Bruggen bouwen naar Jezus

Preek over Handelingen 17:16-34

Paulus op de Areopagus – door Rafaël (1515)

Gemeente van Jezus Christus,

Stel, je hebt op school een hele mooie tekening gemaakt. Echt heel mooi. Zo dat de juf zegt: Die hangen we op in de gang. Dan kan iedereen hem zien! Ha, dat wil je wel. Dat iedereen jouw tekening ziet. Want je bent er best wel een beetje trots op. De volgende dag hangt je tekening er. Als je de school binnenloopt staat er een groepje andere kinderen te kijken. Je komt dichterbij, maar wacht… iemand van een andere klas heeft jouw naam doorgekrast en zijn eigen naam erop gezet. Hij gaat met de eer en de complimenten strijken van jouw tekening. Hoe zou je je dan voelen? [verdrietig, boos]. Daar kunnen we niet goed tegen. Het is oneerlijk. En dan ben je terecht boos!

Paulus is ook boos. En om dezelfde reden. Hij is op zendingsreis en komt aan in Athene. De hoofdstad van Griekenland. Een stad met een rijke politieke en militaire geschiedenis. Een stad waar kunst en filosofie al eeuwen bloeiden. Ook een stad met prachtige bouwwerken. Nog steeds kun je op reis naar Athene, om daar de overgebleven resten van marmeren gebouwen, standbeelden en tempels te zien. In Paulus’ tijd moet het echt ongelooflijk bijzonder zijn geweest…

Maar hij valt niet van de ene verbazing in de andere, maar van de ene ergernis in de andere.

Zo staat het in vers 16: ‘En terwijl Paulus in Athene op hen wachtte, raakte zijn geest in hem geprikkeld, want hij zag dat de stad vol afgodsbeelden stond.’ Hij loopt rond in een volop heidense stad. En dat doet wat met hem. Dat raakt hem. Een hele stad vol met mensen die afgoden dienen. Dat is verkeerd. Dat is fout!

Zeker als Jood is hij natuurlijk opgevoed met de Tien Geboden: ‘Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte,  uit het slavenhuis, geleid heeft. U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben. U zult voor uzelf geen beeld maken. U zult zich daarvoor niet neerbuigen, en die niet dienen.’ Want het is God immers die alles gemaakt heeft, en daarvoor de eer verdient, zoals degene die een mooie tekening heeft gemaakt, daarvoor geprezen wordt.

Hoe zit dat eigenlijk bij jou en u? Wij horen die Tien Geboden ook wekelijks. Nee, in Everdingen staan geen afgodsbeelden en tempels waaraan wij ons kunnen ergeren. Maar wat doet het met u dat veel van onze dorpsgenoten op zondagochtend lekker in hun bed blijven liggen in plaats van naar de kerk te komen om God te aanbidden? Wat doet het met je dat we in een land leven waar ieder zo zijn eigen geloof beleeft, hindoe, moslim, boeddhist, of van alles wat? En misschien zijn er nog wel meer mensen die zeggen: Van mij hoeft geloof helemaal niet.

Kun je je erover opwinden? Ja, er boos om worden? Dat je denkt: ‘Wat een belediging voor God is dat!’ Dat gaat ver.

We leven natuurlijk in een land met godsdienstvrijheid. Religie mag nooit onder dwang opgelegd worden. Maar op één of andere manier is dat ook tot in onze vezels doorgedrongen, dat ieder dus maar voor zichzelf moet weten of en hoe die geloofd. Ja, dat je je in feite niet mag bemoeien met buren die niet in Jezus geloven en ze daar maar vrij in moet laten. Zelf ben je blij met je geloof, en daar moet je een ander niet mee lastig vallen. Ik denk dat we zo wel geneigd zijn om te denken. Maar als we zo denken wordt het met evangelisatie en zending vanuit onze gemeente nooit wat.

Les 1 uit dit gedeelte: ‘Onze missie gaat alleen werken als wij ook vanbinnen kunnen koken om het ongeloof en bijgeloof van de mensen om ons heen, omdat het oneerlijk is tegen God.’ Ieder die niet gelooft, leeft immers in grove overtreding van het allergrootste gebod: God liefhebben boven alles. Hem alleen dienen met heel je hart, met heel je ziel, met heel je verstand en al je kracht! Omdat Hij alles en ons gemaakt heeft en daarvoor onze lof, eer en complimenten verdiend!

Dat is best schokkend om te bedenken, toch? Over het algemeen hoor ik veel geluiden als: Ook mensen die niet in Jezus geloven, proberen toch goed te leven en doen veel goede dingen? Dat wij toevallig geloven in Jezus, maakt ons niet tot betere mensen. Die mensen kunnen er ook niets aan doen dat ze niet in een christelijk gezin geboren zijn. Voordat je kritiek hebt op anderen, kijk eerst maar naar jezelf.

Geloof lijkt zo een beetje een hobby te worden van mensen die daar een goed gevoel bij hebben. Je hebt mensen die vinden het leuk om in de kerk tijdens het winterwerk leiding te geven aan kinderwerk of tienerclub, of deel te nemen aan een bijbelkring en zondags in de kerk te zitten. Moeten ze vooral doen. Iemand ander kiest ervoor om zijn tijd te investeren in familie of sport. Zolang we maar een beetje aardig zijn voor elkaar, is dat toch OK?

Nou, nee. Dan zou Paulus natuurlijk niet op zendingsreis gegaan zijn. Zoals overal start Paulus in de synagoge, bij zijn volksgenoten, maar verder praat hij eigenlijk met iedereen die hij op de markt tegenkomt. En al snel hebben de mensen door dat die Paulus iets te vertellen heeft. Ze snappen er niet veel van. Ze vinden hem maar een ‘praatjesmaker’. Maar ze hebben wel door dat Paulus verkondigt. Hij wil hen iets wijs maken. Over Jezus. Over de opstanding.

Waarom doet Paulus zoveel moeite? Omdat hij zich erover opwint dat al die mensen Jezus niet kennen en Hem niet dienen. En dat zou wel moeten. In zijn preek, even verderop, zegt hij het heel duidelijk (vers 24-27): ‘De God Die de wereld gemaakt heeft en alles wat daarin is, Deze, Die een Heere van de hemel en van de aarde is,  … maakte uit één bloed heel het menselijke geslacht om op heel de aardbodem te wonen;  … opdat zij de Heere zouden zoeken.’

God is de God van alle mensen, over alle mensen, en moet dan ook door alle mensen gezocht en gediend worden. Dat is de hele reden van ons bestaan. In God geloven is niet de hobby van enkelen die daar aardigheid in hebben. Nee, wij ontvangen ons leven, ons bestaan, onze adem uit Zijn hand. En dan verdiend die God het ook dat wij onze adem gebruiken om Hem daarvoor te danken, te loven en te prijzen: ‘Alles wat adem heeft, love de HEERE’.

Les 2 uit dit gedeelte: ‘Evangeliseren is niet: joh, wij hebben het zo gezellig in de kerk, dat is misschien ook wel wat voor jou als je toevallig tijd over hebt…’ Paulus verkondigt hen Jezus en de opstanding. Zó zit het, mensen! Jezus is onze God en Heer. In Hem vind je eeuwig leven. Hem alleen zullen wij dienen en loven. Het was Jezus laatste opdracht aan zijn discipelen: Gaat dan heen, verkondig het evangelie aan alle mensen!

Als iemand jouw naam onder een tekening doorkrast, dan laat je het daar niet bij zitten toch? Je vertelt het tegen de juf. En je hoopt dat die ervoor zorgt, dat jouw naam er weer onder komt te staan! Zo mogen we ook ons best doen dat iedereen om ons heen weet dat Gods naam onder de hele schepping staat, alles wat we zien.

Heeft u daar ook passie voor? Het gevoel: Ja, dat is ook míjn roeping! Want dat het is wel. Je eerste roeping is niet je gezin, niet je werk, niet je school of hobby, maar ín je gezin, ín je werk, op school en in je vrije tijd zó leven en praten dat je er Jezus Christus mee dient, zó dat je hem onder de aandacht brengt van iedereen in je omgeving.

Maak je daar vrienden mee? Nee, niet echt. Als Paulus zo op de markt in Athene loopt te preken, wordt hij opgepakt. Zo kun je vers 19 wel lezen: ‘En zij namen hem mee en brachten hem op de Areopagus, en zij zeiden: Mogen wij weten wat die nieuwe leer inhoudt waar u over spreekt?’ Dat was geen vriendelijke uitnodiging om eens iets meer te vertellen. De Areopagus was de hoogste rechtsbank van de stad. Paulus verstoorde de openbare orde met nieuwe en vreemde verhalen. En als ze in Athene ergens allergisch voor zijn dan is het voor gemorrel aan hun religie. Het waren verder hele ruimdenkende mensen. Lukas vertelt ook in vers 21 ‘Alle inwoners nu van Athene en de vreemdelingen die daar verbleven, besteedden hun tijd aan niets anders dan om wat nieuws te zeggen en te horen.’ Nieuwsgierig zijn ze wel. Maar Paulus boodschap is anders, niet vrijblijvend, schokkend.

Het gebeurde regelmatig dat er in Athene mensen ter dood gebracht werden, die het geloof in de Griekse goden ondermijnden, o.a. de befaamde filosoof Socrates had dat met de dood moeten bekopen. Paulus moet voor die raad, die heette naar de plek waar ze vergaderden, de Areopagus, lett. ‘de heuvel van Ares’, de oorlogsgod van de Grieken, verantwoording komen afleggen, vers 20: ‘ Want u laat ons enkele vreemde dingen horen; wij willen daarom weten wat die te betekenen hebben.’

Het is een terugkerend tafereel in het boek Handelingen: Petrus en Johannes worden gearresteerd door het Joodse Sanhedrin en moeten zich verdedigen. Stefanus wordt gearresteerd en zelfs gestenigd. Paulus wordt meermalen gearresteerd. Eerst in Filippi, waar hij een gegeseld wordt en een nacht in de cel beland. Hierna ook nog in Jeruzalem, waar hij zich moet verdedigen voor de stadhouders Felix en Festus en voor koning Agrippa en ten slotte aan het einde van boek Handelingen verschijnt Paulus zelfs voor de keizer van het Romeinse rijk. Hierin gaan ze dezelfde weg als Jezus, die voor het Sanhedrin en Pilatus werd geleid.

Het evangelie is explosief materiaal: Het gaat over een nieuw Koning over hemel en aarde, over alle mensen, Jezus Christus, gekruisigd en opgestaan uit de dood, die nu ter rechterhand van God zit en zal weerkomen om te oordelen de levenden en de doden. Daar zijn de aardse machthebbers, van Joodse raad, tot Romeinse keizer en Atheens rechtscollege op de Areopagus niet blij mee… op zijn zachts gezegd.

Je verwacht: Nu zal Paulus dan ook wel een donderpreek afsteken. Vanbinnen kookt hij toch al van boosheid over alle afgoderij in Athene. Maar… nee…

Heel bijzonder om te zien, toch: Paulus laat zich niet meeslepen door zijn ergernis, komt niet met een geheven vinger. Hij probeert aansluiting te vinden, bruggen te bouwen: ‘Mannen van Athene! Ik merk dat u in alle opzichten zeer godsdienstig bent.’

Dat kan blijkbaar. De 3e les voor ons uit dit gedeelte: Dat je heilig verontwaardigd bent over het feit dat andere goden gediend worden of God niet gediend wordt, wil nog niet zeggen dat je er dan maar op moet slaan. Paulus komt de mensen in Athene maximaal tegemoet. In zijn toespraak zegt hij: Zo verschillend zijn jullie en ik niet. We zijn allemaal schepselen van God. En op jullie manier proberen jullie God nog te dienen ook. Je hebt zelfs een altaar in de stad met  ‘Aan een onbekende God’ erop.

Zou dat ook in onze tijd niet kunnen? Dat je in gesprek met mensen over het geloof eerst zoekt naar de raakvlakken die je hebt?  Dat je mensen laat weten dat je helemaal niet slecht over hen denkt of denkt zelf beter te zijn. Dat je probeert in te haken bij wat mensen al weten over God? Dat doet Paulus hier ook. Heel uitgebreid gaat hij in op gedachten die leefden onder de Griekse filosofen. Ook zij beseften ergens wel dat een god natuurlijk niet in een tempeltje kon wonen of bestond uit goud, zilver of steen. God is geen maaksel van mensen, maar wij zijn juist door Hem gemaakt. Hij overstijgt ons. Wij hoeven niet voor hem te zorgen, maar hij zorgt voor ons.

Paulus kiest niet de weg van de confrontatie, van de ruzie en de boosheid, maar van gezamenlijkheid, gemeenschappelijk denken en voelen. Hoe kunt u dat toepassen? Door in gesprek allereerst te benoemen wat je waardeert in iemands geloof en levenshouding. ‘Ik zie dat je probeert echt goed en eerlijk te leven.’ ‘Ik zie dat je echt wat over hebt voor een ander.’ ‘Ik vind het fijn dat je openstaat voor een gesprek over God’.

‘Wat mooi, ook al kom je niet in een kerk, dat je toch bidt en in God gelooft’. ‘Zit het geloof in God niet ergens diep in ons allemaal? Niemand is toch ooit echt van God los?’

Geweldig als je dat kan zien. Dat God niet ver weg is, ook niet van mensen die niet naar de kerk gaan. Als christenen hebben we niet het alleen-recht op God. We mogen mensen helpen met zoeken, bruggen bouwen naar Christus. Met onze woorden en daden buren, collega’s, familie en vrienden uitnodigen om eens in de kerk te komen kijken.

Paulus komt maximaal zijn hoorders tegemoet. Maakt het zo begrijpelijk mogelijk. Sluit aan bij hun godsdienst. Bij hun filosofie. Maar… Hij doet geen water bij de wijn, vers 30-31:

‘God dan  verkondigt, met voorbijzien van de tijden van de onwetendheid, nu overal aan alle mensen dat zij zich moeten bekeren, en wel omdat Hij een dag vastgesteld heeft, waarop Hij de wereld rechtvaardig zal oordelen door een Man Die Hij daartoe aangesteld heeft. Daarvan heeft Hij aan allen het bewijs geleverd door Hem uit de doden te doen opstaan.’

In één zin noemt Paulus bekering en oordeel. Alles goed en wel, maar die afgodsbeelden en altaren waar Athene vol mee staat, dat blijft wel echt verkeerd. Daar is God niet van gediend. En dat moeten ze in Athene ook weten. Daar moeten ze zich van bekeren, want het moment gaat komen dat de wereld geoordeeld wordt door Jezus, de opgestane Heer. God neemt het hun niet kwalijk dat ze het voorheen niet wisten, zoiets klinkt door in dat zinnetje ‘met voorbijzien van de tijden van de onwetendheid’. Maar nu, zegt Paulus, nu verkondig ik Jezus, en moeten alle mensen zich bekeren.

Oei, denk je misschien. Is dat nu handig Paulus. Je had net de interesse van die mensen gewekt. Bruggen gebouwd. Aansluiting gezocht. Loop je niet te hard van stapel? Bekering. Oordeel. Van die harde woorden, daar knappen ze vast op af.

Ik moest denken aan hoe vroeger in het ziekenhuis ging. Toen werd er in principe tegen patiënten niet verteld dat ze doodziek waren van bijvoorbeeld kanker. Want men dacht: als je dat tegen mensen gaat zeggen, dan raken ze alleen maar moedeloos, wanhopig, in de stress, en dat willen we niet. De dokter hield daarom meestal voor zichzelf hoe erg je er aan toe was. Tegenwoordig is het gelukkig anders. Als je voor onderzoek bent geweest en de dokter heeft een tumor gevonden, levensbedreigend, dan stel je het op prijs als de dokter dat ook eerlijk tegen je zegt. Je wilt de waarheid weten. Daar heb je recht op.

Geldt dat ook niet voor het christelijk geloof? Wij vinden het moeilijk om mensen te vertellen dat ze zich moeten bekeren tot Jezus, omdat Hij degene is die ons en de wereld zal oordelen. Ik vind het zelf wel moeilijk. In gesprekken ben je toch geneigd de ander alle ruimte te geven. Wat zeg je terug als iemand zegt: ‘Ik ga niet naar de kerk, van mij hoeft dat niet, ik geloof in mezelf.’? Beste man, beste vrouw, je hebt recht op de waarheid! Je kunt Jezus niet zomaar aan de kant schuiven! Eenmaal zul je voor Hem verschijnen en moeten verantwoorden waarom je Hem niet gediend hebt.

Moeilijk hoor… om dat zo te zeggen, toch? Misschien helpt het dan om te bedenken: Diegene heeft recht om de waarheid te kennen, en: alleen de waarheid maakt vrij. Die waarheid van het evangelie is uiteindelijk niet hard, maar bevrijdend. Bekering tot Jezus is geen vervelende zaak, maar verlossende boodschap. Het evangelie is geen bittere pil, maar zoet als honing. Het gaat toch over Jezus die onze zonde en schuld heeft gedragen en verzoend aan het kruis. Die maakt dat een normale relatie tussen God en ons weer mogelijk is. Die zorgt dat we over de grenzen van leven en dood heen het Koninkrijk van God verwachten. Jezus Christus vult ons met hoop en liefde.

Dat is les 4 uit dit gedeelte: We moeten mensen vertellen over Jezus, en over het oordeel dat komt, over de noodzaak tot bekering. Hoe lastig we dat ook vinden. Maar de waarheid vertellen dat is wel zo eerlijk. En bevrijdend.

We zijn tijdens het winterwerk met dit thema van missionair gemeente-zijn bezig geweest. We noemden het ‘Samen op reis’, om aan te duiden dat we samen onderweg zijn, op zendingsreis: onderweg naar de grote toekomst van Jezus Christus, en op die weg proberen we zoveel mogelijk mensen mee te nemen. Te overtuigen om met ons te gaan.

Maar krijgen wij mensen mee? Als we ze al durven te vertellen dat ze zich moeten bekeren en Jezus als Heer over hun leven aanvaarden? Als je het slot van dit verhaal over Paulus in Athene leest, zou je er bijna moedeloos van worden (vers 32-33): ‘Toen zij nu over de opstanding van de doden hoorden, spotten sommigen daarmee. En anderen zeiden: Wij zullen u hierover nog wel eens horen. En zo is Paulus uit hun midden weggegaan.’

Als het Paulus, de grote Paulus, met zijn kennis en doordachte preek al niet lukte, wat moeten wij dan? Zodra Paulus het heeft over opstanding uit de doden, haken er velen af. Sommigen spotten. Anderen schuiven het voor zich uit: Kom later nog maar eens terug. Mislukt dus?

Toch niet: ‘Maar sommige mannen sloten zich bij hem aan en geloofden. Onder hen was ook Dionysius de Areopagiet, en een vrouw van wie de naam Damaris was, en anderen met hen.’ Nee, het is geen massale bekering van Athene, maar er gebeurt wel wat. Er zijn 2 bekeerlingen, nieuwe gelovigen, die met name genoemd worden: Dionysius, een lid van de Areapagus, hooggeplaatst. En Damaris, een vrouw. En: anderen met hen.

Kwam dat doordat Paulus het zo mooi kon zeggen? Nee, we geloven dat het de heilige Geest is die de waarheid van het evangelie tot ons door laat dringen. Híj zorgt ervoor dat de verkondiging van het christelijk geloof nooit zonder vrucht blijft. Het boek Handelingen is geen verhaal over hoe goed Petrus en Paulus waren in preken en evangeliseren, of over hoe geweldig goed die gemeenten van toen hun geloof uitdroegen. Dat kan zo zijn. Maar ten diepste is het boek Handelingen in de Bijbel opgenomen om ons te laten zien hoe God zelf, door de uitstorting van Zijn Geest, ervoor zorgt dat heel de wereld bereikt wordt met de boodschap van bekering en oordeel, van het geloof in Jezus Christus tot vergeving van zonden.

Zouden wij als gemeente daar vandaag ook niet op mogen vertrouwen? Dat diezelfde God, die heilige Geest ook onder ons werkte in het al het afgelopen winterwerk van clubs en kringen? Mogen we er ook niet op vertrouwen dat Hij werkt in ons dorp? Dat Hij onze woorden wil zegenen die wij spreken tot onze buren en bekenden. Dat Hij ook onze daden wil zegenen, waarmee wij iets van de liefde en het geloof in Jezus Christus uitstralen? Het is les 5 uit dit gedeelte: Zelfs al is het niet altijd spectaculair, er is altijd vrucht op de verkondiging van het evangelie. Dat mag ons hoop en moed geven om daadwerkelijk onze mond open te doen.

Tot slot. Wat hebben we geleerd van Paulus vanmorgen? Les 1: Gaat het je aan het hart, kan het je boos maken, dat er nog zoveel mensen zijn die Jezus Christus niet kennen of niet dienen? Omdat het oneerlijk is tegenover Hem, die zoveel voor ons over had? Les 2: Geloven in Jezus is niet toevallig onze hobby, want we weten: Alle mensen zijn Gods mensen, iedereen moet Hem dienen. Les 3: Dat betekent niet dat we vanuit ergernis onze medemensen iets opdringen, wel dat we proberen bruggen te bouwen naar Jezus, anderen helpen zoeken, de weg wijzen. Les 4: Vertel daarbij wel de hele waarheid. Probeer de ernst van bekering en oordeel niet weg te moffelen. We willen toch juist dat mensen tot bekering komen? Bij Jezus vergeving, verlossing en bevrijding vinden? Les 5: Heeft het zin om ons voor dit alles in te spannen? Jazeker, ook vandaag, ook in Everdingen, werkt Gods Geest en gebruikt ons allemaal, jong en oud, om het evangelie te zaaien. Hij zorgt voor de vrucht. Misschien niet gelijk in tientallen of honderden, maar vrucht zal er zijn.

Amen

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s