Kern van de Bijbel (7) – Het leven van Jezus

Leerdienst gehouden in Everdingen over Jezus’ leven en sterven a.d.h.v. Zondag 14-16 van de Heidelbergse Catechismus.

Antonio Ciseri: Ecce Homo

Gemeente van Jezus Christus,

Wat heb je met Jezus? Wat heeft u met Jezus? Met die hele persoonlijke vraag beginnen we vanavond maar eens: Wat heb je met Jezus? Het is goed het daar eens met elkaar over te hebben. In de vorige leerdienst stonden we stil bij de persoon van Jezus: Wie is Hij? We belijden dat Hij de Messias is, de Zoon van God, de Heere. Maar dat zegt nog niet zoveel over onze verhouding tot hem; over hoe u zich tot Hem verhoudt.

Is dat belangrijk dan? In het programma Adieu God? spreekt Tijs van de Brink met Bekende Nederlanders die christelijk zijn opgevoed, maar ondertussen de kerk vaarwel hebben gezegd. Hij neemt standaard een beeld van Jezus mee en vraagt: Wat heb je met Hem? Meestal komt daar iets uit als: ‘Hij heeft wel mooie dingen gezegd/gedaan.’ Je zou verwachten dat wij hier in de kerk wel iets meer dan dat weten te zeggen. En dan niet alleen inhoudelijk: ‘Jezus is gestorven voor onze zonden.’ Dat is zo, maar dat is nog heel feitelijk. Droog.

Wat doet Jezus met u? Wat raakt u in uw hart? Wordt u enthousiast van Jezus? Blij?

Zijn dat belangrijke vragen? Jazeker. Het is niet voor niets dat de catechismus en de apostolische geloofsbelijdenis zoveel aandacht besteden aan Jezus, aan zijn persoon en aan zijn leven. Zij doen dat in navolging van de Bijbel zelf. Over geen enkele bijbelse persoon wordt meer verteld dan over Hem. Jezus is het centrale personage van de Bijbel. Alles draait om deze ene mens, Jezus. Het Oude Testament is zijn voor-geschiedenis. De uitwerking van Zijn geslachtsregister. De rest van het Nieuwe Testament vanaf Handelingen is de uitwerking van Zijn leven, het verhaal van christenen, van mensen die iets met Jezus hebben.

Het kan voor ons verfrissend zijn om met die blik de Bijbel ter hand te nemen: Buiten de kerk wordt nogal eens gedacht dat de Bijbel een boek vol regels is, vol verhalen en wijsheden die je kunt toepassen in je dagelijks leven, een soort ‘handleiding voor het leven’, maar je kunt het beter lezen als een fotoboek. Het fotoboek van Jezus. De evangeliën vertellen zijn leven vanaf zijn geboorte (Lukas 2):

‘6 En het geschiedde, toen zij daar waren, dat de dagen vervuld werden dat zij baren zou, 7 en zij  baarde haar eerstgeboren Zoon, wikkelde Hem in doeken en legde Hem in de kribbe, omdat er voor hen geen plaats was in de herberg.’

Dat is het eerste kiekje. En al lezende leren we Hem kennen. We ontmoeten Hem. Door papier en inkt heen. En het kan niet anders of Hij maakt indruk op je. Wat vind je van Hem? Wat moet je met Hem? Wat heb je met Hem?

Dat zijn de belangrijkste vragen in het christelijk geloof. Het christendom verschilt daarin van alle andere ideologieën en religies. Ons geloof cirkelt niet om een bepaalde wereldbeschouwing, om een bepaalde levensstijl, zelfs niet om God (in het algemeen), maar om het leven van één mens, ene Jezus van Nazareth, die leefde van ongeveer het jaar 0 tot het jaar 33. Geboren uit de maagd Maria, gestorven aan een kruis en begraven.

Niet dat Hij ‘gewoon’ maar een mens was. Dat laten de bijzondere feiten van Zijn leven zien: ‘ontvangen van de Heilige Geest’,  ‘neergedaald in de hel’. Bij alle onderdelen van dat hele concrete leven van Christus, vraagt de catechismus: Wat heb je daar nu mee? Wat heb je daar nu aan? Hoe ben ik, heel persoonlijk, met die geschiedenis van Jezus verbonden? Wat heb ik met deze Jezus? 

Het meest confronterend en het meest indruk maakt dan natuurlijk wel het einde van zijn leven. De gruwelijke dood die Jezus sterft. Het is ook het meeste bekende onderdeel van Jezus’ leven. Het kruis. Zeker nu de laatste jaren The Passion op tv is, staat ieder dat verhaal weer helder voor ogen. Wat heb je daarmee?

Allereerst raakt dat lijden van Jezus ons leven, omdat we beseffen dat wij nog geen spat anders zijn dan de mensen die we tegen komen in de evangeliën rondom het kruis. En dat is niet positief. Joodse leiders wilden Jezus weg hebben, omdat ze hun macht niet kwijt wilden raken. Het volk liet hem vallen als een baksteen. Zijn volgelingen waren bang om hun mond open te doen. De meerderheid keek weg en liet het gebeuren. Waarom moest Jezus lijden? Dan is het eerste antwoord: door ons.

Voordat we overgaan naar allerlei theologische bespiegelingen, moeten we hier bij de concreetheid blijven. Wij, mensen, hebben Jezus Zijn lijden aangedaan. Het is belangrijk zó het evangelie te lezen, dat je dat inzicht ook in je eigen hart, je eigen menselijke natuur krijgt. Zo zitten wij in elkaar. Zo zit onze menselijke samenleving in elkaar. Dat onschuldige mensen slachtoffer worden. En dat Jezus onschuldig was, dat staat als een paal boven water. In de catechismus wordt daar terecht op gewezen als het gaat over Pontius Pilatus: ‘Christus is onschuldig onder de wereldlijke rechter veroordeeld.’ Dat kan blijkbaar in onze wereld. En dat gebeurt nog steeds.

Waarom moest Jezus lijden? Ja, door ons…, maar ook: voor ons. Als je het evangelie leest, dan komen we Jezus tegen die heel bewust naar Jeruzalem reist, bewust van het feit dat Hij daar zal lijden en gedood zal worden. Waarom doet Hij dat? Na Zijn opstanding uit de dood zegt Jezus daar zelf over dat het al in de Wet en de Profeten stond dat dat de weg van de Messias zou zijn. In de vroeg-christelijke kerk heeft men met die ogen gelezen in Jesaja 53:6:

‘Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons ieder naar zijn eigen weg. Maar de HEERE heeft de ongerechtigheid van ons allen op Hem doen neerkomen.’

In dit ene zinnetje zit het hele drama van de geschiedenis van Israël, Gods eigen volk, Gods kudde. Die niet bij de herder wilden blijven. Niet luisteren naar Gods geboden, maar je eigen gang gaan. Zelf bepalen wat goed en kwaad is. Vanaf Adam af tot op deze dag. In onze tijd zeggen we dan: Ik leef zoals voor mij goed voelt. Dat dat vanuit Gods perspectief wel eens helemaal niet zo goed zou kunnen zijn, vergeten we vaak… De Bijbel is er duidelijk over dat God onze zonden niet kan verdragen. Hij straft en vergeldt. Dat oordeel van God hangt als een zwaard boven deze wereld.

In die spanning is Jezus gaan staan, zoals de catechismus zegt (ant. 38): ‘Christus is onschuldig onder de wereldlijke rechter veroordeeld, om ons te bevrijden van het strenge oordeel van God, dat over ons zou komen.’ En (ant. 39): ‘dat Hij de vloek die op mij lag, op Zich geladen heeft’. Het lijden van Jezus is plaatsvervangend of plaatsbekledend: Hij in mijn plaats. Ik had dat oordeel van God over mijn leven moeten dragen. Die straf. Die vloek. Maar dat heeft Hij voor mij gedaan.

Waarom moest Jezus lijden? Door ons…, voor ons…. Blijkbaar is God zo. Blijkbaar moest dat van God. Dat is het diepste. God kan onze zonden niet zomaar door de vingers zien. Hij maakt zich kwaad over al het onrecht op deze aarde. De Bijbel spreekt over Gods heilige toorn. God trekt zich het vreselijk aan wat er gebeurt op aarde. Hoe wij stuk maken wat Hij mooi had gemaakt. Daar kan Hij het niet zomaar bij laten zitten, dat begrijp je wel. En toch… toch bliksemt Hij in Zijn oordeel ons niet dood, maar Hij draagt Zelf de oplossing aan. De Vader laat Zijn toorn over de Zoon uitwoeden.

Voor ons blijft dat iets van een geheim houden, hoe dat is geweest. Hoe dat is gegaan. Maar we mogen er niet over zwijgen en we kunnen er niet omheen. ‘Christus heeft heel de tijd van zijn leven op aarde, maar vooral aan het einde daarvan, de toorn van God tegen de zonde van het hele menselijke geslacht aan lichaam en ziel gedragen.’ (ant. 37).

Dat is het hele concrete verhaal van Jezus. Van zijn leven, lijden en sterven. De feiten zijn confronterend genoeg. Maar daar blijft de catechismus niet staan. Want dan zou het droge theorie blijven. En wij mogen daar ook niet blijven staan. We moeten nadrukkelijk dóórvragen, zoals de catechismus ook doet: En wat doet dat nu met je? Wat verandert er nu in je leven, als je Jezus ontmoet in het evangelie, als je Zijn leven overziet, met Hem ‘meeleeft’ als het ware? Wat maakt dat nu voor verschil voor je, dat Jezus door ons, voor ons en vanwege God de dood is ingegaan, ja de hel?

De catechismus doet ons wat suggesties. Zo hebben christenen in de kerk der eeuwen het ervaren. Misschien hebt u daar wat aan, om op die vragen ook uw persoonlijke antwoord te vinden.

Als eerste wordt er in antwoord 36 gezegd, dat het effect van die Middelaar op ons is, dat Hij mijn zonde voor Gods aangezicht bedekt. Jezus is vóór ons gaan staan, wij kunnen achter Hem wegkruipen. En daardoor ziet God onze zonde en schuld niet meer. Je hoeft je over die zonde en schuld van je ook geen zorgen meer te maken. Daar ben je van bevrijd. Heel waardevol is dat. Als dominee sta ik regelmatig aan het sterfbed van mensen. En dan valt me op dat veel mensen van zichzelf zeggen: ‘Ik heb mijn best gedaan in het leven. Ik heb ieder het zijne gegeven. En toch, toch vraag ik me af of dat genoeg is geweest. Want er zijn ook dingen niet goed gegaan. Zal God het wel vergeven?’

Het is jammer als je zo moet leven. Dan heb je het evangelie van Jezus Christus nog nooit begrepen. Het is niet de vraag of onze schuld en zonden vergeven zullen worden. Ze zijn vergeven. Bedekt door Jezus Christus. Daaruit mag je als christen leven. In Gods ogen ben je een heilige. Net zo heilig en zondeloos als Zijn Eniggeboren Zoon. Zoals wij over Jezus leven lezen en zo’n heilig leven geweldig vinden. Zo nodigt het evangelie je uit, jezelf te gaan zien, want zo ziet God jou. Vrij van zonde en schuld.

Het tweede is vrij van het oordeel. Zo drukt antwoord 37 zich uit: ‘Hij deed dit om door zijn lijden, als het enige zoenoffer, ons lichaam en onze ziel van het eeuwige oordeel te verlossen’. Ja, dat eeuwige oordeel van God, dat moeten we niet wegpoetsen. Zonder Jezus hadden we dat zelf moeten dragen. De diepte daarvan proeven we in het leven van Jezus. Heel Jezus leven was lijden en dat nam toe naar mate Hij dichter bij het kruis kwam. Jezus leed onder het ongeloof van zijn volk. Jezus leed onder de ellende, de ziekte, de dood, de demonische bezetenheid, die Hij tegenkwam. Jezus leed onder de steeds terugkerende laster over Hem.

Wij beseffen het misschien niet altijd, maar dat ons leven vaak zorgeloos kan zijn. Dat we een goede relatie met God hebben. Dat we mogen leven van Zijn genade en liefde. Dat komt omdat Gods oordeel over ons hoofd is heengegaan. Als een storm die niet boven ons hoofd is losgebarsten. Wij mogen leven in het licht van Gods aangezicht zonder de angst door Hem te worden verteerd. Dat is het tweede: vrij van het oordeel.

Het derde is vrij van de hel. Want Jezus’ ging de dood in, het dodenrijk in, de hel in, zogezegd. Zodat we kunnen zeggen met antwoord 44 ‘dat mijn Here Jezus Christus mij van de angst en pijn van de hel verlost heeft.’ Dat is voor iedereen een bemoediging voor wie het leven inktzwart wordt, voor wie ‘de hel op aarde’ ervaart. In het donker van de Godverlatenheid aan het kruis zei Jezus tegen die ene moordenaar die Hem om genade smeekte: ‘Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn.’ Heden. Je zou kunnen zeggen: Toen begon voor die man al het paradijs. Want hij was niet zonder Jezus, niet zonder genade. Die allerdiepste angst van ons leven: Te zijn zonder hoop, zonder hulp, zonder God, wordt door Jezus weggestreept.

Dat is de vrijheid van het leven met Jezus. Vrij van zonde. Vrij van oordeel. Vrij van angst.

Daarom moeten we die geschiedenis van Jezus’ leven in al zijn concreetheid blijven lezen. En niet alleen lezen als ‘informatie’, maar je erdoor mee laten slepen, je in Jezus inleven, met Hem meeleven. Zoals je dat misschien ook hebt met een goed boek of aangrijpende film. Bij Jezus is meeleven niet alleen een emotionele betrokkenheid, maar een werkelijke betrokkenheid. Paulus kan zeggen in Kolossenzen 2:12:

‘U bent immers met Hem begraven in de doop, waarin u ook met Hem bent opgewekt,  door het geloof van de werking van God, Die Hem uit de doden heeft opgewekt.’

Door de doop, zegt Paulus, ben je echt verbonden aan Jezus, je deelt in Zijn dood en begrafenis en je deelt in Zijn opstanding. Dat is niet iets symbolisch, een ‘beeld’, dat is echt. Om dat te begrijpen is het belangrijk dat de Bijbel over mensen niet ‘individueel’ denkt, zoals wij tegenwoordig. De Bijbel ziet mensen als onlosmakelijk van elkaar. Geen mens bestaat op zichzelf. Altijd ben je met anderen verbonden. Je lijdt onder elkaars kwaad, je deelt in elkaars goed. We stammen af van Adam, samen vormen we één mensheid en hebben we één gedeelde verantwoordelijkheid voor elkaar voor God.

Jezus heeft gezegd: ‘Ik neem namens jullie allemaal, die verantwoordelijkheid op Mij. Ik sterf vóór jullie, namens jullie.’ Daarin is de hele mensheid met Hem mee-geoordeeld, gestorven en begraven. Het oordeel over Jezus, is het oordeel over ons. De dood van Jezus is onze dood. Zoals antwoord 43 zegt: door zijn kracht wordt onze oude mens met Hem gekruisigd, gedood en begraven, opdat de slechte begeerten van het vlees in ons niet meer regeren. Dat is niet symbolisch, maar dat gebeurt werkelijk als je meeleeft met Jezus in het evangelie: als Jezus sterft aan het kruis, dan sterft er ook iets in jou. Je trots sterft. Je egoïsme. Je kortzichtigheid.

Dat gebeurt niet zomaar, dat doet de heilige Geest. Door het geloof verbindt Hij ons zo aan Jezus’ leven, dat wij met Hem sterven en ook delen in Zijn nieuwe leven. Als Jezus opstaat, dan wordt er ook in ons iets geboren, dan begint er ook in ons hart weer iets te leven. Hoop, liefde voor God en onze naaste. En dat voor eeuwig. Als je gedoopt bent, mag je daarvan uitgaan.

Wat heb je met Jezus? Dat is dan geen vraag meer. Met je hele hebben en houden, met huid en haar, ben je verbonden aan die Jezus, die we in het evangelie ontmoeten.

Het idee zou dan bij ons nog kunnen zijn: Je raakt verbonden aan de Jezus van de Bijbel. De Jezus van 2000 jaar geleden. Je voelt je met Hem verbonden, zoals je je nog verbonden kan voelen aan opa’s of oma’s die al overleden zijn. Je gedenkt ze in dankbaarheid, je beseft dat veel van hen in jou doorleeft. Daar moeten we, als het over Jezus gaat, voor uitkijken. Voor we het doorhebben is Jezus een persoon uit een boek. En is het enige dat we van Hem hebben de verhalen, zijn onderwijs en ideeën.

Zo spreekt de Bijbel zelf niet. Zo zegt Jezus het zelf niet. De Jezus van het evangelie, het leven van Jezus, is niet iets van het verleden. Hij leeft. Ook vandaag is Hij de Levende. Jezus is vandaag de dag diezelfde concrete levende mens, die we ontmoeten in het evangelie. Jezus zegt het vandaag nog net als toen (Mattheus 28:20):

‘En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld.’

Christelijk leven, is niet leven volgens bepaalde morele normen en met bepaalde ideeën maar is leven met deze Jezus, de echte Jezus van het evangelie. Die Jezus, die ontvangen werd door de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria, die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, neergedaald in de hel. Die Jezus, is hier, vandaag, en zegt tegen u: ‘Lééf met Mij.’

Daarvan zouden wij nog kunnen maken een ‘geestelijk leven’, spiritualiteit, de kerkdiensten van zondags. Dan wordt het minder concreet. Die denkfout maken we makkelijk omdat Jezus voor ons niet zichtbaar is, niet zichtbaar aanwezig. Maar dan verzekert ons Jezus zelf nu net: ‘Ik ben met u’. Ik ga met u mee naar huis, straks uit de kerk. Ik zit bij je op bank als je een boek zit te lezen of tv zit te kijken. Ik fiets morgen met je naar school. Ik ga met je mee naar je werk. Dat hele gewone leven van jou, dat vind Ik zo belangrijk, dat Ik daar geen moment van wil missen. Ik ken dat menselijk leven, Ik ben zelf geboren, heb geleden, ben gestorven. Lééf met Mij, en Ik haal je er doorheen. Ik ben als de schaduw aan je rechterhand. Als je goed kijkt, zul je zien dat Ik er ben.

Zo werkt dat, gemeente: Door het geloof raken wij verbonden aan de Jezus van het evangelie. Ons levenslot raakt compleet met Hem verweven: Zijn lijden is het onze, Zijn dood is de onze. Maar dan ook: Onze zonden worden de Zijne, ons lijden wordt het Zijne, onze leven wordt het Zijne. Wij leven in Hem, en Hij in ons. Paulus kan zelfs zeggen: ‘Niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij.’ Luther noemde dat ‘de wonderlijke ruil’.

Let wel: Daarmee staat of valt het christelijke leven. Zonder kun je geen christen zijn. Maar daarmee begint het dus pas. Het leven met Jezus is verder een dankbaar, een vrolijk, een vrij leven. Een leven op weg naar het Koninkrijk. Een eeuwig leven met Jezus. Een goed leven met Jezus.

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s