Onderweg naar de volmaaktheid

Preek over het 10e gebod ‘Gij zult niet begeren…’

Jheronimus Bosch – De Tuin der Lusten (ca 1480-1505)

1. Van kwaad tot erger

Waarom lukt het ons mensen, christenen, nou niet om volmaakt te leven? Dat is een beetje een negatieve inzet, maar het is een oprechte vraag, die mij en misschien ook u wel bekroop tijdens het voorbereiden van de preken over de 10 geboden. De dingen die God van ons vraagt zijn mooi en goed. Het zijn geen hele moeilijke dingen die bijzondere talenten of vaardigheden vereisen. God vraagt van ons niet dat we professor in de theologie worden, supermensen, of wat dan ook. God verbiedt ons eenvoudigweg te doden, liegen, stelen. En Hij vraagt van ons het tegenovergestelde daarvan: Dat wij Hem dienen, er gewoon voor onze naaste zijn, de waarheid spreken, zorgen dat ieder genoeg heeft om van te leven. Wat is daar nu zo ingewikkeld aan? En toch, wie houdt zich er volkomen aan? Niet alleen aan één, maar aan ál die geboden? Gek eigenlijk.

Het 10e gebod biedt ons hierop het antwoord. Het is eigenlijk niet zozeer een nieuw gebod, als wel een verdieping van de voorgaande 9.

‘Gij zult niet begeren de vrouw van uw naaste, gij zult niet begeren het huis van uw naaste, noch zijn slaaf, noch zijn slavin, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is.’

Dit gebod richt zich op het ‘begeren’. Begeren dat is geen uiterlijke daad, geen overtreding die bij mensen strafbaar is, want ‘begeren’ dat doe je met je gedachten, van binnen. De eerste 9 geboden gingen over je gedrag, je doen en laten, buigen voor afgoden, vloeken, doodslaan, etc.. Het 10e gaat een stap verder, een stap dieper. Het zegt eigenlijk: ‘Al die eerste 9e geboden moet je niet alleen uiterlijk, in je gedrag, in de praktijk brengen, maar ook innerlijk, van harte. Ook je gedachten moeten rein zijn.’ In het 10e gebod komt het allemaal nog dichterbij.

Maar hoe kan God nu zelfs je gedachten veroordelen en zonde noemen? Ik heb daar best wel eens mee geworsteld. Je hebt zo vaak al iets gedacht voor je er erg in hebt. Je denkt vaak dingen die je ook helemaal niet wilt denken, over mensen om je heen, over dingen die je zou willen doen. Wat kun je daar nu aan doen? Gaat de HEERE hierin niet te ver?

Een Bijbelverhaal dat hier helder antwoord op geeft is het verhaal van de inname van Jericho. U weet wel. Het volk Israël trekt een week lang rond de stad en op de 7e dag storten de muren spontaan in. Met gemak veroveren de Israëlieten die machtige stad. Hen is door Jozua echter verboden om de stad te plunderen: Alle schatten komen toe aan de HEERE en moeten naar de tabernakel gebracht worden. Hij is het immers die de stad veroverd heeft! Maar er is één Israëliet die zich niet kon beheersen. Jozua verhoort hem, lezen we in Jozua 7,19-21:

19 Toen zei Jozua tegen Achan: Mijn zoon, geef de HEERE, de God van Israël, toch de eer en doe voor Hem belijdenis. Vertel mij toch wat u gedaan hebt, verberg het niet voor mij. 20 Achan antwoordde Jozua: Het is waar, ík heb tegen de HEERE, de God van Israël, gezondigd, en ik heb zo en zo gedaan. 21 Want ik zag onder de buit een mooie kostbare Babylonische mantel, tweehonderd sikkel zilver, en een goudstaaf met een gewicht van vijftig sikkel. Ik begeerde ze en nam ze mee. En zie, ze zijn verborgen in de grond, in het midden van mijn tent, en het zilver eronder.

We zien in dit verhaal welke rol ‘begeren’ speelt. Achan vertelt: ‘Ik zág al die schatten (kleding, zilver, goud!), ik begeerde ze, en nam ze mee.’ Begeren is dus niet zomaar een gedachte die op zichzelf staat, het is een stap op de weg van de zonde, die begint met het zíen, dan volgt het begeren, en tot slot de daad zelf: Hij nam het en verstopte het. Hij was zich dus best bewust dat niet mocht wat hij deed!

God kan onze gedachten en begeerten strafbaar stellen, omdat ze nooit op zichzelf staan. Begeerte heeft altijd een concrete aanleiding in de buitenwereld. Het is alleen maar een tussenstap tot de dadelijke zonde. Maar wel een essentiële stap. Vóórdat het uiterlijk verkeerd gaat, gaat er innerlijk al iets verkeerd. In je hart staat de wissel verkeerd, waardoor de trein van de zonde niet meer te stoppen is. Maar Achan kon niet verontschuldigend tegen Jozua zeggen: ‘Sorry, Jozua, maar dat goud blonk zo mooi, Ik kon er zelf niets aan doen, maar door de begeerte in mij kon ik het niet weerstaan…’ Nee, zo werkt dat niet.

En toch denken veel mensen in onze tijd zo. Je hoort het nog al eens als er sprake is van vreemdgaan: Wij voelden ons zo tot elkaar aangetrokken, we konden het niet weerstaan. Of jongeren die voor het huwelijk met elkaar naar bed gaan: ‘We wilden eigenlijk niet, maar van het één kwam het ander.’ Of mensen die vallen voor aanbiedingen van kleding of telefoons: Ik heb het gekocht. Ik had het niet echt nodig, maar ik kon het niet laten liggen. Of mensen die uitbarsten in schelden of verwijten en achteraf zeggen: Ik had het niet moeten doen, maar ik kon mij niet meer inhouden. Of andersom: mensen die zeggen: ‘Ik had het goed kunnen maken, iets voor mijn naaste kunnen doen, maar hij of zij stond me zo tegen, ik kon er niet toe komen.’ In feite voel je je dan een beetje slachtoffer van je eigen gedachten, driften en begeerten.

Dan zegt God heel duidelijk tegen ons: Zo gemakkelijk kom je daar niet mee weg. Je bent óók verantwoordelijk voor je gedachten, je driften, je begeerten, je verlangens. Het zijn immers jóuw gedachten, jóuw driften, jóuw begeerten, jóuw verlangens! Dat is niet iets wat je overkomt, maar wat uit jezelf komt!

2. Nog lang niet volmaakt 

De catechismus zegt dan ook: ‘Dat zelfs de geringste neiging of gedachte die tegen enig gebod van God ingaat, in ons hart nooit meer mag komen, maar dat wij altijd met heel ons hart alle zonden haten en liefde tot alle gerechtigheid hebben.’

Uit het 10e gebod leren wij dus dat ook al leven we uiterlijk best netjes, wij toch nog lang niet volmaakt zijn, omdat wij van binnen nog niet volmaakt zijn. Een volmaaktheid die God wel van ons vraagt. Dat leren we uit de wet van God, die dus soms anders is dan ons eigen gevoel.

Dat heeft ook Paulus ontdekt en opgeschreven in Romeinen 7. In de eerste hoofdstukken van Romeinen heeft Paulus prachtige dingen geschreven over dat wij door het geloof in Jezus Christus behouden, gerechtvaardigd zijn. Dat wij niet meer onder de zonde zijn, maar onder de genade. Voor altijd bij Jezus horen. Heel dat hoofdstuk 7 gaat vervolgens precies over deze vraag: Als dat allemaal zo is, waarom lukt het ons nog niet om volmaakt te zijn? We lezen in Romeinen 7:7-10:

7 Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Volstrekt niet! Ja, ik zou de zonde niet hebben leren kennen dan door de wet. Ik zou immers ook niet geweten hebben dat begeerte zonde was, als de wet niet zei: U zult niet begeren. 8 Maar de zonde heeft door het gebod een aanleiding gevonden en in mij allerlei begeerte teweeggebracht, want zonder de wet is de zonde dood. 9 Ik nu leefde voorheen zonder wet, maar toen het gebod kwam, is de zonde weer levend geworden. Ik echter ben gestorven. 10 En het gebod, dat tot leven had moeten leiden, bleek voor mij de dood te betekenen.

De wet van God, zegt Paulus, is goed. Hij was gegeven om ons te laten zie hoe we volmaakt mogen leven. Maar die lat ligt zo hoog, dat we juist ontdekken dat dat voor ons te hoog gegrepen is en dat we in feite straf verdienen. Wat hij bedoelt, kan ik met een voorbeeld duidelijk maken. De Nederlandse wet verbiedt door rood rijden, dat weten we allemaal. Daarvoor kun je een flinke boete aan je broek krijgen. Zónder die wet zou door rood rijden natuurlijk even gevaarlijk zijn, maar niet verkeerd. Geen ‘overtreding’. De overheid leert ons door het instellen van verboden en boetes wat mag en wat niet mag. Zo leert God ons wat Hij goed en slecht vindt door de wet die Hij gegeven heeft. Zónder die wet zouden wij onze gedachten niet als ‘zondig’ bestempelen, maar dóór die wet wel, zegt Paulus.

Het gekke is dus dat wij door die wet van God te kennen alleen maar zondiger worden in plaats van beter. Misschien hebben we dat dit jaar ook wel ontdekt, toen we hoorden wat die geboden van God, die we dáchten te houden (we moorden en stelen immers niet!), allemaal inhouden. Je komt op het spoor van veel méér verbeterpunten dan je aanvankelijk gedacht had…

Vandaar dat de catechismus zegt in antwoord 115 dat het lezen en onderwijzen van de wet ertoe leidt dat ‘wij ons leven lang onze zondige aard steeds meer leren kennen’. Namelijk ons onvermogen om deze wet radicaal en helemaal te houden. Let op die woorden in vr. 113: ‘de geringste neiging’, ‘altijd’, ‘heel ons hart’, ‘alle geboden’. Vanuit onszelf zijn we best tevreden als we voor de Tien Geboden toets een 7 of 8 halen. Of in ieder geval een voldoende.

Maar dat is ónze gedachte, niet die van God, niet de lading van de wet. Dat is zoals Jezus later samenvat: ‘God liefhebben boven alles, met heel je hart, met al je kracht, met je hele verstand.’

Als we daar moeten komen, dan ben ik er nog lang niet. En u? Op dit punt haken veel mensen af. Want hier wordt je somber en cynisch van, denken ze. En we denken het soms ook zelf wel. Al dat gepraat over zonde in de kerk! Zwaar op de hand. Zo praat je een mens alleen maar de put in. Zo laat je mensen alleen maar negatief over zichzelf denken. Hier kweek je depressieve mensen mee!

3. Innerlijke strijd

Dan is wel goed om te weten waar dat gepraat over zonde vandaan komt. Het is niet zo dat we dat elkaar aanpraten hier in de kerk en elkaar daarin alleen maar napraten. Wanneer je Romeinen 7 leest, dan is het Paulus’ eigen worsteling, vanuit zijn verdriet en verlangen. Het verdriet níet zo te zijn als de Heere Jezus waard is. En het verlangen wél zo te zijn. Zo lezen we verder in Romeinen 7:14-17:

14 Want wij weten dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk,  verkocht onder de zonde. 15 Wat ik namelijk teweegbreng, doorzie ik niet,  want niet wat ik wil, dat doe ik, maar wat ik haat, dat doe ik. 16 En als ik dat doe wat ik niet wil, val ik de wet bij dat zij goed is. 17 Nu ben ik het echter niet meer die dit teweegbreng, maar de zonde die in mij woont.

Allereerst is het goed om tegen elkaar te zeggen: Als wij geloven dat wij zondig zijn, dan is dat iets anders dan dat wij slechte mensen of waardeloze mensen zijn. Dat mogen we niet met elkaar verwarren. De Bijbel leert ons geen negatief mensbeeld. Dat zou ook in strijd zijn met de werkelijkheid. Om ons heen zien we veel goede mensen, die ook veel goede dingen doen. Dat mogen we niet ontkennen en ontkrachten, daar mogen we blij mee zijn. In onderlinge relaties, lichamelijk en psychisch gezien zit de mens prachtig in elkaar, is ieder uniek. Een christen heeft geen hekel aan zichzelf. Paulus heeft het dan ook niet over een psychische worsteling, maar een gelovige!

De lat van het geloof ligt namelijk niet op de voldoende, maar op de 10. We kunnen dan wel een 8 of 9 halen, wat ons in menselijk opzicht al een enorme prestatie lijkt en ons tot uitzonderlijk goede mensen maakt, maar het is niet volmaakt. En daar zit onze worsteling, want als je de liefde van de Heere Jezus hebt leren kennen, door Hem gered en verzoend bent met God, dan wil je ook voor Hem leven, Hem dienen en Hem eren, en het doet je verdriet als dat niet lukt zoals je zou willen. Je leeft voor je gevoel onder de maat, de maat van Christus en doet zo Hem en jezelf tekort.

Maar ook hier steekt de catechismus niet somber in als ze ons verzekert: ‘de allerheiligsten hebben in dit leven niet meer dan een klein begin van deze gehoorzaamheid, maar wel zo, dat zij met een ernstig voornemen naar alle geboden van God beginnen te leven.

De nadruk in deze zin ligt niet op dat ‘kleine begin’, wat in onze oren zo minimalistisch klinkt, maar op het positieve: Let op! Er is wel degelijk een begin, er is wel degelijk een ‘ernstig voornemen’. Dat is niet niks! Dat er sprake is van een worsteling in je met de zonde die nog overgebleven is, dat is niet iets om somber van te worden, maar om blij van te worden, want zo is het leven van élke ware christen. Met de voeten in de modder van deze wereld, maar met het hoofd omhoog, verlangend naar de hemel, naar de volmaaktheid, naar de Heere Jezus.

We hoeven dus niet te twijfelen aan onszelf, aan ons geloof, ook al zondigen wij. Nee, wij mogen zeker zijn van Gods genade, en daaruit leven. Vergeving hebben we ontvangen. We zijn met Jezus begraven in de doop, opdat wij ook met Hem in een nieuw leven mogen wandelen. Daar doen we niets van af. Maar je zou zo graag dan ook zo intens met Hem leven! Toch? 

4. Christus begeren

Zoals we net zeiden kan dit allemaal somber overkomen, en eindigen in cynisme en depressie. Daarom kiezen veel mensen ervoor om over deze dingen maar niet na te denken. Die gaan voor een oppervlakkig leven. Lang leve de lol, waarom al dat moeilijke gedoe. Toch is dat een leven wat uiteindelijk ook geen rust en bevrediging brengt. Je hebt weliswaar geen innerlijk verdriet over je zonde, maar je kent ook niet de innerlijke vreugde en bevrijding. Paulus presenteert ons die uitweg die veel beter is en waarmee je uiteindelijk ook veel beter af bent aan het eind van Romeinen 7, vers 24-25:

24 Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood? 25 Ik dank God, door Jezus Christus, onze Heere.

Helemaal in die diepte van de gelovige teleurstelling over zijn eigen onvermogen om het goede te doen, omdat uit zijn hart elke keer weer de begeerte tot het kwade omhoog komt, richt Paulus zich op Jezus Christus. En onmiddellijk slaat de klaagzang om in een loflied: ‘Ik dank God, door Jezus Christus, onze Heere’. Alleen als je weet van je zonde, weet je ook van verlossing. En hoe meer je jezelf kent, hoe meer je Christus nodig gaat krijgen. Zoals de catechismus zegt: ‘en daardoor nog meer begeren de vergeving van de zonden en de gerechtigheid in Christus te zoeken.’

Prachtig vind ik dit. Zoals wij allemaal, worstel ik hier zelf ook best mee. De verleiding van onze tijd is dat oppervlakkige leven. Denk er niet aan, dan is het er niet. Of alleen in oppervlakkige zin: Ik heb inderdaad zo mijn fouten, maar God vergeeft, zand erover! Want dat andere drukt zo zwaar op onze schouders. Instinctief denken we: Als ik dan nog niet volmaakt ben, als er van alles met mij mis is, dan ben ik vast waardeloos en niet geliefd. Of dan moet ik keihard mijn best gaan doen en me suf lopen om bij God in een goed blaadje te komen. Je probeert te ontkomen aan jezelf, weg te groeien uit je zonde. Maar dat is een heilloze weg.

Nee, God zij dank door Jezus Christus. Hij verlost mij van al dat pogen, van al dat onvolmaakte, van al dat wegvluchten in de oppervlakkigheid. Ik kan het uithouden met mijn zonden en begeerten, omdat ik weet dat die mij niet meer in hun macht hebben. Ik ben van Christus. Zolang ik Hem zoek, Hem volg, hoe onvolmaakt ook, is het licht in mijn leven. Leven in dat geloof is leven in verlangen naar Jezus. Kent u dat? Begeerte niet naar alles wat de wereld kan bieden, maar begeerte naar Christus. Omdat Hij ondanks alles van mij houdt en tot Zijn kind aanneemt. De innerlijke zondigheid en onvolmaaktheid wordt dan gek genoeg een bron van hemelse vreugde.

5. Verlangen naar volmaaktheid

Ja, je kunt wel verdriet hebben om de onvolmaakte wijze waarop je God dient. Maar moedeloos hoef je niet te zijn. Er is wel degelijk een klein begin van volmaaktheid in ons, een ernstig voornemen om voor God te leven. En daar zal het ook niet bij blijven. Wat begonnen is, maakt de HEERE ook af. Wij zullen ooit echt volmaakt zijn. Op die weg zijn we. Christelijk geloof heeft dus niets van ‘dan maar bij de pakken neerzitten want het is niks en zal niks worden ook.’ Nee, er ís een klein begin en het komt af ook, dat belooft God!

Vandaar dat Paulus dat diepste verlangen van zijn hart met ons kan delen, zoals het staat in Fillipenzen 3,12-14:

12 Niet dat ik het al verkregen heb of al volmaakt ben, maar ik jaag ernaar om het ook te grijpen. Daartoe ben ik ook door Christus Jezus gegrepen. 13 Broeders, ikzelf denk niet dat ik het gegrepen heb, 14 maar één ding doe ik: vergetend wat achter is, mij uitstrekkend naar wat voor is, jaag ik naar het doel: de prijs van de roeping van God, die van boven is, in Christus Jezus.

Er staat ons nog zoveel te wachten. Nee, we zijn er nog niet, persoonlijk, als kerk, als wereld, maar het Koninkrijk van God gaat komen, waar alles af en heel zal zijn. Waar we niet meer heen en weer geslingerd worden door tegenstrijdige begeerten in ons hart, maar waar nog één ding overblijft en dat is de liefde voor Christus. Paulus denkt niet dat zijn jagen en uitstrekken hem daar zal brengen, maar dat is het fanatisme van de liefde die niet kan wachten tot het zover is.

De catechismus vertaalt het daarom als: ‘Zonder ophouden ons inspannen en God bidden om de genade van de Heilige Geest’. Ora et labora. Bid en werk. Een christen is een ongeneeslijke idealist en positivist. Er kan geen val zo diep, geen zonde zo groot, geen mislukking zo erg zijn, dat we het opgeven en de HEERE vergeten. De heilige Geest zorgt er achter de schermen van ons leven voor dat we volhouden, doorgaan, blijven verlangen, niet opgeven, moed houden. Niet uit hoogmoed dat je het zelf denkt te kunnen volhouden of volmaakt te worden, helemaal niet, maar omdat je hoe langer hoe mee van God bent gaan houden, van Wie Hij is. Hoe Hij zich openbaart in Zijn Zoon Jezus Christus, in de Bijbel die Hij ons gegeven heeft. Ja, als die liefde gekomen is in je leven, dan weet je niet meer van ophouden, daar wil je méér van.

Paulus zegt: Omdat ik door Christus gegrepen bent, grijp ik naar de volmaaktheid om te zijn zoals Hij is.

Laat u dus niet sussen door mensen die het in hun oppervlakkigheid niet over zonde willen hebben, maar steek af in de diepte geleid door de wet van God. Leg keer op keer die Tien Geboden langs uw leven als u ze hier hoort in de kerk. Niet moralistisch als een wetboek, als regeltjes waar je je aan moet houden. Maar besef, ervaar, daarin uw eigen onvolmaaktheid. Niet om jezelf tot cynisme of moedeloosheid te brengen. Integendeel, hernieuw door het geloof in Christus elke keer weer de moed, het verlangen, dat u ooit werkelijk volmaakt zult zijn. Dat zal niet in dit leven zijn, maar we kijken daar in geloof overheen naar de nieuwe hemel en nieuwe aarde. Strek u daarheen uit, jaag daarnaar. Uit liefde, uit verlangen, uit dankbaarheid.

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s