Ik ga niet dood: Gegarandeerd rendement van Pasen.

Paaspreek gehouden in Everdingen over Psalm 16.

Duccio di Buoninsegna (ca. 1255-1315): Verschijning van Christus aan de apostelen

 

Gemeente van Jezus Christus,

Ze zeggen het altijd wel bij de reclames voor financiële producten: Let op, in de financiële bijsluiter staat, dat het risico van deze belegging zeer groot is. Heel vlug, weet u wel. Net als: ‘Geld lenen kost geld.’ Toen ik 19 was, had ik aardig wat geld gespaard met vakken vullen in de supermarkt en nog wat geld van de erfenis van mijn oma. Ik belegde al mijn geld in een teakplantage in Costa Rica. Gegarandeerd rendement van 12%! De eerste jaren ging alles goed, ik kreeg netjes de rente uitgekeerd elk jaar. En prachtige foto’s van groeiende teakbomen. Ik had het gevoel gebakken te zitten. Een melkkoetje voor mijn studententijd. Maar na een jaar of 4 hield het op: het verdienmodel bleek niet zo solide, bestuurlijk was het een chaos. Er volgde een faillissement. Ik ben mijn geld kwijt. Echt vreselijk balen. Achteraf denk ik: Zo stom, zo stom, om ál je geld daarin te stoppen. Dat doe ik nooit weer. Je moet risico altijd spreiden. Véél verstandiger.

Oei, oei, denk je dan ook bij het begin van Psalm 16: ‘Bewaar mij, o God, want ik heb tot U de toevlucht genomen. Mijn ziel, u hebt tegen de HEERE gezegd: U bent de Heere;’ De dichter vertrouwt zich, met zijn hele hebben en houden, met huid en haar aan de HEERE toe. Alle kaarten op de Ene, de God van Israël. Niks risicospreiding: ‘Ik neem tot U de toevlucht.’ En niet voor het minste of geringste. In het verdere van deze psalm is duidelijk dat de dichter in doodsgevaar is. Hij vertrouwt er gewoonweg – naïef? – op dat het allemaal goed zal komen. Omdat de HEERE zijn God is. Omdat Hij zich volledig in de armen van God werpt.

Misschien ken je dat vertrouwenspelletje wel: Iemand gaat achter je staan, en jij moet je met je ogen dicht als een plank achterover laten vallen, in het vertrouwen dat diegene je opvangt. Wel eens gedaan? Echt vreselijk eng. Je met je ogen dicht overgeven aan een ander. Veel mensen durven dat ook niet. Omdat ze nare ervaringen hebben gehad in hun leven, met dat totale blinde vertrouwen. Daarmee kom je nog al eens bedrogen uit. Het gebeurt nog al eens dat anderen je, figuurlijk dan, laten vallen.

En als het al moeilijk is om mensen te vertrouwen. Gód vertrouwen, dat gaat nog veel verder. Dat gaat niet alleen over je geld en goed. Nee, dat gaat over je leven. Over leven en dood. Durf je je leven in Gods handen te leggen? Jezus durfde dat. Aan het kruis zei hij nog: ‘In Uw handen beveel ik mijn geest.’ Als er iemand was die Psalm 16 in de praktijk bracht, dat complete Godsvertrouwen, jezelf volledig in Gods hand geven, en daarmee je eigen leven uit handen, dan was dat Jezus Christus, onze Heere.

Al kun je denken: God heeft Jezus ook maar mooi wel laten vallen. Want Jezus stierf.

Jezus werd niet op het nippertje gered van de dood, zoals de dichter van Psalm 16. En heel dichtbij komt dat ook vandaag de dag. Afgelopen week was er een grote terroristische aanslag op een universiteitscampus in Kenia door Al-Shabaab. Ze vroegen de studenten in hun kamers of ze christen of moslim waren. ‘Als je een christen was, werd je ter plekke neergeschoten’, vertelt een overlevende. 147 broeders en zusters vermoord. Mensen die hun vertrouwen op onze God stelden.

Kom je met God bedrogen uit? Dat is de vraag. De vraag van Pasen. Aan het verdriet en de houding van de discipelen, zoals we hen tegenkomen in Markus 16, denk je: Ja, zij geloven er niet meer in.

Geloven dat Jezus is opgestaan uit de dood. Echt. Geloven dat de dood overwonnen is. Toen op die morgen. Dat is een bericht wat moeilijk tot ons doordringt. In de ogen van de wereld is het zelfs naïef om daarop te vertrouwen. Want wat voor bewijzen hebben we in handen dat Jezus daadwerkelijk weer leefde?

Daarom is het logisch dat ‘geloof in God’ bij ons niet iets is van een compleet toevertrouwen aan, jezelf in de handen werpen van Christus, maar meer ‘een inspiratiebron’. Misschien herken je dat wel. In de praktijk van alledag is het geloof vooral een bron van normen en waarden. We gedragen ons ‘christelijk’, belangrijke woorden zijn dan naastenliefde, tolerantie, vriendelijkheid, vrijgevigheid. Er zijn voor een ander. Klaarstaan voor een ander. Allemaal dingen die wij van Jezus leren kunnen.

Maar daar gaat het niet over met Pasen. Pasen gaat dieper. Pasen gaat over zaken van leven en dood. Over uw leven en uw dood. En hoe je daarmee omgaat. Of je werkelijk je leven in Gods handen veilig durft te weten, zelfs al ga je dood.

In Psalm 16 zijn er naast de dichter anderen, die aan risicospreiding doen. In vers 4 horen we daar iets van: ‘Groot wordt het leed van hen die andere goden geschenken geven; ik echter giet geen plengoffers van bloed voor ze uit en neem de namen ervan niet op mijn lippen.’ Ja, in de ogen van de wereld is het verstandig meerdere goden te dienen. Als de ene god het af laat weten, kun je nog bij een andere terecht. Afgoden van onze tijd, dat zijn geld, en sport, en familie, en vakanties, en seks, en.. vul maar in. Voor ieder weer anders, maar het zijn de dingen waar we denken gelukkig van te worden. De dingen die ons leven vullen, zin geven.

Psalm 16 is daarin tegendraads: Die dingen stellen juist uiteindelijk teleur, zegt de dichter. In die dingen in je leven investeren, daarop je vertrouwen stellen. Daaraan heb je als het over de zaken van leven en dood gaat, nou net niks.

Wat het meest treft met Pasen in Markus 16, dat is niet de vreugde om Jezus opstanding. Eerder het gebrek aan vreugde, omdat de discipelen er niet in durven te geloven. Ze geloofden er niet meer in toen Jezus stierf. En daar hoeven we niet op neer te kijken. Daarin komt Pasen ons heel nabij. Durft u, durf jij écht te geloven dat Jezus uit de dood opstond. Dat het geen verhaaltje is van een paar vrouwen bij een leeg graf. Maar realiteit!? Dat je je aan die boodschap kunt overgeven?

In ons hoofd springen met Pasen alle lichten op rood: Dit kan niet! Iemand die dood is is dood. Dat zijn de kaders waarin wij denken. Dat is de begrenzing die in ons hoofd lijkt ingebouwd. Ons vertrouwen is begrensd. We vinden de verhalen over kruisiging en opstanding van Jezus aangrijpend, mooi, inspirerend. Maar ook: verbijsterend, moeilijk te geloven. Of niet? Dat is de ongelooflijke uitdaging van Pasen. Van Psalm 16. Die keert het precies om. Niet de verstandige man die aan risicospreiding doet, maakt het uiteindelijk, maar degene die zich tegen alle begrenzingen in, volledig in Gods handen geeft.

Het onbegrensd vertrouwen op de HEERE, dat doorklinkt in vers 10: ‘Want U zult mijn ziel in het graf niet verlaten, U laat niet toe dat Uw Heilige ontbinding ziet.’ Heel simpel gezegd: ‘Ik ga niet dood. Daar zult U, mijn God, voor zorgen.’ En de toon waarop die dat zegt. Het zijn de tonen die de muziek maken, zeker in de psalmen. Zo frank en vrij. Niet met een misschientje of een slag om de arm, met mitsen en maren. Eerder tintelt er verwachting en hoop en vertrouwen en zelfs vreugde in door: Zo zál het gaan. Ga er maar eens goed voor zitten, je zult versteld staan!

‘U zult mij niet verlaten’. Dat lijkt een contrast, met waar het op Goede Vrijdag over ging: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten’. Toen schreeuwde Jezus dat aan het kruis. En Hij stierf. Maar Pasen is nu juist het bewijs: De Vader heeft de Zoon niet verlaten. Dat denken wij mensen dan ja. Dat maakt ons het geloven en vertrouwen moeilijk. Ja, als het geen Pasen was geworden, dan zouden we het niet kunnen geloven. Zo moet je het denk ik zeggen.

De weg van Jezus Christus, onze Heere, van het kruis, naar het graf, naar Paasmorgen, dat hebben wij nodig. Om te kunnen geloven. Om onszelf in een onbegrensd vertrouwen over te geven in Gods handen. Want Psalm 16 gaat nog niet over die overwinning door de dood in. In het hele Oude Testament is de dood een absolute grens. Zoals wij de dood ook als een absolute grens ervaren. Alleen de opstanding van Jezus Christus uit de dood gaat daar verder.

De feiten spreken voor zich. Het feit van Pasen is iets wat de discipelen op die ochtend nauwelijks kunnen bevatten. Jezus verweet hun hun ongeloof en hardheid van hart, staat er dan bij. Hoezo? Het is toch logisch dat zij dat niet kunnen geloven? Nee, dat is wel degelijk kwalijk. Want daaruit blijkt een gebrek aan vertrouwen op God. Een begrensd vertrouwen. Als ze werkelijk Psalm 16 serieus hadden genomen, was de Opstanding voor hen niet als verrassing gekomen.

Later zal Petrus in zijn Pinksterpreek dan ook Psalm 16 aanhalen, Handelingen 2: ‘Deze Jezus, Die overeenkomstig het vastgestelde raadsbesluit en de voorkennis van God overgegeven is,  hebt u gevangengenomen en door de handen van onrechtvaardigen aan het kruis gespijkerd en gedood. God heeft Hem echter doen opstaan door de weeën van de dood te ontbinden, omdat het niet mogelijk was dat Hij daardoor vastgehouden zou worden. Want David zegt over Hem:  Ik zag de Heere altijd voor mij, want Hij is aan mijn rechterhand, opdat ik niet zou wankelen. … want U zult mijn ziel in het graf niet verlaten en Uw Heilige niet overgeven om ontbinding te zien.’

Dat is het heerlijke van ons geloof: Wij hoeven ons niet in den blinde in de handen van een onzichtbare God te werpen. We hoeven niet onbegrensd te vertrouwen op een ondoorzichtig of onbegrijpelijk gebeuren, waarvan je maar moet afwachten wat ervan wordt. Nee, God heeft met Pasen bewezen dat je op Hem aan kunt. Zelfs als het gaat op leven en dood. ‘In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst’, wordt er dan in de financiële wereld bij gezegd. Maar dat is nu net het verschil met onze God: De door Hem bepaalde resultaten bieden nu juist wél garantie voor de toekomst.

Wat heb je daaraan? Als je dat al hebt, dat onbegrensde vertrouwen op God? Waarom zou je je leven zo compleet in Gods handen leggen? Vers 11 zegt: U maakt mij het pad ten leven bekend; overvloed van blijdschap is bij Uw aangezicht, lieflijkheden zijn in Uw rechterhand, voor altijd.’ Een overvloed van blijdschap en ‘lieflijkheden’, fijne dingen. Je leven verlost van alle kramp en doodsangst. Pure positiviteit. Een gevuld leven, vol vreugde en vrede. Wie lijkt dat wat? Is dat niet wat je als mens ten diepste wilt? En juist dat is het resultaat van Pasen. Van het geloof in Gods onbegrensde mogelijkheden.

Daar zit trouwens een groot verschil met hoe wij uit onszelf denken. Ons wordt tegenwoordig geleerd: Je moet geloven in je eigen mogelijkheden. Je moet positief leren denken. We geloven in de onbegrensde mogelijkheden van de wetenschap, van artsen, van medicijnen, van techniek. En dat lijkt ook te werken. Er zijn immers heel wat mensen die zonder te geloven in Pasen toch heel gelukkig zijn. Die ook een fijn leven hebben, blijdschap kennen. Wat biedt God dan extra? Waar heb je dan God voor nodig?

Kijk maar naar Jezus. Dat onbegrensde Godsvertrouwen van Hem. Zorgde dat voor een lang en gelukkig leven vol fijne momenten? Nee, zeker niet. De afwezigheid van doodsangst in zijn leven, dat wendde Hij niet aan voor zichzelf. Zonder angst en met open vizier trad Hij de dood tegemoet. Tijdens Zijn leven sloeg Hij bewust die weg in: Hij kwam om de wereld te redden, om Zijn Koninkrijk op te richten, en Hij wist van meet af aan dat Hem dat Zijn leven zou kosten. Dat redt je niet met positief denken alleen…

Jezus durfde in te gaan tegen de gezagsdragers van Zijn tijd. Hij sprak de waarheid van God en niet het volk naar de mond. Hij ging de confrontatie niet uit de weg. Jezus maakte zich geen zorgen over de afloop van die ramkoers, omdat Hij die afloop veilig wist in de handen van Zijn Vader. Daarom hoefde Hij over Zijn eigen lot niet in te zitten, maar kon Hij zich volledig geven voor het lot van verloren mensen, mensen die Hem aan het hart gaan. Dat onbezorgde, onbekommerde, onbegrensde vertrouwen, dat bracht Jezus tot aan het kruis. En verder. Tot Pasen. Tot de Opstanding.

Die lijn doortrekt het hele evangelie van Jezus Christus. Natuurlijk, dat is niet allemaal blijheid. Jezus ging niet flierefluitend naar het kruis. Alsof het hem allemaal niets deed. Integendeel. Het was de zwaarste, de moeilijkste weg, die iemand ooit gegaan is. Het was vernederend, onterend, afgrijselijk. In de ogen van de wereld een dwaasheid en struikelblok. Maar dan kijk je alleen naar wat voor ogen is, oppervlakkig.

Daaronder tintelt het vertrouwen van Psalm 16. Dat al gaat alles mis, er nog niets mis gaat. Dat het geen afgang is, maar opgang. Dat gaat véél en véél verder dan positief denken. Dat is hoop. Dat is geloof. Dat is de weg van Jezus Christus naar het leven. Voor Hem én voor ons. Dat kan alleen dankzij God. Dat is Pasen. Dat al onze menselijke onmogelijkheden overwonnen zijn. Dat niet de dood, maar God het laatste woord heeft.

God heeft het laatste woord. Over deze wereld in het groot. In onze ogen gaat de wereld de verkeerde kant op. Nee dus. ‘Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde’ zegt de Opgestane. En over ons eigen leven en hart. In je eigen ogen val je misschien telkens weer in zonde. Veroordeelt je eigen hart je. Lukt het niet om zo onbegrensd op God te vertrouwen. Bouw je op eigen zekerheden. Maar ook dat is niet het laatste. ‘Ik leef en u zult leven.’ zegt de Opgestane.

Aan deze Jezus mag je je gewonnen geven. Zoals dat gaat met die discipelen met Pasen. Het dringt moeilijk tot hen door. Tot Jezus zelf in hun midden verschijnt. Het onmogelijke gebeurt. Dat mogen we elke keer verwachten: Als wij dat onbegrensde vertrouwen niet op kunnen brengen, verwachten we dat Jezus Christus zelf er zal zijn.

Hoe zal ons leven eruit zien, als wij Psalm 16 meezingen? Als wij het Paasgeloof ons eigen maken? Als wij ons met ons hele hebben en houden veilig weten in Gods hand? Behalve dat er op de bodem van je hart dan altijd een onverslaanbare blijdschap is – en dat is niet niks – zal je toch ook anders leven. Uit Psalm 16 kun je wat dat betreft twee dingen leren: Terwijl de andere mensen druk zijn met het dienen en offeren aan afgoden, omdat ze niets tekort willen komen en alle mogelijkheden van het leven optimaal willen benutten, kan de dichter zich helemaal aan de HEERE wijden, vers 7-8: ‘Ik loof de HEERE, Die mij raad heeft gegeven; zelfs ’s nachts onderwijzen mij mijn nieren. Ik stel mij de HEERE voortdurend voor ogen;’

Dat gaat over concentratie: Uit al het vele dat deze wereld te bieden heeft, richt de dichter zijn leven totaal in op de dienst aan God. Het is opmerkelijk dat met Pasen met de discipelen hetzelfde gebeurt: Jezus roept ze opnieuw in Zijn dienst, om wereldwijd te gaan vertellen over Hem. Blijkbaar hoort dat erbij. Als de Opgestane Heer voor je daadwerkelijk de Levende is, wil je niets liever dan Hem dienen, met Hem bezig zijn, Hem loven, over Hem vertellen. Al die andere leuke dingen van deze wereld, die verbleken in Zijn licht. Kent u dat? Dat het je diepste vreugde is, gewoon hier in de kerk te zijn, te zingen, te bidden, uit de Bijbel te lezen. Mooi is dat, hè! Gewoonweg genieten van wie God is.

Als je dat niet kent, dan heb je nog nooit echt Pasen gevierd. Dan zit het niet goed tussen jou en God. Dan moet je vandaag Pasen gaan vieren, zou ik zeggen. Echt, doe niet langer aan risicospreiding, geef je over. Zet al je kaarten op de Ene, de Heere Jezus.

Dat is het eerste uit Psalm 16 ‘concentratie op Jezus Christus’. Het tweede is: frank en vrij leven. Vers 8b-9: ‘omdat Hij aan mijn rechterhand is, wankel ik niet. Daarom is mijn hart verblijd en mijn eer verheugt zich, ook zal mijn lichaam veilig wonen.’ Een christen is een onbekommerd mens. Let wel: onbekommerd over zichzelf. Je hoeft niet zo nodig rijk te worden, gelukkig te worden, gezond te zijn, carrière te maken, jezelf groot te houden voor de mensen om je heen, je imago met leugentjes op te poetsen. Wat kan jou dat schelen? Je veiligheid en identiteit vind je in de liefde van Jezus Christus.

Daar kom je niet bedrogen mee uit. Psalm 16 zegt: ‘De meetsnoeren zijn voor mij in lieflijke plaatsen gevallen, ja, een prachtig erfelijk bezit heb ik gekregen.’ Christenzijn is geen verbod op genieten van het leven, integendeel. Jezus belooft zijn volgelingen dat ze straks de hele aarde zullen bezitten. Alleen: Dat hoeven we niet met hard werken voor onszelf veilig te stellen, we zullen het straks van Hem erven. Met die garantie mag je in het leven staan. Onbekommerd om jezelf. Onbekommerd zullen de discipelen slangen oppakken lazen we, iets dodelijks drinken, het zal hen niet schaden. En dat geeft dan de ruimte om bekommerd te zijn over de ander: ‘op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden.’

Dat onbegrensd vertrouwen. Die ondoofbare blijdschap. Dat krijg je van Pasen. Als je je volledig in handen geeft, van Jezus Christus, onze Heere. Hij leeft!

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s