Rode draad van de Bijbel (2) – Vroege profeten

Preek over de grote lijn van de bijbelboeken Jozua-2 Koningen, gehouden in Everdingen.

Master Honoré - Samuel zalft David (fragment van folio 7 van het brevier van Philippe le Bel, 1296 ,Bibliothèque Nationale, France)

Master Honoré – Samuel zalft David (fragment van folio 7 van het brevier van Philippe le Bel, 1296 ,Bibliothèque Nationale, France)

Gemeente van Jezus Christus,

  1. Jozua: een gehoorzame start in een geschonken land

Wat zou er gebeuren als je geen juf of meester had op school? Stel je eens voor… Hoe zou het in de klas gaan, alleen met een groep kinderen bij elkaar? Zou je veel leren? […] Als dat geldt voor kinderen. Zou dat ook voor volwassenen gelden? Stel je voor dat er geen regering zou zijn, geen koning, geen ministers, geen parlement, geen burgemeester, geen politie. Hoe zou ons leven eruit zien? […]

Daaraan merk je al hoe belangrijk regeerders zijn, bestuurders, leiders. Het is daarom dat de geschiedenis van Israël verteld wordt aan de hand van eigenlijk één lange lijst van elkaar opvolgende leiders: richters, profeten, koningen. De boeken Jozua tot en met 2 Koningen vertellen 800 jaar geschiedenis en in die 800 jaar zijn dit de beeldbepalende figuren geweest. Niet allemaal zijn ze even bekend: Tola. Ibsan. Abiam. Wie kent ze nog? Andere namen kennen zelfs alle kinderen, denk ik: Simson, de oersterke richter, David, de koning, Elia, de profeet.

Maar het volk begint gek genoeg zónder leider. Mozes had het volk wel uit Egypte geleid. En Mozes had, vlak voor zijn dood, Jozua aangesteld als zijn opvolger. Onder de leiding van Jozus trok het volk het land Kanaän binnen. Heel het boek Jozua gaat daarover. Het verhaal van de inname van Jericho is het meest bekend: Ze hoeven alleen maar rondjes te lopen rond de stad en God laat de muren instorten. Zo ging het eigenlijk in het hele land: God geeft het hun in handen.

Aan het einde van het boek, als Jozua al een oude man is en bijna sterven gaat, roept hij het volk nog eenmaal bij elkaar. We lezen er over in Jozua 24:13-14:

13 Zo heb Ik u een land gegeven waarvoor u zich niet ingespannen hebt, en steden die u niet gebouwd hebt, en u woont erin. U eet van wijngaarden en olijfbomen die u niet geplant hebt. 14 Nu dan, vrees de HEERE, dien Hem in oprechtheid en trouw, doe de goden weg die uw vaderen gediend hebben aan de overzijde van de rivier en in Egypte, en dien de HEERE. 

Na dit gezegd te hebben, stuurt Jozua het volk naar hun huizen. En zelf sterft hij. ‘Eh, ben je niet iets vergeten, Jozua?’, denk je dan: ‘Wie moet nu het volk gaan leiden? Wie heeft het na jou voor het zeggen?’ Best raar. Waarom heeft God Jozua niet opgedragen om een opvolger aan te stellen? Dit is toch een recept voor chaos. Het volk kan dan wel plechtig beloofd hebben om de HEERE trouw te blijven dienen, maar God kent ons, mensen, toch? Als de kat van huis is, dansen de muizen.

Het heeft alles te maken met Wie God is. Hij wil ons niet als kinderen behandelen, die betutteld moeten worden, maar ons behandelen als volwassen mensen. Hij heeft het volk Zijn wet gegeven, gezegd hoe Hij het hebben wil. God begint dan niet vanuit wantrouwen met het instellen van allerlei controle-organisaties en toezichthouders, maar vanuit het vertrouwen: ‘Als jullie beloven Mij te dienen, dan ga Ik er vanuit dat Ik op jullie kan rekenen.’ Dat is wat! Dat is de de rode draad: Dat God ons Zijn vertrouwen gunt!

Hij schenkt het volk het land. Hij gaat ervan uit dat ze er goed voor zullen zorgen. Hij schenkt hen werkelijke vrijheid. Ze mogen Hem dienen op vrijwillige basis. God is niet zoals de Farao van Egypte met zijn slavendrijvers.

Pas dat eens toe op je eigen leven: Kan God op jou rekenen, op u? Hij gunt ook u Zijn vertrouwen.

  1. Richters: het land glijdt zonder leider af in chaos 

Geen juf voor de klas dus. Niemand de baas. Dat betekent niet dat er ook geen regels zijn. Niet bij elk verkeerslicht staat een politieagent met een bonnenboekje of een flitsapparaat. Als die er niet staan, dan blijft de regel dat je toch moet stoppen voor een rood licht van kracht.  Zo gold dat ook in Israël. Ze gingen niet met lege handen het land in bezit nemen. Ze hadden de Thora. De wet van God, ontvangen en doorgegeven door Mozes. Dat is niet niks. Dat heeft Goddelijke autoriteit.

Vanaf het boek Richteren doen de schrijvers van Israël verslag hoe het Gods volk verging in het land. ‘Verging’, zeg ik bewust. Want deze ‘geschiedenisboeken’ zijn geschreven in de verleden tijd. Het laatste wat in het boek 2 Koningen verteld wordt is de val van Jeruzalem en de tijd van de ballingschap. Dat is het moment dat een groepje priesters en profeten bij elkaar is gaan zitten en de oude geschreven en mondelinge bronnen heeft samengevoegd tot de boeken zoals wij ze kennen. Deze boeken bevatten veel verhalen die nog steeds erg boeiend en spannend zijn. Uit de tijd van de Richters kennen ze Gideon die met 300 man het binnenvallende leger van de Midianieten verslaat. En Simson, die in zijn eentje de Filistijnen het land uit jaagt. Militairen. Helden. (Al blijken het ook anti-helden te zijn: ze gaan de mist in…).

Waarom is dat belangrijk? Het is niet zomaar geschiedschrijving voor en door hobbyisten, die dat interessant vinden. Dat zou je kunnen denken. Dat ze willen wegdromen bij de gloriedagen van vroeger. Zoals wij soms kunnen denken: Toen, in de Gouden Eeuw, met die VOC-mentaliteit, toen stelden we wat voor! Nee, eerder het tegenovergestelde: in de ellende van de ballingschap vliegen de vragen hen naar de keel: Hoe heeft het zo fout kunnen gaan met ons? Waar en wanneer ging het mis? Waarom ging het mis? En nog belangrijker: Krijgen wij, vandaag, nog een nieuwe kans? Kunnen we een nieuwe start maken?

Van het boek Richteren wordt je helemaal niet vrolijk. Sommige verhalen op zichzelf zijn mooi, maar de rode draad vind je terug in hoofdstuk 2 en het slot van het boek:

18 En wanneer de HEERE voor hen richters liet opstaan, was de HEERE met de richter en verloste Hij hen uit de hand van hun vijanden, al de dagen van de richter, want het berouwde de HEERE vanwege hun gekerm over hen die hen onderdrukten en die hen in het nauw brachten. 19 Maar bij het sterven van de richter gebeurde het dat zij zich weer afkeerden en nog verderfelijker handelden dan hun vaderen, door achter andere goden aan te gaan, die te dienen en zich daarvoor neer te buigen. Zij gaven geen van hun daden op en evenmin hun halsstarrige levenswandel. […]21:25 In die dagen was er geen koning in Israël: eenieder deed wat juist was in zijn ogen. 

Wat we al vreesden gebeurt: zonder leider glijdt het land af in chaos. Let wel: de chaos wordt door de schrijvers vooral geschetst als een religieuze chaos. De politiek of economie interesseert ze niet zoveel. Dat lijkt me veelzeggend. Ook voor ons vandaag.  We zeggen vaak tegen elkaar hoe dankbaar we mogen zijn dat we in Nederland leven. Veilig is het hier. Goed georganiseerd. Welvarend. Goed, we hebben een economische crisis achter de rug. Maar het gaat weer de goede kant op. Verre van een chaos.

Maar kijken we dan wel goed? Als die schrijvers van Richteren, nu eens over Nederland zouden schrijven? Over ons volk? Over u en mij? God schenkt ons zijn vertrouwen. Maar waar is onze gehoorzaamheid en dienst aan Hem? Is ons land, en misschien ook wel ons hart, een religieuze chaos? ‘Eenieder deed wat juist was in zijn ogen’. Tja… dan komt Richteren ook heel dichtbij ons.

  1. Koningen: Gods gezalfden (=messiassen) houden God en volk bij elkaar 

In de tijd van de laatste richter, die ook profeet was, Samuël, wordt de knoop doorgehakt: Zo gaat het niet langer! Israël was bijzonder geweest, anders als andere volken, omdat ze geen koning hadden, zoals alle andere volken wel. Het idee was dat God zelf Koning over hen was. Maar dat was het volk te vaag, te ver weg. Ze hadden liever een échte koning. Jeweetwel: met een paleis, met pracht en praal, machtig en schitterend.

‘Ok’, zegt God dan tegen Samuël: ‘Dan krijgt het volk een koning. Maar dan wel een koning die Ik voor hen kies.’ Want niet iedereen is geschikt om een volk te leiden. In de Bijbel gaat het wel even anders dan tegenwoordig dus. Onze koning heeft geen echte macht meer. Wij houden verkiezingen voor de Tweede Kamer, en daarmee kiezen we zelf wie er over ons regeert. En als we niet tevreden zijn, dan sturen we ze naar huis.

In Israël kon dat niet. Een koning werd gezalfd. En daarmee werd gezegd: Deze koning vertegenwoordigt God op aarde. Hij is een gezalfde (een messias in het hebreeuws). Zijn gezag en autoriteit zijn hem niet door mensen gegeven, maar door God. De koning staat niet zomaar boven het volk, hij staat tussen God en het volk in.

Het is belangrijk om te zien, omdat het ons wijst op de diepste betekenis van het koningschap in de Bijbel: God en Zijn volk bij elkaar houden. Je ziet dat in de verhalen van David en Salomo, de glorietijd van het koningschap in Israël. Tegen David spreekt God in 2 Samuël 7:

12 Wanneer uw dagen voorbij zijn en u met uw vaderen ontslapen bent, zal Ik uw nakomeling na u, die uit uw lichaam voortkomt, doen opstaan en Ik zal zijn koningschap bevestigen. 13 Die zal voor Mijn Naam een huis bouwen, en Ik zal de troon van zijn koningschap voor eeuwig bevestigen. 14 Ík zal hem tot een Vader zijn, en híj zal Mij tot een zoon zijn, wat wil zeggen: als hij zich misdraagt, zal Ik hem terechtwijzen met een stok als van mensen en met slagen als van mensenkinderen. 15 Maar Mijn goedertierenheid zal van hem niet wijken, zoals Ik die deed wijken van Saul, die Ik voor uw ogen weggenomen heb. 

De belangrijkste taak voor Salomo zal zijn de bouw van de tempel. Een religieuze taak. En de kwaliteit van het koningschap wordt afgemeten aan de mate waarin ze God gediend hebben. Zijn taak is niet om de wil van het volk uit te voeren, maar de wil van God. Zo zou het moeten zijn. Want schenkt God zijn vertrouwen al aan het volk. In het bijzonder schenkt Hij zijn vertrouwen aan Zijn gezalfde. Het trieste refrein in de boeken over de koningen is echter bij de meeste koningen: ‘Hij deed niet wat goed was in de ogen van de HEERE.’ De meesten lieten de afgodendienst voortbestaan of deden er zelfs enthousiast aan mee. Niet alleen het volk, zelfs de gezalfden, Gods vertrouwelingen, laten het afweten.

Een vrij hopeloos verhaal eigenlijk, als je die rode draad tot je door laat dringen. Of toch niet? Die belofte aan David gedaan, die blijft wel staan. ‘Mijn goedertierenheid zal van hem niet wijken.’ Want hoezeer de verhalen over Israël en haar koningen laten zien dat men het vertrouwen van de HEERE beschaamd, zoveel te meer vertellen ze het verhaal van een God die ondanks alles wel trouw blijft.

Een troostrijke en  bemoedigende boodschap, ook voor vandaag, in de verwarrende wereld waarin wij leven.

  1. Profeten: Déze Messias hebben wij nodig!

Dat is de waarde van de boeken Jozua-2 Koningen. Samengenomen worden die ook wel de ‘Vroege Profeten’ genoemd. Aan de ene kant omdat er naast koningen ook profeten optreden (schuingedrukt langs de rode draad op het blad: Deborah, Samuël, Nathan, Ahia, Elia, Elisa, Jesaja). Maar ook op een diepere manier kunnen we deze boeken lezen als profetisch. Ze doorlichten de mensen en de koningen, hun tijd en cultuur, met de wet van God. Ze bieden daardoor veel méér dan geschiedenis. Ze laten niet alleen zien hoe het niet moet, ze laten ook zien hoe het wel zou moeten. Hoe een ware gezalfde, een echte Messias zou moeten zijn.

De schrijvers van 2 Koningen zien dat nog het beste bij Josia, waarvan ze noteren (2 Koningen 23):

24 Ook deed Josia de dodenbezweerders weg, de waarzeggers, de afgodsbeeldjes, de stinkgoden en alle afschuwelijke afgoden die in het land van Juda en in Jeruzalem gezien werden, om zo de woorden van de wet uit te voeren, die beschreven waren in het boek dat de priester Hilkia in het huis van de HEERE gevonden had. 25 Vóór hem was er geen koning aan hem gelijk, die zich met heel zijn hart, heel zijn ziel en met heel zijn kracht tot de HEERE bekeerd had, overeenkomstig de hele wet van Mozes; en na hem stond zijns gelijke niet op. 26 Toch keerde de HEERE Zich niet af van Zijn grote, brandende toorn, want Zijn toorn brandde tegen Juda, vanwege al zijn tergen waarmee Manasse Hem tot toorn verwekt had. 27 De HEERE zei: Ik zal ook Juda van Mijn aangezicht wegdoen, zoals Ik Israël weggedaan heb. Ik zal deze stad Jeruzalem verwerpen, die Ik verkozen had, en het huis waarvan Ik gezegd had: Mijn Naam zal daar zijn. 

Josia kon met zijn acties het kwaad van Manasse niet ongedaan maken. Langzaam glijdt Israël af in het heidendom. Maar zoals Josia het deed, zo hoort een Messias te zijn. De schrijvers noteren dat met het oog op de toekomst en ook daarom zijn ze ware profeten. Ze geloven dat het in de ballingschap met hen als volk niet afgelopen kan zijn. God heeft immers beloofd dat de lijn van David niet zal ophouden? Dat moet toch betekenen dat er ooit een nieuwe Messias zal komen. Een ware leider van Israël. Iemand die volkomen de HEERE is toegedaan. Een koning der koningen.

Tussen de regels van Jozua-2 Koningen voel je het verlangen groeien! Het verlangen naar een échte held, een échte koning. Niet iemand die gaat voor de macht en voor de rijkdom van dat ambt, maar iemand die werkelijk bereid is te dienen. God te dienen en het volk te dienen. Iemand die werkelijk God en mensen weer bij elkaar kan brengen en bij elkaar kan houden.

Je kunt zeggen: Elke pagina van deze geschiedenisboeken is een verwijzing naar Jezus Christus. Christus is het Griekse woord voor ‘gezalfde’. Jezus Messias. Jezus de Gezalfde. Jezus de ware koning. Hem hebben wij nodig. Zoals een klas niet zonder juf kan, en een volk niet zonder regering, zo kan een mens niet zonder Messias. Iemand die mij bij God kan brengen. Iemand die God bij mij brengt. Die het ondanks mijn falen toch goed maakt. Niet met harde hand. Maar door de minste te worden, te dienen tot in de dood. Zichzelf op te offeren.

Leeft dat verlangen ook in uw hart? Het is vandaag de eerste zondag van advent. De tijd van verlangen en uitzien. Als je alleen met jezelf bezig bent, dan is dat verlangen er misschien niet zomaar. Dat moet groeien. En daarvoor moet je deze geschiedenis kennen, deze rode draad. Met het oog op Israël. Met het oog op de hele wereld.

  1. Een nieuwe start met een nieuwe Messias 

Kan het dan ooit echt goed worden? Wordt het dan toch ooit nog wat met de wereld? Wij durven het bijna niet te hopen. We laten ons gemakkelijk meeslepen door het cynisme van onze tijd. Je zag dat deze week ook weer rond de actie Stop Ebola van Giro 555. Het NOS Journaal opende met een paar quotes van mensen die zeiden: Ik geef niet, want ik weet niet of het geld op de goede plek terecht komt. We geloven er niet meer zo in. Toch wil God in ons hart een andere deur openen. Een opening naar echte verandering. Ook dat vinden we al in deze boeken. Bij de inwijding van de eerste tempel in Jeruzalem bidt Salomo, het is misschien een wat lang citaat, maar misschien wel de kern van het hele verhaal (1 Koningen 8):

’46 Wanneer zij tegen U hebben gezondigd – er is immers geen mens die niet zondigt – en U toornig op hen bent, en hen overlevert aan de vijand, zodat zij die hen gevangengenomen hebben, hen als gevangenen wegvoeren naar het land van de vijand, ver weg of dichtbij, 47 en zij het in het land waarheen zij als gevangenen werden weggevoerd, ter harte nemen, zich bekeren en tot U smeken in het land van hen die hen gevangengenomen hebben, door te zeggen: Wij hebben gezondigd en ons misdragen, wij hebben goddeloos gehandeld, 48 en als zij zich in het land van hun vijanden die hen als gevangenen weggevoerd hebben, tot U bekeren met heel hun hart en met heel hun ziel, en tot U bidden in de richting van hun land, dat U aan hun vaderen gegeven hebt, en van de stad die U verkozen hebt, en van het huis dat ik voor Uw Naam gebouwd heb, 49 luistert U dan in de hemel, Uw vaste woonplaats, naar hun gebed en hun smeekbede en verschaf hun recht. 50 Vergeef Uw volk datgene waarmee zij tegen U zondigden, en al hun overtredingen waarmee zij tegen U overtraden, en geef hun ontferming bij hen die hen als gevangenen wegvoerden, zodat die zich over hen ontfermen. 51 Want zij zijn Uw volk en Uw eigendom, door U uit Egypte geleid, uit het midden van de ijzeroven.’

Ten tijde van de ballingschap, als het zover is gekomen als Salomo beschrijft in zijn gebed, dan schrijven de profeten dit gebed op. Omdat ze hierin hoop vinden. Van een nieuw begin. Niet alleen een nieuwe Messias moet er komen. Ook een vernieuwing van binnen. Bekering. Verandering. Je voelt wel aan dat de toekomst anders zal zijn dan het verleden. In de tijd van de koningen droomden ze van grote politiek en welvarende economie. Maar híer komt het op aan. Een Messias die de HEERE dienen zal. En een volk dat zich verootmoedigt, de knie buigt.

Daar gaat het ook over met advent. Ook in ons leven. Dat lange verhaal van Jozua tot Sedekia. 800 jaar geschiedenis. Dat is niet iets van lang geleden. Het raakt ook uw, jouw en mijn hart. Deze geschiedenis is Goddelijke geschiedenis. Het heeft de kracht ons hart te veranderen. Omdat we erin horen hoe God met grenzeloze ontferming bewogen is, onze zonden wil vergeven, hoe erg ze ook waren. Zodat wij weer durven hopen op een messias, dé Messias, Jezus Christus.

Amen

(Bijbelcitaten uit de Herziene Statenvertaling)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s