Kern van de Bijbel (8) – De opstanding van Jezus

Leerdienst in de serie ‘Kern van de Bijbel’, a.d.h.v. Zondag 17 van de Heidelbergse Catechismus, gehouden in Everdingen.

Caravaggio: De ongelovige Thomas

Gemeente van Jezus Christus,

Regelmatig heb ik als dominee gesprekken over leven en dood, en over wat daarna komt.  Een zinnetje dat dan vaak terug komt is: ‘Er is nog nooit iemand terug gekomen.’ In de kerk geloven we in een leven na de dood, maar daar zijn we vandaag de dag onzeker over. Het leven hier en nu, dat kun je tasten, zien, ruiken, voelen. Maar wat komt er ná de dood?

Daar kunnen we alleen maar naar gissen: ‘Er is nog nooit iemand terug gekomen.’ ‘Eh, wacht even’, zeg ik dan vaak: ‘Heeft u nog nooit van Jezus gehoord?’ ‘Ja, ja, natuurlijk wel, maar dat is al zolang geleden, is dat wel echt gebeurd?’ Paulus schrijft in 1 Korinthe 15:

3 Want ik heb u ten eerste overgeleverd wat ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften, 4 en dat Hij begraven is, en dat Hij opgewekt is op de derde dag, overeenkomstig de Schriften, 5 en dat Hij verschenen is aan Kefas, daarna aan de twaalf. 6 Daarna is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie de meesten nu nog in leven zijn, maar sommigen ook zijn ontslapen. 7 Daarna is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen. 8 En als laatste van allen is Hij ook aan mij verschenen.’

We zuigen niet zomaar wat uit onze duim als we het over de opstanding van Jezus Christus uit de dood hebben. We baseren ons op ooggetuigen. Veel mensen denken dat de kerk een soort ‘doorfluistertje’ is, zo’n spelletje dat je in een kring zit en een zinnetje moet fluisteren, als dat de kring rondgaat, komt er meestal héél iets anders weer uit. Nee, Paulus schrijft dit 20 jaar na die bijzondere gebeurtenis uit de 1e hand, en wijst op velen die het ook zélf hebben meegemaakt. De mensen in Korinthe kunnen het zo navragen…

De moeite die wij tegenwoordig hebben om werkelijk te geloven, dat is dat wij in wereld leven waar gezegd wordt: ‘Maar dat kán toch niet, opstaan uit de dood!’ Wij denken in natuurwetten en wetenschap, en sluiten een wonder uit… Als je dat soort vooroordelen van ons wereldbeeld even los laat en naar de feiten kijkt die de Bijbel presenteert, dan is het toch wel een erg geloofwaardig verhaal.

Vrouwen hebben op de paasochtend het graf leeg gevonden. Vróuwen! Als die discipelen iets uit hun duim hebben gezogen, dan is dat al een misser, want het getuigenis van vrouwen was toen weinig waard. Feit dus.

Dat het graf leeg was, dat is wel zeker. Zelfs het Sanhedrin heeft dat niet bestreden, maar gezegd dat het lijk van Jezus gestolen was. Feit dus.

Dat er toch iets bijzonders moet zijn geweest, zien we daarin dat Jezus na Pasen opeens door heel veel Joden als God aanbeden wordt. Voor een Jood, die maar één God aanbidt, erg opmerkelijk. Hoe kwamen ze op dat idee? Wij denken dat toen mensen geen gezond verstand bezaten en heel goedgelovig waren, dat ze iets gedroomd hebben of gehallucineerd, maar een opstanding uit de dood dat kende men in het jodendom ook niet!  Er móet iets ongelooflijk bijzonders zijn gebeurd die dag. Feit dus.

En die volgelingen zijn vervolgens met een ongelooflijk vuur en enthousiasme dit verhaal overal gaan vertellen. Je kunt je niet voorstellen dat ze voor een uit hun duim gezogen verhaal zouden hebben willen sterven, maar dat hebben ze wel gedaan. Feit dus.

En als je het nog wat uit wil breiden: 2000 jaar lang hebben miljarden christenen ervaren dat Jezus leeft. Feit dus.

Alles bij elkaar genomen kan ik echt geen andere verklaring voor deze feiten bedenken – ondanks mijn verstandelijke/rationele/moderne bezwaren die zeggen dat het onmogelijk is – dan dat Jezus écht uit de dood is opgestaan. (Tussen twee haakjes: Daarom laat de catechismus deze twijfels en vragen ook liggen. Tussen Rome en Reformatie waren ze het op dit punt gewoon helemaal eens.)

Maar moeten we hier zo lang bij stil staan? Kunnen we niet tegen onszelf of mensen om ons heen zeggen: ‘Joh, maak je niet druk over of die opstanding nu wel of niet gebeurd is, dat is zo moeilijk allemaal, als je maar in God gelooft.’ De verleiding van onze dagen is om het maar in het midden te laten: Of de wereld geschapen is of niet? Ik weet het niet. Of Jezus over het water heeft gelopen? Ik weet het niet. Of er een hel is? Ik weet het niet. Of Jezus uit de dood is opgestaan? Ik weet het niet. Maar ik vind het allemaal wel mooie en inspirerende gedachten. Ik put er wel troost en kracht uit.’

Dan hebben we de apostel Paulus toch echt tegen ons (1 Korinthe 15):

17 En als Christus niet is opgewekt, is uw geloof zinloos; u bent dan nog in uw zonden. 18 Dan zijn ook zij die in Christus ontslapen zijn, verloren. 19 Als wij alleen voor dit leven op Christus onze hoop gevestigd hebben, zijn wij de meest beklagenswaardige van alle mensen.’

Als het allemaal maar verhalen zijn, dan is ‘geloof’ een soort doekje voor het bloeden. Zoals Karl Marx het noemde: ‘opium van het volk’. Iets waarmee je jezelf uiteindelijk voor de gek houdt. De catechismus voelt dat haarfijn als ze zeggen dat als Jezus niet is opgestaan we dan ook niet delen in de gerechtigheid, dat er ook geen nieuw leven in ons zal zijn, en dat er ook voor ons geen opstanding der doden zal komen. Als Jezus alleen maar de gekruisigde is, dan is dat een prachtig voorbeeld van opofferende liefde, en dat kan inspirerend zijn, maar dan is Hij voor ons geen Zaligmaker, geen Redder. Dan is Hij dood en dan staan we er vandaag toch alleen voor. ‘U bent dan nog in uw zonden’, zegt Paulus.

Paulus zegt dat de opstanding van Christus voor ons het fundament van het geloof is. Daarop rust alles. Het zakt als een kaartenhuis in elkaar. Haal de opstanding weg, en je houdt niets meer over. Zelfs God niet. Als God zelfs Zijn eigen Zoon niet kan redden uit de dood, dan stelt Hij niet veel voor of Hij is niet goed en rechtvaardig. Dan is er geen antwoord op de vraag naar het kwaad en lijden in deze wereld.

Gelukkig is Jezus de Levende. En is Hij er voor ons. Dat merkte Johannes op Patmos (Openbaring 1):

17 En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten, en Hij legde Zijn rechterhand op mij en zei tegen mij: Wees niet bevreesd,  Ik ben de Eerste en de Laatste, 18 en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid. Amen.  En Ik heb de sleutels van het rijk van de dood en van de dood zelf. 

Hier verschijnt de nieuwe koning van hemel en aarde. Hij heeft de sleutels. Dat betekent: Hij heeft de macht. Hij regeert. De catechismus zegt dat deze Levende Jezus ons laat delen in Zijn gerechtigheid. Hij is niet alleen aan het kruis voor ons gestorven voor onze zonden, maar kan, omdat Hij leeft, ook actief betrokken zijn bij jou en mij, om ieder van persoonlijk erbij te halen, bij God te brengen en op basis van Zijn volbrachte werk de relatie met God te herstellen.

Maar ‘delen in de gerechtigheid’ is meer dan dat. Het betekent dat je als onderdaan van deze Koning verder door het leven mag. Dat je onder zijn ‘recht’ mag leven, onder zijn ‘hoede’. Jezus heeft zich niet teruggetrokken in de hemel, maar bemoeit zich met ons. Hij deelt uit. Hij zit zelf achter de wereldwijde zending, de  missie van de kerk. Hij zendt en deelt Zijn Geest als de drijvende kracht achter de verkondiging van het evangelie.

Jezus’ boodschap na Pasen is: ‘Wees niet bevreesd.’ Wees niet bang. Vanaf nu mag je leven met Mij, onder Mijn hoede. En Ik heb de dood verslagen. En Ík ben bij je!

Als die Paasboodschap tot je doordringt, als je die verkondiging aanneemt, komt de Levende Zijn opstandingskracht ook in ons hart leggen. Dat klinkt misschien een beetje vaag.  Paulus zegt het zo (Efeze 2):

4 Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft, 5 ook toen wij dood waren door de overtredingen, met Christus levend gemaakt – uit genade bent u zalig geworden – 6 en heeft ons met Hem opgewekt en met Hem in de hemelse gewesten gezet in Christus Jezus.’

Eerst dood, toen levend. Daarbij moet ik altijd denken aan de wijnstokken in mijn tuin. Door de winterkou staan ze er kaal en dor bij, maar dan komt de lente. Er komen bladeren, bloemen en vruchten. Een beeld dat Jezus ook zelf gebruikt voor het effect van Pasen in ons leven. Er komen vruchten van bekering, van gehoorzaamheid aan God en liefde voor de naaste.

Het beste bewijs voor Pasen vind je als het goed is dan ook in je eigen leven. Dat Jezus opstond uit de dood is mooi. Dat de Levende regeert over de hele wereld, is prachtig. Maar het is ook Zijn kracht die je opwekt tot een nieuw leven.

Je bent opgewekt. Mooi woord is dat ‘opgewekt’, dat verbinden wij met een goed humeur, met vreugde en blijdschap. En dat gebeurt in de Bijbel ook. De Levende laat het opborrelen in ons hart, als een bron die nooit uitgeput raakt. Omdat het tot je doordringt: Met Hem, de Levende aan mijn zij, kan het leven niet meer stuk. Eeuwig leven, wordt dat genoemd. Niet iets voor straks, maar nu al.

De Levende wekt ook opstandigheid in ons. Je blijft niet bij de pakken van je zonde neerzitten en ook niet bij de zonden van anderen. Het gaat niet aan om gered te zijn en vervolgens op je lauweren te gaan rusten. De opstanding van Christus moet verkondigd worden in woorden en daden. Niet alleen mijn hart moet nieuw worden, maar de wereld ook. En daar worden we helemaal bij ingeschakeld! 

Als laatste effect van Pasen, noemt de catechismus, dat we er zeker van kunnen zijn dat we straks zullen ‘opstaan in heerlijkheid.’ Wat dat inhoudt wordt later besproken als het aan het einde van de Apostolische Geloofsbelijdenis gaat over de ‘opstanding der doden’.

Maar het gaat hier over de opstanding van Jezus Christus gaan we een stap terug. Dat is een lichamelijke opstanding, het graf was leeg. Dat legt alle nadruk daarop dat dit lichamelijke leven van ons ertoe doet. Het betekent dat het Jezus gaat om dit gebroken leven, om deze gebroken wereld, waarin de dood zo vreselijk bitter is.

22 Want zoals allen in Adam sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. 23 Ieder echter in zijn eigen orde: Christus als Eersteling, daarna wie van Christus zijn, bij Zijn komst. 24 Daarna komt het einde, wanneer Hij het koningschap aan God en de Vader heeft overgegeven, wanneer Hij alle heerschappij en alle macht en kracht heeft tenietgedaan. 25 Want Hij moet Koning zijn, totdat Hij alle vijanden onder Zijn voeten heeft gelegd. 26 De laatste vijand die tenietgedaan wordt, is de dood.

Pasen is een feit in deze wereld waarin wij leven. Wij hebben het niet over iets symbolisch of spiritueels. We moeten het geloof in God niet vergeestelijken. De opstanding van Christus belijden wij met de voeten in de modder. Ja, soms letterlijk, als we rondom een open graf staan. En dat maakt ook dat – hoewel we zeker zijn van die opstanding! – we er toch ook ingehouden over spreken.

Het blijft een wonder, een mysterie hoe wij daarin zullen delen. We hebben geen reden om triomfantelijk te doen te midden van zoveel verdriet. We worden geroepen te volharden in de hoop. Het ondanks alles te blijven geloven. Ook als de moed ons in de schoenen zakt. Als wijzelf die laatste vijand ontmoeten. Dan is er maar één fundament: De Levende Christus is met ons.

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s