Kruisdragen

Preek over Lukas 14,25-35 gehouden in een Jeugddienst te Everdingen.

Gemeente van Jezus Christus,

160 Nederlandse jihadgangers zijn er naar het Midden-Oosten vertrokken om daar in Irak en Syrië mee te vechten met IS. Er zijn er ook al zeker 30 omgekomen. Stel je voor, zeg! Je laat je familie, je vrienden, alles achter en vertrekt naar oorlogsgebied. Bereid om je leven te geven. Dan ben je gek in je hoofd of niet? Want je weet dat je paspoort door de Nederlandse overheid wordt ingetrokken. Je zult nooit meer terug kunnen. Het is een definitieve beslissing.

Laat nu Jezus precies ook dat van zijn volgelingen vragen. Nee, niet om mensen te onthoofden, een heilige oorlog te gaan voeren, niet om fundamentalistisch de wapens, de letterlijke wapens, de Kalasjnikovs en bomgordels te gebruiken. Nee, dat niet. Maar toch wel dat radicale: je familie achter laten, je bezittingen achter laten, bereid zijn om je leven te geven, een definitieve beslissing te nemen.

Zo lazen we het (vers 26-27):

‘Als iemand tot Mij komt en niet haat zijn eigen vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zusters, ja, ook zelfs zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn. En wie zijn kruis niet draagt en achter Mij aan komt, kan geen discipel van Mij zijn.’

En vers 33:

‘Zo kan dan ieder van u die niet alles wat hij heeft, achterlaat, geen discipel van Mij zijn.’

Waarom zegt Jezus dat? Wat bedoelt Hij daarmee?

Op het eerste gezicht zijn die heftige woorden niet nodig. Lukas vertelt zo mooi ‘En vele menigten trokken met Hem [Jezus] mee’. Je ziet Jezus als het ware lopen. Voorop. En heel veel mensen achter Hem aan. Een enorme menigte. Lukas gebruikt een overtreffende trap. Niet alleen de 12 discipelen en nog wat, maar duizenden. Wij zouden in onze handen wrijven. Wij zijn blij als de kerk hier vol zit vanavond. Dat geeft toch een goed gevoel. Zoveel mensen eensgezind bij elkaar. Vorige week zaterdag was de Nederland Zingt-dag, tienduizend mensen in de Jaarbeurs. Over een paar weken met Pinksteren is het Opwekking, een reuzecamping met gelovigen. Dan heb je de EO-jongerendag, een stadion vol! Heerlijk is dat toch!

Wij zouden zeggen: ‘Jezus, fijn hè, het gaat de goede kant op!’ In plaats daarvan keert Jezus zich om, zoals er staat. Dat heeft de lading van: Hij gaat de confrontatie aan. Hij gaat die enorme menigte eens goed te waarheid zeggen. Hij spreekt hen streng en ernstig toe. ‘Moet dat nou?’ denken wij dan.

Onze haren gaan al bijna overeind staan, want wij houden daar niet van om streng toegesproken te worden. Toch? De kerk heeft soms dat imago al: daar is het altijd ernstig en serieus, daar kan en mag niks… Toch mooi, dat al die mensen naar Jezus komen luisteren! Wat is dáár nu weer mis mee.

Nou, daarin is Jezus heel duidelijk: Hij wil geen meelopers achter zich aan. Mensen die de wonderen van Jezus wel eens willen zien. ‘Schijnt een bijzonder inspirerende man te zijn!’ Nee, Jezus wil geen halfbakken volgelingen die gewoon de laatste hype niet willen missen. Je kunt je voorstellen dat dat er heel wat waren.

Jij ervaart dat waarschijnlijk niet zo. In onze tijd is dat wel anders. In Jezus geloven, naar de kerk gaan, bidden en bijbellezen is niet echt hip. Dat doe je niet om ‘erbij te horen’, toch? Of schep je daar morgen over op in de klas of op je werk? ‘Gisteren toch een gave dag gehad in de kerk, joh!’

Toch kan het geen kwaad voor ons om vandaag naar die ernstige woorden, die waarschuwing van Jezus te luisteren. Want dat is het: een waarschuwing. Al die mensen die met Jezus meelopen, die wil Hij waarschuwen voor het einddoel van de reis. Voordat het te laat is, en ze niet meer terug kunnen, bouwt hij een moment van bezinning in. In feite heel aardig van Jezus, dus. Dat is goed als we dat zien.

Jezus had ook kunnen denken: ‘Fijn, zoveel volgelingen! Zoveel mensen achter mij aan! De sfeer zit er goed in. Laat ik dat nu niet verpesten. Ik weet wel dat ik onderweg ben naar Jeruzalem en naar het kruis, dat ik gearresteerd en vermoord zal worden en dat ze ook mijn leerlingen zullen proberen te pakken. Maar dat vertel ik ze maar niet, want dan willen ze of durven ze vast niet meer mee.’

Zo is Jezus niet. Jezus is eerlijk. En hij stelt de menigte dus voor een eerlijke keus. Je mag met me mee. Maar besef wel de gevolgen van die keus. Neem dat even rustig in overweging. Beslis niet overhaast. Zoals, zegt Jezus, iemand die een toren gaat bouwen, die denkt eerst ook goed na over de kosten. En zoals een koning, die denkt ook eerst na voordat die ten strijde trekt, of zijn leger wel groot genoeg is.

Ga er even rustig voor zitten. Dat zegt Jezus ook tegen jullie vandaag. ‘Besef je dat geloof in Mij niet zomaar een vrijblijvende hobby is? Wie zijn kruis niet draagt en achter Mij aan komt, kan geen discipel [=leerling/volgeling] van Mij zijn’.

Achter Jezus aan gaan, dat is ‘kruisdragen’. Nu kennen wij de uitdrukking ‘ieder huisje heeft zijn kruisje’ en daarmee bedoelen we heel simpel gezegd, dat iedereen zo zijn moeilijkheden heeft in het leven. Zo bezien zegt Jezus: ‘het is niet altijd gemakkelijk om met Mij mee te gaan’. Maar dan maken we het iets te klein. Want het kruis, dat was in die tijd het ergste martelwerktuig wat er was. Slaven en terroristen werden gekruisigd door de Romeinen. Een afgrijselijke dood om te sterven.

Als Jezus dat hier zegt ‘wie zijn kruis niet draagt’, kunnen we dat niet anders dan zo letterlijk opvatten. Jezus bedoelde het niet symbolisch dit ‘kruisdragen’: het is de marteldood sterven. Jezus weet immers dat Hijzelf op weg is naar de kruisdood. En voor de twaalf discipelen van Jezus, de apostelen,  is het ook letterlijk waar geworden.

Jakobus werd onthoofd door Herodes (Hand 12,2). En uit vroeg-christelijke verhalen horen we dat Petrus in Rome gekruisigd werd. Mattheus werd in Ethiopie met het zwaard gedood. Jakobus (de broer van Jezus) werd van de tempel gegooid en doodgeknuppeld. Andreas werd gekruisigd in Griekenland. Thomas werd in India met een speer doorboord en levend verbrand. Mattias werd gestenigd en onthoofd. Judas Thaddeus doodgeslagen in Mesopotamië. Enzovoorts. Álle discipelen van Jezus zijn een martelaarsdood gestorven, behalve Johannes. Die werd ‘alleen maar’ verbannen naar Patmos.

Zo bezien is het wel goed dat Jezus ons even waarschuwt van te voren, toch?

‘Maar in onze tijd gaat dat toch niet meer zo?’ O nee? En die 147 leeftijdsgenoten van jullie dan in Kenia een paar weken terug? Op de universiteitscampus drongen terroristen van Al-Shabaab de slaapzalen binnen en stelden de studenten voor de keus: moslim of christen? Moslims mochten gaan. Christenen werden doodgeschoten. Vorige week op boten in de Middellandse Zee: ‘Ben je christen?’ Overboord gegooid. In onze tijd gaat het nog net zo.

‘Ja, maar, niet hier in Nederland!’ Nee, inderdaad, dat is waar. Wij zullen niet snel gedood worden om ons geloof. Maar betekent dat dat het er dan voor ons ook niet zo op aan komt? Dat wij wel een beetje half achter Jezus aan kunnen lopen? Dat wij nog wel een beetje kunnen schipperen? In de praktijk gaat dat misschien wel zo.

Christen-zijn valt voor ons vaak heel goed te combineren met andere leefstijlen. In onze beleving kan christen-zijn zoiets zijn als een hobby. Op zondag ga je naar de kerk. Je leest eens in een Bijbel. Voor de rest doe je goed je werk, en ben je lekker met vrienden of sport bezig.

‘Maar dat kan niet, zegt Jezus. Zó kun je geen discipel van Mij zijn.’ Dat heeft alles te maken met Wie Jezus is. Hij spreekt hier tegen Zijn joodse volksgenoten, Israël. Het volk verwachtte dat er een Messias zou komen, een Redder, een nieuwe Koning. Dan zou er een heel nieuwe tijd beginnen. Een nieuwe wereld zou er komen! Jezus maakt in het evangelie duidelijk dat Híj die Messias is. Dat het Koninkrijk van God nabij gekomen is.

Dat is niet zomaar een claim. Jezus is niet zomaar een rabbi, zoals er ook andere rabbi’s waren in die tijd. Dan volgde je eens de één, dan een poosje de ander. Zoals wij eerst eens hier op een school zitten, dan daar, en als de opleiding niet bevalt, dan switch je maar. Nee, Jezus is niet een ‘leraar’ waar je wat van op kunt steken tot je het weer zat wordt.

Nee, Jezus claimt de Nieuwe Koning te zijn. De Koning van Israël, en uiteindelijk zelfs de Koning van de wereld. Met die claim kun je uiteindelijk maar twee dingen doen: Je kunt denken: Het is Hem naar Zijn hoofd gestegen. (En er waren in Jezus’ tijd heel wat mensen die dat dachten.) Of je kunt denken: Ik geloof het. En je voelt hopelijk wel aan wat een explosieve materie dit is. Wat een splijtzwam dat geweest zal zijn in die joodse families van de discipelen. Waar vader en zoon, moeder en dochter anders kozen. Vrienden niet meer door één deur konden. In hoofdstuk 12 heeft Jezus dat al voorspeld, hoe families zullen scheuren. Ja, familieleden elkaar zullen verraden en doden.

Tussen twee haakjes: dat ‘haten van de familie’ in vers 26, betekent niet de letterlijke haat, maar dat de keuze vóór Jezus kan betekenen dat je afscheid moet nemen van je familie. Ook dat is nog aan de orde van de dag, trouwens. Zelfs in Nederland moeten er regelmatig ex-hindoe’s of ex-moslims die christen worden onderduiken, omdat ze bedreigd worden. En in andere kringen komt dat ook voor: dat zoon of dochter niet meer welkom is thuis, omdat ze ‘gelovig’ geworden is. Dat vrienden met je breken, omdat je ‘een jezusmannetje’ geworden bent.

Als christen ben je per definitie tegendraads, en dat wordt nooit gewaardeerd. Natuurlijk wel als we een positieve bijdrage leveren aan de samenleving. Maar niet in de kern van de claim van het christelijk geloof:

Dat Jezus Koning is over ons. Dat Hij het over ons te zeggen heeft. Niet alleen over mij, maar ook over jou! Als ze het idee krijgen dat je ze probeert te bekeren… dan krijg je snel het deksel op je neus hoor!

Misschien ervaren wij wel zo weinig weerstand, omdat we dat eigenlijk zo weinig proberen. Bang om ons hoofd te stoten. Herinneren we ons dan nog wat Jezus zei? ‘Wie zijn kruis niet draagt en achter Mij aan komt, kan geen discipel van Mij zijn.’

‘Waarom zou je dat eigenlijk willen dan? Ik krijg niet echt zin om Jezus te volgen van dit verhaal’, zeg je misschien. Jezus maakt ons inderdaad niet echt warm voor dat discipelschap van Hem, vind je wel? Als je deze verzen zo op zichzelf leest niet, nee. Maar dat moeten we ook nooit doen met bijbelteksten, ‘ze op zichzelf lezen’. We moeten altijd het grotere verhaal erin mee laten klinken.

Jezus is onderweg naar Jeruzalem, terwijl Hij deze dingen zegt. Om Zijn Koninkrijk op te eisen. Hij zal dat gaan doen op een aparte manier. Niet met een groot leger, maar door te sterven aan een kruis. Door te sterven voor Zijn volk, het oordeel over de zonde op zich te nemen, en de dood te overwinnen, zo zal Hij Zijn troon en kroon verdienen. Zo verdient Hij zijn plek aan de rechterhand van God. Zo heerst Hij ook vandaag nog over heel de aarde.

Daaraan zie je al: Het kruis, dat is niet het einde. Het gaat door lijden naar heerlijkheid. Het gaat naar de voltooiing. Jezus vraagt van ons het geduld en de volharding om het tot dan uit te houden met Hem. De weg zal lang niet altijd gemakkelijk zijn en zelfs vaak heel moeilijk. Maar uiteindelijk is de torenbouw klaar en wordt de strijd gewonnen (om in de voorbeelden van Jezus in vers 29-32 te spreken).

Jezus zelf heeft de kosten berekend, en Hij gaat ervoor. Jezus zelf beseft volledig wat het Hem gaat kosten om de wereld te redden, wat een zware tijden er aan zitten te komen. Maar Hij gaat ervoor. Voor de redding van mensen. Voor het vestiging van recht en vrede op aarde. Uit liefde. Dat alleen al zou iets kunnen zijn waarvan je zegt: Dat wil ik meemaken. Daar wil ik ook voor gaan. Waar Jezus voor sterft, daar wil ik ook wel voor sterven.

Een kalifaat in het Midden-Oosten, sorry, daar wil ik niet voor sterven. Daar weet je van te voren al van dat het tot mislukking gedoemd is. Zinloos. En helemaal de wrede manier waarop stuit tegen de borst.

Maar dat is met Jezus’ missie, met Zijn Koninkrijk echt andere koek. De kerk houdt het inmiddels al 2000 jaar uit, heeft miljarden leden, en groeit nog steeds als kool. Gewoon door het Woord. Door de verkondiging van het evangelie. Door mensen die hun hele leven eraan wijden om in woord en daad volgeling van Jezus te zijn.

Achter Jezus aan gaan. Ja, dat is nu ff doorbijten. Maar een andere weg is er niet. Jezus’ weg is de weg van de liefde, de nederigheid en het lijden. En dat is daarom ook onze weg. Maar Zijn Koninkrijk komt. Straks is er het grote feest van het Lam. Straks zullen wij voor eeuwig met Hem leven.

Tot slot wil ik er even met jullie over nadenken wat dat voor jouw en mijn leven vandaag de dag zou kunnen betekenen. ‘Kruisdragen en achter Jezus aan gaan.’ Voor die mensen toen was het heel simpel en praktisch letterlijk achter Jezus aan lopen, op weg naar Jeruzalem. En als het zo liep, dan was het ook nog een letterlijk kruis wat ze te dragen kregen. Maar wat betekent het vandaag de dag om discipel/leerling van Jezus te zijn? Om ‘kruis te dragen’?

1) Allereerst blijft, denk ik, staan dat we beseffen dat dat een fulltime job is. Jezus roept ons op om God lief te hebben boven alles en onze naaste als ons zelf. Niet een uurtje in de week op zondag. Maar om daar van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat in alles en overal mee bezig te zijn.  ‘Jezus’ dat moet niet onderwerp zijn waar je zo af en toe eens aan denkt. Nee, als je werkelijk gelooft dat Jezus de Koning van deze wereld is, dan staat je hele leven in dat licht. Ook je school en je werk. Op die plek ben jij geroepen om zout te zijn, zoals Jezus het mooi zegt in vers 34-35. Het verschil maken.

2) Ten tweede betekent dat ook vandaag de dag hele concrete prioriteiten. Je maakt je over hele andere dingen druk. Deze dagen lig je dan misschien wel veel op je knieën om te bidden voor de vluchtelingen die aan de lopende band verdrinken in de Middellandse Zee in plaats van dat je de Eredivisie zo nodig live moet volgen. Of je gaat niet naar dat examenfeest, omdat je de buurvrouw helpt die ziek is en kind nog kraai heeft. Of… ga zo maar door…. Ik kan dat voor jullie niet invullen. Jezus geeft geen regels waaraan wij ons moeten houden. Hij zegt dat wij Hem moeten volgen. Dat is de basishouding. Dat is in ieders leven anders. Ik ben dominee geworden, wijd zo mijn leven aan Hem. Bij jou zal het weer anders gaan. Maar altijd zul je keuzes moeten maken. Doe dat niet half, maar ga er helemaal voor.

3) In de derde plaats betekent ‘leerling’ zijn dat je in eigen vlees durft te snijden. Het is gemakkelijk lekker in het wilde weg te leven zoals je het zelf graag wilt. Leerling van Jezus zijn, dat betekent je open staat voor verandering, voor correctie, voor kritiek. Dat is nog het minst makkelijke. Dat gaat over jezelf. Over het loslaten van je eigen meningen. Je egoïsme of andere zonden ontdekken en je ervoor schamen. Dat zul je gaandeweg merken. Met vallen en opstaan. Leerling van Jezus zijn, dat betekent veranderen. Ben je daartoe bereid? Of blijf je liever jezelf? Dan gaat het niet werken met jou en Jezus.

Zo… we hebben Jezus’ waarschuwing vanavond ter harte genomen. We zijn even stil gaan zitten, zoals Hij zei. We hebben de kosten berekend. En? Dan moet je de beslissing nemen… Ga je verder met Jezus?

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s