Wat moet een dominee in het leger?

Preek over 2 Koningen 6,8-23 bij mijn afscheid van Everdingen en bevestiging als krijgsmachtpredikant.

In DT met stola op de preekstoel in Everdingen.

In DT met stola op de preekstoel in Everdingen.

Gemeente van Jezus Christus,

Wat moet een dominee in het leger? Wat dóet een dominee eigenlijk in het leger? Die vraag heb ik veel gekregen afgelopen maanden. Tja, leg dat maar eens uit.

Aan de hand van Elisa moeten we een eind komen. Elisa, de godsman, de profeet, 9e eeuw v.Chr. bewees zijn nut wel in het leger. We lazen het in 2 Koningen. Door Goddelijke openbaring weet hij welke aanvalsplannen de koning van Syrië met zijn generaals bekokstoofd. En hij geeft ze door aan het leger van Israël. Zo´n dominee zou het Nederlandse leger ook wel willen hebben, denk ik.

Maar nee, dat is niet het werk dat ik ga doen. En je kunt je afvragen: Waarom doet Elisa dit wel? Waarom gaat hij zich bemoeien met die oorlog die er kennelijk gaande is tussen Syrië en Israël? Dat is toch helemaal geen werk voor een profeet, een religieuze persoonlijkheid, laat hem lekker bidden en naar de tempel gaan.

De achtergrond van die oorlog kennen we niet eens. De namen van de betreffende koningen staan er niet bij in dit verhaal, dus wie er precies tegen wie vecht is onduidelijk. Waarschijnlijk gaat het over wie er zeggenschap heeft over de winstgevende handelroutes naar het zuiden, naar Arabia. De hoofdstukken hiervóór en hierná in de Bijbel vertellen over meerdere conflicten die er tussen beide landen zijn geweest. Omdat beide koninkrijken ongeveer even groot en sterk zijn, heeft geen van beiden de overhand en moddert het conflict eindeloos voort.

Waarom gaat Elisa zich daar dan mee bemoeien? Een wespennest is het. Hij vertilt zich er ook aan, lijkt in ieder geval in het begin. De koning van Syrië pikt het niet en stuurt een gigantisch leger op Dotan af, waar Elisa verblijft. En Elisa’s hulpje krijgt ’s ochtends vroeg de schrik van zijn leven als hij de totale omsingeling ziet. Hij schreeuwt het uit: ‘Ach, mijn heer, wat moeten wij doen?’

Ja, daar zit je dan met je goede bedoelingen. Elisa probeert de oorlog buiten de deur te houden, maar opeens zit hij er zelf midden in. Misschien heeft u dat ook wel eens zo ervaren. Je probeert grip te houden op je leven, je best te doen op je werk, gezond te blijven, maar al die belangrijke dingen heb je uiteindelijk niet zelf in de hand. Ik heb als dominee de afgelopen jaren in pastorale gesprekken de verhalen gehoord, de pijn geproefd, wat het is om ontslagen te worden, om ziek te worden en niets meer te kunnen, wat het met je doet als relaties stuklopen, in het gezin, tussen vrienden en buren.

En ik heb ook zelf persoonlijk die momenten gehad de afgelopen 5 jaar in mijn werk als jullie dominee.

Toen ik hier kwam, probeerde iets van enthousiasme over te dragen voor de kerk, van liefde voor Jezus Christus, van de rijkdom van de Bijbel. Ik verlangde naar groei in geloof in de gemeente, naar groei in vrijmoedigheid in het uitdragen daarvan in het dorp, naar groei in gemeenschap rond het Avondmaal als broeders en zusters. Maar ik merkte al snel: dat zijn mooie idealen, maar dat is niet maakbaar. Ik had er geen grip op en kreeg er geen grip op.

Ik ging me eigenlijk steeds meer zorgen maken over de toekomst van de kerk in Nederland, maar dan ook in Everdingen, zo’n kleine kwetsbare gemeente als we zijn. Financiën in de rode cijfers, vacatures in het jeugdwerk. Veel werk rust op de schouders van een paar kartrekkers. Jongeren die afhaken van catechisatie. Het zijn signalen van de tijdgeest, van ‘secularisatie’ zoals we dat noemen: de afnemende interesse die we hebben in God en de afnemende relevantie van geloof.

‘Wat moeten we doen?’ roept de dienaar van Elisa. Hij ziet er geen gat meer in.

Wat een contrast met Elisa. Die blijft doodkalm. Irritant kalm bijna. Elisa lijkt wel eens soort supermens in de verhalen over hem. Met een bijzonder lijntje naar de hemel. Wij herkennen onszelf eerder in zijn dienaar, toch? ‘Wees niet bang’, zegt Elisa. ‘Hoezo, wees niet bang?! Zie je die paarden en wagens niet, Elisa?! Waar haal je die kalmte vandaan?’ Dat is misschien wel de belangrijkste vraag vanmiddag. Waar haalt Elisa het vandaan?

Bij God vandaan. Dat antwoord klinkt heel simpel. Maar vanzelfsprekend is het niet. Je zou kunnen zeggen: Wie is nu de belangrijkste speler in dit verhaal? Waar gebeurt het belangrijkste? Dan zijn wij geneigd om te zeggen: Elisa natuurlijk. Hij is de hoofdpersoon. En wat is het belangrijkste: Nou, dat is de afloop van het verhaal. Die prachtige levensles die we daar meekrijgen: Als je een vijandelijk leger goed te eten geeft, gaan ze je daarna niet meer aanvallen. ‘Wie goed doet, goed ontmoet’. Of iets dergelijks. Dat vinden we mooi.

Maar dan denken we wel heel plat. Een beetje zoals de koning van Syrië: Hij denkt ook dat Elisa het probleem is. En dat hij Elisa, die slimmerik, wel te grazen kan nemen als hij ook maar slim is. Daarom stuurt hij zijn leger ’s nachts op Elisa af. Daar verkijkt hij zich op. Hij houdt geen rekening met de God van Wie Elisa zijn kennis ontvangt…

Trouwens de koning van Israël denkt op hetzelfde militair strategische niveau. Als dat Syrische leger zijn stad Samaria binnen komt marcheren, ruikt hij zijn kans. ‘Zal ik hen doden? Zal ik hen doden?’ Het wordt in de tekst twee keer herhaalt. Hij staat te popelen. Hij zál die ellendige Syriërs eens. Daarom moet Elisa hem terechtwijzen. Vers 22 is een beetje gek in de HSV terecht gekomen, in de Nieuwe Bijbelvertaling staat het zo: ‘Hebt ú ze soms met uw eigen wapens krijgsgevangen gemaakt, dat ú hen zou doden?’ Met andere woorden: Koning, denk eens even na Wiens gevangenen dit zijn? Aan Wie danken we dit? Oh ja, God…

En het is die dienaar van Elisa, die ook zo plat denkt. Hij ziet wagens en paarden, een omsingeling, en denkt: ‘Wij zijn verloren. Daar kan niets en niemand nog wat aan doen.’

Herkenbaar toch? Ook voor ons eigen leven. Wij denken zelf de meeste dagen ook zo plat. We geloven al of niet dat er ergens wel iets is, dat God daarboven is, en dat Hij misschien ook wel iets kan. Maar de problemen en vreugden van alle dag, zijn toch meer ons eigen pakkie aan, denken we dan. Daar heeft Hij niet zoveel mee van doen. Wanneer zijn wij nu echt bewust met geloof, met God bezig? Staat dat op de voorgrond in ons leven?

Vaak vergeten wij God gewoon. Dat Hij belangrijk is. Ik ook, hoor. Zeker tijdens de afgelopen intensieve opleidingsweken. Dan zijn er dagen dat je helemaal niet aan Hem denkt. Dat is best wel ernstig. Maar vooral jammer. Als er iets is in ons leven, waar dit verhaal over Elisa ons bij stilzet, dan is het wel dit: Dat als wij geen rekening houden met God, dat wij dan het belangrijkste in ons leven vergeten.

Dat is misschien te gemakkelijk gezegd. Want die dienaar van Elisa, zíet het gewoon niet. Elisa zegt niet tegen zijn dienaar: ‘Jongen, geloof het nou maar. Do’nt worry, be happy. Het komt wel goed.’ Nee, die jongen kán het niet zien.

Daar komen we op een spannend punt. Veel mensen haken af van kerk en geloof, juist omdat ze er niets van zien. We zien de wereld om ons heen, maar God zien wij niet. En op die momenten dat we iets van Hem zouden willen zien, van Zijn ingrijpen, Zijn macht, zijn bescherming, blijft het stil.

Ja, oke. Het is goed om pastoraal bij die ervaring stil te staan.

Een ervaring van alle tijden. Een worsteling van alle tijden, een worsteling die ik zelf ook ken, en die u vast ook kent, maar dat is niet het enige. Hier in de kerk gaat het verhaal vérder. Er is méér. Er is evangelie.

Elisa bidt. ‘HEER, open toch zijn ogen.’

Elisa moet eerst voor zijn dienaar bidden, dat zijn ogen geopend worden, en dán pas ziet hij vurige wagens en paarden die een cordon vormen rond Elisa. In de Bijbel staan die vurige wagens en paarden voor een hemels leger, een leger van engelen, geesten die God gehoorzamen. Een leger dat God nooit werkelijk op aarde inzet overigens. Het staat symbool voor de overweldigende macht en bescherming van God. Voor Gods eigen aanwezigheid. Éven ziet de dienaar met eigen ogen hoe de zaken er werkelijk voorstaan in de wereld. Hoe de werkelijke machtsverhoudingen zijn.

Dat kan dus wel. Dat God je ogen opent. Dat je tot inzicht komt. Tot het inzicht dat God er toe doet. Dat Hij er is. Dat Hij er voor jou is, voor u.

En dat is hier duidelijk een geschenk van boven, het is een geschenk van openheid, van verlichting, van inzicht.

In de loop van mijn jaren hier in Everdingen is dat voor mijzelf steeds belangrijker geworden. Omdat ik merkte dat ikzelf ook vaak was als die dienaar. Dat ik dacht dat ikzelf het werk moest doen. Maar ik zag niet hoe! Ik zag zo weinig van God in mijn eigen leven, in de wereld om mij heen, in de gemeente.

Pas het afgelopen jaar heb ik geleerd (of beter: heeft God mij geleerd, door jullie hier in Everdingen) om ánders te kijken, om nóg eens te kijken. Om oog te hebben voor Gods aanwezigheid. Om het wonder te zien van het kleinste bloemetje in de berm van de Lekdijk. Om elk vriendelijk woord onderling in de gemeente te zien als zegen van God. De fijne sfeer van Avondmaal vieren. De trouwe bezoekers van de Bijbelkring. De kinderen van de zondagsschool die heel zachtjes hun psalm zingen bij sluiting winterwerk.

Je kunt denken: Is dat het nou? Ja, dat is het. Dat wat er is, is al zoveel. Het is een leerproces, om te leren zien. Écht te leren zien. Mensen te zien. Zoals ze zijn. Gods werk te zien. Zijn aanwezigheid. In álles. In al die dingen die wij soms zo gewoon zijn gaan vinden, zo vanzelfsprekend.

Daar hebben wij God zelf voor nodig. Onze verblinding kan Hij verhelpen. Bij ons zitten de luiken zo snel dicht. Zo op onszelf gericht als we zijn. We moeten open gezet worden.

En dat kan dus. Elisa hoeft er maar om te vragen, of het gebeurt. Ik zou zeggen: Dat is iets waarmee wij elkaar moeten helpen. Om God in het oog te houden. Daarom moeten wij voor elkaar bidden.

Daarvoor ga ik nu ook het leger in. Als dominee ben ik daar voor iedereen een levende herinnering aan het feit: Er is méér. Meer dan met wapens bezig zijn, trainen, je land verdedigen, de internationale rechtsorde beschermen. Je bent als militair méér dan een wapensysteem. Je bent een mens. Een mens onder Gods hemel. Scan niet alleen het terrein voor vijandelijke troepen, maar kijk ook eens omhoog.

Daar valt méér te zien dan je denkt. In het Nieuwe Testament is er het opvallende parallel-verhaal van de arrestatie van Jezus. Net als Elisa wordt ook Jezus omsingeld door een grote menigte gewapend met zwaarden en stokken. Op het eerste gezicht denk je: Dit gaat helemaal mis. Één van de discipelen trekt nog zijn zwaard en hakt er op los.

Jezus is hier degene die alles met een andere bril bekijkt. Ook Hij weet zich omringt door meer dan twaalf legioenen engelen. Een legioen in die Romeinse tijd was 6000 man. Oftewel: Jezus is zich bewust van de ware krachtsverhoudingen, zoals ook Elisa dat was. Maar Jezus weet dat uiteindelijk de zwaarden in deze wereld niet in staat zijn de vrede te brengen. Dat je daar God voor nodig hebt. Oorlogen blijven eindeloos. Geweld zorgt alleen maar voor méér geweld.

En daarom geeft Jezus zich gevangen. Dat is Gods weg, zegt Jezus. Gods wil. Op het eerste gezicht lijkt dat onzin. Hoe kan jezelf gevangen laten nemen, laten mishandelen, jezelf laten kruisigen, Gods wil zijn? Hoe kan dat vrede brengen? Dat slaat helemaal nergens op. Had Elisa niet beter die vurige wagens en paarden op de Syriërs los kunnen laten? Dan waren ze vernietigd. Dit verhaal in het Oude Testament lijkt goed te eindigen, maar in vers 24 gaat de oorlog toch gewoon door. Had Jezus niet gewoon ook die twaalf legioenen engelen moeten gebruiken om vrede op aarde te brengen?

Op het eerste gezicht wel. Maar dan verkijken we ons op God, op Jezus. Jezus verdient het dat we nóg eens en nóg eens naar Hem kijken. Hem in het oog houden. Hem op de voet volgen. Want dan zien we, zoals Jezus het ziet ‘dat de Schriften van de profeten vervuld worden.’

Wat is Elisa’s doel? Dat de ogen van de koning van Syrië en de koning van Israël open gaan. Daarom brengt hij die Syrische legers ook even naar Samaria. Zodat die koningen zien dat de wereld niet om hen draait. Dat ook in de politiek en de militaire macht zij totaal afhankelijk zijn van de Ene, de Eeuwige, JHWH, de God van Israël. Dat de wereld altijd al om Hem draait. Dat macht niet iets is wat afgedwongen kan worden, maar wat gegeven wordt. Dat niet wapens, maar genade het werkelijke machtsmiddel is. De kunst om te vergeven. De kunst van het opnieuw bekijken. De kunst van de tweede kans.

Zo is God, zo is Jezus. Dat wil Hij ons geven. Die openheid, die lichtheid, die genade. Met ontzag vertelt de Bijbel het verhaal dat Jezus daarom niet in het graf kon blijven. De dood had geen grip op hem. Zelfs de dood verkeek zich op Hem.

Op het eerste gezicht een ongeloofwaardig verhaal. Maar het verdient onze aandacht. Er is méér dan je denkt. Kijk nog eens. Wees niet te snel met je mening, vertrouw niet teveel op je eigen ervaring en waarneming. Je ogen kunnen je bedriegen. Bid dat God je daarvoor bewaart. Bid om open ogen.

Of de koningen van toen zo blij waren met Elisa, weet ik niet. In dit verhaal probeert de koning van Syrië Elisa te grijpen en te doden. Vanaf vers 24 probeert de koning van Israël hetzelfde. Ook Jezus onderging het lot van arrestatie, omdat Hij de leiders voor de voeten liep. Ook ik zal mijzelf niet heel erg populair maken bij militairen als ik zeg dat ze vooral hun wapens niet moeten gebruiken, omdat geweld geen oplossing is. Al is er ruimte voor nuancering en uitzonderingen, in de kern brengen de Bijbel en de christelijke traditie deze pittige boodschap.

En die moet gezegd worden. Hier in de kerk blijft gepreekt worden, daar ben i,k niet bang voor. Ook nadat ik vandaag afscheid genomen heb. Daar zorgt God zelf voor. Op die macht mogen we vertrouwen als gemeente.

Maar het moet ook gezegd worden in de wereld, in de wereld van Defensie. Dat ga ik doen. Niet arrogant, niet belerend. Misschien zelfs niet eens met woorden, maar met daden. Gewoon door er te zijn. Door mijzelf open en kwetsbaar op te stellen. Door mijn eigen zwakheden te laten zien. Door oprechte aandacht en liefde.

Dat is de weg die ook u als gemeente hier in Everdingen mag gaan. Die blik in de hemel van de dienaar van Elisa, waarin hij de vurige wagens en paarden ziet, dat is geen eindpunt. Juist als je weet van God. Als je Hem gezien hebt in de persoon van Jezus Christus. Als je gezien hebt dat het kruis geen symbool van lijden is, maar de plek van de overwinning van de liefde op de dood. Van de verzoening en genade op het kwaad. Dan ben je geroepen ook zelf die weg te gaan.

Zet de deur van je hart open. Zie de mensen om je heen. Ontferm je. Help ze. Heel concreet wordt dat in deze dagen door vluchtelingen die op de drempel van Nederland staan. Maar ook in het klein. Schrijf nooit mensen af. Ook niet als ze je kwaad berokkenen. Kijk nog eens. Kijk ze in de ogen. En kijk eens in de spiegel. Zie wat God aan het doen is. Met u, met jou, met onze gemeente, met de kerk, met de wereld. Kijk eens goed, en je staat verstelt van Zijn goedheid en trouw, nu en tot in eeuwigheid.

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s