Leven en laten leven?

Preek over het 6e gebod ‘Gij zult niet doden’

File:Peter Paul Rubens - Cain slaying Abel, 1608-1609.jpg

Paul Rubens – Cain slaying Abel (1608-9)

1. Niet moorden

Dat we elkaar de hersens niet in moeten slaan, dat weten we gelukkig wel. Hier in Nederland gaat het er vredig aan toe, wat dat betreft. Je zou het meer plaatsen in de wereld gunnen, want niet overal gaat het zo zachtzinnig toe als bij ons. In Nederland is het motto ‘Leven en laten leven’. Dat wil zeggen dat we elkaar de ruimte gunnen om te leven zoals ieder wil. Al ben je het niet eens met hoe een ander zijn leven inricht, met zijn geloof, normen en waarden, laat hem maar. Als ik dan ook maar de ruimte heb om het op mijn manier te doen.

Leven en laten leven: Blijf met je vingers van elkaar af en bemoei je niet teveel met de ander. Als je het zo zegt, denk ik dat of je nu christen bent of niet, we allemaal wel de redelijkheid van dit gebod inzien: Gij zult niet doden. Zodra mensen zich daaraan niet houden, krijg je situaties als in Syrië, waar de burgeroorlog nog steeds verergert, of van Mexico waar drugsbendes ieder omleggen die in de weg loopt.

Zo lijkt ‘niet doden’ vooral een afspraak tussen mensen onderling: ‘Als jij mij laat leven, laat ik jou leven’. Toch is het dat in de Bijbel niet. Daar is het een gebod van God. En dat wil wat zeggen, dat heeft een meerwaarde. Lees maar uit Genesis 9:5-6:

5 Voorzeker, Ik zal vergelding eisen voor uw bloed, voor uw levens. Van de hand van alle dieren zal Ik vergelding eisen; ook van de hand van de mens, van de hand van ieders broeder, zal Ik vergelding eisen voor het leven van de mens. 6 Vergiet iemand het bloed van de mens, door de mens zal diens bloed vergoten worden; want  naar het beeld van God heeft Hij de mens gemaakt.

God zegt dit na de zondvloed tegen Noach en zijn gezin. Het is een nieuwe start voor de mensheid. Vanaf de tijd van Adam en Eva was het snel bergafwaarts gegaan. Nadat Kaïn Abel had gedood, ging het van kwaad tot erger. Zo erg dat God besloot weer overnieuw te beginnen met de enige rechtvaardige die nog overgebleven was: Noach. De rest komt om in de zondvloed. Na de zondvloed geeft God Noach duidelijke regels, de zgn. noachitische geboden. Een basis van regels die moeten voorkomen dat het wéér mis gaat.

Centraal daarin staat de regel dat je geen bloed mag vergieten, m.a.w. niet mag doden. Want het bloed is het leven. God beschermt het leven, omdat Hij het leven heeft gegeven. Ja, het blijft zelfs van Hem. In de Bijbelse tijd werd het leven gezien als de adem, de ziel, iets geheimzinnigs wat alleen God kan geven, en wat na het sterven ook weer naar Hem terug gaat. Je moet van het leven afblijven, niet omdat dat een goede afspraak is tussen mensen, maar omdat je met je vingers af moet blijven van wat van God is, wat heilig is.

Dat geldt zelfs niet alleen voor mensen, maar ook voor dieren. Ook dat bloed mag niet zomaar vergoten worden. En we mogen daar denk ik best aan toevoegen dat ook het plantaardig leven onder Gods bescherming valt. Al wat leeft is niet van ons, maar van God, het is heilig. En dat geeft aan dit gebod een groot gewicht. Expliciet staat hier dat als je hebt gedood, je ook je eigen leven verspeelt: ‘diens bloed zal vergoten worden’. God eist vergelding.

Zeker als het menselijk leven betreft. Hier wordt tegen Noach nog eens herhaald dat de mens geschapen is ‘naar het beeld van God’. Tegenover het huidige evolutionisme, waaruit men afleidt dat afzondelijke levens niets waard zijn, er is immers al miljoenen jaren een ‘survival of the fittest’, een ‘struggle for life’, wordt hier duidelijk gesteld dat íeder afzonderlijk mens van hoge waarde is, omdat wij iets van God weerspiegelen.

Elkaar niet de hersens inslaan, dat is dus niet alleen een goede afspraak tussen mensen, maar vooral zou dat een schending zijn van ons geloof, van hoe God ons gemaakt heeft. Dit gebod komt op uit het geloof dat God het leven geeft en dat het daarom waardevol is.

Daaruit komt gelijk de vraag op: Zijn we er dan als we elkaar de hersens niet in slaan? Als ons motto is: Leven en laten leven? Zit er in dat zinnetje wel iets van die waardering, van dat waardevolle? Ik denk zelf van niet. Tolerantie is bij de meeste mensen eerder een vorm van desinteresse in de ander. Je zoekt het maar uit, ik doe het op mijn eigen manier. De vraag is: Nemen we de ander dan wel serieus als beeld van God? We leren nu toch net, dat het leven méér is dan het lichamelijke leven?

2. De wortel van het kwaad

De catechismus stelt daarom ook terecht de vraag: ‘Het gaat dus in dit gebod niet alleen om doodslag?’ Antwoord: Nee. Het gaat niet alleen om de letterlijke moord, het benemen van iemand leven, het vergieten van iemands bloed. ‘Door de doodslag te verbieden leert God ons ook dat Hij afgunst, haat, toorn en wraakzucht als de wortel van deze zonde haat en dat dit alles voor Hem doodslag is.’ Dat hebben de schrijvers niet zelf bedacht, het is direct afgeleid van woorden van de Heere Jezus uit de Bergrede, Mattheus 5:21-22:

21 U hebt gehoord dat tegen de ouden gezegd is:  U zult niet doden; en: Wie doodt, zal door de rechtbank schuldig bevonden worden. 22 Maar Ik zeg u: Al wie ten onrechte boos is op zijn broeder, zal schuldig bevonden worden door de rechtbank. En al wie tegen zijn broeder zegt: Raka! zal schuldig bevonden worden door de Raad; maar al wie zegt: Dwaas! die zal schuldig bevonden worden tot het helse vuur.

Dat zijn heftige woorden. Ik heb er al wel eens in een preek bij stil gestaan. Jezus brengt het gebod ‘gij zult niet doden’ veel dichter bij ons. Iemand doden, dat is de relatie met kapot maken, afsnijden, of dat nu door letterlijke moord is, of door boosheid en boze woorden. En dat is niet minder strafbaar: De rechtbank zou je ook hiervoor de doodstraf moeten geven. En zelfs God zal je straffen ‘in het helse vuur’.

Het is goed om dat nog weer eens goed tot je door te laten dringen. Het is geen algemene regel, over het leven in het algemeen, maar hij betrekt het op onze relatie met onze broeder, onze naaste. Het gebod gaat in het Oude Testament heel concreet over lichamelijke moord, maar Jezus heeft ons geleerd, dat we daar geen grens mogen trekken. Jezus’ boodschap is klip en klaar: doden kan ook met je eigen gedachten. Je kunt iemand dood wensen. En met woorden. Je kunt iemand dood schelden. En dat is minstens net zo erg als daadwerkelijk iemand vermoorden. Misschien weet je dat uit eigen ervaring wel.

De uitdrukking ‘wortel van deze zonde’ laat dat ook wel merken. Als je wel eens onkruid wied, dan weet je dat het belangrijkste van veel onkruid niet het loof is, maar de wortel. Als je de wortels van paardenbloemen, brandnetels en bramen niet weghaalt, dan blijven ze maar opkomen. De Bijbel leert ons ten diepste daarom over de zonde, niet dat de daad het ergste is, maar dat de zondige neiging van ons hart het ergst is. Gedachten, woorden en daden, komen op uit de zondige wortels, als brandnetels uit de wortelkluit.

Er wordt dus veel meer gemoord dan we soms denken. Ook hier in Everdingen. Ja, je zou zelfs kunnen zeggen dat mensen die roepen: ‘Leven en laten leven’, bezig zijn met moorden. Want is die uitdrukking niet vaak een reden om elkaar te negeren, langs elkaar heen te leven. Elkaar niet te hoeven spreken en ontmoeten? En is dat dan niet juist ook het blokkeren van elke relatie met je naaste, je broeder? Heel simpel gezegd: Een land waar mensen elkaar doden, zoals Syrië, is onleefbaar. Maar een land waarin men elkaar niet ‘laat leven’, door vooroordelen, tolerantie, onverschilligheid, niet goed naar elkaar willen luisteren, daar is ook geen samenleving mogelijk!

Daarom hebben wij Jezus nodig. Ik hoop dat u en jij dat ook zien. Hij geeft ons dat zelfinzicht dat de wortels van het onkruid dat zonde heet, in het bijzonder de variëteit ‘moord’ bij ons allemaal zitten. De schuld daarvoor en de doodstraf die wij verdiend hebben, heeft Hij op zich genomen. Wij hoeven niet naar de hel, omdat Jezus in onze plaats is ‘gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle’. En alleen Jezus kan in ons hart grondig wieden door Zijn heilige Geest. Nog niet alle wortels worden tijdens ons leven verwijderd, maar we hoeven niet meer te vrezen voor overwoekering.

3. Leven om lief te hebben

‘Leven en laten leven’, dat motto, daar kunnen wij het als volgelingen van Jezus niet mee redden. Omdat het gebod vérder gaat dan letterlijke moord en ook onverschilligheid, jaloersheid, boosheid en haat eronder vallen. Ja, zó zelfs dat de catechismus zegt: ‘God haat de haat’. God is daar tegen. Maar dat is niet omdat God zomaar dingen wil verbieden, tegen van alles is. Natuurlijk niet. God verbiedt ons sommige dingen, omdat Hij vooral ergens voor is. Prachtig heeft Johannes dat geschreven in zijn eerste brief (3:11-15):

11 Want dit is de boodschap die u vanaf het begin gehoord hebt, dat wij elkaar moeten liefhebben; 12 niet zoals Kaïn: hij was uit de boze en sloeg zijn broer dood. En waarom sloeg hij hem dood? Omdat zijn werken slecht waren en die van zijn broer rechtvaardig. 13 Verwonder u niet, mijn broeders, als de wereld u haat. 14 Wij weten dat wij zijn overgegaan uit de dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben; wie zijn broeder niet liefheeft, blijft in de dood. 15 Ieder die zijn broeder haat, is een moordenaar; en u weet dat geen moordenaar het eeuwige leven blijvend in zich heeft.

In deze tekst wordt duidelijk in welke spanning ons leven staat: we kunnen kiezen tussen liefde en haat voor onze naaste. Kaïn koos voor de haat en sloeg zijn broer dood. Johannes roept ons op te kiezen voor de liefde, de liefde voor de broeder. Dat broeder, dat is in deze brief het mede-gemeentelid. Broeder of zuster in Christus. Daar gaat het allereerst over: dat er in onze gemeente geen tweespalt is, geen boosheid, geen schuine ogen naar de ander, geen vooroordelen, maar liefde. Als je die dingen wél in je hebt, dan hoor je er feitelijk niet bij. Dan heb je het eeuwige leven niet. Ja, dat is hard, maar dat maakt wel heel duidelijk waar het op aan komt.

Leven is eigenlijk alleen echt leven, als het een leven in liefde is. Een leven in harmonie met God en de naaste. Een leven in haat, dat is geen leven, dan heb je geen leven. Tegenover het denken in onze tijd wordt zo heel scherp wat toch het extra is van dit gebod als gebod van Christus: Het leven is niet iets wat je hebt en waar ieder maar het zijne mee moet doen. Leven is geen doel op zichzelf. Waar je allang blij mee mag zijn als een ander je dat gunt en het je niet ontneemt. God geeft ons het leven, zodat wij lief kunnen hebben. Het leven is het toneel, de ruimte, waarin wij lief mogen hebben. God boven alles en onze naaste, onze broeder en zuster, als onszelf.

Niet langs elkaar heen leven, maar de relatie aangaan en daarin investeren. Heel concreet. De catechismus vult het begrip liefde vanuit de vrucht van de heilige Geest met de woorden: geduld, vredelievend, zachtmoedig, barmhartig, vriendelijk, schade voorkomend. Ik denk dat we bij al deze woorden ons wel ongeveer een plaatje kunnen vormen, hoe God graag wil hoe onze omgang met elkaar eruit zou moeten zien. Precies zoals Jezus is. Hij heeft geduld met onze zwakheden en gebreken. Met het onkruid wat keer op keer weer uit ons hart opkomt. Hij is uit de hemel gekomen om vrede te sluiten tussen ons en God, koste wat het kost. Niet met het zwaard, maar met Woord en Geest is Hij gekomen om zich over ons te ontfermen en ons te redden.

Wat zegt dat u over hoe u omgaat met de mensen om u heen? Leeft u zo uit de liefde van Christus? Of kan er hier en daar nog wat bijgeschaafd worden?

4. Sterven om lief te hebben (1 Johannes 3:16-17)

Vaak zijn wij toch een beetje blind voor hoe we ons ten opzichte van elkaar gedragen. Wat doen we elkaar vaak pijn zonder het te beseffen. Door gebrek aan belangstelling bij ziekte en zorg, omdat we te druk met onszelf waren. Door een goed bedoeld woord, dat totaal de plank mis slaat. Door ons onvermogen over onze eigen drempels, bezwaren en ideeën heen te stappen. Ja, zo ‘leven en laten leven’, oftewel ‘langs elkaar heen leven’, is in feite moord en het tegenovergestelde van de liefde die Jezus zo graag zou zien.

Daarom roept Hij ons week in week uit samen in de kerk. Waar wij dit gebod horen klinken. Maar waar Hij bovenal onze ogen wil openen voor Zijn liefde. Johannes schrijft namelijk na zijn opdracht dat wij elkaar als broeders en zusters lief moeten hebben verder (1 Johannes 3:16-17):

16 Hieraan leerden wij de liefde kennen, dat Hij voor ons Zijn leven heeft gegeven. Ook wij moeten voor de broeders het leven geven. 17 Wie dan de goederen van de wereld heeft, en zijn broeder gebrek ziet lijden, maar zijn hart voor hem toesluit, hoe kan de liefde van God in hem blijven?

Hier in de kerk leren wij die liefde kennen. Niet allereerst hoe wij moeten liefhebben, wat wij moeten. Allereerst leren wij de liefde kennen, namelijk de liefde van Christus, dat Hij voor ons Zijn leven heeft gegeven. Dat klinkt wel heel krom: wij leren liefhebben, wij leren leven, doordat Hij zijn leven heeft gegeven. Ja, dat klinkt nog heel mild. In feite is Jezus vermoord. Hij is immers onschuldig ter dood veroordeeld. Hij heeft alleen niets gedaan om het tegen te houden.

Dat alleen al gaat boven onze pet. Zoals Paulus het verwoordt in zijn brief aan de Romeinen: Iemand zal zijn leven nog wel willen geven voor een goed mens, maar Jezus is voor ons gestorven, terwijl wij nog Zijn vijanden waren. Ja, alleen dat mag werkelijk liefde heten. Veel wat wij liefde noemen in de wereld, is in feite romantiek, geven en nemen ter wederzijds voordeel. Maar God gaat veel verder. Hij heeft niet gezegd: ‘Laat ze maar op aarde die mensen, ze zoeken het maar uit, als ze zo nodig hun eigen zin willen doen.’

Hij zoekt u en jou op. Dat deed Hij door Zijn Zoon naar de aarde te sturen. Dat doet Hij door vandaag hier in de kerk tegen je te spreken. Hij wil je niet zomaar ‘laten leven’, Hij wil je Zijn eeuwige liefde leren kennen. Hij wil een band met je. Het is belangrijk dat je dat merkt in de kerk. God geeft ons Zijn geboden niet uit de hoge hemel, om het ons verder lekker zelf uit te laten zoeken. Dat zou hopeloos zijn. Getuige al het nieuws uit de krant wat lijnrecht tégen de geboden in gaat.

Jezus Christus is niet alleen het model waar we op moeten gaan lijken, Hij is vooral Zelf ook het middel daarvoor. Hij is voor je gestorven om je Zijn liefde te laten kennen. En daarin vinden wij het leven zelf. Daarin hervinden wij ons. Bij het kruis mogen wij al onze haat, jaloersheid, vooroordelen en al die andere zonden, neerleggen en kwijtraken, daar worden ze vergeven. Het leven van Jezus was een voortdurend sterven uit liefde. De liefde kostte Zijn leven. Hij heeft het aan ons gegeven.

Leven is dus geen doel in zichzelf, dat was het voor Jezus niet, dat kan het dan ook voor ons niet zijn. Als je je openstelt voor anderen, dan gaat het je ook wat kosten. Dan geef je misschien ook wel je leven: je liefde, je inzet, je tijd, je geld. ‘Neem mijn leven, laat het Heer, toegewijd zijn aan Uw eer’. Leven voor God. Leven voor je naaste. Langs elkaar heen leven is dan onmogelijk. ‘Leven en laten leven’ een gruwel. Christen zijn is leven in alle openheid: met open hart, open ogen en open handen. Klaar om lief te hebben, om de ander te zien, om te geven waar nodig, wat het ook kost.

5. Ethische problemen

Vandaar dat Jezus de tweede tafel van de Tien Geboden, ook dit 6e gebod, samen kan vatten als (Mattheus 22:39):

U zult uw naaste liefhebben als uzelf.

De catechismus haalt dat terecht naar voren als de kern van het 6e gebod. Dat maakt duidelijk dat de geboden niet direct gaan over wat er allemaal wel en niet mag, maar waar het leven eigenlijk voor bedoeld is. Toch levert dit gebod wel veel vragen op. Zeker tegenwoordig. Op het blad heb ik even kort opgesomd waar je het in verband met ‘Gij zult niet doden’ allemaal over zou kunnen hebben: abortus, euthanasie, zelfmoord, oorlog, doden van dieren, etc. Hoe moeten we dat zien in het licht van dit gebod?

Ik kan al die dingen onmogelijk allemaal in deze preek uitwerken. Het is ook de vraag of voor al deze dingen harde regels van God te geven zijn. Neem bijvoorbeeld euthanasie. Je kunt eenvoudig zeggen: Daar zijn wij tegen. Wij mogen het leven van mensen niet beëindigen. Dat is immers heilig, van God, hebben we aan het begin van de preek gezegd. Maar uit onze omgeving kennen velen van ons wel ernstig zieken, die door medische zorg en medicijnen op de been worden gehouden. Mogen we zo wél eindeloos het leven rekken? Nemen we het dan ook niet in eigen hand? Dat zijn hele ingewikkelde vragen, die je niet zomaar in het algemeen kunt beantwoorden. Moet je die laatste chemokuur nog nemen om het leven een paar maanden te rekken, terwijl je doodziek bent? U kent misschien de worsteling met die vragen van zeer nabij.

Het is belangrijk dat wij bij het beantwoorden van deze vragen niet zwaaien met Gods geboden of met onze eigen overtuigingen, maar dat we proberen te denken vanuit de hele Bijbel, die zijn samenvatting vindt in de liefde tot God en tot de naaste. Moeten we zeggen dat mensen die zelfmoord plegen naar de hel gaan, zoals vroeger werd gedaan? Of mag je vanuit het Bijbels getuigenis als geheel zeggen dat God hun zwakheid kent, hun ellende, hun wanhoop. Het leven dat een hel geworden is. En dat God er nu juist op uit is om van onze hel een hemel te maken. Dat Hij hoop geeft in wanhoop, lijkt me de kern van de Bijbel.

Het lijkt mij heel belangrijk dat overal waar wij in aanraking komen met vragen rond leven en dood, wij proberen als christenen daar antwoorden te vinden. Vanuit de Bijbel, vanuit het geloof in God, vanuit de liefde tot God en de naaste. Juist dan ontdek je dat dit gebod ‘Gij zult niet doden’ ook een onverwachte brede zeggingskracht heeft.

Zo merkt de catechismus op dat het bijvoorbeeld inhoudt: ‘Ook mag ik mijzelf geen letsel toebrengen of moedwillig in gevaar begeven.’ Dat zet wel aan het denken over allerlei risicosporten die men tegenwoordig beoefent. En trouwens: Al die mensen die overspannen raken of burn-out door het vele werken. Hebben die hun eigen lichaam, hun leven ook geen schade/letsel toegebracht? Respect voor het leven van de mens als beeld van God, slaat dan toch ook op jezelf. Zuinig zijn op jezelf.

Ziet u, gemeente, dit korte gebod ‘Gij zult niet doden’, heb je niet zomaar onder de knie. Het roept op tot nadenken, tot bezinning. Over de omgang met elkaar. Over de grote vragen van leven en dood. Ik hoop dat u dat meeneemt naar huis. Dat u aan het denken bent gezet. Maar vooral dat het gáát om de liefde. Niet ‘leven en laten leven’, maar leven en sterven om lief te hebben. In navolging van onze Heere Jezus Christus. Die ons bevrijdt van de zonde en roept tot een nieuw, eeuwig leven.

Amen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s