Oudjaarspreek over ‘Geloven in vergeving’ n.a.v. Genesis 50,15-21

http://www.biblija.net/biblija.cgi?m=gen+50%2C15-21&id47=1&l=nl&set=10

Gemeente van Jezus Christus,

Het doet goed als je familie rondom je is in vreugde én in verdriet. Rondom het overlijden van vader of moeder, dan komen de kinderen samen, met hun kinderen, om samen te rouwen. Dan heb je steun aan elkaar. Samen herinner je wie vader was, wie moeder was. In ons midden zijn vanavond zo een aantal families, die dit jaar ondervonden wat rouw is. En hoe goed het dan is om meeleven te ervaren. Soms ontmoet je rondom begrafenis en condoleren familieleden die je al jaren niet meer had gezien en gesproken.

Niet altijd gaat dat echter zo gemakkelijk. Niet voor niets zien familieleden elkaar soms lange tijd niet. Er kan ook van alles bovenkomen wat in het verleden mis is gegaan. Een begrafenis is een moment van terugkijken en dat is ook wel eens pijnlijk. Dat komt niet vaak aan het graf zelf tot uiting, wel vaak bij het openen van het testament, het verdelen van de erfenis. Niet zelden ontstaat er dan ruzie. Veel ligt gevoelig. Juist wanneer ons hart getroffen is door verdriet, zijn we op ons kwetsbaarst, komen ook andere emoties boven als schuldgevoel, angst, wrok. Dan kunnen zomaar over en weer verwijten geuit worden, beschuldigingen. ‘Jij was er nooit voor vader, en nu moet je zo nodig…’ ‘Ja, maar jij was altijd het lievelingetje, terwijl…’

Bij de begrafenis van Jakob is het gelukkig goed verlopen. De 12 broers hebben samen hun vader begraven. Zijn laatste wens ten uitvoer gebracht, dat hij niet in Egypte begraven wilde worden, maar bij zijn vader Izaak en opa Abraham, in het familiegraf in Kanaän. Zo geschiedde. Dan keren ze terug naar Egypte, waar Jozef nog steeds onderkoning is, en zijn broers mogen wonen in het land Gosen, met hun families en vee. Maar ook hier moet er nog een rekening vereffend worden. Tenminste de 11 broers vrezen dat Jozef nú met hen gaat afrekenen. Ze hebben hem immers gedreigd te vermoorden, hem als slaaf verkocht naar Egypte, waar hij vele jaren heeft moeten doorbrengen in slavernij en gevangenschap.

Toen ze bij Jozef kwamen in Egypte en hij zich aan hen bekend maakte. Ja, toen had Jozef hen verzekerd hun goed gezind te zijn. Hen te willen helpen met eten en plaats om te wonen. 17 jaar geleden is dat inmiddels.

Blijkbaar zijn de broers blijven zitten met angst en schuld. Al die jaren. ‘Jozef heeft natuurlijk niet gedurfd met ons af te rekenen toen onze vader nog leefde, maar nu, nu zou het kunnen. Jozef heeft immers de macht in Egypte! Hij beschikt over het hele leger van de Farao! En hij heeft vast ook niet vergeten wat wij hem aangedaan hebben…’ Al die 17 jaren later wordt hun leven nog steeds bepaalt door hun verleden.

Hoe is dat met ons, zo aan het einde van dit jaar? Oudejaarsdag is ook een ‘dag van afrekening’, een dag van terugkijken. Wat bepaalt dan ons gevoel? Kunnen wij ermee voor de dag komen? Bij God? Het kan maar zo dat er ook in ons afgelopen jaar van alles is wat ons schuldig stemt. Dat er van alles gebeurt is dat ons gekwetst heeft, verdriet gedaan heeft, zorgen baart, angstig maakt. Sluiten wij het jaar wel af met een positief saldo? Niet alleen individueel, ieder voor zich, maar ook met elkaar als gemeente, als broeders en zusters. Ja ook – wereldwijd gezien – als mensheid, wezenlijk met elkaar verbonden voor Gods aangezicht.

‘Is het nodig het daarover te hebben? Moeten we wel terugblikken? Kunnen we niet beter over afgelopen jaar maar het zwijgen doen en ons vast richten op morgen, op het nieuwe jaar!’

Zo denken we wel vaak, we bedekken onderlinge geschillen met de mantel der liefde. Zeggen ‘zand er over’ en gaan door. Maar, dat merk je hier aan de broers, als er echt iets mis is gegaan – mis is gedaan, dan maakt dat het alleen maar erger. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Doen alsof er niets aan de hand is, is geen oplossing. De broers van Jozef zijn blijven rondlopen met een schuldgevoel. Klaarblijkelijk hebben ze het er de afgelopen 17 jaar niet meer samen over gehad. Weggestopt. Bij vlagen vergeten. Maar het is blijven knagen. Door hun zwijgen is hun angst alleen maar gegroeid.

In het boek Adderkluwen vertelt de Franse schrijver Mauriac over een echtpaar, man en vrouw, die al decennia ruzie met elkaar hebben. Volgens de vrouw had haar man toen hun vijfjarige dochtertje doodziek was, niet genoeg belangstelling getoond. Sindsdien slaapt hij ’s nachts op een bed op zolder. En nu, na dertig jaar, zwijgen zij er nog steeds over. Geen van beiden bereid om de eerste stap te doen. Maar ’s nachts ligt zij te wachten of hij naar haar toe zal komen, maar hij verschijnt nooit.  En hij ligt elke nacht wakker in het verlangen dat zij bij hem komt, maar zij verschijnt nooit. Geen van beiden doorbreekt de cirkel van kwaad, die hen sinds jaren juist door hun zwijgen gevangen houdt.

Zwijgen is geen oplossing. Niet tegenover elkaar als mensen. En al helemaal niet tegenover God. De dichter van Psalm 32 verwoordt het heel intens, hoe hij zijn zonden voor God verborgen hield: ‘Toen ik zweeg, teerden mijn beenderen weg, onder mijn jammerklachten, de hele dag. Want dag en nacht drukte Uw hand zwaar op mij, mijn levensvocht veranderde in een zomerse droogte.’ Wij verdrogen, verteren vanbinnen als we angst, schuld, wrok vanbinnen wegstoppen en zwijgen…

Maar wat is het alternatief? Is er hoop op vergeving dan? De broers van Jozef vrezen van niet en verzinnen daarom een list. In plaats van zélf het zwijgen te doorbreken, sturen ze een bode naar Jozef met het ‘Testament van Jakob’. Jakob zou op zijn sterfbed tegen hen gezegd hebben: ‘Dit moeten jullie tegen Jozef zeggen: Och, vergeef toch de overtreding van uw broers en hun zonde, want zij hebben u kwaad gedaan. Maar nu, vergeef toch de overtreding van de dienaren van de God van uw vader.’

Dat heeft Jakob helemaal niet gezegd. Het zijn de broers die via hun vader op het gevoel van Jozef spelen. Want hoe zou hij ongehoorzaam durven zijn aan  zijn vader’s laatste woorden? Ze omkleden het met alle middelen om indruk te maken: 2x zit er een expliciet gebed om vergeving in. De daden van de broers worden expliciet geduid als overtreding, zonde, kwaad. En bovendien halen ze er God bij: denk er aan Jozef, wij zijn allemaal maar knechten van God.

Misschien voelt u zich ook wel eens zo tegenover God: Je belijdt je zonden, maar omkleedt het tegelijk met allerlei argumentatie om jezelf te verontschuldigen. Pleit op Gods vergevingsgezindheid en geduld. Belooft in het vervolg je beste beentje voor te zetten. Haalt alles uit de kast om aanspraak te maken op vergeving. Maar ergens blijf je je schuldig voelen. Zoek je het kwaad te compenseren met het goede, zo goed of zo kwaad als het gaat. En toch…toch zit het niet lekker.

Maar kun je dan niet rekenen op vergeving? Kun je het niet achterlaten? In de praktijk leven wij veel uit schuldgevoel naar andere mensen, omdat we het gevoel hebben waardering en liefde te moeten verdienen. Omdat we moeten voldoen aan allerlei verwachtingen. En zo ook tegenover God…

Ten diepste struikelen we dan over de vraag: Bestaat vergeving wel? Kan vergeven wel?

Soms hoor je verhalen van mensen over kwaad dat hen aangedaan is, waarvan je denkt: Volgens mij is vergeven dan onmogelijk. Als je namen hoort als Dutroux, Volkert van der Graaf, Assad, denk je eerder: Vergeven, nooit! Integendeel! Willens en wetens hebben zij mensen mensen gedood. Geen straf is te lang voor hen. En dat kan in het klein zomaar ook in ons eigen leven voorkomen. Mensen kunnen dingen zeggen of doen die je beschadigen. Relaties gaan stuk. Kwaad maakt immers dingen kapot die nooit weer heel worden. Gedane zaken nemen geen keer. Je kunt niet samen verder leven alsof er niets gebeurd is.

Jozef heeft wel gezegd dat hij geen wrok koestert tegen zijn broers, maar ze hebben hem niet geloofd. Diep van binnen zijn ze altijd blijven wantrouwen. Ze hebben het nooit achter zich kunnen laten, verder kunnen leven. En jij? Geloof jij dat vergeving mogelijk is? Dat jij anderen kunt vergeven? Dat anderen jou kunnen vergeven? En bovenal: Dat God jou kan vergeven? Dat je volledig vrij kunt zijn van angst, schuld en wrok? Verlost van het verleden, van je zonden? Wordt het kwaad uiteindelijk niet toch gestraft. Zitten niet veel mensen zo ’s zondags in de kerk: We horen er over Gods vergeving in Jezus Christus, en toch, toch blijven we een beetje bang voor hem. Keer op keer hoor ik ouderen zeggen: ‘Ja, dominee, ik hoop in de hemel te mogen komen, maar zeker weten doe ik het niet…’.

Wat lezen we van Jozef, zodra hij de boodschap per bode ontvangt: ‘Jozef huilde toen zij zo tegen hem spraken.’ Jozef huilde.

Waarom? Nu is hij zeventien jaar lang goed geweest voor zijn broers. Hij heeft hen verzekert dat hij het hen niet meer kwalijk nam (45,7-8.11-12.15). Hij heeft hen onderhouden. Woonruimte gegeven. Het is hen voor de wind gegaan. En nog durven ze niet rechtstreeks met hem te praten, maar sturen ze een bode. En ze komen daar wel zelf achteraan, maar vallen plat voor hem op de grond. Ze kruipen letterlijk van nederigheid en bieden zelfs aan zijn slaven te worden. Nog steeds wantrouwen ze hem, denken ze dat hij wrok koestert. Snappen ze nog steeds niet dat hij van hen houdt? Dat hij hen niet kwijt wil? Dat hij graag wil dat ze als broers met elkaar omgaan?

Je kunt de lijn, denk ik, doortrekken naar God. God huilt als wij zo over Hem denken. Als wij blijven denken dat er gewerkt moet worden voor vergeving. Of zelfs dat vergeving voor ons niet mogelijk is. In het Nieuwe Testament wordt verteld dat Jezus bij de intocht in Jeruzalem vlak voor Pasen de stad nadert en dan vertelt Lukas: ‘En toen Hij dichtbij kwam en de stad zag, weende Hij over haar. Hij zei: Och, dat u ook nog op deze uw dag zou onderkennen wat tot uw vrede dient! Nu echter is het verborgen voor uw ogen.’

Vergeving bestaat. Ook voor u. Ook bij God. Als belofte en verzekering hoorden we het uit 1 Johannes: ‘Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.’

Laat dat juist op deze Oudejaarsavond tot u doordringen. U hoeft de schuld, de zonde, de last van afgelopen jaar niet mee te nemen het nieuwe in.

Daarvoor moet er wel wat gebeuren. Vergeving moet geschieden, voltrokken worden. Dat begrijpen we wel in het leven van alle dag. Als een moeder om de lieve vrede wil haar zoon in de pubertijd over zich heen laat lopen, zich laat afsnauwen en allerlei wangedrag laat welgevallen, dan kan ze proberen haar gevoelens opzij te zetten en zich voorhouden dat haar zoon ‘eigenlijk’ een leuke jongen is; dat het zijn leeftijd is; en dat ze door nu niet te inperkend te zijn het contact op de lange termijn bevordert… maar dat is geen daad van vergeving, maar eerder berekening en zelfopoffering.

Vergeving is niet maar alles door de vingers zien. Vergeving is ook niet allerlei redenen aanvoeren die de ander excuseren en zijn daden verklaren. Eerder precies het tegenovergestelde: De broers van Jozef belijden dat zij tegen Jozef een misdaad begaan hebben. En Jozef zegt niet: ‘Dat viel wel mee’, of ‘we waren allemaal nog jong’. Op de onderwerping van zijn broers reageert hij: ‘Ja, jullie, jullie hebben kwaad tegen mij bedacht.’

Wat verkeerd was, wordt door beide partijen duidelijk als kwaad ervaren. Onherroepelijk. Juist als ze hier oog in oog staan, dan huilt Jozef van verdriet om wat kapot is, en liggen de broers op de vloer van schaamte, angst en schuld. Er wordt niets meer weggemoffeld. Geeft dat een uitweg? Nee, niet zondermeer. Bij de rechtbank worden dader en slachtoffer ook geconfronteerd met hun kwaad en met elkaar, maar er is nooit automatisch sprake van vergeving. Integendeel: juist dan voelen wij ons zo machteloos om dit te repareren, hier een weg uit te vinden.

Jozef wijst ons vanavond de enige weg, en dat is een weg omhoog. De weg van God. Alleen Hij is in staat het kwaad werkelijk te overwinnen. Waar wij niet bij machte zijn om te vergeven, daar is Hij het wel. Vergeven heeft namelijk alles te maken met ‘innerlijke ruimte’: Om te vergeven moet je je niet alleen verzoenen met die ander, maar ook met jezelf. Afstand doen van je recht op wraak, van je recht op slachtofferschap, jezelf overwinnen om in de ander méér te zien dan zijn misdaad. Om te vergeven moet je de minste zijn. Je maakt zo innerlijk weer ruimte voor die ander, die je liefst zo ver mogelijk van je weg hield.

Dat zien wij werkelijk gebeuren in het leven van Jezus Christus. Jezus verzoent niet alleen ons met God, Hij verzoent ook God met Zichzelf.  Het hele leven en lijden van Jezus Christus is nu juist dit: Dat God afstand doet van zijn gerechtvaardigde claims op vergelding, dat Hijzelf de straf draagt, de minste is. Dat Hijzelf de éérste stap doet naar ons, die de cirkel van zonde en oordeel definitief breekt. Dat Hij ruimte maakt bij zichzelf voor ons. Dat het Hem lukt om in ons niet alleen de zonde te zien, maar ondanks alles geliefde mensen.

Precies dit licht schijnt ook in Genesis 50, waar Jozef zegt: ‘Wees niet bevreesd, want sta ik soms  op de plaats van God? Jullie weliswaar, jullie hebben kwaad tegen mij bedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht, om te doen zoals het op deze dag is: een groot volk in leven te houden.’ Jozef heeft zijn broers vergeven, omdat hij gelooft in God. Omdat hij gelooft dat niet hijzelf het kwaad hoeft te vergelden, hoeft te wreken en te oordelen, maar dat aan God kan overlaten. Ook zijn broers hoeven hun kwaad niet te repareren. Uiteindelijk heeft God het immers ten goede willen gebruiken. Met de kromme stok heeft God een rechte slag geslagen.

Alleen waar sprake is van God in ons leven, daar is ook vergeving mogelijk. Zo kunnen we alleen het oude jaar uit met God. Alleen dan kunnen we het kwaad achter ons laten.

Het vormt voor ons een levenslange uitdaging om dat te leren. Niet bang te zijn. Niet vast blijven zitten in het verleden. Te leven van genade.

Onderling is dat al moeilijk. Wij kunnen elkaar moeilijk opleggen dat wij vergeven en vergeten moeten. Al zegt Paulus in Kolossenzen 3 nog zo hard: ‘ Verdraag elkaar en vergeef de een de ander, als iemand tegen iemand anders een klacht heeft; zoals ook Christus u vergeven heeft, zo moet ook u doen.’ Maar zo gemakkelijk is dat allemaal niet in de praktijk. Want je kunt wel willen vergeven, maar wat als die ander zijn zonde niet wil belijden? En wat als je wel wílt vergeven, maar het gewoonweg niet kunt, omdat je zo beschadigd en gekwetst bent dat het echt boven je macht gaat? Of dat je wel vergeven hebt, maar toch de draad van een relatie niet meer op kunt pakken.

Ook tegenover God blijft het moeilijk: we weten dat we vergeven zijn. En toch blijft onze zonde ons dwars zitten. Toch blijven we ons schamen dat we keer op keer in dezelfde kuil vallen. Zelfs al beleden we expliciet in onze gebeden onze fouten, we vergeten ze niet. 2013 is onherroepelijk voorbij, wat gebeurd is, is gebeurd.

Jozef zegt twee keer tegen zijn broers: Wees niet bevreesd. Wees niet bang. Tegenover jullie kwaad, stel ik Gods goed! En vanuit dat geloof, zal ik ook jullie goed doen. Zo bevrijdt hij zijn broers uit hun cocon van schaamte. Hij verlost hen.

We mogen 2013 loslaten. Niet vergeten, maar wel loslaten. Dat is niet gemakkelijk. Zeker niet als we dierbaren verloren hebben, dan verlangen we terug naar daarvóór. Maar ook om onze schuld: We zouden het óver willen doen, ánders willen doen.

Dan vormt de verkondiging voor ons vanavond: Blijf niet vastzitten in het verleden, zoals de broers van Jozef, die 17 jaar lang rondliepen met angst en schuld. Leef in het heden van Gods genade. In het geloof dat vergeving bij Hem mogelijk is. Wees niet bang, in Jezus Christus is Hij ook uw God! Maakt Hij ook voor u ruimte!

Bij God is ruimte genoeg. Ruimte voor ons allemaal. Dat mag dan ook de basis zijn waarop wij met elkaar het Oude jaar uit kunnen gaan. Zonder angst. Er ligt voor ons in Jezus Christus een gezamenlijke basis waarop we verder mogen gaan, het nieuwe jaar in. Daarin is Jozef ons ook ten voorbeeld: Vanuit Gods genade kon hij ook uitdelen, zijn broers aanvaarden, hen vriendelijk behandelen en troosten. Als wij leren leven van Gods vergeving en genade, zouden we dan niet ook in het nieuwe jaar genadig zijn voor elkaar? Ja, elkaar misschien wel zeven maal zeventig keer vergeven?

Zo doet Jezus aan u en mij. Hij zegt ons: ‘Ik weet dat jullie vast zitten in het kwaad als mensheid, als mens persoonlijk, maar wees niet bang. Tegenover jouw kwaad, zet Ik Mijn goedheid.’ Wij hoeven het kwaad niet te overwinnen. Wij hoeven elkaar – ten diepste! – niet te vergeven. Wij zijn God niet. God vergeeft. God overwint. God verlost. Laat God nu God zijn voor u, vanavond. Laat Hem u vergeven. Laat Hem u bevrijden.

We laten 2013 los. We gaan samen 2014 tegemoet. Omdat we geloven in God. Omdat we geloven in vergeving.

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s