Rode draad van de Bijbel (7) – Brieven van Paulus

Preek in de serie ‘Rode draad van de Bijbel’ over de Brieven van Paulus (Romeinen, Korinthe 2x, Galaten, Efeze*, Kolossenzen, Filippenzen, Thessalonicenzen 2x, Timotheus 2x*, Titus*, Filemon).

Michelangelo Buonarroti: De bekering van Saulus

Gemeente van Jezus Christus,

Krijg je wel eens een brief? Echt zo’n handgeschreven exemplaar? Ik nooit. Mails wel, ja in overvloed. Daar zit ook veel spam tussen. En er komt wel post. Van die computergestuurde mailings. En ja, in de vakantietijd komen er kaartjes van deze en gene vanaf de vakantiebestemming. Maar echt een handgeschreven brief, dat is bijzonder. Het kost tijd om te schrijven. Het kost geld om te versturen. Een persoonlijke brief sturen per post dat kost moeite.

En dat is niet alleen vandaag de dag zo, dat gold in de tijd van de Bijbel nog meer. Ze hadden toen geen telefoon en geen email, dus een brief was de enige manier om op afstand met elkaar te communiceren. Maar papier was enorm duur, en lang niet iedereen kon lezen of schrijven. En er was ook nog geen postbedrijf. Je moest de bezorging zelf regelen. Een brief schrijven, dat deed je niet zomaar. Daarvoor moest je wel een hele goede reden hebben.

Paulus had blijkbaar een goede reden. In de Bijbel zijn ons maar liefst 13* brieven van zijn hand overgeleverd. Het zijn niet de meest geliefde bijbelboekjes. Paulus schrijft met moeilijke woorden en lange zinnen. Ze hebben het imago erg dogmatisch te zijn, saai zelfs. Als preken die over je hoofd heen gaan en je niet raken. Daarom staan we vanmorgen stil bij de vraag: Wat is de rode draad in die brieven? Wat zit er achter? Waarom nam Paulus wel de moeite om zoveel brieven te schrijven?

Daarvoor moeten we allereerst de schrijver van die brieven iets beter leren kennen. Daar worden die brieven al een stuk spannender van. Want die Paulus die had een spannend leven! Op de achterkant van uw blad ziet u alle reizen die Paulus maakte, zoals we ze terug kunnen vinden in het bijbelboek Handelingen. Maar het begon allemaal op de weg naar Damascus, rond het jaar 33. Saulus is onderweg naar Damascus om daar christenen te vervolgen en op te pakken. Als fanatieke Farizeeër wil hij die sekte van Jezus uitroeien met wortel en tak.

Maar dan komt hij Jezus tegen. Of beter gezegd: Jezus komt hém tegen. Jezus verschijnt aan hem en zet hem stil in hemels licht. Het wordt een radicale bekering. Saulus krijgt een nieuw leven, een nieuwe naam, Paulus, ‘de kleine’ betekent dat. Hij, die een vervolger van de gemeente was, die ontzettend leed heeft berokkend, die een vijand was van Jezus, mag nu een dienaar zijn. De diepe verwondering daarover bij Paulus, de diepe blijdschap, dat híj genade ontvangen heeft en vergeving, die ligt aan de basis van heel Paulus’ drang om de wereld over trekken, en die verwondering klinkt keer op keer door in zijn brieven, bijvoorbeeld nog in de eerste brief aan Timotheus, jaren later:

‘Dit is een betrouwbaar woord en alle aanneming waard  dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaars zalig te maken, van wie ik de voornaamste ben.’ (1 Timotheus 1:15)

Er wordt over Paulus wel eens gezegd dat hij zo negatief denkt over de mens. Dat alle mensen zondaren zijn, vijanden van God, alleen maar in staat God en hun naaste te haten. En dat het alleen maar werkelijk goed kan komen met een mens als je Jezus leert kennen. Voor Paulus is dat geen dogmatiek, geen theorie, maar dat is zijn eigen ervaring.

De rode draad in zijn brieven is dan ook niet de somberheid over de mens, maar de verwondering over de ongelooflijke liefde en genade van God in Jezus Christus. Toen Saulus blind op zijn knieën viel in het hemelse licht, toen werd hij niet gedood, niet vernietigd, maar gered en in dienst genomen.

Niet iedereen maakt zo’n bekering mee. Maar heeft u wel eens zo’n moment dat het tot je doordringt, dat het je stil maakt: Het is óók voor míj.

Wat een rottigheid er ook is geweest in mijn leven. Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars zalig te maken. Ook mij! Ook mij! Het is goed, voor eeuwig goed, tussen God en mij!

En als het voor mij kan, kan het ook voor u! Ziet u, dat is de motor achter Paulus’ zendingsdrang. Hij gunt anderen zo van harte wat hijzelf ontvangen heeft door het geloof in Jezus Christus! En Paulus is daarin ontzettend radicaal. Hij gaat alle grenzen over. Niet alleen letterlijk, dat hij naar andere landen gaat, maar ook figuurlijk: Hij gaat over alle sociale grenzen tussen vrije mensen en slaven, armen en rijken, grenzen tussen volken, Jode, Romeinen, Grieken, mannen of vrouwen.

Vanuit zijn eigen ervaring dat al zijn prestaties als wetsgetrouw Farizeeër alleen maar tégen hem werkten, is hij tot de ontdekking gekomen dat er niets is in een mens om genade te verdienen, om vergeven te worden, om een nieuw leven te ontvangen. Dat is volledig Gods goedheid, door de verzoening die Jezus Christus aan het kruis verdiend heeft. Zo schrijft hij aan de mensen in Galaten (een provincie in het huidige Turkije):

‘Daarbij is het niet van belang dat men Jood is of Griek; daarbij is het niet van belang dat men slaaf is of vrije; daarbij is het niet van belang dat men man is of vrouw;  want allen bent u één in Christus Jezus.’ (Galaten 3:28)

In onze moderne oren klinkt dat misschien heel normaal, maar in de oren van zijn tijdgenoten was dit wereldschokkend. Dit zet alles op zijn kop. Voor Joden was het deel van hun identiteit om tot het uitverkoren volk te behoren, het bijzonder voorwerp van Gods trouw te zijn. Door het houden van de wet, in het bijzonder de besnijdenis, dachten Joden een exclusief recht op God te hebben. En nu mag zomaar iedereen erbij horen?

En in de Romeinse samenleving was het standverschil tussen vrijen en slaven, mannen en vrouwen het fundament van de samenleving, Paulus’ ideeën zijn anarchistisch. Alle bestaande machtsverhoudingen worden in één klap van tafel geveegd. Tegenover Jezus Christus is ieder mens gewoon maar een mens. Niet meer en niet minder dan een ander. Stel je voor wat dat doet met het machtige Romeinse Rijk! Er breekt een nieuwe tijd aan!

Dan kun je begrijpen dat Paulus het zwaar te verduren kreeg. Hij somt in zijn brieven wel eens op: hier gevangen gezeten, daar stokslagen gehad, een paar keer gestenigd, keer op keer moeten vluchten. Hij werd uitgespuugd door zijn Farizeese collega’s.

Maar ook binnen de joods-christelijke gemeenten moest hij zich verdedigen. Zelfs voor Petrus en Jakobus en de andere apostelen was Paulus wel héél erg radicaal. In 48/49 is er een grote vergadering van de apostelen in Jeruzalem geweest om te kijken of Paulus niet te ver ging, het apostelconvent. Maar ze kwamen tot de slotsom dat dit echt werk van de Geest was: ‘De Geest doorbreekt de grenzen die door mensen zijn gemaakt.’

Het evangelie van Jezus Christus is explosief materiaal, merk je in Paulus’ eigen leven, maar ook in zijn brieven. En dat merken we zelf toch ook? Als je Jezus Christus leert kennen, wordt je eigen leven opgebroken. Maar ook je gezinsleven, en de cultuur waarin wij leven.  Christenen zijn geen relschoppers, Paulus heeft dat ook nooit willen zijn, maar het zit in het evangelie zelf. Omdat de liefde en de genade van God in Jezus Christus ons betoond alles in een hemels licht zet.

Het christendom vormde de Romeinse cultuur van macht en geweld om in een cultuur van liefde en barmhartigheid. In Europa verrezen er kerken, ziekenhuizen, weeshuizen, armenzorg, scholen. Een nieuwe tijd brak aan, de tijd van Jezus Christus en Zijn Koninkrijk.

Ook in deze dagen zijn het vooral christenen die voedselbanken steunen, die vluchtelingen en illegalen opvangen, die zich als vrijwilliger inzitten voor buren en verenigingen. De genade van Christus voor iedereen daagt ons uit muren af te breken, grenzen te verleggen, ook vandaag de dag. Daar doet u toch aan mee?

De brieven die Paulus schrijft zijn voor het grootste deel gericht aan gemeenten die hij zelf gesticht heeft. Als zendeling is hij door heel Turkije en Griekenland getrokken, en overal vond het evangelie weerklank. Nu moet u niet denken dat er gelijk enorm veel bekeerlingen waren. Paulus heeft drie jaar lang in Korinthe gewerkt en ge-evangeliseerd, en er wordt geschat dat er toen een gemeente van ongeveer 50 christenen was bij zijn vertrek.

Je kunt je voorstellen dat die jonge gemeenten, zo’n kleine minderheid in grote heidense wereldsteden de grootste moeite hadden om op het goede pad te blijven.  Zodra Paulus hoorde van misstanden in een gemeente, in gedrag of door dwaalleer, dan voelde hij zich verantwoordelijk en verplicht om als hun geestelijke vader hen per brief verder te bemoedigen en te onderwijzen. Die persoonlijke en warme banden benadrukt Paulus bijvoorbeeld in zijn brieven aan Thessalonika:

‘…hoezeer wij ingang bij u gekregen hebben en hoe u zich van de afgoden tot God bekeerd hebt om de levende en waarachtige God te dienen, en Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, Die Hij uit de doden heeft opgewekt, namelijk Jezus, Die ons verlost van de komende toorn.’ (1 Thessalonicenzen 1:9-10)

Je proeft in Paulus’ brieven in alles dat het niet om hemzelf gaat. Maar dat hij een passie heeft voor het evangelie, voor Jezus Christus. Dat hij oprecht blij is met vrucht op zijn werk. De rode draad in de brieven van Paulus, is niet Paulus zelf, maar het evangelie dat in deze tekst zo kernachtig is samengevat: Deze mensen in Thessalonika hebben de goede weg gevonden. Ze hebben de afgoden achter zich gelaten. Ze dienen nu de enige levende en waarachtige God. Ze zijn verlost van de komende toorn.

In al Paulus’ brieven zit die urgentie: het is niet maar om het even of het evangelie wordt aangenomen of niet. Er is een nieuwe tijd aangebroken nu Jezus Christus regeert! Binnenkort zal Hij terugkomen en de wereld oordelen. Nú is het nog genadetijd, nu staat de deur bij God nog open. Maar straks zal het te laat zijn. Niet voor niets loopt Paulus zo het vuur uit zijn sloffen. Er zijn zelfs verhalen dat hij ook nog helemaal naar Zuid-Frankrijk en Spanje is geweest op zendingsreis.

Zoveel mogelijk mensen moeten het horen, want zoveel mogelijk mensen moeten gered worden van de komende toorn. Het evangelie, de goede boodschap is, dat het voor iedereen kan. Maar ook dat het alleen maar kan door te geloven in Jezus Christus. Door voor Hem de ware Heer van de wereld de knie te buigen en je restloos in Zijn handen te geven.

Hij schrijft aan de gemeente van Rome:

‘Want ik schaam mij niet voor het Evangelie van Christus,  want het is een kracht van God tot zaligheid [=redding] voor ieder die gelooft, eerst voor de Jood, en ook voor de Griek.’ (Romeinen 1:16)

Die ernst en urgentie van het christelijk geloof mogen we niet vergeten. In onze individuele tijd wordt geloof gezien als iets wat verrijkend is voor jezelf, iets waarvan je een beter mens wordt door hoogstaande normen en waarden. Maar als we Paulus volgen in zijn leven en brieven, dan komt het evangelie in al zijn ernst bij ons binnen: zonder Christus ben je verloren in het oordeel van God, alleen in Christus ben je gered! Nú is de tijd om Hem te gaan dienen.

Laat dat ook vandaag maar goed tot je doordringen.

Als je het verhaal van Paulus’ leven kent, van zijn bekering en zijn zendingsreizen, maar dan ook de kracht waardoor hij gedreven werd, namelijk de verwondering over het evangelie van Jezus Christus, een goede boodschap van genade en redding. ‘Ook voor mij! Ook voor u!’ Dan kun je zijn brieven beter plaatsen.

Paulus dropt niet zomaar ergens het evangelie, maar er is hem alles aan gelegen dat het evangelie aangenomen wordt, en dat er een gemeente ontstaat. En voor zo’n gemeente heeft hij zorg, dat ze leven uit het evangelie. En als hij er niet zelf kan zijn, dan schrijft hij een brief, bijvoorbeeld aan Korinthe:

‘Daarom schrijf ik u dit terwijl ik afwezig ben, opdat ik, wanneer ik aanwezig ben, niet streng hoef op te treden, overeenkomstig de volmacht  die de Heere mij gegeven heeft tot opbouw en niet tot afbraak. Ten slotte, broeders, verblijd u, laat u terechtbrengen, laat u aansporen,  wees eensgezind,  leef in vrede. En de God van de liefde en de vrede zal met u zijn.’ (2 Korinthe 13:10-11)

Geregeld tref je in Paulus brieven iets van frustratie. Dat is de menselijke keerzijde van passie. Paulus wil zó graag dat mensen Jezus Christus kennen én met Hem leven, en dat het nieuwe leven door de Geest van Christus ook echt vorm krijgt, dat hij regelmatig teleurgesteld is en bezorgd en er werkelijk onder lijdt, dat men bijvoorbeeld in Korinthe weer terugvalt in het wettische jodendom of het bandeloze heidendom. Leef nu toch uit het evangelie! Zeker in de briefwisseling met de gemeente in Korinthe knettert het soms.

Tot Paulus gevangen wordt gezet. Tijdens een bezoek aan Jeruzalem in het jaar 57 wordt hij gearresteerd en verdwijnt voor jaren achter de tralies. De brieven die hij daarna schrijft worden wel de ‘gevangenisbrieven’ genoemd. En die zijn anders van toon. Milder. Genadiger. Alsof Paulus dan aan den lijve ervaart: Nu kan ik niets meer doen, niets anders dan bidden en geloven dat Jezus Christus jullie zelf bewaart. In die machteloosheid en zwakheid vindt Paulus een nieuwe bron van blijdschap, zo schrijft hij aan de gemeente in Filippi:

‘Maar al word ik ook als een plengoffer uitgegoten over het offer en de bediening van uw geloof,  ik verblijd mij en ik verblijd mij met u allen.’ (2:17)

Misschien nog wel méér dan in Paulus’ zendingsijver, zien we hier de schat van het evangelie. Niet in het succes, het resultaat, de perfectie, maar juist in de zwakheid wordt Gods kracht openbaar. In de bereidheid om te lijden voor een ander, ga je de weg van Christus. Paulus arriveerde uiteindelijk niet in Rome als gevierd zendeling, maar als arrestant.

Dat geeft hoop, ook voor de kerk vandaag. In vele landen worden gemeenten vervolgd. Geven broeders en zusters hun leven voor Christus. In ons eigen werelddeel, Europa, verdwijnt de kerk naar de marge van de samenleving. Alle reden om te somberen, over het verval van de moraal, over kerksluiting en secularisatie. Maar Paulus ontdekte in zijn eigen leven en geeft dat aan ons door:

Tijden van gevangenschap, tijden van machteloosheid, tijden van lijden omwille van broeders en zusters, tijden van gebed en stilte, dat zijn niet de slechtste tijden. Pas als het graan sterft in de akker, kan het waarlijk vrucht dragen. Dat is het geheim van Christus: door de dood heen kiemt er leven. Laat Hem zijn werk maar doen, in ons, in onze gemeente, het hangt niet van ons af. Het komt goed.

Paulus was vroeger Saulus, een fanatieke, radicale Farizeeër. En hij werd Paulus, een fanatieke, radicale volgeling van Jezus. Dat fanatieke leerde hij langzamerhand af, hij leerde van genade leven. Hij schrijft ergens dat Jezus tegen hemzelf in een visioen gezegd heeft: ‘Mijn genade is u genoeg’. Daar heeft hij een leven lang over moeten doen. Dat is de werkelijke rode draad in zijn leven en brieven. Een rode draad die ontzettend belangrijk is. Ook voor ons. Omdat wij het allemaal moeilijk vinden om werkelijk van genade te leven.

Tijdens zijn gevangenschap in Rome schrijft Paulus in zijn brief aan de gemeente in Kolosse:

‘Pas op dat niemand u als buit meesleept door de filosofie en inhoudsloze verleiding, volgens de overlevering van de mensen, volgens de grondbeginselen van de wereld, maar niet volgens Christus. Want in Hem woont heel de volheid van de Godheid lichamelijk.’ (Kolossenzen 2:9)

Je wordt zo gemakkelijk weer ingepakt door de tijdgeest, ook vandaag. Je laat je meeslepen door de massa. Door meningen die je hoort op tv. Dat de Grieken maar uit de EU moeten. Dat moslims gevaarlijk zijn. Dat je vooral gelukkig moet worden en voor jezelf op moet komen. Dat het leuk is om beroemd en rijk te zijn. Dat je wel een hippe mobiel moet hebben en een gave vakantiebestemming. Je wordt er zo in meegezogen. Prestatie, imago, geluk, materialisme, discriminatie.

Je hebt het allemaal niet nodig als je Christus kent en de kracht van Zijn opstanding. In Hem heb je God. In Hem heb je alles. En hoor je onvoorwaardelijk bij de gemeente van Christus. In de verzoende relatie met God en de vernieuwde gemeenschap met elkaar hoeft dat allemaal niet meer: presteren, pronken met je spullen, je afzetten tegen anderen, je imago oppoetsen. Dat is geen gemakkelijke theorie. Paulus schrijft dit in de gevangenis, als alles hem uit handen is gevallen.

We kunnen alleen tot onze eigen schade en schande zijn brieven verwaarlozen. Ook vandaag klinkt het tot ons: laat je niet meeslepen door de wereld, leef met Jezus Christus, wandel door de Geest. Blijf trouw aan de gemeente. En je zult zelf meemaken wat Paulus meemaakte: groeiende verwondering en blijdschap over de liefde en trouw van God voor zondaren, voor u en mij.

Amen

 

* Het was in de context van deze dienst niet mogelijk om de inleidingsvragen bij alle brieven afzonderlijk aan bod te laten komen. Tegenwoordig wordt door de meerderheid van de bijbelwetenschappers betwijfeld of de pastorale brieven (Timotheus, Titus) en Efeze van Paulus zelf zijn vanwege stijl en inhoud. Zelfs als we deze pseudepigrafie erkennen, kunnen we ze toch alleen maar begrijpen tegen de achtergrond van Paulus’ leven en theologie, omdat ze daar veelvuldig naar verwijzen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s