Kern van de Bijbel (3) – Onze reactie: geloof

Preek uit leerdienst over Heidelbergse Catechismus, Zondag 7.

Rembrandt – Abraham en Isaak (1645)

 

Gemeente van Jezus Christus,

  1. Wat wil de Bijbel? Geloof. 

Er komt veel informatie op ons af tegenwoordig. We volgen het nieuws via de TV of de krant, we volgen onze vrienden en bekenden via Facebook en smartphone. Via de computer hebben we toegang tot alle informatie ter wereld. In onze vrije tijd lezen we een boek of kijken we een film. En dan nog alles wat er op je werk en thuis gebeurt… Je kunt dat onmogelijk allemaal verwerken. Al die verhalen! Veel dat binnenkomt – via het ene oor -, gaat er via het andere oor weer uit. Dat kan in de kerk ook zomaar zo gaan. Je zit hier ’s zondags en je hoort de preek wel, maar je hoofd zit nog zo vol… En zo kan het gaan bij het lezen van de Bijbel: je leest aan tafel of voor het naar bed gaan een stukje… je neemt het voor kennisgeving aan.

In twee voorgaande preken over de ‘kern van de Bijbel’ is er zo heel veel informatie langs gekomen.

In de eerste preek ging het over het drama in de Bijbel. Als je de Bijbel leest, dan valt allereerst op dat het verhaal over God geen gemakkelijk verhaal is dat soepel loopt. Van meet af aan kom je in de Bijbel mensen tegen die zonde doen, die elkaar vermoorden, die niet naar God willen luisteren. Het toppunt van dat drama is in de Bijbel dat de mensen, de onschuldige Zoon van God, aan een kruis hangen. De mens blijkt een ellendeling.

In de tweede preek ging het over de sleutel. Als je de Bijbel leest, dan komt er heel veel op je af, liederen, profetieën, brieven, verhalen. Je raakt er bijna de weg in kwijt, behalve als je bedenkt dat de Bijbel ons bovenal niet een menselijk drama wil vertellen, maar wil vertellen over de onuitputtelijke genade van God, die mensen uit hun ellende redt. Die sleutel wordt ons aangereikt door datzelfde kruis van Christus.

En dan is de Bijbel uit. The End.

Voor veel mensen is de Bijbel zo’n verhalenboek uit de wereldliteratuur, op gelijke hoogte met de Odyssee van Homeros uit het antieke Griekenland, de toneelstukken van Shakespeare uit het middeleeuwse Engeland, of de sprookjes van de gebroeders Grimm over Assepoester, Roodkapje en Sneeuwwitje. ‘Er was eens in een land hier ver vandaan …’. Leuk om een keer te lezen, interessant, vermakelijk, inspirerend misschien zelfs, maar net als die boeken kan de Bijbel weer dicht en in de kast, en we gaan over tot de orde van de dag. ‘En zij leefden nog lang en gelukkig.’

Als dat bij ons zo gaat, dan gaat er iets mis. Je kunt zelfs zeggen: Dan heb je de Bijbel niet goed gelezen. Anders dan alle andere informatie die we tot ons kunnen nemen, wíl de Bijbel iets van ons. Er wordt niet een bult informatie op ons bord gedropt. Of zomaar een verhaaltje verteld. ‘Kijk maar wat je ermee doet’ – nee, de Bijbel zegt zelf al wat we ermee moeten doen. Zo staat er aan het einde van het evangelie van Johannes (hoofdstuk 20):

29 Jezus zei tegen hem: Omdat u Mij gezien hebt, Thomas, hebt u geloofd;  zalig zijn zij die niet gezien zullen hebben en toch zullen geloven. 30 Jezus nu heeft in aanwezigheid van Zijn discipelen nog wel  veel andere tekenen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek, 31 maar deze zijn beschreven, opdat u gelooft dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat u, door te geloven, het leven zult hebben in Zijn Naam.

Johannes heeft zijn evangelie geschreven, ‘opdat u gelooft’. Die drang zit niet alleen in dat ene evangelie, maar doortrekt heel de Bijbel. De Bijbel – en daarin spreekt God zelf! – wil ons leven veranderen. De Bijbel is als het ware Gods brief aan ieder van ons, geadresseerd, en Hij wacht op antwoord. Het is aangetekende post. Je moet er iets mee. Niet zomaar iets: Je moet het geloven.

Voelt u dat ook als u de Bijbel leest? Dat appèl op je leven? Niet zomaar alleen dat je in de Bijbel wat normen en waarden krijgt aangereikt, en dat de Bijbel soms kritisch is op hoe wij leven, maar dieper dan dat…

  1. Wat is geloof? Stellig weten! De Bijbel is een betrouwbaar boek.

Wat is dan dat geloof, waar de Bijbel om vraagt? Nou, dan denken we in onze tijd al snel: Inderdaad, wil je die ongeloofwaardige verhalen uit de Bijbel aannemen, dan heb je héél veel geloof nodig.

Geloof, dat woord klinkt in onze tijd als iets onzekers. De wetenschap en onze zintuigen, die leveren ons kennis en bewijs en feiten. De Bijbel, dat is eerder het tegenovergestelde, die levert ons verhalen. En verhalen, zeker verhalen van lang, lang geleden, die moet je met een korreltje zout nemen. Geloof, dat is in onze tijd meer een persoonlijk gevoel, het gevoel dat er meer is. Geloof, daar valt niet over te twisten, net als over smaak. Je gelooft het of je gelooft het niet.

Laat u niet inpakken door dat moderne denken! Laat u daardoor niet meeslepen! Als het in de Bijbel over geloof gaat, dan gaat het niet over dat moderne onzekere gedoe. De kern van de Bijbel gaat over feiten, over geschiedenis, over dingen die echt gebeurd zijn.  In de catechismus wordt dat genoemd ‘het algemeen en ontwijfelbaar christelijk geloof’, waarvan de Apostolische Geloofsbelijdenis een samenvatting geeft. Die welbekende geloofsbelijdenis is geen opsomming van wat persoonlijke meningen, maar van feiten. Heilsfeiten, omdat ze cirkelen rond dat éne grote feit: het leven van Jezus Christus, en nog meer toegespitst: zijn kruisiging én opstanding uit de dood.

De Bijbel zelf vertelt dat niet als een ‘verhaaltje’, wat je maar moet ‘geloven’ (in de moderne onzekere betekenis van het woord), maar als een feit. Zo doet Paulus dat bijvoorbeeld in 1 Korinthe 15:

1 Verder maak ik u bekend, broeders, het Evangelie,  dat ik u verkondigd heb, dat u ook aangenomen hebt, waarin u ook staat, 2 waardoor u ook zalig wordt, als u eraan vasthoudt zoals ik het u verkondigd heb, tenzij dat u tevergeefs geloofd hebt. 3 Want ik heb u ten eerste overgeleverd wat ik ook ontvangen heb,  dat Christus gestorven is voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften, 4 en dat Hij  begraven is, en dat Hij  opgewekt is op de derde dag, overeenkomstig de Schriften, 5 en dat Hij  verschenen is aan Kefas,  daarna aan de twaalf. 6 Daarna is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie de meesten nu nog in leven zijn, maar sommigen ook zijn ontslapen. 7 Daarna is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen. 8 En als laatste van allen is Hij ook  aan mij verschenen, als aan de ontijdig geborene. […]14 En als Christus niet is opgewekt, dan is onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof.

Geloof, dat is in de Bijbel dus niet iets onzekers, maar zoals de catechismus zegt, ‘een stellig weten’. Volgens Paulus hangt ons hele geloof af van dit ene feit: Christus is opgewekt uit de dood.

Natuurlijk, dat Jezus is opgestaan uit de dood, is niet zomaar een feit als alle andere feiten. Er is iets bijzonders mee aan de hand: het is iets wat wij zelf niet mee hebben gemaakt en wat in onze moderne opvattingen helemaal niet kán. En daarom gaan wij al snel de Bijbel zelf in twijfel trekken. Ik hoor dat veel om me heen, ook wel in onze gemeente: ‘Die Bijbel is ook maar een boek, geschreven door mensen, en er is vast mee gerommeld door de eeuwen heen, je weet toch hoe dat gaat…’

Daar wreekt zich een gebrek aan kennis over de Bijbel. Heel veel mensen serveren de Bijbel op die manier af, zonder dat ze zich bewust zijn van de goede papieren die de Bijbel heeft. Het Oude Testament is qua ontstaan en overlevering ingewikkelder, maar wat wij kennen als het Nieuwe Testament is een bundel geschriften uit de eerste eeuw na Christus. Dat dat écht zo is, is aantoonbaar door de vele handschriften en fragmenten die er nog zijn. Er is aantoonbaar niet mee gerommeld. Deze 1e brief aan Korinthe is 100% zeker geschreven door meneer Paulus van Tarsis in het voorjaar van het jaar 54 vanuit Efeze, dat is +/- 20 jaar na de kruisiging van Jezus. Ja, bij het overschrijven hebben mensen wel eens foutje gemaakt, een lettertje of woordje verkeerd geschreven, maar in de wetenschappelijke uitgave van de originele Bijbeltekst in het Grieks kun je zien dat die variatie hoogstens een half procent is.

En inderdaad, tussen de verschillende verslagen over het leven van Jezus van Mattheus, Markus, Lukas en Johannes, en wat Paulus hier zegt in 1 Korinthe 15, daar zitten verschillen tussen. Ze geven Jezus’ woorden soms wat anders weer, of de gebeurtenissen in een andere volgorde, maar in de hoofdlijn zijn ze het absoluut eens.

En maakt dat de Bijbel niet juist betrouwbaar: de Bijbel is blijkbaar geen netjes gepolijste propaganda, maar precies zoals je zou verwachten van mensen die oprecht verslag doen van hun eigen ervaringen. De auteurs zijn geen mensen die honderden jaren later wat mondelinge overleveringen op schrift hebben gesteld, maar mensen die er zelf zijn bij geweest of het uit de eerste hand hebben.

Dat is zelfs het criterium geweest bij het samenstellen van het Nieuwe Testament: alleen geschriften die zeker van de hand van de apostelen van Jezus zélf of controleerbaar van hun directe medewerkers stammen mochten er in.

Geloof, dat betekent in de Bijbel niet dat je je verstand maar op nul moet zetten, het betekent juist dat je je verstand aan het werk moet zetten. ‘Ga het maar na!’ zegt Paulus. Bewijs in overvloed voor wie er naar zoekt. ‘Hij is waarlijk opgestaan!’ Dat is de kern van het christelijk geloof. Geloof is in de eerste plaats het aanvaarden/aannemen van de feiten.

  1. Is geloof alleen kennis? Vast vertrouwen op de belofte.

Als het dan feiten zijn, als het gaat om ‘stellig weten en kennis’, waarom noemen we het dan nog geloof? Is dat dan niet verwarrend?

Dan moeten we goed begrijpen dat de Bijbel ons feiten vertelt, en dat het geloof ermee begint dat wij die feiten leren kennen. Maar op zichzelf kun je nog verschillend reageren op die feiten. Dat kun je heel eenvoudig ook in de praktijk van alledag zien: Iedereen weet dat het slecht is om te roken, dat is een feit. En als je een pakje sigaretten koopt, kun je daar niet onderuit. En toch zijn er mensen die roken. De apostel Jakobus schrijft ‘de duivelen geloven ook dat God bestaat, en zij sidderen’. M.a.w. op de feiten van het evangelie kun je ook nog negatief reageren. Je kunt ervan zeggen: Laat God lekker God zijn, en Jezus opstaan uit de dood, allemaal best, maar ik doe gewoon mijn eigen ding.

De Bijbel is wat dat betreft ook heel eerlijk: De Israëlieten die door God bevrijd werden uit Egypte, twijfelden echt niet meer aan Zijn bestaan, maar dat is nog wat anders dan God ook gehoorzamen. En het Sanhedrin dat van de soldaten bij het graf het verhaal hoorde van een engel die de steen had weggerold en het graf dat leeg was, weigerde in Jezus te geloven, maar verzon het verhaal dat de discipelen Jezus’ lijk gestolen zouden hebben. Ze wilden gewoon hun macht niet verliezen en hun ongelijk niet toegeven.

Daarom gebruikt de Bijbel het woord ‘geloof’. De Bijbel presenteert ons niet alleen feiten, maar wil bij ons een positieve reactie op die feiten teweegbrengen. En die positieve reactie is vertrouwen op God. Dat aspect kwam sterk naar voren in de schriftlezing uit Hebreeën 11. De basis daarvoor vinden we in Genesis 15, in de verhalen over Abram:

1 Na deze dingen kwam het woord van de HEERE tot Abram in een visioen: […] 5 Toen leidde Hij hem naar buiten en zei: Kijk toch naar de hemel en tel de sterren, als u ze kunt tellen. En Hij zei tegen hem:  Zo talrijk zal uw nageslacht zijn. 6 En hij geloofde in de HEERE, en Die rekende hem dat tot gerechtigheid.

Het geloof van Abraham is niet alleen ‘geloven dat’, dat God bestaat. Dat kon hij ook moeilijk ontkennen: God sprak tot hem! Het is ook ‘geloven in’. God kwam op hem over als Iemand die te vertrouwen is. De beloften die God deed waren nog geen feiten, maar Abram vertrouwde zichzelf toe aan de leiding van God. Hij was met God onderweg. Leerde God gaandeweg kennen als Iemand die woord houdt. En gaandeweg groeide het geloof, het vertrouwen en de zekerheid.

Daar zit natuurlijk een spannend moment, ook voor ons. Wij weten ontzettend veel méér dan Abram. Voor Abram was het enkel een stem die hij volgde. Wij hebben een hele Bijbel. In het bijzonder de ontwijfelbare feiten van kruisiging en opstanding van Jezus Christus. Maar de Bijbel blijft een boek van beloften. Zoals de catechismus zegt: ‘Wat moet een christen geloven? Antwoord: Alles wat ons in het Evangelie beloofd wordt.’ En dan kun je denken aan wat in antwoord 21 gezegd wordt: ‘dat niet alleen aan anderen, maar ook aan mij vergeving van de zonden, eeuwige gerechtigheid en eeuwig heil door God geschonken zijn, enkel uit genade, alleen op grond van de verdienste van Christus.’

De vraag is ook voor u en jou en mij: Geloven wij dat? In de zin van: gaan we daarvoor? Laten we onszelf daardoor meenemen? Waag je het ermee? Geloven lijkt wat dat betreft wel een beetje op zwemmen. Wéten dat zwemmen mogelijk is, het voor je ogen zien gebeuren, dat is nog iets anders dan zelf in het diepe springen. Het één kan niet zonder het ander: als je niet wist dat zwemmen mogelijk was, als niemand je vertelt hoe je het moet doen, dan zou je nooit in het water springen.

Zo geldt het ook voor geloof: Als je nooit van God gehoord hebt, als je niet weet Wie Hij is, als je de feiten van kruis en opstanding niet kent, dan zou je niet geloven, je niet aan Christus durven toevertrouwen. Maar is het andersom voor u ook waar: Als u God in de Bijbel leert kennen als een betrouwbare God, die Woord houdt, laat u zich dan ook door die Bijbel verleiden om al Zijn beloften serieus te nemen en uw leven erdoor te laten kleuren en sturen? 

  1. Waarom is geloof zo belangrijk?

Want je komt alleen aan de overkant als je zwemt. Abram ontving uiteindelijk de vervulling van de beloften, ómdat hij op weg ging. Omdat hij het waagde met God. Dat laat iets zien van het belang van het geloof. Het is niet alleen maar onze reactie op de Bijbel, op de betrouwbare woorden van en over God. Het is meer dan dat. Het is ook het middel waardoor wij deel krijgen aan al de weldaden van Christus.

De catechismus zegt dat wij als het ware automatisch in Adam veroordeeld zijn. Dat is dat drama van de mens, de ellende. De wereld waarin wij leven is een verloren wereld, gebroken door de zonde. Het is als het ware een huis dat in brand staat. Je ziet het overal om je heen. Als je daarin blijft, dan weet je zeker dat je omkomt in de vlammen. Wil je gered worden, wil je in leven blijven, dan zul je in beweging moeten komen. Dat gaat niet automatisch. Zo werkt het volgens de Bijbel ook met ons mensen (Johannes 3):

16 Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft,  opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. 17 Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden. 18 Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God.

Waarom is dat geloof zo belangrijk? Omdat wij ons niet op eigen kracht uit dat brandende huis kunnen redden. Er is maar één Iemand die daar sterk genoeg voor is, en dat is Jezus. Geloven, dat je is jezelf aan Hem toevertrouwen, je levenslot in Zijn handen leggen. Als God van ons vraagt om te geloven, dan is dat geen onredelijke eis, maar het is het aanbod van redding. Alleen op die manier redt Jezus je van de dood en ontvang je eeuwig leven.

Jezus heeft laten zien dat Hij dat kan. Hij is zelf ten onder gegaan in de dood, in het oordeel van God, in het brandende huis van deze wereld. En Hij is er niet in gebleven. Hij is er als overwinnaar uitgekomen. De Bijbel is daar allereerst een getuigenis van en het legt deze feiten met klem bij ons neer: De vraag of er een God is, wordt daarin afdoende beantwoordt, God is zelfs mens geworden, heeft geleden, is gekruisigd en opgestaan uit de dood! Als je de Bijbel serieus neemt, dan kun je daar van op aan. De vraag of wij in God geloven is vervolgens de vraag of wij Hem vertrouwen, met Hem meegaan.

Daar kun je ook je schouders voor ophalen. En daarom zegt de Bijbel: besef wel dat je leven ervan af hangt. 

  1. Hoe kom ik aan dat geloof? 

Dat kan soms angst bij ons oproepen: ‘Ik twijfel nog zoveel, héb ik dat geloof dan wel? De catechismus heeft het over waar geloof, dus blijkbaar is er ook vals geloof of nep geloof.’ En dan kijken we naar onszelf en in ons eigen hart en dan zien we dat ons leven helemaal niet lijkt op alles wat God van ons vraagt. En we zien onze onverschilligheid of gemakzucht in het dienen van God. Geloven we dan wel echt? Zeker, omdat we soms het idee hebben dat anderen wél echt geloven. Je hebt van die voorbeeldfiguren in de Bijbel (zie Hebreeën 11), maar ook in de kerkgeschiedenis en ook in onze gemeente, mensen waar je tegenop kijkt: ‘Ja, dat is een echte gelovige, daar steek ik maar mager bij af. Zulk ‘geloof’ heb ik niet!’

Maar als we zo denken, dan denken we menselijk en niet bijbels. Inderdaad, als we naar onszelf kijken, dan worden we niet zo vrolijk van onze ‘goedgelovigheid’. Uit onszelf reageren we eerder negatief op God, ongelovig, koppig. Maar zo spreekt de Bijbel niet over geloof. Geloof dat begint niet bij ons goede gedrag en onze gehoorzaamheid. Die zijn er als het goed is wel gevolgen van, maar daar zit een belangrijk onderscheid. Geloof is ook niet iets dat zomaar uit de hemel komt vallen. Het geloof zélf is enkel een open staan voor Gods Woord. Zo schrijft Paulus in Romeinen 10:

13 Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden. 14 Hoe zullen zij dan Hem aanroepen in Wie zij niet geloven? En hoe zullen zij in Hem geloven van Wie zij niet gehoord hebben? […] 17 Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God.

Hoe komen we aan het geloof? Het vertrouwen op God, dat doet de heilige Geest in ons groeien hoe meer de kern van de Bijbel bij ons binnenkomt. De heilige Geest werkt het geloof door het evangelie, zegt de catechismus. Niet op een geheimzinnige manier dus. Uit onszelf zouden we op God reageren als: ‘Neu, niet aan mij besteed’, maar de Bijbel vertelt zo aanstekelijk en gedreven over de liefde van God voor zondaren, over genade voor een gevallen wereld, over een God die sterft voor Zijn vijanden, dat je denkt: ‘Wow, is dat echt zo? Als God echt zo is, als God echt zoveel van mij houdt, dan wil ik Hem volgen, dienen, gehoorzamen, aanbidden, etc.’

De heilige Geest heeft de Bijbel bedacht en gebruikt de Bijbel om die innerlijke knop bij ons om te zetten, van een negatieve naar een positieve reactie op God, van ongeloof naar geloof.

Werkt dat echt zo? Bij mijzelf wel. Als dominee lees ik veel in de Bijbel, en hoe langer ik er in lees en erover nadenk, hoe meer het mij gaat raken en hoe enthousiaster ik over Jezus Christus wordt. En ik zie dat ook om me heen gebeuren in de gemeente. Waar de Bijbel open gaat, daar veranderen mensen. Door de kerkdiensten, door de kringen, door de catechisaties, en ga maar door. Ja, dan moet je de Bijbel wel bewust lezen. Snel een stukje aan tafel. Boek weer dicht. En over tot de orde van de dag, dan komt het niet binnen. Het enige recept voor geloof is: Lees de Bijbel bewust en met een open mind, en de rest komt vanzelf… Hoe je dat praktisch doet, komt a.s. dinsdag op de gemeenteavond aan bod.

De Bijbel is niet zomaar een boek. Het presenteert de feiten over God, over Jezus Christus. En dat vraagt om reactie. Wat doet u ermee?

Amen

Advertenties

One thought on “Kern van de Bijbel (3) – Onze reactie: geloof

  1. Pingback: Twijfel nooit aan God! | gereformeerd leven in nederland

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s