Is Jezus een dinosaurus?

Preek over Johannes 18,33-37.

Nikolaj Ge - Wat is waarheid?

Nikolaj Ge – Wat is waarheid?

Gemeente van Jezus Christus,

Is Jezus een dinosaurus? Dat is de vraag van vandaag.

Dinosaurussen zijn geweldige beesten. Veel jongetjes (en meisjes) hebben er wel een paar om mee te spelen. Van plastic wel te verstaan. Bijvoorbeeld de Tyrannosaurus Rex. 14 meter lang. Die is zo groot dat hij in het echt maar net hier in de kerk zou passen. Een gevaarlijke dinosaurus, want hij eet vlees. Maar kun je die zomaar hier in het echt tegenkomen? Nee. Deze dinosaurus is gelukkig uitgestorven en alle andere soorten ook. Miljoenen jaren geleden al. Ze vinden alleen nog botten in de grond. De Tyrannosaurus was indrukwekkend, de ‘koning van de dinosaurussen’, dat betekent die latijnse naam letterlijk. In Leiden in Naturalis kun je dat binnenkort zien. Dan kun je eromheen lopen. Het skelet bewonderen. Maar bang hoef je er niet voor te zijn. Het is alleen maar interessant…

Is Jezus een soort dinosaurus? Iemand van lang geleden. Die wel interessant is, maar meer niet? Je krijgt dat indruk dat Pilatus Jezus zo bekijkt. Als een curiositeit. ‘Bent ú, bent ú nou de koning van de joden?’ Daar staat Jezus voor de Romeinse prefect van Juda.

Pontius Pilatus was een hoge militair. Afkomstig uit het machtige Rome heeft hij gediend bij de keizerlijke garde. De persoonlijke bewaking van dekeizer. We weten dat uit andere bronnen uit die tijd. Pilatus’ vriend Sejanus zorgde ervoor dat Pilatus in het jaar 26 een mooie baan kreeg als baas van alle Romeinse soldaten in de provincie Judaea. En dan heb je macht. Dan kun je werkelijk doen en laten wat je wilt.

Pilatus nam het ervan. Joodse wetten en gebruiken interesseerden hem niet zo. Joden waren alleen maar lastig en opstandig volk Pilatus stond bekend als wreed en hebzuchtig. In plaats van een aquaduct te bouwen van zijn eigen geld of Romeinse geld, plunderde hij de tempelkas. En toen wegens die heiligschennis in Jeruzalem rellen ontstonden, liet hij door in burger verklede soldaten zo maar in het wilde weg in de menigte mensen neer steken. Een bloedbad. Zo was Pilatus. Dat is wat macht met je doet.

En nu, een paar jaar later, wordt er voor hem een arrestant gebracht, iemand die ‘de koning der joden’ zou zijn. Over deze Jezus heeft hij natuurlijk al gehoord. Een Galileeër, uit Nazareth, een rondtrekkend prediker. Hij zou aardig wat voorstellen. Een potentieel veiligheidsprobleem voor hem, Pilatus, natuurlijk. Veel mensen waren enthousiast over hem. Die Jezus werd in feeststemming Jeruzalem binnengehaald vorige week.  Pilatus is eigenlijk wel nieuwsgierig naar hem.

Tenminste, het is niet helemaal duidelijk hoe je zijn vraag in vers 33 moet horen. ‘Bent U de Koning van de joden?’ Dat kan puur een feitelijke, zelfs strenge vraag zijn, maar er zit meer in. In de grondtekst ligt de klemtoon op ‘U’: ‘U? Bent U de koning van de joden?’ Anders had de nadruk wel gelegen op die titel ‘koning van de joden’. Nu is het meer verbazing: U? Echt? Ik had me toch iets anders bij een koning voorgesteld… Inderdaad ziet Jezus er niet koninklijk uit. Hij is geketend. Hij is de hele nacht verhoord. Bespuugd en bespot. Zijn lip is gescheurd, zijn gezicht is bont en blauw geslagen en opgezet. Zijn kleren bebloed en vies. Daar staat hij dan. ‘U? Bent U nou de koning van de joden waarover zoveel te doen is?’

Ons kan vandaag de dag zomaar hetzelfde overkomen. Toen ik kennismaakte met militairen van mijn bataljon kreeg ik te horen: ‘U? Bent u dominee? Betekent dat dat u ook gelooft en zo?’ Je proeft er bijna zoiets in als: ‘Ik wist niet dat dat nog bestond…’ In gesprekken over God en geloof met mensen die daar helemaal niet mee bekend zijn, proef je vaak best interesse, maar ook een beetje verwondering en neerbuigendheid: ‘Tjonge, dat jij in onze moderne tijd dat nog allemaal geloofd wat in de Bijbel staat…’ Dat soort reacties. Jezus en het christelijk geloof als een soort dinosaurus: Ik dacht dat het allang achterhaald en uitgestorven was, maar wel interessant…

En laten wij ons niet geloviger voordoen dan we zijn. In de praktijk van alledag heb ik er ook moeite mee om in Jezus te geloven. De Bijbel is best een interessant boek. Maar om nou te zeggen dat het heel relevant is, wat er allemaal in staat en wat je hier hoort in de kerk. Doordeweeks als je bezig bent met je werk, je familie, je vrienden, ja dan geloof je ergens wel in Jezus. Maar om nou te zeggen dat je constant aan Hem denkt, of je bewust bent van Zijn aanwezigheid, of nog sterker, in alles probeert om Hem te dienen. Je weet van Gods bestaan, van Jezus, wie Hij was en wat Hij zei. Jezus verschilt dan niet zoveel van een dinosaurus. Die kom je niet op elke straathoek tegen.

Maar Jezus prikt daardoorheen. Bij Pilatus en bij ons vandaag. Jezus antwoordt namelijk niet met een simpel: Nee, dat ben ik niet. Of: Ja, dat ben ik. Dan was Pilatus’ nieuwsgierigheid bevredigd en kon hij weer overgaan tot de orde van de dag. In plaats daarvan stelt Jezus een wedervraag, die Pilatus in de verdediging dringt: ‘Zegt u dit uit uzelf of hebben anderen het u over Mij gezegd?’

Rare vraag, denk je misschien. Wat maakt dat nu uit? En: Natuurlijk heeft Pilatus dat niet zelf bedacht, die titel ‘koning der joden’. Dat is hem via het geruchtencircuit ter ore gekomen, dat werd over Jezus gezegd onder het volk.

In werkelijkheid wás er helemaal geen Joodse koning. Je had wel koning Herodes Antipas. Maar die was geen echte koning: hij was enkel een soort gouverneur in dienst van de Romeinen, en dan nog alleen over Galilea en Perea. Zijn vader Herodes de Grote was degene die alle jongetjes in Bethlehem liet vermoorden, doodsbang dat er een échte ‘koning der joden’ zou opstaan.

In werkelijkheid was het koningshuis van David en het koningschap over heel Israël al eeuwen uitgestorven. Al bleef in de harten van het volk Israël de hoop en het verlangen leven, gevoed door de beloften van God, dat eenmaal… Er weer een Rex zou komen. Een Koning. De Koning. De Messias, de Gezalfde van God.

Jezus prikt met zijn vraag dan ook in Pilatus hart. Waarom wil je dit weten Pilatus? Stel je deze vraag ‘Bent u de koning der joden?’ alleen maar omdat je hem nu eenmaal moet stellen als mijn rechter. Of gaat het jezelf ook aan? Wil je het zelf graag weten? Ben je echt van binnen, van harte in mij geïnteresseerd? Sta je open voor Wie ik ben? Heb je ergens diep in je hart, Pilatus, ook het verlangen naar de koning van de joden, naar een echte koning!

Pilatus zat immers tot zijn lippen in het politieke moeras. Zijn vriend Sejanus in Rome had in het jaar 30 de doodstraf gekregen wegens hoogverraad. Omstreeks de tijd dat Jezus voor Pilatus staat, moet Pilatus geweten hebben dat ook zijn positie op het spel staat. Dat de politieke en militaire werkelijkheid van het Romeinse rijk een slangenkuil is waar je alleen met list en bedrog, door met je ellenbogen te werken, en zo nodig met gif en zwaard, aan de macht kunt komen en blijven.

Zo komt Jezus vraag tot Pilatus: Heb jij mij soms ook nodig, Pilatus? Of niet? Laat je Mij niet binnen in je leven? Trek je je handen weer van Mij af?

Je proeft in dit gedeelte en ook in het begin van hoofdstuk 19 dat Pilatus zich ergens wel tot Jezus aangetrokken voelt. Hij beseft dat Jezus onschuldig is. Hij probeert keer op keer via omwegen Jezus vrij te laten. Ergens heeft Jezus een snaar geraakt diep in Pilatus’ ziel. Maar uiteindelijk geeft Pilatus toe aan de macht: Hij is liever een vriend van de keizer van Rome, dan een vriend van deze vreemde koning der Joden. ‘Ben ik soms een Jood? Uw eigen volk en de overpriesters hebben U aan mij overgeleverd;’ Met andere woorden: Ten diepste kan het mij niet schelen.

Dat is het diepe lijden van Jezus hier. Dit gesprek tussen Pilatus en Jezus doet Jezus misschien wel meer pijn dan de klappen die hij al heeft gehad en dan de geseling die straks gaat komen. Dat hier een mens is, die Hem ten diepste negeert. Die Hem niet hoeft.

Moet je nagaan hoe dat voor Jezus geweest is. Misschien begrijp je dat wel: Niets is zo erg als genegeerd te worden. In elke relatie, huwelijk of vriendschap is er wel eens ruzie. Bots je wel eens met elkaar. Dat is niet zo erg. Dat kan de lucht klaren. Maar als die ander jou negeert. Het niet meer de moeite waard vindt om je te praten. Terwijl jij zoveel van de ander houdt! Dan kwetst dat tot in je ziel.

Dat is wat Jezus hier doorstaat. En wat Hij nog dagelijks doorstaat. Bij al die mensen die Hem ‘wel interessant’ vinden. En zelfs bij ons. Als we in theorie wel in hem geloven, maar in de praktijk langs Hem heen leven. Dan laten we Hem staan met Zijn liefde. Jezus lijdt. Ook vandaag. Ook door u en mij.

Jezus prikt erdoorheen. Gelukkig. En heilzaam. Hij laat Pilatus en ons stilstaan. Jezus komt ook ons tegemoet vandaag. Om te tonen dat Hij niet uitgestorven is. Dat Hij leeft. ‘Hier ben Ik.’ Jezus is naar de wereld gekomen. In de wetenschap dat de wereld Hem niet hoefde. Maar Hij kwam toch. Hij moest komen. Want Zijn liefde voor ons was te groot. Hij kan het niet over Zijn hart verkrijgen om ons verloren te laten gaan. Om Pilatus verloren te laten gaan in het vuile machtsspel van het Romeinse Rijk. Om de wereld in de greep te laten van trots, en egoïsme, van geweld en dood. Al wist Jezus dat Hij dat zou moeten bekopen met veel pijn en lijden, ja met de dood aan het kruis. Als dat moet, dan moet het.

Jezus is koning, maar niet zo’n koning als Pilatus zich voorstelt, doorkneed in de machtspolitiek van Rome. Jezus’ koninkrijk is niet werelds in die zin. ‘Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Als Mijn Koninkrijk van deze wereld was, zouden Mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden overgeleverd zou worden, maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier.’

Jezus is niet gekomen om Zelf groot en sterk te worden. Zijn Koningschap hoeft niet gevestigd te worden met militair geweld, zoals aardse koninkrijken. Zijn dienaren hoeven hem zelfs niet te verdedigen. Het gaat Jezus niet om de macht, maar om de waarheid: ‘Hiervoor ben Ik geboren en hiervoor ben Ik in de wereld gekomen: om voor de waarheid te getuigen.’

Jezus is in persoon Getuige. Hij vertelt ons hoe God echt is. Dat God er echt is. Jezus hoeft dat niet te bewijzen of te bevechten. In de liefde en de rust waarmee Hij met Pilatus in gesprek is. Hoe hij de vernedering ondergaat. Daarin blijkt Zijn koninklijkheid. Daarin schittert het wezen van God. Zijn hoogheid. Zijn geduld. Zijn genade. Zijn liefde.

In Jezus zelf stuiten wij, als wij goed kijken, als wij opletten, op iets dat onze aardse kaders doorbreekt, dat anders is dan alles wat wij in de wereld zien, dat uitstijgt boven ons, dat een antwoord vormt op onze diepste verlangens en dromen, ja  wij stuiten op God zelf.

Jezus doet er alles aan in dit gesprek om dít tot Pilatus door te laten dringen: Je hoeft voor mij niet bang te zijn. Ik wil jouw positie helemaal niet inpikken. Ik ben niet geïnteresseerd in militaire macht. Ik ben geen concurrent van de keizer. Wie en wat Ik ben staat daar zover boven. Mijn Koninkrijk is niet van hier.

Zo staat Jezus ook voor u en mij vanmorgen. Anderen mogen vinden dat Ik achterhaald ben. Dat Ik een dinosaurus ben. Iemand van een ver verleden. Maar vind jij dat ook? Als jij mij zo ziet staat voor Pilatus. Dan heb ik inderdaad niet veel van een koning. Geen dienaren. Geen prachtige gewaden. Geen legers die voor mij vechten. Ik zie er niet uit. Gebonden. Geslagen. Inderdaad. Maar durf je verder te kijken en te denken?  Bewijs Ik juist hiermee niet dat Ik geloof in Mijn missie. Dat Ik dit voor jou overheb, bewijs Ik daarmee niet Gods oneindige liefde voor jou? Dat kan je toch niet koud laten?

‘U bent dus toch een koning?’ zegt Pilatus. Alsof hem iets begint te dagen. Ook hier is het jammer dat we de intonatie van deze woorden niet kennen. Want in plaats van dat vraagteken zou ook een uitroepteken kunnen staan: ‘U bent dus toch een koning!’ Jezus ontkent het niet. Jezus spreekt over ‘mijn koninkrijk’. Pilatus’ vraag of uitroep is geen belijdenis, enkel een logische conclusie.

En inderdaad: Jezus is koning. En niet alleen van de Joden. Hij is de God van hemel en aarde. De koning van alle mensen. ‘De Eerstgeborene uit de doden en de Vorst van de koningen der aarde.’ Wij zijn Zijn onderdanen. En Hij is gekomen naar Zijn Koninkrijk om de wereld te redden. En dat heeft Hij gedaan.

Via de weg van het kruis en het graf is Hij de overwinnaar over de grootste machten van deze wereld, de zonde en de dood. En Hij zit nu op de troon aan de rechterhand van God de Vader. Zijn macht is onbegrensd. Hij zal Koning zijn van nu aan en tot in eeuwigheid. Dat is niet iets van een ver verleden, van de tijd van de dinosaurussen, dat is van vandaag en morgen.

Wie is Jezus? Jezus is de Koning van hemel en aarde. Ook van mijn leven.

Het is belangrijk  om te zien dat Jezus dat bedoelt. Als hij zegt: ‘Mijn Koninkrijk is niet van hier’, dan bedoelt Hij niet dat Hij ergens anders koning is, in de hemel of zo. Of in de toekomst. Nee, het betekent dat Zijn Koninkrijk niet voortkomt uit de wereld, maar van Boven komt, van God vandaan. Jezus’ Koninkrijk is niet ‘werelds’, niet gevestigd met geweld. Het is gewoonweg gegeven. Maar het heeft wel degelijk aardse consequenties. Jezus’ Koninkrijk is niet iets vaags ver weg, ver van ons bed. Nee, het gaat Jezus juist om ons, om onze wereld, om uw en mijn leven.

‘Iedereen die uit de waarheid is, geeft aan Mijn stem gehoor.’ Pilatus doet dat niet. Hij ontmoet Jezus, luistert naar Jezus, maar doet er niets mee. Tenminste, hij denkt er wel even over na. Hij is niet oppervlakkig. Maar uiteindelijk levert hij Jezus over om gekruisigd te worden. Hij roept ‘Wat is waarheid?’ Een soort uitroep waarmee hij Jezus van zichzelf afschuift. Het is een dooddoener. Een manier om de discussie te ontlopen. Om de moeilijke keuzes te ontlopen.

En bij u, jou en mij? Wij ontmoeten Jezus in deze lijdensweken. We kunnen om dat kruis van Hem niet heen. Daar moet je toch iets mee? Je moet toch iets met Jezus… En willen we dat ook niet? Is dat niet precies het geheim van het geloof. Dat wij naar Jezus luisteren, dat wij Hem ontmoeten. En dat het weerklank vind in onze ziel. Dat Hij ons raakt. Met zijn liefde. Wij geven aan Zijn stem gehoor. En dat valt te merken aan de keuzes die wij maken.

Anders blijft Jezus een dinosaurus. Als je alleen zondags in de kerk zit en in Jezus zegt te geloven, maar op je werk het nooit over Hem hebt. En als je geen moeite doet om tijd te nemen voor gebed, en stille tijd. Om te luisteren naar Zijn stem. Om Zijn liefde in je hart te ontvangen. Om vergeving te ontvangen en genade. En als dat niet te merken is in je omgang met je collega’s en klasgenoten. Als ze bij jou niets proeven van liefde en aandacht en de wil om het goede te doen. Dan is Jezus net een dinosaurus. Interessant, maar niet relevant.

Geweldig om te merken bij jezelf als je kunt zeggen: Nee, dat wil ik niet. Dat wil ik Jezus niet aandoen. Na alles wat Hij voor mij gedaan heeft. Ik neem Hem werkelijk serieus. Ik geloof dat Hij leeft. Dat Hij met mij is. Dat Hij mijn koning is. En Hem wil ik dienen

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s