Kern van de Bijbel (9) – Jezus in de hemel

Leerdienst over de hemelvaart en wederkomst a.d.h.v. Zondag 18-19 van de Heidelbergse Catechismus.

Christus Pantocrator in de Heilig Grafkerk te Jeruzalem

Gemeente van Jezus Christus,

Onze dochter is deze week jarig. Ze wordt 2. Maar ze weet het zelf nog niet. Het leek ons beter er niet nu al over te beginnen. Als we haar vandaag zouden vertellen dat er allemaal visite komt, en dat er taart zal zijn en cadeautjes. Dan zegt het haar nog niets dat ze eerst nog 4 nachtjes moet slapen. We zouden haar alleen maar gek maken. Van dagen en weken heeft zo’n klein kind nog helemaal geen besef. Je schept alleen maar verwachtingen en vervolgens teleurstelling…

Ik moest daaraan denken bi j het voorbereiden van deze dienst. Jezus heeft eigenlijk wel aan ons verklapt dat er iets moois staat te gebeuren. Dat was ook onvermijdelijk. Toen Jezus opstond uit de dood en Zijn leerlingen Hem weer ontmoeten, toen zagen ze de cadeaus als het ware al voor zich uitgestald staan: Jezus heeft de dood overwonnen! Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Daar wil Hij ons in laten delen. Na Pasen brandt in hen dan ook de verwachting en het ongeduld. We lazen dat ze in Handelingen 1:6 tegen Jezus zeggen:

‘Zij dan die samengekomen waren, vroegen Hem:  Heere, zult U in deze tijd voor Israël het Koninkrijk weer herstellen?’

U laat ons toch niet langer wachten, Heere! We houden het niet meer! We willen er geen nachtje meer over slapen!

Ik hoop dat u dat ook zo gelooft.  Als je tenminste denkt dat er iets van waar is wat er in de Bijbel staat, in het bijzonder over de opstanding van Jezus uit de dood, dan kunnen er mooie dingen gebeuren. Vorige week stonden we erbij stil dat de opstanding van Jezus ook een soort garantie is dat Hij die Goddelijke kracht aan zal wenden om ons persoonlijk van binnen nieuw te maken, maar ook de wereld nieuw te maken. De dood de wereld uit. Geweldig zal dat zijn!

Als geloven in Jezus iets is, dan is het wel een vuurtje dat in je hart is aangestoken, een verlangen dat in je brandt, dat Hij zichzelf in al Zijn glorie zal openbaren. Dat Hij Zijn Koninkrijk definitief zal vestigen. Dat alles wat nu krom en scheef zit in de wereld eindelijk recht zal zijn. Al die beloften staan al in de Bijbel opgetekend. We zijn al lekker gemaakt, zogezegd.

Maar het duurt wel lang, hè. Ik weet niet of u dat wel eens denkt, maar ik wel. Zeker als je geraakt wordt door vreselijke nieuwsberichten over de vervolgde kerk, over natuurrampen of conflicten. Dan denk ik: Nú zou een mooi moment zijn, Heere Jezus, om er eens een punt achter te zetten. Laat ons toch niet verder lijden. Kyrie eleison. Heer, ontferm u. En in je meest twijfelachtige ogenblikken kun je zelfs denken: ‘Dat Koninkrijk van U, komt daar nog wat van?’ Is God er wel? Of is het Hem uit de hand gelopen? Hoe kan dit allemaal?

De hemel kan voor ons dan zo ver weg voelen.

We belijden het prachtig met de catechismus dat hij ‘ons ten goede’ in de hemel is. Hij bidt voor ons bij de Vader. Hij zit als Hoofd van de Kerk aan de rechterhand van de Vader. Hij zendt Zijn Geest uit. Maar het is allemaal zo onzichtbaar. En de hemelvaart van Jezus is al 1985 jaar geleden.

Dit zijn geen verkeerde vragen om te stellen. We hoeven ze niet uit de weg te gaan. De discipelen legden hun vraag bij Jezus neer, en die reageerde niet afwijzend of bestraffend. Ook Johannes de Doper, toen hij in de gevangenis zat, liet zijn leerlingen naar Jezus gaan met de vraag: ‘Bent u het die komen zou, of verwachten wij nog iemand anders?’

Als je jezelf dit soort dingen nooit afvraagt, moet je denk ik eerder vraagtekens zetten bij je geloof als andersom. Als er geen verlangen in je is naar gerechtigheid, naar Gods nieuwe wereld, als je het allemaal wel best vindt, dan is er iets mis. Zoals een kind dat niet uitkijkt naar zijn of haar verjaardag en cadeautjes…

Probleem is dat Jezus zelf niet erg duidelijk is geweest over de exacte tijd tot de wederkomst. Hij zegt ergens dat Hij dat zelf ook niet weet, alleen de Vader weet het. Als je de evangeliën leest, dan kom je echter regelmatig teksten tegen als Mattheus 16:27-28:

‘Want de Zoon des mensen zal komen in de  heerlijkheid van Zijn Vader, met Zijn engelen,  en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn daden. Voorwaar, Ik zeg u: Er zijn sommigen van hen die hier staan, die de dood niet zullen proeven voordat zij de Zoon des mensen hebben zien komen in Zijn Koninkrijk.’

Hoe je het ook wendt of keert, blijkbaar heeft Jezus zelf, in ieder geval vóór zijn kruisiging en opstanding, zelf ook gedacht dat het heel snel zou zijn, dat die generatie van toen het echt mee zou maken, die volkomen vervulling van al Gods beloften: ‘de Zoon des mensen hebben zien komen in Zijn Koninkrijk’. Mattheus, Markus en Lukas geven alle drie uitgebreide preken van Jezus over het einde der tijden, waarvan de tekenen zich al aan kondigen.

In ieder geval hebben zijn leerlingen, de apostelen en Paulus ook, deze woorden zo begrepen dat zijzelf het nog mee zouden maken. Paulus schrijft in zijn brieven regelmatig zó over de wederkomst en de opstanding der doden  (zie 1 Kor 15:51; 1 Thess 4:15) dat je de indrukt krijgt dat hijzelf het elke dag nog verwachtte. Vanmorgen hoorden we ook over de haast en de ernst waarmee Paulus daarom ook door Europa trok om daarvóór nog snel over de redding door Jezus te gaan vertellen. Het is zelfs een teleurstelling geweest voor de eerste christelijke gemeenten toen er gemeenteleden overleden. Die zouden het niet meer mee maken.

Je vraagt je af: Heeft Jezus zich misschien vergist? Dat klinkt ons als een rare, ongepaste vraag in de oren: ‘Jezus, zich vergissen?! Dat kan toch niet!’ Maar vergissen is menselijk. En Jezus was volkomen mens. Dat moeten we niet vergeten.

Vanuit het Jodendom is dit ook het cruciale punt waar de wegen uiteenlopen. Als Jezus werkelijk de Messias was, de Redder, en als het werkelijk zo is dat Hij aan het kruis riep: ‘Het is volbracht’. Waarom ziet de wereld er dan nog ongered en onverlost uit? Waarom is het dan niet overduidelijk dat Hij regeert? Waarom zit Hij niet in Jeruzalem op de troon, maar in de hemel?

Ziet u, de hemelvaart en de wederkomst, die wij elke week belijden met de Apostolische Geloofsbelijdenis. Dat is allemaal niet zo simpel. Dat zouden wij graag willen, dat ons geloof simpel was. Gemakkelijk te begrijpen. Gemakkelijk uit te leggen. Maar zo zit de wereld nu eenmaal niet in elkaar. De Bijbel is ook geen boek met kant-en-klare antwoorden. Ook niet hier over. We tasten. We zoeken. We bidden. We wachten…

Op zich is dat wel heel Bijbels. God laat op zich wachten. Hoelang moesten Abraham en Sara niet wachten op de geboorte van een zoon? 25 jaar. Hoelang moesten de Israëlieten in Egypte niet wachten op de verlossing uit de slavernij? 430 jaar. Hoelang trok het volk niet door de woestijn? 40 jaar. Hoelang moest Israël wel niet in ballingschap? 70 jaar. En hoelang duurde het toen nog tot Jezus geboren werd? 500 jaar. Heel de Bijbel is eigenlijk vol met periodes van wachten en bidden en verlangen naar de vervulling van Gods beloften. 

Heeft Jezus zich vergist? Een betere vraag zou zijn: Hebben wij Hem wel goed begrepen?

Als we het Johannes-evangelie naast die woorden Mattheus leggen, die we net lazen, dan wordt het beeld toch anders. In zijn afscheidswoorden zegt Jezus in Johannes 14:18-23:

‘Ik zal u niet als wezen achterlaten; Ik kom weer naar u toe. Nog een korte tijd en de wereld zal Mij niet meer zien, maar u zult Mij zien, want Ik leef en u zult leven. … Als iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord in acht nemen; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen naar hem toe komen en bij hem intrek nemen.’

Volgens Johannes is het ‘weggaan’ van Jezus verbonden met de dagen dat Jezus in het graf was. En zijn ‘wederkomst’, zogezegd, waren zijn verschijningen na Pasen. De kruisiging is het moment geweest dat Jezus Zijn heerlijkheid toonde als Messias. Toen kwam de Zoon des Mensen in Zijn Koninkrijk. Alle evangelisten vertellen dat er boven Jezus’ hoofd aan het kruis stond: ‘Dit is de koning der Joden’. Een heel ander soort koning, ja, dat wel, dan machthebbers van deze wereld.

Maar Jezus kreeg gelijk: Ze hebben Hem gezien als Koning! Hangend aan het kruis. Stervend voor de verzoening van hun zonden. Biddend voor Zijn vijanden.

En deze Jezus is nooit weggegaan. Ja, lichamelijk is hij in de hemel, zegt de catechismus zo mooi, maar: ‘ naar zijn godheid, majesteit, genade en Geest verlaat Hij ons nooit meer’. Dat is wat Jezus zegt: ‘Als iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord in acht nemen; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen naar hem toe komen en bij hem intrek nemen.’

Te vaak denken we dat Jezus ‘weg’ is. Maar dan hebben we nog niet goed begrijpen dat de heilige Geest de Geest van Christus is. Dat door de heilige Geest, Jezus Christus en de Vader in ons wonen. Beter dan dat kan het niet worden. Daarvoor geldt absoluut: ‘Het is volbracht.’ Die boodschap van het evangelie staat echter zo haaks op onze aardse, menselijke verwachtingen en ideeën, dat we moeite hebben om dat te zien, te ervaren en te waarderen.

In het bijzonder als het dan gaat om de kerk. De kerk is het ‘Lichaam van Christus’ op aarde. Wij denken vaak: De kerk is ook maar een cluppie mensen. Een bijelkaar geraapt zootje soms. Zeker in de wereld is het imago van de kerk ronduit slecht. Maar dat juist in het kerk-zijn en het gemeente-zijn God zelf aanwezig is in ons midden. Dat waar mensen in Zijn Naam samen zijn, Jezus zelf daar is, dat vergeet je zo gemakkelijk.

De catechismus legt er alle nadruk op (antwoord 50): ‘Christus is opgevaren naar de hemel om Zich daar te bewijzen als het Hoofd van zijn christelijke kerk’. Het is als Hoofd van de kerk dat Jezus in de hemel is. En als we ergens moeten zoeken naar Zijn aanwezigheid, naar Zijn werk, naar Zijn regering, dan is het in de kerk. In de eenvoud van de gemeenschap die wij met elkaar vormen, ook hier in Everdingen. In de verkondiging van het evangelie. In de praktijk van ons christelijk leven met elkaar. Daarin voltrekt zich de komst van Jezus Christus in de wereld.

‘Is dat alles?’ Ja, het is allemaal misschien wel wat minder spectaculair dan wij over de wederkomst denken. Onze ideeën daarover zijn sterk gekleurd door de visioenen van Johannes op Patmos. Over legioenen engelen die de wereld overtrekken. Rampen waardoor de wereld vergaat. Mega-oorlogen. Bovennatuurlijke tekenen. Maar dan vergeten we dat dat visioenen zijn, die we niet zo letterlijk moeten lezen. Als het daar gaat over beesten uit de afgrond, en de antichrist, dan dacht men in die tijd aan de hele concrete macht van het Romeinse Rijk dat christenen vervolgde.

De heerlijkheid en de glorie van de Zoon van God bestaat niet in legioenen engelen, paleizen, goud en geweld. Als Hij gewild had, had hij het zo kunnen doen. Maar de Messias, Jezus, kwam ter wereld als de zoon van een timmerman uit Nazareth. ‘Zijn wieg was een kribbe, zijn troon was een kruis.’

Deze nederigheid en dienstbaarheid, de lijdensweg en de grenzeloze liefde, dat waren toen al struikelblokken. We moeten niet denken dat Jezus ná de kruisiging en opstanding opeens heel anders is geworden. Dat nu Hij zit aan de rechterhand van Zijn Vader, dat Hij nu opeens wel het zwaard ter hand zal nemen.

Ja, langzamerhand verovert onze Heere, Jezus Christus, de wereld, maar niet in één grandioze grote klap. Zacharia profeteerde het al:

‘Niet door kracht en niet door geweld, maar door Mijn Geest, zegt de HEERE van de legermachten.’ (Zacharia 4:6)

Dat zijn hele diepe woorden, die laten zien hoe haaks Gods gedachten en plannen en manier van werken staan op deze wereld.

Het verklaart helemaal het misverstand tussen het Jodendom en het Christendom. De joden hadden zolang op de Messias gewacht, dat ze dachten dat alles in één keer nieuw en anders zou worden bij Zijn komst. Deze huidige wereld zou ophouden te bestaan bij de komst van de Messias, en Gods nieuwe wereld zou aanbreken.

God had dat zo kunnen doen. Jezus hád dat zo kunnen doen. Zijn macht is daarvoor groot genoeg. Maar God kón het niet doen, Jezus kón het niet doen, omdat Hij zo niet werkt. Omdat Hij zo niet is. Omdat Hij niet deze hele wereld in één klap weg wil vagen, maar uit onze gebroken wereld een vernieuwde herschapen wereld wil maken. Het blijkt daarom zo te zijn dat de komst van Jezus Christus, Zijn werk als Messias, veel méér werk is, veel díeper werk is, dan wij konden vermoeden.

In het Nieuwe Testament wordt duidelijk dat met de kruisiging en opstanding van Jezus Christus de eindtijd is aangebroken. Wij leven daar ook vandaag de dag midden in. Wij zijn er in de kerk getuige van hoe Hij mensen nieuw maakt. Hoe Hij de wereld nieuw maakt. De tijd tussen de hemelvaart en het laatste oordeel is geen ‘lege tijd’, geen ‘tussentijd’ waarin niets gebeurt. Integendeel: In onze dagen gebeurt het! Zo mogen we om ons heen kijken, zo mogen wij onze tijd beleven.

En van die beweging mogen wij deel uitmaken. Dat is natuurlijk helemaal mooi. Het Koninkrijk van God, dat is niet iets wat straks van boven over ons uitgegoten wordt, maar dat is iets wat in ons hart groeit en in ons leven vruchtdraagt. Jezus is geen dictator, geen alleenheerser, maar Hij schakelt u en mij in. Wij zijn Zijn voeten voor de verspreiding van Zijn boodschap. Wij zijn Zijn mond in het spreken van Gods trouw en genade. Wij zijn Zijn handen om voor de ander te zorgen en te leiden. Wij zijn Zijn armen om te dragen en te troosten. ‘Niet door kracht of geweld, maar door Mijn Geest.’

Misschien zakt de moed je daarbij in de schoenen. Als het van ons moet afhangen… Zit er dan werkelijk vooruitgang in de geschiedenis? Gaat het niet van kwaad tot erger?

Ook dan is het er gevaar dat wij ónze verwachtingen en ideeën  van wat beter is en vooruitgang aan God willen opdringen. We hoeven ons niet ongerust te maken. Hij doet het zoals het goed is. En Zijn werk zal echt ooit wel af Zijn. Petrus schrijft daar zo mooi over in zijn 2e brief (2 Petrus 3:9-10): 

‘De Heere vertraagt de belofte niet  (zoals sommigen dat als traagheid beschouwen),  maar Hij heeft geduld met ons  en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen. Maar de dag van de Heere zal komen  als een dief in de nacht. Dan zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen brandend vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen verbranden. ‘

Waarom het zolang duurt van hemelvaart tot laatste oordeel? ‘Hij heeft geduld met ons.’ Ook wanneer ons geduld al lang op is… En het is geen traagheid, maar ‘Hij wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat alleen tot bekering komen.’ Nou, dan kun je lang wachten. Dat doet Jezus dus ook. Ondanks al het kwaad en het lijden in de wereld, het verdriet en de tranen.  Als wij het niet meer zien zitten. Dan heeft onze Heere Jezus geduld, en wil dat allen tot bekering komen. Geweldig is dat.

Maar Petrus laat er geen onduidelijkheid over bestaan. Ooit, ooit, zal einde er zijn. Als een dief in de nacht. Zo stilletjes. Zo onverwacht. Het komt echt wel. Daar hoeven we niet over in te zitten. En ook voor het einde hoeven we niet bang te zijn. Als Christus als Rechter zal verschijnen en oordelen zal over levenden en doden, dat doet Hij dat niet als een onbekende, maar als de Gekruisigde. Zoals de catechismus het prachtig zegt in antwoord 52: ‘Dat ik in alle droefheid en vervolging met opgeheven hoofd juist Hem als Rechter uit de hemel verwacht, die Zich eerst om mij voor Gods rechterstoel gesteld en heel de vloek van mij weggenomen heeft.’

Wees blij met de genadetijd. Merk de voetstappen van Christus in de wereld door Zijn kerk, door ons leven dat vrucht draagt.

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s