Ergernissen Top 5

Preek in de Bergrede-serie over Mattheus 7,1-6

Afbeeldingsresultaat voor balk oog

Gemeente van Jezus Christus,

Wat kunnen wij ons ergeren. Elke maand komt Jan Mulder in De Wereld Draait Door zijn top 5 van ergernissen van de afgelopen weken presenteren. Met grote verontwaardiging hakt hij met heftige woorden politici, bestuurders en bekende Nederlanders in mootjes. Ik denk dat we het allemaal wel herkennen. Niet alleen om ons heen, maar ook bij onszelf. Wat zijn je broertjes en zusjes, de kinderen op het schoolplein vaak lastig, vervelend. Die jongen wil altijd maar zijn eigen zin. Dat meisje wil altijd alle aandacht. Hij pakt altijd het speelgoed af. Zij wil altijd meedoen als jij net lekker zelf aan het spelen bent. Die collega wil het altijd nét even anders doen dan jij. Die klant wil altijd het onderste uit de kan. Die leraar heeft altijd commentaar, het is nooit echt goed. Heb jij nieuwe kleren, dan heeft zij nét weer iets hippers aan. De belastingdienst vraagt teveel geld. De regering doet te weinig tegen de crisis. De dominee komt te weinig op bezoek en hij zou meer voor de kinderen moeten doen.

We kunnen er wat van. Wat zitten er een balken bij de ander, waar we tegenaan kunnen stoten. Heeft één van de kinderen de balk gezien in de kerk? Ja, natuurlijk, die staat hier tegen de kansel. Toen je binnenkwam zag je het al, denk ik. Die zie je niet over het hoofd, zo’n groot ding, dat hier helemaal niet hoort.

Jezus zegt dat er splinters of zelfs balken in onze ogen kunnen zitten.

Maar heeft één van jullie ook de splinter gezien? Nee? Een splinter is veel te klein, he. Maar hij ligt echt naast de balk. Zoiets kleins, naast zoiets groots, dat valt inderdaad helemaal niet op. Gek genoeg draait Jezus het precies om: Hij zegt ‘U ziet wél de splinter in het oog van uw broeder, maar u merkt de balk in uw eigen oog niet op.’ Wie zien hier toch echt eerst de balk, en als we heel goed kijken de splinter. Jezus zegt: Toch zien jullie éérst de splinter en dan pas de balk! Onlogisch! Absurd!

Jezus bedoelt ermee dat wij vaak heel scherp zien bij de ander wat er mis zit, maar echt héél slecht kijken naar onszelf. Zó dat het absurd wordt.

Vandaar dat Jezus zegt: ‘Oordeel niet, opdat u niet geoordeeld wordt’. Vaak wordt deze opmerking van Jezus dan ook uitgelegd als: Bemoei je nou niet met een ander, hou je commentaar voor je, speel geen rechter over elkaar, laat ieder zélf naar eer en geweten zijn eigen leven leiden, tolereer elkaar daarin. Zo bezien past deze bekende tekst van vanmorgen ook perfect in onze huidige cultuur: We ergeren ons soms blauw aan elkaar, maar dat irriteert ons ook weer. We willen het liever goed hebben met elkaar. Dat we niet op alle slakken zout leggen. ‘Niemand is perfect’.

We gebruiken deze woorden ‘Oordeelt niet’ dan vooral als schild voor onszelf. Om anderen erop te wijzen dat ze geen commentaar moeten hebben op de manier waarop wij leven, onze keuzes maken en geloven. Dat bepaal je toch alleen zelf! Vooral op dat laatste: hoe we geloven, reageren mensen nogal eens allergisch. Als ik als dominee in gesprekken met mensen soms voorzichtig opmerk dat iemands denkbeelden over God niet echt Bijbels zijn. Dan zie je mensen bijna letterlijk terugdeinzen. ‘Oordeel niet!’

Maar het is de vraag of dát de bedoeling wel is van Jezus woorden: Het zijn geen woorden die we als schild tegen anderen kunnen gebruiken, het is als een zwaard dat onszelf treft. De balk zit niet bij de ander, zegt Jezus, maar bij onszelf. Oftewel: het meeste zit mis bij onszelf… zolang je dat niet hebt gezien, ben je in levensgevaar. Als je het immers letterlijk neemt: een balk in je oog. Dat lijkt me verre van gezond… Ja, levensgevaarlijk en onleefbaar.

De uitleg van deze tekst, dat ieder zich maar met zichzelf moet bemoeien en niet met elkaar, is onjuist.

Soms zou je wel willen dat dat zo was. Je kunt best last hebben van mensen die iets van je vinden. Die vooroordelen over je koesteren. Het kans intens pijn doen, als mensen je niet eens goed kennen, maar wel allerlei dingen over je vinden. Dat kan je beschadigen en kwetsen. Vóór dat mensen aan je vragen waarom je dingen doet, hebben ze hun oordeel al klaar… En dan denken we ook: Als mensen zich nu eens met zichzelf zouden bemoeien, dan zou er een stuk minder ellende op de wereld zijn, minder oorlog, minder strijd tussen religies, minder homohaat, minder racisme en discriminatie. Niet oordelen dus, laat ieder het zelf gewoon uitzoeken.

Dan moeten we wel heel goed opletten wat Jezus zegt. Hij zegt inderdaad dat wij niet over anderen moeten oordelen. Wij mogen geen rechter over elkaar spelen: Je kunt niet voorkomen dat je bepaalde dingen denkt over een ander. Wij hebben van Gods ons verstand en onze ogen gekregen, en daarom hebben we zo onze mening over de wereld, over de mensen om ons heen. Dat kan niet anders. Maar met oordelen bedoelt Jezus echt ‘voor rechter spelen’. Een mooie vergelijking is dat bij grote rechtszaken die op het nieuws komen, de meeste mensen al hun oordeel klaar hebben: ‘Die moet levenslang de bak in! Of: ‘Jammer dat we de doodstraf niet meer hebben in Nederland!’ In feite ga je dan op de stoel van de rechter zitten. Want uiteindelijk is het de Nederlandse Rechtbank die de bevoegdheid heeft om een echte straf op te leggen.

Zo zegt Jezus het ook: Oordeel niet, opdat u niet geoordeeld wordt. Als we daaruit denken op te maken: ‘Ieder mag gewoon zelf weten wat goed en kwaad is, hoe je leeft en gelooft’, dan zitten we er wel naast. Jezus wil niet zeggen dat alles relatief is. Nee, ‘opdat u niet geoordeeld wordt’, dat verwijst naar God. ‘Want met het oordeel waarmee u oordeelt, zult u zelf geoordeeld worden; en met welke maat u meet, zal er bij u ook gemeten worden.’ Jezus heeft het hier over het Laatste Oordeel, zoals we dat noemen. We geloven dat bij de wederkomst van Jezus Christus, Hijzelf als Rechter op de troon zal zitten, om te oordelen over de wereld, over ieder mens afzonderlijk ook.

Jezus zegt dus: ‘Wees ervan bewust, dat als jij nu genadeloos bent tegen de mensen om je heen. Als je alleen maar kritisch kunt zijn op de ander. Dat God jou dan straks ook zo gaat behandelen. Met de maat waarmee jíj meet, zal God dan jou meten.’ Een flink heftige waarschuwing. Uiteindelijk worden wij allemaal onderworpen aan het oordeel van God, en dat is niet mals. Het maakt wel degelijk uit hoe je leeft en wat je gelooft. Dat staat je niet zelf vrij om te beslissen. Goed en kwaad zijn niet rekbaar. Normen en waarden zijn geen verzinselen van ons, die je al dan niet aan je laars kunt lappen. God zal over je oordelen. Jezus hoopt dat wij daarvan schrikken. Dat wij daar een bang van worden. Niet om angst te zaaien, maar om ons te weerhouden van oordelen over een ander…

We moeten juist in onze tijd van persoonlijke vrijheid goed in de gaten houden, dat God niet een God is die alleen maar van ons houdt en alles goed vindt wat wij doen, van ons geniet en ons zegent. God is ook de heilige Rechter voor wie wij ons eenmaal zullen moeten verantwoorden. Gelukkig kent God geen vooroordelen zoals wij. Hij zal niemand onterecht veroordelen of alleen op grond van irritatie, zoals wij doen. Zijn oordelen zijn rechtvaardig, goed, foutloos en terecht. Je hoeft daarom alleen maar bang te zijn voor dat oordeel, als er een balk in je oog in. Zit die er?

 

Ja, dan wordt het spannend. Want Jezus punt is: dat vinden wij nou zo moeilijk te zien. We lazen samen dat verhaal over David, die zich vergrepen had aan Bathseba. Zij was daarvan zwanger geraakt en haar man Uria zou er achter komen. Daarom had David vervolgens Uria voorin het leger gezet, waardoor hij sneuvelde in de strijd. Probleem opgelost. Je zou zeggen: Dan knaagt je geweten toch wel: overspel, leugen, moord. Maar dat lijkt niet zo te zijn geweest.

De profeet Nathan moet eraan te pas komen met een heel verzonnen verhaal, een gelijkenis, over twee mannen, een rijke en een arme, waarbij de rijke man met een grote kudde het enige lam van de arme steelt om het te slachten en op eten. Dát verhaal komt bij David wél binnen. Hij oordeelt gelijk, zoals wij ook zo snel oordelen: ‘Zo waar de HEERE leeft, voorzeker, de man die dat gedaan heeft, is een kind des doods!’ De doodstraf voor die man! Het drama is compleet als Nathan zegt: ‘U bent die man’.

Er zát een balk in Davids leven, maar hij had het niet door, tot de profeet van God hem erop wees. Toen pas gingen zijn ogen open voor zijn eigen zonden. In psalm 51, een boetpsalm die slaat op dit moment, zingt David dan ook:

‘Mijn schuld is zwaar, ik heb Uw wet geschonden; / Zie mijn berouw, hoor, hoe een boet’ling pleit, / en reinig mij van al mijn vuile zonden. / Want ik gevoel de grootheid van mijn kwaad; / mijn zonde zie ‘k mij steeds voor ogen zweven. / ‘k Heb tegen U, ja U alleen, misdreven.’

Nu pas…, geconfronteerd met de woorden van Gods profeet Nathan, ziet David de balk in zijn eigen oog…

We zijn inmiddels een eind gevorderd in de Bergrede. We hebben geluisterd naar Jezus woorden. Jezus heeft gezegd dat boosheid en schelden gelijk staat aan moord. Dat kijken naar een andere vrouw of man met begeerte gelijk staat aan overspel. Dat een belofte breken of onwaarheid spreken gelijk staat aan het breken van een eed aan God. Dat je de andere wang moet toekeren als iemand je slaat. Dat je je vijand niet moet haten, maar liefhebben en bidden voor wie je beledigt. Dat het leven met God bestaat uit weggeven aan armen, intens gebed en vasten. Dat je je niet druk moet maken over het hier en nu, met geld verdienen, lichaam, eten en kleding, maar met het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid.

We kunnen nu wel zeggen: Dat zijn profetische woorden. Woorden die de vinger op de zere plek leggen in ons leven. Zoals toen de profeet Nathan sprak tegen David, spreekt Jezus dit tegen ons. Het zijn Zijn profetische woorden, die slaan op ons. U bent die vrouw, jij bent die jongen. Dit gaat over jouw leven en uw leven. Zit er dan alleen maar en splintertje in je leven, of toch ook een balk? Wanneer deze profetische woorden van Jezus aankomen, dan betrek je vers 5 op jezelf: ‘Huichelaar, haal eerst de balk uit uw oog’. De Bergrede maakt van ons allereerst heel kleine en nederige mensen. Als dat het effect is van de woorden van Jezus, dat je van je eigen voetstuk afkomt en zegt: ‘Ja, dit gaat inderdaad over mij. U hebt gelijk, Heere Jezus.’ Dan is het goed. Dat is bekering. Dat begint met dat zelfinzicht. Dat je ogen open gaan voor wie jezelf bent.

Jezus zou Jezus niet zijn, als Hij niet de hoop zou geven, dat dat ook mogelijk is. Dat ook balken verwijdert kunnen worden… Tegenover de hopeloosheid die onze cultuur kenmerkt: ‘Zij is nu eenmaal zo, laat haar maar in haar sop gaarkoken’. ‘Hij heeft die irritante genen nu eenmaal van zijn ouders, hopeloos geval!’ Zet Jezus de zaligsprekingen van het begin van de bergrede: ‘Zalig, eeuwig gelukkig, zijn de armen van geest, zijn zij die treuren, zijn de zachtmoedigen, zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid.’ Als u door Jezus’ profetische woorden klein over uzelf bent gaan denken, het van God gaat verlangen en verwachten, dan bent u zalig. Die balken verwijdert God door de vergeving in Jezus Christus, en in Zijn definitieve oordeel over uw leven, wordt u vrijgesproken.

Zalig bent u als u de balk in uw eigen oog durft te zien. En vertrouw erop dat de heilige Geest bij machte is die operatief te verwijderen.

 

Met deze tekst begint het laatste hoofdstuk van de Bergrede. Jezus wil voorkomen dat zijn volgelingen, wij, omdat wij christelijk zijn, omdat wij Jezus volgen, gaan denken dat wij beter zijn dan mensen die dat niet doen. Hij wil voorkomen dat wij de woorden van de Bergrede gaan gebruiken als een stok om mee te slaan. Dat wij Bijbelteksten gaan gebruiken om elkaar de maat te nemen. Dat is ook werkelijk een groot probleem.

De EO heeft vorig jaar nog een onderzoek laten doen onder buiten-kerkelijken wat hun mening is over de kerk en over christenen. Daaruit kwam vooral dat wij gezien worden als betweters en schijnheilige mensen. Zondags in de mooie kleren in de kerk, maar doordeweeks alles doen wat God verboden heeft. Nu is dat misschien wel een beetje een karikatuur. Maar op één of andere manier hebben wij toch dat imago meegekregen, en dat is niet voor niks. Zelf hoor ik het regelmatig op bezoek bij randkerkelijken van onze gemeente, die al jaren niet meer in de kerk komen. ‘Waarom zou ik naar de kerk gaan? Ze denken dat ze beter zijn, maar dat valt tegen.’ Ik hoor zelfs via hen van schokkende oordelen die in het verleden zijn uitgesproken, door gemeenteleden, kerkenraadsleden, predikanten. Ja, ook wij dominees kunnen er soms wat van…

Dat is nu precies wat Jezus niet wil. Hij wil het precies omdraaien: Niet dat wij vanuit de hoogte anderen benaderen, maar vanuit de diepte, nederig, als de minste. Niet onze gerechtigheid, onze goedheid is de maatstaf, maar Jezus Christus zelf. Tussen jou en die ander staat Christus. En Hij laat ons eerst de balk in ons eigen oog zien. En vervolgens gaan wij met Hem tot de ander. Wij benaderen als het goed is mensen vanuit Zijn liefde en genade. Kijk altijd naar je naaste, zoals Jezus naar hem of haar zou kijken.

Als je over iemand oordeelt, dan neem je afstand. Dan wordt een mens een voorwerp, een object, waarover je je mening vormt. Wat Jezus ons leert is het tegenovergestelde: geen afstand nemen van je naaste om te oordelen, maar naar je naaste toegaan, het gesprek aangaan, elkaar in de ogen kijken. Dan is de mens geen voorwerp van beschouwing, maar een naaste, die liefde nodig heeft, die Jezus nodig heeft, net als jijzelf.

Jezus’ eigen leven is daar een prachtig voorbeeld van. God bleef niet in de hoge hemel om daar vanaf Zijn Goddelijke troon het oordeel over al het kwaad in de wereld te voltrekken. Hij kwam naar beneden, daalde af tot ons niveau in Jezus Christus. En Jezus’ leven bestond erin juist díe mensen op te zoeken, die naar het oordeel van mensen slecht waren, buitenbeentjes: hoeren, tollenaren, melaatsen, zondaren. Bij hen is Jezus kind aan huis. Niet om hen te vertellen dat ze verkeerd bezig zijn, maar om hun zonden te vergeven, om Zijn liefde te geven aan mensen die geen liefde meer kennen.

Zo komt Jezus naar ons allemaal vanmorgen. Wanneer je dacht heel wat te zijn, is dat confronterend, en leidt dat hopelijk tot bekering. Tot een innerlijke vernieuwing. Want dat is dan wel echt nodig. Maar het kan ook dat je je juist al zo klein voelt, dat je helemaal niet hoog denkt over jezelf. Dat je best al weet van de dingen die mis zitten in je leven. Dan komt Jezus vanmorgen juist ook naar u toe, naar jou toe. Niet om je nog verder de grond in te trappen, maar dan zegt Hij: ‘Weet dat ik zelfs dát vergeef.’ Hij ontfermt zich over je, zet je weer op je voeten, vult je met hoop. ‘Ga maar met Mij mee, volg Me maar, blijf dicht bij Mij, dan zal Ik je beschermen.’

Zoals Christus tot ons komt, zijn wij geroepen ook tot onze naaste te gaan. Niet met Bijbelteksten, met normen en waarden, met ons oordeel in de hand. Maar met Christus aan onze zij. Als je met Jezus Christus zo naar de mensen gaat, dan zie je allereerst haarscherp je eigen zonde en tekort. Jezus geeft je zelfinzicht. De ander, die naaste, over wie je zo snel je oordeel klaar hebt, die zie je dan als iemand, voor wie Jezus aan het kruis gestorven is, iemand die vergeving mag ontvangen.

Over het mooiste van dit gedeelte over niet oordelen, over de splinter en de balk, wordt altijd heen gelezen. Mensen die het gebruiken als schild tegen alle bemoeienis van anderen, hebben het totaal niet begrepen. Jezus zegt namelijk niet dat wij ons niet mogen bemoeien met die splinter in het oog van onze broeder! Hij zegt: ‘Haal eerst de balk uit uw oog en dan zult u goed kunnen zien om de splinter uit het oog van uw broeder te halen.’

Het doel is dus, dat wij wel degelijk onze broeder gaan helpen met die splinter in zijn oog. Dat wij hem niet met zo iets vervelends rond laten lopen. Binnen de gemeente moet het dan ook zo zijn, dat je het van je broeders en zusters en zeker van de ambtsdragers accepteert als ze je uit liefde wijzen op zonden of fouten in je leven en willen helpen op de weg van Christus.

Jezus wil alleen maar zeggen: ‘Benader je naaste daarbij niet vanuit de hoogte, maar als iemand, die zélf er nog veel erger aan toe was…’ Je weet hoe erg zonde is, en hoe heerlijk de bevrijding van Christus is, persoonlijk. Dat je daarom die ander zo graag wil helpen vanuit liefde, omdat je hem of haar het óók zo gunt de vrede van Christus te ervaren, de vreugde tot God, het eeuwige leven, de zaligheid.

Hét risico daarbij is dat je opdringerig wordt. Dat je de vergeving en liefde van Christus uit gaat delen aan mensen, die er écht niet op zitten te wachten. Vandaar dat Jezus er achteraan zegt: ‘Geef het heilige niet aan de honden, en werp uw parels niet voor de zwijnen’. Het heilige, dat zijn de offers die Israëlieten in de tempel brachten en wat alleen door de priesters gegeten mocht worden. Dat heilige voedsel, zegt Jezus, dat werp je niet op de vuilnisbelt voor de straathonden. En een prachtige parelketting, die werp je niet in de modder bij de varkens, maar bewaar je zorgvuldig in je sieradenkistje en draag je bij bijzondere gelegenheden.

Er zit dus wel een grens aan het helpen van onze naaste. Zelf krijg ik vaak een ongemakkelijk gevoel bij grote spandoeken langs de snelweg met daarop: Jezus houdt van jou! Het enthousiasme is te waarderen – ik wilde dat we daar meer van hadden – maar dan gaat er toch iets niet goed. Niet omdat dat het niet waar is wat daar staat, maar omdat dat bijna een heilige zin is: ‘Jezus houdt van jou’. Dat is zo’n ontzaggelijk kostbare zin. Als voorbijgangers dat zien en belachelijk maken, er zich misschien wel aan ergeren, doen we dan niet iets heel erg verkeerd? Gooien we de genade van God dan niet te grabbel? Je kunt mensen die er niet op zitten te wachten, de liefde van Christus niet opdringen, hoe graag je het ook zou willen.

Jezus bedoelt natuurlijk niet dat we niet moeten evangeliseren of niet aan zending moeten doen. Hij is het immers zelf, die aan het einde van ditzelfde evangelie van Mattheus zijn discipelen uitzendt om de hele wereld over Hem te gaan vertellen, te dopen en tot volgelingen te maken. Maar onze evangelisatie mag nooit agressief zijn, nooit met het zwaard, nooit onder druk. Met de eenvoud van het woord, met onze eigen zwakten. Wij zijn geen fanatiekelingen, wij hebben geen recht of macht over anderen. Als we op weerstand stuiten, op onwil, op onbegrip, dan hebben we dat te dulden. Dan mag je rust vinden in het geloof, dat jij, net zo goed als je naaste en je broeder in Gods handen zijn. De weg die ons dan open staat, is het gebed. Het gebed voor de wereld, voor je buren, voor je kinderen. Het gebed tot Christus die muren of kan breken, tot de heilige Geest die innerlijke weerstanden kan overwinnen.

Laat dan in ieder geval de keerzijde waar zijn: dat je het heilige voedsel dan in ieder geval zélf opeet, dat jezelf die kostbare parels dan draagt. Ik bedoel: Jezus’ woorden zijn niet om anderen mee om de oren te slaan, en dus ook niet om te grabbel te gooien, ze zijn allereerst om zelf toe te passen in je leven. Zelf te leven vanuit zelfinzicht, vanuit vergeving en genade, vanuit de liefde van Christus. Leef zelf voor de parel van grote waarde: Het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid. Misschien gaat het dan zo, dat als wij die met ere dragen, als wij met het heilige van God, heilig omgaan, dat we onze broeder jaloers maken op die grote geschenken, in plaats van aanleiding geven tot spot.

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s