Droom lekker verder, Petrus!

Preek van 1e Pinksterdag over Handelingen 2,14-36

Masolino da Panicale - St. Petrus prekend (fresco, 1426-7)

Masolino da Panicale – St. Petrus prekend (fresco, 1426-7)

Gemeente van Jezus Christus,

Droom je wel eens? Vast wel. Ik ook. Ik ben alleen niet zo goed in het onthouden van wat ik gedroomd heb. ’s Morgens als ik wakker wordt, dan staat me vaag nog wel iets bij. Maar het is heel moeilijk om precies na te vertellen wat je nu precies in mijn dromen allemaal heb meegemaakt. Dat weet je nog het best nét als je wakker wordt, nog een beetje slaapdronken, maar daarna lijkt het wel alsof die herinneringen als los zand door je vingers glippen. In je dromen kan alles…

Als we horen over Pinksteren, lijkt het ook wel een beetje een droom. Er gebeurt van alles wat normaal niet gebeurt: De 12 apostelen en andere leerlingen zijn bij elkaar in de tempel als plotseling op hun hoofden vuurvlammen verschijnen en er een geluid klinkt als van een geweldige stormwind. En opeens beginnen zij allemaal te praten. Te preken. Over de grote daden van God. En de omstanders horen hen allemaal in hun eigen moederstaal. Het is niet normaal wat daar gebeurt. Het klinkt ons vreemd in de oren. En niet alleen ons. Heel wat van de omstanders zelf zeggen ook: ‘Ze zijn dronken.’

Maar dan staat Petrus op: ‘Nee, beste mensen, wij zijn niet dronken! ’t Is pas negen uur ’s ochtends. Wat denken jullie wel van ons! Dit’, zegt Petrus, ‘dit is wat Joël al gezegd heeft: ‘En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees en uw zonen en  uw dochters zullen profeteren, uw jongemannen zullen visioenen zien en uw ouderen zullen dromen dromen.’

Ah, Petrus is niet dronken… Hij droomt… Hij is een beetje vaag aan het doen. Hij is ‘vol van de heilige Geest’. Ik weet niet wat u zich daarbij voorstelt, maar in de ogen van zijn tijdgenoten lijken hij en zijn collega’s een beetje dronken. Ze worden loslippig. Raken een beetje doorgedraaid. Je herkent het wel als je wel eens een glaasje teveel hebt gedronken. Het programma Op zoek naar God ging met Gordon een paar jaar geleden op bezoek bij een charismatische pinkstergemeente in Amerika. Hij geloofde zijn ogen niet. De gemeenteleden dansten in het rond, lagen te lachen op de grond, spraken in onverstaanbare tongentaal. Wat is dit, dacht Gordon. En hij flapte het eruit: ‘Het lijkt wel of ik een gekkenhuis ben beland!’ En hij voelde zich er echt niet op zijn gemak.

En moet je horen wat Petrus verder zegt: ‘En ook op Mijn dienaren en op Mijn dienaressen zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren. En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed, vuur en rookwalm. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en ontzagwekkende dag van de Heere komt.’

Petrus bedoelt: Dat gebeurt op dit moment, die uitstoring van de Geest, die vlammen van vuur! Dat is wat Joël heeft voorzegd! Lang geleden heeft Joël geprofeteerd dat er een dag zou komen, waarop de wereld zou vergaan. Een dag waarop God zelf uit de hemel af zou dalen met zijn engelenlegioenen. Ten oorlog tegen het kwaad. Uit toorn over alle zonde op de wereld. Op die dag zal de aarde verteert worden door vuur. De grote laatste oorlog, de definitieve slag. Ieder die het tegen God durft op te nemen, legt het af. De zon gaat uit. De maan en sterren worden verduisterd. Een dag van grote donkerheid. Maar het volk van God zal blij en verheugd zijn, ze zullen God prijzen, en mogen wonen in het beloofde land, veilig en in overvloed. Met God te midden van hen.

Eindelijk, roept Petrus, eindelijk is het zover. Dit gebeurt nu! Dit is Pinksteren!

Eh, meneer Petrus… droomt u niet een beetje? Ok, er zitten gekke vuurvlammen op jullie hoofden, die ik niet helemaal kan verklaren. Maar om nu te zeggen met Joël: ‘En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed, vuur en rookwalm. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed.’ Dat zie ik toch allemaal niet zo… Verbeeld je je het niet? Wil je misschien zó graag dat dat gaat gebeuren, dat je erover gaat dromen? Dat kan, hè. Dat waar je vandaag over loopt te denken of piekeren, dat dat ’s nachts terugkomt in je dromen. De wens is de vader van de gedachte, zegt men wel eens.

En zo zegt men ook wel eens van ons christenen: Jullie verbeelden je het allemaal maar. En daar kunnen we ons inderdaad best iets bij voorstellen. Het is ook bijna te mooi om waar te zijn. Een God in de hemel die van ons houdt. Die zijn enige Zoon voor ons over heeft en Hem laat kruisigen, om onze schuld te betalen. Hij, die nu over alles regeert. Daar kun je inderdaad van alles tegen in brengen. Wat zie je daar nu werkelijk van om je heen? Wat merk je daar nu echt van? In werkelijkheid is het allemaal niet zo spectaculair in de kerk. Ook niet met Pinksteren. Vandaag zijn er hier zelfs geen vuurvlammen en geen geluid van een stormwind.

Het is allemaal niet zo spectaculair als Joël geprofeteerd heeft. Zie je dat wel goed, Petrus? Droom je niet? Nee. Toch niet. We zitten toch ook niet in de kerk omdat dat zo spectaculair is. Ik weet wel, wij mensen houden daar wel van. Hoe meer spektakel hoe beter. Films in de bioscoop houden ons vanaf de eerste beelden aan het scherm gekluisterd. Deze week begint het WK, de tv-verkoop zit in de lift. We willen het allemaal volgen. De hoogtepunten niet missen. Zelfs met het nieuws in de krant en op tv is het tegenwoordig zo dat men scoort met heftige beelden, met vette koppen. Als het nodig is worden de kleinste dingen opgeklopt tot iets groots. En iedereen buitelt over elkaar heen met meningen en commentaar om schande te roepen.

Maakt Petrus zich daar ook schuldig aan? Wil hij het spectaculairder maken dan het is? Nee. Het gaat hem niet om het spektakel, om die tekenen van Joël die inderdaad niet letterlijk allemaal in vervulling gaan met Pinksteren. Dat ziet hij trouwens zelf ook wel. Het citaat uit Joël is een klein beetje aangepast. Petrus zegt ‘Het zal zijn in de laatste dagen…’. Dat staat er in Joël niet. Bij hem is het: ‘Op die dag!’ Petrus smeert het wat uit. Creëert wat ruimte. Het gaat in vervulling, zegt Petrus, maar niet allemaal vandaag, maar vanaf vandaag. Nu gaat het beginnen. We leven hiernaar toe.

De kern zit dan ook niet in de tekenen, in het spectaculaire, maar in de uitstorting van de heilige Geest. Waar zoveel mee gezegd is als: God komt zelf naar de mensen toe. En dat is een indrukwekkende gedachte. Het uitstorten van de heilige Geest, dat is niet zoals met een klein gietertje hier en daar wat water bij de plantjes in de vensterbank doen, een slokje per dag. Het is meer een stortbui. Een stortvloed. Waarvan je tot op de draad toe nat wordt. Of, daar kun je het ook mee vergelijken met een waterkanon. De ME gebruikt dat wel eens bij ernstige rellen. Een soort brandweerauto met een gigantische waterspuit, waarmee ze een menigte mensen zo uit elkaar kunnen spuiten. Een keiharde waterstraal, die je niet kunt trotseren, waarvan je niet op de voeten blijft staan. Nou, zo, zo is de heilige Geest. Zo werkt Hij.

En dat zit niet in de vlammen en de wind. Daarvan zijn de mensen met Pinksteren nog niet zo onder de indruk. Nee, het zit in de woorden. In de preek van Petrus. Het is een preek, het zijn Woorden van God, die mensen omver blazen. Petrus droomt dat niet. Na afloop van de preek, lees je dat er 3000 mensen geraakt zijn, tot bekering komen en zich laten dopen.

Het spektakel zit met Pinksteren in de preek.

Want Petrus droomt niet. De heilige Geest laat hem juist scherp zien. De heilige Geest laat ons profeteren, staat er, en dromen dromen en visioenen zien. Dat betekent niet dat we dingen zien die er niet zijn. Eerder andersom: Wij gaan de dingen zien zoals ze zijn. In hun juiste verhoudingen. We gaan zien wat er toe doet en wat niet. En verder nog: Je gaat zien waar God aan het werk is. Wat Hij van je wil. De heilige Geest wil voor ons zijn als een bril. Zonder bril, zie ik nog wel aardig, ik zie nog kleuren en vormen, maar ik herken jullie niet meer en kan dat bord nauwelijks lezen. Maar met bril, wordt alles opeens duidelijk en helder.

Zo is het met Pinksteren. De heilige Geest geeft Petrus en de apostelen een diep inzicht. Allereerst is dat dan een inzicht in het Woord, in het Oude Testament. In deze preek staan drie uitgebreide citaten. Eerst uit Joël en later ook nog twee uit de psalmen. Uit psalm 16 en psalm 110. Die schriftgedeelten kenden alle joden die naar Petrus stonden te luisteren. Want op het Pinksterfeest kwamen alle vrome, wetsgetrouwe Joden naar Jeruzalem voor het feest. En dat is Petrus’ publiek. Met bijbelkennis zit het bij hen wel snor. Maar Petrus zegt: ‘Hebben jullie het ooit wel goed gelezen. Heb je wel gezien waar het daar eigenlijk over gaat? Over wie het daar gaat?’

Beste mensen, het gaat over Jezus. Ja, die Jezus van Nazareth. Want Hij mag dan gekruisigd zijn. Hij is opgestaan uit de dood. De dood kon Hem niet vasthouden. Dat is toch wat David heeft geschreven: ‘want U zult mijn ziel in het graf niet verlaten en Uw Heilige niet overgeven om ontbinding te zien.’ Maar David is dood en begraven en zijn graf is hier in Jeruzalem. Maar het graf van Jezus is leeg, want Hij is opgestaan! Jezus is de Heer over wie David het had!

De Pinksterpreek van Petrus is in feite een paaspreek: Met Pinksteren gaat het over dat feit, over diezelfde opgestane, levende Jezus. Met Pinksteren wordt het niet opeens allemaal vaag en zweverig. Gaan we het niet opeens hebben over allerlei geestelijke dingen. Nee, Petrus drukt ons, ook u en mij, met de neus op de feiten. Zie het nou maar eens onder ogen, zegt hij tegen zijn publiek en tegen ons. Die Jezus die jullie gekruisigd hebben. Die Jezus waarvan je denkt dat hij dood en begraven is. Die Jezus waar je gehoopt had vanaf te zijn. Die Jezus leeft. En die Jezus stort Zijn Geest uit over ons. Die Jezus laat mij hier verkondigen.

Wat je met Pinksteren ziet en hoort is niet minder dan een bewijs van de waarheid van het evangelie. Het betekent dat je er vanaf nu niet meer omheen kan. Niet meer om Jezus heen. En Petrus klinkt aardig overtuigd. En dat niet alleen. Zijn woorden zijn raak. Hij is niet alleen getuige, en overtuigd, maar overtuigt ook. Dat is de heilige Geest, kun je beter zeggen. Hij verslaat de schriftgeleerden met hun eigen Schrift. Het Woord gaat leven. Is als een tweesnijdend scherp zwaard.

En het treft ook ons. Door datzelfde Woord spreekt Jezus ons door Zijn Geest ook aan. Diezelfde ernst, dat ontzag. Dat diepe inzicht, dat treft ook ons. Die lange citaten uit het Oude Testament spreken ons misschien niet zo aan. Die spreken niet echt tot onze verbeelding. Maar ook tot u en jou klinkt het daaruit: Jezus Christus is de Heere. Dat wil zeggen: Hij is uw God.

Heel veel mensen in ons land geloven wel in iets, of zelfs: in God. Maar we hebben zelden scherp wat we daarmee bedoelen. Petrus zegt nu tegen ons: God? Jezus, zul je bedoelen. Hij is de Heere. Met Hem heb je als mens te maken. Of je wilt of niet. Petrus confronteert behoorlijk. En je kunt je een beetje voorstellen hoe het bij zijn hoorders overgekomen is. Want die Jezus hebben zij net vermoord. En nu blijkt Hij toch de messias te zijn geweest, de Zoon van God, God zelf. O, schrik.

De feiten die Petrus nog eens voor hen uiteen zet, blazen hen van hun sokken.

Waarom moeten ze daarvan schrikken? Waarom zouden wij daarvan moeten schrikken?

Omdat Jezus ten hemel gevaren is, en Hij nu zit aan de rechterhand van God. De heilige Geest doet Petrus denken aan psalm 110, waar staat: ‘De Heere heeft gesproken tot Mijn Heere: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden neergelegd zal hebben als een voetbank voor Uw voeten.’ En dat is precies het probleem, want die vijanden, dat kunnen ze heel goed op zichzelf betrekken…. Dat slaat op hen.

De ernst en de urgentie van Pinksteren zit daarin dat Petrus zegt: Vanaf nu worden de rollen omgedraaid. Nu gaat blijken wie er werkelijk de baas is in de wereld en over de mensen. Het laatste oordeel komt eraan. De komst van Jezus in heerlijkheid. Dat wat je vandaag ziet en hoort is daar een voorbode van. En in principe is dat vandaag voor ons net zo: Deze preek, die u nu hoort, is een voorbode, een boodschap vooraf, gedrongen door de Geest, ook aan u: Bereidt u voor, want straks is het zover. Straks staat u voor Jezus Christus. En dan?

Pinksteren is als D-day. Eergisteren werd het herdacht in Normandië. 6 juni 1944. 70 jaar geleden. Toen landden de geallieerden in de grootste vloot ooit op aarde geweest met 130.000 man op het vaste land van Europa. Het begin van de ondergang van het rijk van Hitler. Het begin van het einde. Dat is Pinksteren. Vanaf Pinksteren krijgt God de heilige Geest vaste voet aan de grond op aarde. Vanuit Jeruzalem wordt het Koninkrijk van Christus uitgebreid, gaat doorbreken, verslaat de vijanden, de zonde, de duivel, het kwaad.

Pinksteren is de start van het laatste grote offensief van Christus om de hele wereld voor zich te winnen. Nee, niet zoals met D-day met wapens. Niet, zoals de islam is gegroeid, met een jihad, een heilige oorlog. Maar met de Geest, met het Woord. Waar wapens alleen mensen lichamelijk kunnen raken, raken Geest en Woord ons hart, onze ziel. God treft ons dieper dan kogels ons kunnen treffen. Hij treft ons in onze zonde, in onze zelfzucht, in ons verlangen om zelf uit te maken wat goed voor ons is. Hij treft ons in onze eigen koninkrijkjes van status en schone schijn, van genot en geluk. Hij haalt ons hele leven over hoop en dwingt ons tot één keus: Knielen voor Jezus of dienen als voetbank voor Zijn voeten.

U en ik, wij leven in die laatste fase van de wereldgeschiedenis. De wereldgeschiedenis loopt ten einde. De belangrijkste, beslissende gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. In Jezus Christus. We kunnen niet anders dan telkens terugverwijzen naar Hem. Heel de Pinksterpreek van Petrus is één grote schijnwerper op het leven en werk van Jezus. Niet voor niets rekenen we in onze jaartelling in jaren vóór Christus en jaren ná Christus. Hij vormt het centrum, het midden van alles. Deze Jezus, zegt Petrus in vers 23. Deze Jezus, zegt Petrus in vers 32. Deze Jezus, zegt Petrus in vers 36: ‘Laat dan heel het huis van Israël zeker weten dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk deze Jezus, Die u gekruisigd hebt.’

Ja, dat is schrikken. We denken vaak dat het ons leven wel een beetje zo voortkabbelt. De ene dag lijkt op de ander. Voor je het weet zijn er weer wat weken, maanden of jaren om. We leven ons leven, doen ons ding. Gaan naar school. Maken plannen voor de toekomst. Genieten van het mooie weer. En dat mag allemaal. Daar gaat het niet om. Waar het om gaat is dat je wel goed moet kijken, dat je de bril van het Woord en de Geest op zet. De tijd waarin wij leven is niet zo onschuldig als we soms denken. In ons beschermde wereldje, in Everdingen, daar lijkt het allemaal rustig. Maar miljoenen broeders en zusters die vervolgt worden, die vandaag in het geheim bij elkaar zijn, die gevangen zitten, die ervaren aan den lijve dat er een strijd bezig is in deze wereld.

En kunnen we dat ergens niet in onszelf ook ervaren? De strijd van de Geest is niet alleen iets van het verscheurde wereldtoneel, maar ook van ons verscheurde hart. Ook in ons laat de Geest de strijd ontbranden tegen zonde en ongeloof, tegen wereldgezindheid, schijnheiligheid en liefdeloosheid. Het vuur van Pinksteren zet ook onze ziel in vuur en vlam. Om te verteren alles wat tegen Jezus in gaat. Zoals Paulus schrijft in Galaten: ‘Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees in; en die staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u zou willen.’

Vanuit Psalm 110 en Psalm 16 toont Petrus aan dat Jezus de messias, de Heer is. En daarmee krijgt die ene zin uit Joël opeens een diepe glans (vers 21): ‘En het zal zo zijn dat ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zalig zal worden.’ Pinksteren is wel ernstig, en urgent, maar het is niet alleen een oorlogsverklaring. Het is ook een laatste vredesaanbod. Een laatste kans. Om zalig te worden. Dat is: gered te worden. Gered van de toorn van God. Dat is nog mogelijk. Dat we als mensen Jezus vermoord hebben, dat zou onze ondergang moeten betekenen, zou je denken. Daarmee hebben we onze laatste kans verspeeld. Maar Jezus, onze Goede Heere en Heiland, zegt van niet. Door Zijn Geest. Ook tot u vandaag: U kunt nog worden gered. U kunt zalig worden. Als u de naam van Jezus aanroept. Dat wil zeggen: Als je je bekeert tot Hem. Als je je afwendt van je zonden, en je aan Hem toevertrouwt. Naar Hem overloopt. Maar dan ook helemaal. Je hele hebben en houden voor Hem neerlegt: ‘Heere, hier ben ik. Neem mij in uw genade aan. Ik weet dat ik een zondig mens ben. Dat ik u grenzeloos veel verdriet heb gedaan en nog doe. Maar U bent de Heere. U bent Christus. Ontferm u over mij.’

Zo ligt in het Pinksterfeest, in de uitstorting van de heilige Geest ook onze enige troost in leven en sterven. We mogen zeker zijn van de waarheid van Petrus’ woorden. Het is het Woord van God dat in vervulling gaat. 3 citaten uit het Oude Testament, want door 3 getuigen staat iets werkelijk vast. Jezus houdt woord. ‘Laat dan heel het huis van Israël zeker weten dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft…’ Het gaat niet om allerlei dromerijen en verbeelding met Pinksteren. Geen vaag geloof en spiritueel gevoel, maar de harde feiten van kruis en opstanding, van hemelvaart en wederkomst, die zijn het waarop wij ons leven mogen bouwen.

Boven zichzelf uit spreekt Petrus. Dat wel. Gedreven en bewogen door de Geest ziet hij al meer dan wat met onze ogen zichtbaar is. En met dat citaat uit Joël, geeft hij aan dat wij dat ook mogen doen. Boven onszelf uitstijgen. Uit ons eigen leventje opkijken naar de hemel. Niet meer in onszelf en onze eigen zorgen gevangen. Maar Jezus’ Naam aanroepend zeker van de grote morgen die daagt aan de horizon, van het Koninkrijk van Christus dat doorbreekt.

Laat het u ook dromen? Het bijzondere van christelijk dromen is, dat we er niet dromerig en slaperig van inzakken, maar erdoor in beweging komen. Petrus kan zijn mond niet houden. De andere apostelen ook niet. Ze laten zich door hun dromen en visioenen de hele wereld over drijven. Niet kijkend naar de golven, maar Jezus Christus in het oog houdend. Dat mag vandaag ook: Ik weet wel. Als je kijkt naar de kerk, naar de gemeente, dan denk je soms: Het is ook maar een zootje ongeregeld bij elkaar. Wat komt er terecht van alle mooie woorden van ware liefde, van oprecht geloof, van vurige hoop. Wat vallen mensen en medechristenen soms tegen. Ja, dan verlies je Jezus Christus uit het oog. Vul mij opnieuw met Uw heilige Geest. Laat mij dromen dromen en visioenen zien. Geef mij de bril van Uw Geest. Leer mij door alles heen, U zien, Uw werk, Uw regering, Uw koninkrijk dat komt!

Gemeente, het is elke dag Pinksteren als je zo leeft bij het Woord van God, bij zijn beloften en daarop bouwt.

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s