Moet je heel slim óf heel dom zijn om in Jezus te geloven?

Preek over 1 Korinthe 2,1-12 voor de jeugddienst in Everdingen.

Uiltje

Gemeente van Jezus Christus,

Moet je heel slim of juist heel dom zijn om in God te geloven? Er zijn aardig wat wetenschappers die zelf helemaal niet in God geloven en dat ook knap dom vinden als je dat wel doet. Wat heb je daar nou voor bewijs van? De evolutie-theorie verklaart het bestaan van leven, de natuurkunde verklaart het bestaan van het heelal, de psychologie verklaart ons mensen. Veel wetenschappers denken dan ook dat alle religies in de wereld vanzelf ophouden te bestaan als langzamerhand ieder zijn verstand gebruikt.

Gek genoeg ervaren jullie en ik het precies andersom: Ik hoor in veel gesprekken over het christelijk geloof juist dat men het zo moéilijk vind om het allemaal te geloven, om het te begrijpen. Het verhaal dat de Bijbel vertelt is helemaal geen simpel verhaal, maar best ingewikkeld. Over een God die ons gemaakt heeft, maar dat wij die God vervolgens niet willen dienen en zo zonde op ons laden, maar die dan weer verzoend zijn door Jezus Christus, die ons vervolgens ‘zijn Geest’ schenkt en belooft dat we eeuwig zullen leven, ja dat zelfs de doden zullen opstaan. En dat allemaal lang geleden, en voor ons onzichtbaar en ongrijpbaar. Alleen met een dik boek om het in na te lezen, de Bijbel.

Moet je heel slim of juist heel dom zijn om dat alles te geloven?

We lazen samen een stukje uit de brief die de apostel Paulus rond het jaar 53 naar de christelijke gemeente in Korinthe stuurde. Hij had die gemeente een paar jaar eerder zelf gesticht. Paulus was de eerste geweest die in die Griekse stad het christelijk geloof verkondigde. Anderhalf jaar is hij in die stad geweest en toen hij daar weg ging was er een gemeente van ongeveer 50 mensen ontstaan, die bij gemeenteleden thuis bij elkaar kwamen. Waren die 50 de meeste slimme mensen van Korinthe, die het evangelie konden begrijpen?

Nee. Integendeel. In hoofdstuk 1 en 2 vertelt Paulus dat juist de wijze mensen niets van hem moesten hebben. Je moet je voorstellen dat in Korinthe filosofie zo’n beetje het belangrijkste vak was. Nog steeds zijn de namen van de Griekse filosofen Socrates, Plato, Aristoteles beroemd. Dat was dé wetenschap van die tijd, filosofie. Maar Paulus heeft zich in zijn evangelisatiewerk niet op de filosofen gericht. Op wie dan wel? Het grootste gedeelte van die gemeente bestond uit slaven, arme, ongeletterde mensen.

Daar verwijst Paulus naar in vers 1: ‘En ik, broeders, toen ik bij u kwam,  ben niet gekomen om u met voortreffelijkheid van woorden of van wijsheid het getuigenis van God te verkondigen,’ Paulus is niet zoals andere predikers en filosofen op de filosofische scholen in debat gegaan met de wijzen, de slimme mensen van de stad. Hij hing geen grote ingewikkelde verhalen op met prachtig klinkende argumentatie. Vers 4: ‘En mijn spreken en mijn prediking bestonden niet in overtuigende woorden van menselijke wijsheid’.

Conclusie: Blijkbaar is het christelijk geloof niet hoogdravend en alleen begrijpelijk voor de allerslimsten met een hoofd vol wijsheid en kennis. Dan is er dus hoop voor ons J.

Hoe komt het dan dat wij geloven in God toch vaak zo moeilijk vinden? In ieder geval om het te verbinden met ons dagelijks leven, met ons werk, onze opleiding. Hoe komt het dat veel preken in de kerk over ons hoofd heen gaan, of het ene oor in en het andere uit. Dat wij Bijbellezen zo moeilijk vinden en bidden ook. Ja, en dat je best wel eens kunt betwijfelen dat God bestaat en of het zin heeft om te geloven.

Hoe komt dat? Misschien kunnen we dat begrijpen met een voorbeeld. Is de wereld plat of rond? Vingers… plat? Inderdaad wij leven in een tijd dat iedereen weet dat de wereld rond is. Dat is een soort basiskennis. Dat is ons wereldbeeld. Dat hebben jij of ik niet bedacht, we hebben het ook niet persoonlijk kunnen controleren. Maar we hebben het als vanzelfsprekend aangenomen toen ons dat op school verteld werd. Als ik dezelfde vraag in de Middeleeuwen, 500 jaar geleden, had gesteld, had iedereen gezegd: ‘Rond? Natuurlijk niet, de aarde is plat!’ De eerste wetenschappers die met het idee van een ronde aarde kwamen werden uitgelachen, ook door hun collega’s: ‘Wat een belachelijk dom idee! Iedereen weet toch dat de aarde plat is…’

Zoiets maakte Paulus mee in Korinthe. Hij kwam daar vertellen over God die afdaalde uit de hemel, mens werd, als Jezus Christus rondliep in deze wereld, stierf aan het kruis, maar opstond uit de dood. Wat zeiden de mensen: Belachelijk idee! Waarom zeiden ze dat? Omdat in de Griekse filosofie men wel geloofde in goden, maar als een soort bovennatuurlijke wezens, die zich eigenlijk niet bemoeien met sterfelijke mensen. Met andere woorden: Paulus beweerde dingen over God, die totaal niet in hun wereldbeeld pasten. Hij schrijft dat ook in vers 6-8: ‘wij spreken…een wijsheid  niet van deze wereld, … een wijsheid die niemand van de leiders van deze wereld gekend heeft.  Immers, als zij die gekend hadden, zouden zij de Heere der heerlijkheid niet gekruisigd hebben.’

In feite zegt hij heel simpel: Hoe wijs de mensen ook zijn, ze hebben niet door hoe de wereld echt in elkaar zit. Want als ze in hadden gezien dat Jezus Gods Zoon was, dan hadden ze hem natuurlijk nooit gekruisigd!

Ik denk dat wij tegenwoordig in een tijd leven, die nog méér botst met wat de Bijbel zegt, als toen in Korinthe. Geloofde men toen nog wel in ‘goden’, tegenwoordig is het huidige wereldbeeld hoogstens nog dat er ‘iets’ is. Praktisch gezien is God verdwenen uit ons wereldbeeld. De algemeen gangbare mening die je hoort op school, in de media, in de politiek, is in tegenstrijd met wat je hoort in de kerk, in de Bijbel. Terwijl je in de kerk hoort: ‘De hele wereld draait om God! Hij is de Schepper. En Hij zal ons ook oordelen als Rechter! Persoonlijk en de wereld als geheel. De enige redding uit dat oordeel is geloof in Jezus Christus!’ Hoor je in de wereld: ‘Ach als jij in God wil geloven, moet je dat doen als dat goed voelt, maar val mij er niet mee lastig.’

Waar komt onze twijfel vandaan? Hoe komt het dat wij het moeilijk vinden te geloven? Dat heeft dus niets met slimheid of domheid te maken, maar met het feit dat wij ook moderne mensen zijn, dagelijks met onze beide benen in deze wereld staan. En dat blijft niet buiten ons, die meningen van anderen, sijpelen ook bij ons naar binnen. Stel dat je met een klein clubje zou geloven dat de wereld rond is, temidden van een overgrote meerderheid die dat níet gelooft, ja, dan is het logisch dat je soms twijfelt aan jezelf. Zou ik wel echt gelijk hebben? Zit ik er niet naast? M.a.w.: Als je tegenwoordig als christen in deze wereld leeft, maar nooit last hebt van twijfel, dan loop je wel met een bord voor je kop.

Tenminste. Paulus lijkt geen last te hebben gehad van twijfel. Te midden van alle slimme filosofen van zijn tijd, die hem uitlachen. En hij werd trouwens ook afgewezen door zijn eigen joodse volksgenoten. Te midden van al die tegenstand, blijft Paulus overtuigd van zijn eigen gelijk. Hoe doet hij dat? Zouden wij daar ook wat van kunnen leren?

Om eerst maar eens te laten zien, dat die tegenstand Paulus ook niet koud liet, lezen we in vers 3: ‘En ik was bij u in zwakheid, met vrees en veel beven.’ Paulus was zeker niet iemand die zó overtuigd was van zijn zaak dat hij niet ook zelf aanvoelde dat hij best een raar verhaal vertelde. Blijkbaar werd hij daar zelf ook zenuwachtig en onzeker van. Paulus’ optreden in Korinthe was geen succesverhaal met massa-bekeringen tot gevolg. Hij was geen gemakkelijke prater, geen entertainer, zoals tegenwoordig cabaretiers of tv-persoonlijkheden aan tafel bij Matthijs van Nieuwkerk van De Wereld Draait Door. Paulus bracht een boodschap die raar klonk en raar was, en dat wist hijzelf heel goed. Van de honderdduizenden inwoners van Korinthe, kon hij er in anderhalf jaar tijd maar 50 overtuigen.

We moeten dan ook niet doen alsof het verhaal over Jezus uit de Bijbel een heel logisch en simpel verhaal is dat je in een paar zinnen hebt uitgelegd, en waarvan elk mens dan in één keer overtuigd is. In hoofdstuk 1 beschrijft Paulus hoe vreemd het de wijzen van zijn tijd, de Griekse filosofen, maar ook de Joodse schriftgeleerden, in de oren klonk dat God uit de hemel zou zijn gekomen om te sterven aan een kruis. Paulus heeft dat eerst zelf ook niet kunnen geloven. Zo’n bizar verhaal vond hij het dat hij de eerste christenen in Jeruzalem vervolgd heeft, in de gevangenis geworpen en ter dood gebracht. Tot Paulus zelf Jezus is tegengekomen, toen hij onderweg was om ook de gemeente in Damascus te vernietigen. Dáár op die weg is Jezus verschenen aan Paulus. Op dat éne moment is al zijn eigenwijsheid stukgelopen op Jezus zelf. Op Zijn levende aanwezigheid.

Vandaar dat hij schrijft in vers 2: ‘want ik had mij voorgenomen niets anders onder u te weten dan Jezus Christus, en Die gekruisigd.’ Paulus is niet overtuigd door allerlei argumenten, maar door een persoonlijke ontmoeting met Jezus Christus zelf. En hoeveel mensen het ook niet met hem eens zijn: Aan deze Jezus houdt hij zich vast. Na zijn bekering heeft hij van de andere discipelen van Jezus zoveel mogelijk bijgeleerd.

Voor Paulus ging er een nieuwe wereld open: Alsof hij in één klap niet meer geloofde de wereld plat was, maar rond. In één klap is hij ervan overtuigd dat Jezus de Messias is, de Heer, dat Hij de baas is over de wereld. Het christelijk geloof is een andere wereldbeschouwing.

En vanuit dat ene feit ziet de kruisiging en opstanding van Jezus, er opeens heel anders uit. Dat is dan niet zomaar een afgang, een vervloekte dood, maar dat is dan God zelf die daar de zonden van de wereld wegdraagt in onze plaats. Alleen door dat zekere geloof, kon Paulus zijn onzekerheid en angst te boven komen en durfde hij de confrontatie aan met zijn volksgenoten, en met de heidense religies.

Ook ons geloof draait als het goed is rond dat ene punt, die ene persoon Jezus Christus. Om die historische figuur van 2000 jaar geleden. Geloof je werkelijk dat Hij Gods Zoon op aarde was? Geloof je dat Hij gekruisigd werd en weer opstond uit de dood? Want als dat écht zo is, dan is dat toch wel wereldschokkend, dan bepaald dat onze hele wereld, alles komt daarmee in een ander licht te staan…Als je toch weet dat je eeuwig met Christus zult leven, dan hoef je niet meer krampachtig alles uit het leven nu te halen. En je hebt een basis om op terug te vallen als het leven tegen zit. Je bent ten diepste niet pessimistisch over onze wereld, maar optimisch: er ligt een gouden toekomst vóór ons.

Maar hoe weet je dat? Moet je dan toch heel slim zijn? Om precies uit te zoeken wat er 2000 jaar geleden gebeurt is? Om naar allerlei argumenten te zoeken? Dat is niet de richting die Paulus ons wijst.

Hij zegt (vers 4-5): ‘Mijn spreken en mijn prediking  bestonden niet in overtuigende woorden van menselijke wijsheid, maar in het betonen van geest en kracht, opdat uw geloof niet zou bestaan in wijsheid van mensen,  maar in kracht van God.’

Met andere woorden: Paulus is zelf niet overtuigd door argumenten, maar door Jezus zelf. En hij zegt: Ik geloof dat dat eigenlijk voor iedereen geldt. Ik probeer mensen daarom niet te overtuigen met allerlei mooie of wijze woorden en argumentatie, maar ik geloof dat God zelf mensen overtuigt. Gods kracht is daarvoor nodig.

En dan denk je misschien aan wonderen of zo, of aan verschijningen, zoals Paulus zelf meemaakte. Dat kan wel. Het gebeurt ook nog wel. Ook in onze tijd. Dat mensen een droom krijgen waarin Jezus aan ze verschijnt. Dat iemand genezen wordt van ziekte en daardoor tot geloof in Jezus komt. Maar dat bedoelt Paulus denk ik niet. In zijn tijd had je wel meer wonderdoeners en tovenaars die je met hun trucs wilden overtuigen van hun gelijk. Daar leende Paulus zich niet voor. Net zo min als met mooie woorden, wilde hij met succesverhalen mensen verleiden tot geloof.

Nee, net als bij Paulus, gaat het ten diepste bij ons ook nog. Het is God zelf, die ons met Zijn kracht, door Zijn Geest, de ogen moet openen voor de waarheid van het christelijk geloof. Paulus zegt zelfs: Het is logisch dat wij mensen dat geloof niet aan elkaar kunnen geven, al zijn we nog zo slim. God kun je alleen maar leren kennen, als Hij zichzelf openbaart. Dat wil zeggen: Als Hijzelf zich laat kennen, ons over Zichzelf vertelt. En dat is precies waarom met Pinksteren de heilige Geest is uitgestort op de gemeente: om mensen tot bekering te brengen, tot een omkeer van hun hart, van hun denken. Nog steeds, ook vandaag, ook in deze preek, werkt de heilige Geest, om ons dat rare verhaal van Jezus te vertellen, zó dat wij Hem geloven.

Vers 12: ‘En wij hebben niet ontvangen de geest van de wereld,  maar de Geest Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen die ons door God genadig geschonken zijn.’ Wij zijn ontvangers van dat verhaal uit de Bijbel, dat niemand van ons bedacht zou kunnen hebben, namelijk dat God ons zo grenzeloos liefheeft. Dat verhaal bewijst zichzelf, door de kracht van de heilige Geest. De eeuwen door. Ook voor mijzelf geldt: Ik geloof niet in God op grond van allerlei prachtige argumenten, omdat ik zo dom of slim ben, op grond van gewoonte of zomaar gevoel, maar omdat God mijzelf overtuigd heeft met Zijn heilige Geest van de waarheid van het evangelie. Hij heeft mijn ogen ervoor geopend dat Hij zoveel van mij houdt, dat Hij Zijn enige Zoon wilde laten sterven aan een vervloekt kruis, om mij eeuwig leven te geven. Ik kan niet anders meer, dan dat geloven.

Ok, denk je misschien. Dat klinkt best vaag. Het is natuurlijk ook maar ‘geloof’. Paulus moet blijkbaar niks hebben van slimheid, wijsheid of kennis. En blijkbaar moeten we het nog steeds hebben van iets vaags als een Geest die ons overtuigd. Daar moet je dan maar op wachten of zo?

Op één of andere manier hoor ik dat wel veel onder jongeren en ouderen. Zelfs mensen die al hun leven lang in de kerk zitten: ‘Ja, dominee, we hebben er geen bewijzen voor, uiteindelijk moet je er maar op vertrouwen, daarom heet het toch ook geloof.’ En als je dan niet kunt geloven? Ja, dan ligt dat in ieder geval niet aan jezelf, want God moet je dan toch op een bijzondere manier overtuigen? Daarom blijft bij velen, ook in de kerk, het geloof in God iets vaags, iets waar je maar op moet hopen dat het waar is.

Maar dat is denk ik niet de weg die Paulus wijst. Ja, hij sluit niet aan bij de wijsheid van de wereld, maar het gaat hem wel degelijk om wijsheid. Wijsheid van God. Dat wil zeggen: Kennis over God, die aan ons mensen is geopenbaard door de heilige Geest. Dat moet de bron zijn waaruit wij onze overtuiging putten. En de heilige Geest is geen ‘vage kracht’, waar je maar ‘op je gevoel af’ op moet vertrouwen. Nee, bij uitstek is de Bijbel het instrument wat de heilige Geest ons geeft om daarin Hem te leren kennen en door Hem overtuigd te worden. En overal waar de Bijbel opengaat, thuis in je slaapkamer, hier in de kerk, dáár krijgen wij kennis mee over God. De Bijbel is uiteindelijk niet een soort inspiratieboek, maar een boek waaruit je leert wie God is. Daarom is bijbelkennis zo machtig belangrijk, en hameren we daar ook op in de kerk. Je moet weten wat er in dit boek staat. Anders kun je niet eens geloven. Want waar geloof je dan in, op Wie vertrouw je dan? Je wilt toch niet zomaar iemand blind vertrouwen, die een vreemde voor je is.

Het mag bij ons niet bij een kinderachtig geloof blijven dat alleen gebaseerd is op een soort algemeen geloofsgevoel. Nee, zegt Paulus in vers 6: ‘En wij spreken wijsheid onder de geestelijk volwassenen,’  Daar gaat het uiteindelijk wel om in de kerk. Dat je ook met je verstand, met alle gaven die je daarvoor gekregen hebt, je inspant om God te leren kennen uit de Bijbel. De één kan meer en beter onthouden dan de ander, maar juist daarvoor hebben wij elkaar gekregen in de kerk, dat we elkaar daarin verder helpen.

Daarbij gáát het natuurlijk niet om kennis, alsof méér kennis ook wil zeggen dat je een betere gelovige bent. Nee, het gáát om de praktijk dat je Jezus volgt in heel je leven, daden, werk, maar dat kan niet zonder dat je weet wat Jezus van je vraagt, en dát gaat niet zonder dat je weet wie die Jezus eigenlijk ís. Het gaat niet om de kennis, maar zonder kennis van de Bijbel (die ten diepste kennis van God is!), kun je geen christen zijn. Geen volwassen christen, die opgewassen is tegen de tegenstand uit de wereld.

En het is alleen door de grondige kennis van het evangelie van Jezus Christus, dat de heilige Geest ook daadwerkelijk je leven zo vormen kan, je geloof kan laten groeien en je je angst, twijfel en onzekerheid kan laten overwinnen.

Want die komen er wel bij kijken. Dat kan niet anders. Omdat het geloof in God, zoals de Bijbel ons dat voorhoudt – Jezus Christus en die gekruisigd -, absoluut botst met het moderne wereldbeeld dat wij van alle kanten horen, dat van God, laat staan van Jezus Christus wil weten. Ten diepste gaat het niet om de vraag wie er slim of dom is, maar om de vraag: Naar wie wil je luisteren? Waar denk je wijs te kunnen worden? Hoe denk je gelukkig te worden? Door Hart van Nederland te kijken? Mee te deinen op de meningen op Facebook en Whatsapp? Of pak je liever je Bijbel? Ja, dat ligt minder lekker in het gehoor. Ja, dat is moeilijker te snappen dan het journaal. Maar mag geloven je dan geen moeite kosten?

Wat is wijsheid? Dat wil God je leren. Hij maakt zich aan je bekend. Door dat verhaal van Jezus Christus, die gekruisigd werd. Zó, dat je van Hem gaat houden. Omdat je onder de indruk raakt van Zijn macht en grootheid, maar bovenal van Zijn genade en liefde. Voor die liefde is niemand te slim of te dom.

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s