Share!

Preek uit de Jeugddienst over Mattheus 25,31-46

 

Gemeente van Jezus Christus,

Not to do good is to do evil.

Pas was op het nieuws dat wij in het op 3 na rijkste land ter wereld wonen. Boffen wij even! Ok, jullie portemonnee zal best wel eens leeg zijn. Als je een nieuwe smartphone hebt gekocht. Of die spijkerbroek. En na het avondje stappen zal er ook wel niet veel meer in zitten. En ziek, ja je bent ook wel eens ziek. Griepje. Verkouden. Kan je lekker een dagje van school thuisblijven. Maar daar blijft het meestal bij. De ellende van de wereld, armen, hongerigen, dak- en thuislozen, zieken, gevangenen. Dat is gelukkig een ver-van-ons-bed-show. Wij leven lekker ons eigen leventje. Houden ons zo’n beetje aan de regels. En vinden dat we goed bezig zijn.

Als je dat goed vindt, dan hoor je niet bij Jezus’ thuis. Dan ben je geen christen, geen volgeling van Jezus, en dan is je eeuwige bestemming niet het Koninkrijk der hemelen, maar het eeuwige vuur dat bereid is voor de duivel en zijn engelen. Sorry, leuker kan ik het niet maken, ik praat gewoon Jezus na. De woorden van Hem die wij lazen uit Mattheus 25.

Daar gaat het over het laatste oordeel. We geloven als christenen dat deze wereld niet altijd zal doordraaien zoals die nu is, maar dat Jezus Christus ooit koninklijk een punt zet achter onze tijd en geschiedenis. Hij komt om Zijn Koninkrijk voorgoed te vestigen. ‘De Zoon des mensen zal komen in Zijn heerlijkheid en al de heilige engelen met Hem.’ En dan is het de vraag: Wie mag er wonen in dat Koninkrijk? Dan hebben we het over eeuwig leven met Christus op een totaal vernieuwde aarde. Dat bepaalt Jezus. Op dat moment. Voor ieder van ons. ‘Alle volken worden voor Hem bijeengebracht’, schrijft Mattheus, ‘en Hij zal ze van elkaar scheiden zoals de herder de schapen van de bokken scheidt’.

Wie zijn die schapen? Dat zijn de volgelingen van Jezus, de rechtvaardigen. Wie zijn de bokken? Dat zijn de vervloekten. Waarom zijn zij vervloekt? Wat voor vreselijke dingen moet je daar wel niet voor gedaan hebben? Ja, zo denken wij. Je komt als mens toch niet zomaar in de hel terecht… Dat is toch voor hele slechte mensen. Mensen die gemoord hebben. Gestolen. Bedrogen. Criminelen. Die hard-zondaars. Vast wel, inderdaad. Maar Jezus zegt nog iets anders: Niet alleen mensen die slechte dingen hebben gedaan, komen er bij Hem niet in. Ook mensen die het goede hebben nagelaten.

En dat maakt Hij heel concreet: ‘Ga weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bestemd is. Want Ik ben hongerig geweest en u hebt Mij niet te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest en u hebt Mij niet te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en u hebt Mij niet gastvrij onthaald; naakt, en u hebt Mij niet gekleed; ziek en in de gevangenis, en u hebt Mij niet bezocht.’

Als je deze 6 dingen nagelaten hebt: eten geven aan mensen met honger, mensen met dorst te dringen geven, gastvrij zijn voor vreemdelingen, kleding uitdelen, zieken verzorgen en gevangenen bezoeken. Dan kom je er bij Hem niet in. Waar herken jij jezelf in? In de schapen of de bokken?

Hier komt het op aan! 

Als je examen gaat doen op het voortgezet onderwijs, dan weet je wat de examenstof is. De exacte vragen weet je natuurlijk niet van te voren, maar welke kennis en vaardigheden je moet bezitten wordt wel van te voren helder uiteengezet. En dat kun je dan ook heel gericht oefenen met oefenexamens. Zo kom je op je examen niet voor verrassingen te staan.

Bij het laatste oordeel staan we wat dat betreft ook niet voor verrassingen. De Bijbel maakt heel helder waar wij op geoordeeld zullen worden. Wat dat betreft leven er ook in de kerk nog wel veel misverstanden. Wanneer hoor je bij Jezus? Als je in Hem geloofd! zeggen wij dan vaak. Je bent Gods kind, uit genade. En als christen leven, God dienen, wil voor ons vaak zeggen: Bidden, bijbellezen, naar de kerk gaan, en je een beetje aan Gods regels proberen te houden. Maar dat komt niet al te precies, want gered ben je toch al door het geloof in Jezus. Hij is voor je zonden en tekorten gestorven, dus misgaan kan het niet meer, je ticket voor de hemel ligt al klaar.

Dan gaat er iets mis. Ten tijde van de Reformatie in de 16e eeuw hebben we in onze protestantse traditie het doen van goede werken een beetje uit ons boekje geschrapt. Want in de Rooms-katholieke traditie was de sfeer ontstaan dat je de zaligheid, de hemel, moest verdienen door het doen van goede werken. Hopeloos, ontdekten Calvijn en Luther, want dat lukt een mens nooit. De enige die werkelijk de hemel kon verdienen, dat was Jezus Christus, die zonder zonde was. En wij halen Zijn niveau nooit. Als je dat toch gaat proberen, raak je hopeloos in de knoop. Nee, gered worden wij uit genade, door ons geloof.

En dat is ook zo. Maar wat is ‘geloof’? Geloof in Jezus Christus, dat is niet zomaar ‘geloven dat God bestaat, dat Jezus bestaat’, geloof is ook niet een bepaald warm gevoel daarbij. Nee, geloven, dat is deze Jezus volgen, dienen. Dat is niet iets van je hoofd of van je hart – dat ook! – maar van je handen, van je leven. Keer op keer zegt de Bijbel dat we door God uiteindelijk geoordeeld zullen worden naar de vruchten die ons leven draagt. Niet naar onze braafheid, hoe we het slechte hebben nagelaten, maar naar onze toewijding aan Jezus: wat voor goeds we hebben gedaan in Zijn dienst. ‘Aan de vruchten kent men de boom’, zegt Jezus elders.

Je proeft in vers 44 verbazing bij de mensen die Jezus antwoorden: ‘Heere, wanneer hebben wij U hongerig gezien of dorstig of als een vreemdeling of naakt of ziek of in de gevangenis, en hebben U niet gediend?’ Want voor hun gevoel hebben ze Jezus wel gediend! Ze zijn zich van geen kwaad bewust… Maar het gaat God niet om je gevoel, om je intentie, om je woorden en je vroomheid, maar om je daden. Is te merken dat jij christen bent? De examenstof is bekend: Christen zijn is de ‘werken van barmhartigheid’ doen, zoals Jezus ze opsomt: hongerigen eten geven, dorstigen te drinken, vreemdelingen gastvrij onthalen, naakten kleden, zieken verzorgen, gevangenen bezoeken. En alles wat daar verder bij hoort om mensen in hun nood te helpen en nabij te zijn. Daarvoor ben je op aarde!

Geen activisme, maar innerlijke verandering.

O, help! Denk je misschien. Dan moet ik hard aan de slag! Nou, wacht even. Voordat we allemaal heel hard beginnen te rennen en binnen de kortste keren buiten adem zijn. Je hebt van die mensen die spontaan beginnen met lijnen. Met een concreet doel: 10 kilo eraf! Maar wat als je doel is bereikt? Veel mensen gaan dan gewoon alles weer eten. Beetje inhalen ook. En hup, de kilo’s vliegen er weer aan. Hoe komt dat? De beste methode om af te vallen is om er niet zo fanatiek mee bezig te zijn, maar je levensstijl aan te passen.

Misschien een beetje een gekke vergelijking, maar zo is het in het christelijk leven ook. De mensen die van Jezus binnen mogen komen in zijn Koninkrijk, zijn geen fanatiekelingen. Geen mensen die heel activistisch bezig zijn geweest met goede werken om zo in de hemel te mogen komen. Integendeel. Als Jezus hen uitnodigt: ‘Kom, gezegenden van Mijn Vader, beërf het Koninkrijk dat voor u bestemd is vanaf de grondlegging van de wereld.’ Dan reageren ze eerder verbaasd: ‘Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: Heere, wanneer hebben wij U hongerig gezien en te eten gegeven? Of dorstig en te drinken gegeven? Wanneer hebben wij U als een vreemdeling gezien en gastvrij onthaald, of naakt en hebben U gekleed? Wanneer hebben wij U ziek gezien of in de gevangenis en zijn bij U gekomen?’ Ze zijn er helemaal niet mee bezig geweest dat ze goed moesten presteren. Ze waren helemaal niet bewust bezig met het dienen van Jezus en het in de praktijk brengen van hun geloof. Ze hebben het gewoon gedaan.

Hoe kan dat? Juist omdat het doen van de werken van barmhartigheid geen opdracht is, maar bij het geloof hoort: het is de buitenkant van de binnenkant. Deze rechtvaardigen zijn goed bezig geweest, omdat het bij hen van binnen goed zat. Goed doen, dat doe je niet omdat het hoort of omdat het moet, maar omdat je goed bent.

En hoe wordt je goed? Dat is het geheim van het christelijk geloof. Want mensen zijn uit zichzelf niet goed. Dat merk je ook bij jezelf. Ik ook. Wij zijn geneigd vooral onszelf op het oog te hebben. Ons leven draait heel erg om onszelf. Als je dat bij jezelf merkt, dan moet je daartegen niet vechten, maar bidden om bekering. Om innerlijke vernieuwing. En luisteren naar Jezus, naar het evangelie. Want als iemand je kan verlossen van je egoïsme, dan is het Jezus. Door Zijn woorden en daden. Het is de verkondiging van Zijn zelfovergave aan het kruis, die je stil zet en je leven verandert.

Als je vanavond serieus tegen jezelf aanloopt en denkt: Ja, ík ben zo iemand die vooral met zichzelf bezig is, en barmhartigheid en gerechtigheid, dat zijn woorden die in mijn woordenboek niet voorkomen. Kijk dan naar Jezus zelf. Hoe Hij zijn leven voor jou gaf aan het kruis. Hoe Hij, de God van hemel en aarde, zich vernederde tot in de angst van de hel, zich liet slaan en martelen en uitschelden en doden, alles om jou te bereiken, om jou te verlossen.

De verandering van je leven is begonnen, als je dat tot je door laat dringen. Want Christus zien sterven, ja, dan kun je wel door de grond zakken, dat is ook zelf sterven, met Hem sterven. Dat opent je ogen voor Zijn liefde, Zijn barmhartigheid, Zijn ontferming. Dat geneest je van je blindheid.

Delen in de bewogenheid van Christus begint met zien

Je zou kunnen zeggen: Christenen, dat zijn mensen die met open ogen in de wereld staan. Die zien hoe zijzelf en hoe de wereld eraan toe zijn. En wat zie je dan? In de verhalen over Jezus lees je vaak dat er zich een hele menigte rond Jezus verzamelde. En vaak staat er dan dat als al die mensen eraan komen naar Jezus te luisteren of door hem genezen te worden, dat Hij hen ziet en met innerlijke ontferming over hen bewogen is. Het begint bij het zien van mensen en hun nood. En dan komt er innerlijke ontferming.

Wat Jezus jullie en mij wil leren, is om mensen te zien. Jezus legt zijn volgelingen geen last op, vraagt niet heel veel goede werken en zware dienst van ons. Maar vraagt ons om te kijken. Om ons heen te kijken in de wereld. Niet zoveel met onszelf bezig te zijn, maar werkelijk aandacht te hebben voor de mensen om je heen. Daar begint alles mee. Met zien.

De vervloekten, die Jezus naar het eeuwige vuur stuurt, die vragen aan de koning: ‘Heere, wanneer hebben wij U hongerig gezien of dorstig of als een vreemdeling of naakt of ziek of in de gevangenis, en hebben U niet gediend?’ Ze hebben vast wel armen, hongerigen, zieken, ontmoet. Dat kan niet anders. De wereld is er vol van. Maar ze hebben ze niet gezien. Als het Jezus nu was geweest die aan de deur was gekomen, dan hadden ze hem natuurlijk gastvrij onthaald. Maar die vluchteling, die zwerver? De rechtvaardigen zeggen: ‘ Wanneer hebben wij U als een vreemdeling gezien en gastvrij onthaald, of naakt en hebben U gekleed? Wanneer hebben wij U ziek gezien of in de gevangenis en zijn bij U gekomen?’ Zij hebben ook Jezus niet gezien, maar zij zagen wel mensen in nood. En die hebben ze geholpen. Omdat ze ze echt zagen. En daarvan zegt Jezus: Ik waardeer dat zo, dat je het als het ware aan mij gedaan hebt.

Als barmhartigheid en gerechtigheid niet echt thema’s in je leven zijn, dan is het waarschijnlijk omdat je niet kijkt. Omdat je niet ziet. Geen echte aandacht hebt. Daar kun je heel simpel wat aan doen. Leef niet alleen voor jezelf, maar stel je open voor de nood die er in de wereld is, dichtbij en ver weg. Heb oprechte interesse en aandacht voor klasgenoten en collega’s. Ook bij hen is er meer nood dan je denkt. Volg het wereldnieuws, abonneer je op bladen van Woord & Daad, Open Doors, of volg ze via facebook.

Zie de gezichten van mensen in nood. Van vluchtelingen die in paniek alles achter hebben gelaten in Syrië of Irak. Van de doodzieke mensen in Siera Leone en Liberia waar Ebola om zich heen grijpt. Van de erbarmelijke toestanden waarin christenen worden opgesloten in Eritrea. Van de ontheemden en daklozen in de Filippijnen, getroffen door orkaan op orkaan. Als je niets weet en niets ziet, dan is moeilijk om bewogen te raken. Daarin heb je je eigen verantwoordelijkheid. Doe je ogen open en zie wat Christus ziet! Dan komt die bewogenheid van zelf wel…

Delen: Je liefde, je aandacht, je geld, je tijd, je beroepskeuze, je gebed.

Misschien denk je: Maar dat is allemaal zo erg. En zo groot. En zo ver weg. Wat kan ik daaraan doen?

Jezus zegt niet dat wij alle problemen van de wereld moeten oplossen. Dat hebben die mensen die het Koninkrijk binnen mogen ook niet gedaan. Ze hebben eenvoudig gedaan wat ze konden. Niet meer en niet minder. Toen Jezus eens in de tempel was, zag hij een arme weduwe die twee kleine muntjes in de schatkist van de tempel wierp (Markus 12,42-43). Ze deelde van het weinige dat ze had, met liefde.

Daar begint het ook voor ons: delen van wat we hebben, met liefde. Dat gaat ook over je geld. Als je nog niet werkt heb je nog niet veel. Maar als je een telefoon kunt betalen, kun je ook geld uitdelen. En neem als gezin met elkaar een sponsorkindje via Woord&Daad. Heb het met elkaar thuis over de besteding van geld aan goede doelen. ‘Laat de linkerhand niet weten wat de rechterhand doet’, maar binnen het gezin mag daar best openheid over zijn. En jullie hebben vast een bankrekening: kies dan wel een bank die eerlijk en betrouwbaar is en die zijn geld op een goede manier verdiend (zie: http://www.eerlijkebankwijzer.nl/)!

Deel ook uit van je tijd. Als je tijd hebt om te sporten en te gamen heb je ook tijd voor je naaste. Zie waar hulp nodig is! Ik geloof dat je vast iets kunt bedenken als je je ogen open houdt: de oude buurvrouw helpen met de tuin of de boodschappen. Iemand die ziek/eenzaam is een bezoekje brengen.

En denk dan niet alleen in je eigen kringetje, want dat is nogal gemakkelijk. Jezus is juist zo blij met die rechtvaardigen, omdat ze goed zijn geweest voor ‘minste van mijn broeders’! Dat zijn mensen die buiten de boot vallen in onze samenleving. Als je niet weet wie dat zijn: vraag het de diaconie! Geoffrey is jeugddiaken. Ik weet dat ouderen en zieken het erg op prijs stellen als je een alleen maar keer langs komt. Geen tijd? Kwestie van prioriteiten! Stuur anders een kaartje…

Met deze dingen blijft het nog een beetje aan de ‘rand’ van je leven. Je deelt van de restjes geld en tijd die er over blijven. Je kunt er ook aan denken om je leven aan de nood van mensen te wijden. De armenzorg en ziekenzorg was vroeger volledig in handen van de kerk. Door de verzorgingsstaat zijn de ‘werken van barmhartigheid’ uitbesteed aan ziekenhuizen, zorginstellingen en goede doelen-organisaties. Dáár werken doe je uit overtuiging! Werken in het Koninkrijk! Overweeg serieus of dat op één of andere manier jouw roeping zou kunnen zien. Je hebt nog een heel leven voor je: een heel leven om te delen!

Het gaat niet om de grote of spectaculaire dingen die we doen. Misschien is het maar iets heel kleins. Maar doe het. Misschien is het maar een druppel op een gloeidende plaat. Maar voor Jezus Christus is dat alles wat er nodig is. En wat wij niet kunnen: leg dat in gebed aan Hem voor. Probeer concrete noden uit de wereld, mensen die je kent mee te nemen in je voorbede. Bid om de komst van het Koninkrijk.

Dus: Christus verwacht van zijn volgelingen dat het geloof niet aan de binnenkant blijft zitten, maar concreet wordt in je leven in de werken van barmhartigheid, het helpen van mensen in nood. Daar gaan je ogen voor open, als je aan je eigen egoïsme sterft, als het evangelie van Christus tot je doordringt. Dan ga je mensen echt zien, zoals Jezus ze ziet. En dan gaat het delen vanzelf en van harte. En dan zegt Jezus straks tegen je tot je eigen verbazing: ‘Kom, gezegenden van Mijn Vader, beërf het Koninkrijk dat voor u bestemd is vanaf de grondlegging van de wereld.’

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s