Kern van de Bijbel (4) – Drieëenheid

Preek uit een leerdienst over Heidelbergse Catechismus, Zondag 8.

Andrej Roebljof – Icoon van de Heilige Drievuldigheid

 

Gemeente van Jezus Christus,

  1. Wie is God? Tegen de ontroostbare onwetendheid.

Er zijn in deze wereld heel wat mensen die in een god geloven. Sterker nog: 95% van de wereldbevolking gelooft dat er iets als een god is. Kun je dat allemaal op één hoop vegen? ‘O, fijn we geloven allemaal samen in god!’ Nee, want we verschillen onderling wel sterk van mening wie en wat en hoe God is. Onder al die mensen die in een god geloven zijn 900 miljoen hindoeïsten, 1,5 miljard moslims, honderden miljoenen die natuurreligies aanhangen, en ga zo maar door.

Mensen geloven de vreemdste dingen over hun goden. Zo zijn er ook 2,5 miljard christenen in deze wereld. Die geloven in de Drie-Eenheid: God, Jezus en Maria. (Weet u dat er echt veel mensen zijn die dit denken! Vooral moslims.) Nee, God, Jezus en de heilige Geest, dan? Dat is het meest begrijpelijk, maar nee. Als je het goed zegt: God de Vader, God de Zoon en God de heilige Geest. Alledrie helemaal God en toch zijn er geen drie Goden, maar is er één God.

Kijk, daar haken wij af. Ja, zelfs wij als christenen. Moslims haken hier logischerwijs af: voor hen is Jezus een profeet, een hele grote profeet, maar niet meer. Joden haken hier sowieso af: God is Één, niet drie. Ze hebben Jezus gekruisigd omdat hij suggereerde aan God gelijk te zijn. Maar wij haken ook snel af: Natuurlijk, hier in de kerk horen we over Vader, Zoon en Geest. We zingen erover. We worden in Zijn Naam gedoopt en gezegend. Maar wat je er verder mee moet? Ons verstand staat er bij stil. Ons hart wordt er niet warm van.

Het punt van deze preek: dat zou wel moeten! We hebben met de Drie-Enige God goud in handen! Waarom? Nu, zo drukken we uit Wie God ten diepste is. Wie Hij écht is. En dat is onwijs kostbaar. We geloven dat in de Bijbel God zichzelf openbaart, Hij vertelt ons daarin Wie Hij is. Tussen al de meningen van mensen over hun goden, tussen al de religies van de wereld, komen we in de Bijbel een God tegen die Zichzelf helemaal blootgeeft. Dat is uniek voor het christendom. Dat je God echt kunt leren kennen, ja dat je een relatie met Hem kunt hebben.

Er zijn hele diepe vragen in ieders leven: Waarvoor ben ik hier op aarde? Waar gaat het heen? De catechismus begint dan in zondag 1 met ‘Wat is uw enige troost in leven en sterven?’. Troost daar in de zin van houvast. Waar kun je je leven nu op bouwen te midden van alle zorgen en verwarring? Waar kun je echt van op aan, of beter gezegd: van Wíe kun je echt op aan?

Veel mensen zeggen dan: Ik geloof in mezelf. Dat lijkt mij vreselijk. Ik zie mijzelf de wereld nog niet redden. Ik kan mijzelf nog niets een redden… In feite heb je dan geen houvast, geen troost. Je kunt je daarvoor dan afsluiten, zoveel mogelijk leven van plezier. Dat is heel gebruikelijk in onze tijd dat egoïsme. Maar het zal niet toevallig zijn dat er in Nederland een miljoen mensen anti-depressiva gebruikt. In Amerika is dat zelfs al gestegen tot 10% van de bevolking. We doen ons naar buiten vaak ook wel mooier en gelukkiger voor dan we werkelijk zijn.

Wisten we nu maar zeker dat er een God in de hemel was. En wisten we maar zeker dat die God goed was en liefdevol. Echt. Een God met macht. Een God die ons redt. Een God die ons nabij is…

‘De genade van de Heere Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen. Amen.’ (2 Korinthe 13:13)

Zo openbaart God zich aan ons in de Bijbel. De term ‘Drie-Eenheid’ komt in de Bijbel niet voor, die is van later datum. Maar we leren God in de Bijbel wel ‘in drieën’ kennen: als Vader, Zoon en Geest. Zo wordt er in de Bijbel over God gesproken, ja zo spreekt God over zichzelf. Dat is anders, en dieper dan in welke religie ook, dat hadden we niet zelf kunnen verzinnen. Het is daarom de kern van ons geloof. Wij geloven niet zomaar in God. Wij weten nog Wie die God is ook. Wij kennen Hem.

Dat Hij echt zo is, dat dat geen theorie is, dat merken wij als wij Hem ontmoeten. In het gebed bijvoorbeeld. Wij richten ons tot ‘Onze Vader die in de hemelen zijt’. Wij kunnen dat alleen maar doen, omdat Jezus ons geleerd heeft zo te bidden, en wij zouden helemaal niet bidden als de Geest ons daar niet innerlijk toe aanzette. God boven ons, God bij ons, God in ons, op hetzelfde moment, en toch één God. Alleen daarom en alleen zo kunnen wij bidden. En omdat wij zo tot echt contact met God komen, hebben wij ook echt houvast, echte troost.

Misschien blijft dit nog wat theoretisch. Laten we eens samen kijken wat de Drie-eenheid voor ons betekent.

  1. Geen troost zonder God.

Dat Jezus geleefd heeft, dat staat buiten elke twijfel. Onlangs was er een iemand die beweerde dat er nooit een historische Jezus is geweest, maar dat is onzin. Zelfs niet-christenen geloven nog wel in Jezus. Tenminste: ze geloven dan dat Hij een wijs man was, of zo. Iemand die ons zeker tot voorbeeld kan zijn in zijn liefde en vredelievendheid. Een bijzonder mens. Wat heb je daaraan? Nou, je kunt je best doen op Hem te gaan lijken. Je kunt er hoop uit putten dat niet iedereen per definitie slecht is. Maar is dat houvast? Is dat troost? Er blijft dan toch een hoop rottigheid in de wereld waar niets aan gedaan wordt. Menselijke macht schiet daarin tekort, hoe goed een mens ook is.

Gelijk aan het begin van het evangelie van Markus vertelt hij:

‘En het gebeurde in die dagen dat Jezus kwam van Nazareth, in Galilea, en door Johannes werd gedoopt in de Jordaan. En meteen toen Hij uit het water opkwam, zag Hij de hemelen scheuren en de Geest als een duif op Zich neerdalen. En er kwam een stem uit de hemelen:  U bent Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!’ (Markus 1:9-11)

Jezus is niet los verkrijgbaar. Hij is de Zoon. En dat betekent dat er ook een Vader moet zijn. Een Vader in de hemelen, want daar komt deze stem vandaan. En dat betekent dat Jezus de Zoon van God is. Eigenlijk is dat de hoofdboodschap van alle vier evangeliën, ja dat is de ‘goede boodschap’ in een notedop: Gelukkig was Jezus meer dan mens, in Hem hebben wij met God zelf te maken. En daarom kan Hij ons verlossen. Want God heeft alle macht in de hemel en op aarde.

Je mag Jezus nooit los maken van Zijn Vader, dezelfde scheppingsmacht die in Zijn Vader is, is ook in Hem. Zonder dat Goddelijke zou ons alleen wanhoop resten.

Dan heb je mensen die zeggen: ‘Ja, maar dat goddelijke, dat zit toch in onszelf. Ik geloof niet in een God hoog in de hemel. Of… kijk maar om je heen: Áls Hij er is, dan doet Hij vrij weinig. Wij zullen het hier op aarde toch met elkaar moeten doen.’ Humanisme noem je dat wel. ‘De mens moet zichzelf, en het goede in zicht ontplooien. Jezus heeft dat als eerste laten zien, hoe dat moet, dat is onze inspiratiebron. Die geestkracht moeten ook wij tonen.’ Wat ellendig zou dat zijn. Ik weet niet hoe het met uw geestkracht is, maar die van mij schiet schromelijk tekort. En om me heen kijkend in de wereld, zie ik dat ik niet de enige ben. Nee, dan God, die zegt:

‘Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt. U zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb, u zult een volk voor Mij zijn en Ík zal een God voor u zijn.’ (Ezechiël 36:27-28)

Jezus zonder Goddelijke Vader in de hemel, dat is alleen maar een voorbeeld, zonder verlossingsmacht. Alleen maar Jezus als geestelijke inspiratiebron, dat heeft geen kracht om mensen werkelijk te veranderen. Kortom: Het is belangrijk om Jezus en de Geest beide echt aan de Vader verbonden te laten zijn. We hebben met God te maken, ook in Jezus en in de Geest. Laten we niet in de valkuil trappen om ons geloof horizontaal te maken, maar echt Godsdienst te laten zijn. Dat God echt ons dient, schept, verlost, heiligt, zodat wij Hem kunnen dienen. We kunnen niet zonder Vader in de hemel, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde.

  1. Geen troost zonder de God van kruis en opstanding.

Dat is zeker een kernpunt in onze tijd van secularisatie, van verplatting van geloof en leven. Maar daarmee is niet alles gezegd. Voor een jood en een moslim wel. Voor hen bestaat er alles in dat er God in de hemel is, die wij dienen moeten en zullen. Soms schrik ik ervan dat het voor veel mensen in de kerk daar ook bij blijft. Praten over God is dan moeilijk. Hij is zo ver weg. Je ziet Hem niet. Je moet als je sterft nog maar afwachten waar je terecht komt. Ja, je kent de verhalen over Jezus wel, en die vind je mooi, maar je moet nog maar afwachten of dat ook voor jou geldt. Zo gemakkelijk zal het bij God niet gaan. M.a.w. we maken in ons hoofd een onderscheid tussen God en Jezus.

Vreselijk als je zo door het leven moet. Als God in die zin een ‘onbekende grootheid’ blijft. In de kerk mogen we de Vader niet van de Zoon losmaken:

‘Jezus zei tegen hem:  Ik ben de Weg,  de Waarheid  en het Leven.  Niemand komt tot de Vader dan door Mij. Als u Mij gekend had, zou u ook Mijn Vader gekend hebben; en van nu af kent u Hem en hebt u Hem gezien.’ (Johannes 14:6-7)

Wie is God in de hemel? Dat is geen ander dan God op aarde. De Zoon heeft een ‘aardje naar zijn Vaardje’ om het oneerbiedig te zeggen. Of eerder nog andersom: Zoals wij Jezus zien tijdens zijn leven: vol ontferming over verloren mensen, etend met hoeren en tollenaren, de zonden van ieder die tot Hem komt vergevend; zo genadig, zo liefdevol, en zo nederig, op Zijn knieën de voeten van zijn leerlingen wassend. Zo is God. Ja, dat is God. Nog een stap verder: Jezus die aan het kruis sterft, die lijdt, die al de zonde en schuld van de wereld op zijn schouders neemt, die er zelf aan onderdoorgaat, zo is God in de hemel, zó is de Vader.

‘God’ is voor ons geen grote onbekende, maar wij leren Hem kennen in de verhalen van de kruisiging en opstanding van Jezus Christus. Dat laatste, die opstanding, die hoort er ook bij: Dat de zonde, duivel en dood, concreet door Hem overwonnen zijn. Dat er nu vrijspraak en verzoening is en eeuwig leven. Daar is geen twijfel meer over mogelijk. Omdat de Vader niet van de Zoon los te maken is. Dat is onze enige troost in leven en sterven.

Tegelijk betekent dat voor het christelijk leven, voor ons geloof, voor onze spiritualiteit, dat wij niet zweverig zijn. De Geest van God brengt ons niet in hoger sferen, doet ons niet met ons hoofd in de wolken lopen. De heilige Geest is dan ook de Geest van Christus:

‘Maar als iemand de Geest van Christus niet heeft, die is niet van Hem. Als Christus echter in u is, dan is het lichaam wel dood vanwege de zonde, maar de geest is leven vanwege de gerechtigheid. En als de Geest van Hem Die Jezus uit de doden opgewekt heeft, in u woont,  zal Hij Die Christus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door Zijn Geest, Die in u woont.’ (Romeinen 8:9b-11)

Een geloof zonder kruis, dat zou gaan over een God, die ons een goed gevoel geeft. Een God die zonder meer van ons houdt. Een God die ons bevestigt in ons bestaan. Een God die voor ons zorgt. Nee, God de Geest brengt ons bij het kruis: Dat was nodig voor jou, voor de vergeving van je zonden. God zet je met beide benen op de grond. En dan kun je wel door de grond zakken. Dan sterf je met Christus mee. Je leven lang. Maar leeft dan ook met Hem, je gaat zelf kruisdragen, leven in nederigheid en zelfverloochening.

Onze troost is dat wij God kennen. Dus niet alleen dat er werkelijk een God is met onvoorstelbare macht, maar dat wij voor die God, ondanks onze zonden, niet bang hoeven te zijn, omdat wij Hem kennen in het kruis van de Zoon. En bij dat kruis moeten we daarom ook blijven. Daar zorgt de Geest voor. Dat maakt het concreet. Dat houdt ons klein. Ook voor ons eigen leven. Als je dat loslaat, vervluchtigt je geloof.

  1. Geen troost zonder God voor ons.

Daar zeg je zo wat: je geloof. Hoe kun je dat nu geloven? Het klinkt allemaal mooi. Het zou prachtig zijn als het waar was. God die mens werd in Jezus om alle problemen, zonde en kwaad de wereld uit te helpen. Voor veel mensen houdt het daar op. We zien dat om ons heen. Veel mensen kennen dit christelijke verhaal. Vanuit opvoeding of school. Maar geloven het niet. En dan kan het heel mooi klinken, maar in feite heb je er dan niet meer aan, dan aan Sinterklaas en de Kerstman.

Of, dat kan ook, ‘Ik geloof wel dat het waar is, van God en Jezus enzo, maar het staat zo ver van mij, van mijn dagelijks leven, af.’ Zo kun je zelfs al je levenlang in de kerk zitten. Nog nooit tot het doen van openbare belijdenis gekomen. Niet omdat je het niet gelooft, maar omdat de diepe overtuiging je ontbreekt. Dat is erg. Dan ben je als een kind in een snoepwinkel, maar zonder geld om iets te kopen.

Dat kan heel machteloos voelen. En dat zijn wij in feite ook. God is de Schepper van hemel en aarde. Oneindig ver boven ons verheven. Daar komen we niet aan en bij. En als we het zouden kunnen, zouden we het waarschijnlijk niet willen. Zo zijn wij mensen dan ook wel weer: God is niet alleen ver weg door Zijn Godheid, wij zijn vooral ver van Hem door onze zonde. Daarom schrijft Paulus:

‘Immers, zovelen als er door de Geest van God geleid worden, die zijn kinderen van God. Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt,  maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader!’ (Romeinen 8:14-15)

Het is de Vader die ons tot kinderen aanneemt. Hij adopteert ons. En dat doet Hij door Zijn Geest. Hij verandert ons innerlijk. Hij zorgt ervoor dat wij Hem gaan roepen, noemen: Abba, papa, Vader. Zo ver weg wij van God waren, zo dichtbij brengt de Geest ons. Uniek voor de Drie-enige God: Hij gaat een relatie met ons aan; tegen onze zin, schept Hij zin. De Geest ‘heiligt’ ons, zegt de catechismus. Dat is: brengt ons aan Gods kant, maakt ons tot Gods kinderen. Dat zijn wij dus niet zomaar. Het botert niet vanzelf tussen God en ons. Maar wil er werkelijk van enige troost in leven en sterven sprake zijn, dan mag het niet blijven bij een verhaal in de Bijbel, maar moeten wij er helemaal bij betrokken raken. En daar zorgt God zelf voor. Als je het gevoel hebt, dat dat bij jou nog niet gebeurd is, bid eenvoudig om de heilige Geest, en het zal gebeuren.

‘U weet dat u heidenen was, weggetrokken naar de stomme afgoden. Zo liet u zich meevoeren. Daarom maak ik u bekend  dat niemand die door de Geest van God spreekt, zegt: Jezus is een vervloekte. Ook kan niemand zeggen: Jezus is  Heere, dan door de Heilige Geest.’ (1 Korinthe 12:2-3)

De heilige Geest heeft aardig wat werk aan ons voor wij zover komen. Maar als wij zover zijn, dan kunnen wij niet meer terug. Dat is dat houvast. De catechismus legt in antwoord 24 een mooie klemtoon op het woordje ons: Het eerste gaat over God de Vader en onze schepping; het tweede over God de Zoon en onze verlossing; het derde over God de Heilige Geest en onze heiliging. Dat wil zeggen: ‘God’ en ‘Jezus’ en de ‘Bijbel’, etc. dat blijven geen theorieën voor ons, maar wij ervaren de zegen daarvan aan den lijve. Door de Geest is Jezus voor ons een levende werkelijkheid, een daadwerkelijk Persoon. Hij brengt ons in contact met Hem.

  1. Drie-eenheid: de eenvoudigste samenvatting van ons geloof.

Ziet u hoe prachtig het allemaal is? Hoe wij niet zonder de Vader kunnen, zonder Zijn Goddelijke scheppingskracht. Hoe wij niet zonder de Zoon kunnen, zonder het kruis, waarin wie wij God ten diepste in Zijn liefde leren kennen. Hoe wij niet zonder de Geest kunnen, zonder dat het bij u en mij in het hart gebracht wordt. En hoe Vader, Zoon en Geest ook niet zonder elkaar kunnen, omdat ons geloof dan de ene of andere kant op zou ontsporen… Eenvoudiger dan zo kun je het christelijk geloof niet samenvatten. Laat je er iets uit weg, dan is het niet christelijk meer.

Het is bijna te mooi om waar te zijn. En bij ons gaan er dan allerlei waarschuwingslampjes branden: Als het te mooi is om waar te zijn, is het dan wel waar? In de Vroege Kerk is hier daarom grondig over nagedacht. Bijvoorbeeld, omdat je zou kunnen denken: OK, God openbaart zich de ene keer (in het OT) als de Schepper, vervolgens in Jezus als de Redder, en ten slotte in de heilige Geest. Blijkbaar kan God zich op allerlei manieren openbaren, op allerlei manieren met mensen in contact treden. Misschien doet Hij dat op een andere manier dan ook wel binnen de Islam als Allah. En misschien komen de hindoes op hun manier ook God wel tegen. En misschien je buurman of collega ook wel die zegt dat Hij God tegenkomt in de natuur of in de muziek.

Dat zou ons heen geloof op losse schroeven zetten: ‘Vader’, ‘Zoon’,  ‘Geest’, dat zouden dan zomaar drie manieren van duizenden andere manieren zijn. Met als gevolg dat we God nog niet écht zouden kennen, maar alleen maar een ‘stukje’ van Hem gezien hebben. In de Vroege Kerk is daarom op het concilie van Constantinopel (in 381) gezegd: Nee, God is Drie-enig. Zoals Hij zich naar ons toe geopenbaard heeft, zoals Hij is naar ons toe, zo is Hij ook echt van binnen. God dóet niet alleen Drie-enig, God is Drie-enig.

Voelt u hoe belangrijk dat is? Dat is de ‘leer van de Drie-Eenheid’: zoals God zich openbaart in de Bijbel, en Hij openbaart zich daar als Vader, Zoon en Geest, zo is Hij ook. Daar staat of valt alles mee, onze hele zekerheid, onze hele troost. Anders weten we nog steeds niet waar we met Hem aan toe zijn. Natuurlijk levert dat vragen hoe dat dan zit ín God. De theologie is op de proppen gekomen met de termen ‘één wezen’ en ‘drie personen’. Maar we voelen wel dat we dan op een terrein komen waar het ons boven het hoofd groeit, want wie zouden wij zijn om verder te zeggen hoe ‘God’ in elkaar zit… wij die nog niet eens weten hoe onze eigen hersens werken?

C.S. Lewis heeft wat mij betreft ooit een hele goede poging gedaan. Bij ons mensen, zegt hij, is één mens, één persoon. En twee personen, twee mensen. Één vierkant en nog een vierkant, zijn twee vierkanten. Iets anders kunnen wij ons moeilijk voorstellen. Tenzij je denkt aan meer dimensies: 6 vierkanten kunnen wel één kubus zijn. Van tweedimensionaal, ga je dan naar driedimensionaal. Zo kun je ook over God denken: Hij is één Wezen, maar Zijn Persoonlijkheid is driedimensionaal. Je zou kunnen zeggen: Wij mensen zijn maar platte eenvoudige personen met God vergeleken. Dit idee van Lewis geeft mij altijd wel het gevoel: Wow, nu krijg ik een glimp van hoe God is. En dat Hij mij verre te boven gaat.

Het kan ook dat u zegt: Ik snap er nog niets van. Dat is niet erg. Als u maar vast houdt: Zoals u God leert kennen in de Bijbel, zoals u Hem in uw eigen leven heeft leren kennen, als Vader, Zoon en Geest, zo is God. En dat te weten, dat is onze enige troost in leven en sterven.

Amen

(Citaten uit de Herziene Statenvertaling, 2010)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s