Thuis in de Bijbel

Preek over het jaarthema bij Opening Winterwerk in Everdingen.

Schriftlezingen: Genesis 1:1-3; Johannes 1:1-3.14.17; 2 Timotheus 3:14-17.

Gemeente van Jezus Christus,

  1. De Bijbel, een moeilijk boek…

Een kasteel, daar ben je vast wel eens geweest. Je weet wel, zo’n middeleeuws kasteel, waar een ridder woonde. Gracht, ophaalburg. Torens. In Nederland hebben we bijvoorbeeld het bekende Muiderslot, en Slot Loevestein. Erg leuk en een beetje spannend om daar rond te kijken. De dikke muren. De wenteltrapjes. De ridderzaal. De kerkers. Je waant je honderden jaren terug. Maar: zou je er willen wonen? Ja, wel stoer. En toch: Nee, want het ziet er wel mooi uit. Maar er is geen verwarming. Geen verlichting. Er is geen moderne badkamer met warm water. Het is er kil, koud en het tocht. En het is vééél te groot. Leuk om eens te bekijken. Maar dan weer lekker naar huis.

Zo is de Bijbel ook een kasteel, zou je kunnen zeggen. Het is een boek van 2000 jaar oud. Sindsdien is er niets meer bijgeschreven of weggehaald. Het is niet up to date. Het wordt alleen zo nauwkeurig mogelijk vertaald. En zorgvuldig doorgegeven van generatie op generatie. En nog steeds lezen we er uit. Waarschijnlijk doen jullie dat thuis ook wel. Aan tafel misschien. Voor het naar bed gaan. Of op een ander moment. En we lezen de Bijbel hier in de kerk. En op alle momenten van komend winterwerk dat we samen komen. We zijn een gemeente bij de Bijbel: bij alle vergaderingen, clubavonden, kringen, gaat de Bijbel open en lezen we eruit.

Maar waarom eigenlijk? De Bijbel is een zo’n oud boek. En daardoor ook wel erg vreemd. Als je erin leest, begrijp je de helft van de keren niet goed waar het over gaat. Het is goed om dat ook zo te benoemen. De woorden  zijn moeilijk. De zinnen lang. Zeker als kind of tiener. Lezen is niet echt meer iets van onze tijd. We leven in de tijd van nieuwe media: internet, tv, facebook, film. Dat is allemaal veel gemakkelijker en leuker, comfortabeler. Boeken hebben iets ouderwets, en een oud boek als de Bijbel helemaal.

Waarom zou je er dan nog in lezen? We weten toch ook zo langzamerhand wel wat er in staat? Zoals je maar één keertje op bezoek hoeft in het Muiderslot om te weten hoe het eruit ziet. Dan ga je niet volgende week wéér.

Zo ken je de verhalen uit de Bijbel langzamerhand ook wel. De schepping, Noach en de ark, Abraham die op reis gaat, Jakob en Ezau, Mozes en de brandende braamstruik, de uittocht uit Egypte,  David en Goliath, Jona in de vis. De verhalen over de geboorte van Jezus, Zijn wonderen, het lijden en sterven, de opstanding. Zeker als je van jongs af aan opgroeit in de kerk, wéét je dat toch allang?

De Bijbel kan zo zelfs een saai boek worden. Wat er in staat weet je al: Het zijn verhalen van lang geleden, waar je nu niet zoveel meer mee kunt. De Bijbel is dan een beetje als een kasteelruïne voor ons: de eerste keer zijn de verhalen leuk en spannend, ook wel vreemd en interessant. Maar vervolgens ben je blij dat je het boek weer dicht kunt doen, en gewoon lekker in het comfortabele hier en nu kunt leven.

Paulus draagt Timotheüs op om wel bij de Bijbel te blijven, om daarin te blijven wonen als het ware. Ook Timotheüs kent de Bijbel van jongs af aan. Hij is opgevoed als joodse jongen bij het Oude Testament. Timotheüs is een jongeman die Paulus op een zendingsreis ontmoet heeft en meegenomen als assistent. Op een gegeven moment heeft Paulus hem de leiding gegeven over een nieuwe gemeente. En later schrijft hij hem deze brief om hem te bemoedigen, want het leiden van een gemeente valt die jonge Timotheüs vies tegen. Er komt meer bij kijken, dan hij had verwacht.

Waarom draagt Paulus Timotheüs dan op bij de  ‘heilige Schriften’ te blijven? Kan hij niet beter wat managementtips geven? Dat doet hij ook wel. Maar de kern vinden we toch wel in 2 Timotheüs 3,14-17.

  1. Wat staat er op het spel?

Waarom moet Timotheüs uit de Bijbel blijven lezen? Omdat de Bijbel volgens Paulus niet zomaar een boek met verhaaltjes is, dat je eens leest en dan wel kent. Zoals je een rondleiding krijgt in een monumentaal kasteel. Nee, de Bijbel lijkt meer op een bunker. Een bunker? Ja, je weet wel, zo’n betonnen bouwsel, zoals ze rond Fort Everdingen en langs de Diefdijk staan. Gebouwd voor soldaten om in tijden van oorlog in te kunnen schuilen. Veilig voor bommen en kogels. Een bunker is niet echt een mooi gebouw. Niet comfortabel ook. Ik ben toen het Fort een keer open was gesteld binnen wezen kijken in die bunkers, maar het is er donker, muf en krap, erg krap.

Hoezo lijkt de Bijbel dan op een bunker? Dat heeft alles te maken met de situatie waar Timotheüs in verkeerd. Er komt van alles op hem af. In het begin van dit hoofdstuk 3 vertelt Paulus hoe het er aan toe gaat in de wereld. En hoe het in de toekomst zal gaan. ‘Weet dat in de laatste dagen zware tijden zullen aanbreken. Want de mensen zullen liefhebbers zijn van zichzelf, geldzuchtig, grootsprekers, hoogmoedig, lasteraars, hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, kwaadsprekers, onmatig, wreed, zonder liefde voor het goede, verraders, roekeloos, verwaand, meer liefhebbers van zingenot dan liefhebbers van God.’

In zo’n wereld leef je, Timotheüs! En Timotheüs merkt dat ook. Dat die invloeden en verleidingen niet alleen buiten de kerk zijn, maar net zo goed in de christelijke gemeente binnensluipen, waar hij de leiding heeft. En omdat Paulus het Timotheüs zo op het hart moet drukken om te blijven bij wat hem geleerd is, om te blijven bij de Bijbel, kunnen we vermoeden dat dat alles Timotheüs ook zelf raakte en aan hem schudde.

Wat dat betreft is het voor ons toch niet zoveel anders? Er komt veel op ons af. Als je ziet wat men in onze tijd belangrijk vindt, dan herkennen we veel: mensen als ‘liefhebbers van zichzelf’, wij zouden zeggen ‘egoïsme’, jezelf het centrum van de wereld vinden. ‘Geldzucht’, op prinsjesdag zoals deze week zijn de koopkrachtplaatjes zo’n beetje het belangrijkste. En nu ja, hoogmoed, onverzoenlijkheid, roddelen, verwaandheid: Het lijkt wel alsof Paulus ons en onze tijd beschrijft…

Herken je die diagnose van de wereld om ons heen? En van onszelf? Ik heb soms het gevoel dat we in onze tijd niet helemaal door hebben hoezeer onderhuids we meegetrokken worden in de wereld. De heftige woorden van Paulus vinden we al snel overdreven. ‘Het valt met ons wel mee.’ Als we dat denken, wordt het wel echt tijd om de bunker van de Schrift in te duiken.

Naar Paulus’ overtuiging gaat het niet lang duren of de wereld zal ten onder gaan in die chaos en in het oordeel van Jezus Christus bij zijn wederkomst. De enige manier om veilig te zijn, dat is vasthouden aan het geloof in Jezus Christus, en dat geloof vinden we in de heilige Schrift. Als wij daarin blijven, daarbij blijven, en dat is: Lezen, Jezus ontdekken en volgen, dan zijn we veilig. De Bijbel is dan ons houvast, onze schuilplaats, onze reddingsboei. Dat is wat Paulus zegt met: ‘die u wijs kunnen maken tot zaligheid/redding, door het geloof dat in Christus Jezus is.’

Bijbellezen doen we niet voor de mooie verhalen, voor wat inspiratie, voor wat aanwijzingen hoe je goed moet leven of voor de leut, maar omdat onze redding op het spel staat. Dat kun je niet zwaar genoeg aanzetten: het gaat om ons eeuwig heil. Leven los van de Bijbel laat je afdrijven van God en Jezus Christus, je wordt misleid, je houdt het geloof niet vol, je houdt de liefde tot God niet vol. En uiteindelijk ga je eeuwig verloren. Er staat heel wat op het spel. De Bijbel maakt ons wat dat betreft wijs. Bijbellezen is niet zomaar een hobby voor de mensen die lezen leuk vinden en geschiedenis interessant. ‘De Heilige Schriften kunnen u wijs maken tot zaligheid/redding, door het geloof dat in Christus Jezus is.’

 

  1. God spreekt

Hoe dan? De Bijbel is toch maar een boek? Je kunt daar toch niet letterlijk in kruipen, in schuilen, in wonen? Nee, inderdaad niet letterlijk. Maar de Bijbel is niet zomaar een boek. Paulus noemt de Bijbel in vers 16 ‘door God ingegeven’. Geïnspireerd, zeggen we ook wel. Dat betekent dat we niet zomaar met een menselijk boek te maken hebben. Het is niet zomaar verzonnen door mensen, zoals andere boeken. Het zijn wel woorden die door mensen op zijn geschreven, maar God heeft die mensen gebruikt om Zijn boodschap door te geven, om Zelf te spreken.

Het is veelzeggend dat de Bijbel begint met het spreken van God. Gods spreken zorgt er zelfs voor dat alles ontstaat. ‘En God zei: Laat er licht zijn! En er was licht.’ God spreekt in de Bijbel. Dat is typisch voor heel de Bijbel: het gaat over een God die naar mensen toekomt, die mensen iets te zeggen heeft. Door Zijn woorden komt God dichtbij. Met Zijn woorden zet hij mensen in beweging, doet Hij wonderen, geeft Hij mensen het leven, oordeelt Hij en spreekt Hij vrij. Met Zijn woorden schept God de wereld, ze zijn de bron van ons leven, maar door Zijn woorden verandert God ook mensen. Gods woorden zijn niet zomaar woorden, maar ook daden. Ze hebben Goddelijke kracht en macht.

Johannes schrijft in Zijn evangelie dat Hij die Goddelijke kracht van het Woord, juist in Jezus ontmoet heeft. Het spreken van Jezus was het spreken van God. Door Jezus heeft Hij God leren kennen. In het bijzonder doordat Gods genade en waarheid door Jezus openbaar bekend werden. De beweging van God uit naar de mensen van toewending, liefde, ontferming, vergeving.

Je zou kunnen zeggen: ja, dat is allemaal iets van lang geleden. Schepping. De komst van Jezus Christus op aarde. Het is fijn dat dat toen allemaal is opgeschreven, maar het zijn woorden van lang geleden. Maar dan begrijpen we het niet goed. Die woorden van God zijn juist opgeschreven omdat ze zo’n geweldige kracht hebben. En dat is geen kracht van toen, dat is ook de kracht nu. De heilige Geest heeft niet alleen de Bijbelschrijvers geïnspireerd wat en hoe ze het op moesten schrijven, maar de heilige Geest gebruikt die woorden van de Bijbel ook om ons leven te veranderen, om  ons Gods genade uit te delen.

Jezus spreekt niet alleen in de Bijbel, Hij spreekt ook erdoor tot ons vandaag. We lezen de Bijbel niet als een geschiedenisboek, maar als Woord van God. Een Woord dat niet zomaar gesproken wordt, maar een Woord dat macht uitoefent, omdat de Geest zelf daarin meekomt, daardoor tot ons, tot u en mij spreekt. De Bijbel is dus niet zomaar een boek. Als je daarin leest komt je in de invloedsfeer van de heilige Geest.

Naast het beeld van de bunker, kun je het beeld van ziekenhuis onthouden: Hoe worden wij gered, zalig, door de Bijbel?

Wel je leest in de Bijbel over God die onze zonden vergeeft door het offer dat Jezus brengt. Maar met dat je dat leest, gaat de heilige Geest met je aan de slag, zorgt ervoor dat die woorden bij je binnenkomen. De woorden van de Bijbel werken als medicijn tegen de zonden. Met alles wat je dwars zit, met je vragen, zonden en zorgen, kun je de Bijbel openslaan, en dat is: daarmee bij God komen, en vervolgens horen wat Hij daarover te zeggen heeft. En genezing ontvangen. Veranderd worden. Bekeerd. Je leest er niet alleen over, er wordt tegen je gesproken. En die woorden doen wat met je.

  1. Luisterhouding

Misschien denk je: ‘Dat klinkt wel mooi, in theorie. De Bijbel als bunker waar je veilig bent, schuilplaats waar je redding vindt. De Bijbel als ziekenhuis, waar God tegen je spreekt en je leven geneest, herschept, en verandert. Maar als ik de Bijbel opendoe, hebben ik zelden het gevoel dat het mij iets zegt. Laat staan dat ik het gevoel heb, daarin God te ontmoeten, Hem daarin hoor spreken.’

Daar heeft u een goed punt. Dat klopt, dat ervaar ik zelf ook. Maar waaraan ligt dat? Aan de Bijbel of aan onszelf?

Ik denk dat je moet zeggen: Aan onszelf. God spreekt echt wel in en door de Bijbel, door de eeuwen heen hebben velen dat ervaren. De vraag is of wij luisteren. Allereerst heel praktisch: neem je de tijd en rust om de Bijbel echt te lezen. En het tot je door te laten dringen? Als ikzelf Bijbel lees, heb ik vaak echt moeite om mijn gedachten over van alles en nog wat even stil te zetten en me te concentreren op de Bijbeltekst. In onze tijd met veel drukte en veel prikkels en afleiding, is dat allereerst een uitdaging.

Alleen daarom is het al goed om met elkaar dit winterwerk ‘thuis te zijn in de Bijbel’, en dat wil zeggen dat we elkaar aansporen, stimuleren en helpen, en de tijd nemen om die Bijbel open te doen en te luisteren. Al de tijd die we in de kerk zitten, naar Bijbelkring gaan, club hebben of zondagsschool, moet je zien als luistertijd. We organiseren al die momenten, omdat je er zelf alleen niet zo aan toekomt. Toch? Doe uw en jouw voordeel daarmee en wees trouw aanwezig in de kerkdiensten, op de clubs, kringen en verenigingen. Je hebt het echt nodig.

Maar afgezien van dat het praktisch moeilijk is om te luisteren, gaat de moeite om te luisteren nog een slag dieper. Paulus zegt tegen Timotheüs dat de Bijbel nuttig is ‘om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid’. Met andere woorden: God deelt Zijn liefde en genade uit in de Bijbel, maar dat gaat op de manier van onderwijs, correctie, verbetering en opvoeding.

Nu weet ik niet zeker hoe die woorden bij u overkomen. Maar als ikzelf die woorden hoor, dan voel ik een innerlijke weerstand: ‘Onderwijs? Heb ik dat nodig dan? Ik weet toch zelf alles best? Correctie, verbetering? Ik leef toch goed?

Ik heb helemaal geen zin in kritiek op mijn leven en op hoe ik mij gedraag. En ik heb ook geen zin om te veranderen. Opvoeding? Ik ben toch geen klein kind meer?’

Wij staan uit onszelf helemaal niet zo open voor onderwijs. Dat merk je in de klas ook wel eens: Kinderen en jongeren verzuchten op school best wel eens: moet ik dat allemaal leren, waar heb ik dat voor nodig, wiskunde, biologie, geschiedenis, pff.

De Bijbel lezen is als het ware naar school gaan.  En dat houdt in dat je bereid bent te leren. Dat is: ontvangen. Niet zomaar te horen wat er in de Bijbel staat, maar dat het je leven verandert, dat je er zelf door verandert. Dat wil Gods genade in ons doen, maar daarom zitten we helemaal niet zo om die genade te springen. Als je de Bijbel leest, dan hoor je niet wat jij wilt horen, maar wat God aan je kwijt wil.  In de Bijbel staat niet wat wij belangrijk en relevant vinden, maar wat God belangrijk en relevant voor ons vindt. En als wij daar niets mee kunnen, dan is dat niet het probleem van de Bijbel, maar ons probleem.

Wil de Bijbel echt een thuis voor je worden, een bunker waar je veilig bent, een ziekenhuis van Gods genade, dan kan dat niet anders dan door het een school te laten zijn. En dat vraagt een luisterhouding van ons. Open handen, open oren, open harten. Als de Bijbel je niets zegt, als God je niets zegt, dan begint het daar: bidden om die nederige afhankelijkheid, om jezelf aan de kant te zetten en werkelijk te luisteren. En daar zit de belofte dan ook aan vast: Al had je er aanvankelijk zelf misschien geen interesse in of geen behoefte aan, je wordt er als mens door gered, herschapen, verbeterd, opgevoed in de rechtvaardigheid, ja zelfs, zegt Paulus: ‘opdat de mens die God toebehoort [= de christen], volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust.’

  1. Thuis raken in de Bijbel

Hoe kun je nu de Bijbel lezen, dat het zo werkt? Dat je door de Bijbel te lezen groeit als christen, daarin God hoort spreken. Gericht op de praktijk. In staat tot elk goed werk. Daarvoor moet je thuis zijn in de Bijbel.

Ja, wanneer noem je iets ‘thuis’? Dat heeft allereerst iets van bekendheid. Thuis verdwaal je niet. Zelfs in het donker niet. Je weet waar je bed staat. In welke kast de kleren zitten en je speelgoed. Thuis is bekend. Thuis zijn in de Bijbel heeft daar ook mee te maken. Dat je weet waar wat staat. Dat je een soort basiskennis hebt over de opbouw van de Bijbel, hoe die in elkaar zit. Met Oude en Nieuwe Testament. Met de bijbelboeken. Als je zomaar een boek ergens openslaat en een pagina leest, of een paar minuten uit een film kijkt, snap je er ook niets van. Door heel het boek heen moet je de verhaallijnen en de karakters leren kennen. Dan pas kun je een stuk plaatsen. Zo is het met de Bijbel ook. We proberen dit jaar deze hoofdlijnen helder te krijgen, zodat je een kapstok hebt.

Thuis is ook eigen en vertrouwd. Het is iets van jezelf. Je voelt je er thuis. Dat gevoel heb je niet meteen als je in een nieuw huis gaat wonen, dat moet groeien, dat duurt soms jaren. De Bijbel wordt ook alleen maar je thuis, vertrouwd en eigen, als je zelf in leest. En niet één keer van voor tot achter, maar er in blijven lezen, je oefenen. Dat oefenen in bijbellezen gaan we dit seizoen ook samen doen. Dit doen we samen, omdat er wel allerlei manieren zijn om het lezen leuker en gemakkelijker te maken. Bijbellezen kun je leren.

Ten slotte: Thuis raken in de Bijbel, dat is uiteindelijk geen kwestie van bijbelkennis of leesvaardigheid. Dat zou suggereren dat je er slim voor moet zijn of van lezen moet houden. Uiteindelijk gaat het met een thuis, een huis, je ook niet om de muren of de spullen, maar om het leven ín het huis. Zo is het met de Bijbel ook: het gaat ons niet om het boek, of om het ijverig lezen, maar om het geloof dat in de Bijbel God woont. Dat de Bijbel lezen bij Hem thuis komen is. Hem ontmoeten. De drempels die ons daarvan kunnen weerhouden, die moeten we wegnemen. Als we inzetten op bijbellezen, dan is dat omdat we van God houden en Hem willen horen spreken. En voor Hem willen leven.

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s