Beter geven dan nemen?

Preek over het 8e gebod ‘Gij zult niet stelen.’

File:Rembrandt Harmensz. van Rijn 027.jpg

Rembrandt – The Parable of the Hidden Treasure (1630)

1: Geld maakt gelukkig!

Geld maakt niet gelukkig, maar het is wel handig als het hebt. Zo praktisch zijn wij wel. Zeker in deze tijd van economische crisis, van teruglopende koopkracht, merken we dat weer iets meer van. Er zijn genoeg mensen die hun baan kwijtraken en in financiële problemen komen. Dan is het toch best handig om een spaarcentje op de bank te hebben. Dat scheelt je heel wat zorgen. Hetzelfde geldt voor bedrijven met een gezonde boekhouding. Geld maakt niet gelukkig, maar het is toch handig om te hebben. Je wordt er dan zeker niet óngelukkig van. Een volle spaarpot voelt goed. Maar dan Mattheus 6:19-21:

19 Verzamel  geen schatten voor u op de aarde, waar mot en roest ze verderven, en waar dieven inbreken en stelen; 20 maar  verzamel schatten voor u in de hemel, waar geen mot of roest ze verderft, en waar dieven niet inbreken of stelen; 21 want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.

Dat zijn woorden van Jezus uit de bergrede. Hij geeft niet het advies om er een spaarpot op na te houden. Tenminste, niet op aarde. In de hemel. En dat is heel wat anders, dat is geen pot geld, goud of zilver. Heel eenvoudig zien we hier een merkwaardig verschil ontstaan tussen onze natuurlijke praktische intuïtie als het over geld gaat en de levenswijze die Jezus voorstaat.

Ik weet niet hoeveel u op de bank heeft staan, of hoeveel overwaarde er nog op uw huis zit. Ik weet ook niet hoeveel u bezig bent met geld – verdienen en uitgeven. Ik weet wel dat wij het praktische belang van geld in onze tijd aardig hebben omarmd. We kunnen ons toch weinig voorstellen bij de vroeg-christelijke en middeleeuwse kerk waarin niet rijkdom, maar juist armoede het ideaal was, mede naar aanleiding van deze woorden van Jezus.

Dat komt omdat wij in een materialistische tijd leven. Hoewel we nog wel geloven in een hemel, in een leven na dit leven, zijn we praktisch toch veel méér bezig met het hier en nu, met ons hebben en houden. Zo gek is dat niet: Ons inkomen bij elkaar krijgen, eten, drinken en kleding verzamelen, ons huis onderhouden, dat vult toch het grootste deel van onze dag. We vinden het prettig als we dat allemaal goed voor elkaar hebben. In zekere mate maakt dat toch wel gelukkig. Daar is trouwens ook onderzoek naar gedaan: arme mensen hebben meer psychische problemen en voelen zich echt minder gelukkig, dan mensen die zich geen zorgen hoeven te maken over of ze wel genoeg geld hebben om in de supermarkt inkopen te doen.

De vraag is echter: Wie bepaalt wat geluk is? Reken je dan naar de maatstaven van de wereld, of naar hemelse maatstaven? Dat laatste vraag is voor veel van de mensen in onze tijd buiten beeld. De afgelopen eeuwen lieten zien dat hoe meer mensen bezig gingen met het hier en nu, met hebben en houden, hoe meer de HEERE God buiten beeld raakte. Eerst vooral praktisch:

In de Gouden Eeuw en koloniale tijd verdienden we hier in Nederland bakken met geld door de grondstoffen en producten uit Indië, de slaven uit Afrika, en de plantages in Latijns-Amerika. Voor het gemak dachten we maar even niet aan Gods geboden. De handel gaat even voor. Maar als je dat lang genoeg doet, dan verdwijnt God zélf buiten beeld. Ja, tot je zover bent dat je niet meer geloofd in God en hemel en alleen nog maar leeft voor het hier en nu.

Dat is zo’n beetje de weg die we in de afgelopen 4 eeuwen in Nederland hebben afgelegd… Van praktisch materialisme naar religieus materialisme. Van God in het centrum van de aandacht, die bepaalt wat goed en kwaad is, is dat nu de economie. De koopkracht, de welvaart, díe bepaalt of regeringsmaatregelen goed of kwaad zijn…

Kunt u de radicale woorden van Jezus overnemen ‘Verzamel  geen schatten voor u op de aarde, maar  verzamel schatten voor u in de hemel, want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.’, of bent u meegenomen in de geest van onze tijd? Waar is uw hart? Zoekt u aards geluk of hemelse zaligheid?

2: Hoe kom je er aan?

Jezus creëert een grote tegenstelling als het om bezit gaat. En daar gaat het vanavond over. De catechismus verbreedt namelijk het 8e gebod ‘Gij zult niet stelen’ naar het omvattende ‘omgaan met bezit’. Want er zijn allerlei vragen die hier mee samenhangen: Wat is bezit eigenlijk? Wat is van wie? En waarom? Juist in de vorige en deze eeuw is daarover in de wereld veel militaire en politieke strijd. Denk aan de jaren van het communisme in Rusland, en Oost-Europa, China, Cuba, etc. Daar is alles principieel van iedereen, zodat er geen armen en rijken meer zijn. Daartegenover staat ons westerse kapitalisme: ieder moet vooral zijn eigen broek ophouden, en kun je dat niet, dan moet je lenen.

Met andere woorden: we zitten met dit gebod midden in het grootste probleem van de wereld: het gigantische verschil tussen rijke mensen en arme mensen. Dat is werkelijk schrijnend, verdrietig, absurd. Hemeltergend! Vindt u ook niet? Om je kwaad op te maken, je haren uit je hoofd te trekken! … Of… of zit u daar niet zo mee? Met die kloof tussen arm en rijk in deze wereld? Dat zal dan wel zijn omdat u bij de rijken van deze wereld hoort.

Wij voelen het niet dagelijks aan den lijve wat armoede is. Ja, ouderen herinneren zich uit de oorlog wellicht nog wat honger en gebrek is, maar dat is inmiddels lang geleden. Tegenwoordig spreekt men in Nederland wel van de ‘nieuwe armen’, mensen die naar de voedselbank moeten, door schulden of omdat ze niet rond kunnen komen van de bijstand, aow of werkeloosheidsuitkering. Dat is heel vervelend, maar het is nog lang geen absolute armoede, zoals in de sloppenwijken van Colombia, Bangladesh en Sierra Leone.

Hoe diep die kloof is tussen ons en hen, ziet u op dit plaatje:

verdeling

Je moet je voorstellen, dat als de wereld een dorp zou zijn met 100 inwoners, dat 2 mensen samen 50% van alle rijkdom bezitten (links) en dat 50% van de mensen samen 1% hebben (rechts). Zo zit ónze wereld in elkaar, zo scheef. Wij horen hier in Everdingen dan niet bij de allerrijksten van de wereld, maar zitten toch zeker aan de rijke kant. En dat is niet zo best, want over het algemeen zitten de rijken in de Bijbel in de beklaagdenbank… Telkens weer blijkt namelijk dat het verbod op diefstal niet door de ármen overtreden wordt, maar vooral door de rijken, die nóg rijker willen worden. Denk aan koning Achab, die de wijngaard van Naboth afpakt. En zo zeggen de profeten, zoals Amos 8:4-7 ook:

 4 Hoor dit, u, die de armen vertrapt, en erop uit bent om de zachtmoedigen van het land weg te doen, 5 door te zeggen: Wanneer is de nieuwemaansdag voorbij, zodat wij graan kunnen verkopen? En de sabbat, zodat wij de korenschuren kunnen openen? U maakt de efa kleiner, de sikkel groter, en u bedriegt met valse weegschalen. 6 U koopt de geringen voor geld, en de armen voor een paar schoenen. En u zegt: Wij verkopen het kaf van het koren. 7 De HEERE heeft gezworen bij de trots van Jakob: Nooit zal Ik al hun daden vergeten!

Amos zelf was een arme boer van het platteland, die naar de stad trok, om daar de handelaren en rijkelui in Gods Naam het oordeel aan te zeggen om alle trucjes die ze uithaalden om nóg rijker te worden, zoals frauderen bij het wegen van graan, door te morrelen aan de weegschaal, de gewichten of door kaf bij het koren te voegen. De rijken kunnen hun macht zó inzetten dat ze er nog mee wegkomen ook.

Gebeurt dat in de huidige financiële wereld niet net zo in de bonussencultuur, door allerlei financiële constructies en belastingontwijking? En is onze hele consumptiemaatschappij niet gebaseerd op het principe dat we zoveel mogelijk laten produceren in lagelonenlanden, waardoor wij voor een schijntje op nieuwe schoenen lopen, terwijl ze daar er nauwelijks van kunnen leven, terwijl ze wel 12 uur per dag in de fabriek werken? Dé belangrijke vraag van vandaag, ook voor ons is: Hoe komen we aan onze rijkdom? Ten koste van wíe gaat dat?

In die lijn zegt de catechismus dan: ‘God verbiedt niet alleen het stelen… Hij noemt ook diefstal alle praktijken, waardoor wij trachten ons meester te maken van het bezit van onze naaste. Dit kan gebeuren door geweld of met schijn van recht zoals bedrog met gewicht, maat, en munt…’

We leven in een kromme, onrechtvaardige wereld, en als je dat weinig of niet merkt, dan zet God je vandaag in de beklaagdenbank. Dan ben je een overtreder van 8e gebod, want dan hoor je bij die helft van de wereld, die rijkdommen vergaart ten koste van de andere helft. In feite: Diefstal. Misschien zeg je: ‘Ja, maar dat doe ik toch niet expres, ik ben hier ook maar geboren, ik kan daar toch niets aan doen?’ Toch wel. Dat je in een rijk land geboren bent, maakt je juist extra verantwoordelijk. Soms is dat ook heel dichtbij. De melkprijs is wel eens zo laag geweest, onder de druk van industrie en supermarkten, dat boeren er verlies op draaiden, omdat de melk voor 45 cent per liter in het schap lag.

Ieder die zo’n pak koopt, pleegt diefstal van die boeren. Elke aankoop in de winkel is zo een keuze: doe ik mee in de consumptie-cultuur van ‘zo veel mogelijk zo goedkoop mogelijk’ of niet? Of koop ik liever fair trade artikelen, eerlijke handel.

3: Hoe kom je er vanaf!

Als wij werkelijk merkwaardige christenen willen zijn, volgelingen van Jezus, dan is dit vandaag in onze tijd misschien wel de meest zichtbare en relevante manier: Hoe gaan wij om met bezit? Nemen wij dat woord van Jezus werkelijk ter harte: ‘Verzamel geen schatten op aarde, maar verzamel schatten in de hemel…’ Of zijn wij als de rijke jongeling die bij Jezus kwam en vroeg: ‘Wat moet ik doen om in de hemel te komen?’ Hij was een vrome jongen, bereid om naar de kerk te gaan, te bidden, bijbel te lezen, aalmoezen te geven, de regels van God te houden, maar toen Jezus zei: ‘Geef alles wat je hebt aan de armen’, toen droop hij af, want dat ging hem toch te ver. Jezus mocht alles vragen, maar van zijn portemonnee moest Hij afblijven…

In de Bijbel wordt haarfijn aangewezen dat wij, véél meer dan wij het soms beseffen, hangen aan onze aardse zekerheden – waarvan geld het ultieme symbool is. Dat mag nooit het doel van onze leven zijn, om daar zoveel mogelijk van te krijgen, want dan zijn vaak de armen, de zwakken, het slachtoffer, zoals we net zagen, en worden wij dieven. Maar ook het omgaan met rijkdom is niet neutraal. Zoals de catechismus toevoegt bij vraag 110: ‘Ook verbiedt God alle hebzucht, evenals alle misbruik en verkwisting van zijn gaven.’ Oftewel: Je mag je rijkdom niet voor jezelf houden, maar je mag het ook niet zomaar over de balk smijten. Wat wil Jezus dán wat je doet met je bezit? De derde tekst (Lukas 6:29-31):

29b Verhinder hem die het bovenkleed van u afpakt, niet ook uw onderkleed te nemen. 30 Maar geef aan ieder die iets van u vraagt, en eis niet terug van hem die neemt wat van u is. 31 En zoals u wilt dat de mensen u doen, doet u hun ook zo.

Geef het maar weg. Aan hen die het van je afpakken met kwade bedoelingen, of aan hen die het netjes aan je vragen. Maakt niet uit. Sta het af en vraag het ook niet meer terug. Dat zou wat zijn, als wij dat gingen toepassen, toch? Dat is zoiets als je pinpas én pincode afstaan aan wie er ook maar om vraagt! Wat wil Jezus daarmee?

Allereerst dat wij niet vastzitten aan ons bezit, maar aan Hem. Ten opzichte van bezit mogen we een heilige onverschilligheid aan de dag leggen. Ten tweede dat wij geen rechten kunnen laten gelden op wat dan ook. Alles wat wij hebben, hebben we ontvangen van God en is van Hem, als een ander het nodig heeft, mag die daar gebruik van maken. Ten derde: Let wel: Wij maken daarvan snel een soort communisme: Als jij mag hebben wat van mij is, mag ik hebben wat van jou is. Maar juist dat laatste ontkent Jezus stellig.

Het werkt maar één kant op, en dat is het weggeven, het delen met anderen. Want Jezus leert onverschilligheid ten opzichte van bezit, maar niet ten opzichte van je naaste. Je roeping is om hem te laten delen in wat van jou is, niet om te nemen voor jezelf, er uiteindelijk toch zelf beter van worden. Hier merk je hoe Jezus ons tegen de haren instrijkt, ja hoe haaks zijn moraal staat op de kapitalistische cultuur die in onze haarvaten zit… 

4: De volheid van rijkdom

Ik denk dat je alleen maar zo kan leven, als je weet hebt van schatten in de hemel. Van een rijkdom die aardse rijkdom verre te boven gaat. Dat is wat Jezus ons biedt, wat het evangelie ons biedt. Lees maar eens mee (Efeze 2:4-7):

4 Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft, 5 ook toen wij dood waren door de overtredingen,  met Christus levend gemaakt –  uit genade bent u zalig geworden – 6 en heeft ons met Hem opgewekt en met Hem in de hemelse gewesten gezet in Christus Jezus, 7 opdat Hij in de komende eeuwen de allesovertreffende rijkdom van Zijn genade zou bewijzen, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.

 Zie je, hier wordt over een hele andere rijkdom gesproken. God is ‘rijk in barmhartigheid’ en bewijst ons ‘de allesovertreffende rijkdom van Zijn genade’. Het is werkelijk heel armoedig als je bij rijkdom allereerst denkt aan een groot huis en een volle spaarrekening. Die bezorgen je een zorgeloos en gelukkig leven op aarde, maar geen ríjk leven. Want echte rijkdom zit in andere dingen. Vorige week waren we met mijn familie een week weg. Toen zei mijn moeder toen we met z’n allen rond de tafel zaten te eten en al haar kinderen en kleinkinderen zo zag zitten: ‘Wat voel ik me rijk’…

Nu is dat nog maar een heel menselijk voorbeeld. Zelfs dat is nog armoedig vergeleken bij de rijkdom die God te bieden heeft. Ja, dan heb je het dus niet over geld, over deze aarde, over het hier en nu, dan heb je het over genade in overvloed. Het kost onze hersenen gewoon moeite om daar de rijkdom van in te zien, merkt u het? Wij zitten zo vast! Wil je dat zien, dan moet Christus ons bevrijden uit het economische kader waarin wij gevangen zitten.

Misschien helpt het om u af te vragen: Wat zou het betekenen voor mijn leven, als God mij niet zou laten delen in de rijkdom van zijn genade? Net zoals voor veel westerlingen hun ogen pas open gaan voor onze rijkdom en luxe, als ze een wereldreis hebben gemaakt naar Afrika of Latijns-Amerika en met hun voeten in de modder van de vluchtelingenkampen en sloppenwijken hebben gestaan. Pas dan besef je wat je hier hebt. Wat een luxe een douche is, een toilet, warm water, een volle koelkast en voorraadkast, een echt bed, veiligheid.

Armoede aan genade betekent: Geen vergeving voor je zonden, maar zelf daarvoor de straf ondergaan. Zoals Jezus stierf aan het kruis, zouden wij dan ook moeten sterven van God verlaten. Het zou betekenen dat de wereld een hel zou zijn. Wij klagen dat nu soms al als de nood hoog is, maar nu is er tenminste nog wat goeds in de wereld, dat zou dan ook weg zijn. Want het is God die in Zijn genade de wereld niet ten onder laat gaan. Maar bovendien zou het hopeloosheid en uitzichtloosheid betekenen. Zonder genade, zou het ook nooit meer goed komen met ons en met de wereld, het Koninkrijk van Christus zou nooit aanbreken, voor eeuwig zou de wereld een plek van ziekte, verdriet en dood zijn. Uiteindelijk niets anders dan inktzwarte duisternis.

‘Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft, ook toen wij dood waren door de overtredingen, met Christus levend gemaakt.’ Kijk, dan merk je het contrast. Van Gods rijkdom aan barmhartigheid, liefde, genade en goedertierenheid leven we. Wij zijn rijk, écht rijk, door het geloof in Jezus Christus.

Dat zijn de schatten in de hemel, die ook wij kunnen verzamelen. Dat is een paradox: Hoe wordt je rijk in liefde? Hoe is God rijk geworden aan liefde? Door veel, heel veel lief te hebben met grote liefde. U lief te hebben, jou, mij. Door liefde te geven, wordt je rijk in liefde. Door veel genadig te zijn, wordt je rijk aan genade. Daarom is het beter te geven dan te nemen, zegt Jezus. Want van geven wordt je rijk in de hemel, in hemelse zin. Dan boor je schatten aan die nooit uitputten, maar juist overvloeien.

Maak dat ook maar heel concreet in je eigen leven: Als je moeite hebt om iemand in je omgeving lief te hebben, omdat die zo irritant, oneerlijk, gemeen is, dat het je wel héél veel geduld en genade en vergeving kost om daarmee te leven. Bedenk dan: Hoe meer het je kost, hoe meer je van die dingen uit kan delen, hoe beter het is… Dat is de echte rijkdom, de rijkdom van God in Jezus Christus, waar wij in mogen delen, nu én voor eeuwig in Zijn koninkrijk.

5: Werken en delen

Nu lijken we er wat betreft onze portemonnee weer gemakkelijk vanaf te komen, maar dat is niet de bedoeling. Christelijk leven is niet alleen leven voor de schatten in de hemel en je om het aardse niet meer bekommeren. Als het gaat over geld en bezit, dan laat de catechismus ons ook zien hoe het wél moet: ‘Bovendien dat ik mijn arbeid trouw verricht, om ook de behoeftige te kunnen helpen.’

Werken is goed. Stelen is de verkeerde manier om aan geld te komen, werken is de goede manier om aan geld te komen! Het is wel goed om die keerzijde te zien en te beseffen. Gewoon als je morgenochtend weer naar je werk gaat, even denken: Ik ga nu het 8e gebod gehoorzamen, ik ga doen wat God van mij vraagt. Werken voor mijn geld. Ik jat het niet, buit niemand uit, maar gebruik mijn talenten en Gods genade. Dat mag je als christen ook op de werkvloer uitstralen:

Dat je niet iemand bent die de kantjes eraf loopt, die loopt te klagen over de baas, de klanten of het salaris, maar die zich uit geloofsovertuiging volledig inzet. Blij te mogen en kunnen werken. Zeker ook met in het achterhoofd, dat er velen zijn die zouden wíllen werken, maar door ziekte of werkeloosheid niet kunnen. Of die wél werken, maar weinig tot niets verdienen, zoals in Bangladesh.

Het venijn zit echter in de staart vandaag: ‘dat ik mijn arbeid trouw verricht, om ook de behoeftige te kunnen helpen.’ Een Bijbelse gedachte is dat, uit Efeze 4,28:

Wie gestolen heeft, moet niet meer stelen,  maar zich liever inspannen om met de handen goed werk te doen, om iets te kunnen delen met wie gebrek heeft.

Werken is de goede manier om aan geld te komen. Maar het doel van werken is niet geld verdienen. Het doel van werken is delen. Ik weet niet hoeveel geld er maandelijks bij u binnen komt. Ik weet ook niet hoeveel geld u weggeeft. Ik weet wel dat het voor de meeste mensen gemakkelijk is om giften te geven, maar moeilijk om offers te brengen. Als we aan het eind van de maand onze betaalrekening afromen en dat weggeven, heb je er per saldo niets voor hoeven laten, het heeft geen centje pijn gedaan. Maar heb je dan werkelijk gedeeld? Als je aan het begin van de maand je giften overmaakt met een bewogen hart omdat je de nieuwsbrief van Woord en Daad, van de ZOA of Dorcas las, en vervolgens ontdekt dat je niet meer op vakantie kan of in de Mediamarkt of H&M op het display van de pin-machine ziet verschijnen: ‘saldo ontoereikend’, dán heb je gedeeld.

‘Maar ach’, denk je dan, ‘Wat geeft het? Ik heb dan wel geen schatten bij de ING en de Rabo, maar wel in de hemel!’

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s