Kern van de Bijbel (1): Het drama

Preek gehouden in leerdienst te Everdingen bij Zondag 2-4 van de Heidelbergse Catechismus (versie GKv).

Michelangelo Buonarroti: De verdrijving uit het Paradijs (fresco)

Gemeente van Jezus Christus,

  1. Het kwaad zit dieper dan we denken 

We zijn weer in oorlog. Nederland is in oorlog met Islamitische Staat in Irak en Syrië. Deze week besloot de ministerraad F16’s te sturen en te bombarderen. Samen met vele landen zien we ons genoodzaakt hun opmars en gruweldaden een halt toe te roepen. Hoe kon het daar zo mis gaan? 10 jaar geleden hebben we Irak bevrijd van Saddam Hoessein. 10 jaar lang hebben we geprobeerd daar democratie te vestigen.

Tot op zekere hoogte kunnen we wel begrijpen dat dat niet lukte. De nieuwe regering heeft de soenitische stammen van Irak benadeeld, en daardoor kwaad bloed gekweekt. De mensen zijn arm en onderontwikkeld. Als je hopeloos bent, ga je gekke dingen doen.

Zo bekijken we het tegenwoordig ook in eigen land wel eens: Marokkaanse jongens belanden veel in de criminaliteit. Ze hebben een moeilijke jeugd gehad, balancerend tussen twee talen en culturen. Daardoor kunnen ze op school moeilijk meekomen. En ze ervaren voortdurend stigmatisering en discriminatie. Het vinden van werk is bijna ondoenlijk. Vind je het dan gek dat ze gaan voor snel veel geld verdienen?

En toch. Toch zou je verwachten dat als mensen ten diepste goed zijn en het kwaad bijkomstig, het in de loop van de tijd beter zou gaan in het Midden-Oosten. Dat ons gezonde verstand de wereld langzamerhand zou verbeteren. Dat gevangenissen leeg komen te staan. Die gedachte zit namelijk heel sterk in onze cultuur sinds de Verlichting: In wezen, in de kern, is een mens goed.

Één voordeel van de Bijbel is dat het ons de gelegenheid geeft om het menselijk leven vanaf vierduizend jaar terug te overzien. Dat is het mooie en boeiende van dat boek. Om terug te kijken of die ontwikkeling en verbetering zichtbaar is. Ik weet niet hoe het u vergaat, maar als ik de Bijbel lees, dan kom ik daarin geen achterlijke mensen tegen, die nog zo stom waren om te zondigen. Ik krijg niet het idee dat we duizenden jaren later heel veel zijn opgeschoten. Zeker, de cultuur is veranderd. Bijvoorbeeld: We beschouwen elkaar meer als gelijken, ook als man en vrouw. Maar je ziet nog steeds dezelfde dingen terugkeren: liefde, goedheid, hoop, die vervolgens beschadigd worden door oorlog, of ontrouw, hoogmoed en jaloersheid. Er zit iets in de Bijbel van een vicieuze cirkel van het kwaad. De Bijbel is mooi, maar niet leuk.

Sterker nog, Paulus trekt in de Romeinenbrief de conclusie, dat het in de mens zelf zit. Ten diepste is een mens niet goed. Zo zegt hij in Romeinen 3:

9 Wat dan wel? Zijn wij voortreffelijker? Beslist niet! Wij hebben immers zojuist én Joden én Grieken beschuldigd dat zij allen onder de zonde zijn, 10 zoals geschreven staat: ‘Er is niemand rechtvaardig, ook niet één,11 er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt. 12 Allen zijn zij afgedwaald, samen zijn zij nutteloos geworden. Er is niemand die goeddoet, er is er zelfs niet één.’ 

Als moderne mensen steigeren we bij de absoluutheid van deze uitspraken over hoe wij mensen zijn. We herkennen ons er misschien niet meer in. Maar dit is niet zomaar een abstracte conclusie van Paulus. Dit zijn citaten uit de psalmen. Het zijn observaties uit het geleefde leven. De catechismus brengt dat onder woorden met: ‘naar mijn aard ben ik erop uit om God en mijn naaste te haten.’ En: ‘zijn wij zo verdorven, dat wij helemaal onbekwaam zijn tot iets goeds en uit op elk kwaad’.

Dat is geen theorie, dat is de praktijkervaring van eeuwen, van mensen die geleden hebben. Geleden onder het kwaad dat mensen elkaar aandoen. Als we eerlijk zijn, zit het kwaad in ons, dieper dan we vaak denken. Gelukkig vaak bedekt onder een laag beschaving en goede wil, maar soms komt het er zomaar uit.

Soms horen we deze woorden, alsof we niets goed meer zouden kunnen doen. Dat bedoelt Paulus niet en dat bedoelt de catechismus ook niet. Dat zou niet kloppen, want om je heen zie je veel mensen hele goede dingen doen, christenen en niet-christenen. Ik denk maar even aan artsen en verplegers die in Libera en Sierra Leone hun leven wagen om Ebola-patiënten te helpen.

Wat de catechismus bedoelt met die woorden: ‘niet in staat tot iets goed en uit op elk kwaad’, is dat er in ons iets grondig mis is. Er mankeert iets aan het fundament. Zoals de bouwer, waarvan Jezus vertelt, die best een prachtig huis kan bouwen, maar op zand. Het houdt geen stand in de storm. Wat mankeert er ten diepste in ons? We zijn vervreemd van God. Hoe we ook ons best doen, ergens gaat het verzakken en scheuren en uiteindelijk instorten. Zo diep zit het kwaad. De relatie met Hem is stuk. We zijn niet in staat dat goed te maken en te houden.

  1. De Bijbel vertelt een groot drama

De Bijbel stelt dat niet vast als een feit, maar vertelt dat verhaal. Als u wel eens een boek leest of een film kijkt, dan herken je dat een verhaal je soms erg kan ontroeren. Tot tranen toe. Je leeft mee met hoofdpersonen in het verhaal. Je leert ze kennen. Niet door een beschrijving van hun karakter en wezen, maar door hoe ze reageren op allerlei belevenissen. Door de loop van het verhaal en hoe ze zich redden uit problemen.

De Bijbel geeft geen dogma’s, maar leest vanaf Genesis als het antwoord op de vraag: Waar komt het kwaad vandaan? En hoe komt het dat het zo diep in ons zit? Ook de catechismus verwijst trouwens terug naar het bijbelverhaal van Adam en Eva. Dat je gerust een drama mag noemen. Drama in de zin van een zich ontwikkelend verhaal, maar ook drama in negatieve zin: er gaat van alles mis. Als je het leest, wordt je erin meegezogen. Gelijk in Genesis 1 is het begin:

27 En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen. 28 En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen! … 31 En God zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de zesde dag. 

Dat is een ongelooflijk belangrijk begin, waar de catechismus ook op wijst. Want het laat zien dat God zelf geen blaam treft voor alles wat er volgens mis zal gaan. Een zondeval. God heeft de mens goed geschapen.

Alles was zeer goed. Het is niet bij God mis gegaan, maar bij ons. Dat is geen leerstuk, maar als je de Bijbel leest, zie je dat het zo gegaan is. En de tranen springen je er misschien wel bij in de ogen. Hoe hebben we ooit zo stom kunnen zijn? Ja, de duivel geeft ons een zetje, maar daar hadden we toch niet naar hoeven luisteren? Ergens blijft het kwaad, ook in de Bijbel, onbegrijpelijk. Het verhaal wordt verteld.

Wij vinden de Bijbel vaak een taai boek, en dat komt misschien omdat er zoveel details en zijpaadjes bewandeld worden, dat we de lijn van het verhaal niet zo in het oog kunnen houden. Maar in feite is er één hele duidelijke lijn in, ontwikkelt het verhaal zich in een moordgang. Letterlijk. Kaïn die Abel doodslaat. De mensheid die gaat van kwaad tot erger, tot de grote vloed alles schoonveegt. Een kwetsbaar nieuw begin met Abraham en zijn nakomelingen. Breekbaar en al snel gebroken. De goedheid van God blijkt taai te zijn. God blijkt vasthoudend.

Maar de sfeer blijft dramatisch. Egypte en de farao willen niet buigen, alleen maar barsten. Het volk Israël in de woestijn valt van de ene mopperbui in de andere. Veertig jaar lang. Tot die hele generatie het loodje heeft gelegd. Met een fris, jong volk, het beloofde land in. Mensen goed van zin. Maar hoe gaat het: ‘Ieder deed wat goed was in zijn eigen ogen.’ Richters stellen orde op zaken. Maar dat is niet genoeg: er moeten koningen komen. Maar daarmee komt de politiek, en valt het volk helemaal terug in heidendom en afgodendienst.

Als je de Bijbel zo leest, dan is het een groot drama, en zit er grote spanning in. De vraag is niet alleen: waar komt het kwaad vandaan? Want keer op keer wordt die vraag beantwoord: uit de mens. Van Adam af. Elke keer weer. Waarom? Ja, je trekt je haren uit je hoofd bij die vraag. Waarom? Hoe langer hoe meer wordt de vraag: Hoe gaat dit aflopen? Houdt het dan nooit op? Zit er geen einde aan het kwaad? Is er niet een dieptepunt, waarna er weer echt hoop gaat gloren? Na de zondvloed denk je: Nú zal het beter gaan. Na de bevrijding uit Egypte denk je: Nú zal het beter gaan. Als David op het toneel verschijnt denk je: Nú breekt een glorietijd aan. Maar teleurstelling op teleurstelling. Tot het land in puin ligt. De tempel een ruïne. Het volk in ballingschap. Drama.

  1. Wij spelen een (negatieve…) rol in het drama

Al lezend denk je: Dat drama van de Bijbel, dat is niet alleen het drama van lang geleden. Het is nog steeds hetzelfde liedje. Wij leven zelf in dit verhaal. Als we dat alleen maar zouden ‘vinden’ of ‘stellen’, dan zou ons, christenen, somberheid en zwartkijkerij verweten kunnen worden. Een zwartgallig mensbeeld. Maar dat is niet zo. De Bijbel is geen eenzijdig beeld van de wereld, het is een dieptepeiling. Het vertelt ook echt wel de hoogtepunten. Ook het mooie en het goede, de liefde en de hoop komen aan bod. Er is ook het Hooglied. De lofpsalmen. De schitterende tempel van Salomo. Een land vloeiend van melk en honing. Alleen, daar staat nooit een punt, maar altijd weer een komma.

Het einde van de Bijbel in de Openbaring van Johannes is ook geen punt, maar een komma. Het loopt naadloos over in de kerkgeschiedenis. Tot in onze dagen. De Bijbel vertelt het Grote Verhaal van God met mensen. En dat verhaal is niet afgelopen, dat loopt nog steeds door. Het heeft alles met onszelf te maken. Zo kan Paulus zeggen in Romeinen 5:

12 Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen, en door de zonde de dood, en zo de dood over alle mensen is gekomen, in wie allen gezondigd hebben. 13 Want totdat de wet er kwam, was er wel zonde in de wereld. Zonde wordt echter niet toegerekend als er geen wet is. 14 Toch heeft de dood geregeerd van Adam tot Mozes toe, ook over hen die niet gezondigd hadden met eenzelfde overtreding als Adam,die een voorbeeld is van Hem Die komen zou. 15 Maar het is met de genadegave niet zoals met de overtreding. Want als door de overtreding van de ene velen gestorven zijn, veel meer is de genade van God en de gave door de genade die er is door de ene mens Jezus Christus, overvloedig geweest over velen. 

Je zou kunnen zeggen: Wij draaien nog steeds rond in hetzelfde vicieuze cirkeltje van Adam: door de vervreemding van God, de zondeval, heeft al het goede van de mensen geen duur. De dood is erbij gekomen. Het leven komt elke keer weer met een ruk tot stilstand. En dat komt omdat wij niet alleen in letterlijke, biologische zin, afstammelingen zijn van eenzelfde voorouder, maar omdat wij in ons mens-zijn, met elkaar verbonden zijn. In ons hart, de kern van ons bestaan, zijn wij hetzelfde.

Wij benadrukken tegenwoordig graag dat ieder mens uniek is en zijn eigen keuzes moet maken. Individualisme, noemen we dat ook wel. En ieder mens is in zekere zin ook bijzonder. Maar ergens zijn wij allemaal ook maar gewoon mens. We hebben meer met elkaar gemeenschappelijk, dan we soms voor waar willen houden. De zonde, de vervreemding van God, heeft grip op ons allen. Is onderdeel uit gaan maken van het ons mens-zijn.

Die kern van de Bijbel, die harde pit, wordt door de catechismus verwoordt en geactualiseerd. ‘Waaruit kent u uw ellende? Antwoord: Uit de wet van God.’ Wet is hier niet de 10 geboden, dat je sommige regels niet kunt houden, en daarom zondaar bent. Nee, het is breder. Daarom wordt in vraag 4 de samenvatting van ‘de Wet en de Profeten’, dat is het geheel van de Schrift, de hele Bijbel geciteerd. Het hele Grote Verhaal van de Bijbel lezend, werkt dat als een spiegel: Je ziet het drama zich ontwikkelen, en je wordt erin meegezogen, je leeft mee, je beseft dat ook ik en u daarin een rol spelen. Dat ook wij nog steeds in datzelfde Grote Verhaal een rol spelen, een klein radertje zijn. Onze kleine drama’s, onze vervreemding van God, onze zonde, vallen op hun plek. 

  1. Wij kunnen ons niet ‘excuseren’

Dat is niet leuk. En we zouden willen dat het anders was. We proberen ons eraan te ontrekken. Ons te excuseren. De zaak te verzachten. Dat is niet alleen iets van onze tijd. De vragen 9 tot 11 uit de catechismus verwoorden bezwaren die ook bij ons op komen:

‘Als wij zo vast zitten in onze zonden, kan God dan niet een beetje medelijden met ons hebben? God snapt toch wel dat wij niet perfect zijn, dat wij zwak zijn. Daar zal Hij in al zijn goedheid en barmhartigheid toch niet boos om zijn? Wij balen zelf ook van het kwaad en lijden er zelf ook onder. Ik doe mijn best, meer kan God toch niet van me verwachten.’

In feite doe je dan twee dingen: Ten eerste: Je schuift de verantwoordelijkheid van jezelf af. Alsof je eerder slachtoffer bent van je zondigheid, machteloos, dan dader. Hoezeer een crimineel een slechte jeugd gehad heeft, weinig kansen kreeg, en we snappen dat hij het verkeerde pad op ging: toch blijft het fout. Toch blijft hij verantwoordelijk voor zijn eigen daden. Zo zegt de catechismus ook: Wij zijn als nakomelingen van Adam gedoemd om te leven in een zondige wereld. Het is begrijpelijk dat ook wij zonden doen. Maar dat maakt ons niet minder verantwoordelijk. Met elkaar als mensen zijn we schuldig aan alles wat er in de wereld mis gaat.

Als je je excuseert, jezelf vrij pleit, doe je ten tweede dit: Je zet God in het verdachtenbankje. Alsof het eigenlijk aan Hem ligt. Dat Hij een betere wereld had moeten scheppen, ons had moeten beschermen tegen het kwaad. Dat Hij toch ook kan vergeven en herstellen en ons niet hoeft te straffen.

Daar trekt de catechismus een harde streep. En terecht. ‘Wil God zo’n ongehoorzaamheid en afval ongestraft laten? Antwoord: Beslist niet, maar God vertoornt Zich verschrikkelijk, zowel over de zonde die ons aangeboren is als over de zonden die wij doen. Hij wil die dan ook door een rechtvaardig oordeel in tijd en eeuwigheid straffen.’

Hoe groot we ook over Gods genade en barmhartigheid denken, dat komt niet in mindering op Zijn rechtvaardigheid. Zoals de HEERE over zichzelf zegt tegen Mozes in Exodus 34:

6 Toen de HEERE bij hem voorbijkwam, riep Hij: HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw, 7 Die goedertierenheid blijft bewijzen aan duizenden, Die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft, maar Die de schuldige zeker niet voor onschuldig houdt en de ongerechtigheid van de vaders vergeldt aan de kinderen en kleinkinderen, tot in het derde en vierde geslacht. 

Gelukkig maar dat God geen oogje dicht knijpt bij onrecht, maar werkelijk eerlijk is. Met Hem zijn geen spelletjes te spelen. Hij is niet te manipuleren of te chanteren. Wat krom is, valt voor Hem niet recht te praten. Dat is een zegen voor alle slachtoffers en verdrukten in de wereld, die lijden onder onrecht. Uiteindelijk kunnen ze op God rekenen. Kunnen ook wij op God rekenen. Hij is niet wispelturig. Trouwens, dat is voor iedereen duidelijk: ook voor daders… je weet met Wie je te maken krijgt, straks. Met Hem valt niet te spotten. Ook die kern van de Bijbel kun je doortrekken naar je eigen leven.

  1. Drama met een goede afloop

Het drama van de Bijbel, het verhaal dat zich ontwikkelt rond een mensheid die in zonde gevallen is en er niet meer bovenop komt. Het ligt niet gemakkelijk in het gehoor. Deze kern kun je met recht een harde pit noemen. Maar dat is natuurlijk niet de boodschap van het verhaal. Naast een gevallen mensheid is er een God die in de diepte van de zonde afdaalt, die mens wordt in Jezus Christus, die mensen komt redden.

Wat dat betreft moeten deze catechismuszondagen over de ‘ellende’ altijd in het kader gelezen worden van zondag 1: Wat is uw enige troost in leven en sterven? Antwoord: Dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom ben, niet van mijzelf, maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus. Want Hij heeft met zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle macht van de duivel verlost.

Onze gereformeerde belijdenis wordt soms wel als een beetje somber gezien. Maar dat is niet zo. Ernstig. Ja, dat wel. Omdat het om zaken gaat van leven en dood. Voor jou, voor mij, voor de wereld. Maar juist in die ernst schijnt het licht van Christus, van een nieuw leven, van wedergeboorte. Midden in deze zondagen wordt dat al genoemd, in vraag 8: Maar zijn wij zo verdorven, dat wij helemaal onbekwaam zijn tot iets goeds en uit op elk kwaad? Antwoord: Ja, behalve wanneer wij door de Geest van God opnieuw geboren worden.

Daar bloeit al iets moois. Een bloem in oorlogsgebied. Het zijn woorden van Jezus zelf uit Johannes 3:

 4 Nicodemus zei tegen Hem: Hoe kan een mens geboren worden als hij oud is? Hij kan toch niet voor de tweede keer in de schoot van zijn moeder ingaan en geboren worden? 5 Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk van God niet binnengaan. 

Juist de Bijbel als wet, als Groot Verhaal over de ellende in ons mensen, als spiegel van ons leven, drijft ons naar Christus. De zonde, de ellende, is geen noodlot dat ons leven bepaalt en waaronder we altijd maar gebukt zullen moeten gaan. Dat is een heidense manier van denken, die tegenwoordig weer erg populair is: Dat een mens volledig is vastgepind door zijn genen en opvoeding. Dat je een slachtoffer bent van de omstandigheden. Nee, zegt Jezus, zegt de Geest, zegt God, ook tegen ons vandaag: Het drama van de Bijbel kent een mogelijke goede afloop in de weg van bekering en wedergeboorte. Niet de zonde heeft het laatste woord, maar Jezus Christus, de regeert aan de rechterhand van de Almachtige Vader.

Als je de Bijbel leest en onder indruk komt van het drama van de zonde, en van de rechtvaardigheid van God. Dan leren we van de catechismus: het is geen oplossing om dat drama van de zonde af te zwakken. Nee, huil maar mee om de ellende van onze wereld. Want dat doet God in Zijn rechtvaardigheid ook.

Ook op de notie van Zijn straf moeten we niet beknibbelen. Dat is geen oplossing. Daarmee wordt niet recht wat krom is, maar wordt het alleen nog maar krommer. Vervreemden we meer van wie God is. Laten we vol inzetten op en geloven in Jezus Christus, die de straf droeg en ons bevrijdt. Dan heeft het drama van de Bijbel een goede afloop.

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s