Transpiratie en inspiratie

Pinksterbezinningsmoment voor militairen te velde in Normandië.

  1. Koffie en cake

Muziek: Simon & Garfunkel – The Sound of Silence

  1. Welkom

Goed dat jullie hier zijn. Ik wens jullie in Gods naam een mooie dienst. Ik steek de kaars aan als symbool van de stille kracht van het licht, van al het goede, het ware, het mooie in ons leven. Voor mij als gelovige bij uitstek daarom ook symbool van de aanwezigheid van Jezus Christus.

  1. Binnenkomer

Afbeeldingsresultaat voor army chaplain 1944De foto hierbij is genomen op de stranden van Normandië in juni 1944. Na de transpiratie van de landing en de vorming van het bruggehoofd moest er bevoorraad worden. Niet alleen met eten, munitie en andere zaken, maar ook met spiritueel voedsel, inspiratie. Deze aalmoezenier deelt de eucharistie uit. Want niet alleen je lichaam moet herstellen na inspanning, je geest heeft ook iets nodig: troost vanwege gevallen kameraden, moed om door te vechten, hoop op de overwinning die allerminst zeker is. Zo zijn ook wij hier bij elkaar om inspiratie op te doen. Zodat we weer op kunnen staan of onze mond open kunnen doen.

     4. Muziek Janne Schra – Speak Up

Don’t hide your mouth behind your hand

Say it now, you’re allowed, I’m waiting

Don’t pretend you know it all, I’m waiting

Don’t be scared to fall

  1. Kaarsjes

Muziek: Salvador Sobral – Amar pelos Dois

‘Ik weet dat je niet in je eentje van elkaar kan houden’

  1. Bijbelverhaal Handelingen 2:1-13 (Bijbel in Gewone Taal)

‘Toen het Joodse Pinksterfeest begon, waren alle gelovigen bij elkaar in een huis. Opeens kwam er uit de hemel een vreemd geluid. Het klonk alsof het hard begon te waaien. Het was overal in het huis te horen. Ook zagen de gelovigen iets dat op vuur leek. Dat vuur verdeelde zich in vlammen, en op iedereen kwam een vlam neer. Zo kwam de heilige Geest in alle gelovigen. Daardoor begonnen ze te spreken in vreemde talen.

Op dat moment waren er in Jeruzalem veel Joden uit alle delen van de wereld. Ze waren gekomen om het Pinksterfeest te vieren. Toen het geluid uit de hemel klonk, kwamen ze er allemaal op af. Ze begrepen er niets van. Want iedereen hoorde de gelovigen spreken in zijn eigen taal. Iedereen was erg verbaasd en zei: ‘De mensen die daar praten, komen allemaal uit Galilea. Hoe kan het dan dat we ze allemaal horen spreken in onze eigen taal? Wij komen allemaal ergens anders vandaan….’

De mensen snapten er helemaal niets van, en ze wisten niet wat ze ervan moesten denken. Ze vroegen aan elkaar: ‘Wat betekent dit toch allemaal?’ Maar anderen lachten om de gelovigen en zeigen: ‘Die mensen zijn gewoon dronken!’’

  1. Mijmering Transpiratie en inspiratie

Als infanteristen vertrouwen we op onze fysieke kracht. De groepen hebben dat karakter getoond afgelopen dagen in Strong Fusilier. En we denken hier natuurlijk terug aan de enorme krachtsinspanning van de lui die hier op D-Day zijn geland. Dat was niet misselijk. Toch is fysieke kracht niet alles. Met transpiratie alleen redt je het niet. Je hebt ook inspiratie nodig: mentale kracht. Maar ook die mentale kracht is niet onuitputtelijk. Het zou fijn zijn als je in zou kunnen pluggen op een soort mega-batterij zodat je nooit kracht te kort komt.

Vandaag is het Pinksteren, een feest dat daarover gaat. Pinksteren is één van de grote christelijke feesten, waarvan we gelezen hebben in de Bijbel. Even kort: Nadat Jezus gestorven was aan het kruis (Goede Vrijdag) is Hij opgestaan uit de dood (Pasen), meerdere keren verschenen aan zijn leerlingen, maar uiteindelijk definitief naar God de Vader gegaan (Hemelvaartsdag). Dat betekende dat de club van gelovigen in Jeruzalem een beetje beteuterd achterbleven: wat moesten ze nu? Ze hadden gedacht dat Jezus de wereld zou veranderen in een paradijs, maar nu is Hij weg… Dan op het Pinksterfeest zijn ze dus in Jeruzalem bij elkaar en ontvangen ze de Heilige Geest. Dat betekent dat God zelf ín hen kwam, hen van binnen veranderde, bekrachtigde, herschiep.

Wat hebben jij en ik hier nu aan? Het idee van Pinksteren, van deze uitstorting van de Heilige Geest, is dat deze krachtbron, dit lijntje met God voor iedereen beschikbaar is. In de Bijbel lees je van vóór de tijd van Jezus dat alleen bijzondere mensen een lijntje met God konden hebben. Alleen koningen, profeten, priesters. Hier wordt dat doorbroken. Een soort democratisering van het geloof. Nu hebben niet meer alleen de BC’n of de CC’n verbinding met de grote Romeo, maar iedereen. Voor God is iedereen gelijk. Dat zit ook achter dat talenwonder in dit gedeelte: God spreekt nu ieders persoonlijke taal.

Misschien zeg je: mooi idee, maar ik heb geen behoefte aan een speciaal lijntje met God. Ik zou zeggen: misschien niet in die woorden. Misschien is dat niet de taal die je van huis uit hebt meegekregen. Het woord ‘God’ zegt je misschien niet zoveel. Het is de taal die ik als dominee wel spreek in de kerk. We zitten soms zo vast in onze gewoonten, we hebben soms zo oogkleppen op (zoals die lui die suggereren dat de volgelingen van Jezus dronken zijn…), dat we geen verandermogelijkheden zien. Toch hebben we allemaal wel de ervaring dat er wonderen gebeuren in deze wereld, dat het leven een wonder is, dat we soms boven onszelf uitgetild worden, dat er soms dingen gebeuren die “toevallig” perfect zijn, dat er liefde in je leven komt. Waar het dan vandaan komt? Soms van de woorden van je maten, van thuis, of dit moment van bezinning, maar je vat weer moed, je ziet het weer zitten, je zet die stap waar je zolang tegen aan hikte, je spreekt de woorden die gesproken moeten worden. Hoe jij die inspiratie noemt, maakt mij niet uit. Ik noem het ‘Heilige Geest’.

Pinksteren is het feest waarop gezegd wordt, wat er gezegd moet worden, verstaanbaar voor ieder. Daarin zit ook iets van een wensdroom, van een toekomstvisie: openheid en eerlijkheid, de ruimte en vrijheid van meningsuiting. Zo is de wereld nog niet. Maar laat het jou er niet van weerhouden alvast zó te leven.

  1. Muziek Stef Bos – Lied van Petrus: Vlees en bloed

Ik heb mijn huis en mijn haard verlaten

Wie ik liefhad nog één keer gekust

De veilige haven verlaten

En ik wist ik kom hier nooit meer terug

Want beter een  oorlog

Dan gewapende vrede

Beter opzoek gaan

Dan altijd gewacht

Beter gevallen

Dan nooit gesprongen

En beter de liefde verloren

Dan nooit liefgehad

  1. Gebed (Onze Vader)
  1. Muziek Ramses Shaffy – Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
  1. Zegen

Laten Gods vrede en de rust van dit moment je lang bij mogen blijven.

Gek op God: de gekte van Pinksteren in Psalm 119

Pinksterpreek over Psalm 119,169-176 en Handelingen 2, gehouden in Everdingen.

István Dorffmaister – Pentecost (1782)

 

Gemeente van Jezus Christus,

Misschien verzamel jij wel iets. Best leuk. Zeker als kind. Zelf heb ik ooit postzegels verzameld en bijzondere stenen. Maar meestal gaat dat ook weer over. Voor een tijdje is het leuk, maar dan gaat de lol er ook weer af. Of het kost teveel tijd en teveel geld. Maar je hebt van die mensen, die gaan maar door… Die verzamelen en verzamelen. Munten, poppen, speelgoedautootjes. Ze zijn er een beetje gek van. Ze kunnen er niet genoeg van krijgen.

Je zou kunnen zeggen: De dichter van Psalm 119 is ook een beetje gek. Hij heeft ook zo’n verzamelwoede. Hij heeft 176 verzen verzamelt of geschreven. En niet zomaar 176 verzen. Nee, hij heeft ze ook heel zorgvuldig gesorteerd. Psalm 119 is een acrostichon zoals dat heet. Dat betekent dat de verzen van deze psalm zijn gesorteerd op alfabet. Het hebreeuwse alfabet heeft 22 letters, van alef tot tau. Elke keer zijn er 8 verzen die met dezelfde letter beginnen. Eerst 8 verzen met de a, dan 8 verzen met de b, enzovoorts 22 x 8 verzen, dat is precies 176 verzen. De verzen die wij gelezen hebben, de laatste 8, beginnen dus alle acht met de laatste letter van het hebreeuwse alfabet, de letter tau.

Psalm 119 is de langste psalm die er is. Hij wordt ook nooit helemaal gelezen of gezongen, dat zou veels te lang duren. En het zou ook veels te saai zijn. Er zit namelijk niet eens een duidelijk verhaal in de psalm. Er gebeurt niets. Er zit heel veel herhaling in. Het gaat al maar over hetzelfde. 176x gaat het maar over één ding: de wet van God. De dichter gebruikt nog wel synoniemen, maar toch. Kijk maar mee vanaf 169, daar gaat het over ‘Uw woord’. 170: Uw belofte. 171: ‘Uw verordeningen’. 172: ‘Uw geboden’. 173: ‘Uw bevelen’. 174: ‘Uw wet’. 175: ‘Uw bepalingen’. 176: ‘Uw geboden’. Al die 176 verzen lang gaat het alleen maar daarover.

Ik geef het je te doen! Hoeveel tijd en energie zou dat gekost hebben voor deze hobbyist? Daar is toch een beetje sprake van een soort gekte bij zo iemand. Deze psalm is eindeloos, hij kan zijn mond niet houden, hij kan er geen einde aan breien.

Ja, van God word je een beetje gek. Dat kun je met Pinksteren goed zien. Uit Handelingen 2 horen we hoe de mensen spottend zeggen van de volgelingen van Jezus: Joh, ze zullen wel dronken zijn… Ze zeggen van die rare dingen. Ze doen zo overdreven. Ze kunnen hun mond niet houden over ‘de grote werken van God’ (vers 11). En je merkt dat aan Petrus: Als die eenmaal begint te preken, dan komt er een stortvloed aan woorden. Handelingen 2 geeft die preek van Petrus al vrij uitgebreid weer, maar Lukas schrijft in vers 40 aan het einde dan fijntjes: ‘En met veel meer andere woorden legde hij getuigenis af en spoort hij hen aan’. Het houdt niet op!

Bent u ook een beetje gek van God? Kunt u meezingen met Psalm 119:171 ‘Mijn lippen vloeien over van lofzang, want U leert mij Uw verordeningen. Mijn tong zal Uw woorden bezingen, want al Uw geboden zijn rechtvaardig.’ Etcetera, etcetera. Of heeft u zoiets van: ‘Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg.’ Ik weet niet of u dan vandaag helemaal veilig zit hier in de kerk… want die gekte van Pinksteren lijkt nogal aanstekelijk te zijn. Of beter gezegd: Er zit geen steekje los of zo bij die volgelingen van Jezus of bij die dichter van Psalm 119, daar zit uitstorting van de heilige Geest achter.

Al weet ik niet of het dat iets normaler maakt: ‘Heilige Geest’. Dat klinkt in onze oren toch ook een beetje raar. Bij geesten denken wij eerder aan spoken en sprookjes.  Zodra we over de heilige Geest gaan spreken, wordt het alleen maar ‘enger’. Iemand die van zijn hobby zijn leven maakt, zo iemand is misschien een beetje prettig gestoord. Maar als je zegt dat er een ‘Geest’ in je is komen wonen, die je leven verandert en leidt, waardoor je dingen gaat doen, die je eerst nooit deed en dingen gaat zeggen, waar je zelf niet op zou komen. Dan wordt het toch een beetje eng…

U zegt misschien: ‘Maar in Psalm 119 gáát het toch helemaal niet over de heilige Geest?’ Daar heeft u in zekere zin gelijk in. De heilige Geest wordt in al die 176 verzen niet genoemd. We zongen een paar coupletten van Psalm 119 in de berijming, vers 3, 9, 47, waar ze de Geest er in gesmokkeld hebben. Maar in de grondtekst staat die Geest er niet in… Het is alleen kortzichtig om te denken: Omdat Hij niet genoemd wordt, is Hij er niet.

Dat is natuurlijk met die hele heilige Geest zo. Inderdaad, op die 1e Pinksterdag in Jeruzalem, daar was wel wat te zien en te horen van die Geest. Er klonk het geluid van een geweldige windvlaag, en ‘aan hen werden gezien tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zat op ieder van hen.’ Maar die tekenen, dat was niet de heilige Geest zelf. Dat was een éénmalig signaal. Over het algemeen zie je de heilige Geest niet. Die is onzichtbaar. Je kunt hem wel op het spoor komen.

En daar kan Psalm 119 ons geweldig bij helpen. Want daar komen we een mens tegen, en niet zomaar een mens: een gelovige. Iemand die zichzelf tot God richt. Die roept ‘Laat mijn roepen naderen voor Uw aangezicht, HEERE’ (169). Die smeekt ‘ Laat mijn smeken voor Uw aangezicht komen’ (170). ‘Laat Uw hand mij te hulp komen’ (173). ‘Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw dienaar’ (176). Dat is best vreemd allemaal, als je erover nadenkt.

Zo snel vragen wij mensen niet om hulp. Zo gelovig zijn wij vaak niet, dat wij ons totaal afhankelijk weten van God. Ja, wij zijn ongeneeslijk religieus. Dat is zo. Maar je totaal met lege handen openstellen voor de God van Israël. Dat is wat anders.

Want de dichter verwijst daarbij de hele tijd naar de ‘wet’, het ‘woord’, de ‘geboden’, etc. Waarschijnlijk moeten we dan denken aan de boeken Genesis-Deuteronomium, de Thora. Heel die voorgeschiedenis van Israël, over Adam, Noach, Abraham, Izak en Jakob, Mozes en de tocht door de woestijn. Over God die helpt in nood, die Zijn volk bevrijdt en Zijn wetten en geboden geeft. Het is de God van die verhalen en wetten, de HEERE, tot wie de dichter zich richt, in Wie hij blijkbaar gelooft, van Wie Hij blijkbaar dan ook nu vandaag voor zichzelf hulp verwacht.

Je zou kunnen zeggen: Dat is best raar. Voor die dichter is dat allemaal een levende werkelijkheid wat hij leest in dat oude boek, in de wet. Echt.

Maar dat is nu precies het werk van de heilige Geest. Die geloofsstap die is voor onze benen te groot. Die wordt ons gegeven. Daarin worden wij gedragen. Dat ervoeren de discipelen van Jezus met Pinksteren. Ze gingen niet zomaar ‘gekke dingen’ doen. Een christen is niet ‘gek’. Maar overtuigd van de levende aanwezigheid en betrokkenheid van God op mij. Die zekerheid, die overtuiging, dat breng je als mens niet zelf op. Die openheid van het hart, in schuldbelijdenis, gebed, en lofzang, naar God toe, dat is het werk van de heilige Geest.

Als we het zo bekijken is Psalm 119 bij uitstek een psalm over de heilige Geest. Over het werk van de Geest. Een poosje geleden ben ik in het Rijksmuseum geweest. Daar was onder andere een tentoonstelling van de late werken van Rembrandt, de schilder.

Alle werken van de laatste 10 jaar van zijn leven hingen daar bij elkaar. En als je die schilderijen zo zag hangen, dan zag je in één oogopslag dat ze van Rembrandt zijn. Zijn bijzondere manier van schilderen, met veel donkere tinten, met grote bewegingen, en in het midden het onderwerp van het schilderij in het licht, waar je oog naartoe wordt getrokken, daar een paar ongelooflijke details. Daar hoef je niet over te twijfelen: als je dát ziet, weet je, dit is het werk van Rembrandt. Dat doet niemand hem na.

Als je zo naar die 1e Pinksterdag kijkt, dan is daar duidelijk de heilige Geest aan het werk geweest. Hoezo?

Wij zijn dan geneigd allereerst naar die bijzondere gebeurtenissen te wijzen: de tongen van vuur, de vreemde talen; en dat hoort er ook allemaal bij. Maar het meest bijzondere is, dat die discipelen van Jezus in één keer erg veranderd lijken. Ga maar na: Het zijn eenvoudige vissers uit Galilea. Dat wordt ook met zoveel woorden gezegd: ‘Zie, zijn het niet allen Galileeërs die daar spreken?’ Dat is niet alleen een opmerking over hun moedertaal, maar daarin zit ook iets neerbuigends in, vanuit die joden in Jeruzalem. Van deze Galileeërs verwachtten ze zoiets niet.

En als je het evangelie van Lukas hiervoor gelezen hebt, dan verwachten wij het ergens ook niet van ze. Na Goede Vrijdag kruipen die discipelen angstig bij elkaar in hun huis met de deur op slot. Bang dat ze gepakt worden. Ontredderd. Gebroken. En zie ze vandaag dan eens. Petrus staat daar met de andere elf frank en vrij het evangelie van Jezus Christus te verkondigen. En dat is niet een éénmalige opwelling, heel dat boek Handelingen gaat daarover dat ze daarmee ook niet meer zijn opgehouden. Al werd het moeilijk, al werden ze alsnog vervolgd en gedood en gevangengezet. Ze houden hun mond niet meer. Ze zijn veranderd.

Het is de verhoring van het gebed van Psalm 119: ‘Laat mijn ziel leven, dan zal hij U loven.’

Het probleem in het Oude Testament is telkens weer dat God zichzelf wel openbaart aan Zijn volk, Zijn geboden geeft, maar dat het volk niet verandert. Keer op keer zakt bij het volk de herinnering weg, het geloof zakt weg, het enthousiasme zakt weg. Doen wat God vraagt, dat gaat niet van harte. Het is iets van de buitenkant, maar niet iets van binnenuit. En daardoor groeit het bewustzijn bij Israël: zolang wij op eigen kracht God moeten dienen, dan is dat gedoemd om te mislukken. God moet ons van binnenuit veranderen. Ons hart vernieuwen.

‘Laat mijn ziel leven, dan zal hij U loven.’ Want dat gaat dus niet vanzelf. We moeten levend gemaakt worden. En dat is bij uitstek het werk van de heilige Geest. Het woord voor ‘geest’ in het hebreeuws en grieks, de talen van de Bijbel, is hetzelfde woord als wind en adem. Zoals Adam in de het paradijs het leven werd ingeblazen, zo moet ons hart beademd worden door God.

In Jeremia 31,33 staat: ‘Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn.’

Die vervulling van Psalm 119 en Jeremia 31 treffen we aan op die 1e Pinksterdag. In die grote lijn van het Oude Testament staat dat feest. Vanaf nu stort God Zijn Geest, Zijn adem in ons hart en maakt ons levend. Hij vult ons met Zijn Geest. Hij verandert ons van binnenuit. En dat betekent niet dat wij bezeten raken of dat er een steekje los raakt, dat we gek worden, nee, het is bevrijding, het betekent dat wij eindelijk leven zullen zoals God het wil, zoals het hoort, bevrijdt van zonde en schuld.

Het beste bewijs daarvan in je leven is vers 174: ‘HEERE, ik verlang naar Uw heil; Uw wet is mijn bron van blijdschap.’ Het geloof in God, het leven met Hem, dat is dan geen verplichting meer, en geen gewoonte, geen uiterlijke zaak, maar het verlangen van je hart. ‘HEERE, ik verlang naar Uw heil.’

Voor de dichter van Psalm 119 kunnen we wat dat betreft duidelijk het werk van de heilige Geest aanwijzen. Geïnspireerd is hij door de heilige Geest. Al de tijd en energie die hij gestoken heeft in het maken van dit lied is één grote handtekening van de Geest in Zijn leven. Ook tijdens het Oude Testament was die heilige Geest dus actief. Ook voor Pinksteren. Pinksteren is enkel het feest van de uitbreiding daarvan, de Geest gaat mensen drijven tot zending en verkondiging te beginnen in Jeruzalem, maar tot de einden van de aarde. Schaalvergroting, een nieuw tijdperk. Maar ten diepste blijft het werk van de Geest hetzelfde: mensen van binnenuit veranderen, ze op God richten, ze levend maken, ze vullen met liefde voor God.

Het is dan een interessante, maar ook belangrijke vraag, of u dat werk van de heilige Geest ook in uw eigen leven op kunt merken. Herkent u iets van Psalm 119 in uw eigen leven? Iets van dat verlangen naar God? Naar de verborgen omgang met Hem in gebed en bijbellezen?

Of om het anders te zeggen: Heeft God je hart? Een hele simpele vraag. Of je nu jong bent of oud, daar kun je vast wel voor jezelf een antwoord op geven. Heeft God je hart? Dat kan natuurlijk best wel eens wegzakken. Er kunnen zoveel dingen zijn die ook in ons hart leven. Twijfel. Aanvechting. Zorgen. Je werk dat je bezig houdt. Waardoor je misschien in de gang van alledag voor je gevoel weinig aan God toekomt. Misschien wel tekortschiet. Dat kan allemaal zo zijn. Maar juist dan is het goed jezelf die vraag ook vandaag te stellen en oprecht je antwoord te geven: Heeft God je hart? Verlang je met Hem te leven, Hem te dienen?

Het kan dat je zegt: ‘Ik durf dat niet zo van mezelf te zeggen. Ik kom wel graag hier in de kerk. Ik probeer te leven zoals Hij van mij vraagt…

Maar om te zeggen dat de heilige Geest in mij woont, dat ik een bekeerd, een veranderd en nieuw mens ben… ik voel me nog zo’n zondaar. Het is voor mij te hoog gegrepen. Ik ben over mezelf nog niet zo zeker.’ Dan mag ik u bemoedigen: Dan heeft de heilige Geest je al meer veranderd dan jezelf misschien beseft. Want die nederigheid, het inzicht dat jezelf niet zo bijzonder geweldig bent, dat is bij uitstek wat je in Psalm 119 terugvindt. Dat ís werk van de Geest.

Het kan ook dat je zegt: ‘Nee, sorry. ‘HEERE, ik verlang naar Uw heil; Uw wet is mijn bron van blijdschap.’ Daar kan ik echt niets mee. Dat staat zo ver van mij af. Heeft God mijn hart? Is Hij de liefde van mijn leven? ‘Mijn lippen vloeien over van lofzang.’ Dat gevoel heb ik nou nooit…’ Dan is het helemaal goed dat je hier vandaag bent met Pinksteren in de kerk. Want dan heeft de heilige Geest in u nog een hoop werk te doen. Op de 1e Pinksterdag in Jeruzalem waren er zo 3000 mensen die zo de preek van Petrus beluisterden, Jezus als Messias erkenden, zich lieten dopen en een nieuw leven begonnen. De heilige Geest gebruikt dan ook deze preek vandaag om u te zeggen: Dat nieuwe leven kan hier vandaag dan ook voor u beginnen. Bidt het dan oprecht mee: ‘Laat mijn ziel leven, dan zal hij U loven.’

En wat mooi, wat mooi als je vandaag met Pinksteren kunt zeggen: ‘Ja, ik zie dat werk van de heilige Geest duidelijk in mijn leven. Ik dien God van harte.’ Hou je mond daar dan niet over vandaag!

Met Pinksteren worden we een beetje gek. Gek op God. In de zin van dat we van Hem gaan houden. Van Jezus, Zijn Zoon, gaan houden. En dan hebben we de open deur van Psalm 119 nog niet eens gehad: Gek op God, dat betekent dan in de eerste plaats vooral: Gek op Zijn Woord. Op de Bijbel.

Ook daar zit een lijn van Psalm 119 naar Pinksteren. Want het is niet zo dat de mensen die vervuld zijn van de heilige Geest zomaar wat woorden uit hun mouw schudden. Nee, ze vertellen over de ‘grote werken van God’, staat er in Handelingen 2. In het Oude Testament is dat een aanduiding voor het reddend en bevrijdend handelen in de geschiedenis van Israël. Voor die grote daden van God, moet je dus in de Bijbel zijn.

Maar het gaat verder: Als Petrus dan gaat preken, dan citeert hij de ene na de andere bijbeltekst. Uit de profeet Joël, uit Psalm 16 en uit Psalm 110. En dat was niet een eenmalig trucje. Je treft dat elke keer weer aan, ook verderop in Handelingen in de preken van Stefanus, Filippus en Paulus: ze kennen de Bijbel zo goed als uit het hoofd lijkt het!

En dat is ook zo. Liefde voor God, dat gaat samen met liefde voor wat Hij ons te zeggen heeft in Zijn Woord, de Bijbel. Dat was toen zo, dat is vandaag zo. En dat is niet iets wat je komt aanwaaien. Jezus zelf zat op 12-jarige leeftijd aan de voeten van de schriftgeleerden in de tempel. Waar denkt u dat Jezus anders die wijsheid en liefde vandaan had? Petrus is vóór deze preek 3 jaar intensief met deze Jezus opgetrokken, en altijd op sabbat naar de synagoge. Paulus heeft een gedegen theologische opleiding gevolgd in Jeruzalem.

Er is een wisselwerking tussen liefde voor God en liefde voor de Bijbel. Als je het verlangen naar God en om voor Hem te leven in je hart niet voelt, of niet meer zo voelt, dan moet je daar niet met je armen over elkaar op zitten wachten, dan moet je daar zelfs niet alleen om bidden, maar dan moet je je Bijbel opendoen en lezen over Zijn grote daden in de geschiedenis. Dan ga je ‘vanzelf’ van Hem houden. ‘Vanzelf’ tussen aanhalingstekens: de Bijbel is het belangrijkste instrument van de heilige Geest om in ons hart binnen te komen en ons van binnenuit te veranderen.

Daarom is het ook zo belangrijk om naar de kerk te komen. Ook als je daar geen zin in hebt. Want hier gaat die Bijbel open. Hier klinkt het Woord van God. En alleen zo kan de liefde voor Jezus Christus in ons hart gewekt en gevoed worden. Ik wil u op deze Pinksterdag dan ook aansporen: Blijf volharden in de kerkgang. Liefst twee keer per zondag als u daartoe in staat bent. Juist als je die behoefte niet hebt. Want als je dan niet komt, dan zak je uiteindelijk alleen maar verder weg en van die vernieuwing van je leven komt dan niet veel terecht.

Aan het einde van Handelingen 2 lees je dat de volgelingen van Jezus dagelijks samenkwamen in de tempel om te bidden, en dat ze volhardden in de leer van de apostelen. Als je daar niet aan mee doet, dan is je hart zo weer koud en leeg, dan is Pinksteren en de vervulling van de Geest zo weer iets van gisteren. Dan komt het er met het leven met God ook niet zo van. En dat wilt u toch niet…

In de ogen van de wereld een beetje gek. Pinksteren. Vervuld met de heilige Geest. Psalm 119, een beetje gek: iemand die maar niet uit kan over Zijn geweldige God met Zijn geweldige Woord. Als je die Bijbel open doet dan denk je: ‘Misschien helemaal zo gek nog niet die HEERE, die God van Israël!’ Dat is dan niet zo gek, dat is de Geest.

Amen

Droom lekker verder, Petrus!

Preek van 1e Pinksterdag over Handelingen 2,14-36

Masolino da Panicale - St. Petrus prekend (fresco, 1426-7)

Masolino da Panicale – St. Petrus prekend (fresco, 1426-7)

Gemeente van Jezus Christus,

Droom je wel eens? Vast wel. Ik ook. Ik ben alleen niet zo goed in het onthouden van wat ik gedroomd heb. ’s Morgens als ik wakker wordt, dan staat me vaag nog wel iets bij. Maar het is heel moeilijk om precies na te vertellen wat je nu precies in mijn dromen allemaal heb meegemaakt. Dat weet je nog het best nét als je wakker wordt, nog een beetje slaapdronken, maar daarna lijkt het wel alsof die herinneringen als los zand door je vingers glippen. In je dromen kan alles…

Als we horen over Pinksteren, lijkt het ook wel een beetje een droom. Er gebeurt van alles wat normaal niet gebeurt: De 12 apostelen en andere leerlingen zijn bij elkaar in de tempel als plotseling op hun hoofden vuurvlammen verschijnen en er een geluid klinkt als van een geweldige stormwind. En opeens beginnen zij allemaal te praten. Te preken. Over de grote daden van God. En de omstanders horen hen allemaal in hun eigen moederstaal. Het is niet normaal wat daar gebeurt. Het klinkt ons vreemd in de oren. En niet alleen ons. Heel wat van de omstanders zelf zeggen ook: ‘Ze zijn dronken.’

Maar dan staat Petrus op: ‘Nee, beste mensen, wij zijn niet dronken! ’t Is pas negen uur ’s ochtends. Wat denken jullie wel van ons! Dit’, zegt Petrus, ‘dit is wat Joël al gezegd heeft: ‘En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees en uw zonen en  uw dochters zullen profeteren, uw jongemannen zullen visioenen zien en uw ouderen zullen dromen dromen.’

Ah, Petrus is niet dronken… Hij droomt… Hij is een beetje vaag aan het doen. Hij is ‘vol van de heilige Geest’. Ik weet niet wat u zich daarbij voorstelt, maar in de ogen van zijn tijdgenoten lijken hij en zijn collega’s een beetje dronken. Ze worden loslippig. Raken een beetje doorgedraaid. Je herkent het wel als je wel eens een glaasje teveel hebt gedronken. Het programma Op zoek naar God ging met Gordon een paar jaar geleden op bezoek bij een charismatische pinkstergemeente in Amerika. Hij geloofde zijn ogen niet. De gemeenteleden dansten in het rond, lagen te lachen op de grond, spraken in onverstaanbare tongentaal. Wat is dit, dacht Gordon. En hij flapte het eruit: ‘Het lijkt wel of ik een gekkenhuis ben beland!’ En hij voelde zich er echt niet op zijn gemak.

En moet je horen wat Petrus verder zegt: ‘En ook op Mijn dienaren en op Mijn dienaressen zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren. En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed, vuur en rookwalm. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en ontzagwekkende dag van de Heere komt.’

Petrus bedoelt: Dat gebeurt op dit moment, die uitstoring van de Geest, die vlammen van vuur! Dat is wat Joël heeft voorzegd! Lang geleden heeft Joël geprofeteerd dat er een dag zou komen, waarop de wereld zou vergaan. Een dag waarop God zelf uit de hemel af zou dalen met zijn engelenlegioenen. Ten oorlog tegen het kwaad. Uit toorn over alle zonde op de wereld. Op die dag zal de aarde verteert worden door vuur. De grote laatste oorlog, de definitieve slag. Ieder die het tegen God durft op te nemen, legt het af. De zon gaat uit. De maan en sterren worden verduisterd. Een dag van grote donkerheid. Maar het volk van God zal blij en verheugd zijn, ze zullen God prijzen, en mogen wonen in het beloofde land, veilig en in overvloed. Met God te midden van hen.

Eindelijk, roept Petrus, eindelijk is het zover. Dit gebeurt nu! Dit is Pinksteren!

Eh, meneer Petrus… droomt u niet een beetje? Ok, er zitten gekke vuurvlammen op jullie hoofden, die ik niet helemaal kan verklaren. Maar om nu te zeggen met Joël: ‘En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed, vuur en rookwalm. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed.’ Dat zie ik toch allemaal niet zo… Verbeeld je je het niet? Wil je misschien zó graag dat dat gaat gebeuren, dat je erover gaat dromen? Dat kan, hè. Dat waar je vandaag over loopt te denken of piekeren, dat dat ’s nachts terugkomt in je dromen. De wens is de vader van de gedachte, zegt men wel eens.

En zo zegt men ook wel eens van ons christenen: Jullie verbeelden je het allemaal maar. En daar kunnen we ons inderdaad best iets bij voorstellen. Het is ook bijna te mooi om waar te zijn. Een God in de hemel die van ons houdt. Die zijn enige Zoon voor ons over heeft en Hem laat kruisigen, om onze schuld te betalen. Hij, die nu over alles regeert. Daar kun je inderdaad van alles tegen in brengen. Wat zie je daar nu werkelijk van om je heen? Wat merk je daar nu echt van? In werkelijkheid is het allemaal niet zo spectaculair in de kerk. Ook niet met Pinksteren. Vandaag zijn er hier zelfs geen vuurvlammen en geen geluid van een stormwind.

Het is allemaal niet zo spectaculair als Joël geprofeteerd heeft. Zie je dat wel goed, Petrus? Droom je niet? Nee. Toch niet. We zitten toch ook niet in de kerk omdat dat zo spectaculair is. Ik weet wel, wij mensen houden daar wel van. Hoe meer spektakel hoe beter. Films in de bioscoop houden ons vanaf de eerste beelden aan het scherm gekluisterd. Deze week begint het WK, de tv-verkoop zit in de lift. We willen het allemaal volgen. De hoogtepunten niet missen. Zelfs met het nieuws in de krant en op tv is het tegenwoordig zo dat men scoort met heftige beelden, met vette koppen. Als het nodig is worden de kleinste dingen opgeklopt tot iets groots. En iedereen buitelt over elkaar heen met meningen en commentaar om schande te roepen.

Maakt Petrus zich daar ook schuldig aan? Wil hij het spectaculairder maken dan het is? Nee. Het gaat hem niet om het spektakel, om die tekenen van Joël die inderdaad niet letterlijk allemaal in vervulling gaan met Pinksteren. Dat ziet hij trouwens zelf ook wel. Het citaat uit Joël is een klein beetje aangepast. Petrus zegt ‘Het zal zijn in de laatste dagen…’. Dat staat er in Joël niet. Bij hem is het: ‘Op die dag!’ Petrus smeert het wat uit. Creëert wat ruimte. Het gaat in vervulling, zegt Petrus, maar niet allemaal vandaag, maar vanaf vandaag. Nu gaat het beginnen. We leven hiernaar toe.

De kern zit dan ook niet in de tekenen, in het spectaculaire, maar in de uitstorting van de heilige Geest. Waar zoveel mee gezegd is als: God komt zelf naar de mensen toe. En dat is een indrukwekkende gedachte. Het uitstorten van de heilige Geest, dat is niet zoals met een klein gietertje hier en daar wat water bij de plantjes in de vensterbank doen, een slokje per dag. Het is meer een stortbui. Een stortvloed. Waarvan je tot op de draad toe nat wordt. Of, daar kun je het ook mee vergelijken met een waterkanon. De ME gebruikt dat wel eens bij ernstige rellen. Een soort brandweerauto met een gigantische waterspuit, waarmee ze een menigte mensen zo uit elkaar kunnen spuiten. Een keiharde waterstraal, die je niet kunt trotseren, waarvan je niet op de voeten blijft staan. Nou, zo, zo is de heilige Geest. Zo werkt Hij.

En dat zit niet in de vlammen en de wind. Daarvan zijn de mensen met Pinksteren nog niet zo onder de indruk. Nee, het zit in de woorden. In de preek van Petrus. Het is een preek, het zijn Woorden van God, die mensen omver blazen. Petrus droomt dat niet. Na afloop van de preek, lees je dat er 3000 mensen geraakt zijn, tot bekering komen en zich laten dopen.

Het spektakel zit met Pinksteren in de preek.

Want Petrus droomt niet. De heilige Geest laat hem juist scherp zien. De heilige Geest laat ons profeteren, staat er, en dromen dromen en visioenen zien. Dat betekent niet dat we dingen zien die er niet zijn. Eerder andersom: Wij gaan de dingen zien zoals ze zijn. In hun juiste verhoudingen. We gaan zien wat er toe doet en wat niet. En verder nog: Je gaat zien waar God aan het werk is. Wat Hij van je wil. De heilige Geest wil voor ons zijn als een bril. Zonder bril, zie ik nog wel aardig, ik zie nog kleuren en vormen, maar ik herken jullie niet meer en kan dat bord nauwelijks lezen. Maar met bril, wordt alles opeens duidelijk en helder.

Zo is het met Pinksteren. De heilige Geest geeft Petrus en de apostelen een diep inzicht. Allereerst is dat dan een inzicht in het Woord, in het Oude Testament. In deze preek staan drie uitgebreide citaten. Eerst uit Joël en later ook nog twee uit de psalmen. Uit psalm 16 en psalm 110. Die schriftgedeelten kenden alle joden die naar Petrus stonden te luisteren. Want op het Pinksterfeest kwamen alle vrome, wetsgetrouwe Joden naar Jeruzalem voor het feest. En dat is Petrus’ publiek. Met bijbelkennis zit het bij hen wel snor. Maar Petrus zegt: ‘Hebben jullie het ooit wel goed gelezen. Heb je wel gezien waar het daar eigenlijk over gaat? Over wie het daar gaat?’

Beste mensen, het gaat over Jezus. Ja, die Jezus van Nazareth. Want Hij mag dan gekruisigd zijn. Hij is opgestaan uit de dood. De dood kon Hem niet vasthouden. Dat is toch wat David heeft geschreven: ‘want U zult mijn ziel in het graf niet verlaten en Uw Heilige niet overgeven om ontbinding te zien.’ Maar David is dood en begraven en zijn graf is hier in Jeruzalem. Maar het graf van Jezus is leeg, want Hij is opgestaan! Jezus is de Heer over wie David het had!

De Pinksterpreek van Petrus is in feite een paaspreek: Met Pinksteren gaat het over dat feit, over diezelfde opgestane, levende Jezus. Met Pinksteren wordt het niet opeens allemaal vaag en zweverig. Gaan we het niet opeens hebben over allerlei geestelijke dingen. Nee, Petrus drukt ons, ook u en mij, met de neus op de feiten. Zie het nou maar eens onder ogen, zegt hij tegen zijn publiek en tegen ons. Die Jezus die jullie gekruisigd hebben. Die Jezus waarvan je denkt dat hij dood en begraven is. Die Jezus waar je gehoopt had vanaf te zijn. Die Jezus leeft. En die Jezus stort Zijn Geest uit over ons. Die Jezus laat mij hier verkondigen.

Wat je met Pinksteren ziet en hoort is niet minder dan een bewijs van de waarheid van het evangelie. Het betekent dat je er vanaf nu niet meer omheen kan. Niet meer om Jezus heen. En Petrus klinkt aardig overtuigd. En dat niet alleen. Zijn woorden zijn raak. Hij is niet alleen getuige, en overtuigd, maar overtuigt ook. Dat is de heilige Geest, kun je beter zeggen. Hij verslaat de schriftgeleerden met hun eigen Schrift. Het Woord gaat leven. Is als een tweesnijdend scherp zwaard.

En het treft ook ons. Door datzelfde Woord spreekt Jezus ons door Zijn Geest ook aan. Diezelfde ernst, dat ontzag. Dat diepe inzicht, dat treft ook ons. Die lange citaten uit het Oude Testament spreken ons misschien niet zo aan. Die spreken niet echt tot onze verbeelding. Maar ook tot u en jou klinkt het daaruit: Jezus Christus is de Heere. Dat wil zeggen: Hij is uw God.

Heel veel mensen in ons land geloven wel in iets, of zelfs: in God. Maar we hebben zelden scherp wat we daarmee bedoelen. Petrus zegt nu tegen ons: God? Jezus, zul je bedoelen. Hij is de Heere. Met Hem heb je als mens te maken. Of je wilt of niet. Petrus confronteert behoorlijk. En je kunt je een beetje voorstellen hoe het bij zijn hoorders overgekomen is. Want die Jezus hebben zij net vermoord. En nu blijkt Hij toch de messias te zijn geweest, de Zoon van God, God zelf. O, schrik.

De feiten die Petrus nog eens voor hen uiteen zet, blazen hen van hun sokken.

Waarom moeten ze daarvan schrikken? Waarom zouden wij daarvan moeten schrikken?

Omdat Jezus ten hemel gevaren is, en Hij nu zit aan de rechterhand van God. De heilige Geest doet Petrus denken aan psalm 110, waar staat: ‘De Heere heeft gesproken tot Mijn Heere: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden neergelegd zal hebben als een voetbank voor Uw voeten.’ En dat is precies het probleem, want die vijanden, dat kunnen ze heel goed op zichzelf betrekken…. Dat slaat op hen.

De ernst en de urgentie van Pinksteren zit daarin dat Petrus zegt: Vanaf nu worden de rollen omgedraaid. Nu gaat blijken wie er werkelijk de baas is in de wereld en over de mensen. Het laatste oordeel komt eraan. De komst van Jezus in heerlijkheid. Dat wat je vandaag ziet en hoort is daar een voorbode van. En in principe is dat vandaag voor ons net zo: Deze preek, die u nu hoort, is een voorbode, een boodschap vooraf, gedrongen door de Geest, ook aan u: Bereidt u voor, want straks is het zover. Straks staat u voor Jezus Christus. En dan?

Pinksteren is als D-day. Eergisteren werd het herdacht in Normandië. 6 juni 1944. 70 jaar geleden. Toen landden de geallieerden in de grootste vloot ooit op aarde geweest met 130.000 man op het vaste land van Europa. Het begin van de ondergang van het rijk van Hitler. Het begin van het einde. Dat is Pinksteren. Vanaf Pinksteren krijgt God de heilige Geest vaste voet aan de grond op aarde. Vanuit Jeruzalem wordt het Koninkrijk van Christus uitgebreid, gaat doorbreken, verslaat de vijanden, de zonde, de duivel, het kwaad.

Pinksteren is de start van het laatste grote offensief van Christus om de hele wereld voor zich te winnen. Nee, niet zoals met D-day met wapens. Niet, zoals de islam is gegroeid, met een jihad, een heilige oorlog. Maar met de Geest, met het Woord. Waar wapens alleen mensen lichamelijk kunnen raken, raken Geest en Woord ons hart, onze ziel. God treft ons dieper dan kogels ons kunnen treffen. Hij treft ons in onze zonde, in onze zelfzucht, in ons verlangen om zelf uit te maken wat goed voor ons is. Hij treft ons in onze eigen koninkrijkjes van status en schone schijn, van genot en geluk. Hij haalt ons hele leven over hoop en dwingt ons tot één keus: Knielen voor Jezus of dienen als voetbank voor Zijn voeten.

U en ik, wij leven in die laatste fase van de wereldgeschiedenis. De wereldgeschiedenis loopt ten einde. De belangrijkste, beslissende gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. In Jezus Christus. We kunnen niet anders dan telkens terugverwijzen naar Hem. Heel de Pinksterpreek van Petrus is één grote schijnwerper op het leven en werk van Jezus. Niet voor niets rekenen we in onze jaartelling in jaren vóór Christus en jaren ná Christus. Hij vormt het centrum, het midden van alles. Deze Jezus, zegt Petrus in vers 23. Deze Jezus, zegt Petrus in vers 32. Deze Jezus, zegt Petrus in vers 36: ‘Laat dan heel het huis van Israël zeker weten dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk deze Jezus, Die u gekruisigd hebt.’

Ja, dat is schrikken. We denken vaak dat het ons leven wel een beetje zo voortkabbelt. De ene dag lijkt op de ander. Voor je het weet zijn er weer wat weken, maanden of jaren om. We leven ons leven, doen ons ding. Gaan naar school. Maken plannen voor de toekomst. Genieten van het mooie weer. En dat mag allemaal. Daar gaat het niet om. Waar het om gaat is dat je wel goed moet kijken, dat je de bril van het Woord en de Geest op zet. De tijd waarin wij leven is niet zo onschuldig als we soms denken. In ons beschermde wereldje, in Everdingen, daar lijkt het allemaal rustig. Maar miljoenen broeders en zusters die vervolgt worden, die vandaag in het geheim bij elkaar zijn, die gevangen zitten, die ervaren aan den lijve dat er een strijd bezig is in deze wereld.

En kunnen we dat ergens niet in onszelf ook ervaren? De strijd van de Geest is niet alleen iets van het verscheurde wereldtoneel, maar ook van ons verscheurde hart. Ook in ons laat de Geest de strijd ontbranden tegen zonde en ongeloof, tegen wereldgezindheid, schijnheiligheid en liefdeloosheid. Het vuur van Pinksteren zet ook onze ziel in vuur en vlam. Om te verteren alles wat tegen Jezus in gaat. Zoals Paulus schrijft in Galaten: ‘Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees in; en die staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u zou willen.’

Vanuit Psalm 110 en Psalm 16 toont Petrus aan dat Jezus de messias, de Heer is. En daarmee krijgt die ene zin uit Joël opeens een diepe glans (vers 21): ‘En het zal zo zijn dat ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zalig zal worden.’ Pinksteren is wel ernstig, en urgent, maar het is niet alleen een oorlogsverklaring. Het is ook een laatste vredesaanbod. Een laatste kans. Om zalig te worden. Dat is: gered te worden. Gered van de toorn van God. Dat is nog mogelijk. Dat we als mensen Jezus vermoord hebben, dat zou onze ondergang moeten betekenen, zou je denken. Daarmee hebben we onze laatste kans verspeeld. Maar Jezus, onze Goede Heere en Heiland, zegt van niet. Door Zijn Geest. Ook tot u vandaag: U kunt nog worden gered. U kunt zalig worden. Als u de naam van Jezus aanroept. Dat wil zeggen: Als je je bekeert tot Hem. Als je je afwendt van je zonden, en je aan Hem toevertrouwt. Naar Hem overloopt. Maar dan ook helemaal. Je hele hebben en houden voor Hem neerlegt: ‘Heere, hier ben ik. Neem mij in uw genade aan. Ik weet dat ik een zondig mens ben. Dat ik u grenzeloos veel verdriet heb gedaan en nog doe. Maar U bent de Heere. U bent Christus. Ontferm u over mij.’

Zo ligt in het Pinksterfeest, in de uitstorting van de heilige Geest ook onze enige troost in leven en sterven. We mogen zeker zijn van de waarheid van Petrus’ woorden. Het is het Woord van God dat in vervulling gaat. 3 citaten uit het Oude Testament, want door 3 getuigen staat iets werkelijk vast. Jezus houdt woord. ‘Laat dan heel het huis van Israël zeker weten dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft…’ Het gaat niet om allerlei dromerijen en verbeelding met Pinksteren. Geen vaag geloof en spiritueel gevoel, maar de harde feiten van kruis en opstanding, van hemelvaart en wederkomst, die zijn het waarop wij ons leven mogen bouwen.

Boven zichzelf uit spreekt Petrus. Dat wel. Gedreven en bewogen door de Geest ziet hij al meer dan wat met onze ogen zichtbaar is. En met dat citaat uit Joël, geeft hij aan dat wij dat ook mogen doen. Boven onszelf uitstijgen. Uit ons eigen leventje opkijken naar de hemel. Niet meer in onszelf en onze eigen zorgen gevangen. Maar Jezus’ Naam aanroepend zeker van de grote morgen die daagt aan de horizon, van het Koninkrijk van Christus dat doorbreekt.

Laat het u ook dromen? Het bijzondere van christelijk dromen is, dat we er niet dromerig en slaperig van inzakken, maar erdoor in beweging komen. Petrus kan zijn mond niet houden. De andere apostelen ook niet. Ze laten zich door hun dromen en visioenen de hele wereld over drijven. Niet kijkend naar de golven, maar Jezus Christus in het oog houdend. Dat mag vandaag ook: Ik weet wel. Als je kijkt naar de kerk, naar de gemeente, dan denk je soms: Het is ook maar een zootje ongeregeld bij elkaar. Wat komt er terecht van alle mooie woorden van ware liefde, van oprecht geloof, van vurige hoop. Wat vallen mensen en medechristenen soms tegen. Ja, dan verlies je Jezus Christus uit het oog. Vul mij opnieuw met Uw heilige Geest. Laat mij dromen dromen en visioenen zien. Geef mij de bril van Uw Geest. Leer mij door alles heen, U zien, Uw werk, Uw regering, Uw koninkrijk dat komt!

Gemeente, het is elke dag Pinksteren als je zo leeft bij het Woord van God, bij zijn beloften en daarop bouwt.

Amen