Kern van de Bijbel (6): Waarom Jezus?

Preek over Zondag 11-13 uit de Heidelbergse Catechismus.

Vroeg-christelijk symbool waarin de letters I.CH.TH.U.S. (Jezus, Christus, zoon van God, verlosser) een wagenwiel vormen.

Gemeente van Jezus Christus,

  1. Waarom Jezus?

Dat de wereld verlossing nodig heeft, dat is voor iedereen wel duidelijk. Al zullen veel mensen niet het woord ‘verlossing’ gebruiken. Dat heeft zo’n religieuze klank. Maar we kunnen het verzuchten achter de TV: waar gaat het heen met de wereld. Als we horen van aardbevingen, van bootvluchtelingen. Dan verlangen we dat iemand daar iets aan doet. Regeringen, de VN, hulporganisaties of gewoon mensen die hun handen zelf uit de mouwen steken. Neem nu Nepal vorige week. Iedereen is er het over eens: er moet geholpen worden. Je ziet dat ook terug in de populaire cultuur: hoeveel superhelden-films zijn er de afgelopen jaren niet in de bioscoop geweest? Batman, Superman, Spiderman, X-men, The Avengers, Captain America, etc. Ze redden de wereld van het kwaad. Ze schieten te hulp als de nood aan de man komt.

Als we het in het christelijk geloof over ‘verlossing’ hebben, ‘redding’, dan denken we niet aan iets spiritueels, een innerlijke verlichting, maar aan die hele concrete wereld om ons heen. En dat Iets of Iemand daar iets aan moet doen. Omdat het niet goed gaat!

En dan horen we in het Evangelie van Lukas:

 ‘16 En Hij [Jezus] kwam in Nazareth, waar Hij opgevoed was, en ging naar Zijn gewoonte op de dag van de sabbat naar de synagoge,  en Hij stond op om te lezen. 17 En aan Hem werd het boek van de profeet Jesaja gegeven, en toen Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats waar geschreven stond:  18 De Geest van de Heere is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft; Hij heeft Mij gezonden  om aan armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen die gebroken van hart zijn, 19 om aan gevangenen vrijlating te prediken en aan blinden het gezichtsvermogen, om verslagenen weg te zenden in vrijheid, om het jaar van het welbehagen van de Heere te prediken. 20 En toen Hij het boek dichtgedaan en aan de dienaar teruggegeven had, ging Hij zitten, en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem gevestigd. 21 Hij begon tegen hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren in vervulling gegaan.’ (Lukas 4) 

Je zou kunnen zeggen: Jezus eist hier zijn plek op. Hij zegt: ‘Ik ben nu die Verlosser, waar de wereld zo naar snakt.’ Nu zegt de catechismus terecht dat de naam Jezus op zichzelf ook al Verlosser/Zaligmaker/Redder betekent. Dat mag zo zijn, maar in die tijd was het een hele gewone naam voor joodse jongetjes, het is hetzelfde als het oudtestamentische Jozua… Moet je je eens voorstellen hoe het voor Jezus’ dorpsgenoten in Nazareth was, toen Hij daar in één keer op stond en claimde de Messias te zijn, de Redder! Daar zit in de kern al iets aanstootgevends is: ‘Wie denkt Hij wel niet dat Hij is?’ Zijn dorpsgenoten proberen hem in hetzelfde hoofdstuk te vermoorden, dat lukt niet. Later lukt dat wel aan het kruis.

Het is goed als wij dat vandaag ook voelen. Temidden van alle ellende van de wereld – zonde, kwaad, gebrokenheid, ziekte – kijken wij naar Jezus. Wat is er aan Hem te zien dan? Niet veel. Jezus is geen stralende superheld.

Een op het oog gewone, simpele joodse man van 2000 jaar geleden uit Nazareth. Moet Hij de wereld gaan redden? Hopelijk voelt u het vreemde daaraan.

Jezus zegt met zoveel woorden dat God Hem hiertoe geroepen heeft. Hij is door Johannes de Doper gedoopt in de Jordaan en heeft toen de Heilige Geest ontvangen als zalving. God heeft Hem in dienst genomen. God heeft Hem tot Verlosser benoemt. En op grond daarvan eist Jezus de positie van Messias voor zichzelf op. Hij gaat de wereld redden. 

  1. Is Jezus geen ongeloofwaardige Messias?

Dat is nogal een ambitieus plan, vindt u niet? En je vraagt je af: ‘Kan Hij dat waar maken? Heeft Hij dat waar gemaakt? Of is dat iets wat nog komen gaat? En hoe wil Hij dat gaan doen? De problemen van deze wereld lijken nogal hardnekkig te zijn. Heeft Jezus zich daaraan niet vertilt?’ Die vragen zijn vandaag nog net zo actueel en urgent als ze in Jezus’ dagen waren. Toen Jezus stierf aan het kruis was er alle reden om te denken dat Jezus een mislukte Messias was. Een ongeloofwaardige Messias. Een bedrieger zelfs.

Zo dacht Saulus er in ieder geval over, voordat hij Paulus werd. Hij wilde die christelijk-joodse sekte daarom met wortel en tak uitroeien. Later schrijft hij:

‘22 Immers,  de Joden vragen om een teken en de Grieken zoeken wijsheid; 23 wij echter prediken Christus, de Gekruisigde,  voor de Joden een struikelblok en voor de Grieken een dwaasheid. 24 Maar voor hen die geroepen zijn, zowel Joden als Grieken, prediken wij Christus, de kracht van God en  de wijsheid van God.’ (1 Korinthe 1)

Paulus heeft het hier over ‘Christus’, dat klinkt, vertrouwt als het ons is, voor ons bijna als een andere naam voor Jezus. Maar Christus, dat is geen naam, maar een titel. Het betekent in het Grieks ‘Gezalfde’, hetzelfde als het Hebreeuwse ‘Messias’. Jezus is volgens Paulus de Messias. De Joodse Redder die al eeuwen verwacht werd. Maar Hij is gekruisigd, dus is Hij ‘een Gekruisigde Messias’. Dat is het onderwerp van Paulus’ preken, ‘een gekruisigde Gezalfde’. Dat botst. Een Redder van de wereld die ten onder is gegaan aan het kruis. Een Redder die zichzelf niet eens kon redden. Wat heb je daar nu aan? Je snapt wel dat de Grieken dat in hun logica niet bij elkaar konden krijgen. En dat het voor de Joden een struikelblok was, een ergernis…

En wat is Jezus voor u? Dat is de vraag, die wij ons ook vandaag moeten stellen. Want die ‘vreemdheid’ van deze Messias blijft tot op de dag van vandaag. Een Messias, dat is vanuit de Bijbel, zoals de catechismus dat ook uitlegt een profeet, een priester of een koning. Die mensen werden in het Oude Testament gezalfd. Profeet, priester en koning. Van dat soort figuren hebben wij verwachtingen.

Een profeet, dat is een man met invloed, machtig in woord en werk. Een priester, dat is een gewichtig man, geleerd, verheven, spiritueel. Een koning, die is rijk, schitterend, machtig, alles onder controle. Jezus ís het wel, profeet, priester en koning, maar Hij past niet in dat traditionele plaatje.

Jezus doorkruist onze verwachtingen. En daarmee ook de verwachtingen die wij van God hebben. Omdat God Jezus aanwijst als Zijn Gezalfde, als Messias. Kritiek op Jezus is impliciet ook kritiek op God. Zoals je dat om je heen ook hoort: ‘Als er een God is, waarom doet Hij dan niets aan al die ellende? Als ik de wereld zou regeren, dan zou ik het beter doen dan Hij!’

Jezus doet het op z’n eigen manier. Hij doet het anders dan wij het zouden doen. De uitdaging voor ons is om dat te laten staan. We mogen Hem niet temmen, niet inpassen in onze ideeën, maar onze ideeën over God door Jezus laten veranderen.

  1. Jezus is dé zoon van God: de uitverkoren profeet, priester en koning bij uitstek

Hoe dan? Hoe vervult Jezus die ambten van profeet, priester en koning dan? Als de ‘zoon van God’. In onze oren klinkt dat zoals de catechismus het ook omschrijft. Jezus is de Zoon van God als de tweede persoon van de Drie-Eenheid, de Eniggeboren Zoon van de Vader. Dat is een groot verschil met hoe wij ‘kinderen’ van God zijn. Wij zijn geadopteerd. Een belangrijk onderscheid. Daar heeft de catechismus gelijk in.

Maar vanuit de Bijbel is ‘Zoon van God’ niet zozeer een omschrijving van wie Jezus precies is, maar meer van wat Hij doet. ‘De zoon van God’ dat is in het Oude Testament de titel van de koning. We komen dat bijvoorbeeld tegen over de nakomeling van David, Salomo:

‘12 Wanneer uw dagen voorbij zijn en u met uw vaderen ontslapen bent, zal Ik uw nakomeling na u, die uit uw lichaam voortkomt, doen opstaan en Ik zal zijn koningschap bevestigen. 13 Die zal voor Mijn Naam een huis bouwen, en Ik zal de troon van zijn koningschap voor eeuwig bevestigen. 14 Ík zal hem tot een Vader zijn, en híj zal Mij tot een zoon zijn’.’ (2 Samuël 7)

En niet alleen voor het koningschap wordt die titel ‘zoon van God’ gebruikt, ook profeten en priesters worden zo aangeduid. Waarom? Om uit te drukken dat God ze geroepen en gekozen heeft om namens Hem hun ambt uit te oefenen. Ze vertegenwoordigen God op aarde. Ze zijn Zijn handen.

Als wij over Jezus zeggen dat Hij de Zoon van God is, dan moeten we dus in de eerste plaats dit zeggen: Jezus is Gods uitverkorene, Gods, ambtsdrager, Gods vertegenwoordiger, Gods hand op aarde. En het bijzondere van déze ambtsdrager, déze Gezalfde, déze Messias is dat Hij alle ambten in één persoon samenbrengt. Hij is én profeet én priester én koning.

Waarom is het belangrijk om dat te weten? Omdat het als het ware inkleurt wat wij van deze Messias, deze Gezalfde verwachten kunnen. Hoe Hij zijn werk uitvoert. Wat zijn taak is. Jezus is geen populaire superheld uit films, maar staat helemaal in de traditie van het Oude Testament.

Hij is een profeet zoals Mozes, de meest zachtmoedige mense ooit: Die ontving op de berg Gods openbaring, Gods wet, Gods diepste verlangens. Zo, zegt de catechismus, zo openbaart Jezus ons het diepste van het hart van God, Gods liefde, Gods verlangen om ons te verlossen.

Jezus is een priester zoals Melchizedek, die Abraham uitnodigt aan een overvloedige offermaaltijd. Zo, zegt catechismus, zo offert Jezus zichzelf en geeft ons alles wat nodig hebben.

Jezus is een koning zoals David, die Goliath te lijf ging en overwon, niet met zwaard en wapenrusting, maar met geloof in God. Een koning die psalmen zingt. Rechtvaardig, wijs en zacht. Geen wereldheerser, maar dienend.

Jezus is soft, zouden wij tegenwoordig zeggen. Dat is hoe de Zoon van God al in het Oude Testament is. Die spreekt van Gods liefde, die deelt aan de tafel, die strijdt met woorden en psalmen. Zo is Jezus bij uitstek de Zoon van God, Gods uitverkorene, in het Nieuwe Testament. En dat is ook zoals Jezus voor ons vandaag wil zijn. Zo is Hij bezig de wereld te redden, niet met kracht en geweld, maar door Zijn Woord en Geest.

Wij onderschatten dat snel. ‘Is dat alles?’ denken we dan… ‘Moeten we het hebben van kerkdiensten, van preken, van zingen en bidden… van liefde en offer, van lijden en nederigheid?’ Ja, dat is de weg van de Gekruisigde Messias, de Zoon van God. Het effect daarvan onderschatten we. Paulus noemt het niet voor niets ‘de kracht van God en de wijsheid van God’. Met deze krachten, langs deze weg, kan de Messias namelijk ons van binnenuit veranderen, terugbrengen bij God, verzoening bewerken. En alleen zo kan de wereld gered worden, kunnen u en ik gered worden. Dat is wel iets wat tijd kost, en moeite. Maar dat heeft Hij voor ons over.

  1. Jezus is onze HEER

Met dit alles zou je kunnen denken dat Jezus een bijzonder mens was, geroepen tot een bijzondere taak. Zoals in het Oude Testament er messiassen waren, gezalfden, profeten, priesters en koningen. Zo is Jezus er één van. In de Islam wordt Jezus zo gezien, als één van de vele profeten.

Mohammed is zo het spoor bijster geraakt. Want Jezus is niet zomaar ons profeet, onze priester, onze koning, Hij is dat als onze Heer. En dat is toch echt iets anders. Zo begint Hebreeën 1:

‘1 Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon, 2 Die Hij  Erfgenaam gemaakt heeft van alles,  door Wie Hij ook de wereld gemaakt heeft. 3 Hij, Die de afstraling van Gods heerlijkheid is en de afdruk van Zijn zelfstandigheid, Die alle dingen draagt door Zijn krachtig woord, heeft, nadat Hij de reiniging van onze zonden door Zichzelf tot stand had gebracht, Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen.’ (Hebreeën 1)

Deze Zoon van God is ‘erfgenaam van alles’. Die heeft de wereld gemaakt. Die draagt alles door Zijn woord. Die regeert uit de hemel. Dat is God zelf. Dat is het diepste van ons geloof in Jezus. Dat wij in Hem met God zelf te maken hebben. Hij is HEER. Dat klinkt in onze oren als ‘de baas over alles’, ‘heer’. En dat betekent het ook. Maar dan moet je wel weten dat in het Oude Testament in het Grieks, de Bijbel die de joden in de tijd van Jezus gebruikten, dat daar ‘HEER’, kurios, de vertaling is van Jahweh, de Godsnaam, HEER met allemaal hoofdletters in ons bijbeltje.

De christelijke kernbelijdenis is volgens Paulus, de wetsgetrouwe Farizeër, niets anders dan: ‘Jezus is Heer’. En daar klinkt het hele Oude Testament dan in mee. Dezelfde God die hemel en aarde gemaakt heeft. Die Israël bevrijdde uit Egypte. Voor wie de engelen zingen ‘Heilig, heilig, heilig is de HEERE, de God van de legermachten’. Die God ontmoeten wij in Jezus: ‘Hij is de afstraling van Gods heerlijkheid, de afdruk van Zijn zelfstandigheid.’

Jezus is de HEER al vanaf de schepping. Als God over hemel en aarde is Hij ons de baas.

Daarvan zouden wij nog kunnen zeggen, en dat hebben we ook gezegd: ‘Wij willen helemaal geen baas! Wij willen eigen baas zijn!’ En we hebben ons vrijgevochten onder Adam en Eva, alleen maar om verslaafd te raken aan het kwaad, in de ban van de duivel te raken. Het is prachtig dat de catechismus dan zegt, dat Jezus de titel ‘Heer’ als het ware opnieuw verdient heeft: ‘Omdat Hij ons met lichaam en ziel, niet met goud of zilver, maar met zijn kostbaar bloed van al onze zonden vrijgekocht en uit alle macht van de duivel verlost heeft. Zo heeft Hij ons tot zijn eigendom gemaakt.’

Door te sterven aan het kruis, heeft Hij de zonde, de duivel en de dood verslagen. Hij is het kwaad de baas geworden. Hij is de machtigste gebleken. Hij is HEER geworden. Hij heeft die titel verdiend, die positie verdient aan de rechterhand van God. Jezus is koning geworden over heel de aarde. Na Pasen stuurt Jezus daarom zijn apostelen de wereld over met de woorden: ‘Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.’ ‘De hele wereld is nu van Mij. Ook u bent van Mij. Ook jij bent van Mij.’

Daar proef je hoe spannend die geloofsbelijdenis voor ons is. Erkent u die heerschappij van deze Messias, deze Jezus uit Nazareth, over uw leven? Hij heeft het verdiend dat wij zeggen: Ja, Hij is onze Heer!

  1. Christenen = gezalfden

Ieder die dat erkent, wordt christen genoemd. Mensen die denken dat Jezus de Christus is, de Messias. Volgelingen van deze Christus zijn christenen. Zo wordt dat woord uitgevonden, kun je lezen in Handelingen 11, in Antiochië. Daar ontstond een gemeente uit joden en heidenen die geloofden dat Jezus van Nazareth de Redder van de wereld was.

Het is wel mooi dat de catechismus dat uitlegt, niet zomaar als een naampje, maar als een titel. Net als Christus ‘gezalfde’, ambtsdrager van God, betekent, betekent ook christen ten diepste ‘gezalfde’. En de catechismus roept ons ertoe op: Laten we dat dan ook wáár maken. Dat wij als het ware kleine messiasjes zijn in onze eigen omgeving! Kleine profeetjes, priestertjes, koninkjes. De catechismus verzint dat niet zomaar, maar pakt daarin een belangrijke lijn uit de Bijbel op. Petrus schrijft bijvoorbeeld in zijn eerste brief:

9 Maar u bent een uitverkoren geslacht,  een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte;  opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht, 10 u, die voorheen geen volk was, maar nu Gods volk bent; u, die zonder ontferming was, maar nu in ontferming aangenomen bent.’ (1 Petrus 2)

Stel je voor he? Dat zegt Petrus tegen volgelingen van Jezus: besef wie je bent! Je bent een ‘uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap’! Misschien denkt u: ‘Dat gaat niet over mij. Ik zit hier gewoon. Ik voel mij niet zo bijzonder…’ O nee? Bent u geen christen dan? Dan bent u een uitverkorene! Door God speciaal uitgekozen, geroepen om hier te zijn, door Hem hier gebracht, en zelfs gezalfd. Als christen mag u weten dat de Heilige Geest in u woont. Dat is bij de doop ons beloofd. Zo zijn ook wij gezalfden.

Dat is wat, he, als je dat over jezelf bedenkt? Ik ben maar gewoon ik… Nee! U bent een profeet van God, u bent een priester, u bent een koning! Hoezo dan? De catechismus werkt dat uit: Wij zijn als profeten geroepen om ons geloof in Christus te belijden in deze wereld in woorden en daden. Wij zijn als priester geroepen om ons hele leven als dankoffer aan God te offeren. Wij zijn als koning geroepen om tegen de zonde, het kwaad en de duivel in deze wereld te strijden. En straks zullen wij met Christus heersen. 

Denk nooit meer te min over uzelf, dus. Christen-zijn. Dat is nogal wat. Dat is iets bijzonders. Dat is een roeping. Maar het is wel goed om te blijven zeggen: een christen hoort bij Christus. Die roeping volbrengen zullen wij nooit alleen kunnen. Alleen bak je daar niets van. ‘Door het geloof ben ik een lid van Christus en zo heb ik dele aan zijn zalving.’ Lid van Christus ben je. En dat ben je niet alleen, dat zijn we samen als Zijn gemeente. We moeten niet proberen allemaal in ons uppie de wereld te redden, dat doen we samen. Samen in de naam van Jezus. Jezus van Nazareth, de Gekruisigde Messias, onze HEERE, die belooft om met ons te zijn, alle dagen van ons leven en tot de voltooiing van de wereld.

Waarom Jezus? Dat was de vraag aan het begin. Heel simpel: Zonder Jezus wordt het niks.

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s