Wees geen hemelstaarder!

Preek gehouden op Hemelvaartsdag 2014 te Everdingen over Handelingen 1:6-14


 

hemelstaarders

Houtschildering ca. 1200 n.Chr. (detail)

Gemeente van Jezus Christus,

Je hebt vast wel eens iemand uitgezwaaid. Iemand die bij jullie op bezoek was. Opa of oma. Vriendjes of vriendinnetjes. Heel gezellig is het als er een poosje mensen logeren bij jullie in huis, blijven eten, spelletjes doen. Het zorgt voor leven in huis, drukte. Je verveelt je geen moment. Het heeft iets feestelijks. Mama kookt iets lekkers. Je krijgt taart of snoep bij het drinken. Maar aan alle pret komt een einde. Het bezoek vertrekt ook weer een keer. Enthousiast zwaai je de gasten uit tot je hun auto om de hoek ziet verdwijnen. Op één of andere manier voelt het dan vreemd leeg in huis.

Je kunt je wel voorstellen dat de leerlingen van Jezus zich ook zoiets hebben gevoeld. Jezus gaat ook van hen weg. Drie jaar lang is hij bij hen geweeest. Ze hebben zich geen moment verveeld. De laatste 40 dagen na Pasen waren heel bijzonder geweest. Jezus verscheen keer op keer aan hen, at met hen en sprak met hen. En nu gaat Hij weg. Voor hoe lang weten ze eigenlijk niet. Voor een paar weken? Voor een half jaren? Of jaren? Jezus vertrekt naar de hemel. Vers 9 en 10: ‘En nadat Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. En zij hielden, terwijl Hij van hen wegging, hun ogen naar de hemel gericht’. Ze staren Hem na. Jezus verdwijnt uit het gezicht. Achter de wolken. Dan is Hij weg.

En Hij is nog steeds weg. Zoveel kunnen we vandaag op Hemelvaartsdag wel zeggen. Ook wij staren Hem vandaag als het ware na. En misschien voelen we ons daarbij wel een beetje hetzelfde als Zijn leerlingen. Hemelvaartsdag mag dan een christelijke feestdag heten, het feestelijke ervan dringt maar moeilijk tot ons door. We kunnen ons als christenen ook wel een beetje leeg en verloren voelen. We mogen dan geloven dat Jezus in de hemel is, wij zijn hier op aarde. Het enige dat we kunnen doen is naar de hemel staren.

Voor ons gevoel is er een kloof gekomen tussen het aardse. Ons leven hier en nu, werk, school, gezin. En het hemelse: ons geloof in Jezus. Een kloof tussen het geestelijke en het lichamelijke. Thuis en doordeweeks gaat het om het aardse. ’s Zondags hier in de kerk staren we als het ware naar de hemel. En als wij bidden, bidden we naar de hemel. Dan zijn onze gedachten gericht op God. Christenen zijn hemelgerichte mensen. Niet werelds, maar hemels.

Het christelijk geloof is voor veel mensen daarom maar vaag. ‘Jullie geloven in dingen die je niet kan zien.’ Het gaat over het ‘hogere’. We kunnen het zelfs een beetje als houding verheerlijken. De verachting van het aardse leven. De overdenking van het hemelse! Of zien we dat als achterhaald? Dat kan ook. Dat je Jezus helemaal niet zo nakijkt en mist. Laat hem maar lekker naar de hemel gaan, dan hebben wij het rijk weer alleen. Als je gasten vertrokken zijn thuis, kan het ook lekker rustig zijn…

Als je het niets kan schelen dat Jezus naar de hemel gaat, als vandaag je niets doet, dan moet je je afvragen hoe je relatie met Jezus is. De leerlingen staren Jezus na, omdat ze van Hem zijn gaan houden. Ze zijn ‘hemelgericht’ omdat ze met hun gedachten bij Hem zijn. Het is geen goed teken als Hemelvaartsdag voor ons er maar een beetje bij hangt. Dat kan er op wijzen dat waar Jezus op dit moment uithangt ons ook niet zoveel kan schelen. Mist u Jezus wel eens? Zou u willen zijn waar Hij is? Dat lijkt me een kenmerk van ware liefde en betrokkenheid.

De hemel. Wie wil er niet naar toe? Het is met de hemelvaart ook een beetje alsof we iemand uitzwaaien met een prachtige wereldreis voor ogen. De buren die met vakantie gaan naar de zon. Lekker luxe en comfortabel. Bruinverbrand en met prachtige foto’s zullen ze over een paar weken terugkomen. Maar voor jullie zit het er dit jaar niet in. Je verveelt je nu al een beetje bij de gedachte.

De leerlingen staren Jezus na, een beetje jaloers. Ze hadden wel meegewild! Maar ze blijven achter. Een beetje beteuterd. Teleurgesteld. Dat kun je er ook bij bedenken.  In de christelijke traditie is de hemel zo’n beetje het hoogst haalbare. Heel vaak denken we dat de hemel ook ons reisdoel is. We leven hier maar tijdelijk op aarde. Maar straks zullen wij ook, na ons sterven, naar de hemel gaan. En we hopen dat mensen die overleden zijn, ouders, grootouders, daar al zijn en gelukkig zijn.

Maar dan staan er opeens twee mannen bij hen in witte kleding (engelen dus!): ‘Galilese mannen, waarom staat u omhoog te kijken naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is naar de hemel,  zal op dezelfde wijze terugkomen als u Hem naar de hemel hebt zien gaan.’

Ze stellen een hele simpele vraag: ‘Waarom staat u omhoog te kijken?’ Nou, dat is toch duidelijk! Jezus, die zij zo lief hebben is weg! Verdwenen. Ze hadden wel meegewild. Maar zij zijn nog hier! Wat moeten zij nu? Er blijft toch niets anders over dan naar de hemel te staren? Wat hebben ze hier op aarde nog te zoeken en te verwachten? Jezus is gekruisigd. De omgeving is uitermate vijandig voor hen. Niemand zit op hen, de overgebleven leerlingen van Jezus, te wachten. Ze zijn Galilese mannen ja. Mannen uit Galilea. Maar losgescheurd van hun wortels. Werkloos geraakt doordat Jezus hun uit de vissersboten heeft weggeroepen. Jezus was hun alles. Voor Hem hebben zij alles opgegeven. Ja, waarom sta je dan naar de hemel te staren!

Dat gevoel is in de eeuwen daarna altijd een beetje gebleven in het christendom. Het gevoel dat in een bekend gezang verwoord wordt:

’t Oog omhoog, het hart naar boven, / hier beneden is het niet! / ’t Ware leven, lieven, loven / is maar, waar men Jezus ziet. / Wat men hoort of ziet op aard’ / is ons kost’lijk hart niet waard; / wil men leven, lieven, loven: / ’t oog omhoog, het hart naar boven!

Hier beneden is het niet. De wereld is gevallen in zonde. Heeft afgedaan. Christenen hebben zich in het verleden wel teruggetrokken in kloosters. Ze hielden zich verre van politiek, kunst en wetenschap. Allemaal veel te werelds. Die neiging zit er nog steeds in.

Maar juist daarvan helpen die engelen de apostelen af: ‘Deze Jezus, Die van u opgenomen is naar de hemel,  zal op dezelfde wijze terugkomen als u Hem naar de hemel hebt zien gaan.’

Ze zeggen dus niet: ‘Stil maar, jongens, eens zullen jullie de Heere achterna gaan, ten hemel in, en deze vijandige zondige wereld achter jullie laten. Noch even doorbijten. Wat een opluchting zal dat zijn.’ Ze zeggen niet: ‘Jullie zullen straks ook naar de hemel gaan’, maar: ‘Jezus zal straks weer naar de aarde terugkomen!’ De toekomst ligt niet in de hemel. De toekomst ligt op aarde!

Zijn die woorden wel eens goed tot u doorgedrongen? Gek genoeg zijn er heel veel mensen die uitkijken naar de hemel (of ze nu christelijk zijn of niet overigens), maar dat is helemaal niet Bijbels. Het gaat in de Bijbel nooit om de hemel als einddoel van ons mensen. Zoals de engelen het zeggen, zo is de christelijke verwachting: We verwachten de komst van Jezus Christus terug op aarde.

Op het eerste gezicht vinden wij die vraag van de apostelen een beetje dom, in vers 6: ‘Heere, zult U in deze tijd voor Israël het Koninkrijk weer herstellen?’ Ha, denken wij dan, hebben ze het nu nog steeds niet begrepen? Jezus is toch helemaal niet gekomen om dat koninkrijk van Israël, van David, weer op te richten en de Romeinen het land uit te jagen. Wat kortzichtig van ze! Jezus kwam naar de aarde om onze zonden te vergeven, die taak is af, dus kan Hij weer naar huis, naar Zijn Vader. En door de vergeving van onze zonden, zullen wij straks ook zijn waar Hij is.

Het is dan de vraag wie er dom is. Zij of wij. Want we moeten goed het antwoord van Jezus begrijpen.

Hij antwoord niet ontkennend op hun vraag. In plaats daarvan zegt Hij: ‘Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft.’ In feite beaamt Jezus daarmee de kern van hun vraag: Ja, dat Koninkrijk voor Israël, dat gaat er wel komen. Dat is wel de bedoeling. Maar of dat nu gelijk zal gebeuren. Dat hoeven de apostelen niet te weten. Daar hoeven ze zich niet druk over te maken, want dat is in de hand van de Vader.

De vraag naar het Koninkrijk is een goede vraag.  Het werk van Jezus is inderdaad nog niet af. Dat voelen ze goed aan. En het is goed als wij ons dat ook realiseren. Hemelvaartsdag is niet een aftocht van Jezus omdat Hij klaar is. Inderdaad, iets heel belangrijks is al gebeurd. De zonde van de wereld is verzoend. De dood is overwonnen. De grootste problemen zijn de wereld uit.

Het is alsof een ernstig zieke patiënt in het ziekenhuis geopereerd is. Maar met een operatie alleen is nog niet alles achter de rug. Vervolgens komt er een heel revalidatietraject. Ouderen die wel eens een nieuwe heup of knie hebben gekregen kunnen daarover meepraten. En dan nog: Ná de revalidatie, dan begint het echte leven weer. Daar waar je het allemaal voor gedaan hebt. Om weer te kunnen lopen en fietsen en werken.

De apostelen hebben dat heel goed begrepen uit het onderwijs van Jezus: Hij heeft moeten lijden en sterven voor de zonden van de wereld, zoveel is hun wel duidelijk geworden. Maar dat is een noodzakelijk kwaad geweest. Helemaal in de lijn van het Oude Testament had Jezus het ook telkens gehad over het Koninkrijk van God dat komen zou. De eindtijd die zou aanbreken. Het laatste oordeel zou komen. De definitieve overwinning. Waren Jezus wonderen van genezing, broodvermenigvuldiging, bevrijding van demonen, geen voortekenen van wat komen zou?

Inderdaad. Daar hebben ze gelijk in. En het is goed als wij daarvan ook doordrongen zijn. Die kant gaat het uit met ons, met heel de aarde. ‘Zie, er komt een dag voor de HEERE’, lazen we al in de profetieën van Zacharia. ‘De HEERE zal Koning worden over heel de aarde. Op die dag zal de HEERE de Enige zijn en Zijn Naam de enige.’ In de harten van de apostelen leeft die verwachting. En als het goed is, leeft het ook in onze harten. Het is zelfs het hart van ons geloof, de kern van onze hoop. We hebben hoop voor de wereld.

Natuurlijk is het belangrijk dat je persoonlijk een relatie met God hebt, en dat je persoonlijk weet dat je zonden vergeven zijn, en dat je ook weet dat je eeuwig met Hem leven zult. Maar als we het christelijk geloof daartoe beperken, wordt het heel individualistisch en bijna egoïstisch: ‘Ik ben gered en ga ten hemel in, en de rest kan me gestolen worden.’ Dan snijden we het hart uit het geloof:

Het gaat ons toch niet om onszelf, maar om de heerschappij van God over heel de aarde. Dat alle knie zich buigen moet. In onze individualistische tijd, moeten we moeite doen om daar zicht op te houden. Dat is waar het om gaat!

Het is alleen de vraag: Hoe gaat dat Koninkrijk van God komen? En hoe gaat het eruit zien? Ik denk dat hier een heel groot misverstand zit. Met Hemelvaartsdag neemt Jezus helemaal geen afscheid. Hij  verdwijnt ook niet. Op één of andere manier is er bij ons ingeslopen dat we denken dat de hemel ver weg is. De hemel is heel ergens anders. Een plek ver bij ons vandaan. Maar dat is niet zoals de Bijbel, en zoals Jezus er zelf over spreekt. De hemel, zo zou je kunnen zeggen, is alleen maar de onzichtbare kant van de werkelijkheid. Hemel en aarde zijn twee kanten van dezelfde medaille. Jezus is niet ergens anders heen gegaan. Hij is niet weggegaan. Hij is naar de hemel, en ons daardoor juist veel meer nabij. Hij is niet naar het buitenland gereisd. De hemel is als het ware alleen maar een andere kamer in hetzelfde huis. Hij is op gehoorafstand. Nog steeds bij ons.

Wij hebben parlementsleden gekozen voor het Europa. En die reizen dezer dagen af naar Brussel en Straatsburg. Het land uit. Uit beeld. Uit het oog. Ze doen daar hun ding. Voor ons een ver van ons bed-show. Zoiets denken we vaak van Jezus ook. Hij is naar de hemel. En zal daar wel iets doen. Maar het is buiten ons beeld. Uit het oog uit het hart.

Opnieuw: Dat is niet wat de Bijbel ons vertelt. Integendeel. Het Koninkrijk van God dat wordt heel concreet. Daar bemoeit Jezus zich dagelijks mee. Daarvoor stort Hij Zijn Geest uit op de discipelen. En zij moeten getuigen worden vanuit Jeruzalem tot de einden der aarde. Dat Koninkrijk waar de apostelen naar vragen, daar zullen zij zelf aan gaan bouwen en meehelpen. De heerschappij van Jezus Christus wordt niet gevestigd op aarde door legioenen engelen die de mensen op de knieën dwingen, maar door met de Heilige Geest bezielde getuigen die overal over Hem zullen gaan vertellen en verkondigen.

Zoals we met Psalm 110 zingen, geloven we dat Jezus bij Zijn Hemelvaart plaats heeft genomen aan de rechterhand van Zijn Vader, en dat Hij vanaf daar heel concreet regeert over heel de wereld. Naar zijn godheid is Hij nu alomtegenwoordig. En Hij regeert door middel van Woord en Geest. Hij maakt gebruik van zijn ambtenaren, de ambtsdragers, die Zijn wil en besluiten uitvoeren. De verkondiging van het evangelie, zending en evangelisatie, maar ook diaconaat, dienst aan onze naaste, dat is niet een soort vrije tijdsbesteding van ons als christenen, onze hobby, omdat we voorlopig nog even moeten wachten voordat we naar de hemel mogen. Nee, zo vestigt Jezus door ons de hemel op aarde. Zijn heerschappij die in alle landen en volken doordringt.

Het Koninkrijk van God is niet iets van de toekomst, maar wat wij om ons heen werkelijkheid zien worden. Maar dan moet je wel goed kijken. Jezus regeert niet door macht en geweld, maar door te dienen. Vele mensen roepen: Maar als God regeert, waarom staat Hij dan mensen toe om verkeerde dingen te doen, waarom is er dan zoveel rottigheid? Wel, dat is omdat Jezus regeert. Niet als een dictator ieder dwingt met harde hand om zich aan de regels te houden, maar met liefde en genade. Waar mensen komen tot bekering, tot berouw, tot schuldbelijdenis. Waar mensen de minste durven zijn. Waar hoop en vertrouwen opbloeien door de verkondiging van het evangelie. Waar christenen een zout en een licht zijn in hun omgeving. Daar wordt de heerschappij van Christus, het Koninkrijk van God, gevestigd. Daar worden mensen voor Hem gewonnen.

Jezus is wel naar de hemel, maar om er voor heel de aarde te kunnen zijn, voor alle mensen bereikbaar en benaderbaar. Elke keer als de gemeente samenkomt, ook hier, gaat de hemel open. Is Hij in ons midden. Spreekt Christus zijn woorden van verzoening en genade. Roept Hij ons tot Zijn liefde en dienst.

De verkondiging van het evangelie over heel de wereld is geen ‘tussentijd’, het is de overgangsfase naar het volkomen doorbreken van het Koninkrijk. Onze toekomst ligt ook dan niet in de hemel. In de Openbaring van Johannes klinkt het Bijbels getuigenis dat ‘het Nieuwe Jeruzalem uit de hemel zal neerdalen op aarde’. Jezus zal terugkomen. God zal op aarde komen wonen. De doden zullen dan opstaan. God zal alles zijn in allen. En dat zal de wereld zo compleet vernieuwen, dat er sprake is van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Maar ook dan is de aarde de plek waar wij eeuwig zullen leven met God. En met elkaar.

Zo heeft Jezus het zelf al gezegd aan het begin van de Bergrede: ‘Zalig zijn de armen van geest, want van hen is het Koninkrijk der hemelen. Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.’ De Hemelvaartsdag van Jezus is het begin van dat einde. Vanaf nu zal het Koninkrijk van Israël weer opgericht worden. Niet in letterlijke historische zin. Daarin dachten de apostelen nog te beperkt. Vanuit Jeruzalem en Samaria tot de einden der aarde. Zo groot zal dat Koninkrijk worden! Dat is het perspectief van Hemelvaart: Vanaf de Olijfberg overzie je alleen Jeruzalem en het Joodse volk. Maar Jezus stijgt hoger. Vanuit de hemel overziet Jezus heel de aarde en alle volken, ook ons hier, vandaag.

Wat betekent dat dan voor ons? De twee engelen die Jezus naar de apostelen zond, vertellen hen dat ze met de voetjes op de grond moeten blijven staan: het is deze wereld waarin zij leven, die Jezus eens weer zal ontvangen.

Een wereld waarin wij dus geen vreemden mogen zijn. Christenen horen niet wereldvreemd te zijn. We mogen niets maar laten waaien.

De aarde waarop wij leven is het eigendom des Heeren. En daarom moeten we er goed voor zorgen. Voor de natuur. Voor het milieu. We mogen onze schouders niet ophalen over klimaatverandering en uitputting van land en grondstoffen, omdat het onze tijd wel zal duren. Hoe willen we dat Jezus de aarde aantreft als Hij terugkomt? Dat er op de Olijfberg geen olijf meer groeit?

En zal het ons een zorg zijn dat overal in Europa het nationalisme weer groeit, en antisemitisme, en dat buitenlanders niet welkom zijn? Dat er honger is in deze wereld? En uitbuiting? En oorlog? Hoe willen we dat Jezus de aarde aantreft als Hij terugkomt? Zal er rond de Olijfberg nog steeds de muur staan die de Joden en de Palestijnen uit elkaar moet houden?

Trekken we ons terug binnen de kerkmuren, starend naar de hemel? Of trekken we eropuit? De engelen leren de apostelen dat ze moeten bidden om de heilige Geest. En dat doen ze ook. Ze volharden in het gebed. Het gebed om de moed om erop uit te trekken. Om bewogen te zijn en in beweging te komen.  Vanaf Hemelvaart raken wij niet naar binnen gekeerd. Wij worden op weg gestuurd door Koning Jezus. Omdat het Hem niet genoeg is dat dat wij Hem uitzwaaien en vervolgens vol nostalgie en passief afwachten tot Hij weer een keertje terugkomt. Wij zijn zijn dienaren op aarde, om namens Hem te dienen, lief te hebben, te zorgen voor de mensen, te zorgen voor de aarde, en te vertellen over Jezus. In de wetenschap dat Hij dichtbij is. Dat Hij Koning is. En Zijn Koninkrijk komt.

Amen

Advertenties

One thought on “Wees geen hemelstaarder!

  1. Goed om te lezen! Deze preek wijst ook gelijk naar de noodzaak van de Heilige Geest, om hier op aarde Zijn Koninkrijk te brengen met Zijn help, hemel op aarde, machtig mooi!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s