Moeilijke vraag (3): ‘Geloof je dat nog?’

Preek uit leerdienst te Everdingen.

Caravaggio: De ongelovige Thomas

Gemeente van Jezus Christus,

1. Dat geloof je toch niet?

We zitten in de periode van de grote christelijke feesten: Pasen hebben we achter de rug. Aanstaande donderdag Hemelvaartsdag. Zondag over een week: Pinksteren. De Bijbel vertelt ons best veel wonderlijke verhalen. Over Noach in de ark. Over een zee die in twee splijt. Over muren die zomaar omvallen. Over engelen die verschijnen. Over Jona in een vis. Maar de wonderlijkste verhalen zijn toch wel die in de kern van ons geloof. De verhalen over Jezus. Met Pasen gedenken we dat Jezus, die dood was, weer leeft! En op de Hemelvaartsdag is Jezus tegen de zwaartekracht in opgestegen naar de hemel.

Je hoort best wel eens mensen zeggen: ‘Dat geloof je toch niet?’ Maar wij geloven het wel. Over Jona in de vis zou je nog kunnen zeggen: ‘Ach, dat is misschien anders geweest. Een legende.’ Jona zit niet in de kern van ons geloof. Maar Jezus wel. Wat er met Jezus gebeurde, kunnen we niet zomaar wegstrepen. Daar houden we ons aan vast!

Maar, denk je soms, kan dat tegenwoordig nog? Maken we onszelf als christenen niet een beetje belachelijk door in zulke dingen te geloven? Kijk om je heen in de wereld! Zie je ergens deze dingen gebeuren? Dat kan toch helemaal niet. Iemand die opstaat uit de dood… Vraag het een dokter of specialist, en ze zullen zeggen: Nee, dat is onmogelijk. Iemand die opvaart naar de hemel, vraag het een natuurkundige, een sterrenkundige, en ze zullen zeggen: Onmogelijk.

Er zijn aardig wat mensen die daarom tegenwoordig het christelijk geloof, en sowieso alle religie, vaarwel zeggen. In het verleden, zo zeggen ze, hadden mensen God nodig om de wereld te verklaren. De geboorte van kinderen. De afwisseling van seizoenen. Zon, maan en sterren. Ziekten. Allemaal dingen die men niet kon verklaren, behalve door ze toe te schrijven aan de goden. Alles wat onze pet te boven gaat, kreeg een religieuze glans in primitieve samenlevingen.

Maar dat is toch allemaal achterhaald. De wetenschap heeft voor al deze dingen verklaringen gevonden. Dat heeft allemaal niets met de goden te maken. Kinderen worden geboren uit eicel en zaadcel van man en vrouw, een gewoon biologisch proces. Seizoenen zijn er door de stand van de aarde die om de zon draait. Zon, maan en sterren, zijn geen lampen aan de lucht of zelf goden, maar hemellichamen, die hun rondjes draaien, precies na te rekenen met de wetten van de natuurkunde. En je wordt niet ziek van een boze geest, of omdat je vergeten bent te bidden of offeren, maar door een virus of bacterie.

Richard Dawkins, een Engelse atheïst die de afgelopen jaren veel boeken schreef, zegt daarom: ‘Hoe intelligenter, rationeler en wetenschappelijker je bent, hoe minder je in God zult kunnen geloven.’ Dat is nogal wat. In feite zegt hij: ‘Geloven in God dat is iets voor domme, ouderwetse mensen.’ Dat raakt ons als gelovigen. Dat wij zo weggezet worden. Maar erger: De afgelopen eeuw lijkt zijn gelijk aan te tonen. Want het is inderdaad zo dat in West-Europa, waar de wetenschap en techniek groeit en bloeit, de kerken leeg lopen. Hier in Everdingen merken we dat niet zo, maar in de grote steden zijn al heel wat kerkgebouwen gesloten, gesloopt of omgebouwd tot appartementen of poppodium (cf. Paradiso).

We noemen dat met een moeilijk woord ‘secularisatie’: de theorie dat religies/kerken langzamerhand zullen verdwijnen, omdat we God niet meer nodig hebben. Ik zei bewust: Dawkins lijkt gelijk te hebben. Maar is dat ook zo? Kan geloven tegenwoordig niet meer? Wat moet je zeggen als dat voor je voeten geworpen wordt? Moet je er maar het zwijgen toe doen in zo’n gesprek?

2. Het christelijk geloof is echt vreemd.

Nee. Allereerst moeten we ervan doordrongen zijn dat het niet aan onze tijd ligt dat het moeilijk is te geloven wat de Bijbel ons allemaal vertelt. Dat zou suggereren dat het voor de mensen in tijd van de Bijbel, domme mensen van 2000 jaar terug, allemaal heel gemakkelijk was. Niet gehinderd door enige kennis en wetenschap ging het er bij hen allemaal in als koek. Maar dat klopt helemaal niet. Ook in de verhalen over opstanding van Jezus uit de dood horen we van ongeloof, van twijfel.

Als Jezus verschijnt aan zijn discipelen, schrijft Mattheus: ‘En zij aanbaden hem, maar sommigen twijfelden.’ En herkennen we ons niet in Thomas, die zei: ‘Als ik niet zie de littekens in zijn handen en mijn hand steek in zijn zij, dan zal ik niet geloven.’ En precies over die opstanding van Jezus uit de doden, en de belofte dat ook wij uit de dood zullen opstaan, ontstaat grote verwarring en discussie in de gemeente van Korinthe. Paulus moet er in een brief uitgebreid over schrijven om het te verdedigen, de nodige ooggetuigen aanvoeren.

Die tegenstelling: Vroeger waren de mensen dommer en geloofden ze dat gewoon allemaal, maar tegenwoordig met onze wetenschap en kennis kunnen we dat niet meer. Die tegenstelling klopt dus helemaal niet…

Al brengt dat ons misschien niet direct verder. Het laat immers alleen maar zien dat het christelijk geloof inderdaad een beetje een raar verhaal is.

Niet alleen nu, maar ook toen al. Het kan geen kwaad als wij dat als christenen ook echt voelen en beseffen. Dat is het tweede. Als voor ons de opstanding van Jezus net zo’n feit is, als ‘het gras is groen’, dan gaat er iets mis. Dat heeft niet alleen te maken met het wonderlijke van de Bijbelverhalen, maar vooral met het vreemde: Wat Jezus ons van God laat zien is heel anders dan wij mensen denken. Paulus schrijft dat in zijn tijd het geloof in een Gekruisigde voor Joden een struikelblok is en voor de Grieken een dwaasheid. Het past niet in hun plaatje van wie God is. Het is tegendraads. De omgekeerde wereld. ‘Als er een God is, dan is die groot en verheven, die woont in de hemel, die straft het kwaad en beloont het goede.’ Maar in Jezus hebben we een God die nederig is en dient, die mens wordt zoals wij, die zonden vergeeft en zelfs sterft om genadig te kunnen zijn.

De christelijke heilsfeiten zijn niet alleen ongeloofwaardig omdat het wonderen zijn, maar vooral toch ook omdat de inhoud van die feiten al onze denkbeelden over God, goedheid, genade en liefde doorkruisen.

Dus allereerst is ongeloof niet alleen iets van vandaag de dag. Ten tweede is het best goed als wij ook beseffen dat we een vreemd geloof hebben. Want dat laat ons, ten derde, ook heel dichtbij moderne mensen staan die niet kunnen geloven. Dat heeft een hele pastorale kant. Wij zijn ook zelf geen gelovigen voor wie geloven altijd halleluja is. Het geloof in God bestaat niet uit hapklare brokken. Als mensen om ons heen zich afvragen waar die God van ons dan is, waarom Hij zo weinig van zich laat zien, dan kunnen we naast hen gaan staan en zeggen: Weet je, dat is ook een vraag die in mijn hart echoot. En in de psalmen van 3000 jaar geleden, die wij in de kerk nog steeds zingen, horen we dat al terug. Ervaringen van Gods afwezigheid en zwijgen zijn al zo oud als de mensheid.

Wees daar open over. Dat geeft ruimte. Dan krijg je geen discussie waarin je tegenover elkaar staat, maar dan voel je: Dit zijn vragen waar elk mens mee te worstelen heeft. Voor niemand gaat geloven vanzelf.

3. Toch er is genoeg vóór te zeggen!

Maar… blijft het daarbij? Dat wij onze schouders ophalen en zeggen: ‘Tja, wij weten het ook niet? Er zijn ook geen bewijzen. Je moet het maar gewoon geloven.’ Die druk is wel heel groot. Dat wij elkaar zoveel de ruimte geven, dat ieder maar voor zich uit moet vinden of God bestaat en die verhalen over Jezus waar zijn. Maar dat is onnodig. Er is genoeg te zeggen vóór ons geloof in God. Ook met ons verstand. Ik heb vijf hele goede redenen om in God te geloven voor u op een rijtje gezet.

1. De eerste en allerbeste aanwijzing voor het bestaan van God is volgens mij: Dat er iets is en niet niets. Wij bestaan. Wij zien een wereld om ons heen. Dat is een hard gegeven. Er is iets en niet niets. Waar komt dat vandaan dan? Ik weet wel, de moderne wetenschap verklaart het leven door evolutie en het heelal door een oerknal. Maar dat verklaart alleen de ontwikkeling, maar niet het bestaan van alles. Omdat wij daar wel een verklaring voor hebben, namelijk het bestaan van God, staan we volgens mij vanaf de start met 1-0 voor! Er is iets en niet niets. Zonder God zou dat laatste een logischer optie zijn.

2. Uit natuurwetenschappelijk onderzoek blijkt dat niet alleen de aarde, maar alle natuurwetten precies zó zijn dat menselijk leven mogelijk is. De finetuning, de fijne afstelling van het heelal, wordt dat genoemd. Als de natuurconstanten, de lichtsnelheid, de zwaartekracht, sterke en zwakke kernkracht etc. (zo’n 20 getallen), maar een tikkeltje anders waren geweest, had de wereld er heel anders uit gezien.

Stel je voor dat je een potje aan pokeren bent met vrienden. Jij deelt de kaarten en je komt 20 keer achter elkaar uit met vier azen. Wat zullen je vrienden dan denken? Dat het toeval is, of dat je vals speelt… Of stel: een man wordt veroordeeld tot het vuurpeloton. 20 scherpschutters staan op 3 meter afstand van de veroordeelde. Tegelijk halen ze trekker over, en ze schieten allemaal mis. Theoretisch mogelijk. Als één iemand mis kan schieten, kunnen 20 man ook mis schieten. Maar het meest logische is toch de gedachte dat ze het van te voren afgesproken hebben. Als we om ons heen een wereld zien die zo precies in elkaar is gezet. Dan is de meest logische gedachte dat iemand dat van te voren bedacht heeft.

3. Een heel andere aanwijzing is het bestaan van dingen als schoonheid, liefde, goed en kwaad. Wij geloven dat die dingen bestaan. Alle mensen geloven dat ten diepste. En niet alleen in ons hoofd. Iemand vermoorden is niet fout, omdat wij dat vinden, het gaat dieper. Het is verkeerd. De schepping is niet mooi, omdat wij dat vinden, alsof je het daarmee oneens zou kunnen zijn. En niemand denkt dat liefde echt puur alleen iets is van stofjes in je hoofd. Schoonheid, goedheid, liefde, het overstijgt de materie, de wetenschap, ze kunnen alleen bestaan als door God gegeven. Ze verwijzen naar een schone, liefdevolle, goede God. Sterker nog: Als je niet in God geloofd, heb je echt een probleem, want daarmee vallen ook je normen van goed en kwaad weg, met ernstige gevolgen. Dan kan ieder dat voor zichzelf uitmaken…

4. In het secularisatieverhaal gaat men ervan uit dat mensen uiteindelijk religie en geloof overbodig vinden. Maar gek genoeg is dat niet wat er de laatste eeuwen gebeurd is. Ja, kerken worden minder bezocht, maar mensen zijn niet minder gelovig. Door alle eeuwen heen hebben mensen allerlei religies en goden gehad. Mensen zijn ongeneeslijk godsdienstig. Diep in ons leeft een verlangen naar het hogere, naar spiritualiteit, naar God. Zou ons brein, ons verstand ons daarin voor de gek houden? We moeten tegenwoordig toch juist vertrouwen op ons verstand? Het christelijk geloof heeft bovendien een goede verklaring: Als God ons heeft geschapen, dan is het logisch dat wij ook op Hem aangelegd zijn, wij zijn gemaakt om Hem te dienen.

5. Als laatste noem ik: Jezus Christus. De voorgaande aanwijzingen/argumenten zijn heel algemeen. Kunnen nog gaan over allerlei goden of religies. Maar het is logisch dat als er een God is, dat die van zichzelf laat horen. En dat Hij dat doet op zo’n manier dat het ons denken en verzinnen overstijgt. Het verhaal over Jezus Christus dat de Bijbel vertelt is nu zo’n onwaarschijnlijk en onverzinbaar mooi verhaal. Het heeft openbaringskwaliteit. Het kan niet door mensen verzonnen zijn en moet dus wel bij God vandaan komen.

5 goede redenen, aanwijzingen, die het ook voor ons verstand, ook voor moderne mensen, aannemelijk maken dat er een God is. Wij staan helemaal niet zwak als gelovigen. Er is helemaal niets van achterhaald of overbodig, integendeel. Als je deze dingen hoort, besef je weer: Zonder God zijn we er erg slecht aan toe!

4. Wat is voor u overtuigend?

Maar komen we er verder mee? Komt u er verder mee? Zo eenvoudig is dat denk ik nog niet. Dat merk je ook in gesprekken waarin je zo over je geloof in God probeert te vertellen. Zouden we met deze redeneringen mensen kunnen overtuigen? Geeft het genoeg bewijs? Want dat willen we graag. Bewijs. Hard bewijs. Net als Thomas. Jezus zien, de littekens. Voelen. Met eigen ogen. Met eigen vingers. Anders geloof ik het niet. Zou het ons echt verder helpen? Zou dat iets bewijzen?

Als er een rechtszaak plaatsvindt worden er getuigen opgeroepen. Als twee getuigen onafhankelijk van elkaar het verhaal vertellen dat iemand een moord heeft gepleegd, dan beschouwen we dat als hard bewijs. De rechter veroordeelt iemand dan tot jaren gevangenisstraf. Twee getuigen is voldoende bewijs voor zoiets. Aan de andere kant: Hoe weet mijn vrouw zeker dat ik van haar houd? Wat voor bewijzen zijn daarvoor? Theoretisch zou het mogelijk zijn dat ik haar al jaren voor de gek houd. Dat is niet zo. Je vertrouwt elkaar. Maar hard bewijs is onmogelijk te geven.

Wat wil je dus precies als het om het ‘bewijzen van God’ gaat? Het kan geen kwaad die vraag te stellen, aan iemand waarmee je in gesprek bent. Wat zou je overtuigen? Maar die vraag keert dan waarschijnlijk als een boemerang terug naar jezelf. Waarom gelooft uzelf? Wat geeft u het vertrouwen, de overtuiging, dat je op de goede weg bent, dat God bestaat, dat de kern van ons geloof in Jezus Christus staat als een huis?

Wat zou je daarop zeggen? Het is belangrijk dat we dan niet met onze mond vol tanden staan. Of dat je alleen maar kunt zeggen: ‘Ja, ik ben nu eenmaal zo opgevoed met dat geloof…’ Dat komt namelijk niet zo overtuigd en overtuigend over…

Sinds het ontstaan van het christendom is de waarheid van het christelijk geloof gesteund door getuigen. Niet door wetenschappelijk bewijs, maar door mensen die getuige waren. Allereerst de ooggetuigen. De leerlingen van Jezus. Maar we geloven dat, omdat Jezus de Levende is, Hij ook met ons contact maakt, een relatie aangaat. Want ook in ons geloof gaat het uiteindelijk toch om liefde. Het gaat niet om het kale bestaan van God, maar om het diepste, namelijk dat we geloven dat God van ons houdt, dat Hij naar ons omziet. Hij schenkt ons Zijn Geest, die de ogen van ons verstand, de deuren van ons hart opent.

Het beste argument voor het christendom is dan ook het bestaan van getuigen. Er is zo’n bekende poster van Visje waarop staat: ‘God bestaat niet! [uitroepteken]’ en daar onder: ‘Dat is raar, ik heb Hem vanmorgen nog gesproken’. Een beetje flauw en simplistisch, maar met een kern van waarheid.

Wij christenen zijn geen domme ouderwetse mensen, als wij geloven dat God zich met ons bemoeit. Met ons hele verstand, gevoel, en hart, mogen we getuigen. Maar mensen merken het als je alleen een lesje opdreunt, als een getuige zelf niet overtuigd is. Blijf daarom dichtbij jezelf, doe je voordeel met de genoemde argumenten, maar vraag je vooral af: Wat is voor mijzelf overtuigend?

5. We hoeven ons niet te schamen.

Als laatste: Je hoeft je dus niet te schamen voor je geloof. In gesprekken, voel je je als christen snel in de verdediging gedrongen. Omdat jij degene bent die zogenaamd ‘rare dingen’ gelooft. Dat is inderdaad de sfeer die er in onze tijd hangt.

In werkelijkheid geloven de mensen tegenwoordig de gekste dingen op onduidelijke gronden. Als je in de boekhandels gaat kijken wat voor boeken er op het plankje ‘religie en esoterie’ staan, geloof je je ogen niet. Beschermengelen, reïncarnatie, ufo’s en buitenaardse wezens. Het wordt gepresenteerd als heel normaal. Heel wat mensen hebben boeddhabeeldjes in huis staan of een ketting met edelstenen om, omdat het geluk zou brengen. Op één of andere onverklaarbare manier geloven hele volksstammen dat vader of moeder bij het overlijden naar de hemel gaat, of als een sterretje op ze neerkijkt. Regelmatig zie ik mensen ‘afkloppen’ als ze zeggen dat ze niet ziek zijn, om zo een soort noodlot af te wenden.

Als er iets raar is, dan is het dat soort bijgeloof. Waar is het op gebaseerd? Waar halen mensen het vandaan? Wat voor verhaal zit er achter? Als mensen dit soort dingen wel slikken, nou, dan staan wij er als christenen altijd nog heel wat beter voor. Het christelijk geloof is een solide en plausibel verhaal. Veel meer dan dit soort bijgeloof en zelfs dan de moderne wetenschap verklaart het de wereld waarin wij leven op een diepgaande manier. De Bijbel biedt het grote kader, het grote verhaal, waardoor we kunnen begrijpen waar we vandaan komen, waar goed en kwaad vandaan komen, wat het leven voor zin heeft. Op geen enkele moeilijke vraag staan wij (als het goed is…) met de mond vol tanden.

Het is daarom wel belangrijk dat je die antwoorden ook kent. Dat je het grote plaatje van het christelijk geloof je eigen hebt gemaakt en in eenvoudige bewoordingen kan overdragen. Als we dat moeilijk vinden, dan moeten we ons en onze kinderen erin oefenen. Dat kun je eenvoudig aan de keukentafel met elkaar doen. Daag elkaar uit, bevraag elkaar, ga met elkaar in gesprek. Een betere leerschool is er niet.

‘Schaam u dan niet voor het getuigenis van onze Heere’, schrijft Paulus aan de jonge Timotheus. Hoe moeilijk dat soms ook is, als het tegen de trend van de tijd ingaat. We hoeven ons niet te schamen. Dat moeten we dan ook maar niet doen. Omdat het ons af kan houden van het getuige zijn. En dat is jammer, want getuigen zijn nodig, overtuigde mensen, die dat verhaal van Jezus Christus verder vertellen. Niet als verhaaltje, maar uit hun tenen. We hebben een goed verhaal. Bovenal: We hebben een goede God.

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s