Wie zit er op Jezus te wachten?

Adventspreek over Jakobus 5,7-11.

Afbeeldingsresultaat voor advent deur

Gemeente van Jezus Christus,

Eind september werd ik opnieuw vader, van een jongetje. De laatste weken van de zwangerschap waren het zwaarst. Ik denk dat iedereen die dat van nabij meemaakt dat kan beamen. Niet alleen fysiek, dat geldt vooral voor de vrouw, maar ook mentaal. Je wordt een beetje ongeduldig: je wil die baby die je op de echo hebt gezien nu wel eens vasthouden, kennis maken. En het heeft ook iets spannends, zo’n bevalling. Je wilt dat het nu maar eens gebeurt. En dat het dan ook maar snel weer achter de rug is. Je ziet er naar uit en je ziet er tegen op. Maar bovenal: je hebt er geen controle over, je weet dat het gaat gebeuren, maar niet wanneer. Geduld hebben, moeilijk is dat dan!

Dat zal voor Jozef en Maria niet anders geweest zijn, denk ik dan. Vanaf vandaag is het Advent en leven we toe naar Kerst, naar het feest van de geboorte van Jezus Christus. Wij weten al dat Hij op 25 december geboren wordt. De afspraken voor Kerst, familiediners, kerstzangdiensten, kinderkerstfeest staan vast al in je agenda. Al weten we echt niet of die datum historisch correct is. Maar Jozef en Maria hadden natuurlijk ook geen idee. Ze zit in week 36 van haar zwangerschap en moet nog naar Bethlehem reizen. Maar zij waren wel echt in verwachting. Ze zaten op Jezus te wachten.

Zit u ook op Jezus te wachten? En lukt het u om geduld te hebben? Dat zijn twee vragen. Eerst de eerste maar eens: Zit u op Jezus te wachten? Jakobus zegt dat Jezus gaat komen, vers 8: ‘De komst van de Heere is nabij’. We hoeven met advent niet te doen alsof we nog vóór Jezus geboorte leven. Nee, we vieren zijn eerste komst, we weten van Zijn dood aan het kruis en Zijn opstanding, van Hemelvaart en Pinksteren. Wij zitten als gemeente te wachten op zijn 2e komst, de “wederkomst”.

Tenminste, zit je daar werkelijk op te wachten? Zó te wachten als op de komst van een geboorte? Vind je het maar moeilijk om je geduld te bewaren? Veel mensen hebben het wachten opgegeven. Hebben Jezus naar het rijk van de fabelen verwezen. Ik werk in het leger als krijgsmachtpredikant met veel militairen die “nergens aan doen”, zoals ze zeggen. Die je verbaasd aankijken als je zegt oprecht te geloven dat Jezus Christus in de hemel regeert. En ik snap dat ergens wel. Het is ook niet gemakkelijk uit te leggen, niet gemakkelijk te geloven. We wachten als gemeente al langer dan 9 maanden, tenslotte. We wachten al bijna 2000 jaar. Is dat nog geloofwaardig?

Het kan ook dat je het wachten om andere redenen hebt opgegeven. Dat je er figuurlijk “niet op zit te wachten” dat Jezus voor je deur staat. Zoals de Schriftgeleerden die door Herodes bij zich geroepen worden omdat er Wijzen zijn die een ster gezien hebben. En die dan gelijk op kunnen lepelen dat dat zou kunnen duiden op de geboorte van de Messias in Bethlehem. Schriftgeleerden die “theoretisch” op die Messias zaten te wachten, maar praktisch niet in beweging te krijgen zijn. Het kan zijn dat je zo door je eigen leven in beslag wordt genomen, door je eigen beslommeringen, door je eigen werk en gezin en dromen en plannen, dat de “komst van de Heere” alleen maar lastig zou zijn. Duurt het nog even? Prima toch… Ik breng het geduld nog wel even op.

Waarom moet Jakobus dan christenen zo aansporen tot geduld? Blijkbaar was dat voor hen dan wel moeilijk. Blijkbaar waren ze toen erg ongeduldig! Waarom? Je krijgt de indruk dat de gemeente niet kan wachten tot Jezus er weer is. Ik weet niet of u weleens 112 gebeld heeft. Hopelijk niet. Dat doe je als er met spoed ambulance, politie of brandweer nodig is. En dat is meestal geen goed teken. Meestal is er dan sprake van levensgevaar, en ook van grote paniek. Ik heb het weleens meegemaakt. De minuten die je dan moet wachten… die duren uren.

Iets van die grote nood zit ook achter deze oproep van Jakobus: In het voorgaande gedeelte heeft hij de rijken bestraffend toegesproken “U bent u aan weelde te buiten gegaan op de aarde en hebt uw eigen lusten gevolgd. U hebt uw hart gevoed als op de dag van de slacht. U hebt de rechtvaardige veroordeeld en gedood en hij verzet zich niet tegen u.” De armen worden door hen verdrukt en uitgebuit. Tot in het extreme toe. Jakobus heeft het erover ze werkelijk over lijken zijn gegaan. Als hij zich in vers 7 dan weer tot de ´broeders´ wendt, heb je de indruk dat het vooral die gemeenteleden zijn die hieronder leden. Op meerdere plaatsen in deze brief wordt er trouwens melding gemaakt van verdrukking en vervolging, zie 1,2 ´Acht het enkel vreugde, mijn broeders, wanneer u in allerlei verzoekingen terechtkomt’.

De gemeente ziet uit naar de komst van Jezus, omdat het de komst van de Rechter is (vers 9). Die alles recht zet. Die recht doet. Waarom zitten ze op Jezus te wachten? Omdat ze aan den lijve voelen wat het is om het zonder Hem te doen. Ze voelen zich zoals Israël zich voelde tijdens de slavernij in Egypte. We lazen die teksten uit Exodus 1 en 2. Hoe het volk daar vast zat, gevangen zat, in een systeem van dwangarbeid en onderdrukking. En hoe het volk dan in die nood het uitroept tot God: ‘Het gebeurde vele dagen daarna, toen de koning van Egypte gestorven was, dat de Israëlieten zuchtten en het uitschreeuwden vanwege de slavenarbeid. En hun hulpgeroep vanwege de slavenarbeid steeg omhoog tot God.’

God hoort het. En Hij komt. Hij zendt Mozes als Zijn vertegenwoordiger. God bevrijdt Zijn volk. De slavernij komt ten einde. Het volk is vrij. En Farao komt met zijn leger om in de Rode Zee. Zo doet God recht. Zet God recht.

In de Adventstijd gaat het dáárom. Als je niet op Jezus zit te wachten, denk je blijkbaar dat de wereld wel prima is, zoals hij nu is. Dan moeten jij en ik onszelf echt afvragen of Jakobus het in zijn oordeel over de rijken die ‘aan weelde te buiten gegaan op de aarde en hebt uw eigen lusten gevolgd’ (vers 5) niet over ons heeft… Of je beseft niet hoeveel ellende er in de wereld is. Ik denk dat wij veel te individualistisch zijn geworden, ook in ons geloofsleven. We hebben vaak oogkleppen op, alsof het enige wat er op de wereld toe doet “mijn wereldje” is. Soms schermen we onszelf zelfs af tegen een boze buitenwereld en laten we maar niet tot ons doordringen wat onze eigen rust kan verstoren.

Wat een zegen zou het toch zijn als Jezus vandaag terug zou komen! Een eind aan die gruwelijke burgeroorlog in Syrië, een eind aan IS, een eind aan al de wrede dictators. Maar ook: een einde aan al de ziekenhuizen, omdat er geen zieken meer zijn. Een einde aan honger, een einde aan armoede, een einde aan zonde en kwaad en dood. Je moet wel heel egoïstisch zijn om te zeggen: Laat dat allemaal maar even wachten, want ík heb het hier nog zo goed naar mijn zin. Ik denk dat als wij ons hart openstellen en onze ogen opendoen voor de wereld, dat de verzuchting vanzelf ook uit uw en mijn hart opkomt: “Laat Hem, Jezus Christus, alstublieft snel komen!”

En misschien is dat ook wel heel concreet in je eigen leven. Want het gaat natuurlijk niet alleen om de grote ellende van de wereld. Het gaat ook heel in het klein om jou en u. Want ik geloof gewoon niet dat alles bij ons altijd koek en ei is. Bij mij niet in ieder geval. Als het gaat om gebrokenheid, eenzaamheid, zonde, dan is dat toch geen ver van ons bed-show?

Heb geduld, zegt Jakobus dan. Dat is raar. Je zou juist verwachten dat hij de gemeente prijst omdat ze zo ongeduldig is, zo verlangend naar Jezus’ komst! Zeker als hij er het voorbeeld bijhaalt van een boer die wacht tot de oogst rijp is. Vers 7b ‘’ Je ziet het voor je: er is gesnoeid in de boomgaard, de knoppen lopen uit in de lente, en nu maar wachten. Langzaam groeien de vruchten.

Even dacht ik: er is zo’n oud geestelijk lied ‘Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw’ Een lied dat het lijden hier en nu relativeert. Als een doekje voor het bloeden. Troostend met hoop. Bijna een vlucht in vergeestelijking. Waarom zou je je druk maken? Leun maar achterover. God lost het echt wel voor je op. Doe gewoon lekker je ding. Leef je leven. Maak je niet druk. Bekommer je er niet om.

Misschien komt dat door het woordje ‘geduld’. Dat is tegenwoordig een beetje een soft woord. Geduldige mensen, dat zijn een beetje goedzakken. Die alles maar ‘dulden’, alles toestaan. Die het allemaal maar een beetje over zich heen laten komen.

Maar dan begrijpen we het voorbeeld van die boer verkeerd. Jakobus verwijst met die vroege en late regen naar het klimaat in het land Israël. En met die boer dus naar een boer in Israël. Over het algemeen waren dat kleine arme keuterboertjes met een klein stukje land waar ze in het najaar zaaiden (de vroege regen) en na het voorjaar (van de late regen) oogsten. Tenminste: dat hoopt je. Want tegen die tijd waren je voorraden op, was je op rantsoen. Jij en je hele familie. Van die nieuwe kostbare oogst hing je leven af. Met honger in je buik zou je al aan die vruchten die nog onrijp zijn willen beginnen, maar je moet nog wachten. Je moet het nog even volhouden. Dit voorbeeld gaat niet over een boer die met z’n handen in zijn zakken gemoedelijk een pijpje staat te roken. Maar over een boer die vertrouwt op zijn ervaring dat als de regen gevallen is, dán de oogst komt, hoe moeilijk dat ook kan zijn. En hoe kostbaar dat dan is!

Wees geduldig, zegt Jakobus. Niet: ‘wees gezapig’. Geduld heeft hier de klank van volhouden, volharden. Standvastig zijn in het vertrouwen op God. Dat God doet wat Hij beloofd heeft. Net als die boer, die ervaring heeft met de regen die komt, die uitkomst brengt. Zo hebben wij ervaring met God. Dat God komt en komen zal. Dat is advent: dat wij geduld opbrengen op basis van de bevrijding van Israel uit Egypte. Dat God hoorde en zag, en zich hun lot aantrok. Dat God kwam in Zijn Zoon Jezus Christus naar deze wereld! Toen het tijd was. Toen de tijd vol was. Hij kwam Zelf en droeg het kruis. Het kruis van onze zonde en tekorten. Hij deelde het leven van de armen en verdrukten en lijdenden. Hij nam hen op Zich. Alleen met die ervaring, met die geschiedenis, kunnen wij het opbrengen om nog even te wachten, te dulden, te volharden.

Dat is duidelijk te zien aan die andere twee voorbeelden in vers 10 en 11: de profeten en Job. Voorbeelden uit het Oude Testament waarmee Jakobus wil zeggen: Ook zij hebben geduld moeten hebben. De profeten werden vaak met de nek aangekeken, gevangengezet, soms gedood. Maar uiteindelijk bleken hun woorden, woorden in de Naam van de HEERE gesproken, ware woorden. Ze kregen het te verduren, maar verduurden het, en hun woorden klinken vandaag de dag nog. Zeker in de Adventstijd klinken de beloften van de profeten: ‘Zie een maagd zal zwanger worden en een Zoon baren…’ ‘Uit de afgehouwen stronk van Isai zal een loot voortkomen…’ Jesaja kreeg gelijk… En zo kreeg Job uiteindelijk gelijk. Job wachtte niet rustig en stil af, lees het boek Job maar. Nee, hij was standvastig in het aanroepen van God. In het vertrouwen dat God niet stil zou kunnen blijven.

Dat is geduld met God. Geloof, vertrouwen, ook in de klacht, in de twijfel. Wij hebben God zó leren kennen in Zijn Zoon Jezus Christus, dat Hij het niet kán maken om ons van de honger om te laten komen. Zo ís Hij niet. Hij is, zegt Jakobus terecht, zoals Job merkte, ‘vol ontferming en barmhartig’ (vers 11).

In Jezus Christus is God heel dichtbij gekomen. Hij staat letterlijk voor de deur. Zo is het met Elisabeth als Maria eraan komt. U kent dat verhaal uit Lukas 1 vast wel. Nadat de engel Gabriël bij Maria is geweest en heeft gezegd dat ze zwanger is van de Messias, gaat ze naar haar nicht Elisabeth die óók op een wondere manier zwanger is in haar ouderdom. Elisabeth doet haar deur wagenwijd open voor de Zaligmaker en Zijn moeder. Op ongedachte manier staat God opeens voor haar deur.

Dat het ook anders kan, bewijst de eigenaar van de herberg in Bethlehem. Daar staat heel de geschiedenis van Israël op zijn stoep, ja de God van Israel zelf in de stad van David, maar daarvoor is bij hem geen plek. De deur gaat weer dicht.

Zo staat de Heere Jezus voor de deur, zegt Jakobus. Dat is wel heel dichtbij. Over de vertaling van vers 8 bestaat verschil van mening, je kunt vertalen ‘de komst van de Heere komt eraan’ óf ‘is nabij/dichtbij’ (HSV). Het eerste zegt iets over een voortgaand proces, over iets dat ooit in de toekomst gaat gebeuren. Het tweede ‘is nabij gekomen’ geeft veel meer urgentie aan: het staat op het punt te gebeuren!

Ik denk dat het tweede meer recht doet aan wat Jakobus bedoelt: de tijd begint te dringen! De tijd van de oogst is bijna. Maar je moet het dan wel goed begrijpen: dat zegt niet alleen iets over de toekomst, of die wederkomst nu nog lang duurt of kort duurt. Bij beide zou de gedachte kunnen zijn: Maar de Heere is er nu nog niet, Hij is nu nog ver weg.

Nee, de Rechter staat voor de deur, staat er in vers 9. Jezus Christus staat voor de deur. Je ziet Hem niet, je kunt niet door de deur heen kijken. En soms vraag je je af waar Hij blijft. Maar Hij is er al. Hij staat voor je deur. God is nooit ver weg. Dat denken wij weleens. Dat de hemel ver boven ons hoofd is. Dat het allemaal over ons hoofd en boven onze pet gaat. Maar zo is het niet. Daarom vind ik dit beeld van de deur, en dat Hij ervoor staat zo bemoedigend.

Op onverwachte manieren en ongedachte momenten kan Hij er zomaar al voor jou en u zijn. Bij u zijn. Letterlijk op de stoep, zoals de vluchtelingen en vreemdelingen die in Nederland op onze stoep staan. Arm en berooid. Of we komen Jezus tegen in het meisje dat aanbelt voor een bijdrage in de sponsorloop voor het goede doel. En wat dacht u van dat kerstkaartje met die tekst speciaal voor u, gewoon bij u op de mat gevallen. “Een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Vredevorst …” en het dringt tot je door: Deze Jezus is voor mij gekomen, en nu ook bij mij gekomen.

Ook nu geldt: Je kunt Hem ook voor je deur laten staan. Niet welkom. Weet wat je doet.

Zó leven, in het bewustzijn dat Hij voor de deur staat. Dat elk moment, in het klein ook, het moment kan zijn dat Hij er ís. Dat is niet eenvoudig. Dat wordt constant aangevochten. Daarin verschilt het geloof van het uitzien naar de geboorte van je kind. Dan heb je een uitgerekende datum waar je naartoe leeft. Zoals wij ook toeleven naar 25 december. Maar dat is in het geloof anders. Daar hebben we nóg minder de controle over.

Vandaar die oproep tot geduld, in vers 8 ingevuld als ‘versterk je hart’. Ik moest daarbij denken aan ‘cardiofitness’. Als u wel eens in de sportschool komt, kun je daar kiezen uit krachttraining of cardio. Krachttraining is vooral spierballen kweken. Cardio is vooral werken aan je conditie. In de praktijk betekent dat eindeloos op een home-trainer zitten. Het gaat om de lange duur. En dat vergt regelmaat en hard werk.

Dat is geduld, zegt Jakobus. Geduld is hard werken. Dat is op God blijven vertrouwen, ook als alles tegen zit, als de mensen je tegen vallen. Geduld dat is een 2e en 3e kans geven. Geduld, dat is blijven hopen, ook als anderen de hoop allang hebben opgegeven en cynisch worden. Vandaar dat ‘klaag niet over elkaar’ in vers 9. Dat past niet bij de hoop, bij het geduld. Bij het uithoudingsvermogen van het geloof. Geduld, dat is liefdevol blijven leven. Ook richting de mensen die het volgens jou helemaal fout doen.

Geduld, dat is niet onderuitzakken op de bank en even een uiltje knappen. Geduld is hard werken. Geduld het lijkt soms wel gekkenwerk, maar het is geloofswerk. Omdat wij weten dat de Heere komt. Dat het “Adventstijd” is. Hij staat voor de deur.

Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s