Goede vrucht, goede christen

Preek in de Bergrede-serie over Mattheus 7,15-23

Afbeeldingsresultaat voor druif plant

Gemeente van Jezus Christus,

Ik vond het leukste van vakantie vroeger altijd dat je met z’n allen op stap ging in de auto, en dan precies op de wegenkaart kon volgen waar we gebleven waren. Zo’n kaart heb je wel nodig als je in onbekend gebied bent. Ik kan me best nog een aantal momenten herinneren dat we de weg een beetje kwijt waren. Dan stopte mijn vader langs de kant van de weg, om te overleggen met mijn moeder of we nu rechts of links moesten. Dan vertrouwde ik er op dat we de weg zouden vinden, want mijn vader was militair en die leren héél goed kaartlezen. Ik zou nooit naar iemand luisteren die de verkeerde weg wijst.

Als je op reis gaat heb je wegwijzers nodig. Iemand met een kaart. Borden langs de weg. Zodat je niet verdwaald en nooit op je bestemming aankomt. Dat zegt Jezus vanavond ook tegen ons. Wij zijn immers de smalle weg in geslagen, achter Jezus aan. Die smalle weg, die begint bij het kruis van Jezus Christus. Die smalle weg met als eindbestemming het eeuwige leven, het Koninkrijk van God.

Maar zo zegt Jezus ons: Op die weg blíjven, dat is niet altijd gemakkelijk, want er staan wegwijzers langs die weg die niet kloppen. ‘Valse profeten’ noemt Jezus die. ‘Wees op uw hoede voor de valse profeten’. Verschillende keren in het evangelie waarschuwt Jezus tegen hen. Dat zijn gevaarlijke mensen, ‘wolven in schaapkleding’. Die valse profeten horen bij de christelijke gemeente. Zijn kerkleden. Ze hebben immers een schapenvacht, en nemen de kernbelijdenis van de kerk op de mond in vers 21 ‘Heere, Heere’.

In feite zegt Jezus dus: Zélfs al ben je als gemeente sámen op de smalle weg, en is het onderscheid met de wereld al aangebracht – met de mensen die op de brede weg gaan. Dan nog kun je elkaar niet zomaar vertrouwen. Ook ín de kerk zijn er mensen, die er tóch niet echt bijhoren en de verkeerde weg wijzen. Daar moet je voor uit kijken… Bedoelt Jezus dat wij bang voor elkaar moeten zijn, dat je moet vrezen dat de mens naast jou in de bank misschien wel zo’n wolf in schaapskleren is? Dat zou dan toch kunnen…

Nou, dan moeten we eerst weten wat Jezus eigenlijk onder ‘valse profeten’ verstaat. Daarover lazen we in Jeremia ook al. Jeremia was zelf een door God gezonden profeet met niet zo’n prettige boodschap: Hij voorspelde dat de HEERE als oordeel over het koninkrijk van Juda, om hun afgoderij, het volk in ballingschap zou laten wegvoeren en dat Jeruzalem verwoest zou worden. Maar Jeremia was niet de enige profeet. Uit zijn boek weten we van Chananja en anderen, die óók claimden profeten te zijn, maar die brachten een hele andere, veel mooiere boodschap, die we lazen in Jeremia 23,17: ‘De HEERE heeft gesproken: U zult vrede hebben; … Geen onheil zal over u komen.’ Met andere woorden: ‘Wees niet bang, het komt allemaal goed met jullie.’

Een prachtige boodschap, die die profeten misschien nog wel echt méénden ook, want had God hen immers niet vele malen al gered uit gevaar en oorlog? Was God hen niet al honderden jaren genadig en liefdevol nabij geweest? En toch, zegt Jeremia, is dat válse profetie. Door die bedriegerij loopt het verkeerd af met het volk, want daardoor blijven de mensen doorzondigen, gesust door die mooie woorden. En Jeremia profeteert dóór, hoe moeilijk hij het ook vindt om het oordeel aan te zeggen, maar de mensen moeten de wáárheid horen.

Valse profeten zijn mensen die aan de helderheid van Jezus’ uitspraak over twee wegen, een brede en een smalle, over twee bestemmingen, verderf en léven, af doen. Sommigen knoeien zozeer met het evangelie, of verdraaien het zozeer, dat ze het de zoekers van de enge poort moeilijk maken om hem te vinden. Die maken de poort nog nauwer, zo nauw dat er bijna niemand er door past dan alleen zijzelf. Die schrijven bij voorbaat al een heleboel mensen af.

Anderen beweren dat de smalle weg in werkelijkheid veel breder is dan Jezus liet blijken, dat het allemaal niet zo nauw komt, en dat het bewandelen van die weg nauwelijks tot geen beperkingen oplegt aan het geloof of het gedrag van iemand. Uiteindelijk wordt de soep niet zo heet gegeten als die wordt opgediend. Als je af en toe maar naar de kerk gaat en je gebedje doet, dan kom je er wel. Weer anderen, en dat hoor je tegenwoordig ook nog al eens, durven het aan om Jezus ronduit tegen te spreken en te beweren dat de brede weg helemaal niet naar het verderf leidt: alle wegen zouden volgens hen naar God leiden. En uiteindelijk komt iedereen in de hemel, of bíjna iedereen dan.

Dat is nu valse profetie. Ik voel mij soms ook een valse profeet, want dat soort gedachten gaan bij mij ook wel eens door mijn hoofd. Ik hoop ook dat iedereen die hier zit vanavond in de hemel komt. Ik zeg ook liever tegen u: ‘U zult vrede hebben’… Maar Jezus heeft natuurlijk gelijk: Je hebt niets aan wegwijzers je die wel een mooie, maar toch de verkeerde weg wijzen.

Maar hoe weet je nu zeker of je buurman in de bank een valse profeet is? Of dichter bij: Bent u of jij een valse profeet? Die valse profeten in de Bijbelse tijd waren ook hele vrome mensen, waar niets op aan te merken was. Dat kan ook in onze tijd. Dat je altijd in de kerk zit, aangaat aan het Avondmaal en je leven is overgoten met een vroom christelijk sausje, maar ben je daarmee dan ook christen?

Veel mensen denken van wel. Uit onderzoek blijkt dat 6,8 miljoen mensen in Nederland zich christelijk noemt (Rooms-katholiek of protestants), dat 41% van onze bevolking, meer dan 2 op de 5 mensen. Maar dat is best raar. Als ik mijn auto eens per jaar naar de garage breng voor onderhoud en ik loop even de werkplaats binnen om te kijken hoe ze bezig zijn, dan ben ik nog geen automonteur. Tenminste, als ik u was, zou ik uw auto niet door mij laten repareren… Datzelfde geldt in de kerk: Als ik eens per jaar of af en toe de kerk binnenloop, dan ben ik nog geen christen! Christen-zijn dat is veel meer dan een ‘labeltje’.

Jezus wijst ons er op dat het onderscheid tussen wie wél en níet christen is, te maken valt aan de hand van de vruchten. ‘Aan hun vruchten zult u hen herkennen… Een goede boom brengt goede vruchten voort, en een slechte boom brengt slechte vruchten voor.’ Letterlijk staat er voor ‘slecht’ hier het woordje verrot: Een verrotte, zieke boom, daar groeit niet veel soeps aan.

Waar moet je bij ‘vruchten’ aan denken? Dat zijn woorden en daden. Jezus bedoelt: wij kunnen en mogen niet oordelen over iemands hart, daar kan alleen God in zien. Maar wat wij wel kunnen is waarnemen hoe onze broeders en zusters leven en praten. En dan wordt maar al te duidelijk wie werkelijk naar Mij wil luisteren en Mij wil gehoorzamen en daarin ook anderen de weg wil wijzen, de goede boom met goede vrucht, óf die maar een beetje meeloopt in de kerk, niet werkelijk voor Mij gaat en niets voor Mij over heeft, en anderen daarbij nog van de smalle weg afhoudt of afbrengt ook, de slechte boom.

Jezus is wel scherp hier, he, voor ons. De afsluiting van de Bergrede is zo niet mals. Eerst de keuze tussen twee wegen: breed of smal. Nu de keus tussen twee bomen: goed of slecht. En hierna nog de dwaze en de wijze bouwer, daar ga ik het een volgende keer over hebben. Jezus is wel scherp. Scherper dan wij prettig vinden. Als wij Jezus echt serieus nemen, en dat doen we toch, dan moeten we ons ook elke keer weer afvragen of we geen valse profeten zijn geworden…

Ja, dat kan dus zélfs als je er zélf heilig van overtuigd bent dat je op de goede weg bent, dat je een goede christen bent. Daarvoor hoef je helemaal niet schijnheilig te zijn… Jezus geeft ons een doorkijkje naar het Laatste Oordeel waar Hij de rechter zal zijn. We kunnen het ons zo voorstellen als Jezus zegt: ‘Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Velen zullen op die dag tegen Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam demonen uitgedreven, en in Uw Naam veel krachten gedaan? Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend;  ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt!’

‘Jezus is Heer’, dat was de kernbelijdenis van de vroege kerk, van de eerste gemeenten, zo zegt Paulus in Romeinen 10,9: ‘Als u met uw mond Jezus als Heere belijdt en met uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden.’ En nu zegt Jezus zélf hier dat dat toch niet genoeg is. Waarschijnlijk heeft Mattheus deze woorden van Jezus zo opgeschreven, omdat er in de gemeente waar hij bij hoorde, dus van die valse profeten waren. Al heel snel kwamen er in de vroege kerk namelijk allerlei dwalingen. Bijvoorbeeld dat je niet meer hoefde te werken, omdat Jezus toch elk moment terug kon komen. Of dat Jezus geen God was geweest op aarde, maar alleen een bijzonder mens. En er waren dus ook mensen die zeiden: ‘Als Jezus je zonden heeft vergeven, dan maakt het dus verder niet meer uit hoe je leeft. Jezus heeft de wet afgeschaft!’

Mattheus schrijft in zijn evangelie daarom deze woorden van Jezus, ook voor óns op: wij belijden inderdaad Jezus als Heere, maar denk niet dat je er daarmee bent! Zo ervaren wij dat toch ook niet, trouwens. Jezus is hierin heel realistisch. Ik hoor het regelmatig van gemeenteleden die al langere tijd geleden openbare geloofsbelijdenis hebben gedaan hier voorin de kerk: Het is een hoogtepunt om hier te staan en volmondig ‘Ja’ te kunnen zeggen tegen God. Maar daarna, dan komt de praktijk, dan komt het houden van je belofte, die je gedaan hebt… ja, dat leven met God is dan lang niet altijd een plezierreisje, dan komt het aan op trouw, volharding, zelfverloochening, navolging.

Wij weten het dus best wel, wat Jezus hier tegen ons zegt, denk ik. Je komt niet automatisch in de hemel als je maar belijdenis gedaan hebt, al ben je dan wel op de goede weg. Je kunt jezelf er nooit op voor laten staan. ‘Nee, zegt Jezus, het Koninkrijk der hemelen, daar komen die mensen, die de wil doen van Mijn Vader, die in de hemelen is.’ En die wil van de Vader, die heeft Jezus ons in het kort samengevat in de Bergrede, die lezen we uitgebreid in de hele Bijbel.

Als je op deze woorden bouwt, en ze probeert te gehoorzamen, dan is dat niet om de hemel te verdienen. Maar God zélf zien als de enige goede kaartlezer en wegwijzer en automonteur. Niet op het oordeel of de mening van mensen afgaan of op je eigen belijdenis, goedheid of rechtvaardigheid, maar enkel en alleen op de genade en belofte van God.

Anders zou je nog heel erg aan het twijfelen raken over jezelf ook… En dat kan nooit de bedoeling van Jezus zijn, niet de bedoeling van het Avondmaal of van deze preek. Jezus werpt ons nooit terug op onszelf, Hij richt ons altijd op Zichzelf.

Wanneer je wel eens bang bent en denkt: Leef ik wel goed genoeg om het einde van de smalle weg te halen? Draag ik in mijn leven soms ook niet hele slechte vruchten, of is er soms maar weinig goede vrucht te vinden… Zal ik er bij Jezus wél in mogen, als zelfs mensen die kunnen zeggen: ‘Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam demonen uitgedreven, en in Uw Naam veel krachten gedaan?’ – als zelfs zij er niet in mogen?

Weet dan: Nee, je leeft inderdaad niet goed genoeg, ja, met die vruchten van u valt het regelmatig vies tegen, die zijn soms flink zuur. Maar uiteindelijk gaat het daar niet eens om. Let goed op wat Jezus ten slotte zegt in vers 23: ‘Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt!’ Jezus’ laatste en enige argument is: ‘Ik heb u nooit gekend’. Wij mensen kunnen elkaar alleen op de vruchten, woorden en daden beoordelen, maar Jezus kan wel in ons hart kijken, onder ons vaak o zo mooie schapenvachtje. Wat aan ons oog onttrokken is, ziet Hij in één oogopslag: Jij bent geen schaap van mijn kudde, dat is een wolf in schaapskleren, die hoort er niet bij.

Maar wij mogen het ter bemoediging ook omdraaien. Als je geen houvast hebt in dit leven, als je geloof aangevochten wordt, als je struikelt en valt op die smalle weg, jezelf niet goed genoeg bent, en betwijfelt of je het eindpunt ooit zult halen. Dan blijft alleen dit over dat Jezus tegen je zegt: Maar Ik heb u gekend… Ik ken u van buiten én binnen… Jij hebt bij mij aan tafel gezeten, en daar brood en wijn genomen in oprecht geloof. Jij bent er één van mij!

De valse profeten die door Jezus weggestuurd worden, die dachten op grond van hun belijdenis en daden bij Jezus te horen. Maar zo werkt dat niet. Daar gaat Jezus zélf over. Een baby hoeft na de geboorte niet naar het gemeentehuis om te vertellen wie zijn ouders zijn, waar het bij hoort. Nee, de vader gaat daarnaar toe om het kind in te laten schrijven als het zijne. Zo werkt het in het geloof gelukkig ook. Wij hoeven niet te bewíjzen dat wij Gods kinderen zijn, dat mocht je hier vanmorgen aan de tafel in geloof aanvaarden van Gods kant. Zo klinkt het vanavond: ‘Maar Ik heb u gekend’!

Aan deze woorden van Jezus vasthouden, daar komt het op aan! Daarin mag je rust vinden en dankbaarheid. Ik weet nog dat ik vroeger op orgelles zat en dat ik dan een hele week op een muziekstuk geoefend had, dat ik dan vervolgens op les moest spelen. Maar dan ging het altijd nét mis. Juist als je per se alle noten goed wil spelen, dan raak je een beetje zenuwachtig, en dan lukt het niet. Terwijl je het eigenlijk best kunt. Misschien herken je dat wel als je ook een instrument speelt.

Dan is het toch heerlijk dat wij voor God niet zó zenuwachtig hoeven te leven. Ja, Jezus zegt duidelijk dat wij geoordeeld zullen worden ook op onze daden en woorden. Maar Zijn bedoeling is niet dat wij daar extra ons best voor gaan doen, heel heilig proberen te leven of hele bijzondere dingen uit gaan halen. Dát is het nu juist niet. Jezus vertelt immers dat zelfs profeteren, demonen uitdrijven en krachten/wonderen doen geen garanties geeft. Dáár hoeven we dus niet naar te streven. Christelijk leven is niet zo spectaculair.

Als je een wolf bent, ja, dan moet je inderdaad allerlei toeren uithalen om eruit te zien en je te gedragen als een schaap. Dat snapt u wel. Maar een schaap, moet een schaap ook moeite doen om er uit te zien en zich te gedragen als een schaap? Welnee, het ís immers een schaap. Het hoeft alleen maar te zijn wat het al is! Zo is het christelijk geloof ook. Wanneer je door de doop en het Avondmaal aan Christus verbonden bent en zo een kind van de hemelse Vader bent geworden dat is je verteld  -en verkondigd, ja, dat hebt u weer geproefd zelfs vandaag – dan hoef je alleen maar zó te leven, zoals je hier aan tafel zat. Zó te leven alsof het elke dag Avondmaal is.

Dan ga je eenvoudig die smalle weg, niet zenuwachtig of je het eindpunt wel zult halen, maar gewoon met Jezus, achter Hem aan. Ja, dan ben je zelfs een goede wegwijzer voor anderen, een boom die goede vruchten draagt, een mens die de wil doet van onze hemelse Vader, een mens tot wie Jezus uiteindelijk zeggen zal: ‘Ik ken u, ik ken jou, kom binnen in Mijn Koninkrijk, mijn kind.’

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s