Kern van de Bijbel (2) – de sleutel

Leerdienst te Everdingen a.d.h.v. zondag 5-6 van de Heidelbergse Catechismus.

Philip Explains the Book of Isaiah to the Ethiopian Eunuch. BIBLE SCRIPTURE: Acts 8:35, "Then Philip opened his mouth, and began at the same scripture, and preached unto him Jesus."

Filippus bij de wagen van de Ethiopische eunuch.

Gemeente van Jezus Christus,

  1. Verwarring bij het lezen van de Bijbel

Filemon Wesselink van BNN zat pas bij Matthijs van Nieuwkerk aan tafel bij De Wereld Draait Door. Pas was de Bijbel in Gewone Taal uitgekomen en dat was voor Filemon een mooi moment, vertelde hij, om dat boek eens te lezen.

Hij was begonnen in Genesis en van de ene verbazing in de andere gevallen. Eva, de vrouw, die een hulpje van Adam, de man, is. Noach die naakt en dronken in zijn tent lag. Lot die met zijn beide dochters naar bed ging. Filemon kon er niet over uit. Wat een bizar boek die Bijbel! Je vraagt je af: Waar gaat dit over? Hij ging het wel proberen, maar dacht niet dat hij erdoor heen zou komen…

Het is wel verfrissend om zo door de ogen van een buitenstaander weer eens naar de Bijbel te kijken. Voor de meesten van ons is de Bijbel waarschijnlijk een vertrouwd boek. Je kent de verhalen in grote lijnen. Maar als je er even van een afstandje naar kijkt, ja, dan is het ook een raar boek. Want eigenlijk is de Bijbel niet één boek, maar een verzameling van 66 bijbelboeken, afzonderlijke geschriften, van verschillende schrijvers, over een periode van 1000 jaar, die gebundeld zijn in één band. De Bijbel is een bibliotheek op zichzelf. Wat is het doel daarvan? Er staan wetboeken in en liedboeken, een afdeling spreuken. Dikke geschiedenisboeken. Verhalen. Legendes. Brieven en visioenen.

En als we eerlijk zijn herkennen we de vragen van Filemon ook wel, toch? Wie van ons heeft dat niet regelmatig bij het lezen in de Bijbel, dat je een stuk leest waarvan je denkt: Waar slaat dit op? Geslachtsregisters. Verhalen over geweld. Onbegrijpelijke profetieën, hoofdstukken lang allemaal oordeelsteksten. Je vraagt je bijna af: Heeft de heilige Geest wel op zitten letten? Moest dit er werkelijk allemaal in? En had het allemaal niet wat duidelijker gekund? Iets meer lijn en samenhang?

Of, of zijn wij zo blind dat we dat niet zien? Het zijn niet alleen de vragen van Filemon Wesseling en ons, ook van een Ethiopische eunuch, die rond het jaar 35 in Jeruzalem een Jesajarol op de kop heeft getikt. Op weg naar huis zit hij op zijn wagen erin te lezen. En dan vertelt Lukas in Handelingen 8:

29En de Geest zei tegen Filippus: Ga ernaartoe en voeg u bij deze wagen. 30En Filippus snelde ernaartoe, hoorde hem de profeet Jesaja lezen en zei: Begrijpt u ook wat u leest? 31Maar hij zei: Hoe zou ik dat kunnen, als niemand mij de weg wijst? En hij verzocht Filippus op de wagen te klimmen en bij hem te komen zitten. 32En het schriftgedeelte dat hij las, was dit: ‘Hij is als een schaap naar de slachting geleid en zoals een lam stemmeloos is bij de scheerder, zo doet Hij Zijn mond niet open. 33In Zijn vernedering is Zijn oordeel weggenomen en wie zal Zijn afkomst vertellen? Want Zijn leven wordt van de aarde weggenomen.’ 34En de kamerheer antwoordde Filippus en zei: Ik vraag u, over wie zegt de profeet dit? Over zichzelf of over iemand anders?

Hier zien we al iets heel moois. Die eunuch uit Ethiopië stelt vragen. Hij legt zich er niet bij neer dat hij het niet snapt. Hij wil het begrijpen.

Misschien is de Bijbel expres een aanstootgevend en raar boek. Zodat mensen die ten diepste onverschillig zijn het ook gemakkelijk aan de kant gooien. De Bijbel is als een schat, die opgegraven moet worden. Als je niet gelooft dat er een schat is, doe je ook geen moeite. Als je wel gelooft dat er een schat is, dan graaf je net zo lang door tot je hem gevonden hebt.

In dit verhaal uit Handelingen zien we echter ook dat als we serieus graven in die Bijbel op zoek naar de samenhang, naar het doel, wat het ons te zeggen heeft, dat de heilige Geest ons dan wil helpen. Hier heel concreet door Filippus op zijn pad te sturen. En ook bij ons zal het meestal zo zijn dat de heilige Geest mensen gebruikt om de Bijbel aan ons uit te leggen.

  1. De rechtszaak en worsteling tussen God en mens

De catechismuszondagen die we gelezen hebben, mogen we ook zo horen. De catechismus heeft geen gezag uit zichzelf, maar is bedoeld om ons bij de Bijbel te brengen, bij de kern van de Bijbel. De vorige keer in deze prekenserie hoorden we over ‘het drama’. Door heel de Bijbel heen speelt zich het drama af dat God goed is en liefdevol, maar dat wij mensen meestal denken dat niet nodig te hebben, God niet nodig te hebben en onze eigen zin te kunnen doen. Hoe wordt dat drama opgelost? De catechismus zegt: ‘Hoe kunnen wij aan deze straf ontkomen en weer in genade aangenomen worden, nu wij naar Gods rechtvaardig oordeel straf in tijd en eeuwigheid verdiend hebben?’

Ze presenteren dit probleem tussen God en mensen daarmee in juridische termen, als een rechtszaak tussen God en mens. Waarbij God de rechter is en de aanklager en wij in het beklaagdenbankje zitten. Dat beeld van die rechtszaak verzint de catechismus niet zelf, je komt het in Oude en Nieuwe Testament geregeld tegen. Bijvoorbeeld in Hosea 4:

1Hoor het woord van de HEERE, Israëlieten, want de HEERE heeft een rechtszaak met de inwoners van dit land, omdat er geen trouw, geen goedertierenheid en geen kennis van God in het land is. 2Vloeken, liegen, moorden, stelen en overspel plegen zijn wijdverbreid; bloedbad volgt op bloedbad.

Logisch dat God dit niet zomaar laat passeren. Hij roept Zijn volk ter verantwoording, voor de Goddelijke rechtbank. En we mogen dat best uitbreiden: Hij roept ook ons tot verantwoording. Het is niet heel populair tegenwoordig om in die termen over God te spreken. Maar we kunnen daar denk ik niet onderuit. Dat zouden we wel willen, ervoor weg lopen, maar we kunnen er niet onderuit, want het is God zelf die gehoorzaamheid van ons vraagt.

Daarvoor is Hij God en wij mensen. Hij staat boven ons. Ver boven ons. Hij heeft recht op onze gehoorzaamheid, Hij verdient het én Hij eist het. Dat moeten we goed beseffen: Gods regels en plannen zijn geen suggesties of voorstellen. ‘Kijken jullie zelf maar wat je er mee doet.’ ‘Ik zou het fijn vinden als jullie Mij zouden willen dienen.’ ‘Maar je mag zelf kiezen.’ Nee, je bent ervoor gemaakt om God te dienen, en als je dat niet doet, heb je een probleem. Dan laadt je zonde op je. Dan mis je je doel. Dan verdien je straf ‘in tijd en eeuwigheid’. En als je dat niet ziet zitten, dan zul je het weer goed moeten maken. Wat kapot is gemaakt in de wereld door onze zonde, zal door ons gerepareerd moeten worden. Waarmee wij God gekwetst hebben en verdriet gedaan, ja, tot toorn verwekt, daarvoor zullen we Hem moeten compenseren.

Door de Bijbel heen, en in ons eigen leven, zien we daar niet zoveel van terecht komen. Integendeel, zoals de catechismus zegt, ‘wij maken de schuld juist elke dag groter.’ Het is die worsteling die door heel de Bijbel heen werkt. Het is het verhaal van God en mens die elkaar zijn kwijtgeraakt (door de schuld van de mens!) en die elkaar niet meer kunnen vinden. God zoekt de mens wel. Hij wil schikken in die rechtszaak. En soms krijg je het idee dat het lukt. Israël. Gods volk. Daar woont Hij. Maar het gaat mis. Er blijft een kloof die niet te overbruggen lijkt. En lijkt dat soms ook niet zo in ons leven? Er blijft God niets anders over dan ons te veroordelen tot de doodstraf, voor eeuwig. De hel.

  1. Jezus Christus als de sleutel

Toch niet. Heeft u dat nou ook, dat als je die Bijbel leest, dat je je langzamerhand begint te verbazen. En dat die verbazing groeit en groeit. Eerst denk je, bij de zondeval in Genesis 3: God zal er nu wel gelijk mee kappen, met die hele wereld en die eigenwijze mensen. Zoiets had Hij ook gezegd: ‘Als u van die boom zult eten, zult u sterven.’ Maar nee, er komt wel gebrokenheid in de wereld, doornen en distels. Het is geen paradijs meer, maar ze krijgen toch een tweede kans, die mensen. In Genesis 6 is het wéér zover dat je denkt: Nu zal God er wel mee ophouden, in die zondvloed wordt alles vernietigd. Maar nee, God gunt Noach en zijn gezin nog een kans. Verbazingwekkend. En zo gaat het verder. Met Abraham. Met Mozes. Met het volk Israël. Met de koningen en profeten. Elke keer denk je: En nu is het over en uit. Toch niet.

We noemen dat evangelie. Het evangelie, dat is niet alleen het verhaal over Jezus Christus in het Nieuwe Testament. Soms kunnen we dat denken: Het Oude Testament, dat is de wet, dat is het boek van de regels en de gehoorzaamheid en het oordeel. Het Nieuwe Testament, dat is blijde boodschap over vergeving en verzoening en nieuw leven. Maar dat is een vals onderscheid. In heel de Bijbel gaat het over gehoorzaamheid aan God en Zijn oordeel over ongehoorzaamheid, ook in de verhalen over Jezus. Maar in heel de Bijbel gaat het ten diepste over evangelie. En dat komt omdat het niet alleen in het Nieuwe, maar ook in het Oude Testament al over Jezus gaat.

Gaat het Oude Testament over Jezus Christus? Ja, volgens Hemzelf wel. Zo lezen we in Lukas 24:

25En Hij zei tegen hen: O onverstandigen en tragen van hart! Dat u niet gelooft al wat de profeten gesproken hebben! 26Moest de Christus dit niet lijden en zo in Zijn heerlijkheid ingaan? 27En Hij begon bij Mozes en al de profeten en legde hun uit wat in al de Schriften over Hem geschreven was.

Na Pasen is dit, en dan zegt Jezus niet: ‘Nu is er iets geheel nieuws en onverwachts gebeurd, Ik ben opgestaan uit de dood. Dat hadden jullie gedacht!’ Eerder het tegenovergestelde: ‘Jullie kennen het Oude Testament toch? Jullie kennen de Bijbel toch?’ Als je de Bijbel kent, dan wist je dat God belooft alles eenmaal goed te maken. Dat Hij zichzelf daarvoor helemaal wil geven. Dat Hij bereid is onwaarschijnlijk ver te gaan in Zijn liefde, veel verder dan wij, zelfs de dood in voor Zijn vijanden. Dat er geen einde zit aan Zijn genade.

Als we het Oude Testament op zichzelf lezen, dan zou je dat over het hoofd kunnen zien. Zoals de Joden in Jezus dagen dat over het hoofd zagen. Zij geloofden dat het toch ook een groot deel van hun kant zou moeten komen.  Jezus Christus moet het hen zelf uitleggen, en legt het ons uit door Zijn Geest. Dan pas wordt ons eens en voor al duidelijk dat God altijd al van plan is geweest Zelf de kloof met ons te overbruggen. En als je het verhaal van Christus kent, dan werpt dat een heel ander licht op al die verhalen, wetten en profetieën van het Oude Testament.

Jezus Christus is als het ware de sleutel, waardoor die teksten opengaan. We kijken achter het menselijke falen, door de menselijke geschiedenis heen, tot op God, tot in Gods hart. En dan zien we daar dezelfde liefde van God die zich over zondaars ontfermt als in de verhalen over Jezus Christus. We krijgen oog voor de ene missie van God om deze wereld te redden. Een missie die niet pas begon met de geboorte van Jezus, maar zich over de hele geschiedenis uitstrekt, van den beginne, van eeuwigheid tot eeuwigheid.

  1. Het wonder van Gods menswording

Herkent u die verbazing? Misschien is verwondering een beter woord. Verbazing, dat is dat je ergens gek van opkijkt, kan ook oppervlakkig zijn, zo weer weg. Verwondering, dat gaat dieper. Daarin zit ook iets van vreugde. Het is goed je dat voor jezelf eens af te vragen. Wat er gebeurt er als jij, als u de Bijbel leest? Verbaas je je alleen maar, zoals Filemon in DWDD, of, als je Jezus Christus als sleutel hanteert, komt er verwondering in je hart?

Ik vraag me af of de catechismus wat dat betreft de juiste toon treft in de zondagen die we gelezen hebben. Ze starten daar met die rechtszaak tussen God en mens, die onoplosbaar lijkt. Behalve als er iemand zou zijn, een Middelaar, die God en mens tegelijk is en die de straf wil dragen. En zo iemand is er, dat is Jezus. Probleem opgelost. Ze proberen verstandelijk te doorgronden wat de kern van de Bijbel is en de verlossing van ons mensen. Maar de toon is daardoor wel erg nuchter. Het lijkt pure logica. 1 + 1 = 2.

Toch zou je er ook wel in kunnen lezen: Wij zien als mensen wel het probleem, maar voor die oplossing zijn we op het evangelie aangewezen. ‘Waaruit weet u dat?’, vraagt de catechismus in vraag 19. ‘Antwoord: Uit het heilig evangelie.’ Dus niet: dat hadden wij ook zelf kunnen verzinnen. Logisch. God wordt mens en alles is voor mekaar.

De catechismus probeert met de Bijbel mee te denken, maar dit moest toch echt geopenbaard worden. De logica van de catechismus is de logica van het geloof. En van de verwondering. Dat God mens werd, dat is niet iets simpels. Het kostte de Zoon van God alles. Als je leest hoe het in Filippenzen 2 beschreven wordt:

6Die, hoewel Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn, 7maar Zichzelf ontledigd heeft door de gestalte van een slaaf aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden. 8En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood.

We hadden niet kunnen denken en zelfs niet kunnen dromen dat God zich zover zou willen vernederen. Hij heeft zichzelf ontledigd, ‘leeg gemaakt’, afstand gedaan van Zijn goddelijke heerlijkheid. God werd mens. Jezus was niet God in menselijke gedaante, of een soort halfgod, nog wel verheven boven ons. Nee, aan ons gelijk geworden. Jezus staat niet zomaar tussen God en mensen in, Hij is God zelf die helemaal aan onze kant is komen staan.

Waarom vieren wij Kerst? Goed om jezelf af te vragen deze weken. Waarom ga ik Kerst vieren? Ja, wij vieren de geboorte van Jezus. Maar waarom is dat zo bijzonder? Gebeurt het diepste van het christelijk geloof niet aan het kruis, waar Jezus voor onze zonden sterft. Of met Pasen, als Hij opstaat uit de dood? Is Kerst alleen maar Zijn verjaardag? Nee, het is dus meer. Kerst is een heilsfeit, er gebeurt iets ongelooflijk bijzonders. God wordt mens. Daarmee wordt de kloof tussen God en mensen al definitief overbrugd. De grootste stap is gezet. De verzoening tussen God en mensen, de oplossing van drama van het grote verhaal van God en mensen, begint met Kerst. De persoon van Jezus Christus, waarlijk God én waarlijk mens, is de sleutel tot de Bijbel en de kern van ons geloof. 

  1. De Bijbel open

Hoe werkt dat dan in de praktijk? Want we proberen dit jaar met elkaar thuis te raken in de Bijbel. Het is dan allereerst goed om je af te vragen waarom je dat doet, bijbellezen. We hebben het als goede gewoonte meegekregen van generaties voor ons en in de protestantse traditie wordt er sterk de nadruk op gelegd. Maar als je dan die Bijbel opendoet, waar doe je dat eigenlijk voor?

Dat kan uit pure interesse, zoals Filemon Wesselink. Het kan ook, en dat is wat veel gebeurd, dat je hoopt erdoor geïnspireerd te worden tot een goed leven. Je hoopt dat de Bijbel een boek is waar je wat van kunt leren, waar je wat aan hebt. Een boek dat je vertelt hoe je moet leven. Paulus zegt dat het zo ook werkte onder het Joodse volk: zij lazen de wet en de profeten om zo goed mogelijk te leven, zoals God dat wil. Zo schrijft hij aan de Romeinen in hoofdstuk 10:

1Broeders, de oprechte wens van mijn hart en mijn gebed tot God voor Israël is gericht op hun zaligheid. 2Want ik getuig van hen dat zij ijver voor God hebben, maar niet met het juiste inzicht. 3Omdat zij immers de gerechtigheid van God niet kennen en een eigen gerechtigheid tot stand proberen te brengen, hebben zij zich niet aan de gerechtigheid van God onderworpen. 4Want het einddoel van de wet is Christus, tot gerechtigheid voor ieder die gelooft.

Hij complimenteert de joden met hun ijver voor God. En toch, toch hebben ze niet begrepen waar het in de wet om gaat. Het doel is niet vertellen hoe we moeten leven, ‘het einddoel van de wet is Christus’, schrijft hij. Natuurlijk, van de Bijbel kun je veel leren over wat in Gods ogen goed en kwaad is, maar als je daarbij blijft staan, dan ga je langs de kern heen. En dan loop je ook vast. Dat zag Paulus gebeuren onder zijn volksgenoten: Als je alleen maar probeert goed te leven, dan blijft de Bijbel een kritisch en veroordelend boek, dat je op een gegeven moment geïrriteerd of ontmoedigd dicht doet. Het lukt toch niet.

De belangrijkste vraag als je je Bijbel gaat lezen is niet: ‘Wat kan ik hier mee?’, maar ‘Hoe brengt dit mij vandaag bij Jezus Christus?’. Hoe wordt de wet evangelie? Waarin zit de genadeboodschap? Hoe maakt dit mij vrij en blij? Als je die vraag stelt, ‘Hoe brengt mij dit bij Jezus Christus?’, dan gaat de Bijbel open. Dan ontmoet je God erin. Dan wordt bijbellezen een moment tussen jou en God.

Het Nieuwe Testament geeft een aantal mooie voorbeelden hoe je zo in het Oude Testament Jezus Christus al kunt vinden. Zo trekt Jezus zelf in Johannes 5 een lijn van Mozes als middelaar, naar Zichzelf als middelaar. Typologie noemen we dat: Zoals Mozes was, zoveel meer is Christus. Op een andere manier, betrekt Jezus een hoofdstuk later, in Johannes 6, wat in de woestijn gebeurde, dat het manna uit de hemel regende, op Zichzelf als ‘Brood uit de hemel’. Allegorie noemen we dat: De Goddelijke genade in het Oude Testament heeft alles te maken met de openbaring van Gods genade in Christus in het Nieuwe. Daarnaast kent het Oude Testament vele profetieën die vervuld werden in de komst van Christus, zie Jesaja 53, waarin de eunuch aan het lezen was. Zelfs in de praktijk van de offerdienst en het bloed dat vloeit, ziet de Hebreeënschrijver een schaduw, een voorafspiegeling van wat Jezus gaat doen aan het kruis. Zo wijst alles op Hem. Zo is Jezus Christus de sleutel waardoor de hele Bijbel gaat glanzen van Gods genade.

Tijdens het lezen van de Bijbel heb je daarin een grote vrijheid. Om zelf dat soort verbanden te leggen. Je erdoor te laten meeslepen. En bij Christus zelf uit te komen. Maar wees niet te gemakkelijk. Doe wel moeite om goed te blijven luisteren. Bij Jesaja 7,14 ‘Ziet de maagd zal zwanger worden en een zoon baren’, kun je snel denken: O, dat gaat over Maria, die zwanger is van Jezus.’ Punt. Maar je zult toch echt even dat hele hoofdstuk 7  uit moeten lezen om te begrijpen, waarom dat niet zomaar ‘een voorspelling’ is, maar genadeverkondiging in die tijd, voor die mensen en voor ons vandaag.

Als je dat niet doet, dan verdampt de Bijbel. Dan is het als dat jongetje op de zondagsschool en eigenlijk niet naar het bijbelverhaal had geluisterd. En toen de meester vroeg ‘Over wie ging het verhaal?’, zei: ‘Dat zal de Heere Jezus wel weer zijn, want dat is altijd zo.’ Dan is het geen sleutel meer om de Bijbel te openen, maar een sleutel om hem te sluiten.

De Bijbel gaat open, als we op het spoor gezet worden van Gods onmogelijke genade door Jezus Christus voor ons mensen die in feite de doodstraf verdienen. De Bijbel gaat open, als wij Jezus Christus zelf ontmoeten. Hem die de kloof tussen God en ons overbrugt. God met ons. Dan is er geen verwarring en verbazing meer, maar alleen nog onuitsprekelijke verwondering.

Amen

*Geciteerde bijbelteksten komen uit de Herziene Statenvertaling

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s