Peace

Bezinningsdienst L.R. Chapel (19 januari 2018)

Koffie en muffins
Muziek: Fink – Berlin Sunrise

Welkom en thema
Goed dat jullie hier zijn. Ik wens jullie in Gods naam een mooie dienst. Ik steek de kaars aan als symbool van al het goede en het mooie in ons leven. Voor mij als gelovige daarom ook symbool van de aanwezigheid van Jezus Christus.

Na liefde en geluk, vandaag een derde positief woord om het jaar fris te beginnen, of de ‘tweede helft’ na het midterm-feest van gisteren: Vrede. Peace. Wij werken hier ‘voor vrede en stabiliteit’. Maar erg vredig is het niet op de plek waar we hier zitten. Vrede is een thema waaraan we ons gemakkelijk vertillen kunnen, zeker als het over een abstract thema als ‘wereldvrede’ gaat. We proberen de vraag te beantwoorden: Hoe krijg je vrede in je eigen leven en hoe kun je bijdragen aan vrede in je directe omgeving. Want ook dichtbij: elke breuk in relaties tussen mensen is afwezigheid van vrede. Daarover het lied, waarin ook de hoop op vrede bezongen wordt: Maybe I can find you / Maybe you can find me.

Theme-song The Common Linnets – Calm after the storm

Bijbelverhaal Evangelie van Lukas 7:36-50
Er staan in de Bijbel best veel verhalen over oorlog en geweld, en in de geschiedenis heeft religie daarin ook niet altijd ene positieve rol vervuld. Ik keer dan altijd zelf terug naar de verhalen over Jezus:

‘Op een keer nodigde een farizeeër Jezus uit om te komen eten. Jezus ging naar het huis van de farizeeër toe, en daar ging hij aan tafel. In de stad woonde ook een vrouw die volgens de mensen een slecht leven leidde. Toen die vrouw hoorde dat Jezus bij de farizeeër thuis was, ging ze erheen. Ze nam een flesje olie mee. Het was heel dure olie, met een lekkere geur. De vrouw ging bij Jezus staan en begon te huilen. Met haar tranen maakte ze de voeten van Jezus nat. En met haar haren maakte ze zijn voeten weer droog. Toen kuste ze zijn voeten en goot de olie eroverheen. Toen de farizeeër zag wat er gebeurde, dacht hij: Die Jezus is geen profeet! Anders zou hij wel weten dat zij een slechte vrouw is. En dan had hij haar wel weggestuurd.
Toen zei Jezus tegen de farizeeër: ‘Simon, ik moet je iets vragen.’ ‘Wat dan, meester?’ vroeg Simon. En Jezus zei: ‘Twee mannen hebben geld geleend. De ene man heeft 500 zilveren munten geleend, de ander 50. Maar allebei kunnen ze het geld niet terugbetalen. Dan zegt de man van wie ze het geld geleend hebben, dat hij het niet terug hoeft. Wat denk je? Wie van de twee mannen is dankbaarder?’ Simon antwoordde: ‘Ik denk de man die het meeste geld geleend had.’ En Jezus zei: ‘Dat heb je goed gezien.’
Toen zei Jezus tegen Simon: ‘Jij hebt mij uitgenodigd in je huis, maar je hebt me geen water gegeven om mijn voeten te wassen. Maar zie je die vrouw daar? Zij heeft mijn voeten gewassen met haar tranen, en ze daarna met haar haren afgedroogd. Jij hebt mij niet begroet met een kus. Zij wel, ze heeft sinds ik binnen ben, steeds mijn voeten gekust. Jij hebt geen olie over mijn hoofd gegoten. Maar zij goot dure olie over mijn voeten! Daarom zeg ik je dit: Zij heeft veel dingen verkeerd gedaan. Maar dat is haar allemaal vergeven. Dat weet ik omdat ze mij veel liefde heeft laten zien. Terwijl iemand die weinig vergeven wordt, weinig liefde laat zien.’ Toen zei Jezus tegen de vrouw: ‘Alles wat je verkeerd hebt gedaan, is je vergeven.’ De mensen in het huis van Simon zeiden tegen elkaar: ‘Wie is die Jezus toch? Hij vergeeft zelfs de zonden van mensen.’ En Jezus zei tegen de vrouw: ‘Je bent gered dankzij je geloof. Ga in vrede.’

Muziek: Herman van Veen – Wiegeliedje
Vrede begint, waar mensen elkaar weer als mensen gaan zien, een naam en een gezicht krijgen. Herman van Veen bezingt dat geweldig in dit Wiegeliedje.

Mijmering
Op het moment dat die vrouw binnenkomt, wordt al opgemerkt ‘dat ze volgens de mensen een slecht leven leidde’. Daarmee is de toon gezet. Want dat is precies wat de Farizeeër, dat is iemand uit de meest vrome en strikte stroming van het Jodendom in die dagen, Jezus kwalijk neemt: dat Hij niet doorheeft wat overduidelijk zo is. Zo iemand laat je niet aan je zitten.
Is dat niet precies waar de kiem van onvrede zit, van gebroken relaties, van verwijdering: dat wij zo snel onze mening klaar hebben over anderen. Deze Farizeeër heeft zijn oordeel al klaar over de vrouw, maar ook over Jezus. Dat is toch geen profeet, denkt hij. Jezus valt hem ook tegen. Vooroordelen blijken het te zijn.
Het moet wel een gek gezicht zijn geweest, een raar tafereel. Om iemands voeten nat te maken met tranen en af te drogen met je haar. Dat zal een ongemakkelijk gevoel hebben gegeven. Ook bij Jezus, kan ik me zo voorstellen. Maar Hij laat het gebeuren. Hij geeft haar tijd en ruimte om te doen waarvoor ze gekomen is. Hoe bizar haar gedrag ook is, Jezus proeft er liefde in. En hij probeert zijn gedachtegang over te brengen aan de Farizeeër door middel van een voorbeeld.
Dat is best confronterend voor deze ‘Simon’. Jezus noemt hem niet voor niets bij zijn naam (cf. het lied van Herman van Veen!). Jezus schrijft de vrouw niet zomaar af, maar ook deze Simon niet, hoe onsympathiek en schijnheilig zo’n farizeeër in onze ogen ook is (daar heb je ze weer, onze vooroordelen!).
Haar tranen zijn niet van verdriet, maar van geluk. Jezus trok namelijk rond, prekend dat het mogelijk was opnieuw te beginnen in je leven, dat er vergeving mogelijk is bij God.
Voor deze vrouw is dat meer dan een abstracte theorie over zonde. Het is voor haar de kans om weer mens te worden. Vrede is in de Bijbel niet alleen de afwezigheid van oorlog, maar veel meer het herstel van relaties tussen God en mens en tussen mensen onderling, zodat je verlost van alle oordelen helemaal tot je recht kunt komen. Dat is vrede. Deze vrouw wordt hier verlost van de stigma’s en zal weer normaal kunnen functioneren in de samenleving van die stad.
En soms heb je het nodig dat iemand je daarbij helpt, om die vrede te vinden. Deze vrouw zal namelijk het oordeel van haar omgeving ook op zichzelf hebben toegepast. Over het algemeen oordelen niet alleen anderen over ons, maar oordelen we ook over ons zelf en ons eigen leven, en dat is nog het meest hardnekkig. Ze zal zichzelf ook als ‘zondares’ hebben gezien. En getuige de opluchting en de tranen, heeft dat innerlijk bij haar ontzettend pijn gedaan. Ja, wie verlost ons dan van onszelf. Jezus helpt haar hier door het expliciet te zeggen namens God: ‘Je bent gered dankzij je geloof. Ga in vrede.’ In mijn leven speelt God zelf ook die rol en daarin vind ik vrede.
En dat is nodig ook, want het daadwerkelijk loslaten van diepgewortelde ideeën over jezelf is een levenslang proces. Over het algemeen zijn wij niet positief over mensen ‘die het met zichzelf getroffen hebben’, die ‘tevreden’ zijn met zichzelf. Dat komt arrogant over, want ook dat is een oordeel over jezelf.
Terwijl het loslaten van alle oordelen – en het oordeel over laten aan God – de enige weg is naar echte vrede met jezelf. En dat is ook de enige weg naar vrede met anderen: het loslaten van oordelen over anderen. Het is in ieder geval de weg die Jezus ons hier wijst: ‘ga in vrede’.

Muziek Bill Fay – Be At Peace With Yourself

Kaarsjes
Muziek: Band of Brothers – Main Titles
Voor thuis, waar jij en ik gemist worden, om vrede en liefde.
Voor Afghanistan, om geloof in vrede.
Voor alle collega’s op missie, dat zij bewaard blijven en hun werk vruchtbaar is.

Gebed Onze Vader

Uitsmijter Michael Prins & Carice van Houten – Fear Not
Elkaar niet veroordelen, maar elkaar in de ogen kijken, dat durven – Fear not! – dan krijg je vrede.

Zegen
Laten Gods vrede en de vrede van dit moment je lang bij mogen blijven.

Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico’s verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten.

This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages.

Advertenties

Kerstviering – Kwetsbaar & Krachtig


Koffie en kerstkrans
Muziek: Queen – Thank God It’s Christmas

Welkom en thema
Goed dat jullie hier zijn. Ik wens jullie in Gods naam een mooie kerstviering. Ik steek de kaars aan als symbool van al het goede en het mooie in ons leven. Voor mij als gelovige daarom ook symbool van de aanwezigheid van Jezus Christus.

We vieren samen kerst vanmiddag. Kerst in Afghanistan, terwijl je liever thuis was geweest. Kerst, terwijl je er het gevoel misschien niet echt bij hebt. Laat die kwetsbaarheid er maar zijn. Het grote christelijke feest van licht en vreugde om de geboorte van Jezus 2000 jaar geleden, draait juist om kwetsbaarheid. Om die baby in de kribbe. Zo kwetsbaar en weerloos en tegelijk zo krachtig: want raken, fascineren, inspireren, dat doet dit verhaal ook al 2000 jaar. We luisteren naar Mariah Carey die zingt over het doorbreken van licht en hoop in O Holy Night.

Theme-song Mariah Carey – O Holy Night

Kaarsjes Coldplay – Christmas Lights
Kerstfeest is een ook een lichtjesfeest. Het aansteken van lichtjes doen we in de hoop, dat het ook figuurlijk licht wordt in ons leven of voor degene voor wie we een kaarsje aansteken. Ik geloof dat God daar het Zijne mee doet. Zo steken we nu ook kaarsjes aan.
Voor thuis, waar jij en ik juist deze dagen gemist worden, om vreugde en geduld.
Voor Afghanistan, om licht in dit donkere land.
Voor alle collega’s op missie, dat zij bewaard blijven en hun werk vruchtbaar is.
Ik nodig je uit ook zelf een kaarsje aan te steken voor degene die wel wat licht kan gebruiken. Onderwijl luisteren we naar Coldplay – Christmas Lights

Bijbelverhaal Lukas 2:1-20
Ergens in een achteraf hoekje van het machtige Romeinse Rijk rond het jaar 0, ver van alle macht, pracht en praal, speelt zich het kerstverhaal af. Ik lees het jullie voor:

‘In die tijd werd er een bevel van keizer Augustus bekendgemaakt. Hij wilde alle inwoners van het Romeinse rijk laten tellen. Het was de eerste keer dat dit gebeurde. Het was in de tijd dat Quirinius de provincie Syrië bestuurde. Iedereen moest geteld worden in de plaats waar zijn familie vandaan kwam. Daarom gingen alle mensen op reis. Ook Jozef moest op reis. Hij ging van Nazaret in Galilea naar Betlehem in Judea. Want hij kwam uit de familie van David, en David kwam uit Betlehem. Jozef ging samen met Maria naar Betlehem. Maria zou met Jozef gaan trouwen, en ze was zwanger.
Toen Jozef en Maria in Betlehem waren, werd het kind geboren. Het was Maria’s eerste kind, een jongen. Maria wikkelde hem in een doek, en legde hem in een voerbak voor de dieren. Want er was voor hen nergens plaats om te slapen.
Die nacht waren er herders in de buurt van Betlehem. Ze pasten buiten op hun schapen. Opeens stond er een engel tussen de herders, en het licht van God straalde om hen heen. De herders werden bang. Maar de engel zei: ‘Jullie hoeven niet bang te zijn, want ik breng jullie goed nieuws. Het hele volk zal daar blij mee zijn. Vandaag is jullie redder geboren: Christus, de Heer. Hij is geboren in Betlehem, de stad van David. En zo kunnen jullie hem herkennen: het kind ligt in een voerbak en is in een doek gewikkeld.’ En plotseling was er bij de engel een hele groep engelen. Ze eerden God en zeiden: ‘Alle eer aan God in de hemel. En vrede op aarde voor de mensen van wie God houdt.’
Daarna gingen de engelen terug naar de hemel. De herders zeiden tegen elkaar: ‘Kom, we gaan naar Betlehem. Want God heeft ons verteld wat er gebeurd is. Laten we gaan kijken.’ Ze gingen meteen naar Betlehem. Daar vonden ze Maria en Jozef, en in een voerbak lag het kind. Toen de herders het kind zagen, vertelden ze wat de engel over hem gezegd had. Iedereen die het hoorde, was verbaasd over het verhaal van de herders.’

Mijmering Kwetsbaar & Krachtig
Dat ze verbaasd zijn, die mensen in Bethlehem, verbaast me niets. Het verhaal klopt van geen kanten natuurlijk. Moet dit kind in een voerbak voor de dieren, in een arme achteraf stal, met herders als herauten een hemels kind zijn? Een koningskind uit het geslacht van David? De redder van de wereld? Herders waren in die tijd (net als hier in Afghanistan) zo’n beetje de armsten van de armsten.
Kan er van zo’n diep gevallen kind iets goeds komen zoals de engelen zeggen? Wij hebben een beetje een romantisch gevoel bij Kerst, maar in feite diep triest als je in zulke omstandigheden een kind moet baren, of als kind ter wereld komen.
Dit verhaal zit ons daarmee heel dicht op de huid. Dat is de donkere achtergrond van het kerstfeest: dat onze wereld verre van ideaal is. Als deze wereld ideaal was, hadden wij nu allemaal lekker thuis gezeten bij familie en vrienden, in plaats van hier in Afghanistan, waar dagelijks nog kinderen geboren worden in vergelijkbare erbarmelijke omstandigheden als het kerstkind. En daarnaast, wiens leven is wel ideaal? Cliché misschien, maar waar: Ieder huis heeft zijn kruis, ieder hart zijn smart. Het lijkt ons soms gemakkelijker om maar een dikke huid te kweken en onze eigen belangen voor ogen te houden, dan dat te erkennen. We gokken liever op kracht dan op het kwetsbare van liefde, geloof en hoop.
Maar wie en wat heeft het dan voor het zeggen in deze wereld? Waar zit de ware macht? Bij de Romeinse keizer die met één pennenstreek heel de wereld in beweging zet en met zijn legioenen gehoorzaamheid afdwingt. Of bij dat pasgeboren kwetsbare kindje in die kribbe? Kerst is het feest waarop onze vooroordelen wat dat betreft ontmaskert worden: De engelen laten hun licht vallen op het feit dat de echte macht in deze wereld te verwachten valt van kwetsbaarheid, van de soft values.
Als jij en ik het ergens van moeten hebben in deze wereld dan is het niet van wapens, pracht en praal, van rijkdom of uiterlijke schoonheid, maar van die momenten van zorg voor elkaar, van zelfopoffering uit liefde, van de minste durven zijn en het kleine gebaar.
In het christelijk geloof is Jezus niet zomaar een kindje, maar God zelf die mens geworden is. Vaak wordt geroepen: ‘Als er dan een God is, waarom doet die niks tegen al het lijden en onrecht in deze wereld?’ Blijkbaar verwacht je dan een hemelse Romeinse keizer die alles hier wel eventjes naar rechts komt richten. In feite verwacht je dan een hemelse dictator waarmee je van de regen in de drup komt… Het kerstverhaal vertelt daarentegen over een God die de hemel opgeeft, zelf ook radicaal kiest voor kwetsbaarheid, voor de weg van de liefde, van het dienen, van het delen van je leven met mensen in nood.
Als er ergens redding vandaan zal komen, zal het op die manier moeten. Kijk maar om je heen: Van die Romeinse keizer is geen spoor meer te bekennen, maar wij vieren nog steeds de geboorte van die baby in Bethlehem. Natuurlijk zijn er na die Romeinse keizer allerlei andere dictators gekomen, tot op de dag van vandaag. Alles waar dit verhaal voor staat, blijft per definitie kwetsbaar, maar is niet kapot te krijgen. Dat is een wonder, voor mij alleen maar te verklaren door te geloven dat God daarachter zit. Het stimuleert ons allemaal om geloof te hechten aan soft values, aan ons hart. Laat je inspireren, motiveren en put kracht uit je kwetsbaarheid en de kwetsbaarheid van het kerstkind.

Muziek Pentatonix – Mary did you know
Een klassiek kerstlied waarin de kwetsbaarheid én de kracht van deze baby bezongen worden.

Kerstverhaal Een kerst zonder vijand
Hoe krachtig én hoe kwetsbaar het Kerstverhaal is, vertelt het volgende waargebeurde verhaal over kerstvrede. Een goede traditie, zo’n verhaal, om te zien dat kerst uiterst actueel blijft.

Het is 24 december 1914. Moe, koud en bang liggen de loopgraven van het Westelijk Front vol jonge jongens. Er gebeurt iets vreemds in de Duitse linies. Er klinken geluiden, die ze nooit verwacht hadden. De Duitsers zijn aan het zingen! Is dit weer een list?
In augustus 1914 begint de Grote Oorlog, en honderdduizenden soldaten trekken vol goede moed en trots naar het front, het noodlot tegemoet. De zwaarste gevechten vinden plaats op een dunne strook land tussen Duitsland, Frankrijk en België. Iedereen denkt dat deze oorlog slechts een kwestie van maanden zal zijn. Als de eerste Britse troepen aan het front aankomen, hebben de Duitsers het grootste deel van België en de Franse grens al bezet. Maar door de komst van de Britse troepen wordt hun opmars tot stilstand gebracht. Tegen de late herfst wordt het duidelijk dat de geallieerden de Duitsers echter niet terug kunnen dringen. De vijanden graven zich in, in loopgraven.
Al snel ontdekken de legers dat hun grootste vijand het weer is. Het is eind november, en door de overvloedige regen staan de loopgraven onder water. De soldaten hebben echter geen keus, en omdat zij dagen en weken doorbrengen onder die barre omstandigheden worden ze al snel ziek: bevroren ledematen, koudvuur en voetrot kosten meer levens dan vijandelijk vuur. In een misplaatste poging om het moreel op te krikken, lanceren de geallieerden op 19 december een groot offensief. Zowel Duitse als geallieerde troepen sterven in ongekende aantallen, en het moreel van de overlevenden zakt tot een dieptepunt. De hoofdkwartieren maken zich zorgen: zij vrezen militaire lethargie. En hun ergste vrees wordt bewaarheid.
Door het donker van de avond van de 24e december klinken zachte stemmen: [DEU]‘Stille Nacht, heilige Nacht.’ De geallieerde soldaten reageren op de enige manier die ze kunnen: ze zingen terug. ‘Silent night, holy night.’ ‘Douce nuit, sacre nuit.’ Al snel zingen beide kampen dezelfde liederen, ieder in hun eigen taal. En dan gebeurt het vreemdste van allemaal: de Duitsers nodigen hun vijanden uit om samen met hen kerst te vieren. De Duitsers introduceren de geallieerden hun tradities: kerstbomen en de kerstman.
De Britse soldaat Alex Walker schrijft naar huis: "Er lagen twee Franse doden tussen onze linies, en de Duitsers hielpen ons om een graf te graven. Eén van de officieren leidde de begrafenisplechtigheid. Dat was iets dat ik nooit zou vergeten. Zowel Duitsers als Britten die de laatste groet brachten aan Franse doden."
Richard Schirrmann dient in een Duits onderdeel dat gelegerd is op de ‘Bernhardstein’, een berg in de Vogezen. Hij houdt een dagboek bij en schrijft: “Vanaf het moment dat in de omliggende dorpen achter de linies de kerkklokken begonnen te luiden, gebeurde er iets fantastisch. Duitse en Franse troepen staakten de vijandelijkheden en sloten vrede met elkaar. Via niet gebruikte loopgraven zochten ze elkaar op en ruilden sigaretten, Franse wijn en cognac voor brood uit Westfalen, beschuit en ham.”
Het geallieerde hoofdkwartier is woedend. Verbroedering met de vijand is ontoelaatbaar, en moet onmiddellijk stopgezet worden. Maar de officieren in het hoofdkwartier, die zelf aan het kerstdiner zitten, zijn veraf voor de soldaten. De soldaten besluiten dat kerst belangrijker is dan bevelen.
Soldaat Leslie Walkinton schrijft naar huis: "Beste papa, mama en de meisjes, Ik schrijf jullie gewoon om te zeggen dat ik een hele leuke kerst heb gehad. Dit was het mooiste voorbeeld van vrede en goede wil dat ik ooit gezien heb. Eén van onze officieren nam een foto van Duitsers en geallieerden samen. Mensen van beide linies ontmoetten elkaar in niemandsland, en we brachten er de dag door. We ruilden sigaretten. Het was een beetje zoals het volk bij een voetbalwedstrijd, weet je. En we ruilden allerlei dingetjes om te eten, net zoals schooljongens thuis."
De veldofficieren worden onder druk gezet door de hoofdkwartieren, en de geallieerde officieren krijgen het bevel om onmiddellijk het vuur te openen op de vijand. Op vele plaatsen worden Duitse en geallieerde soldaten gefusilleerd die weigeren de wapens op te nemen. De gruwelijke oorlogsmachine – die al snel ‘de gehaktmolen’ werd genoemd – hapert en komt praktisch tot stilstand. De strijd luwt zelfs tot maart, om pas daarna weer op gang te komen als eenheden aan het front bewust vervangen zijn.
Hoewel de kerstvrede van 1914 hier en daar een vervolg vindt tijdens de volgende kerstdagen van WO I, is er nooit meer dat gevoel van vertrouwen. De jaren die volgen brengen alle gruwelen van de moderne oorlog naar boven: tanks, gifgas en luchtbombardementen. Aan het eind van de oorlog in 1918 hebben 15 miljoen mannen, vaak onder de meest verschrikkelijke omstandigheden, het leven verloren. Maar heel even, op kerstavond 1914 is er ‘vrede op aarde’. De gruwel van WO I zal nooit vergeten worden. De kerstvrede van 1914 ook niet…

Muziek John Lennon – Happy Xmas (War is Over)
John Lennon zingt prachtig over de vrede van kerst.

Gebed
God,
Vrede op aarde, wat zou dat heerlijk zijn.
Vrede in ons leven, dat willen we. Echt.
Maar wij mensen kiezen zo gemakkelijk voor het recht van de sterkste.
En dan gaat er zoveel mis.
Daarom zijn wij hier in Afghanistan
en niet thuis bij onze geliefden.
Help ons en help hen in deze dagen.
En leer ons vooral geloven in kwetsbaarheid,
in de weg van het kerstkind, van Jezus Christus,
in de weg van liefde en zorg.

Stilte
Onze Vader

Uitsmijter Michael Bublé – Silent Night
Kerst is niet compleet zonder ‘Silent Night’, het lied wat zoveel talen en volken verbindt.

Zegen
Laten de kerstvrede en de rust van dit moment je lang bij mogen blijven.

Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico’s verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten.

This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages.

Jezus als haatprediker?

Homilie bij de herdenking van de Bevrijding van Beringen (6 september 1944) in de bevrijdingsmis. Over Mattheus 10:34-39.

Herdenking bevrijding Beringen - Beringen

Gemeente van Jezus Christus,

We zijn hier bij elkaar om de vrede te vieren. Al 73 jaar wordt er niet meer gevochten in de straten van Beringen, wordt er niet meer schoten, leven de mensen niet meer in angst. Aan die vrede heeft ook de Nederlandse Prinses Irene Brigade bij mogen dragen. Irene betekent ‘zij die vrede brengt’.

Het is dan even slikken bij de woorden van Jezus. ‘Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.’ En dan die woorden over het breken met je familie, haat zelfs. Niet echt een geschikte tekst om te lezen in een ‘vredesdienst’, denk je misschien. Jezus was blijkbaar ook onder de ‘haatpredikers’, de ‘religieus extremisten’. Daar hebben we onze buik wel vol van, tegenwoordig. Het is de reden dat de straten van Brussel weer door militairen beveiligd moeten worden.

Toch moeten we niet te snel afhaken bij de woorden van Jezus. Jezus preekte wel degelijk liefde en vrede. Radicaal zelfs. Zo radicaal, dat hij wist dat het weerstand op zou roepen. Want als je benoemt wat er scheef zit in deze wereld, als je gaat voor verandering, vernieuwing, bevrijding. Dan kun je rekenen op het zwaard: op weerstand. Niet alleen van een overheid, maar waarschijnlijk ook in je eigen familie en vriendenkring. En daarom doet hij in dit gedeelte aan verwachtingsmanagement. Hij zet zijn volgelingen met beide benen op de grond: Verwacht niet dat je jezelf geliefd zult maken in deze wereld als je helemaal gaat voor het goede, voor God, voor vergeving, genade, verzoening en heelheid. Want daarmee loop je machthebbers en de gevestigde orde voor de voeten.

Jezus roept niet op tot religieus geweld, maar waarschuwt ons dat deze wereld geen speeltuin of paradijs is. Er waren mensen die over Jezus zeiden: Als Hij werkelijk de messias is, de redder van de wereld, dan zorgt Hij wel eventjes dat de wereldvrede uitbreekt, dat alles pais en vree wordt. Maar zo werkt dat niet, zegt Jezus, vrede komt niet zonder slag of stoot tot stand. Zelfs bij God werkt dat niet zo.

Juist in deze bevrijdingsmis kunnen wij denk ik goed aanvoelen wat Jezus bedoelt. Hier in Beringen hebben geallieerde militairen hun leven gegeven voor onze vrijheid. Zij hebben Jezus’ woorden in de praktijk gebracht. Zij hebben letterlijk gebroken met hun familie, huis en haard verlaten. Soms tegen wil en dank misschien, gedwongen door de nood van de tijd. Ze deden het toch maar. In Jezus’ woorden: ‘Ze hebben hun kruis opgenomen’, ‘ze hebben hun leven verloren’. Waarom? Omdat in een tijd van oorlog alles op scherp komt te staan. Omdat het dan niet de tijd is om te praten over vrede en liefde, maar verder thuis te blijven zitten.

Jezus brengt bij ons onder de aandacht wat waar is: Dat sommige dingen in deze wereld, méér waard zijn dan de band met je eigen familie, méér waard zijn dan je eigen leven zelf… Sommige dingen zijn het waard om je leven voor te geven. De bevrijding van West-Europa van het nazisme, van bovenal de Holocaust, de systematische vernietiging van het Joodse volk, Roma, homo’s, en gehandicapten. Dat was het waard om voor te sterven. Na 73 jaar, zijn wij hen nog steeds intens dankbaar die daarvoor stierven, en hen die zich daarvoor ingezet hebben.

Zo gek zijn Jezus’ woorden dus niet. Hij benoemt alleen maar wat we allemaal ten diepste wel weten. Al willen we het vaak niet waar hebben. Omdat we er liever niet aan denken dat het leven soms om confronterende en radicale keuzes vraagt. Wanneer ben ik nu daadwerkelijk bereid mijzelf in de strijd te gooien, mij ergens hard voor te maken, mijzelf niet buiten schot te houden?

Jezus heeft ons wat dat betreft natuurlijk wel het goede voorbeeld gegeven. Als er iemand daadwerkelijk zijn kruis opgenomen heeft, dan is het Jezus zelf geweest, die letterlijk aan het kruis gehangen werd. Omdat Zijn spreken over een nieuwe wereld, Gods wereld, als bedreigend ervaren werd voor de stabiliteit door de Joodse leiders en de Romeinse overheid. Maar juist door die zelfovergave heeft Jezus eens en voor al duidelijk gemaakt dat radicale liefde, hoop, geloof sterker is dan welke macht ook. Jezus heeft een beweging in gang gezet, die niet meer te stoppen is. Daar staat God zelf garant voor, dat geloof ik.

Onze vrede is betaald met bloed, zweet en tranen. Van de militairen en hun geliefden, die hier gevochten hebben in Beringen. Maar verder terug ook met het bloed van Jezus, van God zelf.

Jezus bedoelt met de woorden die we gelezen hebben dus niet een oproep tot religieus geweld, tot haat in de familiekring. Integendeel. We mogen het een ander niet moeilijk maken, maar ook u krijgt het moeilijk als u uw hoofd boven het maaiveld durft te steken. Jezus roept ons op onze ogen te sluiten voor de armen, de verdrukten, de vreemdelingen, de honger, de oorlog, waar onze wereld vol van is. Onze moderne tijd kenmerkt zich door individualisme, door het terugtrekken in eigen kring, in eigen land. Populisme en nationalisme hebben nog steeds, ook na 73 jaar, een grote aantrekkingskracht. Jezus wijst ons erop dat elke tijd vraagt om mensen die óp durven te staan voor een ander, die zichzelf op het spel durven te zetten. En als we dat niet doen, waarschuwt hij, loop je juist het risico jezelf kwijt te raken.

Laat ieder van ons dat overdenken, en doen wat nodig is. Want de vrede is het waard.

Amen

Jimmie en Eugene: Een verhaal over de waarde van één mens.

Normandy American Cemetery, te Colleville-sur-Mère, France.

De locatie van dit ereveld aan de Normandische kust is bekend uit de film Saving Private RyanOp 6 juni 1944 kwamen hier op Omaha Beach de U.S. 1st en 29th Infantry Division aan wal. Ze veroverden met veel moeite de kuststrook en het plateau van de huidige begraafplaats. Alleen hier al sneuvelden die dag tussen de twee- en drieduizend militairen.

Nu liggen hier 9387 Amerikaanse militairen in graven en staan nog eens 1557 namen gebeiteld in de muur van de Garden of the Missing. En dan te bedenken dat dit 1 van de 10 grote Amerikaanse erevelden in West-Europa is, terwijl ook nog eens ongeveer 172.000 stoffelijke overschotten overgebracht zijn naar de Verenigde Staten. Als je rondloopt en al die graven ziet, dan gaat het je duizelen. Het is teveel om te verwerken. Je kunt het niet bevatten. Dat heeft een positieve kant: er groeit ontzag, respect en afschuw. Aan de andere kant komt het niet echt binnen, omdat al die doden geen gezicht voor je hebben.

Het verhaal van Jimmie Waters Monteith jr.

Jimmie W Monteith 1944.jpgDaarom vertel ik hier het verhaal Jimmie. Je vindt hem in Plot I; Row 20; Grave 12. Op zijn grafsteen staat een gouden ster, wat inhoudt dat hij de Medal of Honor heeft ontvangen, de hoogste militaire onderscheiding in de U.S. voor uitzonderlijke moed. Hier in Normandie tussen al die duizenden is hij één van maar drie gedecoreerden. Wat heeft hij daarvoor gedaan?

Jimmie Monteith (1917) is afkomstig uit Virginia en studeerde werktuigbouwkunde voor hij dienst nam in oktober 1941. (Dus vóór de U.S. betrokken raakten in WOII, want de aanval op Pearl Harbor was 7 december van dat jaar). Toen hij klaar was met zijn basic training en aansluitend een officiersopleiding, werd hij in april ’43 ingezet in Algerije en vervolgens in juli ’43 bij de landing op Sicilië. Met de nodige gevechtservaring werd zijn eenheid in november ’43 naar Engeland gestuurd om zich voor te bereiden op de invasie van West-Europa. Op 6 juni ’44, als hij 26 jaar oud is, neemt hij deel aan D-Day, oftewel Operation Overlord . Een vertaling van de tekst bij zijn medaille:

Eerste luitenant Monteith landde met de eerste aanvalsgolven aan de kust van Frankrijk onder zwaar vijandelijk vuur. Zonder rekening te houden met zijn persoonlijke veiligheid, rende hij voortdurend op en neer op het strand om mannen te reorganiseren voor verdere aanval. Hij leidde vervolgens de aanval door een smalle geul en over het vlakke terrein naar de relatieve veiligheid van een klif. Hij keerde terug over het veld naar het strand naar twee tanks die geblokkeerd werden en blind waren door hevige vijandartillerie en mitrailleurvuur. Volledig blootgesteld aan het intense vuur leidde eerste luitenant Monteith de tanks te voet door een mijnenveld in goede vuurposities. Onder zijn leiding werden verscheidene vijandelijke standpunten vernietigd. Daarna ging hij weer naar zijn compagnie en onder zijn leiding namen zijn mannen een betere positie op de heuvel. Tijdens de verdediging van zijn nieuw gewonnen positie tegen herhaalde heftige tegenaanvallen, bleef hij zijn eigen persoonlijke veiligheid negeren, door de 200 of 300 meter open terrein onder zware vuur herhaaldelijk over te steken om de verbindingen te versterken. Toen de vijand erin slaagde om de eerste luitenant Monteith en zijn eenheid volledig te omsingelen, werd de eerste luitenant Monteith gedood door vijandelijk vuur. De moed, dapperheid en het onverschrokken leiderschap van Eerste luitenant Monteith is jaloersmakend.

Tot zover het verhaal van Jimmie. Mocht je meer over hem willen weten: hij heeft zelfs een eigen Wikipedia-pagina… Hij is daadwerkelijk als held gestorven. Hij heeft zijn medaille verdiend. Niemand zal hem vergeten.

Maar wie ligt er eigenlijk naast hem? Ook hij heeft zijn leven gegeven! Moet zijn verhaal ook niet verteld worden?

Het verhaal van Eugene Sharp (35389233)

Op graf Plot I, Row 20, Grave 11 staat de naam van Eugene Sharp. Verder staat er dat hij afkomstig is uit Ohio, de rang van soldaat had en deel uitmaakte van de 30th Infantry Division.  Met de overlijdensdatum, 26 juli 1944. Maar wat is het verhaal achter deze summiere gegevens? Met veel moeite vond ik in een krantenarchief op internet een berichtje uit de lokale krant van Massillon, Ohio, The Evening Indepent, gedateerd op 23 augustus 1944 (zie foto):

Wounds Fatal to Orrville Youth

Een telegram ontvangen door mrs. Elizabeth Thomasset Sharp of Orrville, eerder van Wooster, van het ministerie van oorlog, om haar te informeren dat haar echtgenoot, PFC Eugene Sharp gewond raakte in Frankrijk, is gevolgd door een tweede bericht dat PFC Sharp overleed op 26 juli. Het eerste bericht meldde dat hij diezelfde dag gewond raakte, dus hij leefde blijkbaar nog enkele uren, het tweede bericht meldt dat hij overleed aan de wonden die hij opliep tijdens actie.

PFC Sharp ging school aan Orrville High School in 1942, maar verliet die ook weer voor een baan in de industrie. Hij werkte bij Tyson Roller Bearing Corp. [kogellagerfabriek, TdR] at Massillon toen hij dienst nam op 29 juli 1942, 8 dagen na zijn 19e verjaardag [hij overleed dus 5 dagen na zijn 21e, TdR]. Hij ontving basic training in Fort Riley (Kan.) waarna hij overgeplaatst werd naar Camp Cook (Cal.), waar hij oefende met anti-tankmiddelen en geplaatst werd bij een luchtmobiele divisie in Fort Benning, (Ga.), waar hij oefende met glider-infanterie. Hij voltooide zijn opleiding in South Dakota en op Camp Mackail (N.C.), om overzee te gaan in juni naar Engeland. Hij kwam in Frankrijk op 12 juli. Naast zijn weduwe zijn zijn nabestaanden zijn ouders mr. en mrs. John Sharp en zijn twee zussen mrs. Mildred Bergan en mrs. Elizabeth Gesaman van Orrville.

Dramatisch zijn de details van dit bericht. Blijkbaar had deze 21-jarige jongen een jonge vrouw, die nu weduwe is, nadat ze enkele dagen of weken in vreselijke zorg moet hebben gezeten na dat eerste telegram. Daarnaast horen we dat zijn thuisfront in ieder geval bestond uit ouders en 2 zussen. Naar de impact van zijn dood en het verdriet hoeven we niet te raden. Een man, zoon, broer, missen slaat een gat in je leven. Of Eugene stierf als een held of niet, dat maakt dan helemaal niet uit.

Weten we meer over het sneuvelen van Eugene? De eenheid waar hij deel van uitmaakt, 119th Infantry Regiment (30th Infantry Division), komt op 22 februari ’44 in Engeland aan na 2 jaar training. Op 11 juni landden ze hier op Omaha Beach, bijna een week na D-Day. Dat was zeker geen mosterd na de maaltijd. De eerste week werd er nauwelijks voortgang geboekt in de uitbreiding van het gevormde bruggehoofd. Als op 7 juli Eugene de rivier de Vire oversteekt zijn de geallieerden in een maand dus maar 20km opgeschoten… Op 24 juli start daarom Operation Cobra bij St. Lô om definitief uit te breken uit het bruggehoofd. 30th ID vormde daarbij de speerpunt, het 119th IR lag aan het front. Het kaartje laat zien wat de positie van Eugene Sharp ongeveer moet zijn geweest (gele ster).

Het front bij St. Lo op 24-jul, waar Eugene sneuvelde (gele ster).

Eerst zou er intensief gebombardeerd worden op de Duitse stellingen door 3000 geallieerde vliegtuigen, maar door het slechte weer en de laaghangende bewolking werd de actie op het laatste moment afgeblazen.  Bommenwerpers die al in de lucht waren, konden echter niet worden teruggeroepen en daardoor voltrok zich een drama:

On the 24th the attack was to have been preceded by 80 minutes of air and artillery bombardment by 3,000 planes and 50 battalions of artillery. In spite of the overcast, the attack planes and bombers appeared and dropped a large number of bombs, some within our lines. About 30 minutes before H-Hour, the attack was cancelled by First Army. Our casualties were five killed, 28 wounded, and one missing, almost all due to the bombing.

Om de laatste twijfel over het lot van Eugene weg te nemen: op internet trof ik de opmerking aan van Eugene’s zwager Richard V. Tomassetti:

‘HE WAS WOUNDED ON JULY 24, 1944 BY FRIENDLY FIRE FROM OUR P-47 BOMBER AIRCRAFT. PRONOUNCED DEAD JULY 26, 1944 AT A FIELD HOSPITAL.’

Slot

De graven van Jimmie (r.) en Eugene (l.)

Wat een dramatisch verschil met Jimmie. Jimmie stierf op de stranden van Normandië als een held, Eugene stierf als gevolg van een vreselijk ongeluk. En hier liggen ze dan naast elkaar. Je ziet hier de twee gezichten van oorlog. Soms haalt oorlog het beste in je naar boven: moed, toewijding, veerkracht. Soms is het goed om een oorlog te voeren, is het de moeite en de offers waard, omdat je aan de goede kant staat, voor het goede vecht. Aan de andere kant is oorlog ook de hel, vallen er nodeloze en onschuldige slachtoffers, is oorlog vies en smerig. Beide kanten zul je onder ogen moeten zien.

En wiens leven en sterven was nu méér waard, dat van Jimmie of van Eugene? Niet méér of minder dan jouw leven!

To be or not to be

Toespraak regimentsjaardag 2017.

15894679_1292038034191751_4448806954469301301_n

Genm b.d. Hemmes (WOII-veteraan) en de regimentscommandant leggen krans.

To be or not to be, that’s the question. In het ruime jaar dat ik hier bij Prinses Irene rond heb gelopen, is me dit het meest bijgebleven: je moet er zijn. Ik bedoel niet alleen als GV’er, maar ook als militair in het algemeen: je moet er zijn. En dat moet je maar kunnen… In vredestijd valt er voor militairen niet altijd veel eer te behalen. Dat is soms vervelend en frustrerend. We houden onszelf wel bezig met oefeningen, maar zolang er geen daadwerkelijke inzet, missie of oorlog is, gaat het er vooral om dat we in vorm blijven. Dat we er zijn en blijven. Daar zijn natuurlijk materiële middelen voor nodig, waar altijd tekort aan is, maar veel belangrijker: daar is een soort innerlijke mentale kracht voor nodig. Om je bestaansrecht niet te ontlenen aan de vele medailles op je borst, niet aan de heroïsche avonturen die je hebt meegemaakt, maar puur aan je aanwezigheid. Dat het goed is, dat je er bent. En dat je er staat als het nodig is. Stevig en zelfbewust.

Jezus vertelt (zo kun je lezen in de Bijbel[1]) over dat ‘klaar staan’, ‘er zijn’ in een voorbeeld over een Oosterse bruiloft:

‘Tien meisjes gaan op weg naar een bruiloft. Ze moeten wachten op de bruidegom. Ze hebben allemaal een lamp meegenomen. Vijf meisjes zijn dom. Ze hebben wel een lamp bij zich, maar geen olie om de lamp te laten branden. De vijf andere meisjes zijn verstandig. Zij hebben een lamp bij zich en ook olie om de lamp te laten branden. Het wachten op de bruidegom duurt lang. De meisjes worden moe en vallen in slaap. Midden in de nacht wordt er geroepen: ‘Daar komt de bruidegom! Vooruit, ga naar hem toe!’ De meisjes worden wakker en doen hun lampen aan. Dan zeggen de domme meisjes tegen de verstandige meisjes: ‘Mogen wij wat van jullie olie gebruiken? Onze lampen willen niet branden.’ Maar de verstandige meisjes zeggen: ‘Nee, we hebben alleen genoeg voor onszelf. Ga maar ergens olie kopen voor je lampen.’ De vijf meisjes gaan op weg om olie te kopen. Intussen komt de bruidegom. De vijf meisjes die klaarstaan, gaan met hem mee. Zij mogen naar binnen op het feest. Daarna gaat de deur dicht. Later komen ook de andere meisjes. Ze zeggen: ‘Heer, heer, laat ons toch binnen!’ Maar de bruidegom antwoordt: ‘Luister goed naar mijn woorden: Ik ken jullie niet.’

To be or not to be, that’s the question. Die vijf domme meisjes waren er niet, niet toen ze er moesten zijn. Toen ze er moesten staan. En daarom gaat het feest aan hun neus voorbij. Dat feest staat symbolisch voor het geloof in een goede toekomst ook als de wereld donker is. De olie in dit verhaal is dan ook geen letterlijke olie, maar staat voor geloof in God, als een vorm van vertrouwen, van mentale kracht. Het gaat niet over materiële gereedheid, maar personele gereedheid.

Militair-zijn wil niet alleen zeggen dat je bepaalde militaire basisvaardigheden beheerst, maar vooral dat je er bent. Dat je ervoor kiest er te zijn als het nodig is. Dat je er dan staat. Dat gaat heel ver. Zeker als we zo de namen horen van de gevallenen van ons regiment en een minuut stil zijn. Dan beseffen we: To be or not to be, de keuze om er te zijn op het cruciale moment, dat houdt in het uiterste geval ook in dat je eigen bestaan, je eigen zijn op het spel staat. Dat is een keus die moed vraagt, geloof, vertrouwen.

Onze keus om militair te zijn, of het nu oorlog is of niet, werpt ons terug op onze innerlijke mentale kracht. Voor mij als dominee is dát geloof, het basisvertrouwen in God, om ons leven bewust in de waagschaal te leggen. Omdat het het waard is. Ten bate van de bruiloft: het visioen van het vrederijk zoals Jezus dat voor ogen staat, een visioen dat ons allemaal kan inspireren.

Ik heb gezegd.

[1] Matteüs 25 vers 1-12 (Bijbel in Gewone Taal).

Spierballengeloof, of: De kracht van de Geest

Preek over Richteren 15,9-20

Samson slaying a philistine.jpg

Giambologna – Samson slaying a Philistine (marble, ca. 1562)

Gemeente van Jezus Christus,

Achter elkaar komen de laatste jaren superheldenfilms in de bioscoop. Over Superman, Batman, the Avengers. Mensen met bijzondere gaven en superkrachten. Het typische verhaal is dat iemand superkracht krijgt door een ongeluk, zoals Peter Parker, die door een spin gebeten wordt en dan Spiderman wordt. Vervolgens is er een superschurk die de aarde wil verwoesten o.i.d. en de missie van de superheld is dan om de aarde te redden.

Met veel moeite lukt dat altijd en loopt het goed af. Prachtige actie op het witte doek. Gevechten. Chaos, dood en verwoesting. Maar dan ook altijd liefde, trouw en moed. En een gelukkig einde.

Het lijkt naadloos te passen op de verhalen over Simson. De Israëlitische Superman. De Joodse Hercules. Een man met superkrachten. Als de slechteriken, de Filistijnen, de overheersers, hem met hun hele leger gevangen willen nemen, en vernederen en doden natuurlijk. Slaat hij erop los. Hij wint het nog ook. Tot zover niets bijzonders. Alleen, hier hebben we niet een te maken met een verhaaltje, met fantasie, maar met de Bijbel. Waarvan we geloven dat wat daar in staat over God, dat dat klopt. En daar zit wel een angel. Want waar haalt Simson zijn superkracht vandaan? Van de heilige Geest:

‘Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.’

We horen in het Nieuwe Testament prachtige dingen over de heilige Geest die de apostelen inspireert, die mensen vol maakt van liefde en blijdschap en vrijmoedigheid. Bij de Geest denken we dan aan een duif, een vredesduif… Deze Geest maakt van ons nieuwe mensen, laat ons op Jezuslijken.

Door de kracht van de Geest sloeg Simson duizend man dood. Hoe past dat in ons beeld? En verder nog: Hoe past dit in ons eigen leven? Met Pinksteren wordt gezegd dat diezelfde Geest nu ook op ons is uitgestort. ‘Geweldig’ zeggen we dan, ‘geweldig, dat God zelf bij ons, ja in ons komt wonen.’ Wacht even, denken we dan vanmorgen, vind ik dat wel zo prettig als deze Geest in mij komt. De Geest die Simson 1000 man liet doodslaan? Strijdt dat niet met alles waar wij in geloven? Dat wij al proberen onze kinderen bij te brengen dat je geen ruzie moet maken. Dat we proberen om niet op elkaar te schelden. Dat het ons ideaal is om elkaar te verdragen en zelfs lief te hebben. En dat we geloven dat God dat van ons vraagt, van ons verwacht…

Je zou zeggen: Hier in dit verhaal zie je de mens op zijn slechtst. Daar wíl en zál God niets mee te maken hebben! Simson heeft bonje gemaakt bij de Filistijnen. In het hoofdstuk hiervoor kun je lezen hoe Simson trouwt met een Filistijns meisje. De Filistijnen waren rond de 13e eeuw voor Christus vanuit Griekenland ge-emigreerd naar de kust van Kanaän, zo rond dezelfde tijd dat het volk Israël uit Egypte kwam en ook het land Kanaän binnentrok. Rond die vruchtbare kuststrook, die nu nog de Gazastrook heet, was toen dus al concurrentie over het land en de macht.

Maar Simson gedraagt zich als een olifant in die porseleinkast: zijn huwelijk loopt uit op een drama. Simson neemt wraak op de Filistijnen als zij hem bedriegen tijdens het huwelijk feest. Zijn schoonvader geeft zijn vrouw aan een ander. Simson is daarover zo boos over dat hij de hele boel in de fik steekt. De Filistijnen verbranden vervolgens dan zijn vrouw en schoonfamilie. Daarvoor neemt Simson weer wraak door hen aan te vallen. Kortom het is één vicieuze cirkel van geweld en wraak en haat. Waar je van huivert en schrikt. Vanaf vers 9, onze tekst, begint daarin een nieuwe episode. Het wordt ook letterlijk gezegd door de Filistijnen in vers 10: ‘Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.’ Wraak! En zo zegt Simson het ook zelf: ´Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.’

Dat gaat nergens over…

Zo gaat dat inderdaad onder mensen. Misschien herken je er ook wel iets van. Relaties in families, met collega’s, die kunnen ook flink uit de hand lopen. Na ruzies, na echtscheiding, als we bedrogen worden of oneerlijk behandeld. In die zin is er niets vreemds aan dat verhaal van Simson. Ook de agressie niet, de behoefte aan wraak, om erop te slaan. Zo gaat het ook nog steeds in het groot in deze wereld. Je hoeft maar te denken aan het eindeloze conflict tussen Israël en de Palestijnen, het hele Midden Oosten wat een zootje is.

Maar dat de Geest van God dat vuurtje nog eens extra opstookt, daarin de superkracht verschaft om de ander mores te leren, ja dood te slaan…?

Nu kunnen we dat proberen recht te praten natuurlijk. Die neiging voel ik ook sterk bij mezelf. Zo van: Het was een hele andere tijd toen. We hebben het wel over 3000 jaar geleden. Israël en de Filistijnen waren in oorlog. Dat moet je niet vergeten. Oorlogen werden toen eenmaal zo met de hand uitgevochten. Men was toen nog een stelletje barbaren. Mensenlevens waren toen niet zoveel waard. Tegenwoordig kennen we mensenrechten en beschaving en humanitair oorlogsrecht, etc. Dat is allemaal min of meer waar.

En denk ik dan: Hebben we ook niet een beetje boter op ons hoofd als we dat allemaal héél erg vinden wat Simson doet… en geschokt zijn. Terwijl wij op dit moment ook in oorlog zijn, dagelijks bombardeerden onze F-16 in Irak en Syrië doelen van IS het afgelopen jaar. Daar vallen ook doden, ook onschuldige slachtoffers, maar daar hoor je niemand over.

Het is misschien een beetje ver van ons bed. Maar het zijn wel onze militairen die van ons belastinggeld met bommen dood en verwoesting brengen. Ligt u er wel eens wakker van? Ik niet. Wat Simson met die ezelskaak doet, dat is heel lijfelijk, gevecht van man tot man. Maar qua effect doet het niet onder voor het afwerpen van een bom van een paar kilometer hoogte uit een straaljager. Dat gaat nog heel wat verder, zelfs.

Maar ik denk niet dat we zo moeten proberen om Simson vrij te pleiten of zijn gedrag te vergoelijken. Of dat geweld te relativeren. Want voor je het weet leunen we weer comfortabel achterover en is de spanning eruit. En kunnen we weer lekker door gaan met ons leventje. Dan maken we ons er te gemakkelijk van af. Dan maken we ons te gemakkelijk van God af. Van de heilige Geest af.

We stuiten hier wel degelijk op iets van God zelf. Op een scherpe kant van Hem. En de vraag is: durven wij dat vandaag de dag nog te zien. Wij denken graag aan God als een Goede Vriend, Iemand die om ons geeft, die voor ons zorgt, die ons helpt, ons draagt. Dat vinden we mooi. En dat is ook mooi. Maar ook vrij soft. Het is niet voor niets denk ik, dat het steeds moeilijker is om mannen warm te krijgen voor de kerk en het geloof. Dat past meer bij vrouwen. En die harde kant van God, die ligt gewoonweg niet zo goed in de markt, in de tijdgeest. Het geloof in een hel, dat God mensen verdoemt en oordeelt. Daar moet je niet mee aankomen. Toch?

Maar dat is doodzonde. We moeten afleren daar moeilijk over te doen. We moeten geen geestelijke watjes worden. Een scheutje van van de spierballen van Simson kunnen we wel gebruiken. En dan kunnen we genieten van dit verhaal! Want dan gaat het ergens over. Hier in deze verzen in Richteren 15 gaat het ergens over.

De Filistijnen trekken op tegen Juda. Een invasie. De Judeeërs gedragen zich onderdanig, ze durven de strijd niet aan. In die periode zijn de Filistijnen de onderdrukkers, de overheersers. In een land, dat moet je goed begrijpen, dat aan Israël ten eigendom is gegeven door God, de HEERE, zelf. Wat die Filistijnen doen, dat gaat in tegen Gods eigen diepste bedoelingen en plannen.  Als zij Juda binnenvallen, gaan ze een grens over. Letterlijk, maar ook figuurlijk.

De verhalencyclus over Simson begint in Richteren 13 met de aankondiging van zijn geboorte aan zijn moeder door een engel. Die engel  zegt:

‘Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.’

Nu leek daar aanvankelijk met Simson niet veel van terecht te komen. Toen hij richting de Filistijnen trok begon hij niet met vechten, maar begon hij verlieft te worden op het eerste het beste leuke meisje waar zijn oog op viel. Dat ging niet helemaal volgens plan. Dat was ook niet Gods bedoeling geweest. Maar is dat in ons leven niet veel anders? De krachten en talenten die Hij ons schenkt, besteden we niet automatisch in Zijn dienst of voor de goede zaak. De verleiding is beregroot om er vooral zelf beter van te worden. Als spierbundel gebruikt Simson zijn lichaam niet voor de verlossing van Israël, maar ligt hij vooral goed bij de meisjes.

Hier in deze verzen, treffen wij voor Simson een soort laatste kans. Het is nu of nooit. Gaat hij zijn roeping tot richter waarmaken en verlossing brengen, of houdt het hier gewoon op. Die spanning zit er goed in, als Simson zich laat arresteren en binden. Geeft hij het zelf nu ook op? De Filistijnen denken dat de buit binnen is:

‘En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots. Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet.’

Het is op dát moment dat de Geest van de HEER vaardig wordt over Simson. Dat God zich ermee gaat bemoeien. En dat is toch het ware evangelie, de goede boodschap, in dit gedeelte. Als het over verlossing gaat, dan is de Geest van de partij.

We hebben hier niet te maken met een ordinaire slachtpartij, maar met verlossing. En dat gaat niet zonder slag of stoot. Niet zonder geweld. Dat is de realiteit. De harde, gebroken, pijnlijke realiteit van onze wereld. Daarin mengt de Geest zich, zoals ook Jezus zich daarin gemengd heeft. We hebben geen God in de hemel die van verre het aards gewemel beschouwd en afkeurd, maar ondertussen niet de macht of de wil heeft om er iets aan te doen. Nee, Israël en wij hebben een God, de HEER, die Zichzelf volledig in de strijd werpt. En vieze handen maakt. Zó dat wij er met onze moderne ogen bijna afkeurend naar kijken en zeggen: ‘Moet dat nou?’

Ja, dat moet. Als er iets van Israël en Simson, en als er iets van onze wereld terecht wil komen en van ons leven, dan zullen we moeten accepteren dat God soms hardhandig ingrijpt. Met woorden en daden. Als er duizenden mensen op de Pinksterdag tot bekering komen, dan is dat een hardhandig ingrijpen van de Geest in hun hart en leven. En zo is het ook vandaag: Als God ons niet overmeestert met Zijn Geest en liefde, niet ons hart openbreekt en tot zich trekt, wie zou dan tot Hem gaan of met Hem blijven gaan? Het is God die met Zijn kracht en macht ons kiest, roept, trekt, bekeert, nieuw leven schenkt.

De zonde, het kwaad, de gebrokenheid zal echt niet ‘vanzelf’  uit ons leven en de wereld verdwijnen. En omdat het ons niet lukt, zal de Geest zich ermee moeten bemoeien. Dat is de realiteit. De realiteit van een ezelskaak waarmee 1000 man worden doodgeslagen. En dat is dus echt goed nieuws.

Dat betekent niet dat je dat geweld moet verheerlijken. Dat betekent niet dat je moet zeggen dat de Geest dit graag doet. Dat hier bij Simson bij uitstek zichtbaar is Wie Hij en wat Hij doet. Simson blijft wat dat betreft een ongeleid projectiel. In het vuur van de strijd, stijf van de adrenaline, begint hij te zingen.

‘Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen, met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.’

Dat gaat te ver. Zeker als je weet dat er in het Hebreeuws van de grondtekst een woordspeling in zit. Het woord voor ‘hoop’ is identiek aan het woord voor ‘ezel’. Je zou ook kunnen vertalen als: ‘Met een ezelskaak heb ik een stelletje ezels doodgeslagen.’ Wellicht omdat Simson ervan overtuigd is dat het zijn eigen list met die touwen is geweest waardoor hij de overhand heeft gekregen in de strijd. Simson heeft gewonnen, vindt zichzelf slim en sterk en kijkt daardoor neer op die 1000 man.

Tussen twee haakjes, ook met dat woord voor 1000 is iets aan de hand. Dat hoeven niet per se exact 1000 man geweest te zijn. In het Hebreeuws komt dat woord oorspronkelijk van het woord voor een militaire eenheid, een contingent, onder leiding van een clan-hoofd. Als zodanig kan dat in exacte getallen ook een eenheid van 100 man of minder geweest zijn.

Maar in feite doen de aantallen er niet toe. Als het gaat over mensen, gaat het over mensen. En of er nu 1 iemand sneuvelt, van wie vrouw en kinderen, familie en vrienden voor altijd iemand moeten missen en in rouw gedompeld zijn, of dat het er 10 of 100 of duizend zijn. Met mensenlevens valt niet te rekenen. Verdriet is onmetelijk.

Soms moet er gevochten worden in deze wereld. Daarbij gaat het op het scherpst van de snede, en daarbij vallen slachtoffers. En al vecht je dan voor de goede zaak, zoals Simson, dan past het toch niet om je te verheugen over de val van een ander. In de hemel is er vreugde over elke zondaar die zich bekeert. Maar geen vreugde over de val van een mens, die reddeloos verloren gaat. Het is de uiterste consequentie van een leven tegen God in. Dat loopt dood. Maar hoe graag had God gezien dat het anders was.

Simson komt er achter dat hij niets heeft om zich op te beroemen. Hij krijgt zo’n dorst dat hij denkt dat hij gaat sterven. Hij ontdekt dat hij zijn enorme kracht niet van zichzelf heeft. Dat hij ook maar een mens is, die zonder slokje water het loodje legt. En hij moet aankloppen bij de Allerhoogste voor hulp.

‘Hij riep tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?’

Simson blijft ook in deze woorden een ruwe bolster. Het is geen vroom gebed, maar heel direct, bijna beschuldigend spreken tot God. Maar er blijkt wel uit dat Simson zijn plek kent. Het is God die verlossing brengt, niet Simson, hij is enkel het middel. Simson doet een stapje terug. Hij geeft God de ruimte in zijn leven. Of beter: Hij erkent dat het van meet af aan God is geweest, die hem hier gebracht heeft.

Bijzonder om dan vers 20 te lezen:

‘En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.’

Nu pas komt Simson tot zijn doel. Nu hij beseft dat hij niet alleen sterk is, maar ook zwak. Zwak zonder God. Dat hij niet alleen kan vertrouwen op zijn spieren en zijn kracht, maar ook op God. God gaf onmiddellijk water, zoals alleen God dat kan, midden in de woestijn. God geeft wat nodig is.

‘Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op.’ Of: ‘hij leefde’, ‘hij hérleefde’, ‘nu leefde hij pas echt.’

Zo kan dat met jou en mij ook gaan. In het heetst van de strijd van ons leven, hebben we soms de indruk dat we alles aankunnen, dat alles om ons draait. Tot je hardhandig stil wordt gezet door ziekte of overlijden of werkeloosheid, …of ‘zachthandig’ … dat is misschien nog wel mooier, hier in de kerk. Als je hoort over Jezus Christus. Dat Hij de verlossing brengt, door de kracht van de Geest, in ons leven, in de wereld om ons heen. Dat het niet wij zijn die iets van het leven moeten maken, maar dat we het van Hem ontvangen. Dat dan de puzzelstukjes op hun plek vallen, dat jezelf op je plek komt. Misschien herken je dat wel: Momenten van heilige rust, van ontspanning, van helderheid. Van momenten dat je God dichtbij weet. Momenten bezield van de Geest van de HEER.

Daarmee is de strijd niet afgelopen. Simson geeft leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen. Met die ene veldslag zijn ze niet van het toneel verdwenen. Pas in de dagen van koning David zullen de kansen definitief keren, meer dan een eeuw later. Het wat en hoe van Simsons leiderschap kennen we niet. Van zijn bestuurlijke talenten moest hij het waarschijnlijk niet hebben. Hij was meer een kampvechter, een kampioen, zoals Goliath het werd voor de Filistijnen. Een aanvoerder in de strijd.

Toch krijg je een indruk van een zekere stabiliteit, van een bepaalde koers. De Geest heeft Simson gebracht waar hij moet zijn. Dat is het bizarre van de geschiedenis van Simson. Wij zouden denken: Wat moet je met zo’n man, zo’n domme spierbundel die voor het eerste het beste meisje door de knieën gaat. Wat komt daarvan terecht.

Maar dan onderschatten we de heilige Geest. Dan vergeten we dat Hij God is. Daar gaat het vaak mis. Daar ging het mis bij Ananias en Safira: Zij overschatten zichzelf. Ze denken slim te zijn. Ze denken vooral er zelf beter van te worden. En zij onderschatten de Geest. Zij onderschatten met Wie ze te maken hebben. Dat is gevaarlijk. Je kunt niet zomaar de Mount Everest beklimmen. Dat vraagt training, voorbereiding, en dan nog… deze week overleden er ook weer klimmers. Omdat ze over het randje gingen van wat ze aan konden. Simson balanceert in onze tekst op dat randje…

Onderschat de Geest niet. Dat is vooral goed nieuws. Zoals met Simson, zo wil de Geest ook met u gaan. Mengt hij zich in ons leven. Maakt vieze handen. Om ons te verlossen. En onze spieren en handen en voeten te gebruiken om die verlossing verder te dragen. Wij zijn geen superhelden. Maar we mogen wel vertrouwen op de kracht van de Geest, die ons doet herleven. En van deze wereld, niet zonder slag of stoot, maar toch, Christus’  Koninkrijk maakt.

Amen

Leeservaring: Karl Marlantes – Oorlog voeren

Marlantes is Vietnamveteraan en dat merk je in dit boek: hij schrijft niet als ethicus of vanuit een religieuze traditie prescriptief over hoe je een oorlog zou moeten voeren, maar beschrijft vanuit zijn eigen ervaring wat een oorlog in al zijn realisme met de menselijke geest doet.

12617_4f5db1b41596d_12617Mij trof vooral zijn eerlijkheid over de aantrekkelijkheid van oorlog. De adrenaline, jezelf helemaal kunnen laten gaan, het machtsgevoel, geweld, doodsangst, de blinde razernij: de oorlog heeft een magnetische aantrekkingskracht die we allemaal voelen (zeker als man), in de antieke cultuur gepersonifieerd in de oorlogsgod Mars/Ares/Wodan. Net als seks en religie heeft oorlog voeren een transcendente en heilige dimensie: je kunt er boven jezelf uitstijgen. Het ontkennen daarvan is een verdringing die tot grote rampen leidt: oorlog is niet zomaar een ‘diplomatiek instrument’ dat klinisch ingezet kan worden door beleidsmakers. Regelmatig stelt dat Marlantes dat ook de politici die tot oorlog besluiten, moeten beseffen dat ze bloed aan hun handen hebben.

Oorlog is hel, we moeten het niet mooier maken dan het is.
Marlantes pleit ervoor dat daarom in de opleiding van militairen veel meer aandacht moet zijn voor spirituele en psychische vorming om deze ‘duistere’ kant van onszelf te kennen en kanaliseren, zoals gebruikelijk was. Het moet duidelijk zijn dat ‘ethisch militair’ zijn een contaminatie is: als militair heb je al twee basale ethische keuzes gemaakt: 1. Je hebt partij gekozen. 2. Je bent bereid mensen te doden om anderen te beschermen tegen geweld. Militairen moeten leren om met de gevolgen van die keuzes te leven, en dat is synoniem aan leven met een verscheurde geest: doden leidt onvermijdelijk ook tot schuldgevoel, verdriet, loyaliteitsconflicten. Je hebt om dat te verwerken rituelen nodig.

Het is de kunst, volgens Marlantes, om ook tíjdens een oorlog je niet over te geven aan ‘wij-zij’ denken, maar de tegenstander te blijven zien als mens en die respectvol te bestrijden. Je doodt omdat het moet, en soms moet het. Het is bij de verwerking van ‘het doden’ heel belangrijk dat militairen hun handelen in een groter kader kunnen plaatsen, zodat we wéten waar ze voor vechten en offers voor brengen. De samenleving moet daarom veteranen ruimte geven om hun verhaal te kunnen doen in alle rauwheid, zonder daarvoor terug te schrikken, zoals in de epische verhalen van vroegere culturen.

Als protestants geestelijk verzorger bij de krijgsmacht heb ik dit boek met grote interesse gelezen, want juist voor onze tak van spirituele sport blijkt nog veel werk te doen te zijn. Helaas is Marlantes nogal negatief over zijn ervaringen met geestelijk verzorgers: die waren geen ‘militair’, geen ingewijden in de oorlog, geen ‘lid van de club’ en daarom machteloos in spirituele leiding. Dit mechanisme werkt ook bij onze eigen Defensie: geestelijk verzorgers zonder uitzendervaring horen er nog niet echt bij. Je gaat bijna wensen om zelf ook snel een oorlog mee te mogen maken, een geluid dat ik ook van veel beginnende manschappen hoor.

Theologisch leer ik ervan dat we de huidige allergie voor geweld (ook in de Bijbel) met argusogen moeten bekijken. We leven nog niet in Gods nieuwe en volmaakte wereld, en we moeten dan ook niet idealistisch doen alsof. Allergie voor bloed, dood en geweld kan alleen maar bestaan bij mensen die nooit een oorlog hebben meegemaakt en/of die zich niet voor kunnen stellen dat je voor een hoger doel (de samenleving, de liefde, het recht) je leven zou willen geven. Dat is leunstoel spiritualiteit of comfortchristendom. Voor christenen is het geweld en de dood op Golgotha van Jezus aan het kruis het beste bewijs dat de hel een hemel kan worden.

n.a.v. Karl Marlantes, Oorlog voeren, Meulenhoff: Amsterdam,  2012.