Rode draad van de Bijbel (3) – Late Profeten

Themapreek over de hoofdlijn van de profeten Jesaja-Maleachi, gehouden in Everdingen.

Rafael – De profeten Hosea en Jona

 

Gemeente van Jezus Christus,

  1. Profeten: geen toekomstvoorspellers, maar storende stemmen

Wat zou het leuk zijn als je de toekomst kon voorspellen!

In de Adventstijd wordt nogal eens uit de profeten gelezen. Bekende profetieën, zoals ‘Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouders.’ ‘Zie, een maagd zal zwanger worden en een zoon baren en men zal Hem Immanuel noemen.’ ‘En gij, Bethlehem, bent zeker niet de minste onder de steden van Juda, uit u zal Mij voortkomen.’ ‘Er zal een scheut voortkomen uit de afgehouwen stronk van Isaï.’ En dan denken we: tjonge die profeten konden dat blijkbaar, de toekomst voorspellen, honderden jaren van te voren!

Maar zo is het niet helemaal. Geen mens kan in de toekomst kijken. We proberen het wel. Horoscopen zijn nog altijd populair. Astrologen en mediums verdienen er een dikke boterham mee. Het CBS maakt ramingen voor de economische groei in 2015. Al zaten ze er de afgelopen jaren telkens naast, de politiek en het bedrijfsleven zijn blij dat er volgend jaar 1,5% groei zal zijn. Minder werkeloosheid, een hogere koopkracht.

Waarom willen we zo graag de toekomst weten? Omdat het ons vandaag rust en zekerheid kan geven. Een gevoel van controle. We zullen niet verrast worden. We kunnen ons voorbereiden op onheil of ons vast rijk rekenen met voorspoed. We beseffen dat de toekomst alles te maken heeft met vandaag. Zo moeten we ook de profeten van het Oude Testament lezen: de profetieën die zij uitspraken waren geen boodschappen voor over honderden jaren, maar waren woorden voor hun tijd en hun plaats.

Het vak van profeet is dan ook niet zomaar ‘toekomstvoorspeller’. Wat dan wel? Een profeet is simpel gezegd: Een boodschapper. Hij geeft woorden van God door. Alles wat God te zeggen heeft, vertelt een profeet aan het volk. Een profeet krijgt een visioen, een droom of hoort God spreken en geeft dat door. Meestal heeft dat helemaal niets met de toekomst te maken, maar met het heden. En meestal is het een storende boodschap. In die zin dat we er niet op zitten te wachten.  Want als God het nodig vindt om direct te gaan spreken tot mensen, dan moet er wel echt iets aan de hand zijn, en meestal niets moois. Zoals de woorden die de profeet Amos in hoofdstuk 9 doorgeeft:

6 Hij, Die Zijn opperzalen in de hemel bouwde en Zijn gewelf op de aarde grondvestte, Hij, Die het water van de zee riep en uitgoot over het aardoppervlak: HEERE is Zijn Naam. 7 Bent u niet als de Cusjieten voor Mij, Israëlieten? spreekt de HEERE. Heb Ik Israël niet weggeleid uit het land Egypte,  de Filistijnen uit Kaftor en de Syriërs uit Kir? 8a Zie, de ogen van de Heere HEERE zijn gericht op dit zondige koninkrijk. Ik zal het wegvagen van de aardbodem.

In de tijd van Amos is Israël een zelfvoldaan volkje geworden, dat zichzelf op de borst klopt. ‘Wij zijn Gods volk, zie ons eens! Ons kan niets gebeuren. Wij kunnen doen wat we willen. God is voor ons, wie doet ons wat?’ Nou, zegt Amos, God zelf… Hij zal jullie wegvagen. Je kunt je voorstellen dat zijn hoorders hier niet heel blij mee waren. En dat is de typische rode draad door de profeten: In hun eigen tijd werden ze gehaat en gedood, vanwege hun storende boodschap, maar achteraf kregen ze gelijk… Waar kennen we dat van? Is dat niet de weg van Jezus Christus? Gehaat, gekruisigd, opgestaan uit de dood en uiteindelijk gelijk gekregen. Jezus Christus vervult de profeten op een veel diepere manier dan simpele vervulling.

De grote vraag die de profeten ons stellen, ja die Christus ons stelt, is: Wil je luisteren naar wat God te zeggen heeft? Sta je open voor correctie? De profeten liepen vaak tegen een muur op. Omdat wij mensen niet graag gestoord worden. Hebben wij soms ook een bordje ‘Do not disturb’/’Niet storen’ op ons hart hangen? Vaak wel, hè…

  1. Schrikdraad: Namens de HEERE de vinger op de zere plek

Je zou de profeten en hun boodschap kunnen vergelijken met schrikdraad. De rode draad is schrikdraad. Je weet wel, dat staat soms om een paardenwei. Misschien heb je het wel eens aangeraakt. Dan krijg je een behoorlijke schok door de elektriciteit die erop staat. Het is bedoeld om de dieren in wei te laten schrikken als ze proberen de wei uit te lopen. Dat wil de eigenaar natuurlijk niet. Dieren horen in de wei. Niet erg aardig om beesten zo’n schok te geven, maar ja, wel nodig.

Zo geven profeten het volk ook shock-therapie. Wanneer? Als ze buiten de lijnen gaan van wat God gezegd heeft. Buiten de lijnen van de wet van God. Als ze afdwalen van de weg die God met hen wil gaan. En dat gebeurde toen geregeld en nu nog steeds. Zoals dieren niet per se expres de wei uitlopen, maar gewoon te dom zijn om te begrijpen waar hun wei ophoud en de volgende begint, zo hebben mensen vaak ook helemaal niet door dat ze verkeerd bezig zijn. Zoals dieren een hek en schrikdraad nodig hebben. Zo hebben mensen Gods boodschap nodig om te beseffen dat ze een grens over gaan, dat ze verkeerd bezig zijn.

Dat is wel slikken voor ons. Wij zijn vaak trots op ons eigen geweten. We hebben het idee: Soms doen we verkeerde dingen, maar dan weet je dat ook zelf wel. Maar meestal doen we het goed, vinden we zelf. Veel mensen zeggen het: ‘Ik leef toch goed? Ik doe mijn best!’

Profeten, dat zijn dan mensen, die namens God zeggen: Dat zie je toch niet goed. Er zijn wel degelijk zware zonden in je leven, die je over het hoofd ziet. En de profeten gaan daarbij niet zachtzinnig te werk om mensen dat aan hun verstand te peuteren, ze kiezen de weg van de confrontatie. Ze roepen op tot bekering. Ze leggen de vinger op de zere plek. Lees bijvoorbeeld mee in de woorden Jeremia, hoofdstuk 22:

13 Wee hem die zijn huis bouwt met ongerechtigheid, en zijn bovenvertrekken met onrecht, die zijn naaste zonder te betalen laat werken en hem zijn loon niet geeft. 14 Die zegt: Ik zal voor mij een huis van grote afmetingen bouwen, met ruime bovenvertrekken. Hij hakt er voor zich vensters uit, overdekt het met cederhout en beschildert het met rode kleuren. 15 Wilt u koning zijn door te wedijveren in cederhout? Heeft niet uw vader gegeten en gedronken, en recht en gerechtigheid gedaan? Hem ging het toen goed! 16 Hij behartigde de rechtszaak van de ellendige en de arme. Toen ging het goed!  Is dat niet: Mij kennen? spreekt de HEERE. 17 Maar uw ogen en uw hart zijn op niets dan op uw winstbejag uit, op het vergieten van onschuldig bloed, op onderdrukking en op uitbuiting, om dat te doen.

Jeremia profeteerde in Jeruzalem. De stad van de tempel. De mensen vonden zichzelf goed en vroom: ze kenden de HEERE! ‘O ja?’ zegt Jeremia dan, ‘en de rijkdom en de weelde dan? Jullie leven hier in Jeruzalem ten koste van de armen in het land! Jullie gaan voor winst en grote huizen en nemen het niet zo nauw met het recht. Als je de HEERE kent, doe je dat soort dingen niet!’ Het zijn woorden die vandaag de dag nog net zo scherp klinken als toen. Want dat is eigen aan de profeten: nog steeds zijn ze schrikdraad. Hun woorden houden hun zeggingskracht. Ook voor vandaag. De thema’s van recht en gerechtigheid, het verbinden van het geloof met het leven van alledag staan centraal.

Steeds weer komt er in het nieuws hoe de kledingindustrie over de ruggen van de armen in India en Bangladesh gaat. Denkt u daaraan als u iets nieuws gaat kopen voor de Kerst? En als u de kerstboom in huis haalt en versieringen en eten, denkt u er dan ook even aan hoe de vluchtelingenkampen rond Syrië eruit zien? Niet leuk om aan te denken nee, dat stoort ons. Dat shockeert ons. Maar Kerst wordt een lachertje, schijnheiligheid, als we niet willen luisteren. Als we ons geloof in de HEERE niet willen verbinden met ons leven van alledag.

  1. Visnet: Ter verantwoording geroepen met dreiging van oordeel

Toch werkt zo’n schrikdraadje niet altijd. Als een koe maar hard genoeg doorloopt, komt zij er echt wel doorheen. Dat heb ik in de wei achter ons huis regelmatig zien gebeuren. Het is ook de ervaring van de profeten en daarin van God zelf: Hoe hard hun woorden ook waren, ze kwamen niet aan, de mensen gingen dóór. En dan gaan de profeten een stap verder. Namens God dreigen ze met komend oordeel.

De profetenboeken zijn in onze tijd niet echt populair. Ja, die mooie profetieën over de komst van Jezus. Maar verder? Vol met dreiging zitten ze. Oordeel op oordeel. Over koningen, over Jeruzalem, over het hele volk, over de omringende volken. Regelmatig hoor ik vanuit de gemeente dat we daarin vastlopen tijdens het lezen van Jesaja, Jeremia en Ezechiël, waar dat hoofdstukken lang achter elkaar doorgaat. Ook Micha kan er wat van, hoofdstuk 3:

9 Hoor nu dit, hoofden van het huis van Jakob en leiders van het huis van Israël, die een afschuw hebben van recht en al wat recht is, verdraaien, 10 die Sion bouwen met bloed en Jeruzalem met onrecht. 11 Hun hoofden spreken er recht voor geschenken, hun priesters onderwijzen voor loon, hun profeten plegen waarzeggerij voor geld. En nog steunen zij op de HEERE en zeggen: Is de HEERE niet in ons midden? Ons zal geen kwaad overkomen. 12 Daarom zal omwille van u Sion als een akker omgeploegd worden, Jeruzalem een puinhoop worden en de berg van dit huis tot hoogten in het woud.

Waarom staat dat allemaal in de Bijbel?

Zoals we zagen waren de profeten in hun dagen niet geliefd. Logisch als je dit soort dingen loopt te roepen. Maar, en dat is goed om te zien: Ze kregen gelijk! Die oordelen waar ze het over hadden, die kwamen er. Jeruzalem werd een puinhoop, Sion werd als een akker omgeploegd… Het was in de tijd van de ballingschap, toen al die oordelen over Israël heen rolden, dat men tot het inzicht kwam: Die profeten, waar we toen niet naar wilden luisteren, die hebben ons gewaarschuwd. Toen hebben ze rollen waar die profeten hun woorden opgeschreven hadden, of die door hun leerlingen opgeschreven waren, zorgvuldig verzameld en bewaard. Want het zijn woorden van God zelf gebleken. Ze vormen een levende herinnering: Laat het nooit meer zo fout gaan, als het toen fout ging. Laat die profetische woorden toe in je leven!

Die oordeelsprofetieën leerden hen en leren ons dus iets heel belangrijks: Met God valt niet te spotten. Je kunt niet zomaar leven zoals je zelf wilt. Die profeten werken als een visnet: zoals vissen gevangen worden uit de zee – en als ze eenmaal in het net zitten is er geen ontkomen meer aan, dan doet de visser met ze wat hij wil – zo brengen profeten mensen bij God. God vangt mensen met Zijn woorden, brengt ze bij Zich terug. Mensen hebben niet het laatste woord, dat heeft God. Hij rukt ons weg uit ons gewone leven, roept ons ter verantwoording, laat Zijn oordelen neerdalen.

Maar daarin zit ook iets heel moois. Jezus pakt dat beeld van het visnet later weer op als Hij zijn discipelen ‘vissers van mensen’ maakt. Dat is: mensen oproepen tot bekering, mensen terugbrengen bij God. Het oordeel, de harde woorden, de straf die soms daadwerkelijk volgt, ze zijn juist bedoeld om mensen te redden van de definitieve ondergang. Zelfs oordeelsprofetieën zijn op hun manier heilzame woorden.

  1. Reddingsboei: Verkondiging van heil in tijd van wanhoop

De rode draad door de profeten is schrikdraad. Om ons te schockeren en op het goede pad te brengen. En als dat niet genoeg is, dan is het ook een visnet. Dan halen wij Gods oordeel over ons hoofd af. Maar over die rode draad door de profeten valt meer te zeggen. De rode draad is er ook als een reddingsboei. Het valt op dat de profeten van vóór de ballingschap vooral woorden van waarschuwing en oordeel spraken, maar in de tijd van de ballingschap verandert dat.

Zo geeft Ezechiël dan aan het volk deze woorden door, hoofdstuk 37:

1 De hand van de HEERE was op mij, en de HEERE bracht mij in de geest naar buiten en zette mij neer, midden in een vallei. Die lag vol beenderen. […] 11 Toen zei Hij tegen mij: Mensenkind, deze beenderen zijn heel het huis van Israël. Zie, ze zeggen: Onze beenderen zijn verdord en onze hoop is vergaan, wij zijn afgesneden! 12 Profeteer daarom, en zeg tegen hen: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal uw graven openen en Ik zal u uit uw graven doen oprijzen, Mijn volk, en Ik zal u brengen in het land van Israël.

Mooi is dat: vóór de ballingschap werden de profeten niet geloofd toen ze slecht nieuws brachten. Toen stoorden ze Israël in hun rustige leventje. Ten tijde van de ballingschap werden ze ook niet geloofd. Toen om precies het omgekeerde: het volk dacht dat het over en uit was tussen God en hen. Ze verzonken in wanhoop. Ze dachten dat het niet meer goed zou kunnen komen. En dan is daar opeens weer zo’n profeet, die namens God spreekt! Woorden van troost en bemoediging. En opnieuw kunnen ze het niet geloven…

God werpt door zijn profeten niet alleen het visnet van Zijn oordeel uit, maar ook de reddingsboei van Zijn goedheid en blijvende trouw. Dit is niet het einde! God gaat door! Zelfs met een morsdood volk, dat volkomen lamgeslagen is. Maar durf je dat te geloven? Of ben je bang om die profeet te geloven, bang om bedrogen uit te komen?

Veel mensen zeggen: Ach, die verhalen over Jezus, en alles wat die profeten gezegd hebben, het zijn maar woorden. Iedereen kan wel zeggen een boodschapper van God te zijn… Het is toch veel te gek wat die Ezechiël zegt: doden worden niet weer levend. Het is toch veel te gek dat verhaal over Jezus die opstaat uit de dood.

De profeten roepen ons terug naar God, brengen ons bij de HEERE. En dan dus ook bij de Heere Jezus. Hij is het vleesgeworden Woord. De mensgeworden profetie. Hij is  het schrikdraad, Jezus begint te preken met: ‘Bekeert u!’ Hij is degene die ons leven stoort. Die onze zonden blootlegt. En Hij is reddingsboei: ‘want Hij zal zijn volk redden van hun zonden’. Maar durven wij het daarmee te wagen? Durf je er echt op te vertrouwen? Durf je je eraan over te geven? Op onze eigen manier leven we in een tijd van wanhoop. Een tijd dat we niet meer durven vertrouwen.

Ook daarom is het goed die profeten te blijven lezen: Niet alleen de oordeelsprofetieën kwamen uit. Het visioen van Ezechiël werd ook echt werkelijkheid. De joden keerden terug naar Jeruzalem. De tempel werd herbouwd, mede door de aansporingen van Haggaï en Zacharia. Ze keerden terug naar de HEERE! En zo is het vandaag nog steeds: de profetenboeken zijn nog steeds de woorden van God. Ze hebben nog steeds de macht ons te redden, ons terug te brengen bij God, ons te brengen bij Jezus. Maar dan moet je die reddingsboei wel aangrijpen. Wie dat niet doet, verdrinkt. Wie het wel doet, wordt gered.

  1. Wees klaar voor de toekomst van de HEERE! 

De rode draad is dat de profeten schrikdraad, visnet en reddingsboei zijn: storend, waarschuwend met oordeel, troostend met een heilsboodschap. Dat alles treft ons vandaag en gaat over vandaag. Het trof de eerste hoorders in hun hart. Het bracht tot bekering en tot nieuwe hoop en vertrouwen. Maar het is daarnaast eigen aan de profeten dat er altijd iets onvervulds in blijft. Niet alle oordelen kwamen uit. En niet al de vredesvisioenen zijn gekomen. Ik zei al eerder: Als toekomstvoorspellers zouden de profeten niet geslaagd zijn.

De toekomst ligt nog niet vast. Zelfs niet bij God. Zelfs Hij verandert wel eens van gedachten. Hij laat zich door gebeden vermurwen. Zo proeven we in de profetie van Joël 2:

11b Groot is immers de dag van de HEERE en zeer ontzagwekkend. Wie zal hem kunnen verdragen? 12 Ook nu echter, spreekt de HEERE, bekeer u tot Mij met heel uw hart, namelijk met vasten, met geween en met rouwklacht. 13 En scheur uw hart en niet uw kleren. Bekeer u tot de HEERE, uw God, want Hij is genadig en barmhartig, geduldig en rijk aan goedertierenheid, en Hij heeft berouw over het kwaad. 14 Wie weet zal Hij Zich omkeren en berouw hebben, zodat Hij een zegen achter Zich overlaat: een graanoffer en een plengoffer voor de HEERE, uw God.

Het ligt nog niet vast hoe het zal zijn op die dag van de HEERE. Want het hangt van u en mij af hoe  die dag zal zijn. Vreselijk of heerlijk. Toch staat er wel één ding vast: Die dag van de HEERE zal komen. Kwaadschiks of goedschiks.

Het is dat geloof wat aan de profeten eigen is: De wereld loopt maar niet zomaar op eigen kracht als een machientje eindeloos door. De toekomst wordt niet bepaald door het lot en het toeval. De wereld wordt niet gemaakt of gebroken door onze menselijke prestatie. We hebben ernstig rekening te houden met de belangrijkste speler in de wereld en dat is de HEERE, de God van Israël. Dat er überhaupt toekomst is, dat is Zijn werk. Het is Zijn toekomst. Niet de politieke machten, niet de macht van legers en onderdrukking, niet de macht van het geld, niet de kwade machten van zonde, duivel en dood, hebben het voor het zeggen, maar Hij! De HEERE, en dat is, weten wij, dezelfde als Jezus Christus, de Zoon van God.

Hoe het precies zal gebeuren weten we niet, ook de profeten geven daarvoor geen routekaartje, maar dat het zal gebeuren weten we wel: Hij zal komen. Zijn koninkrijk zal komen. En de vraag aan ons is: Zijn we daar dan klaar voor? Laat de storende stemmen van de profeten toe in je leven, en je zult er klaar voor zijn. Ze brengen je dóór oordeel en redding bij de Heere Jezus.

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s