Rode draad (4) – Geschriften

Preek over de hoofdlijn van de Geschriften (Ruth, Esther, Job, Psalmen, Spreuken, Prediker, Hooglied, Klaagliederen).

Nicolas Poussin – Boaz en Ruth op het veld (1660-4, Musée du Louvre)

Gemeente van Jezus Christus,

  1. Wat doen die rare Geschriften in de Bijbel?

Wat zijn we blij met de Bijbel. Deze week werd er een onderzoek bekend gemaakt dat steeds minder mensen in Nederland in God geloven. Voor het eerst zijn de ‘gelovigen’ echt in de minderheid. 25 procent van de mensen in Nederland is atheïst, 17 procent gelooft in God. Het gros van de mensen zit daar tussen in, zij weten het niet. Daarom zijn we blij met de Bijbel. De Bijbel is het boek waarin God ons zelf vertelt Wie Hij is. Dat hebben we blijkbaar hard nodig…

In de eerste drie preken over de Rode Draad van de Bijbel hebben we dat ook prachtig kunnen zien. In de Thora, de wetboeken, Genesis-Deuteronomium leren we God kennen als de God van Abraham, Izak en Jakob. Hij openbaart Zijn Naam, Jahwe, aan Mozes. Hij maakt Israël tot Zijn volk, sluit een eeuwig verbond. In de vroege profeten, Jozua-Koningen, horen we hoe moeilijk het volk het vond om God te dienen, maar God bleef trouw, zond gezalfden, richters, koningen. In de latere profeten, Jesaja tot Maleachi hoorden we dat God ook profeten gebruikte om het volk bij Hem terug te brengen. Ze voedden het geloof in God met oordeel en heilsboodschap. Deze grote rode draad, deze lange geschiedenis van God en Israël is, ontdekten we al eerder, open naar de toekomst, naar Jezus Christus.

Je zou zeggen, dan is het Oude Testament af. Het is een prachtig verhaal over God en Zijn volk. We horen er Wie Hij is, we leren de HEERE kennen. Niets meer aan doen.

Toch staan er nog van allerlei kleine boekjes, geschriften, her en der verspreid in het Oude Testament. Op het overzicht op uw blad kunt u dat zien: Na de Richteren staan er opeens Ruth. Dan heb je Esther. En dan een aantal boeken met liederen, gedichten en wijsheid: Job, Psalmen, Spreuken, Prediker, Hooglied. En tussen de profeten staat nog het geschrift Klaagliederen. Het zijn geschriften die het grote geschiedenisverhaal van God met Israël als het ware onderbreken. Wat voegen die dan toe?

Neem nou Prediker. Midden in het Oude Testament – dat gaat over vertrouwen op God, over Gods plannen die zich ontvouwen – staat dan opeens:

‘Een en al vluchtigheid, zegt Prediker,

een en al vluchtigheid,  alles is even vluchtig.’ (Prediker 1:2) 

Prediker is een boekje waarin de alledaagse wijsheid van Israël is opgetekend. Het zou kunnen dat Salomo de schrijver is, maar de inhoud is heel algemeen. Het gaat over iemand die op leeftijd is gekomen en zich afvraagt: ‘Waar heb ik nu mijn hele leven voor gewerkt en gesloofd?’ Alles gaat voorbij. Mijn leven gaat voorbij. En er blijft niets van over. Hè, denk je dan? Ja, dat denk ik sosm ook, maar staat dat in de Bijbel? Lekker bemoedigend… En wat heeft dat met God te maken? Luther vond dat Prediker eigenlijk maar geschrapt moest worden uit de Bijbel.

En dat dacht hij bij nog zo’n boekje: het Hooglied. Het Hooglied is een verzameling liefdesgedichten. Over de liefde tussen man en vrouw in hele beeldende taal. Zo begint het:

‘Laat hij mij kussen met de kussen van zijn mond, want uw uitnemende liefde is  beter dan wijn.  Uw zalfoliën zijn heerlijk van geur, uw naam is een uitgegoten zalfolie. Daarom hebben de meisjes u lief.   Trek mij mee, wij zullen achter u aan snellen.’ (Hooglied 1:2b-4a) 

In veel gezinnen was en is het gebruikelijk om de Bijbel aan tafel bij de maaltijd te lezen van kaft tot kaft, voorin beginnen, elke dag een stukje, tot hij uit was. Maar waar er kinderen aan tafel zaten, werd het Hooglied vaak even overgeslagen. Die gedichten over man en vrouw, zoenen en vrijen, over borsten en seksualiteit, die zijn niet bestemd voor kinderoren. Nee, en sowieso: wat doen zulke gedichten in de Bijbel? De Bijbel gaat toch over God en geloof?

  1. Het gaat in de Bijbel over gewone mensen, niet over ‘spiritualiteit’.

Op een hele bijzondere manier, komt zo in het Oude Testament de vraag aan de orde, die ergens bij ons allemaal ook leeft, bij mij, maar bij u vast ook: Prachtig, dat grote verhaal van God en Israël, die rode draad van het verbond. Maar wat heb ik daaraan? Wat heeft dat met mij te maken? Met mijn gewone leven, het leven zoals Prediker dat beschrijft, van geboren worden, leven, werken, sterven. En zoals Hooglied het beschrijft: het leven van relaties, van man en vrouw, van liefde.

Prachtig die rode draad van Gods trouw door de eeuwen heen, van de openbaring van Zijn Naam, verhalen van lang geleden over wonderen, koningen en profeten, maar wat heb ik daaraan in het leven van alle dag? Als ik het nieuws zie, aanslagen in Parijs, oorlog in Syrië, ziekte in mijn leven of in de familie. Ik moet hard werken voor mijn geld. Ik ben druk met mijn gezin. Ik zie ondertussen helemaal niets van die God.

Die geluiden hoor je in de Bijbel zelf dus al. Die worsteling is niet alleen onze worsteling, maar die hebben we gemeenschappelijk met alle mensen, ook de mensen in de Bijbel. Dat is ook het bijzondere aan de Bijbel: Het is niet zomaar een verhaal over God, waarin alles soepel loopt en fantastisch gaat. Ja, God is er, maar de mens is er ook, met zijn twijfels en zijn zorgen. Die hoort er blijkbaar van meet af aan helemaal bij.

De Bijbel gaat niet alleen over God, en over de grote geschiedenis. Dat zou over onze hoofden heen gaan. Nee, het gaat ook over gewone mensen, over het gewone leven. De Bijbel is geen boek dat supergelovigen van ons wil maken. Alsof we al die verhalen, die hele geschiedenis, die wonderen, gewoon maar moeten slikken. Alsof we ons gewone dagelijks leven- waarin dat soort dingen allemaal niet gebeuren, maar waarin we gewoon onze zorgen hebben over die repetitie op school, de ruzie met die collega, het saldo van je bankrekening – aan de kant moeten zetten. Alsof het zou gaan om spiritualiteit, om geloof als iets vaags, om inspiratie, om troost en bemoediging. Geloof in God als iets wereldvreemds.

Nee, de mensen die we tegenkomen in de Bijbel, staan met hun voeten in de modder. Soms letterlijk. Het boek Job vertelt over een man die alles kwijtraakt, zijn kinderen, zijn bezittingen, zijn huis en eindigt op de vuilnisbelt. Daar in de diepte roept hij het uit:

‘Mijn ziel walgt van mijn leven; ik laat mijn klacht de vrije loop; ik spreek in de bitterheid van mijn ziel. Ik zal tegen God zeggen: Verklaar mij niet schuldig; laat mij weten waarover U mij ter verantwoording roept. Doet het U goed dat U onderdrukt, dat U de inspanning van Uw handen verwerpt, terwijl U over het voornemen van de goddelozen licht laat schijnen?’ (Job 10:1-3) 

Ja, dat staat ook in de Bijbel… Al die verhalen over God, die slik je niet als zoete koek, als je zo diep zit als Job. Daar weet u in uw eigen leven vast alles van. Al durven we daar soms moeilijk ruimte aan te geven. Aan de klacht. De schreeuw om recht. Op één of andere manier denken we soms dat je als gelovige alles maar moet aanvaarden. En daardoor hebben veel mensen ook afgehaakt van het geloof in God. Want dan raak je in de knoop.

Ja, de Bijbel gaat over God, over de rode draad van Zijn trouw, maar het gaat ook over gewone mensen, over u en mij, over de ervaring van alledag, over mensen die hun mond open durven te doen, zelfs tegen God. Heel concreet, en heel hard. Zoals in het boekje Klaagliederen. Een verzameling van 5 liederen over de val van Jeruzalem en de verwoesting van de tempel in 587 v.Chr.. Heel aangrijpend hoor je daar hoe gewone mensen dat ervaren hebben, hoe afgrijselijk het was:

‘Hef tot Hem uw handen op, vanwege het leven van uw kleine kinderen, die van honger versmachten op de hoeken van alle straten. Zie, HEERE, en aanschouw aan wie U zo gedaan hebt! Moeten vrouwen hun eigen vrucht eten, kleine kinderen die zij op handen droegen? Moeten dan in het heiligdom van de Heere gedood worden priester en profeet?’ (Klaagliederen 2:19b-20) 

Juist doordat dit soort dingen, deze kleine geschriften over de ervaring van gewone mensen, ook in de Bijbel staan, komt de Bijbel heel dichtbij. Geloof in God, dat is niet iets van zondags, en van mooie verhalen van lang geleden, maar het gaat over de vraag wat God te maken heeft met u en jou en mij en met ons gewone leven, met de hoogten en met de diepten.

  1. De rode draad moet landen in ons leven, we mogen helemaal meedoen bij God!

Het wordt helemaal bijzonder als we beseffen dat God zelf wilde dat deze Geschriften in de Bijbel zouden komen. Ook die woorden waarin Hijzelf beschuldigd en aangeklaagd en ter verantwoording geroepen wordt. Je zou zeggen dat het afbreuk doet aan de mooie boodschap van de Bijbel. Maar we geloven dat bij de vorming van de Bijbel de Heilige Geest een actieve rol heeft gespeeld. God vond zelf dat dit er ook in moest. Dat is bijzonder.

‘Maar waarom?’ kunnen we ons dan afvragen. Dat is denk ik vrij simpel. Kijk, hier heb ik die rode draad, waar we mee begonnen zijn. Een prachtige rode draad. Die staat voor dat prachtige verhaal over God in de Bijbel. Maar we snappen allemaal: als je zo’n rode draad op een klosje laat zitten, dan heb je er in wezen toch niets aan. Nee, met die rode draad moet je aan de slag gaan. Daar moet je bijvoorbeeld een lekkere warme trui van maken. Dan heb je er echt iets aan. Dan kun je er iets mee in je leven.

Zo geldt dat voor die grote rode draad van die lange geschiedenis van God en Israël ook. Je kunt denken: een prachtig verhaal. Over mensen van vroeger. Je windt het even af, je kijkt er even naar en je rolt het weer op. En dat is nu precies niet de bedoeling. De bedoeling is dat die rode draad landt in je leven. Dat je er iets mee doet. Dat je hem aantrekt als een trui. Dat je zelf méé gaat doen in dat verhaal van God.

Een prachtig voorbeeld daarvan is het verhaal over Esther. Een gewoon Joods meisje dat in de tijd van de ballingschap koningin wordt. Maar dan is daar Haman, die het Joodse volk wil vernietigen, en dan staat Esther voor de keus: Leef ik lekker mijn eigen leven, of ga ik de uitdaging aan, neem ik mijn rol op in dat grote verhaal van God. Esthers oom Mordechai zegt dan tegen haar:

‘Want als je je in deze tijd in diep stilzwijgen hult, dan zal er vanuit een andere plaats verlichting en verlossing voor de Joden komen, maar jij en het huis van je vader zullen omkomen. En wie weet of jij niet juist voor een tijd als deze tot deze koninklijke waardigheid gekomen bent.’ (Esther 4:14) 

Mordechai daagt haar uit om méé te gaan doen in dat grote verhaal van God. Ze kan ervoor kiezen dat niet te doen. Dan gaat God op een andere manier ook wel door. Maar de uitdaging is voor haar: méé doen! [rode trui] Trek je hem aan Esther? Geloven, in God geloven, dat is blijkbaar je geroepen weten je verantwoordelijkheid te nemen, jezelf leren zien als een schakeltje in dat grote verhaal van God met de wereld.

Juist deze Geschriften laten zien hoe dat ging en gaat in het leven van gewone mensen. Zo vertelt de Bijbel ook het verhaal van Ruth uit Moab, die meetrekt met haar schoonmoeder Naömi naar Israël. Ruth stond eerst buiten het geloof in de HEERE, buiten het volk van God. Maar ze voelt er zich door aangetrokken, ze kan het niet loslaten. En ze zegt:

‘Want waar u heen gaat, zal ik ook gaan, en waar u overnacht, zal ik overnachten. Uw volk is mijn volk en uw God mijn God. Waar u sterft, zal ik sterven, en daar zal ik begraven worden. De HEERE mag zó en nog veel erger doen: voorzeker, alleen de dood zal scheiding maken tussen mij en u.’ (Ruth 1:16b-17) 

Ze gaat mee. Ze trekt de rode trui aan. Ze gaat meedoen in het grote verhaal van God. En zo wordt ze de overgrootmoeder van koning David. Een gewoon meisje. Het laat zien dat dat die rode draad van de Bijbel er niet kan zijn zonder mensen, zonder mensen die in God geloven. God schakelt mensen in. Niet alleen lang geleden, maar ook vandaag de dag.

Tijdens het lezen van de Bijbel komt die vraag bij mij en u terecht: Doe je mee? Laat je je inschakelen? Laat je je meenemen? Nee, niet omdat het één groot succesverhaal is in de Bijbel, dat zie je wel aan Job en Klaagliederen en Prediker. Maar omdat het je niet meer loslaat. Omdat die rode draad van de Bijbel je zit als gegoten. De ervaringen, de verhalen uit de Bijbel, ze zijn zo herkenbaar. Ze gaan over jou en mij. Ze verbinden ons leven met God.

  1. De rode draad past Christus als gegoten, Hij is het die zich volkomen invoegt in Gods plan.

Al zeg ik dat misschien te gemakkelijk. Hoezeer de ervaring van gewone mensen, van het gewone leven, ook aan bod komt in de Bijbel, die trui zit ons niet echt als gegoten. Die blijft kriebelen. Dat heb je wel eens, hè, met een wollen trui. Ergens is hij heerlijk warm, maar dat gekriebel gaat irriteren. Je bent blij als je de trui weer uit kan trekken en je laat hem maar weer een poosje in de kast liggen. Dat is met die rode draad in de Bijbel ook. Zo gaat het met het geloof in God vaak in ons leven. We zijn niet altijd even enthousiast om God te dienen en in Zijn straatje te lopen.

Daarom hebben we soms ook moeite met de Psalmen. Ook één van die boeken in de Geschriften. Een bundel van 150 liederen die al gezongen werden in de tempel in Jeruzalem. Natuurlijk, er zijn psalmen die heel geliefd zijn, 23 ‘De HEERE is mijn Herder; 42 ; 68 ‘Geloofd zij God met diepst ontzag’; 84; etc. Maar het is vaak zo dat als we de psalmen zingen hier in de kerk, dat ze ook kriebelen. Het zijn liederen uit het gewone leven gegrepen, over het leven, over de mooie schepping, over moeite en verdriet, over dankbaarheid en zegen, en toch… ze zijn vaak zo rauw en direct of zo diep gelovig, als wij ten diepste helemaal niet zijn. ‘Wat zing ik eigenlijk?’, denk je soms hier in de kerk.

Er is maar één iemand die die Psalmen écht mee kon zingen, en dat is Jezus Christus. Want er is maar één iemand in wie de rode draad van God echt werkelijkheid wordt, Jezus. Die deze trui volkomen past. Er is maar één iemand die zich volledig in laat schakelen door God, die zich volkomen invoegde in Gods plannen, Jezus. Het hele Oude Testament die hele rode draad, die past Christus als gegoten, die wordt mensvormig.

De tekst uit het Oude Testament die het meeste in het Nieuwe aangehaald wordt, is een tekst uit de Psalmen, op uw blad:

‘Een psalm van David. De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gemaakt zal hebben tot een voetbank voor Uw voeten.’ (Psalm 110:1) 

Jezus zelf noemt dat ‘vervulling’. Vervulling, dat betekent niet de profetieën uit het Oude Testament als het ware ‘uitkomen’, blijken te kloppen. Nee, het betekent dat Jezus zich het Oude Testament volkomen aantrekt. Dat Hij leeft, zoals God in het Oude Testament zegt dat een mens zou moeten leven. Volkomen gehoorzaam, volkomen ingeschakeld in dat grote verhaal van God en mensen.

Het Oude Testament gaat nergens expliciet over Jezus, maar als je Jezus kent uit het Nieuwe Testament, dan zie je Hem overal in het Oude Testament terug. En dat is essentieel. Dat is echt heel belangrijk. Want doordat Jezus dat heeft gedaan, is die rode draad, dat grote verhaal echt geland. In ons leven lukt dat zo moeilijk, en in feite helemaal niet. Die worsteling, dat is dat kriebelen van die trui. Maar Jezus maakt het voor ons behapbaar. Hij maakt de rode draad mensvormig.

Jezus vervulde de sterfelijkheid van Prediker, toen Hij op 33-jarige leeftijd moest sterven aan het kruis. Jezus vervulde de diepte van de liefde van Hooglied: ‘Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn Eniggeboren Zoon gegeven heeft.’ Jezus vervulde het verdriet van Job en Klaagliederen toen Hij aan het kruis riep ‘Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten’, woorden uit Psalm 22. Jezus vervulde de toewijding van Esther, het gevaar voor het eigen leven. ‘Kom ik om, dan kom ik om.’ Jezus kent de overgave en vereenzelviging van Ruth, als Hij onder ons komt wonen, mens is zoals wij: ‘Uw God, is Mijn God, Uw volk, is Mijn volk.’

Zo zingen we dan ook de psalmen in de kerk. We zingen met Jezus mee. We geloven in Zijn kielzog. Hij is ons voorgegaan. We mogen Hem volgen. Hij maakt het geloven voor ons mogelijk. Hij brengt God bij ons, ís God bij ons, in het gewone leven, bij ons thuis. Jezus komt bij ons, in het ‘gewaad van het Woord’ (zo wordt ouderwets wel eens gezegt). Ten diepste ontmoeten we Hem bij het lezen in de Bijbel en Híj is het die ons vraagt: Ga je mee? Doe je mee? 

  1. De rode draad loopt door in ons gewone leven.

Je zou kunnen zeggen: Door de Bijbel te lezen, verandert dan je levensdoel. Ik hoop dat u dat herkent. Uit onszelf komen er levensdoelen als: succes, of genieten, of rijkdom, of familie. Daar leven we voor. Die Geschriften in de Bijbel leren ons dat het ook anders kan. Dat we ernaar streven onze plek in te nemen in het Grote Verhaal van God. Het boek Spreuken staat vol met praktische levenswijsheid. Daar wordt heel erg de nadruk gelegd op dat ene: Mensen die gaan voor rijkdom en succes zijn ten diepste dwaas:

‘De vreze des HEEREN is het beginsel van de kennis, dwazen verachten wijsheid en vermaning. […] Opdat je zult gaan op de weg van wie goed zijn, en je de paden van de rechtvaardigen in acht zult nemen. De vromen zullen immers de aarde bewonen, en de oprechten zullen erop overblijven. De goddelozen echter zullen van de aarde uitgeroeid worden, trouwelozen zullen ervan weggerukt worden.’ (Spreuken 1:7; 2:20-22) 

Door het lezen van de Bijbel ga je je leven in een ander perspectief zien. In Gods perspectief. Je leven van geboorte tot dood komt in het kader van de eeuwigheid te staan. Maar het blijft het gewone leven van alle dag.

Het is de uitdaging voor ons, om ons, net als Ruth in het gewone leven, die het verdriet kende van een overleden man en de zorg om brood op de plank, toch in alle trouw en eerbied toe te wijden aan God. Wie de trui past, trekke hem aan. Het is de uitdaging voor ons, om ons, net als Esther, in haar comfortabele leventje in het paleis, niet in slaap te laten sussen, maar ons leven in te zetten om anderen te redden. Wie de trui past, trekke hem aan. Het is de uitdaging voor ons, als ons vreselijke dingen overkomen, om ons, net als Job en Klaagliederen, niet van God af te keren, maar het naar Hem uit te schreeuwen. Wie de trui past, trekke hem aan. Het is de uitdaging voor ons om de liefde tussen man en vrouw rein en zuiver te houden, zoals in het Hooglied, als afspiegeling van de liefde van God voor ons. Wie de trui past trekke hem.

De Bijbel gaat over God, zeker. Maar ook over u, en jou en mij.

Amen

 

(De geciteerde bijbelteksten zijn afkomstig uit de Herziene Statenvertaling.)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s