Gebedsverhoring

Preek in de Bergrede-serie over Mattheus 7,7-12.

Afbeeldingsresultaat voor gebedsverhoring

Gemeente van Jezus Christus,

 

Bid, en u zal gegeven worden; zoek, en u zult vinden; klop, en er zal voor u opengedaan worden.

Weinig Bijbelteksten zijn zo bekend als deze uitspraak van Jezus. Raar is dat eigenlijk, want wie gelooft nu wat Jezus hier zegt? Ja, dat het bij mensen onderling zo werkt, dat is zo. Wanneer je je kinderen opvoed zeg je: ‘Wie niet vraagt wordt overgeslagen’. Als kind weet je ook dat het zo werkt. Je doet niet zomaar een graai in de snoeppot, maar als je het heel lief vraagt, krijg je vast iets om je honger te stillen. En tegen iemand die zijn autosleutels weer eens kwijt is, zeggen we: ‘Zoekt en gij zult vinden’. Dat is in feite ook het enige dat je kunt doen: zoeken.

Ja, in het gewone leven werkt het. Maar Jezus heeft het hier nu juist niet over het gewone leven, maar past het toe op God. Als je bidt, zal Gód je geven. Dat geloven we toch niet? Het klopt immers niet met wat we om ons heen meemaken. Ik ken velen die soms al jaren voor iets bidden. Voor herstel van de gezondheid, voor de bekering van hun kinderen, maar tot nu toe wijst er nog niets op verhoring.

U kent dat vast ook uit uw eigen leven of het leven van mensen om u heen. ‘Bidt en u zal gegeven worden’: kun je dat geloven? Ik moet toegeven dat ik in mijn studeerkamer er deze óók mee geworsteld heb. Geloof ik het eigenlijk zelf wél? U als gemeente verwacht dat misschien wel. Dat ik als dominee er altijd de moed in houdt. Maar mij zakt de moed ook regelmatig in de schoenen als ik heftige verhalen op pastoraal bezoek hoor… Wat moet je dan zeggen? Wat moet je dan nog bidden?

Ik zeg altijd maar dat we ook die klacht, die teleurstelling bij God mogen brengen, zoals ook in de psalmen gebeurt. Ook onze opstandigheid, onze vragen en twijfels mogen we bij Hem brengen. Dan hoop ik dat u daar rust in vindt en er door getroost wordt, dat je zo je hart mag uitstorten bij God. Nu merk ik dat ook vaak, dat we na zo’n gebed even stil zijn met elkaar, en dat je de tranen bij elkaar in de ogen ziet, maar ook de opluchting.

En toch… Is het geen zwaktebod? Om de verwachtingen van het gebed zover naar beneden bij te stellen? Niet meer te verwachten en te vertrouwen dat God ook onze gebeden om genezing, verandering, kan, wil én zal verhoren?

 

Het kan geen kwaad, die vraag voor onszelf eens echt te overdenken. Bidden wij nog echt? Kloppen we? Zoeken we?

Dat gaat verder dan alleen de moeilijke kant van onverhoorde gebeden. Uiteindelijk gaat het om de vraag naar het geloof in God, het vertrouwen op God. Nu is dat in onze tijd best ver weg gezakt. Niet dat we niet meer in God geloven in onze tijd, maar voor veel mensen is God wel vager geworden, meer op afstand komen te staan. Wie of wat God is, weten de meeste mensen in Everdingen niet meer, al geloven ze dat er wel ‘iets’ is. Dat deze prachtige wereld er niet zomaar gekomen. Dat wij er niet zomaar zijn. En daarom bidden we nog. Veel mensen die niet meer in de kerk komen, houden dat vol. Bij het eten. Voor het slapen gaan. Een schietgebed in nood. We zien het als iets therapeutisch, als een manier om onze gedachten te ordenen en ons hart te luchten.

Wat Jezus ons voorhoudt, is dan wel iets totaal anders. Hij biedt ons niet een stukje theorie aan over hoe bidden werkt, waarom het ene gebed wél en het andere níet verhoord wordt – al zal dat ten tijde van Jezus, net zo’n heikel punt geweest zijn als nu – Het gaat Hem er niet om te zeggen dat het gebed automatisch werkt. In de zin van een kauwgomballenautomaat: je gooit er een muntje in, je draait aan de knop, en het snoep valt, en je kunt het zo pakken. Zo niet. Nee, Jezus stelt nadrukkelijk bij zijn spreken over het gebed de relatie met God centraal. Als je bidt, wat voor band/relatie heb je dan met God?

Kijk, juist dát vinden we in onze tijd moeilijk. Een relatie met God. Hoe kun je daar nu over spreken? Als God voor je gevoel zo ver weg is. Als je wel tot Hem bidt, soms. Maar dat je het idee hebt zo weinig terug te horen. Als je om je heen kijkt in de wereld en denkt: Waar is Hij dan? En dan een relatie hebben met die God? Ja, zo’n vaste relatie, dat je echt kunt vertrouwen dat Hij hoort wat je bidt, en dat Hij geeft wat je vraagt, en dat Hij opendoet…

Waarom zou je dat ook eigenlijk willen? Werken artsen niet veel beter, dan gebeden als je ziek bent? Werkt kunstmest strooien niet veel beter dan bidden om een goede oogst? Is praten met je vrienden niet leuker dan praten met God? De kern van de zaak is: heeft u het gebed wel nodig? Heeft u wel zo’n relatie met God nodig? Heeft u, heb jij God wel nodig? We zien om ons heen dat er genoeg mensen zijn die gelukkig zijn met een leven zonder God. De Bijbel zegt dat dat in feite het probleem van ons mensen is. Dat een leven zonder God ons wel trekt. Lekker doen waar je zelf zin in hebt. Een leven bij de dag.

Bidden is het zoeken van God. Het nodig hebben van God. Vandaar mijn vraag aan u: Hebt u de HEERE nodig? Echt nodig? Zo ja, waaraan is dat dan te merken? Ik merk bij mezelf vaak lauwheid. In theorie weet ik natuurlijk best dat ik God nodig heb. Hoe zou ik kunnen leven in deze schepping, als ik het leven niet van Hem kreeg? Hoe zou ik kunnen leven, zónder de vergeving van mijn zonden in Jezus Christus? Maar blijkt die theorie ook in mijn gebedsleven? En in dat van u? van jou?

We lazen samen uit Jeremia 29, een profetie uit de tijd van de ballingschap van het volk Israël in Babel. Het probleem van Israël was voor die tijd geweest dat ze de HEERE ook niet meer zo nodig hadden. Er waren immers nog meer goden in die tijd, die ook best voor vruchtbaarheid en voorspoed konden zorgen. En met hard werken en goede politiek kun je best bestaan als land. Maar zó zit de wereld gewoon niet in elkaar, ontdekt Israël als de legers van Nebukadnezar Jeruzalem plat hebben gebrand. De HEERE is niet iemand ‘die er vanzelfsprekend is’ of ‘die je zo aan de kant kunt schuiven’, of ‘waar je alleen naar hoeft te luisteren als je zin hebt’. 70 jaren moeten ze in ballingschap om te leren dat ze de HEERE nodig hebben. Dat ze noodzaak daarvan voelen niet meer zonder Hem te kunnen. Niet in theorie, maar van harte.

‘Dan zult u Mij aanroepen en heengaan, u zult tot Mij bidden en Ik zal naar u luisteren. U zult Mij zoeken en vinden, wanneer u naar Mij zult vragen met heel uw hart. Ik zal door u gevonden worden, spreekt de HEERE.’

Aangrijpende woorden zijn dat, waarin we het verlangen van God zelf proeven naar Zijn volk. Het verlangen om voor hen God te kunnen zijn, hun gebeden te verhoren, hen te vervullen met Zijn aanwezigheid.

In de Bijbel begint het niet met óns verlangen naar God, óns bidden, óns zoeken, óns kloppen. God is de eerste. Hij verlangt naar u en jou, om je als verloren zoon en dochter in Zijn Vaderarmen te sluiten. Het begint met Zijn verlangen dat het weer goed zal zijn tussen Hem en ons. En daarom zoekt Hij ons op, klopt Hij op de deur van ons hart. Zoals toen door de woorden van Jeremia. Zo vanmorgen ook bij ons door de woorden van Jezus in de Bergrede.

De hele Bergrede tekent voor ons hoe geweldig mooi het leven met God is. Dat is werkelijk een zalig, eeuwig gelukkig leven. Nu komt het einde van Jezus’ preek in zicht. Hierna volgen alleen nog drie aansporingen om ook echt wat met Zijn woorden te gaan doen (brede en smalle weg, goede en slechte boom, wijze en dwaze bouwer). Ik denk dat Jezus hoopt dat we nu tegen het einde van de Bergrede hebben ontdekt hoe geweldig goed zijn geboden en regels zijn, hoe liefdevol. Liefde voor vijanden. Geen zorgen. Niet oordelen. Dat we ernaar zijn gaan verlangen om zo te mogen leven! In navolging van Jezus, met God door het leven. Maar dat we vooral hebben gemerkt dat dat allemaal te hoog gegrepen is voor ons, als God ons daarbij niet helpt, ja, als Hijzelf niet bij ons is.

En daarom: Bid, zoek, klop. Bid tot God, zoek God, klop aan bij God. En je zult van Hem krijgen wat nodig is om Jezus te kunnen volgen. Dat is in feite wat Jezus belooft. Het gebed werkt gegarandeerd. Niet dat je alles zomaar krijgt wat je bidt, maar je krijgt in ieder geval God zelf en wat nodig is om Hem te dienen.

Denk maar aan Vaderdag. Ik denk dat alle kinderen in de kerk dat wel weten. Je hebt vast iets aan je vader gegeven. Misschien heb je op school wel iets gemaakt, of heb je met mama en cadeautje gekocht. Wie weet hebben jullie hem een ontbijtje op bed gebracht. We zijn blij met onze vaders. Want vaders zorgen zo goed voor ons.

Dat vindt Jezus ook. Hij zegt: alle vaders geven hun kinderen te eten. Als een kind vraagt om een brood, dan geeft hij geen steen. En als het kind vraagt om een vis, dan krijgt het geen slang. En dat terwijl wij mensen allemaal fouten maken, ook vaders. Je hebt zulke slechte vaders, die zélfs niet goed voor hun kinderen zorgen. Verkeerd opvoeden. Mishandelen of misbruiken. Maar geen enkele vader geeft zijn kinderen niet te eten als ze honger hebben. Als wij nu merken dat onze vaders zo zijn, hoeveel méér zal de Vader in de hemel ons dan geven waar wij om vragen! Kijk, dat bedoelde ik aan het begin van de preek toen ik zei dat in het gebed de relatie met God centraal staat.

Keer op keer heeft Jezus het in de Bergrede over de ‘Vader die in de hemel is’. Hier legt Hij ons uit, waarom Hij God zo noemt: Om te leren vertrouwen dat God ons zal verhoren. Hij leert ons dat elk kind een vader nodig heeft, om niet van honger om te komen. En dat je als kind mag vertrouwen dat een vader ook voor je zorgt. Zo gaat het precies tussen u en God: U heeft God nodig, of u het weet of niet. En God wil er dan ook als Vader voor u zijn.

God verhoort niet al onze gebeden. Want als wij om stenen of slangen zouden vragen, dingen die echt niet goed voor ons zijn, dan krijgen we dat natuurlijk niet. Geen vader zou een slang aan zijn kind geven. Zo zegt Jezus ook dat wij ‘goede gaven’ ontvangen van de hemelse Vader.

Goede gaven: De nabijheid van God. Dat wat nodig is om te blijven geloven en belijden dat God goed is. Wat nodig is om Jezus’ te volgen. Jezus nodigt ons uit om te bidden, om het te blijven wagen.

 

Wat ga je vervolgens doen met die ‘goede gaven van de hemelse Vader’? Houd je dat voor jezelf? ‘Alles dan wat u wilt dat mensen u doen, doet u hun ook zo, want dat is de Wet en de Profeten.’ Wet en Profeten, daarmee bedoelt Jezus het Oude Testament. Die is niet voor op de boekenplank om als schat bewaard te worden. Die is ook niet alleen om in gelezen te worden. Al begint het daarmee wel. Je moet ermee aan de slag. Zoals de Hemelse Vader ons zijn gaven geeft en niet wacht tot wij Hem komen zoeken, maar zélf de eerste is. Zo wil Jezus ook, dat wíj de eerste zullen zijn om er te zijn voor onze naaste. We mogen niet blijven hangen in de theorie als het om het geloof in God gaat. We mogen niet stil blijven staan. We worden erop uit gestuurd.

Als je bidt om vrede in de wereld, zul je zelf een vredestichter moeten zijn. Als je zoekt en verlangt naar het Koninkrijk van God, zul je zelf leven als een Koningskind. Als je aanklopt bij God en Hij heeft opengedaan, zul je zelf ook openstaan voor wie er ook bij je aanklopt.

 

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s