Moeilijke vraag (2): ‘Stuurt God goede mensen naar de hel?’

Jheronimus Bosch - Visioen van de hel

Jheronimus Bosch – Visioen van de hel

Bijbelstudie/preek in een leerdienst over ‘de hel’.

Schriftlezing: Mattheus 22,1-15

Gemeente van Jezus Christus,

1. Bestaat de hel wel?

Sommige mensen denken dat het met de hel zó zit: ‘God geef ons hier op aarde tijd, maar als we aan het einde van ons leven nog niet in Jezus geloven, gooit hij onze ziel voor alle eeuwigheid in de hel. De arme zielen roepen nog om genade, maar God zegt: ‘Je hebt je kans gehad! Nu zul je lijden!”[1]

Dat is verschrikkelijk. En het is een karikatuur. Zo simpel is het niet. Zo gaat God niet met mensen om. Als we het hebben over wat er na het sterven met ons gebeurt, moeten we  in alle nuchterheid zeggen: Geen mens weet het precies. Alles wat we ervan weten, weten uit Gods openbaring aan ons, wat Hij erover aan ons kwijt wil.

Vanavond moeten we daarom dicht bij de Bijbel blijven. En dan is de opvallende eerste vraag die we ons stellen: Bestaat de hel eigenlijk wel? Want als je het eerste deel van de Bijbel leest, het Oude Testament, veruit het dikste stuk, dan kom je daarin geen hel tegen. Geen hemel ook trouwens. Tenminste, wel als de plek waar God woont, maar niet als plek waar mensen na hun dood heengaan. In Israël dacht men, net als in het hele oude oosten, dat de mens na zijn sterven als een soort schim of geest afdaalt in de onderwereld, de sje’ol, ook wel ‘het dodenrijk’ genoemd.

Kijk maar wat Jakob zegt in Genesis als hem verteld wordt dat Jozef dood is:

Al zijn zonen en al zijn dochters stonden op om hem te troosten, maar hij weigerde zich te laten troosten en zei: Voorzeker, ik zal treurend naar mijn zoon in het graf afdalen. (Gen 37:35)

‘Graf’ is hier dat woord sje’ol. Men geloofde dat het een plaats onder het aardoppervlak was. Dat blijkt ook wel uit het verhaal dat Korach, Dathan en Abiram opgeslokt worden door de aarde, nadat zij in opstand zijn gekomen tegen Mozes en Aäron:

En zij daalden levend af naar het graf, zij en alles wat van hen was. En de aarde overdekte hen, en zij waren verdwenen uit het midden van de gemeente. (Num 16:33)

Dat klinkt voor ons heel sinister, ‘afdalen in het graf/dodenrijk’, maar daar ging ieder mens heen dacht men, rechtvaardig of onrechtvaardig. Het was geen straf. Eerder een plek van rust, stilte en duisternis, getuige opmerkingen in teksten als:

Samuel zei tegen Saul: Waarom hebt u mijn rust verstoord door mij op te roepen? (1 Sam 28:16)

Laat de goddelozen beschaamd worden, laat hen zwijgen in het graf. (Ps 31:18)

Als ik wacht, zal het graf mijn huis zijn; in de duisternis zal ik mijn bed spreiden. (Job 17:13)

Ook de geest van Samuël is blijkens dat verhaal in het dodenrijk. Hij wordt opgeroepen door de tovenares van Endor om een wanhopige Saul te adviseren als de oorlog tegen de Filistijnen rampzalig verloopt. Er is veel over gediscussieerd of het nu echt de geest van Samuël was die verscheen of een truc van de duivel, maar dat doet nu even niet ter zake: In die tijd geloofde men dat het zo was. De doden waren dood, en je moest hen daarom laten rusten. Men geloofde dus niet in een leven ná de dood. Het bestaan in het dodenrijk kun je geen ‘leven’ noemen.

In een paar teksten uit het Oude Testament, die horen bij de jongste, laatst geschrevene, klinkt wel het geloof door dat de macht van God zó groot is, dat het dodenrijk, de onderwereld niet buiten zijn bereik ligt. In principe is God daar niet, maar Hij kan er wel bij:

Al steeg ik op naar de hemel, U bent daar; of legde ik mij neer in de hel, zie, U bent daar. (Ps 139:8)

Uw doden zullen leven – ook mijn dood lichaam – zij zullen opstaan. (Jes 26:19)

En velen van hen die slapen in het stof van de aarde, zullen ontwaken, sommigen tot eeuwig leven, anderen tot smaad, tot eeuwig afgrijzen. (Dan 12:2)

Die laatste twee uit Jesaja en Daniël zijn de enige twee teksten die iets laten zien van de toekomst dat God mensen kan opwekken uit de dood. Ook hier gaat het echter niet over hemel of hel.

Waarom is het belangrijk het Oude Testament zo eens met elkaar na te pluizen op wat er met ons gebeurt na ons sterven? Ik denk: Hemel en hel horen dus niet bij de ‘kern-informatie’ die God ons wil geven over Hem en ons. Als je het Oude Testament leest, is het genoeg te weten dat we nú, in ons aardse leven, horen te leven in gehoorzaamheid aan en liefde tot God. Als God het nodig had gevonden mensen te waarschuwen voor de hel, dan had Hij het wel eerder geopenbaard. Dan hadden we er wel meer over kunnen lezen.

‘Maar, denkt u misschien, we hebben toch ook het Nieuwe Testament? Dáár gaat het toch wel over de hel?’ Nou nee, ook het Nieuwe Testament kent geen woord voor hel. Het dichtst bij onze term hel komt het Griekse woord gehenna. Dit is letterlijk het ‘dal van Hinnom’, een vallei ten zuiden van Jeruzalem, de ‘vuilnisbelt’ buiten de stad, waar afval verbrand werd. En waar in een ver verleden kinderen geofferd werden aan de vuurgod Moloch (2 Kron 28:3). Een plek van vuur en duisternis. Dat beeld gebruikt Jezus:

Als uw oog u doet struikelen, ruk het uit en werp het van u. Het is beter voor u met één oog tot het leven in te gaan, dan met twee ogen in het helse vuur [gehenna] geworpen te worden. (Mat 18:9)

Toen zei de koning tegen de dienaars: Bind hem aan handen en voeten, neem hem mee en werp hem uit in de buitenste duisternis; daar zal gejammer zijn en tandengeknars. (Mat 22:13)

In de tijd van Jezus was men gaan geloven dat het met de dood toch niet helemaal ophoudt met ons mensen. Daar sluit Jezus bij aan door te spreken in beelden. In de Middeleeuwen heeft men dat wel heel letterlijk opgevat. Jeroen Bosch heeft vreselijke schilderijen gemaakt over hoe de hel er uit zou zien. Duiveltjes die mensen martelen in het vuur. Maar ik denk niet dat Jezus in deze teksten informatie geeft over het hiernamaals, maar beelden gebruikt uit de eigen omgeving van mensen als ‘schrikeffect’.

Toch kunnen we er niet omheen: Jezus waarschuwt dan toch maar wel… Zonder het vuur enz. heel letterlijk te nemen, gaat het toch over ‘buiten staan’, dat wil zeggen: niet meer delen in de aanwezigheid van God en al Zijn goede gaven.

2. Hebben we echt een God die eeuwig straft?

Geloof in een leven na dit leven heeft zich geleidelijk ontwikkeld zien we dus in de Bijbel. Er wordt geen afgeronde ‘leer van de hel’ gegeven, geen heldere uiteenzetting met informatie over hoe het er na de dood uitziet. Ook over de hemel wordt trouwens vooral gesproken in beelden. De hemel is toch vooral: Daar waar God is. En de andere optie: Daar waar God niet is.

Voorop in de Bijbel staat dan ook niet de eeuwige bestemming (hemel of hel), maar veel meer het Laatste Oordeel:

Ik bezweer u, ten overstaan van God en de Heere Jezus Christus, Die levenden en doden zal oordelen bij Zijn verschijning en in Zijn Koninkrijk… (2 Tim 4:1)

Eigenlijk is dat het laatste wat over ons mensen onomstotelijk gezegd wordt: We komen niet weg met onze slechte daden. Zelfs niet als we gestorven zijn. Bij de opstanding der doden, zullen we verantwoording moeten afleggen over ons leven tegenover Jezus Christus. Dat is de kern, die we als christenen moeten onthouden: We geloven niet in de hel, maar wel in het laatste oordeel. Want het kan niet zo zijn dat kwaad ongestraft blijft en goedheid onbeloond. Beulen die hier op aarde met hun misdaden wegkomen, kunnen Hem niet ontlopen. Slachtoffers, onschuldigen, rechtvaardigen die hier op aarde hebben moeten lijden, zullen compensatie ontvangen, genoegdoening. Wat hier scheef zit, zal recht gezet moeten worden. Want zo is God. Hij is een God van recht en gerechtigheid.

Dat God straft en recht zet, dat gaat er bij ons wel in, denk ik. Dat komt overeen met ons rechtsgevoel. Hitler, Stalin, Assad, kindermisbruikers, drugsbaronnen, die moeten flink gestraft worden. Soms zeggen we zelfs: ‘Die kan voor mijn part naar de hel lopen’. Lastiger te begrijpen is voor ons: Dat oordeel van God is definitief, wat de Bijbel noemt: eeuwig. Kan iemand zóveel slechts hebben gedaan dat hij of zij daar eeuwig voor gestraft moet worden? Dat is wel heel lang… Toch zegt Jezus het zelf duidelijk als Hij vertelt over hoe Hijzelf het laatste oordeel zal voltrekken:

En dezen zullen gaan in de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven. (Mat 25:46)

Daar staat het toch maar: Eeuwige straf. Is dat niet wreed van God? Gooit Hij werkelijk mensen voor eeuwig in de hel? God houdt toch van mensen? Hij wil toch niet dat ook maar iemand verloren gaat? Mensen zijn toch waardevol?

Hier komen we inderdaad op een moeilijk punt. Iets wat er bij ons niet zo gemakkelijk in gaat. Als we nadenken over de hel, komen er automatisch vragen boven naar wie God eigenlijk is, en naar de waarde van ons als mensen. De cultuur waarin wij leven vandaag de dag, de tijdgeest zegt ons: ‘Elk mens is uniek, elk mens is waardevol, dat is het hoogste goed. En God, God wil ons tot onze bestemming brengen, is genadig, liefdevol, accepteert iedereen zoals die is.’ Dat klinkt ons als muziek in de oren. Maar dat is niet zoals de Bijbel het ons vertelt. Als je de Bijbel leest, dan is God niet alleen maar lief, en de mens niet alleen maar waardevol. Heel vroeg al in de Bijbel wordt verteld over God die in één grote vloed alle mensen ter wereld verdrinkt:

En de HEERE zei: Ik zal de mens, die Ik geschapen heb, van de aardbodem verdelgen, van de mens tot het vee, tot de kruipende dieren en tot de vogels in de lucht toe, want Ik heb er berouw over dat Ik hen gemaakt heb. (Gen 6:7)

Is dat wreed van God? Alle mensen verdelgen. Momenteel is de film Noah in de bioscoop waarin dit verhaal over de zondvloed en Noach verteld wordt. In veel kinderbijbels is het een zonnig verhaal met een regenboog en zo. Maar wat er werkelijk gebeurt, is verschrikkelijk: God doodt alle mensen en dieren om het kwaad, de slechtheid, die Hij ziet. Hoewel God belooft dat Hij dit niet wéér zó zal doen, is het wel hoe God is en oordeelt. Daaruit blijkt: We hebben een God die ons geschapen heeft, die het beste met ons voor heeft. Maar als mensen zich van Hem afwenden, hun eigen zin doen, dan houdt het voor Hem ook een keer op met ons. God is geduldig, maar niet eindeloos. Wij kunnen de liefde van God zo tarten, dat alleen Zijn toorn overblijft. De mens, jij en ik, kunnen ons ‘recht op leven’, onze ‘waarde’, totaal verspelen. Dat is ernstig. Dat is de ernst van wat de Bijbel ons vertelt.

3. En al die mensen die niet in Jezus geloven dan?

‘Maar dan moet je wel iets heel slechts doen. Iets afgrijselijks.’ denken we dan. Ja, inderdaad. Maar de Bijbel spreekt dan niet in de eerste plaats over moreel kwaad, over misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdadigers, criminellen. Er is iets wat God nog erger vindt:

Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem. (Joh 3:36)

Over de hel wordt altijd gesproken als waarschuwing voor hen die Jezus en zijn evangelie, zijn onderwijs en boodschap bewust afwijzen. En dat komt omdat wij, doordat wij allen als mensen delen in de zonde en gebrokenheid van deze wereld, en daar met z’n allen samen verantwoordelijkheid voor dragen, ons ‘recht op leven’ allang verspeeld hebben. De mensheid heeft in Adam, en in ons allen, ervoor gekozen zónder God te leven. In Jezus’ doet God ons nog éénmaal het aanbod om het weer goed te maken, om onze zonden te verzoenen, de weg naar het leven te gaan. Maar dat is wel Zijn laatste bod. Wijs je dat af, dan houdt het op voor je. Dan trekt God zijn hand van je af. En dat is de hel. Dan moet je het echt zonder God doen. Dat is de waarschuwing die Jezus zelf geeft aan ieder die Hem welbewust afwijst.

Daar zit voor ons gevoel tegelijk ook wel een moeilijkheid: Want wie wijst Jezus eigenlijk welbewust af? Waren dat alleen de Joden in Jezus’ eigen tijd door wie Hij werd gekruisigd? Farizeeën en schriftgeleerden die de wet van Mozes drommels goed kenden? Of kan dat vandaag de dag ook nog?

Ook dan moeten we misschien niet denken aan mensen in onze omgeving, die vaag wel eens van Jezus hebben gehoord, maar nooit wisten hoe het zat. Of aan mensen die afgehaakt zijn van de kerk en van Jezus, omdat mensen hen de kerk uitgejaagd hebben, omdat het er in de kerk allesbehalve christelijk aan toeging. Die mensen zijn niet afgeknapt op Jezus, maar op het wangedrag van zijn volgelingen… En dan zijn de miljarden mensen op deze wereld die geleefd hebben zonder ooit over Jezus gehoord te hebben nog buiten beeld. Misschien moeten we het dan allereerst betrekken op onszelf, brave gelovigen, als we de Bijbel en Jezus heel goed kennen, de uitnodiging week op week horen, maar het daadwerkelijk volgen en gehoorzamen van Jezus voor ons uitschuiven…

De Bijbel zegt niet dat de hel is voor ‘de anderen’, maar dat het een waarschuwing is voor onszelf om God echt wel serieus te nemen, zijn aanbod van genade in Jezus Christus serieus te nemen.

Kunnen we dan niets zeggen over mensen die er nooit van Jezus gehoord hebben, of door allerlei gebeurtenissen het niet kónden geloven? Hoe beoordeelt God hen? Toch wel eerlijk? Ik vind het mooi wat Paulus daarover zegt:

Maar in overeenstemming met uw hardheid en uw onbekeerlijke hart hoopt u voor uzelf toorn op tegen de dag van de toorn en van de openbaring van het rechtvaardig oordeel van God, Die ieder vergelden zal naar zijn werken, namelijk hun die met volharding het goede doen en heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken: het eeuwige leven. Hun echter die twistziek zijn en ongehoorzaam aan de waarheid, maar gehoorzaam aan de ongerechtigheid, zal gramschap en toorn vergolden worden. […] Want zij die zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan, en zij die onder de wet gezondigd hebben, zullen door de wet geoordeeld worden. (Rom 2:5-8.12)

We worden volgens Paulus dus niet veroordeeld om iets dat we niet wisten of konden weten. Heel eenvoudig zegt hij: God vergeldt ieder naar zijn werken: hun die met volharding het goede doen en heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken: het eeuwige leven. Dat is heel ruim. Natuurlijk gaat dat niet buiten Jezus om. Die ruimheid is juist aan Hem te danken. Want op ons blijft altijd van alles af te dingen. De lat ligt bij God dus niet hoog.

De vraag blijft wel wie van zichzelf echt kan zeggen in zijn leven het goede gedaan te hebben, heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid gezocht te hebben. We kunnen niet zomaar op grond van deze tekst zeggen: O, maar dan komen de meeste mensen gelukkig niet in de hel. Als God ons, mij, op mijn werken gaat beoordelen, dan vraag ik mezelf oprecht af, of ik het zou halen… Paulus zegt: Want zij die zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan en niet: ‘zonder wet gered worden’.

Toch geeft Jezus ongelooflijk veel ruimte aan buitenstaanders, zij van wie wij zouden denken dat ze nooit in de hemel zouden mogen of kunnen komen. Bijvoorbeeld in zijn gelijkenis over de grote maaltijd:

Toen werd de heer des huizes boos en zei tegen zijn slaaf: Ga er snel op uit naar de straten en stegen van de stad en breng de armen en verminkten en kreupelen en blinden hier binnen. En de slaaf zei: Heer, het is gebeurd, zoals u bevolen hebt en nog is er plaats. En de heer zei tegen de slaaf: Ga eropuit naar de landwegen en heggen en dwing hen binnen te komen, opdat mijn huis vol wordt. (Luk 14:21-23)

Zij die genodigd waren, laten uiteindelijk verstek gaan. Maar voor hen, de armen, de verdrukten, de zwervers, en zieken, voor hen staat de deur open. Zij worden zelfs gedwongen om binnen te gaan. Niet op grond van persoonlijk geloof worden ze gered, maar gewoonweg omdat God ze erbij wil hebben en niet buiten wil laten. Daarin geeft Jezus ongelooflijk veel ruimte en hoop voor hele volksstammen armen, vreemdelingen en verdrukten.

Jezus Christus is de Rechter bij het oordeel, Hij kiest en kijkt totaal anders dan wij! Hij verwerpt die Hem verwerpt. Maar is vol genade en ontferming voor wie hier op aarde verworpen waren. Elke menselijke maatstaf om te beslissen of iemand hemel of hel verdient, schiet dan schromelijk tekort. God geeft ons geen algemene regel, geen afgerond systeem. Jezus voltrekt dat oordeel over iemands leven, daar hebben wij niets over te zeggen. En als we er iets over zeggen, dan zitten we er waarschijnlijk eerder naast, dan dat we het goed zien.

4. Moet je dan mensen nog vertellen over de hel?

Moeten we de mensen om ons heen dan nog vertellen over de hel? Waarschuwen voor de hel? Is dat in het verleden niet te veel gedaan? Waardoor mensen eerder bang werden voor God, dan dat ze van God gingen houden! Misschien is dat bij u ook wel zo. Spreken over de hel. Deze preek. Worden we daar niet heel somber van. Krijgen we niet een heel zwart Godsbeeld. Komt er op ons leven niet een enorme beklemming als aan de horizon een eeuwige straf dreigt?

Lees eens mee wat Paulus daarover schrijft:

Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat ieder vergelding ontvangt voor wat hij door middel van zijn lichaam gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad. Nu wij dus deze vrees voor de Heere kennen, bewegen wij de mensen tot het geloof; (2 Kor 5:10-11)

Hier valt op dat Paulus niet zozeer bang is voor de hel, als wel nu wij dus deze vrees voor de Heere kennen.

Het is het oordeel, het verschijnen voor Christus zelf dat hem angst in boezemt. Het moment dat je leven voor Hem opengelegd wordt. Dat alles aan het licht komt. Tegelijk valt op: Paulus maakt mensen daar niet bang mee. Nee, dat is gewoonweg een feit voor hem. Wat Paulus juist doet is: mensen bewegen tot het geloof. Hij vertelt over dat oordeel, juist om mensen tot geloof en bekering te brengen. Als je weet dat je straks voor Christus zult verschijnen, kun je het nu maar vast goed maken met Hem!

Er is veel ruimte bij God, veel genade, veel geduld, veel liefde. Maar als het er om gaat dat we op onze daden beoordeeld worden, zou ikzelf het daar niet op aan willen laten komen. En ik raad iedereen aan het daar niet op aan te laten komen! Zoek nu al je toevlucht tot Jezus Christus en je angst voor de hel en de dood verdwijnt als sneeuw voor de zon. Het is dezelfde Paulus die bijna kan zingen:

De dood is verslonden tot overwinning. Dood, waar is uw prikkel? Graf, waar is uw overwinning? De prikkel nu van de dood is de zonde, en de kracht van de zonde is de wet. Maar God zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus. (1 Kor 15:54-57)

Dus moeten we mensen vertellen over de hel? Ja, als dat ze brengt bij Jezus Christus. In een gesprek moet je dat proberen af te tasten: Het is confronterend. Het kan mensen ook afschrikken, in hun vooroordelen bevestigen. En toch. Het is de ernst van het evangelie, dat gaat nu eenmaal niet over zweetvoeten. Mensen over de hel en het oordeel vertellen, is de mensen vertellen over de Rechter in dat oordeel, Jezus Christus. En dat ze de confrontatie niet uit moeten stellen tot dat laatste oordeel, maar vandaag nog op hun knieën voor Hem gaan en Hem erkennen als Heer en Redder. ‘Nu jaagt de dood geen angst meer aan, want alles, alles is voldaan.’ En dat gunnen we iedereen.

5. Je kunt maar beter eerlijk zijn…

Je kunt dus maar beter eerlijk zijn.

Allereerst naar jezelf toe. Zo met elkaar hier vanavond nadenken over de hel, dat is niet alleen confronterend naar anderen toe, naar buitenkerkelijken, het is misschien nog wel het meest confronterend voor onszelf. Geloof ik dat nou, wat in de Bijbel staat? Over een laatste oordeel. Over een eeuwige straf. Over mensen die werkelijk verloren kunnen gaan. En als ik dat geloof… wat zegt dat mij? Wat betekent dat voor hoe ikzelf leef, wat mijn prioriteiten zijn? Zou ik dan niet proberen zeker te weten dat het tussen Jezus en mij goed zit? Dat ik Hem volg en gehoorzaam? Dat lijkt me dan toch wel de hoogste prioriteit te hebben, hoger dan of ik een beetje een plezierig leventje heb…

Je kunt maar beter eerlijk zijn.

Eerlijk ook zeker naar je naaste. Als jij werkelijk gelooft dat íeder zich voor Jezus Christus zal moeten verantwoorden met het risico op eeuwige verlorenheid, moet je buurman of collega dat dan niet weten? Als je ’s nachts wakker wordt, een brandlucht ruikt, uit het raam kijkt en het huis van de buren staat in de fik. Kruip je dan weer opgelucht in bed: ‘Gelukkig het is niet mijn huis’? Zouden de buren het niet op prijs stellen als je ze komt waarschuwen? Dat is misschien niet helemaal te vergelijken. De buren zijn waarschijnlijk niet zo blij als je ze komt vertellen over de hel, maar u begrijpt wat ik bedoel. Je gaat wel anders kijken naar je buren, collega’s, vrienden, die nog niet ‘veilig in Jezus’ armen’ zijn. Anders bidden. Bewogen. Betrokken.

Je kunt maar beter eerlijk zijn.

Eerlijk ook tegen God. In onze cultuur gaat het er bij ons niet in dat sommige mensen werkelijk verloren gaan. Dat een mens al zijn waarde kan verliezen. Dat kan heel dichtbij komen als het gaat over onze geliefden. Onze familie, vrienden, bekenden. Dat kost ons moeite. Over de hel kun je niet nuchter doen. Dat kun je niet gemakkelijk slikken. Dat brengt de nodige worsteling met zich mee, bovenal om God vast te houden. Zeg het maar gewoon in gebed: ‘Heere, ik begrijp het niet. Ik begrijp U niet! Maar léér mij begrijpen. Léér mij U kennen.’ Het is dan geen oplossing om bepaalde Bijbelteksten te schrappen uit de Bijbel. Dat is niet eerlijk. Ga God en Zijn Woord niet uit de weg, maar zoek Hem op. Want God wil niet dat enig mens verloren gaat, maar dat ieder gered wordt.

Amen

 

[1]Vrij naar: Keller, In Alle Redelijkheid: Christelijk Geloof Voor Welwillende Sceptici, 92.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s