Over boosheid, o.a. van Wilders enz.

Preek gehouden in Hagestein, Lunteren en Poederoijen over Psalm 37.

Afbeeldingsresultaat voor Wilders boos

Foto ANP

Gemeente van Jezus Christus,

‘Wees niet boos op kwaaddoeners.’ Daarmee begint Psalm 37. Een rare zin. Onbegrijpelijk. Toch? Als iemand jou slaat, iets van je afpakt. Zelfs als je broertje of zusje dat doet. Dan wordt je boos toch? Ik heb zelf een paar kleintjes rondlopen van 2 en 3. En ze krijgen nu al wel eens slaande ruzie omdat de één het fietsje van de ander afpakt. En niet alleen bij kinderen gaat dat zo.

In de grote mensenwereld gaat het net zo. Daar is het geen kinderspel, maar serieus. Er lopen nogal wat kwaaddoeners rond in de wereld. Moordenaars, dieven, verkrachters, dictators, pesters, egoïsten, fraudeurs, corrupte politici. Genoeg om werkelijk, en écht serieus, kwaad over te worden en je kwaad over te maken. Terecht! Denk ik dan, en denken wij dan. Natuurlijk je moet je niet zomaar op je tenen laten trappen over peanuts. Een krasje op je auto omdat de buurkinderen onvoorzichtig waren met hun voetbal, dat is vervelend. Maar hopelijk hebben ze een WA-verzekering en het is opgelost. Daar hoef je niet over te ‘onsteken in woede’. Maar over écht onrecht, daar kun je niet, daar mág je toch niet zomaar aan voorbijgaan?

Ontsteek niet in woede over de kwaaddoeners, benijd niet wie onrecht doen.

Wat zit daar achter? Blijkbaar is deze psalm geschreven in een situatie waarin het de slechte mensen voor de wind gaat en de goede mensen het zwaar te verduren hebben. Boven de psalm staat als opschrift ‘Van David’, maar zoals bij veel psalmen zegt dat meer iets over de inhoud dan over de historische oorsprong. In de loop van de tijd begon men dit boven liederen te zetten die ‘davidische kwaliteit’ hadden, die zó goed waren dat ze in de tempel/synagoge gezongen mochten worden.

In de psalm zelf keert elke keer terug dat de vromen, de gelovigen, de rechtvaardigen het land niet meer in bezit hebben, niet meer vrij en in vrede kunnen wonen. Dat geldt voor een groot deel van Israëls geschiedenis. Dat gold in de tijd van de ballingschap in de 6e eeuw voor Christus wel het meest, maar eigenlijk is Israël sinds de tijd van Hizkia (8e eeuw voor Christus) constant schatplichtig geweest aan buitenlandse machten: Assyrië, Babylonië, Perzië, Griekenland, Rome. En in de binnenlandse politiek was het niet veel beter. De meeste koningen sinds Rehabeam waren corrupt en onrechtvaardig. De elite in Jeruzalem liet de armen in de stad en op het platteland creperen als het uit zo kwam. De boeken van de profeten staan vol met kritiek op de sociale ongelijkheid, hebzucht en hoogmoed.

Het was inderdaad voorstelbaar dat je als arme boer óf verschrikkelijk kwaad werd op deze hele bende óf jaloers keek naar degenen die wél in grote paleizen en in weelde konden leven…

En dan toch:

Ontsteek niet in woede over de kwaaddoeners, benijd niet wie onrecht doen.

Ik moest daarbij denken aan de aankomende Tweede Kamerverkiezingen. Geert Wilders van de PVV en andere populisten (50Plus, GeenPeil) léven juist van boosheid. Net als Trump in de VS, LePen in Frankrijk, Pegida in Duistland. Die melken dat uit en moedigen dat aan:

Boosheid tegen de zakkenvullers in Den Haag. Nu lijkt mij dat sowieso onterechte boosheid: onze regering is niet corrupt en onrechtvaardig. Maar zelfs als het terecht zou zijn, omdat er daadwerkelijke problemen zijn, zou de dichter van Psalm 37 zeggen: Op zulke partijen en politici die boosheid, verontwaardiging, woede vertegenwoordigen kun je als gelovige gewoonweg niet stemmen.

Maar waarom dan? Want u merkt wel, dit strijkt ons tegen de haren in. Zeker als het heel concreet wordt in een stemadvies, in een politieke werkelijkheid. Dat gaat in tegen waarden als zelfredzaamheid en assertiviteit die wij tegenwoordig van jongsaf aan aangeleerd krijgen. Als je ergens recht op hebt, moet je dat recht ook verdedigen, dat moet je erop af gaan. Voor jezelf opkomen. Op allerlei manieren leren we onze kinderen om ‘zelfstandig’ te zijn. Al op de basisschool leren ze te kiezen, te plannen, toch? Tot op zekere hoogte is dat goed, maar al heel snel gaan we oprecht denken dat ons leven maakbaar is en dat we er zélf iets van moeten maken. En frustreert het ons als het niet lukt. En worden we ontevreden. En boos.

Psalm 37 zegt dan: Dat is de weg van het ongeloof. Zulke boosheid is ongeloof. Zo’n levenshouding is wantrouwen. Wantrouwen in God, de HEERE. Dat gaat nog even een spa dieper. De dichter is geen moralist, die met een waarschuwend vingertje zegt dat je niet boos mag worden en dat je altijd lief voor elkaar moet zijn. Dat is te simpel. Het gaat veel meer over de onderliggende levenshouding, over je instelling, over je ‘hart’, zoals de Bijbel zo mooi kan zeggen. Het gaat er om of je met God rekent of buiten Hem om.

In vers 2 staat gelijk de reden waarom je niet boos of jaloers hoeft te worden:

Want als gras zullen zij snel verdorren, als groene grasscheutjes zullen zij verwelken.

En vers 9 en 10 borduren daarop voort:

Want de kwaaddoeners zullen uitgeroeid worden, maar wie de HEERE verwachten, die zullen de aarde bezitten. Nog even, en de goddeloze zal er niet meer zijn; u zult op zijn plaats letten, maar hij zal er niet wezen.

Verderop in de psalm keert dezelfde gedachte steeds terug. In het kort: ‘boontje komt om zijn loontje’. De dichter die op leeftijd gekomen is – vers 25 ‘Ik ben jong geweest, ik ben ook oud geworden’ – benadrukt dat dat zijn levenservaring is. Zo gaat dat in de wereld. Daar hoef je niets voor te doen, dat gaat vanzelf. Het kwaad heeft geen duur. Is zelfdestructief. Je ziet dat goed bij dictators als Napoleon en Hitler: ze liepen zichzelf kapot in hun oorlogen. Je ziet het bij populistische politieke partijen die voortkomen uit boosheid: de LPF, Trots op Nederland, de PVV, ze vallen uit elkaar, splinteren vanzelf weer af. Zo werkt ‘kwaad’, het is niet constructief, maar destructief.

Zo ziet deze dichter het. Als constatering niet eens moralistisch. Zoals ‘roken is dodelijk’: dat is gewoonweg een feit. Één op de twee mensen die roken, 50%, overlijdt er vroegtijdig. Negen van de 10 gevallen van longkanker komen door roken. 19.000 kankergevallen per jaar zijn aan roken te wijten in Nederland. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, maar zo werkt het. Wat slecht is voor een mens, wat slecht is voor een samenleving, heeft ook een slechte afloop.

Je hoeft het alleen maar uit te houden en geduld te hebben:

Nog even, en de goddeloze zal er niet meer zijn;

Dat klinkt mooi en hoopvol, maar dat kun je niet bewijzen. Als je zelf onderdrukt wordt, lijdt, ziek bent, arm, vluchteling, dan is de werkelijkheid anders. In de praktijk gaat er toch een heleboel mis. En als het ene kwaad verdwenen is, steekt het andere wel weer de kop op. Assyrië werd afgelost door Babel, en die weer door de Perzen, en toen kwam Rome. Na Hitler had je Stalin, en toen Mao, en toen Saddam en Mugabe en Kim Jong Un en Assad. En wie weet scharen we over een aantal jaar ook Erdogan en Poetin of zelfs Trump in dat rijtje.

Daarom is alleen positivisme niet genoeg om het uit te houden, om geduld te hebben, maar komt het aan op geloof. Geloof in de HEERE, de God van Israël.

De dichter is namelijk niet iemand die gelooft dat het goede in deze wereld uiteindelijk zelf wel zal overwinnen. En dat de mens uiteindelijk toch ten dienste goed is, zodat  langzaam maar zeker deze aarde een fijne plek zal worden. Nee, vers 5 en 6:

Wentel uw weg op de HEERE en vertrouw op Hem: Híj zal het doen. Hij zal uw gerechtigheid tevoorschijn doen komen als het morgenlicht, uw recht doen stralen als de middagzon.

Zie je. Ook de dichter gelooft niet dat alles automatisch wel goed komt als je maar geduld hebt. ‘Wentel uw weg op de HEERE’, dat betekent zoveel als: leidt je leven in vertrouwen op de HEERE. Je levensweg, je doen en laten, je lot, alles wat je hebt en wat je overkomt, dat staat niet los van Hem, maar daar is Hij bij betrokken.

Tenminste, volgens de dichter is dat de keus die je moet maken. Zo te leven. Te leven in geloof. Geloof dat is in deze psalm, in heel de Bijbel trouwens, niet zomaar een theorie, een serie leerstellingen waarin je gelooft. Dat je gelooft dat Jezus de Zoon van God is, dat Hij is gekruisigd en opgestaan uit de dood. Dat zijn gewoonweg feiten. Geloof is, dat je jezelf daaraan toevertrouwd. Dat je leven in het teken van het kruis staat. Geloof is in die zin ook méér dan een persoonlijke relatie met God én meer dan een inspiratiebron voor je dagelijks leven.

Het woord voor vertrouwen dat in deze verzen gebruikt wordt, ‘vertrouw op de HEERE’, dat is geen gevoel, maar zekerheid. Zoals een kind op zijn ouders kan vertrouwen, er zeker van kan zijn dat zijn ouders ervoor zorgen. Je kunt erop rekenen dat je vader en moeder dat doen. Je kunt erop rekenen dat je droog zit in een huis. Je kunt erop rekenen dat je op school leert lezen en schrijven. Je kunt erop rekenen dat ze in het ziekenhuis álles doen om je behandelen voor je ziekte. Je kunt erop rekenen dat je geld bij de bank veilig is.

Zo kun je rekenen op de HEERE. Waarom? ‘Hij zal het doen.’ Alles waarop je rekent, kan soms tegenvallen. De bank let minder goed op je geld, dan je zou willen. Je dak kan lekken. Zelfs ouders laten steken vallen. Maar op de HEERE kun je rekenen. Hij staat garant voor het goede, voor je recht, voorje vrede, voor je toekomst, voor het land dat je toekomt, voor eeuwig.

Ik vind dat moeilijk, eerlijk gezegd. Om echt met de HEERE te rekenen. Op Hem te rekenen. In het leven van alledag. Niet voor niets staat deze psalm in de Bijbel. Niet voor niets is het een aansporing. Een wijze les. Blijkbaar vonden ze het toen ook al moeilijk. En ik denk dat het in onze tijd alleen maar moeilijker is geworden. Want we groeien op en leven in een tijd en in een land waar heel weinig met de HEERE gerekend wordt. Je hebt natuurlijk de vrijheid om te geloven wat je wilt, dat wel, maar de hele sfeer van onze tijd is toch ‘godloos’. En dat ademenen u en ik, en het laat mij niet koud.

Dan is deze psalm een verademing. Een realiteitscheck. O ja, ik sta er niet alleen voor. Wij staan er niet alleen voor. Alleen tegen het onrecht, tegen de ellende, tegen de zonde. We kunnen rekenen op God. Op Zijn doen. Zijn ingrijpen. Zijn handelen. Zijn optreden. Het slot van de psalm luidt, vers 40:

De HEERE zal hen helpen en hen bevrijden; Hij zal hen bevrijden van de goddelozen en hen verlossen, want zij hebben tot Hem de toevlucht genomen.

In Jezus Christus zijn deze woorden vervuld. God is zelf naar de aarde gekomen. Hij heeft ingegrepen. Hij is de dood ingegaan en heeft de dood overwonnen. Hij heeft het kwaad op zich genomen. Ook ons kwaad, onze zonden. Want niet automatisch kunnen wij ons identificeren met de ‘vromen’ in deze psalm. Misschien horen wij wel bij de ‘overtreders die weggevaagd worden’. Met de komst van Jezus Christus en in het geloof dat Hij regeert over de wereld in het groot, en dat Hij zich bemoeit met mijn kleine leven hier in Hagestein/Lunteren, daarin begint het morgenlicht te schijnen, dat eens zal stralen als de middagzon.

Daar staat de HEERE zelf garant voor. Zo is Hij. Zo doet Hij. Daar mag je op rekenen. Een verademing is dat. Weldadig.

Zo kun je vers 3 en 4 begrijpen:

Vertrouw op de HEERE en doe het goede; bewoon de aarde en voed u met trouw. Schep vreugde in de HEERE, dan zal Hij u geven wat uw hart verlangt.

Dat betekent niet dat geloven in God als het ware een doekje voor het bloeden is, een soort terugtrekkende beweging. Alsof je denkt: ‘De wereld is slecht, ik trek me wel terug in mijn eigen huis en familiekring. Ik doe daar gewoon mijn best en over de rest bekommer ik me niet. En mijn geloof geeft mij een fijn gevoel.’

Nee, integendeel. Het is juist met beide benen in de modder staan, vechten tegen de bierkaai. Gekkenwerk van het geloof. Niet kwaad worden op de kwaden, maar kwaad met goed vergelden. Je vijand liefhebben. Als iemand je dwingt je jas af te staan, je trui erbijgeven. Het goede doen op een aarde die vergeven is van het kwaad. Gewoon omdat het kan.

Het is de weg van Jezus Christus. De theologie van het kruis. Totaal af kunnen zien van jezelf, omdat je rekent op de HEERE. Dat Hij alleen van doorslaggevende betekenis is. Omdat je met Hem alleen tevreden hebt leren zijn. Hij, God van hemel en aarde, legt méér gewicht in schaal dan al het andere samen.

‘Schep vreugde in de HEERE’, m.a.w. ‘geniet geweldig, met volle teugen van Hem’. Omdat onze God zo geweldig is: Zo geweldig goed. Zo’n bron van liefde. Onmetelijk wijs. Heerlijk. Onuitputtelijk in schoonheid. Onvoorstelbaar rechtvaardig, trouw, eerlijk. Hij is alles wat je nodig hebt. En je zit nooit meer om iets verlegen.

Dat vandaag de dag het populisme hoogtij viert – Wilders staat in de peilingen aan kop op bijna 30 zetels – dat komt door een diepliggende ontevredenheid. Een leegte van het hart. In die leegte groeit boosheid en jaloersheid welig. In die leegte is het ik alleen met zichzelf. En daarom alleen met zichzelf bezig. En dan wordt je bang voor een ander. Bang voor de islam. Omdat je er voor je gevoel alleen voor staat.

De HEERE vult de leegte in je hart. Hij vervult de verlangens van je hart, zegt de dichter zelf. Wees tevreden met Hem. Wees blij met de HEERE. Dat je Hem mag kennen. Dat je bij Hem mag horen. En dat Hij daadwerkelijk betrokken is op jou en op u. Dan ben je goed af, nu en voor eeuwig!

We mogen de rijkdom hiervan van onszelf herontdekken. De rijkdom van het geloof in Jezus Christus. Het is het beste, en enige echte, medicijn tegen. Omdat Jezus Christus echt is. Omdat Zijn kruis werkelijk in de wereld stond. Omdat Hij leeft.

‘Schep vreugde in de HEERE’, dat zijn woorden om mee te dragen, te overpeinzen. Uit te leven. Uit te stralen. Dat kan alleen als je Hem kent. Als je Hem hebt leren kennen. Dan wil je niet meer anders.

Heel deze psalm, heel het bijbelse geloof, heel de geschiedenis van Israël, heel het evangelie van Jezus Christus is hierin samen te vatten: ‘Schep vreugde in de HEERE’. Volhouden en volharden in het geloof dat deze wereld uiteindelijk om Hem draait, dat wij ten diepste op Hem aangelegd zijn, dat wij daarom alleen ten diepste gelukkig kunnen zijn als Hij in het middelpunt staat van ons leven. De HEERE, de Almachtige, die het in deze wereld niet uit de hand loopt. Omdat Hij goed is en het recht liefheeft. Omdat Hij woord houdt en trouw blijft.

Op Hem lopen daarom al ons kwaad en onze zonden stuk, ja de dood zelf heeft Hem niet stuk gekregen. Hij is de rots waarop je bouwt of de rots waarop je uiteindelijk stuk loopt. Om de HEERE heen kan uiteindelijk niemand. Je kunt maar beter op Hem rekenen en mét Hem rekenen dus…

Deze psalm heeft de toon van het evangelie van Jezus Christus. Bijna letterlijk keren teksten uit deze psalm terug in de bergrede, in het evangelie van Mattheus 5:1-12.

Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.

Let wel: dit alles, dit leven met God, dit genieten van HEERE om Wie Hij is, dat blijft onlosmakelijk verbonden met de aarde, met het land, met het concrete leven, met het wonen en werken. En het blijft daarom ook aangevochten. Stukwerk. Het is een pijnlijk contrast met de wereld die we om ons heen zien, en met de gebroken werkelijkheid die we soms aan den lijve ervaren.

De zaligsprekingen zijn geen echter geen wensdromen, geen opium voor het volk, maar een concrete verwachting. Zó zal de aarde eruit zien als het Koninkrijk van Jezus Christus in al zijn volheid gekomen is. En omdat alleen ‘nog maar even’ duurt, beginnen wij als gelovigen alvast te leven alsof het zover is. Verblijden en verheugen we ons. Of zwijgen we en verwachten we. Want ondertussen kan het best lang duren. Vers 7 ‘Zwijg voor de HEERE en verwacht Hem;’

Die zachtmoedigheid heeft alles met dat zwijgen te maken. Ze kenmerken de gelovige levenshouding. Het besef dat het leven ingewikkeld is, gecompliceerd. Goed en kwaad liggen soms heel dichtbij elkaar, vaak moeten we kiezen uit twee kwaden. Zeker in de politiek is dat zichtbaar: wat precies goed is voor de economie, of hoe de zorg georganiseerd moet worden, of hoe we omgaan met immigratie van vluchtelingen en asielzoekers en hoe inburgering dan plaats vindt, en of we nu méér of mínder Europa moeten hebben, daar heeft niemand het gouden recept voor.

Dat moeten we van politici dus ook niet verwachten. Zoals we dat ook van onszelf niet moeten verwachten. Soms past het ons onze mond te houden. Alleen maar te luisteren. Te zoeken. Te proberen. Te tasten. Samen. Daarin past niet het bouwen van muren of hekken en het slopen van moskees of het verbieden van de Koran, zoals Wilders wil. ‘Laat uw woede bedaren en laat uw grimmigheid varen; ontsteek niet in woede – het brengt slechts kwaad.’ Vers 8. In het politieke leven, maar zeker ook in het persoonlijk leven, in het gelovig leven, zoeken we de rust, de vrede.

We leven in het geloof dat we de echte tevredenheid, de vrede van ons hart, vinden bij de HEERE, en dat Hij zal zorgen dat eens de wereld vol is van die vrede. Ondertussen oefenen we ons in het geloofswerk van het zachtmoedig zijn: tegen de klippen op genadig zijn, gunnen, geven, lenen en ontfermen. Want alleen dat heeft de toekomst. Want de toekomst is van Jezus Christus.

Amen

Advertenties

Gefeliciteerd!

Preek over Mattheus 5:1-12 in een serie over de Bergrede te Everdingen.

Károly Ferency – Sermon on the Mountain (1896)

Gemeente van Jezus Christus,

Gefeliciteerd, van harte gefeliciteerd. Vanmorgen heeft u de beste keus van uw leven gemaakt: Je bent naar de kerk gekomen. Gefeliciteerd, want vanmorgen hoort u dat u zalig wordt. En hoe! Want Jezus zélf feliciteert ons vanmorgen. Zo zou je dat woord ‘zalig’ kunnen vertalen: Zalig zijn de armen van geest. Gelukkig, te feliciteren zijn de armen van geest.

Vanmorgen in de kerk gebeurt er dus net zoiets als van de week gebeurde in de Angniese van Langerakdreef in Vianen. U heeft het vast op de voorpagina van de Vijfheerenlanden zien staan: De Jackpotkanjer van de postcodeloterij viel in die straat in Vianen. 10 miljoen euro mochten ze daar met elkaar verdelen. Dat kwam neer op 434.782 euro per lot. Zo komen ze je dat vertellen: ‘Gefeliciteerd, uw lot heeft prijs. Houdt u vast: u deelt mee in de Jackpot van 10 miljoen euro.’ Op de foto zie je allemaal uitgelaten mensen. Ja, het zal je maar overkomen. Wat kun je allemaal niet met zo’n bedrag doen.

Maar wij hoeven het vanmorgen niet met minder te doen hoor! Jezus doet niet onder voor de Postcodeloterij, echt niet! Jezus zegt: Ik feliciteer de armen van geest, want voor hen is het Koninkrijk der hemelen! En in vers 6: Ik feliciteer de zachtmoedigen, want zij zullen heel de aarde erven. Nu, dat is pas een Jackpot! Héél de aarde! Dat is nog een categorie hoger. Zodat we kunnen zeggen: Toch is het beter híer in de kerk te zitten vanmorgen, dan dat je in de Angniese van Langerakdreef in Vianen woont met zo’n mega-geldbedrag in handen. Hier is meer te halen!

Misschien bevreemd het u, als ik zo spreek over ‘hier in de kerk valt veel te halen’. Daar hebt je nu nog nooit wat van gemerkt. Integendeel. We hebben meestal 3, soms wel vier collectes. Daar wordt je toch wel geacht wat in te doen. En daarnaast: de kerkrentmeesters sturen altijd een brief met actie kerkbalans. En dan nog die bazaar van een paar weken terug: opnieuw diep in de buidel tasten! Een krentenbrood voor honderd euro werd er geveild aan het einde van de avond.

Nee, als je al wat krijgt in de kerk, dan is dat niet handje-kontantje. En misschien zegt u ook wel: Daarvoor kom ik ook helemaal niet. Om hier iets te halen. Zo mag je over God toch ook helemaal niet spreken. Wij hebben toch helemaal niets te willen of te krijgen? We hoorden vanmorgen de Tien Geboden. Het is toch de bedoeling dat we die houden, dat wij ons daarvoor inspannen. Dat wij God proberen te volgen in dit leven, en dat is toch vooral afzien. Strijden tegen de zonde en zo. Ergens heb je wel in je achterhoofd: Als ik maar goed leef, dan mag ik later vast in de hemel komen. Maar dáárom doe je het toch niet? Het gaat in de kerk toch niet om hebzucht, om de hemel met alle rijkdom en heerlijkheid. Geloven doe je toch niet om er béter van te worden, maar omdat God dat waard is. Omdat God God is. Om wille van Zijn liefde.

Dat is heel mooi, als u dat zo ziet en gelooft. Daarmee raak je zeker de kern. Ja, daarom gaat het ons ten diepste hier in de kerk: Om de liefde van God en de liefde tot God, die als het goed is uitstraalt naar de mensen om ons heen en zo zichtbaar wordt in ons leven. Maar het is niet het enige. Er valt wel meer te zeggen. Heel de Bijbel door zien we ook dat God de mensen die bij Hem horen wil zegenen.

Dat begon bij Adam en Eva: voor hen schiep Hij een hele wereld van overvloed, waar ze onbeperkt van mochten genieten. Hij zegende de aartsvaders Abraham, Izaak en Jakob met grote kudden vee en rijkdom. Zij leden geen gebrek omdat zij God dienden. God belooft hen zelfs het hele land Kanaän, wat ook werkelijkheid wordt als het volk Israël onder Jozua het land in bezit mag nemen. Een land vloeiende van melk en honing. Met druiventrossen zo groot dat je ze met een paar man moet dragen. Zo lees je in Deuteronomium 28 dat Mozes mag beloven: ‘Gezegend zult u zijn in de stad, en gezegend zult u zijn op het veld. Gezegend zal zijn de vrucht van uw schoot, de vrucht van uw land en de vrucht van uw vee, de dracht van uw koeien en de jongen van uw kleinvee. Gezegend zal zijn uw korf en uw baktrog.’

Dat klinkt goed toch? Daar mag je op rekenen als je bij God hoort. En die lijn zet Jezus voort! Gezegend, gefeliciteerd, zalig ben je. En je ontvangt hier in de kerk de belofte: Voor u is de hemel op aarde, het Koninkrijk der hemelen voor eeuwig en altijd. Gefeliciteerd. 

Wacht even, zegt u, Jezus feliciteert toch niet per se míj. Hij spreekt toch niet míj zalig. Wij lezen dit toch in de Bijbel, dat Hij dat daar tegen zijn discipelen zegt. Dat is een kleine kring om Jezus heen. Dat zijn maar 12 mensen. In hoofdstuk 4 van Mattheus staat hoe Jezus begint met zijn openbaar optreden onder de mensen en de eerste discipelen roept om Hem te volgen. Er staat ook dat er een grote menigte naar Hem toe komt, omdat Hij al hun kwalen en ziekten kan genezen. ‘Een grote menigten volgden Hem, uit Galilea en Dekapolis, uit Jeruzalem en Judea en van over de Jordaan.’

Maar in vers 1 van hoofdstuk 5 lijkt Jezus zich een beetje terug te trekken. Hij klimt een berg op en zijn discipelen staan om Hem heen. We kunnen hieruit afleiden dat de menigte wel hóórde wat Jezus vertelde, maar Hij vertelde het toch in de eerste plaats aan zijn eigen discipelen. Je zou kunnen zeggen: Er wonen ook heel veel mensen in de Angniese van Langerakdreef die wél hun buren heel erg blij zien, díe werden gefeliciteerd, maar zij niet. Gaat dat dan bij Jezus net zo? Dat zou wel heel triest zijn: Sorry, jij hebt geen lot uit te loterij. Jezus heeft jou niet getrokken, dus helaas. Geen Koninkrijk der hemelen voor jou.

Gelukkig niet. Jezus zegt niet: Gefeliciteerd, discipel van mij, want voor jou is het Koninkrijk der hemelen. Nee, Hij gaat niet uit van een uiterlijk criterium. De dingen die Jezus noemt in die zaligspreking hebben veel meer een innerlijk karakter.

Laten we ze eens langs lopen. Jezus feliciteert mensen die arm van geest zijn. Wat is dat? Arm van geest? De armen, dat zijn mensen die niets hebben. Economisch gedupeerden. Helemaal in de tijd van Jezus, toen er nog geen sociale voorzieningen waren. In het Oude Testament zijn de armen dan ook een groep die Gods bijzondere zorg en aandacht kregen. Profeten roepen er ook steeds toe op de armen te helpen. Daardoor kreeg ‘arm-zijn’ een bijzondere godsdienstige betekenis: Armen, dat zijn mensen die het zélf niet redden in het leven en daarom moeten leven van wat God hen geeft, van Gods zorg voor hen. Dat bedoelt Mattheus met die toevoeging: arm van geest. Ja, dat zijn economisch armen, maar breder of dieper ook gééstelijk armen. Bent u arm van geest? Wie van ons is er eigenlijk arm? Wij kunnen best voor onszelf zorgen, daar hebben we God niet voor nodig.

Dan feliciteert Jezus mensen die treuren, die verdrietig zijn. We zijn allemaal wel eens verdrietig denk ik. Dat gaat diep. In de Bijbel gaat het nog dieper als bedacht wordt dat alle verdriet voortkomt uit de zonde en ellende die in deze wereld is. Verdriet is een teken dat het Koninkrijk van God nog niet is aangebroken. Treuren, dat is dus: uitzien, zuchten, verlangen naar dat Koninkrijk. Ja, verlangt u daarnaar?

De derde keer feliciteert Jezus de zachtmoedigen. Dat zijn de zachte mensen, mild, vriendelijk, mensen die over zich heen laten lopen. Mensen die niet zo in aanzien staan in deze wereld. Mensen zonder macht en kracht. Jezus feliciteert dat soort mens, maar dat is niet echt ons ideaal: Wij houden van stevige mensen, die opkomen voor zichzelf, die vooruitkomen in de wereld. Dit is zo soft.

Dan feliciteert Jezus mensen die honger en dorst hebben naar gerechtigheid: Dat zijn mensen die rechtvaardig leven, nét zo’n eerste levensbehoefte vinden als eten en drinken. Komt dat ook voor in jouw prioriteitenlijstje?

Als vijfde verklaart Jezus mensen zalig die barmhartig zijn, die zich ontfermen over anderen, een hart vol medelijden hebben. Nou, met medelijden kom je niet zover meer tegenwoordig. Het is ieder voor zich en eigen verantwoordelijkheid. Wie heeft er medelijden met de Grieken die in crisis zijn?

Vervolgens feliciteert Jezus reinen van hart. Nou, die kunnen we wel overslaan. Rein, dat wil zeggen: integer, met heel je wezen gericht op het doen van Gods wil. Dat willen wij ook wel, maar soms ook niet.

Zalig zijn de vredestichters. Dat is een mooie: Niet alleen vredelievend, maar ook: actief je inzetten om vrede te stichten. Als we er daar eens méér van hadden in de wereld. In Palestina, in Afghanistan, in Somalië, in de Nederlandse politiek, op je werk, in de familie. Dat zou prachtig zijn. Maar die groep is wel klein hoor. Hiervoor geldt hetzelfde als voor die zachtmoedigen: Van die zachte mensen, daar heb je er niet zoveel van.

Als laatste feliciteert Jezus de mensen die vervolgd worden omdat ze leven zoals God het wil: rechtvaardig. Of omwille van Jezus zelf. Nou, dat geldt al niet zo voor ons, want vervolging kennen wij niet zo in Nederland.

Nou, als wij onszelf zo langs die zaligsprekingen leggen, dan ga je nog twijfelen ook: Feliciteert Jezus mij eigenlijk wel? Ik zit hier wel in de kerk, maar de dingen die Jezus noemt, die durf ik niet zomaar op mijzelf toe te passen. Sommige dingen heb ik wel of een beetje, maar andere niet!

Gemeente, als je zó de Bijbel gaat lezen, dan wordt je niet vrolijk. Als je zó de zaligsprekingen leest, als een opsomming van vereisten. Waar je aan moet voldoen vóór je mag delen in de Gods genade. Vóór je het Koninkrijk ontvangt. Dan wordt het cirkeltje van mensen die gefeliciteerd worden wel héél mager. En zo kennen we God niet! God is niet iemand die zo min mogelijk mensen gelukkig wil maken, maar zo véél mogelijk. Daarvoor is Jezus gekomen. Jezus bracht dat al in de praktijk: Hij heeft al vele mensen genezen. Hij bracht het Evangelie, de goede boodschap van het Koninkrijk. En dat doet Hij niet enghartig, maar ruim. Iedereen mag en moet het horen.

En Jezus’ eerste toespraak in het Mattheus-evangelie vinden we dan hier in de bergrede. En het éérste woordje wat Jezus dan uitspreekt is: Gefeliciteerd. In de rest van de bergrede komt best ook nog wel het één en ander aan de orde, over hoe volgelingen van Jezus moeten leven in deze wereld. Maar vóórdat Jezus hen dat vertelt, vóór de eisen uit, gaat de genade. Daarin zit ook een opmerkelijke parallel met het Oude Testament.

Je zou kunnen zeggen dat Jezus hier een nieuw Mozes is. Die klom de Sinaï op om daar Gods wetten in ontvangst te nemen. Het eerste daarvan zijn de Tien Geboden. Maar ook die beginnen met de woorden, zoals we vanmorgen ook weer hoorden: ‘Ik ben de HEERE Uw God, die u uit het slavenhuis van Egypte bevrijdt heeft.’ Dat was Gods genade: Zijn bevrijding van het volk, en dat Hij nu hun God wilde zijn. Precies zo, staat ook hier van Jezus dat Hij een berg opgaat en gaat zitten om onderwijs te geven. En dan spitsen wij onze oren, want daar gaat dus een openbaring komen, een nieuwe genadeverkondiging van Gód uit. Met dat gezag spreekt Jezus hier.

En ook Jezus begint niet met een heel eisenpakket, maar met zaligsprekingen. Jezus bedoelt met die armen van geest, treurenden, zachtmoedigen, barmhartigen, etc. niet dat wij dat moeten worden, of dat wij dat moeten gaan doen. Wij moeten dat niet opvatten als een opdracht. Nee, het is juist opvallend dat ál die dingen juist gaan over gebrek hebben: Het gaat over mensen die arm zijn van geest. En die dus niet hebben. Die honger hebben naar de gerechtigheid, maar dat nog niet bereikt hebben.

Die vrede willen maken, waar nog geen vrede is. Als wij dat als eisen gaan zien, als voorwaarden, dan draai je het om. Jezus wil juist iets geven aan mensen die iets nodig hebben!

Jezus geeft Zijn genade niet aan mensen die een lot uit de loterij hebben. Maar juist aan mensen die géén lot in de loterij hebben. Jezus geeft Zijn genade niet aan mensen die het allemaal al goed voor elkaar hebben, maar aan mensen die in nood zitten. Gefeliciteerd, zegt Jezus dan, ook tegen u en jou. Als je mij wilt volgen, omdat je Mij nodig hebt. Dan feliciteer Ik je. Zoals al die mensen die naar Jezus kwamen omdat ze Hem nodig hadden. Al die zieken. Voor hén is Jezus gekomen. Voor ons, die vandaag naar de kerk zijn gekomen. Want je komt toch naar de kerk, omdat je iets komt zoeken. Vervulling van je leven. Gods vrede in je hart. Je hoopt hier met je handen vol weer vandaan te komen. En daar zorgt Jezus dus zelf voor!

Daarvoor is Hij naar de wereld gekomen. Zo lazen we dat in Jesaja 61:

De geest van God, de HEER, rust op mij,
want de HEER heeft mij gezalfd.
Om aan armen het goede nieuws te brengen
heeft hij mij gezonden,
om aan verslagen harten hoop te bieden,
om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken
en aan geketenden hun bevrijding,
om een genadejaar van de HEER uit te roepen
en een dag van wraak voor onze God,
om allen die treuren te troosten,
om aan Sions treurenden te schenken
een kroon op hun hoofd in plaats van stof,
vreugdeolie in plaats van een rouwgewaad,
feestkledij in plaats van verslagenheid. 

Jezus is die Gezalfde van God. Hij gaat ervoor zorgen dat alle dingen omgekeerd worden. Dat is opvallend aan de beloften die aan die zaligsprekingen vastzitten. De armen, worden rijk, want ontvangen het Koninkrijk der hemelen. De treurenden worden getroost en blij. De zachtmoedigen, die hier op aarde onder de voet gelopen worden, die zullen die aarde erven. De hongerigen en dorstigen zullen verzadigd worden met de gerechtigheid waar ze zo naar verlangden. De mensen die zich altijd maar ontfermen, zullen nu zélf ontferming ontvangen. En de reinen van hart, die altijd op God gericht waren, een God die ze niet zagen, zullen nu God zien. En de vredestichters, zullen delen in Gods vrede als kinderen van Hem. En die vervolgd werden, zullen niet meer bang hoeven zijn in het Koninkrijk maar blij en vrolijk zijn.

Jezus’ komst naar deze wereld betekent een omkering. Een enorme verademing en opluchting.

En dat kan allemaal omdat Jezus degene is die al die zaligsprekingen in de praktijk heeft gebracht. Jezus is arm geworden, toen Hij afdaalde uit hemel om hier op aarde onder ons te zijn. Hij heeft getreurd over het ongeloof wat Hij aantrof op aarde, de wreedheid van mensen onderling, de ziekte en dood die huishouden in deze wereld. Hij heeft zich zachtmoedig getoond, mild en vriendelijk. ‘Leert van Mij, zegt Hij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart.’ En dat bleek toen Hij zelfs aan het kruis nog kon bidden: ‘Vader, vergeef hen, zij weten niet wat zij doen.’ En Jezus was hongerig en dorstig, in hoofdstuk 4 kun je dat lezen, hoe Hij verzocht wordt door de duivel in de woestijn na 40 dagen niet gegeten en gedronken te hebben, maar Hij hield vast: ‘De mens zal niet van brood alleen leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt’. Jezus was waarlijk barmhartig. Vorige week hoorden we nog hoe Jezus zich ontfermde over die Kananese vrouw, die riep: Heere, Zoon van David, ontferm u over mij.’ Jezus was rein van hart, misschien als enige van alle mensen, totaal gehoorzaam aan Zijn Vader. En Hij was een vredestichter, een Vredevorst. Gekomen om vrede te stichten tussen God en ons. En dat is Hem nog gelukt ook. En vervolgd is Jezus ook, ja, wij mensen hebben Hem vervolgd tot Hij stierf aan het kruis, bespot en geslagen.

Maar in Zijn opstanding uit de dood, mogen wij delen. In het nieuwe leven in het Koninkrijk van God worden wij door deze zaligsprekingen ter harte te nemen ingelijfd. Jezus is eigenlijk degene die helemaal alleen de Jackpot heeft verdiend, maar die hier op de berg van de Zaligsprekingen uit staat te delen aan mensen die het hard nodig hebben. En zo deelt God ook vandaag nog uit aan u en jou en mij. Gefeliciteerd: Het koninkrijk der hemelen, het is voor jou.

Dat had u niet gedacht toen u vanmorgen naar de kerk kwam, dat u als zo’n rijke man of vrouw er weer uit zou komen! U gaat naar huis met de hoofdprijs: Het Koninkrijk der hemelen. Wat dat is? Heb je wel eens de regenboog gezien? Ik zag hem gisteren nog. Prachtig he! Dat komt door de breking van het licht in een waterdruppel. Het witte licht van de zon, kaatst terug op een regendruppel en dan zie je opeens de prachtigste kleuren.

Zo is het ook met het Koninkrijk der hemelen: dat is iets heel groots, namelijk het geheel wat God jou wil geven, en dat valt ook uiteen in allerlei kleuren, onderdelen: dat zijn die zaligsprekingen: Jezus geeft zichzelf aan jou, en dat betekent troost, weten dat je na je dood voor eeuwig mag leven op een nieuwe aarde met God, dat je nooit meer gebrek zult hebben en geen zonde meer hoeft te doen, omdat God voor je zal zorgen, dat je God dan zal mogen zien, echt zoals wij nu elkaar zien, en dat je Gods kind mag zijn. Fantastisch toch? Heel wat beter dan die schamele 4 ton!

Jezus wil met deze zaligsprekingen dus niet zeggen dat we heel hard ons best moeten gaan doen om dat te bereiken, maar dat we gewoonweg onze hand ophouden en het van Hem aannemen en geloven. De enige gebiedende wijs die Hij in zijn mond neemt in dit gedeelte is in vers 12:

‘Verblijd en verheug u, want uw loon is groot in de hemelen’. Ken je iets van die blijdschap? En van die heilige ontspanning? Want alle eisen, en zonde en schuld gaan hier van tafel. Ze worden door Jezus van tafel geschoven. Alle krampachtigheid wordt uit je leven weggehaald. Het is een totale bevrijding en verademing.

Dat mag Hij dan wel van u vragen toch? Dat moet er toch wel vanaf kunnen: een beetje blijdschap en vreugde om Gods genade, om Jezus komst naar deze wereld, om die erfenis die voor ons is weggelegd. Dat komen we eigenlijk elke zondag hier in de kerk doen: Vieren dat God zo goed is voor ons. Vieren dat Jezus het allemaal al voor ons verdiend heeft. Vieren dat wij gefeliciteerd worden. Vieren dat we rijker zijn dan we zelfs soms denken. Probeer op die manier in het leven te staan, en op die manier naar de kerk te gaan. Deel het met elkaar, thuis in het gezin, maar net zo goed op je werk en op school. Als de je loterij gewonnen had, dan zou je het toch ook vertellen, ja toch?

Nou, vandaag heb je gehoord: Gefeliciteerd, je bent de gelukkige, voor jou is de 4 ton… eh, wacht: beter: Het Koninkrijk der hemelen.

Amen