Spiegeltje, spiegeltje…

Preek over 2 Korinthe 5,11-21 gehouden op Nieuwjaarsmorgen in Everdingen.

Albrecht Dürer – zelfportret (1500). Hij schilderde zichzelf in de stijl van Christus. Grootheidswaanzin of…?

Gemeente van Jezus Christus,

Toen u vanmorgen u in de spiegel keek, wat zag u toen? Beetje slaperige oogjes misschien. Het is laat geworden vannacht. De spiegel liegt niet. Dan gaat het puur over uiterlijk. Daar kun je tevreden of minder tevreden mee zijn. In ieder geval zie je je spiegelbeeld met het jaar ouder worden. 2015 is het al weer! Als we in de spiegel kijken, naar onszelf, dan kijken we vaak op zo’n manier. Of ons haar goed zit. Of onze kleren ons staan.

Maar je kunt ook verder kijken: Jezelf in de ogen kijken. Je afvragen: Wat zie ik daar voor mens? Wie ben ik? Wat drijft mij?

Doet u dat wel eens? Moet je maar eens doen. Gewoon voor de spiegel gaan staan en jezelf in de ogen kijken. Best confronterend. Er zijn mensen die dat niet kunnen. Even stilstaan, en kijken. Wat zie je dan? Goed om te doen, nu het nieuwe jaar, 2015, begint. Hoe zal dit jaar gaan? Wat ga je doen? Wat zijn je plannen? Wat ga je meemaken? Dat heeft alles te maken met hoe je naar jezelf kijkt, met je hart, met je motivatie. Wat drijft je? Wat zijn je idealen?

Daar gaat het in onze tekst over. In de gemeente van Korinthe werd Paulus’ motivatie namelijk in twijfel getrokken. Paulus was ijverig bezig geweest met de verspreiding van het christelijk geloof. Hij had de gemeente in Korinthe gesticht. Hij was verder getrokken. In zijn afwezigheid werd er door sommigen gesuggereerd dat Paulus’ motivatie niet zo nobel was als eerst leek. Paulus zou het voor het geld doen, of voor de invloed, de macht. De mensen in Korinthe zouden hem helemaal niet zo na aan het hart liggen.

Dat is niet zo gek gedacht. Toch? Als we om ons heen kijken in de wereld worden veel mensen daardoor gedreven. Dan gaat het ver weg over dictators als Assad in Syrië, Mugabe in Zimbabwe, Kim Jong Un in Noord-Korea, die hun hele staat bouwen op dat verlangen naar macht. Maar gaat het ook niet dichtbij daarom? In hoeveel bedrijven in Nederland is er geen sprake ellebogenwerk, van ambitie ten koste van collega’s. Zien we het niet om ons heen hoe onze tijd en cultuur beheerst wordt door het geld. Het verlangen naar meer: meer consumptie, meer materialisme, meer hebben. En nog dichterbij: Zit er in ons hart, ja, uw en mijn hart, niet altijd iets van eigenbelang?

Even terugkijkend, zat dat onbewust al in de vragen waar ik deze preek mee begon: ‘Wat ga ik doen in het nieuwe jaar?’ ‘Wat zijn mijn plannen?’ Waarom liggen die vragen vooraan in onze mond, en niet de vragen: ‘Wat gaat God doen dit nieuwe jaar?’ ‘Wat zijn Zijn plannen?’

Paulus kijkt in onze tekst ook in de spiegel. Wat ziet hij? Vers 17: ‘Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping:  het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden.’ Hij ziet zichzelf als een compleet nieuw mens. Een christen in de ware zin van het woord. Volgens vers 11 ziet hij zichzelf als volkomen oprecht! ‘voor God zijn wij openbaar geworden, maar ik hoop ook voor uw gewetens openbaar te zijn.’

Tegenover de mensen die zijn integriteit en oprechtheid in twijfel trekken, kan Paulus van zichzelf zeggen dat hij volkomen ter goeder trouw is.

In hem geen eigenbelang. Alleen, vers 11, ‘de vrees voor de Heer’, dat is: oprecht geloof, ontzag, en toewijding aan de zaak van Christus.

Zou dat echt kunnen? Is dat echt bij Paulus? Zou dat echt kunnen in uw en mijn leven? Dat wij ons in 2015 niet laat leiden door dat ingebakken eigenbelang van ons? Kunnen we wel zo’n nieuwe schepping zijn?

Zo op het eerste gezicht niet. Ook op deze eerste ochtend van 2015 hoef je maar even in het rond te kijken, en even in de spiegel te kijken, om te zien dat veel bij het oude gebleven is. Oud en vertrouwd. De oude schepping, dat is de gebroken schepping. De wereld zoals we die om ons heen zien. We zouden in 2015 wel een frisse start willen maken, maar de conflicten in de wereld die er in 2014 waren, lopen gewoon door. En dat geldt onder ons ook voor de zieken die er zijn, het verdriet wat met ons meegaat. En dat geldt voor de relaties met de mensen om ons heen. De start van het nieuwe jaar is helaas niet als een reset-knop, waarna alles opnieuw begint. Zoals op de computer: als die vastloopt, dan druk je daarop en dan gaat hij opnieuw opstarten.

Paulus lijkt de dood van Christus namelijk als zo’n reset-knop te zien. Lees maar mee in vers 14-17: ‘als Eén voor allen gestorven is, dan zijn zij allen gestorven. En Hij is voor allen gestorven,  opdat zij die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem Die voor hen gestorven en opgewekt is. … Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping:  het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden´.

Volgens Paulus is de dood van Jezus aan het kruis een ‘reset’-moment geweest. Toen Jezus stierf, is iedereen, ‘allen’, dat is ‘alle mensen’, met Hem gestorven. Dat klinkt ons een beetje apart in de oren. Toen Jezus stierf, toen stierven toch niet alle mensen? Hij stierf, maar de wereld draaide toch gewoon door? De mensen gingen gewoon door met hun leven! En nog steeds draait diezelfde oude wereld door. En nog steeds gaan wij gewoon door met ons leven…

Ja, dan kijken wij naar het uiterlijk. Inderdaad, God heeft de natuurwetten zo gemaakt dat ze deze geschapen orde in stand houden. Dat het biologische leven doorgaat. Dat onze lichamen blijven werken. Maar het is een leven, als van een auto die een lange doodlopende weg is in gereden. Hij rijdt nog. Tot de tank leeg is. Of tot hij aan het einde van de weg gekomen is. Maar stoppen zal hij. Of zoals een failliet bedrijf. Op een dag wordt het personeel bij elkaar geroepen: We zijn failliet. We zijn onze baan kwijt.

Ja, de winkel gaat nog een paar dagen open, om de laatste klanten te helpen, om de voorraden op te maken. Maar in feite is het al echt over.

Zo is onze wereld eraan toe, zegt  Paulus, sinds de dood van Christus. Hij is voor ons en namens ons gestorven. Hij is écht gestorven, maar dat is het oordeel over óns leven. Er is een punt achter gezet. Achter de wereld als geheel, en dus ook achter ons leven. Je kunt zeggen: Met Christus, zijn wij allen gestorven. Dat het 2015 is geworden, dat is alleen nog maar meer van hetzelfde. Van de oude wereld die doordraait. De aarde maakt zijn rondjes om de zon. Elk jaar een rondje.

Zo zit het ook in ons. Ja, dat oude eigenbelang, dat zit nog wel ergens. Dat zit ons nog dwars. Maar het doet er niet meer toe. Dat is gemakkelijker gezegd, dan gedaan. Want Paulus trekt de lijn: dan mogen we elkaar daarop ook niet meer aanvallen, beoordelen. Vers 16 ‘Zo kennen wij vanaf nu niemand naar het vlees’, dat is de oude bestaan, die zonden, dat eigenbelang.

Gunnen wij onszelf, maar ook elkaar zo’n frisse start, een blanco begin. Zou het lukken om de oude koeien in de sloot te houden en te laten dit jaar?

Paulus kan het blijkbaar. De mensen in Korinthe trokken zijn integriteit in twijfel. En niet voor het eerst. Dit is de 3e brief die hen stuurt. Hij is zelf langs geweest. Hij heeft Titus langs gestuurd. Maar het lijkt weinig te helpen. Ze beoordelen hem op zijn uiterlijk, op zijn presentatie, wantrouwen zijn ware bedoelingen. En wat is erger dan dat… En toch, toch raakt Paulus niet verbitterd. ‘Dan zoeken ze het zelf maar uit.’ Hij snijdt de banden met hen niet door. Hij veroordeelt hen niet. Hij schrijft hen niet af.

Hoe kan hij dat? In vers 16 zegt hij: ‘al hebben wij Christus naar het vlees gekend, dan kennen wij Hem nu zo niet meer.’ Paulus heeft vroeger Jezus wél op het uiterlijk beoordeeld. Voor Paulus christen werd, was hij Saulus, de Farizeeër, de wetsgetrouwe jood. En hij hoorde over mensen die Jezus volgden, die in Jezus de Messias zagen, de Zoon van God. Maar dat ging er bij hem niet in! Jezus was aan het kruis gestorven als een vervloekte misdadiger, als een godslasteraar. Die Jezus, die nam het niet zo nauw met de wet, en verloste zijn volk niet, maar ging als een zwakkeling ten onder. Dat kon de Messias niet zijn. Een gekruisigde. Het was de grootste vergissing van Paulus’ leven…

Toen hij Jezus ontmoette, de opgestane Heer, op de weg naar Damascus, bleek het totaal andersom: Paulus’ bleek de grootste der zondaren, omdat hij de gemeente van Christus vervolgde. En Christus, die bleek niet afgegaan te zijn, Hij bleek werkelijk de zoon van God te zijn. De vervloekte dood die Jezus gestorven was, was geen afgang, maar een offer.

Paulus moest radicaal van gedachten veranderen, tot een nieuw inzicht komen in zijn beoordeling van wie Jezus was en wat Hij deed, vers 14: ‘Want de liefde van Christus dringt ons, die tot dit oordeel gekomen zijn: als Eén voor allen gestorven is, dan zijn zij allen gestorven. En Hij is voor allen gestorven, … en al hebben wij Christus naar het vlees gekend, dan kennen wij Hem nu zo niet meer.’

Het is de liefde van Christus die hem overrompeld heeft. Die hij eerst over het hoofd had gezien. Jezus is ook voor hem, voor zijn zonden gestorven. Daar zit het geheim van Paulus.  Hoewel hij een vijand was van God, heel letterlijk, heeft God vrede met hem gesloten. Dat is de verzoening waar Paulus het hier over heeft. Ondanks al zijn zonden, zijn gebreken, zijn hoogmoed, zijn trots, was Jezus’ liefde zo groot voor hem, dat Jezus voor hem stierf.

En dat mogen we vanmorgen doortrekken naar onszelf. ‘Hij is voor allen gestorven’, zegt Paulus. Ook voor u en mij. God wil vrede met u sluiten. Hij rekent ons de overtredingen niet toe, want Hij heeft ze aan Zijn Zoon toegerekend. Het is die herstelde relatie met God, die de basis is onder dat nieuwe ‘zie, alles is nieuw geworden.’ Alles is in een ander licht komen te staan. Ikzelf, Christus, maar dan ook de ander. Als Christus mij en u onze vijandschap tegen Hem niet aanrekent, dat diepste verzet, die afgrijselijke erfenis van Adam, dat wij God buiten de deur willen houden… Ontstaat daar dan ook niet de ruimte om tegen jezelf en tegen elkaar te zeggen: ‘Wat geweest is geweest, we maken een nieuwe start.’

Was het maar zo simpel. In werkelijkheid lukt het ons niet zo goed om dat oude achter te laten, los te laten. Maar dat hoeft ook niet. Vers 18 begint met: ‘En dit alles is uit God’. Dit alles is uit God. Dat is mooi, hé. Paulus was geen supergelovige dat hij dat kon. Dat hij in de spiegel kon kijken en kon zeggen: Ik ben volkomen oprecht! Ik ben een nieuwe schepping! Ik heb mijn oude ik achter mij gelaten!

Nee. Paulus keert in dit gedeelte niet voor niets terug naar de essentie van het christelijk geloof. Naar de kern. De bron. Dat is niet alleen iets wat hij de mensen in Korinthe en ons voorhoudt, maar ook zichzelf. ‘In Christus’, zegt hij, zijn wij een nieuwe schepping. Niet in onszelf. Niet als ikzelf voor de spiegel ga staan. In verschillende brieven laat Paulus zich wel eens teveel gaan. Dan begint ook hij te schelden op de ‘uitzinnige Galaten’. Paulus was en is een fel mannetje.

Christus is de spiegel waarin wij moeten kijken, wij moeten ons aan Hem spiegelen. Met zijn ogen van liefde mag ik mijzelf bekijken.

Sinds Christus gestorven is aan het kruis, is er echt iets nieuws gekomen. Het oude loopt dood, maar alles is nieuw geworden. De opstanding van Christus maakt dat nieuwe. Dat is werkelijk een nieuwe schepping. Een scheppingsdaad van God. Het gaat nu niet meer om mij, maar om Hem. Er is een nieuwe tijd aangebroken.

Daar mogen we in geloven in 2015. Dat is de drang die in onze tekst zit: ‘Wij zijn dan  gezanten namens Christus, alsof God Zelf door ons smeekt. Namens Christus smeken wij: laat u met God verzoenen.’ Laat God dat werk in u doen. Laat God u een nieuw mens maken. Dat wil Hij. Paulus’ leven is juist daar getuige van: God heeft ingegrepen in Zijn leven, terwijl hij eerst een vijand was, is hij nu een gezant, een ambassadeur van Christus. Hoe nieuw en anders wil je het hebben. Ja, dat is echt iets nieuws, een nieuwe creatie van God.

Het nieuwe, dat is in de eerste plaats dus geloof. Geloof in Christus, dat is het grootste teken van de nieuwe schepping in ons. Oprecht geloof in Christus, zoals verwoord in vers 15: ‘En Hij is voor allen gestorven,  opdat zij die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem Die voor hen gestorven en opgewekt is.’ Niet meer voor jezelf leven, het oude, maar leven voor Hem, het nieuwe! Dat is een verandering die ik en u niet in onszelf bewerkstelligen kunnen. Dat gaat zo diep, daar kan alleen God met zijn vingers bij, met Zijn Woord en Geest. Daar begint het nieuwe. En daar begint het ook echt.

Als je het gevoel hebt, dat alles bij u nog bij het oude is… dat dat geloof in Christus ontbreekt. Dan kan ik niets anders dan Paulus’ woorden, ook vandaag laten gelden: ‘Namens Christus smeken wij: laat u met God verzoenen.’ Begin het nieuwe jaar dan goed, laat Hem binnen in uw leven. Kijk in het gelaat van de Gekruisigde Christus. Zie wat Hij voor u gedaan heeft. ‘Want Hem Die geen zonde gekend heeft,  heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem.’

Wie zie je als je in de spiegel kijkt? Wat zie je in je hart? Wij denken soms dat onze ogen ons niet bedriegen. Dat wij op onze ogen kunnen vertrouwen. ‘Ik zie het toch zelf!’ Maar wees daar niet zo zeker zijn. U kent vast wel van die plaatjes, die je ogen voor de gek houden. Zo is het in het leven van een christen. Kijk je naar jezelf, wat zie je dan? De zondaar, die het elke keer weer verbruit? Ja, dat kun je zien. Maar je kunt ook die nieuwe schepping zien, wie je in Christus bent, de gekruisigde. Het is maar wel criteria je hanteert, in je welke begrippen en kaders je denkt.

Zoals dat geldt voor je zelfbeeld, zo geldt dat ook voor je wereldbeeld. 2015. Een nieuw jaar. We zien een wereld vol kansen en mogelijkheden, een economie die groeit, we leven in een goed land en grote welvaart. En tegelijk weten we van klimaatverandering, natuurrampen, oorlogen en ziekten. Van een vergaande secularisatie en godverlatenheid. Er is een opgaande en een neergaande lijn. Wat wil je zien? Waar laat je je door bepalen? Door de noodlotsgedachte dat de wereld naar de verdoemenis gaat. Of leer je door de ogen van de Gekruisigde te kijken, die in die lijdende schepping toch Zijn komende Koninkrijk ziet. Dat het 2015 is geworden, wil zeggen dat God er nog fiducie in heeft.

Zoals dat geldt voor je zelfbeeld, en je wereldbeeld, geldt dat ook voor je omgang met de gemeente. Als we ons groepje mensen bij elkaar zien, hier, wat is daar dan voor bijzonders aan. We zitten vaak zo vast in onze traditionele kaders. Het is zo voorspelbaar en vastgeroest. En we raken zo snel teleurgesteld in elkaar. Al de mooie woorden die klinken in de kerk, ‘naastenliefde’, ‘vrede’, ‘zegen’. Wat brengen we ervan terecht. Geven we het dan op? Of kunnen we de kerk en elkaar door de ogen van de Gekruisigde Christus zien? We zijn toch maar Zijn gemeente. Zijn Woord blijft klinken. Ook in 2015. Als Hij nog met ons wil zijn, dan…

En dat gaat ook op voor je dagelijks leven. Ja, er zit nog zoveel eigen belang in ons. In ons werk, in de relaties die wij aangaan. O, wat zijn we trots, en eigengereid. Kijk maar eens goed in die ogen in die spiegel. Je kunt er ook voor kiezen, nu, om 2015 anders in te gaan. Anders te bekijken. Niet met je eigen plannen en ideeën. Met je eigen belangen en goede voornemens. Maar met Christus. ‘Want de liefde van Christus dringt ons’. Paulus betrekt dat op zijn roeping tot apostel, de verkondiging van het evangelie, maar we mogen dat gerust breder trekken: Laat de liefde van Christus uw drijfveer, uw diepste motivatie zijn, in alles wat u doet.

Amen

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s