Een scheldpartij van de HEERE

Preek over Jesaja 1,1-20 gehouden in Everdingen.

Gemeente van Jezus Christus,

Schelden doet pijn. Dat weten we allemaal van kind tot volwassene. En daarom leren we van jongsaf aan dat we niet moeten schelden. Maar Jesaja lijkt daar niet veel van begrepen te hebben. Aan het begin van zijn boek vallen we met onze neus in een ordinaire scheldpartij, lijkt het, vers 2-3: ‘Een rund kent zijn bezitter / en een ezel de kribbe van zijn eigenaar, / maar Israël heeft geen kennis, / Mijn volk heeft geen inzicht.’ Domkoppen zijn het! ‘Wee het  zondige volk, / volk van zware ongerechtigheid, / nageslacht van kwaaddoeners, / kinderen die verderf aanrichten!’

Het lijkt niet echt christelijk wat Jesaja daar doet. Schelden. Maar ja, Jesaja is niet zomaar iemand, hij is een profeet. Een profeet van de HEERE, de God van Israël. We hebben niet zomaar met zijn woorden, met zijn mening te maken, maar met woorden van de HEERE, die Jesaja door mag geven. Je kunt zeggen: we hebben niet te maken met een scheldpartij van Jesaja, maar met een scheldpartij van de HEERE…!

Het kan zijn dat u dan al afhaakt. De HEERE en schelden, dat klinkt ons in de oren als een rare combinatie. Schelden doet pijn, en God wil ons toch geen pijn doen? Nou, daar zou ik niet te zeker van zijn. De Bijbel is geen boek met zalvende praatjes. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden, zegt het spreekwoord. Met andere woorden: niet alle wonden en ziekten zijn te genezen met pijnstillers, pleisters en een kusje erop. Integendeel, er zijn er velen onder ons die in het ziekenhuis onder het mes zijn geweest. Die zware medicijnen, chemokuren, hebben gehad, die diep ingrepen in het lichaam. Soms leek de behandeling nog erger dan de kwaal. Maar het was nodig.

God kan ons uitschelden. God kan ons best pijn doen. Wie weet in deze preek. Omdat het nodig kan zijn. De kerk is geen plek waar je als mens veilig bent, waar je jezelf mag blijven, waar je buiten schot blijft. Het Woord van God kan ons treffen als een zwaard. Legt ons hart open en bloot. Een preek is als een open-hart-operatie. God weet precies wat er bij je van binnen zit. En als Hij daar niet blij mee is, gaat het mes er in. Dan heb je een nieuw hart nodig. En dat kun je hier krijgen ook. Maar het is wel diep ingrijpend.

Zo op scherp staat de situatie in Israël ten tijde van Jesaja. In vers 1 wordt gezegd in welke tijd Jesaja profeteerde, dat wordt aangeduid door de regering van de koningen Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia. We hebben het dan over het midden van de 8e eeuw voor Christus. In die tijd was de bloeitijd van het koninkrijk Israel al eeuwen achter de rug. Onder Rehabeam was het koninkrijk uiteengevallen in een twee- en tienstammenrijk. En nu werd die beide koninkrijken onder de voet gelopen door de opkomende macht van Assyrië, met hun hoofdstad Nineve.

In de verzen 5-8 wordt zo’n beetje beschreven hoe het land eraan toe is: het is als een lichaam tot van onder tot boven, van voetzool tot hoofd onder de wonden, builen en striemen zit. Een beeld dat in een tijd van lijfstraffen en zweepslagen ieder helder voor ogen stond. In vers 7 wordt dat concreet toegepast op het land: het is één woestenij, de steden zijn verbrand, de oogsten geroofd. Alleen ‘dochter Sion’, de stad Jeruzalem, staat nog overeind. Als ‘een hutje in een wijngaard’, ‘een nachthutje op een komkommerveld’, een klein bouwseltje, een tentje, dat nauwelijks beschutting en bescherming biedt.

Moet Jesaja dan wel van die harde woorden spreken? Kan hij niet beter troosten, gerust stellen, moed in spreken? Misschien denk je dat zelf ook wel. ‘Ik kom hier in de kerk om bij te tanken, om gevoed te worden, om tot rust te komen, om mijn zorgen kwijt te kunnen. Ok, daar komt Jesaja wel, daar komen we ook wel vandaag. Maar eerst moet het even pijn doen, moeten we even doorbijten.

‘Hoezo, wat is er mis met ons dan?’ Dat hebben de mensen zich in Jeruzalem vast ook afgevraagd. Ze vonden zichzelf hele vrome mensen. Ze dienden de HEERE voorbeeldig. In vers 9 zeggen ze zelfs iets vrooms: ‘ Als de HEERE van de legermachten / ons niet een gering aantal ontkomenen had overgelaten, / als  Sodom zouden wij geworden zijn; / wij zouden Gomorra gelijk geworden zijn.’ Met andere woorden: Ons land ligt er vreselijk bij, maar de HEERE heeft ons gespaard en bewaard.  Wij zijn immers Jeruzalem, Gods eigen stad, wij zijn Sodom en Gomorra niet!

En inderdaad in Jeruzalem stond de tempel van de HEERE. Daar werkten de priesters 24 uur per dag. De altaren rookten van de brandoffers, slachtoffers en dankoffers. Stieren, rammen, lammeren en bokken, graan, wierook: alles stond met af om het aan de HEERE te offeren. Nauwgezet nam men de feestdagen in acht: de wekelijkse sabbat, de nieuwe-maansfeesten, de jaarlijkse hoogtijdagen. Elke keer weer verzamelde het volk zich in de tempel om te feesten en te bidden. In de verzen 11-15 wordt het allemaal opgesomd.

In hun eigen ogen deden ze het heel aardig…

En dat is nu juist het probleem dat Jesaja aankaart. Wat in hun eigen ogen doen ze het misschien voorbeeldig, maar in Gods ogen is het allemaal walgelijk. De HEERE gruwelt ervan. Het schiet Hem in het verkeerde keelgat. Dat platlopen van Zijn voorhoven, dat brengen van al die offers, die vrome gebeden. Waarom? Omdat het schijnheilig is: het ziet er wel mooi uit aan de buitenkant, maar ondertussen!

Jeruzalem is een soort filmstadje geworden: In de tijd van wildwestfilms maakte men die en nog steeds in filmstudio’s: Men timmert voorgevels van huizen, die er prachtig uitzien op de film, het lijkt net een echt dorp in het wilde westen, maar het zijn nephuizen, aan de achterkant overeind gehouden door stutten en steigers. Zo nep is hun geloof geworden, zo hol, zo leeg. Het is enkel vorm, gewoonte, ritueel. Het heeft geen body, geen inhoud, geen betekenis meer voor hun leven. De verbinding tussen wat er in de tempel gebeurt: het offeren, het bidden, het zingen; en hun dagelijks leven, hun gedrag, hun moraal, ontbreekt.

‘Uw handen zitten vol bloed.’ zegt Jesaja in vers 15. ‘Was u, reinig u! / Doe uw slechte daden / van voor Mijn ogen weg! / Houd op met kwaad doen, / leer goed te doen, / zoek het recht! / Help de verdrukte, / doe de wees recht, / bepleit de rechtszaak van de weduwe!’

Offeren deden ze wel. Maar dit deden ze blijkbaar niet. Dan kun je nog zo vroom kijken, maar dat is dan alleen maar buitenkant. Ze lieten de woorden van God niet doordringen in hun leven. Ze wisten het wel, maar deden het niet. God had zijn wet aan hen als volk gegeven. Keer op keer klinkt het: ‘Hoor, Israel! Luister toch!’ Maar het ging het ene oor in en het andere uit. Ze deden hun eigen zin, ze dienden God op hun manier, en ze volgden hun eigen mening.

En dan denk ik: ‘Ai, dat komt ook hard aan bij ons.’ Wie van ons wil echt luisteren naar God? We leven bij uitstek in een tijd dat ieder voor zichzelf wel uitmaakt hoe hij zijn geloof beleeft en hoe hij leeft. Honderden jaren lang klinkt ook in ons land al het evangelie van Jezus Christus, maar wie laat zich erdoor gezeggen? Keer op keer loop ik er als dominee ook tegenaan, en met mij vele collega’s in prediking en pastoraat, dat wij Gods goede wil voor u doorgeven: We roepen op om trouw te zijn in de kerkgang, om gezamenlijk te volharden in het gebed, om te groeien in geloof en vertrouwen op Jezus Christus, om te leven in de zekerheid van de verzoening van onze zonden. Maar ik kan nou niet echt zeggen dat daarnaar echt geluisterd wordt: In de jaren dat ik predikant ben in Everdingen is daar de  kerkgang niet toegenomen, in veel gemeenten loopt de kerkgang zelfs terug, vooral in de avonddienst. Geloofsgroei is voor de meesten niet echt een issue, en ik stuit in gesprekken met ouderen telkens weer op dezelfde dooddoeners en onzekerheid over hun eeuwige bestemming.

Dat kan twee dingen betekenen: U vindt dat dominees ook maar een beetje hun eigen mening verkondigen, en niet dat ik hier als ambtsdrager namens God sta. En dus doorgeef wat Hij van u wil. De andere optie is: U vindt het zelf eigenlijk wel best goed zoals het gaat. Zondags lekker naar de kerk. Volgende week weer Avondmaal vieren. Het geloof als een steuntje in de rug in moeilijke tijden.

Als u wel tevreden bent met uw gemeente, tevreden met uw geloof in God, tevreden met hoe u leeft en hoe vroom u bent, ‘ik leef toch goed’, kan ik maar één ding zeggen: Dan zit u gevaarlijk dicht tegen de schijnheiligheid van Israël aan. Om niet te zeggen dat het onverkwikkelijke hoogmoed is. Want dat kunt u en jij wel vinden, maar dat stel je dan bóven wat God ervan vindt… De schijnbaar vrome gedachte ‘dat het met ons wel mee valt’ is onze grootste zonde.

De dieperliggende oorzaak daarvan wijst de HEERE zelf aan in vers 2-3: Ik heb kinderen grootgebracht en doen opgroeien, / maar zíj zijn tegen Mij in opstand gekomen. / Een rund kent zijn bezitter / en een ezel de kribbe van zijn eigenaar, / maar Israël heeft geen kennis, /Mijn volk heeft geen inzicht.’

De grootste fout van Israël is dat ze dachten dat ze het zelf wel wisten en zelf wel konden. Dat ze dachten zelf te weten wat de HEERE graag wilde. Veel offers namelijk. En dat ze dachten dat ze wel wisten hoe de HEERE was: Namelijk dat Hij hen zou beschermen tegen de vijanden, dat Jeruzalem nooit zou vallen. Want wij, wij zijn toch Gods geliefde kinderen? Ze varen blind op hun eigen meningen, op hun eigen zogenaamde kennis.

Het lijkt op wat tegenwoordig veel gebeurd op de Friese meren: stedelingen komen op vakantie een boot huren voor een dagje varen. Volgens de wet mag je zonder vaarbewijs een boot besturen die kleiner is dan 15 meter, dus huren ze een boot van 14,5 meter. Moter aan en gaan! Men overschat zichzelf: wat kan daar nu moeilijk aan zijn? Met de nodige aanvaringen en gezonken boten tot gevolg. Men denkt dat men het weet, dat men het kan, heel eigenwijs en zelfgenoegzaam.

Israël kent de HEER niet, zegt Hijzelf. ‘Hoezo? We weten toch echt wel wie de HEER is? We hebben immers een tempel voor Hem, we brengen Hem offers, we aanbidden Hem!’ En toch: Ze kennen Hem niet. Dat kan toch blijkbaar. Kennen is iets anders als weten. Je kunt weten dat God bestaat. Maar dat is iets anders dan Hem kennen. Kennen gaat verder, gaat dieper. Je kent iemand pas echt als je een relatie met iemand hebt, als je iemand leert kennen. Dan gaat het niet over feitjes, maar over een band opbouwen, en dat vraagt luisteren, aandacht, tijd, energie.

Dat ze de HEERE niet kennen, blijkt daarin dat ze niet aanvoelen dat hun offers en gebeden voor Hem een gruwel, een last, een kwelling zijn, zolang ze zelf bloed aan hun handen hebben. Dan hebben ze Hem totaal niet begrepen. Ze hebben niet naar Hem geluisterd, naar wat Hij wil, wat Zijn wens is voor hen. En dat maakt hen tot rebellerende kinderen, nog stommer en hardleerser dan os en ezel.

Geloven in God wil zeggen dat je toegeeft niet te weten. Een christen is geen betweter, maar een niet-weter. Zodra je gaat zeggen dat je weet wie en hoe God is, en dat je zelf ook best weet wat goed en slecht is voor je, ga je onherroepelijk de mist in. Dan maak je je in feite schuldig aan afgoderij. Dan heb je een god die in jouw hoofd past, in jouw denkkaders, in jouw jaszak. Je moraal wordt dan een setje regels waar je je als vroom en net mens aan te houden hebt.

Zodra wij denken dat wij God snappen, dan zitten we er per definitie naast. Geloven in God wil zeggen dat je toe gaat geven: ‘Ik weet het niet. Ik ken God niet. Ik weet niet hoe ik moet leven. Ik weet niet wat goed en kwaad is voor mij. Dat moet mij verteld worden. Dat moet mij gegeven worden.’ Geloven wil zeggen dat je open gaat staan naar God toe: ‘HEERE, ik weet het niet, U weet het. U mag het zeggen. U heeft het voor zeggen in mijn leven. En bewaar mij ervoor dat ik daar vervolgens nieuwe zekerheden mee ga bouwen, nieuwe idealen en systemen knutsel.’

Dat is de open-hart-operatie die we nodig hebben. Die elke keer weer nodig is. Dat is het pijnlijke proces van christen zijn, van sterven aan jezelf. Dat het tot je doordringt: Ik heb niks en ik weet niks, ik heb U nodig.

Tot die overgave moet je wel komen.

De HEERE roept het volk Israel in vers 18 als het ware tot een rechtszaak: hij nodigt hen uit om alles aan het licht te laten komen. Met een prachtige belofte daaraan vast geknoopt: Al waren uw zonden als scharlaken, / ze zullen wit worden als sneeuw; / al waren ze rood als karmozijn, / ze zullen worden als witte wol.’

Maar dat kan natuurlijk alleen maar, als Israël voor de dag komt met hun zonden. Als ze accepteren en toegeven zondig te zijn. Als ze aanstalten maken om hun leven te beteren. Als ze hun leven laten doorlichten door de HEERE zelf.

Je kunt ernstig ziek zijn, zonder dat je het zelf weet. De dokter kan een scan aanbevelen of een röntgenfoto’s, waarop dingen te zien zijn, die je niet wist dat je in je had, maar het zit er toch. Daar was je zelf nooit achter gekomen. Dat geldt ook voor onze ziel, voor ons geestelijk leven. ‘Maar ik mankeer toch niets?’ of: ‘Moet ik dan een hele week gaan zitten navelstaren?’ Nee, inderdaad als je over jezelf na gaat denken, als je jezelf gaat beoordelen, dan valt het oordeel 9 van de 10 keer positief uit. Daar schiet je niets mee op. Als je niet ziet dat je kleren vies zien, gooi je ze ook niet in de was.

Het gaat erom dat je je door de HEERE laat doorlichten. Dat je Hem opzoekt, in Woord en gebed. Reken maar dat er dan ‘zonden als scharlaken’, ‘rood als karmozijn’, tevoorschijn komen. Dat kan niet anders. En dat moet ook. Want wat vies is, kan schoongemaakt worden. Dát is het evangelie in een notedop. Er is reiniging mogelijk. Er is hoop voor zondige mensen. Wie denkt er hier niet aan die tekst uit 1 Johannes: ‘het bloed van Jezus Christus reinigt ons van alle zonde’. Dat alleen en niets anders. Maar natuurlijk is het de diepste kern van ons geloof. Dat we beseffen wie we voor Gods aangezicht zijn: zondaren, die de verzoening in Christus mogen ontvangen. Dat we leven mogen van genade, en pure genade alleen.

Hoe diep de schijnheiligheid van het volk Israël gaat, hoe diep hun eigenwijsheid en hoogmoed ook gaat, hoe diep hun slechtheid ook gaat, God zendt zijn profeet Jesaja om te profeteren. God wil hen nog niet los laten. Hij heeft hoop voor hen. Er kan een wending ten goede komen. Dat is een prachtige belofte, die wij hier aantreffen. Één om meerdere malen te lezen en op je in te laten werken: ‘Al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw; al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol.’ Geen wasmiddel ter wereld lukt dat. Zo compleet schoon, rein en heilig kun je worden als mens.

Dat vind ik geweldig: De Bijbel is niet positief over ons mensen, over hoe wij uit onszelf zijn. Zomaar tevreden zijn met jezelf en je geloof is levensgevaarlijk. En toch: er straalt licht uit deze tekst, genade, je kunt wit worden, gaaf, heel, mooi.

En zo geldt dat ook vandaag. God laat het vandaag ook zeggen tot u en jou, Hij heeft het goede met u voor, hoe pijnlijk het wellicht ook is om voor de dag te komen. Om je over te geven, je eigen meningen los te laten.

Als we God willen leren kennen, dan kan het niet anders dan zo: de weg die voor ons geopend is door Jezus Christus gaan, achter Hem aan. Alleen die zijn leven zal willen verliezen, die zal het vinden, maar die het wil behouden, zal het verliezen.

Die scherpte heeft het slot van onze tekst. Daar wordt ons de keuze voorgelegd door God zelf: ‘Als u gewillig bent en luistert, zult u het goede van het land eten, maar als u weigert en ongehoorzaam bent, zult u door het zwaard gegeten worden;’

Gewillig zijn en luisteren. Accepteren wat God over je leven te zeggen heeft. Je laten gezeggen.

Dat is voor ons moderne mensen niet gemakkelijk. Wij zijn mondige mensen. Mond houden en luisteren. God zegt: Het is je redding als je het doet. Luisteren, dat is hier meer dan horen alleen. Het is ook gehoorzamen. Doe nou gewoon wat God van je vraagt. Open staan voor God zelf. Wat je gezegd wordt in de kerk, door Woord en preek. Neem dat nou eens echt serieus. Niet alleen ernstig knikken, maar het ter harte nemen. En er handen en voeten aan geven.

Als je maar wilt luisteren…

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s