Jezus maakt wc’s schoon

Preek over Johannes 13,1-17

Gemeente van Jezus Christus,

Moet jij wel eens meehelpen met schoonmaken thuis? Je moet vast wel eens je eigen kamer opruimen. Maar dat is niet het enige werk wat gebeuren moet in huis. Misschien help je ook wel eens mee afwassen of stofzuigen.

Toen ikzelf nog kind was thuis woonde, hadden we de afspraak dat als mijn broer, mijn zus en ik vakantie hadden, dat we dan elke week één klusje moesten doen. Stofzuigen, ramen zemen, dweilen. Maar ook: de wc’s schoonmaken. Nou, daar hadden we wel een hekel aan. Heb jij wel eens een wc moeten schoonmaken? Ik vond dat zo’n beetje het vieste werk wat er was. Maar het moet wel gebeuren. Met grote gele plastic handschoenen en flink veel sop toog ik aan het werk. Achteraf denk ik: Goed van mijn ouders dat ze ons ook die dingen hebben geleerd…

Wat Jezus doet tijdens het laatste avondmaal, kun je denk ik, heel goed vergelijken met wc’s schoonmaken. Johannes schrijft dat Jezus en zijn discipelen aan de maaltijd aanliggen op de dag vóór het Pascha. De dag vóór Goede Vrijdag. Tijdens de maaltijd staat Jezus opeens op, doet zijn kleren uit. Knoopt een handdoek om zijn middel. Vult een teiltje met water. En zakt op zijn knieën en begint de voeten van de discipelen te wassen. Zonder plastic handschoenen.

Voeten wassen, dat was wel het smerigste klusje wat er toen was. Men liep toentertijd op blote voeten in sandalen. Israël is een warm en stoffig land, dat weet je misschien wel. Maar daar komt bij dat men in die tijd geen riolering en geen afvalcontainers had. De straten waren niet alleen stoffig, ze waren ook echt vies. We kunnen ons dat nauwelijks meer voorstellen, maar in die tijd woonden de rijke mensen ’s zomers niet in de steden, omdat het er zo gruwelijk stonk. Dat is trouwens tot in de 19e eeuw in Nederland ook zo geweest. Rijke mensen hadden een buitenhuis, een villa op het platteland, waar ze de zomer doorbrachten, om de stank en viezigheid van de steden te ontvluchten.

Wat doet Jezus hier? Die pakt het vuilste klusje op, een klusje waar ze toendertijd graag slaven of knechten voor op lieten draaien. Jezus doet slavenwerk. En dat gaat nog verder dan wc’s schoonmaken. In onze tijd staat het beroep van schoonmaker ook niet heel hoog aangeschreven, maar we kunnen een zeker respect wel opbrengen voor mensen die in de thuiszorg werken, toch? Ook als het gaat om het wassen en verschonen van zieken en ouderen.

Wat zou uw reactie zijn als morgenochtend de deurbel gaat, en Jezus zou voor de deur staan en zeggen: ‘Goedemorgen, ik kom uw toilet schoonmaken.’ Ik denk dat het je niet zou geloven. Dat Hij het echt is in de eerste plaats. Bizar! Maar in de tweede plaats: Ik denk dat je zou zeggen: Maar, Heer! U bent daar toch veel te goed voor! Daar komt niets van in! U bent welkom, kom binnen, gaat u zitten, lust u koffie of thee, wat kan ik voor u klaarmaken, wat kan ik voor U doen!’ Dat hóórt niet. Dit is vernederend. Dit is schokkend.

Dat is eigenlijk Petrus’ reactie: Verbijsterd trekt hij zijn voeten op. ‘Heer, wilt Ú míj de voeten wassen?’ Geschokt is hij. En dat is terecht. Het ís schokkend wat Jezus hier doet. Jezus genoot de status van rabbi, meester, met leerlingen en veel aanhang. Hij had een zekere status verworven. Ook in die tijd kende men wel het ideaal van nederigheid en bescheidenheid. Maar dit gaat veel verder: met het afleggen van Jezus’ kleren, legt Hij als het ware zijn hele status af, zijn eer, Hij wórdt een slaaf. Jezus dóet hier niet als een slaaf. Nee, Hij ís het hier echt.

Dat doorkruist het beeld wat wij van Jezus maken. Als ik aan Jezus denk, en zo is het bij u vast ook, denk ik toch vooral aan zijn, hoe zeg je dat, verhevenheid. Dat is het goede woord: Zijn verhevenheid. Jezus stijgt uit boven ons gewone mensen in wijsheid, goedheid, liefde. Vanmorgen wil Jezus dat wij dat uit ons hoofd zetten: Jezus verheft zich niet, Hij vernedert zich. Hij wordt mínder dan ons, Hij knapt het vúilste werk op.

Maar zelfs dan begrijpen we het, denk ik, nog niet ten volle. Johannes schrijft namelijk een paar verzen als introductie op dit verhaal. In vers 2 en 3 lezen we: ‘Toen dan de maaltijd plaatsvond [naar vers 3] stond Jezus, Die wist  dat de Vader Hem alle dingen in handen gegeven had  en dat Hij van God uitgegaan was en tot God heenging, op van de maaltijd.’

Johannes maakt het contrast extra scherp. Hij legt er de nadruk op dat Jezus niet zomaar een mens was. Integendeel. Hij spreekt heel hoog over Jezus. Jezus is bij God vandaan gekomen en gaat weer naar Hem terug. Ja, zelfs: ‘de Vader heeft Hem alle dingen in handen gegeven’. Zo verbindt Johannes Jezus heel nauw aan God, zo nauw dat je kan zeggen: Jezus is God op aarde. Want Jezus heeft ‘alle dingen’, dat wil zeggen: De hele wereld!, in zijn handen. Zoals Jezus zegt in het Mattheusevangelie: ‘Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde’.

Als je dát bedenkt. Dat Jezus Koning der wereld is, God over alles. Dan wordt dit verhaal steeds bizarder en schokkender. Dan moet je dus eigenlijk zeggen: ‘Gód wast hier de vuile voeten van mensen. Gód gaat op zijn knieën voor ons.’ Dat klinkt bijna blasfemisch, bijna godslasterlijk. Ik hoop dat u dat aanvoelt. Hoe groot dat contrast is. Tussen wíe Jezus is en wát Hij hier doet. Met deze voetwasactie, bedoelt Jezus namelijk zijn grootheid niet te ontkennen. In vers 12-13 bevestigt hij dat namelijk nogmaals: ‘Ziet u in wat Ik aan u gedaan heb?

U noemt Mij Meester en Heere, en u zegt het terecht, want Ik ben het.’ Dat laatste stukje: ‘Ik ben het’, daarin kun je zelfs de Naam van God, zoals die in het Oude Testament aan ons geopenbaard is horen: Jahweh, HEERE, IK BEN DIE IK BEN.

Dezelfde God die hemel en aarde schiep door Zijn woord. Die met Zijn macht Zijn volk Israël uit Egypte bevrijdde. Die in donder, aardbeving en vuur verscheen op de Sinaï. Een God zo vol van heerlijkheid en kracht, dat niemand op zijn voeten blijft staan, waar Hij maar in de buurt komt. Een God die zeeën splijt, die de hemelen uitrolt als een doek, die alles bestuurt en in Zijn hand houdt. Die God, zonder wie er geen haar van ons hoofd valt, of Hij weet ervan. Die God, die regeert en beschikt over legioenen engelen. Die God, voor wie duizend jaar zijn als een dag, een God van eeuwigheid tot eeuwigheid. ‘Heilig, heilig’, zingen de engelen, ‘heilig is de HEERE van de legermachten; heel de aarde is vol van Zijn heerlijkheid!’

Die God ligt in dit verhaal met alleen een handdoek omgeknoopt, op zijn knieën en wast de viezigheid van de straat van onze voeten.

Onze voeten, zeg ik bewust. Omdat het onze God is die dit doet. Hij is vandaag nog dezelfde. Hij doorkruist ook vandaag alles wat wij menen te weten over God. Het verhaal van Jezus is ten diepste dit: God knapt het vuile, het allervuilste, werk van de wereld op.

Want, dat moeten we goed begrijpen, het blijft bij Jezus niet bij het wassen van de voeten van Zijn discipelen. Jezus bedoelt dit als een symbolische daad. Om aan hen duidelijk te maken wat Zijn taak is op deze aarde. Je zou het verhaal van de voetwassing heel goed kunnen vergelijken met de inzetting van het Heilig Avondmaal dat de andere evangelisten ons vertellen. Daar deelt Jezus brood en wijn uit, maar zegt daarbij dat Hij zó zijn lichaam en bloed voor ons geeft. In plaats daarvan, maar om hetzelfde duidelijk te maken, vertelt Johannes ons van de voetwassing. Hij heeft als kopje vers 1 boven dit hoofdstuk gezet. Of eigenlijk begint hier in Johannes 13 al het lijdensevangelie: ‘En vóór  het feest van het Pascha, toen Jezus wist dat Zijn uur gekomen was dat Hij uit deze wereld zou overgaan naar de Vader, heeft Hij de Zijnen, die in de wereld waren en die Hij liefgehad had, liefgehad tot het einde.’

Met deze tekst staat het verhaal van de voetwassing dus in het kader van Jezus’ lijden en sterven aan het kruis. Jezus weet, staat er, ‘dat Zijn uur gekomen is’, het moment, het hoogte- én tegelijkertijd dieptepunt van Zijn leven. Datgene waarvoor Hij in de wereld gekomen is, dat gaat nu plaats vinden.

Dan staat er achteraan:  ‘Hij heeft de Zijnen, die in de wereld waren en die Hij liefgehad had, liefgehad tot het einde.’ Je kunt ook vertalen: ‘tot het uiterste’. Waarmee Johannes wil zeggen: Jezus blijft van hen houden, Hij blijft trouw aan Zijn liefde, tot Zijn laatste snik. Tot Hij roept aan het kruis: ‘Het is volbracht’. Van het begin van zijn leven, tot het einde aan het kruis staat Jezus’ leven totaal in het teken van de liefde van God voor de wereld.

Maar, dat betekent ‘tot het uiterste’ dan ook: Die liefde van Jezus kent letterlijk geen grenzen. Hij doet álles wat nodig is, gaat tot het einde, tot het diepste toe. Niets is Hem te gek. Er is niets wat Hij niet zou doen om ons te redden. De voetwassing door Jezus is daar alleen nog maar een voorproefje van. Je zou kunnen zeggen: een voorbereiding. Om Zijn leerlingen duidelijk te maken welke weg Hij moet gaan. Dat Hij met al Zijn goddelijke macht en goddelijke afkomst bereidt is te sterven aan het kruis, daar een vervloekte te worden, nog mínder als een slaaf zelfs. Dieper dan Jezus kun je niet vallen. Dieper dan Hij gegaan is, kun je niet gaan. Meer vernederd, meer vervloekt dan hij, kun je niet worden. Jezus gaat tot het uiterste, tot het einde.

Uit liefde. Hoezo uit liefde? Omdat Hij ons niet in onze vuiligheid, in het donker, wil laten zitten. Dat is misschien zoals je het het beste kunt zeggen. Je hoort soms wel eens in de krant over mensen die hun huis compleet hebben laten verpauperen. Die al jaren geen schoonmaakwerk meer gedaan hebben. Waar het binnen zo vies is, en zo stinkt, dat hulpverleners er met mondkapjes en plastic handschoenen naar binnen gaan. Compleet uit de hand gelopen. Psychiatrische patiënten zijn dat vaak, die de grip op hun leven kwijt zijn geraakt. In en in triest.

Het gebouw van deze wereld is in diezelfde staat. Kijk alleen maar naar de lijn van het verraad van Judas dat de zwarte achtergrond vormt van de voetwassing: ‘Toen dan de maaltijd plaatsvond  en de duivel Judas Iskariot, de zoon van Simon, al in het hart gegeven had Hem te verraden, stond Jezus op van de maaltijd en begon de voeten van de discipelen te wassen.’ Dus ook die van Judas… Misschien is dat nog wel het indrukwekkendste. Jezus, de HEER over alles!, gaat op zijn knieën voor Judas. Maar niet alleen voor Judas, ook voor Petrus. En al denkt Petrus dat niet nodig te hebben, hij heeft het wel nodig. Want Petrus is net zo’n mens als Judas. Petrus zal Jezus gaan verloochenen. Petrus is niet beter dan Judas. Wij zijn niet beter dan Petrus.

Als er in het lijdensverhaal van Jezus één ding duidelijk wordt, dan is het wel hoe de wereld, hoe wij mensen er aan toe zijn. Een varkensstal is er niets bij. Ga maar na: Dat Jezus onschuldig gekruisigd kan worden. Bespot, geslagen, gegeseld. Hoe de mensen hem uitspugen.

Dat toont alleen maar aan hoe wij er aan toe zijn. Hoe de wereld er aan toe is. We mogen blij zijn als dat vaak verborgen blijft onder onze gevoelens van beschaving. Maar waar mensen toe in staat zijn, daarvoor hoef je het nieuws alleen maar aan te zetten.

En de Bijbel vertelt ons: Dat zijn geen uitwassen, geen uitzonderingen, dat zijn geen monsters die dat doen, dat zijn mensen zoals u en ik. Assad, Poetin, Kim Jong Un, het zijn mensen zoals wij.

Jezus gaat op zijn knieën voor Petrus en wil ook zijn voeten wassen. Want ook die belangrijke discipel Petrus heeft het nodig dat Jezus hem redt, hem een nieuw leven geeft, licht en reinheid brengt. Als Petrus aanvankelijk weigert, dan is dat omdat Hij Jezus te goed vindt voor slavenwerk. Maar als Jezus vervolgens aandringt met de woorden: ‘Als Ik u niet was, hebt u geen deel met Mij’, dan is hij overtuigd: ‘Niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd!’ Met andere woorden: ‘Als het dáárom gaat, Heere Jezus, dan wil ik helemaal deel van U zijn, bij U horen met huid en haar.’

Dat is een kernzin in dit verhaal: ‘Als Ik u niet was, hebt u geen deel met Mij.’ Niet dat dat letterlijk in het wassen van de voeten zit. Dat probeert Jezus daarna uit te leggen: ‘Jullie zijn al rein’. In hoofdstuk 15,3 zal hij dat uitleggen als: ‘Jullie zijn al rein vanwege het woord dat Ik tot u gesproken heb’. Wat Jezus werkelijk bedoeld is: Je moet mij toestaan om ook jou, Petrus, te dienen. Ik ben daar niet te goed voor. Alleen ik kan jou schoon krijgen, leven geven.

Geloven is niet zomaar een extraatje in het leven, het is absoluut nodig. Dat klinkt keer op keer in het Johannesevangelie: Alleen als wij bij Jezus horen, Hem volgen, Zijn woorden gehoorzamen, in Zijn liefde blijven, hebben wij het eeuwige leven. Anders zijn wij verloren mensen. Je moet kiezen aan welke kant je staat: Bij Jezus horen, betekent eeuwig leven. Zónder Jezus zijn, betekent het oordeel en de toorn van God over onze zonden zélf dragen. Dat betekent de dood, verloren gaan. Wat Jezus hier doet, wat Hij uitbeeld in het voetwassen, gaat veel verder dan een voorbeeld van nederigheid en dienen. Het gaat om het wezenlijke en enige nodige: Bij Jezus horen.

God gaat niet voor niets op zijn knieën door deze wereld. Als dát nodig is, dan moet het wel heel érg nodig zijn. Als de verschrikking en vervloeking van de kruisdood nodig is om ons te redden. Dan moet het wel heel erg zijn met ons. Dan moeten wij wel heel diep gevallen zijn. En dan is het evangelie: Wij kunnen niet zó erg gezondigd hebben, wij kunnen niet zó diep gevallen zijn, of God daalt in die diepte af, tot in het stikdonker van de godverlatenheid.

Hij maakt wc’s schoon. Daalt nog af in de riolering als dat nodig is. Om zich aan ons te verbinden. En ons niet meer los te laten.

Jezus gaat ook voor u op de knieën.

Daar mogen wij in geloven: Jezus knapt ook in ons leven het vuile werk op. Ja, dat is vernederend voor Hem. En dat is schokkend, gênant voor ons. Maar Hij is voor ons de enige Weg, de enige Waarheid en het Leven zelf.

Maar voordat u denkt: Fijn dat Jezus al het vuile werk opknapt, dan hoef ik dat tenminste niet meer te doen… Jezus zegt er achteraan: ‘Als Ik dan, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb,  moet ook u elkaars voeten wassen. Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook u zult doen zoals Ik voor u heb gedaan. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:  Een slaaf is niet meer dan zijn heer, en een gezant niet meer dan hij die hem gezonden heeft.’

Bedoelt Jezus dat wij ook letterlijk elkaars voeten moeten wassen? Ik heb er aan gedacht om als voorbeeld een teiltje water mee te nemen en het in praktijk te brengen. In de rooms-katholieke kerk is het nog steeds gebruikelijk dat op witte donderdag de paus voeten wast van armen. U heeft die beelden van paus Franscisus deze week vast op tv langs zien komen, omdat hij nu 1 jaar paus is. Ook hij deed dat. Of het de bedoeling is dat wij ook zo’n ritueel kennen, weet ik niet…. Het laat toch wel iets zien, dat je je daar niet te goed voor voelt. Dat je je niet beter voelt dan een ander.

Maar als het alleen bij zo’n ritueel blijft, dan is dat wat weinig. We hebben juist gezien dat het ook bij Jezus niet om dit ritueel ging, maar dat het erop wijst dat hij bereid is uit liefde tot het uiterste, tot het einde te gaan. Met andere woorden: Als Jezus zegt dat wij elkaar líef moeten hebben, dan bedoelt hij niet dat wij warme gevoelens voor elkaar moeten koesteren, maar dat het moet blijken in de dingen die wij voor elkaar over hebben. Liefde is niet in de eerste plaats gevoel, maar daad. De dingen die je doet niet om er zelf beter van te worden. Daarvan zegt Jezus nu: Dat is nu liefde. De dingen doen die nodig zijn, en die je wat kosten.

Dat geldt niet alleen voor de discipelen toen, dat geldt ook voor u: Dat uw leven eraan gewijd is elkaar te dienen. En laten we daar niet te zweverig in zijn. Laten we dan letterlijk maar beginnen met wc’s schoonmaken. We hebben niet voor niets diaconie, dat betekent dienst. Dat wij diakenen als ambtsdragers hebben, betekent niet dat we het aan hen uitbesteden… zij hebben enkel de verantwoordelijkheid om het te organiseren.

De kerk groeide in de eerste eeuwen zo hard, omdat de wereld onder de indruk raakte van de liefde van de christenen, die zou duidelijk bleek in hun daden. In steden waar de pest heerste en mensen massaal stierven, werden pestlijders aan hun lot overgelaten, omdat het risico te groot was om bij hun verzorging ook zelf besmet te raken. Behalve christenen, die zorgden voor hen. In de overtuiging dat al zou het hun leven kosten, ze dan niet méér hadden gedaan dan Jezus voor hen gedaan had.

Is daar ook iets van zichtbaar in uw leven? Op welke manier dient u? Als we het hebben over missionair gemeente-zijn, over iets uitstralen in de wereld, komt het vandaag de dag daarop aan, dat de mensen om u heen zien dat u niet aardig wat, of heel veel, maar alles over heeft om uw naaste te dienen. Niet op een brave burgelijke manier, maar zoveel dat het schokkend wordt. Zo schokkend als het feit dat Jezus, de Heere, voeten wast van Judas, die Hem verraadt. Van Petrus die Hem verloochent. Dat wij ons bekommeren om de onderkant van de samenleving, mensen die door de samenleving uitgespuugd worden. Illegalen, criminelen, tbs’ers, hoeren, pedofielen.

U hebt vorige week vast vernomen dat er in Leiden protesten waren omdat een pedofiel na het uitzitten van zijn straf daar zou komen wonen. Wat deed de plaatselijke kerk? Zij hebben een groep vrijwilligers gezocht om hem te begeleiden.

Niet omdat wij het minder gruwelijk vinden wat hij gedaan heeft. Integendeel. Door het evangelie weten wij nóg beter hoe ernstig zonden te nemen vallen. Maar omdat wij weten van die diepte, vraagt Jezus ons in dat diepe te stappen. Dat is hen de voeten wassen, dat is liefhebben. Leg uw leven er maar naast… heeft u zo lief? Zo schokkend lief?

Langzaam maar zeker zal dat de testcase worden voor de kerk in Nederland, nu ouderenzorg en zorg voor geestelijk en lichamelijk gehandicapten steeds onbetaalbaarder wordt. Zijn wij als kerk, bent u als volgeling van Jezus bereidt om in dat gat te springen?

Jezus bedoelt niet dat wij maar sloofjes van iedereen moeten worden, dat wij maar laag over onszelf moeten denken. Nee nee. Hij geeft ons een hoge roeping mee. Om te doen zoals Hij gedaan heeft. Dáár begint het. Dát moet eerst tot ons doordringen. Als Hij van zó hoog, zó diep voor mij kwam. Zou ik dan niet een stapje naar beneden kunnen doen? Je bent niet op aarde voor je eigen plezier en geluk, maar om te dienen in liefde.

Jezus zegt tot slot: ‘Als u deze dingen weet, zalig bent u als u ze doet.’

Amen

Advertenties

2 thoughts on “Jezus maakt wc’s schoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s