Jezus als haatprediker?

Homilie bij de herdenking van de Bevrijding van Beringen (6 september 1944) in de bevrijdingsmis. Over Mattheus 10:34-39.

Herdenking bevrijding Beringen - Beringen

Gemeente van Jezus Christus,

We zijn hier bij elkaar om de vrede te vieren. Al 73 jaar wordt er niet meer gevochten in de straten van Beringen, wordt er niet meer schoten, leven de mensen niet meer in angst. Aan die vrede heeft ook de Nederlandse Prinses Irene Brigade bij mogen dragen. Irene betekent ‘zij die vrede brengt’.

Het is dan even slikken bij de woorden van Jezus. ‘Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.’ En dan die woorden over het breken met je familie, haat zelfs. Niet echt een geschikte tekst om te lezen in een ‘vredesdienst’, denk je misschien. Jezus was blijkbaar ook onder de ‘haatpredikers’, de ‘religieus extremisten’. Daar hebben we onze buik wel vol van, tegenwoordig. Het is de reden dat de straten van Brussel weer door militairen beveiligd moeten worden.

Toch moeten we niet te snel afhaken bij de woorden van Jezus. Jezus preekte wel degelijk liefde en vrede. Radicaal zelfs. Zo radicaal, dat hij wist dat het weerstand op zou roepen. Want als je benoemt wat er scheef zit in deze wereld, als je gaat voor verandering, vernieuwing, bevrijding. Dan kun je rekenen op het zwaard: op weerstand. Niet alleen van een overheid, maar waarschijnlijk ook in je eigen familie en vriendenkring. En daarom doet hij in dit gedeelte aan verwachtingsmanagement. Hij zet zijn volgelingen met beide benen op de grond: Verwacht niet dat je jezelf geliefd zult maken in deze wereld als je helemaal gaat voor het goede, voor God, voor vergeving, genade, verzoening en heelheid. Want daarmee loop je machthebbers en de gevestigde orde voor de voeten.

Jezus roept niet op tot religieus geweld, maar waarschuwt ons dat deze wereld geen speeltuin of paradijs is. Er waren mensen die over Jezus zeiden: Als Hij werkelijk de messias is, de redder van de wereld, dan zorgt Hij wel eventjes dat de wereldvrede uitbreekt, dat alles pais en vree wordt. Maar zo werkt dat niet, zegt Jezus, vrede komt niet zonder slag of stoot tot stand. Zelfs bij God werkt dat niet zo.

Juist in deze bevrijdingsmis kunnen wij denk ik goed aanvoelen wat Jezus bedoelt. Hier in Beringen hebben geallieerde militairen hun leven gegeven voor onze vrijheid. Zij hebben Jezus’ woorden in de praktijk gebracht. Zij hebben letterlijk gebroken met hun familie, huis en haard verlaten. Soms tegen wil en dank misschien, gedwongen door de nood van de tijd. Ze deden het toch maar. In Jezus’ woorden: ‘Ze hebben hun kruis opgenomen’, ‘ze hebben hun leven verloren’. Waarom? Omdat in een tijd van oorlog alles op scherp komt te staan. Omdat het dan niet de tijd is om te praten over vrede en liefde, maar verder thuis te blijven zitten.

Jezus brengt bij ons onder de aandacht wat waar is: Dat sommige dingen in deze wereld, méér waard zijn dan de band met je eigen familie, méér waard zijn dan je eigen leven zelf… Sommige dingen zijn het waard om je leven voor te geven. De bevrijding van West-Europa van het nazisme, van bovenal de Holocaust, de systematische vernietiging van het Joodse volk, Roma, homo’s, en gehandicapten. Dat was het waard om voor te sterven. Na 73 jaar, zijn wij hen nog steeds intens dankbaar die daarvoor stierven, en hen die zich daarvoor ingezet hebben.

Zo gek zijn Jezus’ woorden dus niet. Hij benoemt alleen maar wat we allemaal ten diepste wel weten. Al willen we het vaak niet waar hebben. Omdat we er liever niet aan denken dat het leven soms om confronterende en radicale keuzes vraagt. Wanneer ben ik nu daadwerkelijk bereid mijzelf in de strijd te gooien, mij ergens hard voor te maken, mijzelf niet buiten schot te houden?

Jezus heeft ons wat dat betreft natuurlijk wel het goede voorbeeld gegeven. Als er iemand daadwerkelijk zijn kruis opgenomen heeft, dan is het Jezus zelf geweest, die letterlijk aan het kruis gehangen werd. Omdat Zijn spreken over een nieuwe wereld, Gods wereld, als bedreigend ervaren werd voor de stabiliteit door de Joodse leiders en de Romeinse overheid. Maar juist door die zelfovergave heeft Jezus eens en voor al duidelijk gemaakt dat radicale liefde, hoop, geloof sterker is dan welke macht ook. Jezus heeft een beweging in gang gezet, die niet meer te stoppen is. Daar staat God zelf garant voor, dat geloof ik.

Onze vrede is betaald met bloed, zweet en tranen. Van de militairen en hun geliefden, die hier gevochten hebben in Beringen. Maar verder terug ook met het bloed van Jezus, van God zelf.

Jezus bedoelt met de woorden die we gelezen hebben dus niet een oproep tot religieus geweld, tot haat in de familiekring. Integendeel. We mogen het een ander niet moeilijk maken, maar ook u krijgt het moeilijk als u uw hoofd boven het maaiveld durft te steken. Jezus roept ons op onze ogen te sluiten voor de armen, de verdrukten, de vreemdelingen, de honger, de oorlog, waar onze wereld vol van is. Onze moderne tijd kenmerkt zich door individualisme, door het terugtrekken in eigen kring, in eigen land. Populisme en nationalisme hebben nog steeds, ook na 73 jaar, een grote aantrekkingskracht. Jezus wijst ons erop dat elke tijd vraagt om mensen die óp durven te staan voor een ander, die zichzelf op het spel durven te zetten. En als we dat niet doen, waarschuwt hij, loop je juist het risico jezelf kwijt te raken.

Laat ieder van ons dat overdenken, en doen wat nodig is. Want de vrede is het waard.

Amen

Advertenties

Ruïne of bouwplaats?

Preek over Haggai 2,1b-10 gehouden op de 2e zondag na Pasen.

Afbeeldingsresultaat voor second temple haggai

Ruin or Work in progress?

Gemeente van Jezus Christus,

1. Generatiekloof

Heb je dat ook wel eens gehad? Dat je kleren kapot waren? Of je schoenen? Een gat op in je broek, een versleten zool. Misschien ook gewoon te klein geworden. Want jullie groeien zo hard! Jou maakt het niet zoveel uit, je vindt met misschien wel prima: nu heb je nieuwe kleren nodig, nieuwe schoenen. Altijd leuk om weer iets nieuws aan te hebben! Die oude was je eerlijk gezegd ook wel een beetje zat. Papa en mama denken daar vast anders over: die vinden het zonde van die schoenen, die hadden best wel wat gekost. Nieuwe schoenen moeten ook betaald worden…

Jullie zien allebei hetzelfde: versleten kleding, een kapotte schoen, maar je kijkt er heel anders tegenaan: verdrietig of … blij.

Zo was het ook in de tijd van Haggai. Toen het volk Israel terugkwam uit de ballingschap in Babel en terugkwamen in Jeruzalem, lag daar alles in puin. Alles stuk. Muren, huizen en de tempel. Dat laatste vond men wel het ergst, maar men kon de moed niet opbrengen aan de herbouw te beginnen. Want waar moet je beginnen? 18 jaar lang laat men het maar zo. Maar dan, in het jaar 520 voor Christus, op 29 augustus (alle profetien in dit boek zijn exact gedateerd!), is daar in één keer Haggai, een profeet.

Iemand met een boodschap van God, die zegt: ‘en nu, nu, is het toch echt de hoogste tijd om aan de slag te gaan met die tempel: dit kan toch zo niet! Je hebt allemaal wel je eigen huis gebouwt, je eigen zaakjes voor elkaar, maar daar rust geen zegen op, zolang je niet aan het huis van God begint te bouwen. Want zeg nou zelf: Als je overal in je leven aandacht aan besteed, behalve aan God, dan blijft het leeg en zinloos…’

Over Haggai zelf weten we niets, maar wel dat zijn boodschap doel trof: men begint te bouwen aan de tempel. Zo staat er in hoofdstuk 1 van Haggai. Maar dan komt hoofdstuk 2. (In de hoofdstukken 1-6 van Ezra kun over deze geschiedenis trouwens meer lezen.) En dat is een heel ander verhaal. Na 7 weken komt de bouw stil te liggen, lijkt het. 29-aug begon de bouw, op 17-okt, 7 weken later, spreekt Haggai opnieuw. Waarom? De jongeren zijn wel blij, maar de oude mensen staan erbij te janken. Vers 4:

Wie is er onder u overgebleven die dit huis gezien heeft in zijn eerste heerlijkheid? En hoe ziet u het nu? Is het niet als niets in uw ogen?

In Ezra 3 kun je nalezen hoe de jongeren staan te juichen als het fundament gelegd is, een nieuw huis voor God! Geweldig! Maar de ouderen vergelijken dit nieuwe gebouw met het oude, met de prachtige tempel van Salomo, die hier eerst stond. Het is niets! roepen ze. Dit wordt niks! Het is dan 67 jaar geleden dat die tempel verwoest is. Deze ouderen moeten dan ook 70+ en 80+ zijn om zich daar nog iets van te herinneren.

Nu zou je kunnen denken: Die oude mensen ook altijd, met hun ‘vroeger was alles beter’, die staan altijd op de rem, daar moet je niet bij stilstaan. Hun herinnering van 70 jaar terug is ook erg gekleurd. Als uzelf oud bent, dan kent u dat misschien wel: Ergens hem je heimwee naar de wereld van je jeugd. Naar je geliefden van toen, het huis waar je opgroeide, het eenvoudige leven, de winkeltjes en gezelligheid in het dorp, het spelen op straat. Maar dan zullen we het niet hebben over het eentonige menu, de slechte gezondheidszorg, het ontbreken van wasmachines, cv-ketels en auto’s. Sommige dingen waren vroeger zeker beter, maar niet alles…

2. Hoe kan dit nu? – Voelen wij ook de spanning?

Voor jongeren is het toch goed naar de ouderen te luisteren, want deze ouderen in Jeruzalem hebben toch wel een punt. Het gaat hier niet zomaar om een generatiekloof. De bouw van deze tempel stelt echt niet zoveel voor. En dat is iets anders dan God had beloofd, dan waar ze als gelovigen op vertrouwden en naar uitkeken.

De profeet Ezechiël had in de tijd van de ballingschap geprofeteerd over de terugkeer van het volk Israël naar hun eigen land en hoe dan een geweldige tijd aan zou breken, een geweldige nieuwe tempel gebouwd zou worden. Veel mooier en groter dan de oude van Salomo! Werkelijk een wereldwonder! Je leest het hele bouwplan in Ezechiel 40-43. En Ezechiël was niet de enige, ook Jeremia en Jesaja konden er wat van. Met andere woorden: De mensen die terugkeerden uit de ballingschap verwachten een nieuwe tijd, iets wat in ieder geval beter, mooier, grootser, heerlijker zou zijn dan voorheen. Echt een diepgaande verandering.

Iets daarvan proef je na Pasen ook bij de discipelen van Jezus. Ze vragen in Handelingen 1 aan Hem: ‘Heere, zult U in deze tijd voor Israël het Koninkrijk weer herstellen?’ Nu Jezus uit de dood is opgestaan, nu vang het nieuwe leven aan. Zo zongen we ook aan het begin van de dienst.  ‘Een leven door zijn dood bereid, een leven in zijn heerlijkheid.’

Ziet u, het was niet enkel een kwestie van wat stenen met die tempel.

Van iets dat stuk was, en dat gerepareerd moet worden. Waarmee de ouderen verdrietig zijn en de jongeren blij. Het gaat veel dieper. Misschien voelen wij die spanning ook wel. Ik wel. Eigenlijk altijd als ik hier kom, vallen mijn ogen op de grafstenen rond de kerk. We vieren de opstandingsdag van Jezus, de zondag, de dag dat het leven het wint van de dood, op een kerkhof. En dat zijn geen 2000 jaar oude graven, van vóór Pasen, maar dat zijn ook graven van kort geleden. ‘Nu jaagt de dood geen angst meer aan’, zongen we. O nee?

En dat bepaalt ons bij de hele diepe vraag: Is het er sinds Pasen nu echt beter op geworden in de wereld? En in mijn eigen leven? Pasen 2000 jaar geleden, maar ook Pasen 2 weken geleden. Wat valt er te merken van die opstandingskracht van Jezus Christus? Wat valt er van te zien? De ouderen in de tijd van Haggaï zien er niets van. Het is ‘als niets in hun ogen’, die nieuwe tempel. De jongeren zijn enthousiast, maar ja, die zijn altijd enthousiast, die hebben nog geen vergelijkingsmateriaal, geen levenswijsheid. Het is niet zo, dat als je maar lekker aan het metselen gaat, dan dat alles vanzelf goed komt.

De ouderen kijken niet alleen terug, ze verlangen naar meer. De dag van deze profetie, de 21e dag van de 7e maand, is de laatste dag van het Loofhuttenfeest, het is het oogstfeest in het najaar, het feest van de overvloed, het feest van de uittocht uit Egypte, van het begin in een nieuw land, vloeiend van melk en honing, maar in dit 2e jaar van Darius, is het een jaar van economische en politieke crisis, weten we uit buitenbijbelse bronnen.

Momenteel moeten we het in de wereld doen met leiders als Poetin, Trump, Erdogan, Xi en dergelijke. Spanningen lopen wereldwijd op rond Syrie, Noord-Korea, Rusland. Het klimaatverdrag van Parijs lijkt alweer vergeten te zijn. (huh, klimaatverdrag van Parijs, wat is dat? Precies). Europese landen, de NAVO, China, verhogen hun defensiebudgetten en verlagen hun ontwikkelingswerk. De grootste humanitaire crisis ooit dreigt momenteel in Afrika en Jemen waar dagelijks duizenden kinderen sterven van de honger. De vluchtelingen verdrinken nog steeds in de Middellandse Zee.

Je wilde dat het een keer anders kon.

3. De HEERE is er weer – Onbevreesd: het gaat om Hem!

Niet zomaar nieuwe schoenen als de oude versleten zijn. Dat is gewoon doorgaan op dezelfde weg met ups en downs. Doormodderen. Ook nieuwe schoenen verslijten immers weer. Hoe blij je kan zijn met je nieuwe auto, die eerste kras of deuk komt veel te snel! Ze verlangen naar meer in de tijd van Haggai. En ik hoop dat u dat verlangen ook deelt. Niet meer van hetzelfde in de wereld, in je leven, maar meer van God.

Vandaar de fantastische bemoediging die Haggai toen en nu mag geven, die die kern helemaal raakt, de kern van onze ziel, vers 5:

‘Nu dan, wees sterk, Zerubbabel, spreekt de HEERE, wees sterk, Jozua, zoon van Jozadak, hogepriester, en wees sterk, heel de bevolking van het land, spreekt de HEERE. Werk door, want Ik ben met u, spreekt de HEERE van de legermachten.’

Zerubbabel is de joodse gouverneur van Judea namens de Perzen op dat moment, de burgemeester van Jeruzalem, zoiets. En Jozua is de hogepriester, de paus van het Jodendom, zoiets. En heel het volk, een ‘rest’ wordt het in vers 3 genoemd, qua aantallen niet echt groot.

Ik ben met u. God is bij jullie, Zerubbabel, Jozua, heel het volk. Spreekt de HEERE. Spreekt de HEERE. Spreekt de HEERE. Driemaal herhaalt Haggai het. Om te benadrukken: dit zijn niet mijn woorden, dit is echt. Dit is Gods woord: God Zelf is met jullie. Ik ben met u.

Wees sterk: dat is niet lichamelijk bedoelt. Ze hadden echt wel de kracht om die stenen van de tempel op te tillen en te metselen tot een mooi gebouw. Uiteindelijk zal deze 2e tempel ook groter worden dan die van Salomo was. Nee, wees sterk: dat gaat over de innerlijke kracht, over moed, geloof, vertrouwen. Om verder te kijken dan die stenen. Om te zien waar het echt op aan komt.

‘Ik ben met u’. Dat betekent: Ik sta aan jullie kant. Ik help jullie. Ik zorg voor jullie. Ik zorg dat jullie krijgen wat jullie nodig hebben. Ik zorg dat er iets van terecht komt. Sterker nog: In de allerdiepste betekenis ís het project van die tempelbouw al geslaagd, want God is er al. En daar gaat het toch om bij een tempel. Een huis van God. Hij komt niet pas als de tempel af is, maar is nu al present.

In vers 6 wordt verwezen naar de Geest van God die er al was toen Israël uit Egypte trok. God was daar in een wolk- en vuurkolom. Hij kwam niet pas toen de tabernakel er stond, of later de tempel in Jeruzalem, maar Hij was er vanaf het begin al bij. Daar moeten we het van hebben. Daarom hoeven de ouderen toch niet verdrietig te zijn. Daarom hoeven we niet bang te zijn.

‘Wees niet bevreesd.’ ‘Ik ben met u.’

Het is niet toevallig, denk ik, dat Mattheus als laatste woorden van Jezus optekent aan het einde van zijn evangelie: ‘Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld.’

In alles is dat ons houvast. Dat kan alleen dankzij Goede Vrijdag en Pasen. In de tijd van Haggai lag de periode van Gods oordeel en toorn en afwezigheid achter hen. De straf was geweest, een nieuwe periode van genade en Gods nabijheid brak aan. Dat is het diepste en mooiste om te weten en te geloven. Dat u en ik ook in zo’n tijd mogen leven. Pasen is het bewijs dat Jezus leeft, maar bovenal dat de straf gedragen is, mijn zonden verzoend, dat God weer bij mij kan zijn, bij jou, bij u. Dat Hij niet bij u komt met straf en oordeel, maar met Zijn liefde, met Zijn hulp.

Al heeft je leven soms wel wat weg van een ruïne, al zijn er nog genoeg ruïnes in de wereld (kijk maar eens op YouTube naar beelden van Aleppo), God voelt zich niet te goed om in die ruïnes te komen wonen. Zo spreekt Paulus over het werk van God in zijn leven, zo lazen we in 2 Korinthe 4-5. God ontleent niet zijn heerlijkheid aan de pracht en praal van ons leven en werk, wij ontlenen de heerlijkheid aan Zijn leven, Zijn werk, Zijn aanwezigheid. De tempel in Jeruzalem is maar steen en hout en goud en zilver, waardeloos, in zichzelf, maar is waardevol omdat God er is. Ons leven is waardeloos in zichzelf, maar ontzettend waardevol omdat God bij je wil zijn. Dán krijgt het leven glans. Glans zoals nooit tevoren.

4. Geen zilver en goud, maar wel vrede

Met God is immers alles mogelijk. Als Hij de Levende bij je is, dan verslijten zelfs je schoenen niet. Dat staat in Deuteronomium 29:5. Aan het einde van 40 jaar in de woestijn, merkt Mozes op dat ‘uw kleren zijn bij u niet versleten, en uw schoenen zijn niet versleten aan uw voeten.’ Alles is dan mogelijk, als de HEERE bij je is. Wordt alles dan een succesverhaal? Wordt die nieuwe tempel een pronkpaleis? De verzen 7-10 lijken daar wel op te duiden.

Net als andere profeten spreekt Haggaï erover dat in de nabije toekomst alle volken ter wereld zullen ‘beven’ en zullen komen naar Jeruzalem met hun schatten, zilver en goud. En ‘de heerlijkheid van dit toekomstige huis zal groter zijn dan die van het eerste’ (vers 10).

Nu was dat iets wat Haggai deels al zag gebeuren: de heidense koning Cyrus had de Joden toestemming gegeven om terug te keren naar Jeruzalem en de tempel te herbouwen. Cyrus had daarbij al de kostbaarheden van de oude tempel, de gouden en zilveren schalen, bekers en offergerei teruggegeven. Koning Darius financierde de bouwmaterialen, het hout van de Libanon, later aangevuld door koning Arthasasta. In de ogen van Haggai en zijn tijdgenoten regelrechte wonderen en bewijs van Gods macht en zegen dat heidense koningen dit deden. Zo concreet werd het gewoon!

Haggai’s woorden hadden dan ook effect: Nu hij de gebeurtenissen van zijn tijd zó duidt, nu ziet het volk het ook. Ze vatten moed en bouwen door. Het hele boekje Haggai beslaat een periode van 4 maanden. Een scharniermoment in het bestaan van het volk Israël, een kantelpunt. De volgende 600 jaar zal deze 2e tempel er staan als centrum van het Jodendom, als centrum van de wereld, als woonplaats van God, als bewijs van Gods verbond en trouw en liefde.

Dat succes zat niet in het vele goud en zilver. Vers 9 luidt ‘Van Mij is het zilver en van Mij is het goud’. Dat kan claimend klinken: ieder moet z’n geld en goed aan Mij afstaan, ter meerdere eer en glorie van Mijn huis. Toch was dát niet de bedoeling. Elders in het OT worden dergelijke dingen gezegd om het geloof in de de wereldheerschappij en soevereiniteit van de HEERE te benadrukken. God is per definitie Heer over alles en iedereen. We hebben daarom sowieso alles te leen, ons huis, ons leven, onze tijd, we ontvangen het van God in beheer. God heeft overal recht op, maar laat dat recht niet altijd gelden. Hij stelt niet per se prijs op tempels of kerken die met goud overtrokken zijn, de hele wereld is immers al van Hem.

Waarin zit dan toch die ‘grotere heerlijkheid’ van de nieuwe tempel die Haggai voor ogen krijgt? ‘In deze plaats zal ik vrede geven.’

Het is niet dat dat huis er niet toe doet. Goud en zilver zijn prachtig en nodig. Het Jodendom kon niet zonder tempel. Wij kunnen niet zonder kerk. Niet zonder het gebouw. Niet zonder de gemeenschap. De dienst aan God moet vaste vorm aannemen. In woorden, in zang, in rituelen. In onze levensstijl. In catechisatie en kring. Er moet diaconie zijn en kerkrentmeesters. We moeten allemaal daaraan onze steentje bijdragen, zoals ook Zerubbabel en Jozua en de rest van het volk heel letterlijk met stenen moesten sjouwen. Dat doet er allemaal toe bij God. Omdat het middelen zijn die God gebruikt.

Omdat God op die manier ons vrede kan geven. De tempel is niet alleen een plek waar we allemaal onze offers voor moeten brengen. Het geloof in God is niet alleen veeleisend, dat is het soms ook. Maar het is vooral een plaats van uitdeling. Van vrede. Voor iedereen. Voor die hooggeplaatsten, Zerubbabel en Jozua, maar ook voor de eenvoudige plattelanders én voor de heidenvolken. Uitdeelplaats van vrede. Dat is pas heerlijkheid.

Ik geef jou vrede, zegt God, vandaag ook tegen u en jou. Nieuwe kleren en nieuwe schoenen, ook heel belangrijk. Die krijg je wel van je ouders. Of van de diaconie. Belangrijk! Maar ik heb ook iets voor jullie: Vrede.

Dat is méér dan de afwezigheid van oorlog en ruzie. Het is een soort compleet pakket. Dat het goed is. Goed tussen God en jou.

En dat daarom het leven goed is, zoals het is. Tevreden. En dat het met de wereld de goede kant op gaat. Als een olievlek breidt het zich uit via de tempel in Jeruzalem, naar Jezus Christus, naar de kerk wereldwijd, overal waar de Geest werkt, waar God is. Dat is heerlijk. Zo in de wereld kunnen staan, zo kunnen leven! Dat is wat God je geeft.

5. Aan de slag met het oog op de toekomst

‘Werk door’, zegt Haggai namens God, vers 5. ‘Aan de slag nu!’

Mooi, vindt u niet? Voor ons als doeners. Na Pasen is niet alles af en klaar. Er valt nog genoeg te doen. Te bouwen aan de tempel, in het Nieuwe Testament beeld voor de gemeente van Christus, voor het samen leven met God. Er valt nog genoeg te zorgen voor elkaar. Te zorgen voor de wereld. Toen Jezus riep aan het kruis ‘Het is volbracht.!’ betekende dat niet dat wij nu bij de pakken neer mogen zitten, maar zoals je moeder roept: ‘Het eten is klaar!’ Dan begint het pas.

De ouderen hebben gelijk met hun verdriet, want ze verlangen naar meer, naar de vervulling van Gods beloften. Haggai leert hen en ons zien vanmorgen dat we daarvoor niet moeten kijken naar stenen of goud en zilver, maar naar de Levende God, Jezus Christus, die ons bijstaat en ons vrede biedt. De jongeren leert Haggai zo zien dat ze niet hoeven te bouwen alsof hun leven ervan afhangt, dat het niet aankomt op hun prestatie, maar dat God gewoonweg Zijn vrede biedt. Dat daarin de heerlijkheid van het leven gelegen is.

Samen mogen wij zo leven. Met het oog op de toekomst. Terwijl we doen wat er gedaan moet worden in Gods naam.

Amen

To be or not to be

Toespraak regimentsjaardag 2017.

15894679_1292038034191751_4448806954469301301_n

Genm b.d. Hemmes (WOII-veteraan) en de regimentscommandant leggen krans.

To be or not to be, that’s the question. In het ruime jaar dat ik hier bij Prinses Irene rond heb gelopen, is me dit het meest bijgebleven: je moet er zijn. Ik bedoel niet alleen als GV’er, maar ook als militair in het algemeen: je moet er zijn. En dat moet je maar kunnen… In vredestijd valt er voor militairen niet altijd veel eer te behalen. Dat is soms vervelend en frustrerend. We houden onszelf wel bezig met oefeningen, maar zolang er geen daadwerkelijke inzet, missie of oorlog is, gaat het er vooral om dat we in vorm blijven. Dat we er zijn en blijven. Daar zijn natuurlijk materiële middelen voor nodig, waar altijd tekort aan is, maar veel belangrijker: daar is een soort innerlijke mentale kracht voor nodig. Om je bestaansrecht niet te ontlenen aan de vele medailles op je borst, niet aan de heroïsche avonturen die je hebt meegemaakt, maar puur aan je aanwezigheid. Dat het goed is, dat je er bent. En dat je er staat als het nodig is. Stevig en zelfbewust.

Jezus vertelt (zo kun je lezen in de Bijbel[1]) over dat ‘klaar staan’, ‘er zijn’ in een voorbeeld over een Oosterse bruiloft:

‘Tien meisjes gaan op weg naar een bruiloft. Ze moeten wachten op de bruidegom. Ze hebben allemaal een lamp meegenomen. Vijf meisjes zijn dom. Ze hebben wel een lamp bij zich, maar geen olie om de lamp te laten branden. De vijf andere meisjes zijn verstandig. Zij hebben een lamp bij zich en ook olie om de lamp te laten branden. Het wachten op de bruidegom duurt lang. De meisjes worden moe en vallen in slaap. Midden in de nacht wordt er geroepen: ‘Daar komt de bruidegom! Vooruit, ga naar hem toe!’ De meisjes worden wakker en doen hun lampen aan. Dan zeggen de domme meisjes tegen de verstandige meisjes: ‘Mogen wij wat van jullie olie gebruiken? Onze lampen willen niet branden.’ Maar de verstandige meisjes zeggen: ‘Nee, we hebben alleen genoeg voor onszelf. Ga maar ergens olie kopen voor je lampen.’ De vijf meisjes gaan op weg om olie te kopen. Intussen komt de bruidegom. De vijf meisjes die klaarstaan, gaan met hem mee. Zij mogen naar binnen op het feest. Daarna gaat de deur dicht. Later komen ook de andere meisjes. Ze zeggen: ‘Heer, heer, laat ons toch binnen!’ Maar de bruidegom antwoordt: ‘Luister goed naar mijn woorden: Ik ken jullie niet.’

To be or not to be, that’s the question. Die vijf domme meisjes waren er niet, niet toen ze er moesten zijn. Toen ze er moesten staan. En daarom gaat het feest aan hun neus voorbij. Dat feest staat symbolisch voor het geloof in een goede toekomst ook als de wereld donker is. De olie in dit verhaal is dan ook geen letterlijke olie, maar staat voor geloof in God, als een vorm van vertrouwen, van mentale kracht. Het gaat niet over materiële gereedheid, maar personele gereedheid.

Militair-zijn wil niet alleen zeggen dat je bepaalde militaire basisvaardigheden beheerst, maar vooral dat je er bent. Dat je ervoor kiest er te zijn als het nodig is. Dat je er dan staat. Dat gaat heel ver. Zeker als we zo de namen horen van de gevallenen van ons regiment en een minuut stil zijn. Dan beseffen we: To be or not to be, de keuze om er te zijn op het cruciale moment, dat houdt in het uiterste geval ook in dat je eigen bestaan, je eigen zijn op het spel staat. Dat is een keus die moed vraagt, geloof, vertrouwen.

Onze keus om militair te zijn, of het nu oorlog is of niet, werpt ons terug op onze innerlijke mentale kracht. Voor mij als dominee is dát geloof, het basisvertrouwen in God, om ons leven bewust in de waagschaal te leggen. Omdat het het waard is. Ten bate van de bruiloft: het visioen van het vrederijk zoals Jezus dat voor ogen staat, een visioen dat ons allemaal kan inspireren.

Ik heb gezegd.

[1] Matteüs 25 vers 1-12 (Bijbel in Gewone Taal).

Peace on earth

Kerstpreek over wat de engelen zingen na de geboorte van Jezus: “Eer zij God in de hoogste hemelen en vrede op aarde, in mensen een welbehagen.” Lukas 2,8-21.

File:Onthemorningthomas2.jpg

William Blake – Annunciation to shepherds (1809)

Gemeente van Jezus Christus,

 

Je zal maar in Aleppo wonen… zouden ze daar ook Kerst vieren  vandaag? Of slaan ze het daar over? De afgelopen tijd is Oost-Aleppo bekend geworden als “de hel van het Midden-Oosten”. De hele wereld kijkt toe hoe daar burgers, zieken, zwakken, ouderen en kinderen gebombardeerd worden, dag na dag…

Wat heeft Jezus dan eigenlijk voor vrede gebracht in de wereld? Is het er sinds zijn geboorte zoveel beter op geworden? De engel verschijnt in de heerlijkheid van God aan de herders in de velden bij Bethlehem en zegt: ‘Vrees niet, want zie, ik verkondig u grote blijdschap!’ Grote woorden vallen er dus met Kerst: vrede, blijdschap. Maar wat moeten u en ik daar vandaag mee? Kunnen we niet beter met U2 meezingen:

Jesus in the song you wrote
The words are sticking in my throat
Peace on Earth

Hear it every Christmas time
But hope and history won’t rhyme
So what’s it worth

This peace on Earth

Ergens voelen we dat allemaal wel: Wat heeft de komst van Jezus Christus veranderd in de wereld? Wat komt er van die ‘vrede op aard’? Goede vragen. Maar ook grote vragen. Veel te groot. Vragen die ons op deze manier overweldigen, terneerslaan en machteloos maken.

Vanavond maken we die vraag kleiner, en stellen hem aan onszelf: Hoe verandert Kerst uw leven? Mijn leven? Hoe is het Kerstkind Jezus voor ons grote blijdschap, voor ons de vrede op aarde?

 

De engelen zingen immers maar niet voor de vuist weg, ze zijn speciaal uit de hemel afgedaald naar de velden buiten Bethlehem, naar een groepje herders die daar ’s nachts over hun kudde schapen waken. Dat heeft iets te zeggen. Tegen hun zegt de engel: ‘Wees niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die voor heel het volk wezen zal, namelijk dat heden voor u in de stad van David de Zaligmaker geboren is; Hij is Christus, de Heere.’

Een duidelijk adres dus. Voor u. De grote blijdschap zal er zijn voor ‘heel het volk’, dat is: heel het volk Israël. Niet voor alle mensen is dat goed nieuws.

Het lijkt me geen goed nieuws voor Herodes bijvoorbeeld, waarvan we weten uit het Mattheus evangelie dat hij helemáál niet blij was met dit koningskind, dat misschien wel hem van de troon zou stoten. Niet voor niets zegt de engel: ‘de stad van David’, in plaats van Bethlehem. Daardoor ligt de nadruk op de Koninklijkheid van dit pasgeboren kind.

En dat lijkt me ook geen goed nieuws voor de Romeinen, die de hele toenmalige wereld in de greep hadden. Het was immers keizer Augustus geweest, die vond dat de hele wereld ingeschreven moest worden ten bate van zijn belastinginkomsten. De keizer die zichzelf heer van heel de wereld noemde, moet nu een ‘Heer’ naast of boven zich gaan dulden! De boodschap van de engel is dus helemaal niet zo lieflijk als eerst lijkt. Ja, voor de herders, voor het volk Israel is het goed nieuws, blijdschap, maar voor de rest is de geboorte van deze Jezus, de Redder, de Christus, de Heer explosief…

De oorlog die begon tussen Noord- en Zuid-Korea in 1950 duurt officieel nog steeds voort. In 1953 werd al een staakt-het-vuren bereikt, maar de vrede werd nooit gesloten. Al 63 jaar zijn deze landen dus in staat van oorlog. Waarom sluiten ze geen vrede? Omdat Noord-Korea daar niet toe bereid is. Want het misdadige regime in dat land ziet wel in, dat zodra ze vrede sluiten, de grenzen openen en het leger verkleinen, dat hun macht dan over is. Veel inwoners zullen vluchten naar het Zuiden of China. Veranderingen en democratisering kunnen ze niet meer bij de grens tegen houden. De concentratiekampen voor christenen en andere politieke gevangenen niet meer geheim houden. Hen is er dus alles aan gelegen om de muren op te houden, de oorlog gaande, al is het nu een ‘koude oorlog’.

Als de engelen het uitroepen: ‘Vrede op aarde in mensen een welbehagen’, dan is dat práchtig voor hen die lijden, onderdrukt worden, gevangen zitten achter muren, maar een bedreiging voor wie tot dan toe de macht in handen had. Het is niet voor niets dat Maria in haar lofzang bij de aankondiging van Jezus geboorte al zingt:

Hij heeft hen die zich verheven wanen uiteengedreven. Hij heeft machtigen van de troon gestoten en nederigen heeft Hij verhoogd. Hongerigen heeft Hij met goede gaven verzadigd en rijken heeft Hij met lege handen weggezonden. Hij heeft het opgenomen voor Israël, Zijn knecht, door aan Zijn barmhartigheid te denken, zoals Hij aan onze voorouders heeft beloofd.’

Hoe verandert Kerst ons leven? Dat hangt er dus maar helemaal van af aan welke kant wij staan: voor mensen die verlossing nodig hebben, is Hij de Zaligmaker, dat wil zeggen: een Redder, een Verlosser. Voor mensen die zichzelf kunnen redden door hun macht en geld, ja zij worden ‘uiteengedreven’, zingt Maria, ‘van de troon gestoten, met lege handen weggezonden.’

Ik denk wel eens: worden wij, mensen in het rijke Westen daar vandaag de dag niet mee bedoeld? Somalische asielzoekers, die een afschuwelijke reis naar ons land achter de rug hebben, krijgen in Nederland het stempel ‘illegaal’ en worden gevangen gezet en zo mogelijk met het volgende vliegtuig terug gestuurd naar de ellende en hopeloosheid.

Heel concreet is dat misschien ook wel vandaag of morgen als we rond een uitgebreid Kerstdiner zetten. Ja, daar lijkt de vrede op aarde, de gezelligheid, perfect.  Maar is dat niet alleen in ons eigen kleine kringetje binnen de muren van ons eigen huis? Durven we ook dan te denken aan hen daarbuiten, die niets hebben, voor wie het geen Kerst is? Juist als het u en mij goed gaat,  dan is het een gevaar ons daarin veilig te wanen.

Ook in […] zijn mensen voor wie Kerst geen feest is, die Kerst alleen vieren. Ja, soms wel in gezelschap, maar van binnen alleen. Omdat ze een geliefde missen als weduwe of weduwnaar. Bovendien blijkt uit onderzoek dat 30% van de Nederlanders zich eenzaam voelt.[1] 1 op de 3.

Blijkbaar zijn wij mensen erg goed in het bouwen van muren. Grenzen tussen landen. Huismuren om onze familie. Muren om ons hart ook. Omdat wij denken daarachter veilig te zijn, controle kunnen houden, minder kwetsbaar zijn. Maar hoe vergissen we ons daarin. Dat is in feite geen vrede, maar permanente wapenstilstand, die leidt tot eenzaamheid. Elk veiligheidsmuur die je bouwt, sluit immers niet alleen iemand buiten, je sluit ook jezelf op.

Kerst is nu dat muren afgebroken worden. Niet allereerst muren tussen mensen onderling of tussen landen. Dan gaat het allereerst over de grens tussen hemel en aarde. Daar breekt God dwars door heen. In de Kerstnacht gaat de hemel open, kun je zeggen, je kunt ook zeggen: de hemel breekt binnen op aarde. Letterlijk, want opeens staat er bij die ene engel ‘een menigte van de hemelse legermacht’.

Ik weet niet wat u zich daarbij voorstelt, maar ik had daarbij toch wel in mijn hoofd een plaatje van van die prachtige gevleugelde engelen in glanzend wit die daar een hemels lied zingen zó mooi als op aarde nog nooit gehoord is. In werkelijkheid zegt Lukas was het een ‘hemelse legermacht’, het zijn hemelse stoottroepen. Zoiets als Elisa en Gehazi gezien hebben, ‘paarden en strijdwagens van vuur rondom’ (2 Kon 6,14-17).

Bovendien staat er niet dat die engelen zongen, maar dat zij ‘zeggen’, bij soldaten kun je beter spreken van scanderen: Eer aan God! Vrede op aarde! Het is eerder imposant dan lieflijk.

Toch zijn het niet die engelen die de muur tussen hemel en aarde geslecht hebben. Nee, dat doet het Kerstkind zelf. In Hem is God mens geworden. In Hem komt de hemel op aarde. Dat is in feite het enige dat Jezus doet: Hij breekt muren af.

Dat gebeurde in toenmalige oorlogen wel meer. Grote steden hadden stadsmuren om aanvallen te weerstaan. Wanneer de aanvaller zo’n stad toch veroverde, werden de muren vaak neergehaald om alle verzet te breken. Waarna de stad meestal ook werd geplunderd en platgebrand, dat laatste doet Jezus echter niet. Hij volstaat met het afbreken van onze muren. Want het is Hem niet te doen om ons te onderdrukken, op de knieën te dwingen als veroveraar. Nee, Hij komt ons redden! Verlossen van de muren die we zelf gebouwd hebben.

Kerst maakt ons ongelooflijk kwetsbaar, onze muren vallen weg. God zelf komt ons tegemoet. Hij kijkt ons aan. De herders doet dat aanvankelijk sidderen van schrik als zij met de heerlijkheid van de Heere omschenen worden. Het licht van God dringt door in onze ziel. Alles wat we daar verborgen houden, en die niemand van ons weet, dat ziet Hij. De zonden en gebreken die we van elkaar niet eens weten. Hoogmoed misschien, trots of egoïsme. Slechte herinneringen, angst, pijn, wrok, zo diep mogelijk weggestopt.

Gelijk zegt de engel: ‘Wees niet bevreesd’. Dat maakt gelijk Gods bedoeling duidelijk: wees niet bang! Ik doe je niets! Ja, dat is Kerst, dat je eigen muren, zekerheden en gecreëerde veiligheid wegvallen tegenover God. Dat Zijn licht, Zijn aanwezigheid in je leven komt, je losmaakt uit de kramp om wat te zijn, om overeind te blijven. Dat is vrede. Dat God zegt tegen u en jou: ‘Het is goed zo. Het is goed tussen ons. Ja, Ik weet wie je bent, en nee, daar ben Ik niet altijd blij mee, maar Ik bied je Mijn vrede. Laat er geen muur meer zijn tussen jou en Mij.’

Het kind in de kribbe, God zelf als mens geboren, is daar het zichtbare bewijs van. In Hem, Jezus, komt Gods vredesvoorstel vandaag tot ons allemaal. God wil niet dat wij langs Hem heen leven, Hem buiten ons leven houden. Want Hij houdt zoveel van u. Hij wil niet zonder u.

Zo kan Kerst ons leven veranderen. Het gaat niet allereerst om de afwezigheid van oorlog, als we zingen over vrede op aarde, het gaat bovenal over die verticale dimensie. Dat er iets van de hemel in je leven komt. En ja, dat levert grote blijdschap, zoals de engel zegt.

Tenminste, ik zeg niet voor niets: zo kan Kerst ons leven veranderen. Want neem je Zijn vredesvoorstel aan? Dat betekent de troon van je leven aan deze pasgeboren Messias, Christus, Koning, Heer afstaan… Als je dat doet, mag ik u verkondigen vandaag: Heden is voor u geboren uw Redder! Hij is uw vrede voor eeuwig! Niet alleen ‘iets van de hemel’ komt er dan in je leven, maar de hemel zelf, in de persoon van Jezus Christus, Gods Zoon.

 

Tegelijk moeten we volhouden: Kerst betekent niet alleen het slechten van die muur tussen hemel en aarde, tussen God en ons, van God uit. Als het daarbij zou blijven, zou U2 gelijk hebben: Wat is die vrede dan waard?

In het Lukas-evangelie volgen we Jezus op Zijn levensweg vanaf zijn geboorte, en dan is niet alleen hier, op dit hemelse moment, voor de herders sprake van vrede, maar ook heel concreet voor mensen die Jezus ontmoet. Niet naar Jeruzalem ging hij. Jeruzalem betekent letterlijk ‘stad van de sjaloom/de vrede’, maar daar waren ze al ‘tevreden’ met zichzelf. Nee, in Galilea moest hij zijn, onder armen, vissers en boeren. Eelt heeft Hij, God op aarde, gekregen op zijn handen in de timmermanswerkplaats van Jozef.

Regelmatig komen er dan ernstig zieke mensen naar Jezus toe. Mensen gevangen in de muren van hun zieke lichaam, uitgesloten uit de gemeenschap vaak, gestigmatiseerd als onrein in het geval van melaatsheid. Jezus geneest hen, en zegt dan: ‘Uw geloof heeft u behouden, ga heen in vrede.’ In vertrouwen kwamen deze zieken naar Jezus toe en werden hersteld in hun mens-zijn, kregen hun menselijkheid terug. Zo deed hij ook met zondaren, hoeren en tollenaren, zij die er niet bij hoorden. Naar hen zag hij om. Hen vertelde Hij over de liefde van God voor zondige mensen, over de mogelijkheid van bekering, vergeving en vernieuwing, over Zijn Koninkrijk dat gaat komen. Hij doorbrak op die manier ook de muren die mensen onderling gebouwd hebben.

En zo werkt het evangelie door. Jezus heeft zich nooit in de politiek, laat staan in de letterlijke oorlog begeven om van bovenaf vrede af te dwingen. Nee, zijn vredesoffensief werkt van onderop, van binnenuit, uit de liefde. Met Pinksteren zingen we vaak: ‘De Geest doorbreekt de grenzen, die door mensen zijn gemaakt.’ En zo is het ook gegaan. Paulus schrijft later: ‘In de kerk is het niet meer van belang of je Jood bent of heiden, slaaf of vrije, man of vrouw, want allen bent u één in Christus Jezus.’

De vrede van Christus is alles en iedereen omvattend. Vrede met God bovenal, maar ook onderling. Ja, zelfs in de kerk vinden we dat moeilijk, om onszelf bloot te geven, elkaar te aanvaarden als broeders en zusters, zo verschillend als we zijn. Maar Kerst is nou juist de boodschap: al blijven wij dat moeilijk vinden om zo te leven, de muren zijn toch echt door Jezus Christus afgebroken!

Ook kerkmuren trouwens. Ergens is het triest dat we zoveel kerken in Nederland hebben: Waarom kunnen we nu geen Kerst sámen vieren? En toch: Onze vrede, eenheid, heeft zijn grond niet in menselijke gevoelens of instituten, maar in Jezus Christus. Híj is onze vrede.

Zolang zijn evangelie, blijde boodschap, van verlossing, vergeving, vernieuwing en de verwachting van Zijn Koninkrijk blijft klinken, zolang Hij met ons blijft, leven wij in vrede en verwachten wij dat ook kerkmuren afgebroken gaan worden.

 

Dat is tegelijk dan ook de opdracht aan de herders. De engel stuurt hen op weg naar Jezus. Bij Hem moet je je vervoegen, voor Hem je knieën buigen, dáár zul je je vrede vinden. Dat heeft ook iets van tevredenheid. Met Hem moet je het doen en kun je het doen. Meer dan Jezus heb je niet nodig.

Dat is tegelijk dan ook de opdracht voor ons. Als u een gebrek aan vrede ervaart in uw leven, dan helpt het niet om te graven in jezelf, om geluk te zoeken in spullen, carrière, liefde of sport. Ook u wordt gewezen op Het Kind in de kribbe. Alleen Hij kan u vrede geven, uw leven veranderen. Je leven vullen met blijdschap, zoals van de herders staat dat nadat ze Jezus hebben gezien: ‘En de herders keerden terug en zij verheerlijkten en loofden God om alles wat zij gehoord en gezien hadden, zoals tot hen gesproken was.’

Als u een gebrek aan vrede ervaart in de mensen om u heen, in de wereld in het groot, dan helpt het niet om verwijtend naar boven te wijzen: Dat ligt aan Hem daar. Nee, dat ligt aan jezelf.  Bent uzelf een verspreider van die vrede van Christus? Zoals de herders, die overal vertellen van het wonderlijke wat zij over Jezus hebben gehoord en van Hem hebben gezien? Vrede op aarde zal er niet zijn zonder dat die vrede zich vanuit ons leven van mens op mens, van mond op mond, voorplant en vermeerdert!

Al hangt het daar gelukkig niet van af. Ook vandaag de dag breekt Jezus door grenzen heen. Dat merk ik ook hier in […], waar ik hoor van jongeren en ouderen voor wie het geloof in God méér is gaan leven, bij wie te merken valt dat ze Jezus volgen in keuzes die ze maken. Het valt te merken, volgende week zondag, als er hier weer een doopdienst is. Gods vrede werkt door.

Het is te merken in heel ons land, in heel de wereld, waar vandaag miljoenen, miljarden mensen samen komen om in alle talen te zingen: ‘Stille nacht, heilige nacht // Douce nuit, sainte nuit // Silent night, Holy night // Stille Nacht, Heilige Nacht.’ Dat is een koor van stemmen dat niet meer zal zwijgen. De werkelijke vervulling van ‘Eer zij God in de hoogste hemelen en vrede op aarde’, dat is waar wij dat loflied op onze God overnemen.

Amen

[1] http://www.eenzaam.nl

De ijzeren vuist

Homilie uit de herdenkingsmis te Beringen, 6 september 1944 – 2016. Over Mattheus 20,20-28 en Filippenzen 4,6-9.

image description

Geliefde mensen,

‘Gij weet dat de heersers over de volkeren hen met ijzeren vuist regeren en dat de groten misbruik maken van hun macht over hen. Dat mag bij u niet het geval zijn;’

Als we naar die woorden van Jezus hadden geluisterd, hadden we hier vandaag niet gezeten. Met huivering denken we terug aan de ijzeren vuist van het nazisme. Maar net zo goed gaan onze gedachten uit naar de voortgaande strijd in Syrië, Jemen, Centraal Afrika, Oekraïne. De lijst is lang van plaatsen waar de ijzeren vuist heerst.

2000 jaar geleden klonken deze woorden van Jezus in de straten van het oude Israël. Ze werden onthouden door Zijn leerlingen, omdat ze er ‘iets’ in zagen. Een hemelse wijsheid. Ze werden genoteerd om ze te bewaren voor de generaties na hen, voor ons, vandaag. Maar wordt er geluisterd? Toen… en vandaag?

De moeder van Jakobus en Johannes heeft voor haar 2 zoons gevraagd om de ereplekken naast Jezus. Zij, en alle leerlingen, zijn op dat moment nog in de veronderstelling dat Jezus, die op weg is naar Jeruzalem, daar tot koning gekroond zal worden en de Romeinen uit het land zal verjagen.

Jezus probeert keer op keer duidelijk te maken dat dát niet is wat Hij voor ogen heeft. Niet het recht van de sterkste moet regeren. Niet de wapens. Maar de liefde.

Ik denk dat wij het daar allemaal wel mee eens zijn. We zien de waarheid van Jezus woorden, van Paulus’ woorden ook uit Filippenzen 4: Dat vrede gevonden wordt als wij ons richten op wat goed is, waar, edel, rechtvaardig, zuiver, beminnelijk, eervol, deugdzaam.

Het lijkt een open deur. Maar het is allerminst vanzelfsprekend dat wij ons daarop richten. Laten we onszelf daarin ook niet voor de gek houden. Die twaalf leerlingen van Jezus zijn een doorsnede van de mensheid. Als die 2 leerlingen de plekken naast Jezus hebben gevraagd, dan zijn de andere 10 kwaad op hen. Niet omdat zij het moreel afkeuren wat die 2 broers doen, maar omdat zij in feite bang zijn dat hun eigen plek in gevaar komt. Met andere woorden: zij zijn ieder voor zichzelf bezig.

Dichtbij Jezus terecht komen, dát is op zichzelf nobel en vroom, daar is niets mis mee. Zoals er niets mis mee is dat wij vandaag hier ook ereplaatsen hebben voor de helden van de bevrijding, voor de militairen die hun leven waagden en gaven voor onze vrijheid.

Maar het is nooit hun intentie geweest, hun focus, hun doel. Ze hebben geen held willen worden, en juist daarom zijn ze het.oudstrijders,beringen

Want dat is de kern van wat Jezus vraagt: We moeten niet de meeste willen zijn, maar de minste. Niet de grootste, maar de kleinste. Niet de eerste, maar de laatste. Misschien zijn er hier wel mensen die zeggen: Ik hoef ook niet per se vooraan te zitten. Ik hoef niet de baas te zijn. En we willen allemaal onszelf wel eens dienstbaar opstellen. Als het toilet een keer schoongemaakt moet worden, dan wil je dat best wel een keer doen. Daar voel je je niet te goed voor. Maar dan is een ander weer eens aan de beurt. Je hebt ook nog je eigenwaarde.

Jezus’ uitspraken zijn radicaler: je zult een dienaar, ja een slaaf van allen moeten willen zijn. In die tijd, slavernij was gewoon, was een slaaf een ‘nobody’, iemand zonder rechten, die alleen maar zuiver bestond voor anderen.

Zo totaal de aandacht op de ander richten. Jezelf vergeten. Dat is heldendom. Dat is sterker dan ijzeren vuisten van de heersers over de volkeren. Dat gedenken wij vandaag op 6 september. Met die onbaatzuchtigheid hebben de geallieerde militairen Beringen bevrijd. Het nazisme gebroken.

En zo heeft ook Jezus zichzelf sterker betoont dan de ijzeren vuist van het Romeinse Rijk. Jezus’ leven eindigde aan een kruis. Het Romeinse symbool van marteling en onderdrukking. Maar het is een symbool geworden van liefde, die groter is dan de dood. Jezus leeft voort als een held, in de kerk mag ik zeggen: Onze Held. Hij heeft de hoogste prijs voor ons betaald, het hoogste offer gebracht.

Het mag ons troosten en bemoedigen dat Jezus ons geen weg wijst die onbegaanbaar is. Als je om je heen kijkt in de wereld zou je moedeloos kunnen worden. Is het mogelijk te luisteren? Is het mogelijk de nederige weg te gaan? Ja. De Heer Jezus wil u helpen.

En dan begint het bij de focus van je leven, je blikrichting. Wat wilt u, wat wil jij bereiken in je leven? Wat heb je op het oog? Laat dat geen grote hoge doelen in de toekomst zijn, laat dat geen roem of status zijn. Voor je het weet loop je met je dromen en idealen anderen onder de voet. Worden jouw vuisten ook ijzeren vuisten. Laat het de ander zijn. De mens met wie je leeft. De mens die God je op je pad brengt. En die mensen zijn er genoeg. De vraag is of je ze ziet. Leer te kijken met mededogen en barmhartigheid.

Amen

Zegen bij 75 jaar Prinses Irene

Gesproken tijdens de ceremonie op 14 mei 2016 te Oirschot:

Als dominee en geestelijk verzorger van het 17e mag ik het dodenappèl en de minuut stilte inleiden. Nu wordt mij vaak half grappend gevraagd of ik voertuigen, eenheden of wapens wil “inzegenen”. Nu ben ik daar wat voorzichtig mee, maar aan dit moment van “Irene” (=vrede) vandaag geef ik van harte mijn zegen:

  • Mogen de namen…
  • …ons niet alleen de zinloze dood en het lijden te binnen brengen van hen die gevallen zijn,
  • …onze gedachten niet alleen terug voeren naar oorlog en verdriet, naar pijn en gemis,
  • …maar ons herinneren aan hun zinvolle levens, hun zoektocht naar vrede.
  • Moge de stilte…
  • …ons niet in laten keren tot onszelf en gedachten, die ons klein maken en bang,
  • …maar ons verbinden en “groots in het groen” maken.
  • …laat ze ons de moed geven om geïnspireerd door ons geloof in God, of in elkaar, de zoektocht naar vrede vol te houden.
  • Moge de vrede…
  • …van dit moment, waarvoor is gevochten en met bloed betaald, niet alleen ónze harten verwarmen,
  • …maar met ieder zijn, die worstelt met donkere herinneringen aan oorlog en uitzending
  • …en laat de vrede uiteindelijk ooit de wereld vervullen.
  • In de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
  • Amen.

75 jaar GFPI