je daar druk voor te maken, je zekerheid in te vinden. Maar, gemeente, het is Pasen geweest! De dood is het einde niet. Ja, de dood is overwonnen. Dat is de diepste reden dat er bij u en jou vanbinnen geen angst hoeft te zitten, geen krampachtigheid, geen zelfhandhaving. En daarom hoeven we ons geen zorgen te maken. Zo zingt Paulus het uit, we lazen het in Romeinen 8:

Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? … Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard? … Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere.

Kijk, dat is de voorzienigheid van de Drie-enige God: Hij heeft een overvloed aan liefde te geven aan u en aan jou. Zoveel dat we nooit bang hoeven te zijn die vloed opdroogt, dat die lijn breekt, dat het ooit ophoudt. Paulus ontkent niet dat al die dingen ons kunnen overkomen: verdrukking, benauwdheid, vervolging, honger, naaktheid, gevaar, zwaard, de dood… Ja, Christus garandeert ons zelfs dát die dingen ons overkomen als we Hem serieus willen volgen. Maar ín dat alles zijn wij meer dan overwinnaars. Als Gód voor ons is, wie zal tegen ons zijn?!

Christen-zijn wil zeggen dat dit geloof je leven draagt. Niet je eigen inspanningen voor inkomen en onderdak. Ook niet de zekerheid die je ontleent aan de relaties in je gezin, familie- en vriendenkring. Als wij in ons leven daarop gericht zijn, dan zal je leven alleen maar bestaan uit zorgen. Angstige zorg van binnen of je alles wel in je handen kunt houden, en de verschrikking te merken dat dat niet lukt en dat het leven door je vingers heen glipt. Hoe hard je ook werkt, hoe je je best ook doet, in wezen ben je verloren.

Als je je leven richt op Christus, dan komt in de plaats van de angst en het werken een groot vertrouwen, een grote ontspanning. Ja, een grote vreugde. Wat kan me eigenlijk gebeuren? Wat kan mij scheiden van de liefde van Christus? Ik weet me wel kwetsbaar, zoals gras, zoals een bloem, zoals een musje, maar toch vooral geborgen in de hand van de hemelse Vader. Alles wat me overkomt, de goede, maar ook de nare dingen, zie ik dan niet meer als het noodlot dat mij treft en uit evenwicht brengt, dat mij kan raken en vernietigen, maar ik ontvang het uit de hand van de hemelse Vader, die Zijn weg met mij gaat, door hoogten en diepten.

Dat is pas een schoolreisje. Op school bij de Heere Jezus leren we hoe we aan Zijn hand op reis zijn met elkaar naar de toekomst die Hij voor ogen heeft. Het kan niet anders of dat verandert ook wel heel praktisch prioriteiten die je stelt in je leven. Jezus bedoelt niet dat je lichaam er bijvoorbeeld helemaal niet toe doet. Wel dat het pas op de tweede plaats komt. ‘Maar zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden.’ Éérst het Koninkrijk, éérst het volgen van Jezus, en dan, dan worden die andere dingen ‘erbij gegeven’.

Mooi is dat. God weet natuurlijk best dat we niet zonder eten, drinken en kleding kunnen. Maar juist daarom mogen we het aan Hem overlaten. Want zou Hij niet handelen uit Zijn goede hart? Wij hoeven ons geen zorgen te maken over onszelf, omdat we een God hebben die Zich over ons ontfermt. Wij hoeven ons niet met morgen en met het kwaad bezig te houden. Omdat we een God hebben die de toekomst zal geven en het kwaad overwinnen.

Let wel: God gééft ons overvloed in de wereld waarin wij leven. Dat doet Hij echter niet door wonderen, maar door de normale weg van hard werken, van zaaien en oogsten. Dat zegent God. Sterker nog: God wil niet dat we ons zorgen maken over onszelf, maar dat sluit niet uit dat we ons wel zorgen mogen maken over de ander. Want het is wel schrijnend om te bedenken dat er nog steeds in de wereld massa’s mensen van honger omkomen, 24.000 mannen, vrouwen en kinderen per dag (UNICEF). En dat terwijl er in de wereld ruimschoots voldoende voedsel voor iedereen geproduceerd wordt. Maar we slagen er als mensheid niet in dat op een eerlijke manier te verdelen. Ik denk ook niet dat daar eenvoudige oplossingen voor zijn.

Als Jezus ons opdraagt om het ‘Koninkrijk van God’ te zoeken en ‘Zijn gerechtigheid’, dan valt daar zeker ook onder dat wij ons zoveel mogelijk inzetten om dan zelf de naakten te kleden en de hongerigen te voeden. In Mattheus 25 zegt Jezus zelf dat Hij als Koning ons, zijn onderdanen, uiteindelijk daarop zal beoordelen. Wij zijn Gods handen.

Het vraagt van ons bewustzijn waar onze kleding vandaan komt: Misschien uit die kledingfabriek uit Bangladesh die instortte? En waar 352 doden geborgen zijn? Vrouwen die voor een armzalig loon onze kleren in elkaar moesten zetten? En waar komt de koffie vandaan die je drinkt? Van koffieplantages waar kinderen meer dan 12 uur per dag moeten werken om de bonen te plukken? Ik mag hopen dat u inmiddels als christenen overgestapt bent of fair trade-koffie, en dat anders vanaf vandaag gaat doen. En dat geldt dan natuurlijk niet alleen voor de koffie…

Het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid: dat is geen abstract idee, iets vaags en zweverigs, maar dat uit zich in deze hele concrete dingen. Trouwens niet alleen in de zorg voor mensen ver weg, maar ook dichtbij. Het gaat ook om buurtzorg en diaconale hulpdienst en vrijwilligerswerk en voedselbank. Maar Jezus probeert onze horizon te verbreden, ons vérder te laten kijken dan onze neus lang is. Jezus zelf heeft de hele wereld op het oog. Met minder neemt Hij geen genoegen. Zijn vrede en liefde zal elk hoekje en gaatje van de wereld vullen met overvloed.

Ook als het gaat om de zorg voor de naaste, mogen we uiteindelijk vertrouwen op de zorg van de hemelse Vader. Maak je niet druk: Híj maakt Zich druk! Niet in eigen kracht, maar door de heilige Geest gedreven, met uitzicht op Koninkrijk van God, zijn wij op schoolreis, op levensreis achter de Heere Jezus aan.

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s